Wanderings

Tag: Wandeltuig

Verrassend bier na de drooglegging van 2020

Leestijd: 4 minuten

Eén van de grootste genoegens in dit leven is misschien wel een lekker bier op een terras na een lange wandeling. Het liefst eentje uit de streek zelf. Dat je ergens bent wezen lopen, de omgeving hebt verkend en bekeken, wie weet zelfs interessante gesprekken hebt gevoerd met mensen die je er tegenkwam. En dan als kers op de appelmoes een streekbier; de smaak van die buurt. Hoe veel mooier kan het zijn?

Sinds de intelligente lockdown weten we dat: niet. Mooier wordt het niet. Lopen, dat gaat nog wel. Rondjes om de kerk, klompenpaden, trage tochten, zolang het maar van A naar A gaat en met eigen auto, dan komt het goed. Maar die bieren, die werden node gemist. Dat dan de Stoa zegt dat de objectieve feiten niet het probleem zijn, maar wel je reactie er op maakt het niet veel beter: geen bier is geen bier, Seneca en Marcus Aurelius. Moet een mens dan alles maar accepteren?

Maar voor het echt nijpend werd was daar gelukkig de versoepeling. Na gedane wandeling is er weer open terras, met bier. Zoveel vreugd moet worden gevierd met zeven verrassende biertjes, de ervaring van afgelopen weken. Het is nog niet helemaal als de beste bieren van het Pieterpad, maar het herbegin is hier; verrassingen na onderweg.

Vlak bij ons huis, aan de Laarder Wasmeerroute, ligt Bluk. Theehuis op de hei, met genoeg empatisch vermogen er fijne bieren te schenken zonder te vragen of de betreffende wandelaar wel genoeg kilometers heeft gemaakt voor zijn beloning. Want die beloning is groot: een Gerardus Kloosterbier van de tap. Een Gulpener dubbelbier van 7%, beetje bitter, notig, cederhoutje. Maar niet zoet, helemaal niet zoet. En dus, als we niet braaf zijn maar dorstig, lopen we slechts de anderhalve kilometer van de route die nodig zijn om bij Bluk te komen. Ja, u leest het goed: met die anderhalve kilometer maatschappij gaan we het gewoon helemaal sjeffen.
Het allernieuwste klompenpad is het Ambts- en Rijkspad. Wij liepen er toevallig op de dag dat het officieel werd geopend en het is één van de leukste klompenpaden die er is. Gasterij De Arend ligt zowel aan het begin als aan het eind van de route. Hoe vriendelijk is dat: dat je vanaf de start weet waar je aan het eind een bier kunt kopen. Aldaar raden wij de Scotch Crowned Trees Stout aan. Een ale van 7,2%, al in 1921 gebrouwen door Wielemans uit het Brusselse Vorst en sinds kort weer terug in de AB Inbev stal. Zacht zoetig en mooi roodbruin van kleur. Eigenlijk is er maar één nadeel aan: de flesjes zijn slechts 25 centiliter. Zo zou Wielemans het vast niet gewild hebben.
When in Dokkum, do as the Dokkumers do: drink a Bonifatius bier. Wij deden het Wad Wit. Inderdaad, een wit bier, van 5,2 % maar dan met zeewier er in. Ja, zeewier. Lekker ziltig. En dan ook nog eens met water uit de bron die Bonifatius daar volgens de legende ergens tussen 675 en 754 ontdekte. Verder met koriander en sinasappelschil. Wel lekker, maar ook heftig. Twee achter elkaar bleek eentje te veel.
Ook in Dokkum gedronken: It Lulke Wiif van brouwerij de Freonskip. Een hoogblond bier van 7%, met een bijzondere smaak door toevoeging van de Wichter, een pruim die slechts in de Friese Wouden voorkomt. Het was een prettige kennismaking, althans de eerste paar slokken. Daarna werd het wiif kennelijk echt lulk en trok ze alle belletjes eruit. Wat overbleef was een kruidendrankje zonder prik.
Op het terras van Wad Oars in Anjum bestelden we een koude klets: Kald Kletske. Gewoon spesjaal bier van brouwerij Dockum. Een echte blond, hoog in het koolzuur en zoals wij dat bij tropische temperaturen graag hebben, goed doordrinkbaar. Doe er nog maar één.
Nuchtere Heit. Alcoholvrij. Omdat je soms ook nog moet rijden. Omdat je na een halve dag Spa Rood wel eens wat anders wil. Omdat het hitteprotocol zegt dat je veel moet drinken. Omdat het toevallig op de kaart stond. Omdat je om 15.00 geen zin meer hebt in koffie. Omdat thee voor vroeg is en voor laat, niet voor er tussenin. Daarom.
U wist dat natuurlijk, maar ik stond er nooit bij stil: ook het Lauwersmeer was ooit een zee. Met vissersplaatsjes erlangs, zoals Zoutkamp. En daar hebben vijf mannen Solt opgericht: “wij dromen van een erfenis voor onze kinderen- en kleinkinderen, waarin ook zij op een duurzame manier kunnen blijven oogsten uit een vruchtbare zee en smaakvolle levensmiddelen ontwikkelen vanuit één passie. Smaak!” Eén van die smaken is de Seeratt: een blond bier van 5,8% dat neigt naar Ipa, met een mooie dot gist in het glas dat het lekker troebel maakt. Wat ik ook niet wist: een seeratt komt nooit alleen.

