Wanderings in crisis

Tag: Wandelen (Pagina 1 van 2)

Wandelen op Vlieland

Vlieland is het eerste eiland dat we aandoen op ons nieuwe project WaddenWandelen. Het plan was om twee dagen te wandelen en twee dagen te nemen om te reizen en de boel te verkennen. En zo liep het ook ongeveer. Maar toch net een beetje anders.

Deels kwam dat door het weer. Op de eerste dag hadden we een heerlijk zonnetje, maar voor de dag erna werd veel wind en regen voorspeld, met zelfs een code geel voor het Noordelijk kustgebied. Dat loopt toch minder lekker, 17 km met een windkracht zeven op je voorhoofd.

Posthuys

Bovendien bleek de eerste wandeling van 20 km veel overlap te vertonen met de tweede. Daar kwam bij dat het startpunt voor beide wandelingen, het Posthuys, met de bus moest worden aangereisd vanaf Oost Vlieland. En die bus ging alleen om 12.30, deed er een half uur over en daardoor konden we pas betrekkelijk laat starten. (OK, er gaat ook een bus om 09.00, maar dat vond ik dan weer net te vroeg voor de vakantie).

Vlieland
Het deel van Vlieland dat voor iedereen toegankelijk is. De Vliehors op West is een militair oefenterrein. Onze eerste wandeling liep vanaf het Posthuys richting Noordzee en daarna rechtsom richting Vlieland Oost. Niet alles ging over het strand, enkele stukken maakten gebruik van fiets- en wandelpaden. Uiteindelijk werd het 24 km. De tweede wandeling ging vanaf het Posthuys naar het strand en daarna linksom, tot aan de Vliehors en dan om de Kroon Polders terug. Dat was ongeveer 11 km.

Toevallig hadden we ook een dagje gratis fietsen in ons arrangement, dus uiteindelijk besloten we om de tweede dag de fiets te nemen naar het Posthuys, daar de wandeling door de Kroonpolders te lopen en vervolgens nog even het bunkermuseum aan te doen. Zo zagen we ook nog wat anders van Vlieland.

Je kan natuurlijk ook drie dagen gaan. Of vier. Maar soms komen goede ideeën nu eenmaal te laat.

Dit blog is verder opgezet zoals het Zuiderzeepad Fotoboek. Een paar thema’s met foto’s die het verhaal van wandelen op Vlieland vertellen. Een soort dia-avondje van andermans vakantiefoto’s, alleen mag je deze wel zelf doorklikken.

Het vertrek

De veerboot naar Vlieland vertrekt vanuit Harlingen. Een half uur voor de afvaart verzamelt iedereen zich in de Terminal, als een onrustige kudde schapen die bijna van stal mag. Er zijn de voordringers, degenen die er al een uur staan, de-in-de-weg-staanders en de we-zien-het-wel-komt-goed-types. Maar bijna allemaal zijn ze grijs.

Na de kaartjescontrole stroomt de grijze golf omhoog, de trappen op. Richting de mooiste stoelen op het dek, naar de kantine of een rustige stoel aan het raam. En er zijn de mannetjes, zoals ik, die alles willen zien. Hoe het werkt, wat er gebeurt en die bijvoorbeeld opmerken dat het walpersoneel eerst een reddingsvest aantrekt voor ze de trossen lossen.

Waarop ik me natuurlijk moest afvragen of dat uit een RIE kwam of uit een analyse van een ongeval. Van sommige dingen kom je nooit meer af.

In de haven van Harlingen ligt een grote walvis. Die zie je pas als je er langs vaart. Het is één van de elf fontijnen die in Friesland zijn gebouwd ter ere van Leeuwarden culturele hoofdstad van Europa. Ik schreef er al eens over in dit blog over Escher op Reis.

Aankomst

Vlieland is een betrekkelijk klein eiland. Er is één aanmeerplek voor de veerboot, waar ook de Koegelwieck gebruik van maakt. Wij hadden een kamer in Zeezicht, met inderdaad uitzicht op zee. En de haven. Drie foto’s, één panorama.

Dat het eiland klein is merk je ook aan het feit dat je overal steeds dezelfde koppen weer tegenkomt, van de mensen die ook al aan boord zaten. Je bent als het ware een ongekozen bubbel met elkaar die over het eiland vloeit, in de restaurants en op de terrassen. Alleen niet tijdens het wandelen, dan zie je haast niemand. Of het moet op het strand zijn. Maar dat zijn zelden wandelaars.

Noordzeestrand

Beide wandelingen gaan over het Noordzeestrand. Dat was grotendeels leeg toen wij er liepen, zeker op de tweede dag. Toen waaide het hard en was de zee behoorlijk ruig. Dat zie je op de derde foto. De eerste foto is de opgang naar het strand vlak bij het Posthuys. En op de middelste foto, genomen ter hoogte van het Badhuys, zie je nog net de veerboot voorbij komen.

Het is precies die leegte en de onstuimigheid van de Noordzee die het wandelen over Vlieland zo aantrekkelijk maakt.

Vuurtoren Vuurduin

Geen waddeneiland zonder vuurtoren, dus ook Vlieland niet. Al is die van hun wel de kortste van alle waddentorens. Hij is precies 16,8 meter hoog, geopend in 1909 en wordt door de Eilanders liefkozend de Rode Kabouter genoemd. Omdat het torentje op een hoog duin is geplaatst, steekt ie toch boven alles uit. Voor €3,50 mag je naar boven, cash te betalen aan de vuurtorenpachter. Altijd doen.

De kleuren van het wad

Zes verschillende momenten zeezicht over vier dagen. Je zou er een fotoboek van kunnen maken. Een jaar lang elke dag een foto, ik heb er nu al zin in.

Bunkermuseum

Vaste prik op vakantie: vuurtorens en bunkers. Het bunkermuseum Wn 12H is een bezoek zeker waard, al is het nog lang niet af.

Vogels

Massa’s vogels, op Vlieland. Zoals deze zwerm scholeksters, die besloot onze komst niet af te wachten. Langs de vloedlijn zagen we verder heel veel strandplevieren, kleine snelle vogeltjes op zoek naar lekkere hapjes. Maar vooral waren er veel meeuwen, heel veel meeuwen. En ook heel veel dode meeuwen, dat ook. Maar dat bleek volkomen normaal. Wisten wij veel.

