Zowel in Duitsland als in Engeland zijn branden bekend waarbij een onverwachte snelle branduitbreiding plaatsvond. Het vreemde hierbij was dat ruimten die enigszins met rook waren gevuld, maar waarin zich geen brandhaard bevond, ineens volledig in brand raakten. Bij de twee hierna beschreven branden in Duitsland bestond de dakconstructie steeds uit sandwichpanelen met isolatie.

Nadat de brandhaard bijna was geblust, werd het niet door brand aangetaste kantoorgedeelte door twee brandweerlieden gecontroleerd. Ze constateerden alleen een kleine hoeveelheid rook. Voor het ventileren van deze ruimte werd de deur opengezet en met een stoel geblokkeerd. Op dat moment ontstond er een zeer heftige verbranding. Beide brandweerlieden werden door een vuurbal gegrepen en door de overdruk naar de uitgang geblazen. Vandaar konden zij zich in veiligheid brengen. Er ontstond zoveel overdruk dat het gehele dak openscheurde. Op het dak waren op dat moment brandweerlieden bezig met het afkoelen van het bitumen, dat door de hitte vloeibaar was geworden en naar de kantoorruimte stroomde. Zij werden weggeslingerd en kwamen in contact met de vlammen en het hete bitumen. Andere brandweerlieden buiten het gebouw werden getroffen door steekvlammen, delen van het gebouw en glasscherven. Hierbij kwamen vijf brandweerlieden om het leven.

Bij een brand in een vrijstaande supermarkt probeerde brandweerpersoneel een toegangsdeur te openen van een gedeelte van het gebouw dat nog niet brandde. Op dat moment deed zich binnen een explosie voor waardoor de deur open vloog en de brandweerlieden werden weggeslingerd.

De ontledings- en verbrandingsproducten van sommige materialen bestaan uit gassen waarin veel koolstof zit. Dit is bijvoorbeeld het geval bij polyurethaanschuim, polystyreenschuim, olie, plastic, bitumen, verf en rubber. De energie inhoud die bij verbranding van die gassen vrijkomt is ongeveer vijftien keer groter dan die van ‘normale’ ontledings- en verbrandingsgassen en is ongeveer de helft van die van het gas methaan. Dit verklaart het effect van verbranding van gassen die veel koolstof bevatten.

In de hierboven beschreven praktijksituaties waren sandwichpanelen in de constructie toegepast. Proeven in Kiel en Engeland hebben aangetoond dat blootstelling van deze panelen aan brand binnen korte tijd leidt tot zeer hoge temperaturen aan de oppervlakte van de panelen als gevolg van de goede isolatie aan de binnenkant. Door de hoge temperaturen gaat het isolatiemateriaal grote hoeveelheden gassen vormen. Deze gassen kunnen vrijkomen op plaatsen waar de panelen worden onderbroken en de buitenkant door de hitte vervormt, zoals bij bovenlichten. De gevormde ontledingsproducten hebben een relatief lage ontstekingstemperatuur. Een kleine ontstekings- of warmtebron kan reeds leiden tot brand in de panelen. Als het eenmaal brandt, kan binnen korte tijd een geweldige vlamoverslag ontstaan. De verhitting van de metalen buitenkant van de panelen en het wegbranden van de vulling leidt vaak tot de totale vernietiging van het object. Hierbij is meer sprake van een gebouw in brand dan van brand in een gebouw.

Professor Piet Vroon hield tijdens een congres ooit eens een boeiend betoog, waarna hij van de zaal een groot applaus kreeg. Toen de stilte weer was teruggekeerd en men in afwachting was van de volgende spreker, pakte Vroon onverwacht de microfoon en vertelde dat hij zijn voordracht had voorgelezen uit een onderzoek van vijftig jaar geleden. Zijn boodschap was dat er steeds maar nieuwe kennis wordt geproduceerd waar niets mee wordt gedaan en dat er zelfs feiten worden ‘ontdekt’ die sinds lang bekend waren. En al weer vergeten waren.

Deze anekdote heeft mij geïnspireerd om mijn column letterlijk over te typen uit het boekje ‘De risico’s van het vak’, bladzijdes 80 tot en met 82, uitgegeven in 1999 door BZK. Voor zover mij bekend is het niet meer verkrijgbaar, wat het onthouden van belangwekkende informatie niet ten goede komt. Eerlijk gezegd was het door mij nu geciteerde deel van de inhoud mezelf ook ontschoten, totdat ik het weer tegenkwam bij het onderzoek naar de brand in De Punt. En dat terwijl ik nota bene in de begeleidingscommissie zitting had. Dat levert een prangende vraag op: een lerende organisatie is goed, maar hoe voorkomen we een vergetende organisatie?

Lees verder op www.brandweercanon.nl over de kunst van het onthouden.