De vergeten springers van Hotel Polen

Leestijd: 4 minuten

Hoe lang houdt de herinnering aan een ramp stand? Hoeveel mensen die zich over het Rokin en het Damrak persen weten nog van de iconische branden die zich daar afspeelden? Een mijmering over de springers van Hotel Polen, met ook nog een futiel linkje naar Star Trek.

Het ik in de massa

Zondagmiddag in Amsterdam, het nationale hitteplan is net in werking gesteld. Drommen toeristen glijden als slangen over het Damrak, het weke vlees uitgestald en ingesmeerd met zonnebrand. Ik loop ertussen en vraag me af wanneer het individu overgaat in een collectief.

Wat kan ik doen om me los te maken van deze massa? Van dit gestalt met zijn vele koppen, dat zich als een möbiusring door de straten van de stad slingert? Elke afslag die ik neem leidt tot aansluiting in een nieuwe rij mensen, die uiteindelijk allemaal aan elkaar verbonden lijken te zijn.

Wat ik ook doe, waar ik ook ga, ik ben onderdeel van een wezen met ontelbare tentakels. Het ding is elke dag anders en toch steeds hetzelfde. Daar ligt het omslagpunt van een individueel zijn naar een collectief wezen. Ik ben inwisselbaar met ieder ander mens in deze massa. Verzet u niet. Resistance is futile.

Het brandend ijspaleis

Het zijn gedachten die vragen om een pauze. Even uit de tubifex. We glippen linksaf naar het Beursplein, richting Bistro Berlage. Een oase uit vroeger tijden. Vanaf het terras kijk je er naar de C&A, dat in 2016 volledig in het nieuw gestoken opgeleverd werd. Eberhard van der Laan knipte nog het lint.

Daarvoor stond er een non-descript grijs gebouw, ook van de C&A, dat er neergezet was ter vervanging van het origineel dat in 1963 afbrandde. Een iconische brand voor Amsterdam, de grootste sinds het Paleis van Volksvlijt in 1929, de oorlogsbranden van 40 – 45 niet meegeteld.

Hoeveel mensen die er nu langslopen zouden dat nog weten? Vast niet zo veel, schat ik in. The wisdom of the crowd heeft last van lange termijn geheugenverlies, haar wijsheid geldt slechts in het nu. Met het verleden heeft ze kennelijk niets.

Het brandend ijspaleis van C&A in 1963

De springers van Hotel Polen

Driehonderd meter verder ligt de plek van nog zo’n legendarische ramp: die van Hotel Polen. Op 9 mei 1977 breekt daar brand uit rond 06.30. Het vuur grijpt razendsnel om zich heen en veel hotelgasten proberen zich te redden door van hun balkon te springen.

Het zijn gruwelijke beelden die we ook kennen van zo veel moderne branden. Alleen zijn die beelden er van Hotel Polen niet. Er waren nog geen smartphones. Wel een geluidsopname, van de Alarmcentrale.

“AC, stuur een ladder naar het Rokin, want de mensen staan en hangen voor het raam. Over.” AC, heeft u gehoord dat we grote brand hebben gemaakt? We hebben veel GGD wagens nodig voor slachtoffers die gesprongen zijn, et cetera”. Op 2 minuut 15 wordt er geroepen om alle ladderwagens die de AC heeft. En op 3 minuut 05 vraagt de G-wagen (Gereedschapswagen) van kazerne Willem om ambulances in de Kalverstraat, want “daar leggen de mensen gewoonweg te bloeien daar.”