Impressies

Impressies. Zonder commentaar. Klik op de foto voor een vergroting.

Bier

Niet onbelangrijk: plaatselijk bier. Vlieland is gezegend met een eigen brouwerij, Fortuna Vlieland. Waren we er langer geweest, hadden we er zeker even een bezoekje gebracht. Ik heb zo’n beetje de hele selectie uitgeprobeerd en daarvan beviel de Monnicke Weizen mij het best. Donker tarwebier, fris kruidig en ongefilterd. Met dennetoppen, jawel. De Island Ale is trouwens een goede tweede

Bries werd speciaal gebrouwen door Fortuna voor het Badhuys. Het is zomers bier van zo’n 4.4% dat veel doet denken aan Desperado. Met op de achtergrond een klein ziltje dat wordt verstopt door de limoen. Limoen dus niet doen.

The Captain’s Daughter is van Brouwdok uit Harlingen. Een mooie rode Ale, vol van smaak en bitterzoet met zilt. Mooi dat er na de eerste hoppige IPA golf nu ook ambers met elegantere smaken ontstaan.

Aan het eind

En zo kwam er met een biertje een einde aan de eerste van zes keer WaddenWandelen. Benieuwd wat de volgende vijf ons gaan brengen. Van deze kon ik in ieder geval zeggen: het waren twee fantastische dagen.


Er staan nog meer wandelblogs op Rizoomes. Bijvoorbeeld dit Zuiderzeepad Fotoboek. En acht verhalen over het Pieterpad vind je hier.

WaddenWandelen

WaddenWandelen

WaddenWandelen is zowel een streekpad van Wandelnet als een wandelnetwerk over de eilanden. Je kunt ervoor kiezen om in een paar dagen alle eilanden af te hoppen, maar dan loop je in totaal 276 km achter elkaar. Aangezien we het liefst niet boven de 25 kilometer per dag lopen, besloten we daarom eiland voor eiland te bezoeken. Met als nevenvoordeel: zes keer pret in petto.

Nou is het ook niet zo dat de Wadden nieuw voor me zijn. De eerste keer dat ik op een waddeneiland kwam was ik elf jaar oud. Met de zesde klas gingen we op kamp naar Vlieland, naar het Doniahuis. Veel herinner ik me er niet meer van, maar nog wel de huisjes van de Dorpsstraat. Dat maakte indertijd kennelijk zoveel indruk op me dat ik dat beeld altijd goed voor de geest heb kunnen halen.

Op Terschelling ben ik ook diverse keren geweest, waarbij vooral mijn tienervakanties op de camping een onvergetelijke ervaring zijn. Voor het eerst zonder ouders op reis is een belangrijk moment in je leven, ook al ging die bij mij niet naar het buitenland.

Ik weet dat ik ook op Ameland heb gelogeerd met de brandweercollega’s van de dertigste officiersopleiding, maar daar staat me niet veel meer van bij, anders dan lange groene dijken met veel schapen. En dat alle eilanden zo veel van elkaar verschillen, dat herinner ik me er ook nog van.

Tekening Wendy Kiel

Dat beeld werd bevestigd door een vakantie op Texel, enkele jaren geleden. Sowieso is dat eiland al heel anders door de omvang. Maar wij zaten er in september en werden enigszins overvallen door de grijze golf die zich over het eiland bewoog.

Of ik eerder op Schiermonnikoog ben geweest, weet ik eigenlijk niet. Mogelijk dat ik die door elkaar haal met Ameland. Daar kom ik met WaddenWandelen vanzelf achter. Later kan ik dan altijd zeggen, als ik weer van alles dreig te vergeten: gelukkig hebben we de blogs nog. Op Borkum was ik in ieder geval nog nooit.

Zes keer WaddenWandelen

Zes keer WaddenWandelen begint met één, het Vlieland Fotoboek. De rest zal successievelijk volgen in een gegarandeerd onregelmatig tijdsbestek.

Zuiderzeepad Fotoboek

Het Zuiderzeepad is met 490 kilometer één van de langste wandelpaden van Nederland. Wij deden er ruim twee jaar over om het pad volledig af te lopen. We begonnen in Harderwijk, december 2018, en in augustus 2021 finishten we in Ossenzijl. In dit Zuiderzeepad Fotoboek geef ik een indruk van wat je onderweg allemaal tegenkomt. Dat is veel, heel veel. Daarom dus een selectie aan de hand van een paar thema’s die ik exemplarisch vind voor het Zuiderzeepad.

Schapen, overal schapen

Ik geloof niet dat er op enig ander wandelpad in Nederland zo veel schapen voorkomen als op het Zuiderzeepad. Ze staan overal, in weitjes en velden, maar vooral op de vele grasdijken langs het water. Meestal wordt je volledig genegeerd en loop je er gewoon tussendoor, slalommend tussen alle drollen en keutels. Maar soms komt er één op je af, zoals deze, die luidkeels tegen je gaat staan mekkeren. Gewoon doorlopen is dan het devies; de kans dat er stiekem een wolf in zit is buitengewoon klein.

Afsluitdijk

De meest indrukwekkende route op het Zuiderzeepad is die over de Afsluitdijk. Het was één van de eerste tochten die we liepen, in maart 2019. Snel ingepland omdat het fietspad over de dijk daarna voor jaren gesloten zou worden in verband met werkzaamheden.

In de laatste planning gaat het fietspad trouwens pas weer eind 2025 open. Het was ook de langste etappe die we liepen: inclusief aanlooproute stond er aan het eind van de middag dik 33 kilometer op de teller. Wel gewoon rechtdoor allemaal, dus de kans dat je verkeerd loopt is minimaal. Je moet ook je zegeningen tellen.

Weer en Wind

Het Zuiderzeepad is door zijn vorm en ligging nogal gevoelig voor weer. Dat is meestal geen probleem, maar soms kom je terecht in noodweer zonder dekking. Dan is de juiste kleding van belang. Ga dus niet onvoorbereid op pad, zelfs niet als de zon uitbundig schijnt. Zonder zonnekletsj kom je terug als een kreeft.

Handige tip: check voor vertrek de windrichting en pas daar de richting van je route op aan; loop met de wind in de rug, als het een beetje kan. Na 20 kilometer tegenwind tuten de oren en hoor je de Zuiderzee nog dagen klotsen.

