Leestijd: 3 minuten

Eigenlijk is het heel eenvoudig: van leven ga je dood. En hoe langer je leeft, hoe groter de kans op dood gaan is. Over het algemeen zijn mensen er niet zo kapot van dat ze kunnen overlijden. We doen er dan ook erg veel aan om het moment van sterven zo veel als mogelijk uit te stellen. Dat lukt ons in het Westen best aardig, getuige de statistiek van de dood. Deze statistiek wordt opgesteld door het NIDI, het Nederlands Interdisciplinair Demografisch instituut. Het NIDI heeft vanaf 1850 de sterftekansen geordend in zogenaamde hoogtekaarten. Daaruit blijkt onder meer dat de gemiddelde leeftijd van vrouwen gestegen is van iets meer dan 40 in 1850 tot ruim 80 in 2000. Ook mannen zitten in de lift: van net geen 40 in 1850 tot 75 jaar in 2000. Een verdubbeling van de gemiddelde levensverwachting in hondervijftig jaar. Als die trend zich voort zou zetten, dan worden we in 2150 zo’n 150, en in 2300 worden we 300 jaar oud, gemiddeld dan. De belangrijkste oorzaak van de toegenomen levensverwachting is de alsmaar stijgende welvaart. De start van dat proces ligt in de industriële revolutie. Daardoor werd het mogelijk om grote hoeveelheden voedsel te produceren, tegen lage kosten. Ook zaken als riolering (hygiëne) en waterleiding hebben veel bijgedragen aan het verbeteren van gezondheid en welzijn. Ondanks die stijgende lijn zijn er toch een paar pieken te zien in de sterftekans. Zo hebben diverse epidemieën in o.a. 1853, 1854 en 1871 (cholera en pokken) vele doden veroorzaakt, en daardoor een (tijdelijk) lagere gemiddelde leeftijdsverwachting. De griepepidemie van 1918 is de laatste epidemie tot nu toe.

Na 1918 zijn er nog twee andere pieken geweest in de sterftekans. Ten eerste de hongerwinter van 1944, toen had de sterfte onder de totale bevolking plotseling een groot effect op de gemiddelde leeftijdsverwachting. En ten tweede de bereikbaarheid van auto en motor/bromfiets voor een groot publiek, doordat massafabrikage de prijzen van dergelijke voertuigen sterk deed afnemen. Tussen 1960 en 1975 nam de sterftekans onder jonge mannen sterk toe. Daarna zijn diverse maatregelen genomen, zoals de verplichting een helm te dragen op de bromfiets en motorfiets, en het dragen van veiligheidsgordels in auto’s.

Het leuke van het laatste voorbeeld is dat de toegenomen welvaart aan de ene kant zorgt voor een hogere gemiddelde leeftijdsverwachting, maar dat er anderzijds ook meer mensen sterven door introductie van nieuwe technologie. In brandweerkringen noemen we dat ook wel de veiligheidsparadox: introductie van nieuwe veiligheid leidt soms ook weer tot nieuwe onveiligheid: met een warmtebeeldcamera kan je verder een pand in om te verkennen, maar als hij uitvalt zit je verder dan dat je zonder zo’n apparaat geweest zou zijn.

Nog twee opmerkingen over welvaart en gemiddelde leeftijdsverwachting. Ten eerste over de fanatici die constant waarschuwen voor welvaartsziekten: “Het gaat niet goed met ons, we gaan bij bossen neer aan hart- en vaatziekten en daar moet wat aan gedaan worden en wel nu en ook nog door de overheid”. Zelfs al zou het aantal welvaartsziekten toenemen, dan nog ondersteunen de cijfers van het NIDI hun beweringen niet: de gemiddelde leeftijdsverwachting stijgt, en daalt niet, ook niet door welvaartsziekten. Bovendien moet je ergens aan dood gaan: als de pokken en cholera het niet doen, dan maar een hartaanval.

Ten tweede zegt de gemiddelde leeftijdsverwachting niets over uw individuele situatie. Zo kent iedereen trieste gevallen in zijn naaste omgeving van mensen die veel te vroeg zijn overleden. Maar iedereen weet ook wel een spreekwoordelijke kettingrokend opaatje te noemen die ondanks een halve fles jenever per dag toch nog 90 is geworden. Ook Boonstra heeft het onderscheid tussen gemiddelde leeftijdsverwachting en zijn eigen leeftijdsverwachting niet helemaal begrepen. Onder het mom dat welvaart langer laat leven belegt hij op diverse manieren teneinde zo oud mogelijk te worden: hoe rijker hoe ouder. Maar ja, het gaat nu net om de gemiddelde welvaart. Voor zijn eigen overlevingskans doet zijn vermogen niet ter zake. Dus zou Boonstra er beter aan doen zijn miljoenen te verdelen onder de armen. Want pas als iedereen rijk is, dan worden we oud.