Redding bij Hotel Polen. Foto van ANP Historisch Archief

Body Worlds

Dit zijn de verhalen die zich allemaal afgespeeld hebben op de plek waar vandaag de dag de collectieve onwetendheid zich door de straten van de stad wurmt. Dankzij deze geluidsband weten we nog dat bij het gebouw waar nu mensen in de Duo Penotti 2 Go hun chocolade wafels zitten te eten, 42 jaar geleden 33 mensen op het trottoir hun dood vonden.

En 4 minuten lopen verderop griezelen mensen bij geplastificeerde lijken in Body Worlds, direct naast de brand die de winkel van C&A veranderde in een ijspaleis. Nog goed, denk ik bij mezelf, dat die Body Worlds niet op het Rokin naast het oude Hotel Polen huist. Hoe vreemd zou het zijn als je voor de lol naar geplastificeerde lijken komt kijken op de plek waar er in 1977 meer dan dertig echte lagen.

Met deze overpeinzing verlaten we het terras en voegen ons weer in die slang met de ontelbare koppen, slenterend langs allerlei plekken waar dingen gebeurd moeten zijn waar we geen idee meer van hebben.

Body Worlds 2019

Ruzie op de route, onmin onderweg

Leestijd: 4 minuten
Ed OOmes, 6 maart 2019

We zaten in de kleine restauratie van station Ommen, wachtend op de trein. Het was prachtig weer, zomer in de winter en er waren veel mensen op pad. Nog genoeg tijd voor een koffie, dachten wij, maar dat viel tegen. Het zat vol met een grote club wandelaars, die elkaar daar voor het eerst troffen. Een blind wandeldate, zeg maar. Het ongemak spatte af van deze groep nieuwe vrienden en vriendinnen. Hoe maak je kennis met elkaar? Wat zeg je wel en wat niet?

Lastig, lastig, zo bleek en om die reden besloten twee heren voorbij middelbare leeftijd dan maar om nergens een probleem van te maken en alles op tafel te leggen wat in hun hoofd opkwam. Dat was niet gering, zo hoorden wij twee tafels verderop mee. Meer ervaren wandelaars dan hen zou je niet gauw meer tegenkomen, zo veel was duidelijk. We keken op ons horloge, tijd om te gaan; de trein was er al bijna. Toen we de restauratie verlieten werden we nagestaard door twee dames uit de groep. Ik keek zo neutraal mogelijk terug terwijl de deur zich met een klein zuchtje sloot. Vrij!

Station Ommen

Ruzie op de route

Rond het middaguur vonden we een keurig bankje in de zon om aan te lunchen. Het zal op 1/3 van de route zijn geweest, schat ik zo in. Zeven kilometer er op, nog veertien te gaan. Ongeveer. De broodtrommel was net uit de rugzak toen er een dame in rechte lijn voorbij snelde, op enkele meters gevolgd door een man. Haar man? We keken het stel na; 14 kilometer met ruzie op de route, dat is best lang. Heel lang. Maar een half uurtje later liepen we al weer op ze in. Er was nog weinig veranderd, zo leek het, behalve dan dat hun wandelsnelheid en -afstand kennelijk onderdeel waren geworden van strategische oorlogsvoering. Zo neutraal kijkend als mogelijk haalden we ze in en slaakten onderwijl een klein zuchtje. Vrij!

Ruzie?

Onmin Onderweg

Twee van dit soort gebeurtenissen op één route. Was het toeval, kwam het door het Vechtdal of staan wandelaars zo naief in het leven dat ze pas aan ellende denken als ze het tegenkomen? Wij hadden er in ieder geval nog niet zo over nagedacht, maar al lopend konden we toch al gauw wat voorbeelden bedenken van ruzie op de route en onmin onderweg, met wandeltuig en fietsgespuis. Een klein rijtje pijnlijk:

  • Het is rond lunchtijd en je wilt echt ergens zitten om even je boterham te eten. Daar verderop zie je een bankje, maar je bent niet de enige: een of meerdere andere stellen azen op dezelfde plek en iedereen heeft elkaar gezien. Wie zit er het eerst?
  • Je dacht dat er wel wat horeca onderweg open zou zijn, maar het is zondag en alles is dicht. Niks te eten meegenomen, behalve wat water en kauwgom. Suikerspiegels dalen en het pad stijgt. Nog 18 kilometer.
  • Je stapt uit de trein voor een tocht, maar je bent niet alleen. Ruim te veel andere wandelaars lopen hetzelfde parcours op dezelfde tijd. File op het Pieterpad, die maar langzaam op lost.
  • Na zo’n vijf kilometer loopt er opeens een vage kennis of collega van je het pad op. HijZij draait zich om en reageert enthousiast: “wat leuk, ik wist niet dat jij ook het Pieterpad liep. Gaan jullie ook naar Ommen? Lekker, hè, nog 18 kilometer, goh wat leuk. Jammer dat er op zondag geen horeca open is, anders konden we onderweg nog iets gaan drinken samen.”
  • De wandelroute loopt samen op met een mountainbike pad. Om de tien minuten kom je het luid schreeuwende fietsgespuis weer tegen, en wat vinden ze jou toch wandeltuig. Tenminste, zo klinkt het als ze voorbij stuiven.
  • Op de plek van bestemming is één terras open. Vanwege het mooie weer is er net niet genoeg plek voor jullie en de vage collega, de andere stellen uit de pieterpadfile, het fietsgespuis met hun mountainbike, de wandelgroep en de ruziemakers. Je ziet een leeg tafeltje met een stoel tekort, loopt zuchtend naar het wandelgroepje zittend in een kring en vraagt zo neutraal kijkend als mogelijk: is deze stoel vrij?

Hardenberg – Ommen

Hardenberg – Ommen is een leuke route, die eindigt aan de rivier de Vecht in het centrum van het dorp. Daar ligt het Grand Cafe de Veghte, met een tof terras en prima biertjes. Het onmin onderweg is zo snel vergeten. Een paar kleine impressies van onderweg.

Tekening en foto’s van het Houtdijkenpad bij Woerden

Leestijd: 3 minuten

Het Houtdijkenpad is één van de eerste klompenpaden die we liepen. Vol enthousiasme over de nieuwe wandelhobby schreven we een verslag. Dat hebben we niet zo structureel volgehouden als het wandelen zelf, behalve bij het Pieterpad. Maar dat is dan ook weer heel wat anders.

Het Houtdijken pad is een klompenpad. Op hun website kun je zien welke routes er allemaal zijn (inmiddels 100!). Er is ook een app te downloaden voor op je smartphone. Ook heel handig.

Je komt al vrij snel in het begin van de Houtdijkenroute door het centrum van Kamerik. Dat is niet groot, maar er zijn wel een paar terrasjes. Vlak erna loop je een tijdje langs de provinciale weg. Geen echt leuk stuk, maar hou vol: daarna wordt het zeker de moeite waard.

Juni is een mooi jaargetijde om te gaan lopen. Er staat van alles in bloei in de berm, en er zijn ook volop vlinders te vinden.

Vlak na de provinciale weg sta je opeens op de Hollandse Kade. Met gelijk prachtig uitzicht.

Je loopt langs allerlei dieren tussen de weilanden door, zoals deze paarden. Die ook op het kaartje staan, boven. Omdat je tussen de weilanden door mag, kom je soms ook heel dicht bij de koeien en schapen.

En vlak na de paarden liepen we het weiland op. Dit bruggetje was makkelijk te vinden, maar we zijn er ook eentje voorbij gelopen die tussen het hoge gras verscholen lag. Maar met de app erbij op je smartphone kom je altijd weer op het goede pad terecht.

Zo hier en daar tref je dit soort bosjes aan, de zogenaamde pestbosjes. Daar werd vroeger vee begraven dat gestorven was. Na verloop van tijd ontstonden dan dit soort bosschages op die plekken.

Aan het eind van het stuk door het weiland kom je weer op de Houtdijk zelf terecht.

Daar zaten twee hazen elkaar achterna. De ene sprong over de sloot, en de andere bijna. Na de luide plons was het even stil en toen klom hij drijfnat weer op de kant. Op het kaartje kun je goed zien waar het ongeveer was.

De schapen die er iets verderop stonden te grazen trokken zich er niets van aan, ook niet toen de drijfnatte haas achter hen langs racete.

Langs het riviertje de Oude Rijn dwars door Woerden troffen wij een Fuut aan de middagsnack. Het was nog een behoorlijke klus die vis naar binnen te krijgen.

Het Houtdijkenpad is trouwens niet de enige route die daar loopt. Er wordt druk gewandeld via allerlei routes.

Na een dikke 12 km was een biertje bij de Boer Inn wel verdiend. Die zit zowel aan het begin als aan het eind van de route. Het Brutale Blondje is van de plaatselijke brouwerij Borrelnoot dat van harte aanbevolen is.

© 2020 Rizoomes

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