Zuiderzeestadjes

Tussen alle dijken en vlaktes van het Zuiderzeepad door liggen vele kleine stadjes met een roemrucht verleden in de scheepvaart en visserij. Dat is niet altijd direct duidelijk, zoals in Blokzijl, dat tussen weilanden in ligt. Maar dat is het heden, na de inpoldering. Ooit lag het aan zee.

Als er één ding is dat je gaat beseffen na het lopen van het Zuiderzeepad, is dat heel veel plekken genadeloos afgesloten zijn geraakt van hun eigen geschiedenis. Met de aanleg van de Afsluitdijk is er voor hen een soort schisma ontstaan tussen heden en verleden, waarbij we niet moeten vergeten dat de inpoldering niet alleen veel gebracht, maar ook genomen heeft.

Niet zelden heb ik me trouwens afgevraagd op de verschillende routes of het anno 2021 überhaupt nog zou lukken om zo’n megaproject als de Afsluitdijk voor elkaar te krijgen. Hoe dan ook, het is een genot om de oude stadjes te bezoeken. En wie weet, zijn ze juist zo goed geconserveerd gebleven door de afsluiting van de Zuiderzee.

Rampen

De stormvloed van 13 en 14 januari 1916 en de hongersnood van 1918 gaven de doorslag in het aannemen van de Zuiderzeewet. Dat was een raamwet die bepaalde dat de Zuiderzee zou worden afgesloten op kosten van de Staat en dat er extra landbouwgronden moesten worden aangelegd. In 1927 werd met de aanleg begonnen en in 1932 was het klaar.

De meerwaarde van de Afsluitdijk werd duidelijk tijdens de stormvloed in 1953. Waar zich in Zeeland een ramp voltrok, bleef het rondom het IJsselmeer beheersbaar. Langs het Zuiderzeepad wordt op veel plaatsen aandacht besteed aan de watersnoden die zich daar hebben voltrokken.

Daarnaast zijn er vele monumenten opgericht voor neergestorte vliegtuigen uit de Tweede Wereldoorlog. Die combinatie van geschiedschrijving met lopen maakt het Zuiderzeepad ook een interessante wandeltocht. Geen wandelcoaching, maar wandelteaching.

Recreatie

We zijn niet heel veel andere wandelaars tegengekomen in de twee jaar die wij over het Zuiderzeepad deden. Wel heel veel andere recreatie, opvallend vaak in clubverband: autoclubs, brommerclubs en botenclubs, als het je comfortabel langs de Zuiderzee vervoert is alles prima, lijkt het. Eigenlijk is de Zuiderzee het grootste openluchtpark van Nederland. En je mag er nog gratis in ook.

Schilderijen

Ikzelf schiet slechts plaatjes met mijn Iphone, maar voor de echte fotograaf is de inspiratie rond het Zuiderzeepad onuitputtelijk. Grote vergezichten met kleine hoekjes, wolkenluchten en water, je maakt zonder veel moeite de prachtigste foto’s. Als je op de foto’s klikt, worden ze groter.

Windmolens

Het Zuiderzeepad leidt je niet alleen langs de geschiedenis, maar ook langs de toekomst. Overal verschijnen windmolenparken. Onafzienbare rijen hoge propellors, klakkeloos langs elkaar geplaatst in kennelijke fantasieopstellingen, vervuilen het zicht op de horizon. En er is geen molen die zo snel draait als zijn buurman, dus het is eigenlijk één grote chaos. Dat geeft op sommige plekken een onrustig beeld, diepzinnig in de verte staren is er niet meer bij omdat er zelfs in je ooghoek altijd wat beweegt. Misschien dat we er ooit aan wennen, maar voorlopig denk ik dat het eerst erger wordt voordat het verbetert.

Vestingen

Omdat al die stadjes ooit aan zee lagen, hadden ze vaak ook een strategische functie in de landsverdediging. Er zijn nog diverse kastelen en versterkingswerken bewaard gebleven langs het Zuiderzeepad. Ook dat levert vaak mooie plaatjes op, zeker met de juiste wolkenlucht erboven.

Monumenten

Datzelfde geldt voor monumentale bouwwerken als vuurtorens en stoomgemalen. Ook de Hollandse Waterlinie kom je er op vele plekken tegen, vooral rondom Amsterdam natuurlijk, zoals in Naarden Vesting.

Diezelfde waterlinie leidde overigens tot verzet van Wilhelmina tegen de Zuiderzeewet, omdat ze bang was dat tijdens oorlog de boel te langzaam onder water zou lopen. Dat oorlogen sinds 1914 ook met vliegtuigen werden uitgevoerd was haar waarschijnlijk ontgaan.

Vlaktes

Tussen alle stadjes, clubs, vestingen en monumenten door is er vooral ook heel veel niets. Grote vlaktes met niets dan weiland, water of in bijzondere gevallen, ijs. Soms loop je uren door zo’n vlakte zonder iets tegen te komen. Ook geen horeca dus. Zorg er daarom voor dat je altijd voldoende eten en drinken meeneemt om een wandeldag door te komen.

Weer en wind is er daarentegen altijd wel, ook in het niets, maar daar had ik het al over gehad. Vaak kom je ook schapen tegen in het niets, of natuur, maar zelden allebei tegelijk. Als je dus geen schapen ziet, is er een grote kans op natuur. Kleine natuur weliswaar, maar daarom niet minder mooi.

Natuur

Wij liepen het Zuiderzeepad door zo’n beetje alle jaargetijden heen. Dan zie je de natuur ook steeds in verandering: bloemen, paddestoelen, vlinders, je komt onderweg van alles tegen. Inclusief zwermen lieveheersbeestjes. En muggen, een kleine sanitaire stop in de bosjes naast het pad door de Weerribben leidde tot meer dan twintig muggensteken in enkele seconden, gevolgd door dagenlange jeuk. U is gewaarschuwd.

Lange Enden

Is het dan alleen maar mooi op het Zuiderzeepad? Nee, dat is ook niet waar. Er zijn routes waar je kilometers lang op een kaarsrechte grasdijk loopt, dwars door het niets, met alleen maar schapen of lang gras tot je middel. Dat zijn taaie stukken, zeker als het weer en de wind ook extremer zijn dan gemiddeld. Dan is het naast heel lang, ook heel nat of heel heet.

