De dikke Amerikaan was blij dat we hem wilden ontvangen, daar bij het jaarlijkse congres van de International Aviation Fire Protection Association (IAFPA). Hij stond zwetend voor de groep, in een enorme colbert die zijn omvang nog eens extra benadrukte. Vandaag was hij vet happy zijn fellow aircraft fire fighters in te wijden in de geheimen van de cargo bay suppression techniques. Het jargon spoelde ronkend door het zaaltje, puntje bij paaltje bleek het over brandbestrijding in besloten ruimtes te gaan. “Brand”, zo brulde de dikke Amerikaan luidkeels de ruimte in, “bestaat uit drie factoren. Als we nu één van die factoren wegnemen, gaat de brand vanzelf uit. Dus bij een brand in het vrachtruim houden we de deuren dicht, dan verdwijnt de zuurstof en zal het vuur doven. Are you with me”?

Dat was ik dus niet. Ik zat de brulboei met een mengeling van verbazing en verwondering aan te kijken. Fellow fire fighters, hij zou het toch zelf niet geloven? Dat wij, zijn firebuddies, zouden denken dat ie met zo’n lijf nog ademlucht kon dragen, dat ie sowieso nog een piekbelasting aan zou kunnen zonder dood neer te vallen? En dat wij zijn betoog zouden moeten accepteren door het benadrukken van zijn praktijkervaring, terwijl zijn gigantische gestalte precies het tegenovergestelde deed vermoeden? Zijn boodschap werd door die tegenstrijdigheid volkomen ongeloofwaardig.

Toen hij even later aan een uitgebreid exposé over de branddriehoek begon was het vertrouwen helemaal verdwenen. En mijn aandacht ook. Die dwaalde af naar de kredietcrisis, in deze context een logisch onderwerp, nietwaar? De kredietcrisis draaide immers ook volledig om vertrouwen, of beter gezegd, een gebrek aan vertrouwen. De angst dat opeens je spaarcenten zijn verdwenen omdat iedereen tegelijk zijn geld van de bank komt halen. Geld dat fysiek niet aanwezig is bij de bank, dat is uitgezet in leningen en hypotheken en dus vastzit in allerlei constructies.

De kredietcrisis was net als de herfst: hier en daar beginnen er wat blaadjes te vallen en voor je er erg in hebt is de hele boel kaal. Je moet er maar op vertrouwen dat na de winter het lommer vanzelf weer de kop op steekt, want je kunt er zelf niet zo veel aan doen. In die zin is veiligheid ook vertrouwen, zo filosofeerde ik verder. Je rijdt door tunnels in het vertrouwen dat je er heelhuids uit komt. Je stapt in vliegtuigen in het vertrouwen dat je er ook weer uit kan stappen. Je begeeft je in het verkeer, in complexe gebouwen en grote mensenmassa’s in het vertrouwen dat ’s avonds de piepers weer op tafel staan. Dat vertrouwen ontstaat niet zomaar, het moet voortdurend onderhouden worden. Door gebouwen neer te zetten die niet instorten, door vliegtuigen te maken die niet om de haverklap crashen. En door de brandweer natuurlijk, want mocht er onverhoopt iets mis gaan dan moet er wel iemand zijn die de zaken deskundig oplost en het vertrouwen snel herstelt. De brandweer is daarom een onmisbare randvoorwaarde in de maatschappelijke continuïteit.

De dikke Amerikaan had intussen een filmpje opgestart, ter illustratie van zijn stelling dat je brand kan blussen in een vrachtruim van een vliegtuig door de deuren goed dicht te houden. In zijn achtertuin stond een groot blik met een deurtje er in op een stelling geplaatst. Hij had er een laatje bijgeknutseld, waarop wat kartonnetjes waren gezet die hij vervolgens in brand stak. Ingespannen schoof hij het laatje in het blik en deed het deurtje dicht. Hij wachtte een paar seconden en deed toen een ander, nog kleiner, deurtje open. Er kringelde een rookwolkje naar buiten. “Kijk”, schreeuwde hij triomfantelijk in de camera, “het is uit”. Het was de zaal allemaal te veel geworden. De fellow fire fighters hingen schuddebuikend van het lachen in hun stoelen, terwijl de dikke Amerikaan wat ongelovig de zaal in keek. Dat hij succes zou hebben had hij wel verwacht, maar zo veel lol was ongeloofwaardig. Ze zouden hem toch wel vertrouwen?