Toch is dat ook tegelijkertijd weer mooi; het zijn goede oefeningen in de Stoa, leren om er niets van te vinden en te accepteren dat je er niet over gaat. Of vrij naar Carl Jung: ‘everything that irritates us about others and certain places can lead us to an understanding of ourselves.’ Zo is het ook nog een keer.

Tips op een rijtje

Het Zuiderzeepad is niet het eerste LAW-pad dat we liepen. Ook het Pieterpad, het Hanzestedenpad en het Limespad hebben we afgerond. Toch leerden we dat het Zuiderzeepad enkele eigenaardigheden heeft. Sommigen kwamen al voorbij in dit blog, maar hier alle tips op een rijtje.

  • Diverse plekken van het Zuiderzeepad zijn moeilijk bereikbaar met het OV en in het weekend soms helemaal niet. Aanrijtijden van anderhalf uur met de auto en daarna nog eens anderhalf uur in bussen met drie overstappen komen voor. Goed plannen is dus essentieel.
  • Let op de wind. Als het even kan adviseer ik die in de rug te houden. Ook daar moet je in je planning dus rekening mee houden.
  • Zorg ervoor dat je je benen volledig kan afschermen tegen hoog gras en brandnetels, met name over de dijken. Dat bespaart striemen, jeuk en vooral tekenbeten. Het is niet heel hip, maar handig zijn afritsbare pijpen wel.
  • Neem voldoende eten en drinken mee. Op de Lange Enden en in de Vlaktes is er alleen het grote niets.
  • Zorg ervoor dat je telefoon goed opgeladen is en neem eventueel een powerbank mee. Er zijn veel werkzaamheden aan dijken en soms moet je behoorlijk omlopen. Dan is het wel lekker dat je een routeplanner op je phone hebt.
  • Wees argwanend bij moerasachtige stukken in een natte zomer zoals die van 2021. Hordes muggen liggen in hinderlagen te wachten om je lek te steken. Dat kunnen ze door je kleding heen, is onze ervaring. Wij zijn op sommige plekken met de routeplanner van het officiële traject afgeweken.
  • Als je budget het toelaat is het leuk om meerdaagse wandeltochten met overnachting te plannen rondom de Zuiderzeestadjes. Wij verbleven onder andere in Enkhuizen en Stavoren. Dat heeft echt meerwaarde in de beleving van het Zuiderzeepad.

Het Zuiderzeepad is al met al een mooie uitdaging. Het kost even wat, maar het brengt je ook veel. Veel plezier!

Bier na de tweede lockdown

Bier na de tweede lockdown brengt u op de hoogte van onze laatste wandeltochten die we afsloten op een terras. Inmiddels het vierde blog in een serie over bierwandelen. Met in dit rijtje van acht veel dubbels. Vast toeval.

Eén van de grote genoegens van de boer is dat hij na een lange donkere winter zijn koeien weer los kan laten in de wei. Dat is feest. De beesten weten van gekkigheid niet meer hoe ze zich moeten verplaatsen, het springt, hobbelt en hoekt alle kanten uit. Precies zo voelde wij ons na het opheffen van de tweede lockdown. Alleen wisten wij wel wat we moesten doen. Lopen en naar het terras.

Isid’or

Het eerste bier na de tweede lockdown dronken we op een terras in Kampen. Het was 9 mei en we hadden er net een route opzitten van het Hanzestedenpad. Die eerste werd een Isid’or van La Trappe. Geen onbekende voor ons, alhoewel je hem opvallend weinig op de kaart ziet staan. Mooi amberkleurig bier met een gelaagde smaak, kruidige fruitigheid die overgaat in een karamelletje. En koop voor thuis die fijne fles van drie kwart liter. Voor de broodnodige bezinning.

Redenaar

Natuurlijk gingen we tijdens de lockdown ook niet helemaal op water en brood. Wel op hop, mout, water, tarwe, gist en rietsuiker. Op de juiste manier schudden en je hebt een Redenaar, die we aanschaften bij de plaatselijke Barbier. Donkerblond met een schitterende schuimkraag. Lekker droog, troebel en ietwat zoetig door z’n acht procentjes alcohol. Goed doordrinkbaar, zegt de brouwer, maar er staat niet bij wat dat voor de day after betekent. Ook al deden we er slechts één, wij zeggen: remember die Duvel Doorzak Dag, dan weet je het.

Kou van Jou

Op het Blauwspoorplein in Dordrecht bestelden we een Kou Van Jou van de Blauwe IJsbeer. Een geweldige naam die aanleiding geeft tot fijne flauwe grappen (‘Ik ook van jou’) als de beschikbare tapbiertjes worden opgesomd. Het biertje zelf is ook geweldig. Gembertje er in, niet overheersend, maakt het een fris bier. Rood van kleur, eerder een ale dan een blond, maar daar kniezen wij heel weinig oor over. Aanrader.

Giulia Ovest

Deze Giulia Ovest troffen we op een koud en winderig terras van een Italiaans restaurant nabij het station in Maarssen. We hadden er net een stuk Waterliniepad opzitten vanaf Utrecht en een kleine evaluatie met onze wandelgast was op zijn plaats. En dat ging uitstekend met dit amberkleurig bier uit Italie. Beetje notig van smaak, ik vind het verrassend lekker. Zou ik zeker weer bestellen, als het dan tenminste niet zo hard waait.

Fourchette

De Fourchette is een bijzonder bier, omdat hij niet zozeer gebrouwen is als wel samengesteld. Het is een blend. Jawel, een mengsel van witbier en tripel. Speciaal om te drinken bij de de meer culinaire gerechten dan een sateetje friet. De Fourchette zit stevig in zijn koolzuur, is droog kruidig met citrustonen, koriander en kruidnagel. Ik vond hem zwaar smaken, bijna traag. Eerder de feel van een wijn dan een bier. Dus kleine slokken in plaats van grote klokken. Maar wel eentje die de liefhebber geproefd moet hebben.

Leerdams Klokke Bier

Tussen de regenbuien door arriveerden we opmerkelijk droog op de Noorderwal in Leerdam, na zo’n 24 kilometer lopen op het Waterliniepad. Tijd voor een stevige opfrisser dus, die wij vonden in deze dubbele Leerdammer. Hij komt uit de brouwerij Steenberge, smaakt bitter bruin met kandij en lijkt wel wat op de Tongerlo. Dus when in Leerdam….

Meester Dubbel

Ook de Meester Dubbel dronken we tijdens de tweede lockdown gekluisterd aan huis. Heel erg donker bruin met ook een bruinig kraagje. Goed in de kandijsuikers, maar tegelijk ook bitter en fris. Leek sterk op het Leerdams Klokke bier. Kan je een mooie avond mee vullen als je er meer hebt dan één. Maar dat hadden we niet. Voortaan anders inkopen voor de thuisproeverij, zoveel werd mij duidelijk tijdens deze afzondering.

Postel

De Postel Dobbel wordt gebrouwen door Affligem. Het is een klassiek Belgisch dubbel bier, naar oud recept van de abdij van Postel. Die doen trouwens tegenwoordig vooral in de verkoop van kruiden uit eigen tuin. Het is een tamelijk zoetig bier, rozijntjes met bruine suiker. Voor op het terras prima te doen maar in de thuisfrigidaire ligt er dan toch eerder een Westmalle Dubbel.


Alle bierwandelblogs op een rijtje:

Bloem aan de wandel, uit de tuin

Bloem aan de wandel is ooit begonnen met één bloemenkiekje, maar is inmiddels een verzameling van meer dan 200 foto’s. Allemaal gemaakt tijdens wandelingen, met name op het Pieterpad. En een paar uit de tuin. Je vind ze hier op alfabetische volgorde onder elkaar. Bloem aan de wandel is vooral bedoeld als een plaatjesblog. Het is dus geen gids.

Met een app kun je redelijk goed uitzoeken welke bloem je op de gevoelige plaat hebt gezet. Toch is dat niet altijd even makkelijk. Vooral bij trossen had mijn app altijd moeite met bedenken wat ie daar voor zich had. Ik heb tot nu toe Plantsnap gebruikt voor determineren en zelfs een jaar lang de betaalde versie, omdat je daarmee ongelimiteerd kunt zoeken. En dat had ik in het begin zeker wel nodig, met de tien foto’s uit de gratis versie kwam ik niet uit.

Toen bij verlenging het abonnementsgeld werd verhoogd van 8 euro per jaar naar 21,99 ben ik er mee gestopt. Met de gratis versie kom ik tegenwoordig redelijk uit de voeten, al was het maar omdat er al meer dan 200 bloemen in de collectie zitten. Zoveel nieuwe zal ik dus niet meer tegenkomen. Bovendien kun je tegenwoordig ook foto’s die je al eerder gemaakt hebt invoeren. Maak je dus meer dan tien foto’s, voeg je de rest in de dagen erna toe.

Plantsnap kort je foto’s wel in. Dus als je echt mooie bloemen tegenkomt, gebruik dan Plantsnap niet maar voeg de foto later toe. Wat er ook kan gebeuren met Plantsnap is dat ie de kleuren overbelicht. Soms lijkt het dan net op een tekening, zoals bij de Akker Vergeet-mij-nietjes. Die moet ik dus nog een keer opnieuw vastleggen dit jaar. Plus nog een paar anderen :-).

Veel van de foto’s uit dit blog heb ik naderhand nog gecheckt via internetsites. Maar niet allemaal. Dus ik kan niet 100% garanderen dat overal de juiste naam bijstaat. Maar dat maakt de bloem zelf niet minder mooi.

Oh ja, wellicht ten overvloede, als je op de foto klikt (bovenste helft) wordt ie groot. Da’s niet altijd beter, maar wel groter.

Bloem aan de wandel van A t/m E

Bloemen aan de wandel van F t/m G

Bloem aan de wandel van H t/m L

Bloem aan de wandel van M t/m P

Bloemen aan de wandel van R t/m Z

Verrassend bier na de drooglegging van 2020

Eén van de grootste genoegens in dit leven is misschien wel een lekker bier op een terras na een lange wandeling. Het liefst eentje uit de streek zelf. Dat je ergens bent wezen lopen, de omgeving hebt verkend en bekeken, wie weet zelfs interessante gesprekken hebt gevoerd met mensen die je er tegenkwam. En dan als kers op de appelmoes een streekbier; de smaak van die buurt. Hoe veel mooier kan het zijn?

Sinds de intelligente lockdown weten we dat: niet. Mooier wordt het niet. Lopen, dat gaat nog wel. Rondjes om de kerk, klompenpaden, trage tochten, zolang het maar van A naar A gaat en met eigen auto, dan komt het goed. Maar die bieren, die werden node gemist. Dat dan de Stoa zegt dat de objectieve feiten niet het probleem zijn, maar wel je reactie er op maakt het niet veel beter: geen bier is geen bier, Seneca en Marcus Aurelius. Moet een mens dan alles maar accepteren?

Maar voor het echt nijpend werd was daar gelukkig de versoepeling. Na gedane wandeling is er weer open terras, met bier. Zoveel vreugd moet worden gevierd met zeven verrassende biertjes, de ervaring van afgelopen weken. Het is nog niet helemaal als de beste bieren van het Pieterpad, maar het herbegin is hier; verrassingen na onderweg.

Vlak bij ons huis, aan de Laarder Wasmeerroute, ligt Bluk. Theehuis op de hei, met genoeg empatisch vermogen er fijne bieren te schenken zonder te vragen of de betreffende wandelaar wel genoeg kilometers heeft gemaakt voor zijn beloning. Want die beloning is groot: een Gerardus Kloosterbier van de tap. Een Gulpener dubbelbier van 7%, beetje bitter, notig, cederhoutje. Maar niet zoet, helemaal niet zoet. En dus, als we niet braaf zijn maar dorstig, lopen we slechts de anderhalve kilometer van de route die nodig zijn om bij Bluk te komen. Ja, u leest het goed: met die anderhalve kilometer maatschappij gaan we het gewoon helemaal sjeffen.
Het allernieuwste klompenpad is het Ambts- en Rijkspad. Wij liepen er toevallig op de dag dat het officieel werd geopend en het is één van de leukste klompenpaden die er is. Gasterij De Arend ligt zowel aan het begin als aan het eind van de route. Hoe vriendelijk is dat: dat je vanaf de start weet waar je aan het eind een bier kunt kopen. Aldaar raden wij de Scotch Crowned Trees Stout aan. Een ale van 7,2%, al in 1921 gebrouwen door Wielemans uit het Brusselse Vorst en sinds kort weer terug in de AB Inbev stal. Zacht zoetig en mooi roodbruin van kleur. Eigenlijk is er maar één nadeel aan: de flesjes zijn slechts 25 centiliter. Zo zou Wielemans het vast niet gewild hebben.
When in Dokkum, do as the Dokkumers do: drink a Bonifatius bier. Wij deden het Wad Wit. Inderdaad, een wit bier, van 5,2 % maar dan met zeewier er in. Ja, zeewier. Lekker ziltig. En dan ook nog eens met water uit de bron die Bonifatius daar volgens de legende ergens tussen 675 en 754 ontdekte. Verder met koriander en sinasappelschil. Wel lekker, maar ook heftig. Twee achter elkaar bleek eentje te veel.
Ook in Dokkum gedronken: It Lulke Wiif van brouwerij de Freonskip. Een hoogblond bier van 7%, met een bijzondere smaak door toevoeging van de Wichter, een pruim die slechts in de Friese Wouden voorkomt. Het was een prettige kennismaking, althans de eerste paar slokken. Daarna werd het wiif kennelijk echt lulk en trok ze alle belletjes eruit. Wat overbleef was een kruidendrankje zonder prik.
Op het terras van Wad Oars in Anjum bestelden we een koude klets: Kald Kletske. Gewoon spesjaal bier van brouwerij Dockum. Een echte blond, hoog in het koolzuur en zoals wij dat bij tropische temperaturen graag hebben, goed doordrinkbaar. Doe er nog maar één.
Nuchtere Heit. Alcoholvrij. Omdat je soms ook nog moet rijden. Omdat je na een halve dag Spa Rood wel eens wat anders wil. Omdat het hitteprotocol zegt dat je veel moet drinken. Omdat het toevallig op de kaart stond. Omdat je om 15.00 geen zin meer hebt in koffie. Omdat thee voor vroeg is en voor laat, niet voor er tussenin. Daarom.
U wist dat natuurlijk, maar ik stond er nooit bij stil: ook het Lauwersmeer was ooit een zee. Met vissersplaatsjes erlangs, zoals Zoutkamp. En daar hebben vijf mannen Solt opgericht: “wij dromen van een erfenis voor onze kinderen- en kleinkinderen, waarin ook zij op een duurzame manier kunnen blijven oogsten uit een vruchtbare zee en smaakvolle levensmiddelen ontwikkelen vanuit één passie. Smaak!” Eén van die smaken is de Seeratt: een blond bier van 5,8% dat neigt naar Ipa, met een mooie dot gist in het glas dat het lekker troebel maakt. Wat ik ook niet wist: een seeratt komt nooit alleen.

Alle bierwandelblogs op een rijtje:

De vijf foute verleidingen voor de bourgondische wandelaar

18 augustus 2019

De wandelroutes van het Pieterpad zijn lang genoeg om er een dagje over te doen, zeker als je de reistijd meerekent. Dat wordt dus lunchen onderweg, de vraag is dan wat en waar? En het gaat wel ergens over, want van een verkeerde keuze heb je nog de rest van de dag last. Daarom verzamelde ik deze vijf foute verleidingen voor de bourgondische wandelaar. Met een knipoog en illustraties van Wendy Kiel.

Wandelboekenplankje

Rechtsboven in de kast ligt het wandelboekenplankje. Vol met spannende verhalen over reizen in onherbergzaam gebied, zoals Alaska. Het zijn stuk voor stuk dappere wandelaars die flink moeten afzien op hun tochten en daar dan verslag van doen. Mooi om te lezen, maar ik moet er eerlijk gezegd niet aan denken om zelf zo de wildernis in te gaan. Dergelijke ontberingen zijn mij niet gezien.

Bourgondische wandelaar

Ik ben meer een bourgondische wandelaar. De hoogtepunten van een wandeling zijn voor mij de lunch en het streekbier na afloop. De natuur is prachtig, maar je moet er wel wat te drinken bij hebben, Willem Kloos zei het al.

Dat ik een bourgondische wandelaar ben betekent overigens niet dat ik een domme wandelaar ben. Dus nemen we bijna altijd braaf onze boterhammetjes van huis mee in een vrolijk groen trommeltje. Want je komt niet elke keer een uitspanning tegen onderweg.

Het groene trommeltje

En ja, om je eigen bammetjes te eten op een mooi plekje in de zon, met een prachtig uitzicht op de natuur, is natuurlijk een geweldige ervaring. Al is het niet altijd makkelijk om zo’n plekje te vinden, zoals ik in dit blog over wandeltuig en fietsgespuis heb geschreven. Er lijkt wel sprake van een correlatie tussen het aantal bankjes, de horecagelegenheden onderweg en de kwaliteit van het uitzicht: hoe mooier, hoe meer. De tip is dus te stoppen op het hoogtepunt. Als je langer doorloopt vindt je geen goed bankje meer, noch een cafe. Maar ik kan het mis hebben.

egodepletie

Gesteld dat je onderweg een gelegenheid treft die lunch serveert, dan is het daarna de vraag wat je eens zal bestellen. Want wandelen maakt hongerig en dat is een valkuil voor de bourgondische wandelaar: dan denk je niet objectief meer en raak je onderhevig aan foute impulsen. Egodepletie noemen ze dat met een mooi woord. Praktisch gezien verliest je wilskracht om gezonde salade te bestellen het van de drang naar vet en frituur. En daar krijg je later heel vaak spijt van. Ik verzamelde vijf foute verleidingen voor de bourgondische wandelaar.

foute verleidingen

Op 5: alles met pindasaus. Het ruikt altijd geweldig, pindasaus, al ziet het er niet uit door die vette bruine kleur. Dat moet eigenlijk al een waarschuwing zijn. Na een paar happen zit je vol, ongeacht het gerecht dat onder de pindasaus zit. Daardoor eet je eigenlijk te weinig voor de wandelinspanning die je doet. Nog voordat je vier kilometer verder bent heb je alweer trek en krijg je Hoegaardevoetjes. (Die had ik vroeger wel eens in mijn studietijd, als ik de stad in ging en zonder lunch aan de Hoegaardes begon, waarna ik bibberig terug naar huis moest lopen. Dat dus.)

De Flappeltaart

Op 4: appeltaart. Huisgemaakt. Naar grootmoeders recept. Uit eigen boomgaard. De meest prachtige aanbevelingen vergezellen de gemiddelde appeltaart in de horeca. De realiteit is vaak dat je een ijskoude homp gebak op je bord krijgt, die daarnet nog in de koelkast stond. Soms komt het plastic folie er nog af. Niet vers, niet lekker; Flappeltaart.

Op 3: alles met gebakken spek. Ruikt ook al zo lekker maar is uiteindelijk altijd te vet en te zout. Eenmaal weer onderweg breekt het maagzuur je op en heb je de hele tijd dorst. Dat brengt dan allerlei ander ongemak met zich mee. Niet doen, spek.

Op 2: de kroketten met brood. Johannes van Dam was er verzot op, zo bleek uit zijn Krokettenboek. “Een krokant korstje rond een zachte vulling. En dat korstje, in principe van paneermeel, is in de frituur ontstaan.” Onweerstaanbaar natuurlijk, maar dan moet het wel goed gemaakt zijn. Lekker heet, niet aangebrand en ook van binnen op temperatuur. Hoe vaak gaat het daar niet mis en krijg je zwartig paneermeel met nog bevroren ragout van binnen. Vooral bij de Van Dobbes is dat risico groot en ontploft de snack als een kruiskroket in de maag. Helemaal als het op zo’n plat wit boterhammetje wordt geserveerd. Dat doet boem in de buik.

De Kruiskroket

Op 1: de pannenkoek. Of pannekoek, ik ben nog uit de tijd dat je slechts één pan nodig had voor een koek. Dat wat het meest makkelijk lijkt om te maken, is misschien wel het allermoeilijkst: een goede pannenkoek. Dus eentje die door en door is gebakken, zonder nattig beslag van binnen en aangebrande korsten van buiten. Waar de appel er niet slechts rauw op is gegooid. En die niet zo belachelijk groot is dat je de helft kan laten staan. Toch blijf je het steeds weer proberen, in de hoop dat het deze keer wel een pannekoek is die smaakt zoals vroeger vader ze bakte op zaterdagavond. Dat zulks nooit meer zal gebeuren is de pannevloek. Probeer daar maar eens vanaf te komen.

De Pannevloek
het lot van de lekkere loper

Vijf foute verleidingen voor de bourgondische wandelaar, ze zullen voor velen herkenbaar zijn. Dat is tenminste wel wat ik zie tijdens lunch op de routes van het Pieterpad en andere lange afstand wandelpaden: appeltaart, kroketten en pannenkoeken, poffertjes soms. Ik noem dat maar het lot van de lekkere loper: net te lang doorgegaan om salade te bestellen. Vergeet daarom nooit een gevulde broodtrommel van thuis mee te nemen. Dan kan je die foute verleiding compenseren met een gezonde boterham, om die 24 kilometer goed uit te lopen en tegelijk een goede basis te leggen voor het biertje na afloop. Want je bent een bourgondische wandelaar of je bent het niet.

Het oude stadhuis van Gennep strooit ooieveren

We kwamen over de Niers en langs de Martinustoren, voor we het oude stadhuis van Gennep bereikten. Het is een pront gebouwtje. Niet heel erg groot, maar van voldoende formaat om indruk te maken. Het telt twee reguliere verdiepingen, en een derde onder een schuin dak, dat op de kopse kant is afgewerkt met een sierlijk trapgeveltje.

Die trap kent vijf treden aan weerszijden van de gevel. Op elke trede rust een stenen bol, waar metalen spiralen uitsteken richting de vier windrichtingen. Plus eentje naar boven, waarheen het zelden waait.

Er zitten veel ankers in de muren, gitzwart zijn ze, strak in de verf. Voor zo’n oud pand, het dateert uit 1620, zitten er ook nogal wat ramen in. Aan de voorgevel zijn die bovendien voorzien van bloedrode luiken, die mede bijdragen aan de stoere uitstraling.

Dan is daar verder nog het torentje, aan de voorkant van het huis. Achtkantig is ie, met een gouden uurwerk net onder de top. In het dak van de toren is een carillon verwerkt met 25 klokken. Uit Aarle-Rixtel komen ze, zo las ik later, van Petit & Frissen.

Meest opvallend is misschien nog wel de staat van het metselwerk. Dat ziet er puik uit. Het oude stadhuis van Gennep werd goed onderhouden, zo veel was zeker.

Het torentje van het stadhuis

Wel lag er opvallend veel vogelpoep aan de zijkant van het gebouw. Vast van duiven, dacht ik, dat zie je wel vaker. Zwaluwen, de mogelijk andere verdachten, waren nergens te bekennen. Toen ik langs de gevel omhoogkeek, zag ik overal van die spijkers in de vensterbanken, bedoeld om vogels weg te houden. Zie je wel, stelde ik vast.

We vervolgden onze tocht door Gennep.

Later liepen we terug richting ons hotel en keken nu recht op het stadhuis, vanaf de Markt. Ook uit die hoek gezien is het een fier gebouwtje, waarbij vooral de toren in het oog springt. Daar kijk je dan ook frontaal op.

Rechts van de toren, vanaf de rand van het dak, zat een grote grijzige vlek. Alsof er een enorme lekkage was geweest en dat de omtrek daarvan nu door de dakpannen heen omhoog vlekte.

Curieus.

Met een omtrekkende beweging liepen we verder, om het oude centrum heen. De buitenverkenning was nog niet afgerond. Er passeerden straten met namen als Haspel, Gaest en Doelen. Via het Mozaïekplein kwamen we tenslotte achter het stadhuis, waar we verrast werden door luid geklepel van een ooievaar.

Toen zagen we het pas: bovenop de schoorsteen, aan de rechterkant van het stadhuis, lag een eibersnest met drie bewoners. Niks duivenpoep noch lekkage, gewoon ooievaarskak.

En veel.

Het was een groot raadsel dat we daar al die tijd overheen hadden gekeken. Misschien toch dat als je iets niet verwacht, je het ook niet ziet. Soms is een ooievaar net een gorilla in een basketbalwedstrijd.

Het ooievaarsnest vanaf de achterzijde van het stadhuis

We gingen op het terras van hotel De Kroon zitten, onder de luifel. Van daaruit hadden we goed zicht op het ooievaarsnest. Het was inmiddels tegen vijven, wolken trokken samen, maar de wind bleef liggen. Wandelaars kwamen voorbij en keken om zich heen, wikkend en wegend of ze door zouden lopen.

De ooievaars waren ondertussen begonnen met het onderhoud van het verenkleed. Met hun lange snavel wroetten ze tussen de schachten, vlaggen en baarden. Alles werd minutieus op z’n plek gelegd.

Af en toe keken ze even bij elkaar, alsof ze advies gaven, waarna ze weer hun halzen bogen en in de eigen tooi verdwenen.

Om hen heen vloog van allerlei gespuis, duiven, kauwen, het kon ze niet boeien. Veren vouwen, dat was het enige wat ertoe deed deze middag.

Het ooievaarsnest vanaf het terras van De Kroon

Inmiddels was het zachtjes gaan regenen. Een klein windje stak op, maar onder de luifel van de Kroon merkte je er weinig van. Terwijl er hoog boven ons verendekjes werden opgeruimd, stond hier beneden de tijd stil. We hoefden nergens heen en er was niks wat vandaag nog gedaan moest worden. Even viel alles op z’n plaats.

We keken recht over de markt uit toen er een wit donsveertje voorbij dwarrelde, en nog een, en nog een.

Geen sneeuwvlokjes.

Ooieveren.


Dit is één van de twaalf verhalen over het Pieterpad. De andere elf vind je hier.

Kruisende paden op de Sallandse Heuvelrug

Ed Oomes, 7 juli 2019

Kruisende paden is het thema van dit blog over route tien en elf van het Pieterpad. Kruisende wandelpaden, kruisende bospaden en we doorkruisen Deventer. Nou ja, een stukje dan.

Land doorkruisen

De reis naar de verschillende etappes van het Pieterpad is soms nog een grotere opgave dan de wandeling zelf. Het zijn soms hele expedities waarbij je het halve land doorkruist. Eerst uitzoeken welke treinen en bussen er gaan, paar keer overstappen, tijdje wachten tussen aansluitingen door. En vroeg weg als je nog op tijd terug bij huis wilt zijn. Daarom is het prettig om af en toe te overnachten tussen twee routes in. Wij deden dat vanuit Hellendoorn. Gingen we een dagje naar Ommen (21 km), en de andere naar Holten (16 km). Allebei over de Sallandse Heuvelrug, een prachtige omgeving.

Kunstwerk De Beuk ligt net naast station Holten en legt uit waaraan Rijssen en Holten hun naam te danken hebben.

Kruisende wandelpaden

Over de hele Sallandse heuvelrug kom je massa’s andere wandelpaden tegen. Een van de leukste is het wereldtijdpad, waar je vrijwel direct vanuit het station Holten tegenaan loopt. Eerst denk je nog dat het een verdwaald paaltje is dat naar een bepaalde gebeurtenis verwijst, maar al gauw zie je dat er elke 25 meter een ander paaltje staat met nieuws uit een bepaald jaar. Het roept de vraag op waarom al die paaltjes daar staan.

Paaltje 1965 van wereldtijdpad

Op de website van het wereldtijdpad staat het volgende doel. “De stichting heeft ten doel het inrichten, duurzaam beheren, onderhouden en uitbouwen van het Wereldtijdpad en bij een breed publiek stimuleren van historisch besef, van belangstelling voor het verleden en van kennis van historische feiten en ontwikkelingen, alles in de ruimste zin van het woord.” Daarom dus.

Iets verderop, je loopt dan al op de Holterberg, kruist het Pieterpad met het Marskramerpad. Letterlijk een kruisend pad, één van de vele die je er tegenkomt. Een gebied om nog eens naar terug te keren zonder Pieterpad, er is genoeg te wandelen.

Kruisende bospaden

In het hele gebied van de Heuvelrug lagen overal muren van gerooide boomstammen. Bij de eerste stapel sta je nog vol bewondering te kijken naar al die stammen op elkaar en hoe ze die zo opgebouwd hebben (met de waarschuwing ‘niet beklimmen’). Maar als zo langzamerhand achter elke bocht een nieuwe stapel hout ligt, vraag je je toch af wat er aan de hand is. Waarom wordt er zo veel gekapt?

Hier en daar gaf een bord wat voorlichting. De bomen werden gerooid om ruimte geven aan een opener en diverser landschap. Persoonlijk kan ik me daar wel in vinden. De monotone dennenbossen spreken niet zo tot mijn verbeelding en ik hou meer van de heide met uitzicht. In de pers werd echter een flinke strijd uitgevochten over nut en noodzaak van deze kap, onder andere door de oude directeur van Staatsbosbeheer. Een typisch geval van kruisende bospaden. Ook bij Natuurmonumenten werden de degens gekruist. Na een ledenraadpleging is daar besloten om het beleid aan te passen. Bomen die gekapt worden voor een diverser bos, moeten elders gecompenseerd worden met nieuwe aanplant. Een mooie polderuitkomst: meer ruimte en meer bomen.

Het kruis van Twilhaar

Midden in het bos, in de buurt van Nijverdal, ligt het monument van Twilhaar. Twilhaar was ooit opgezet als werkverschaffingskamp door de Rijksdienst van Werkverruiming, om werklozen uit de Randstad aan het werk te krijgen. In het voorjaar van 1942 nam de bezetter het kamp over en bracht er 83 joodse mannen uit Groningen onder. Dat duurde maar kort. Op 2 oktober van dat jaar voerden de Duitsers plotseling alle bewoners af naar Westerbork, om vanuit daar gedeporteerd te worden naar de vernietigingskampen in het Oosten.

Deventer

En als je dan toch in Hellendoorn overnacht, is een klein uitstapje naar Deventer zo gemaakt. In de buurt van de Bergkerk ligt een prachtig stukje middeleeuwse stad, waar het zeer de moeite is om een kijkje te nemen. Van daar is het nog maar een klein stukje naar het centrum, voor een biertje op een terrasje.

Na 20 jaar weer in de Smeepoortstraat, Harderwijk

Ed Oomes, 2 januari 2019

We liepen het Zuiderzeepad, rond de kerstdagen van 2018, en kwamen ook door Harderwijk. Ik was er meer dan 20 jaar niet geweest, niet meer na die fatale brand in de Smeespoortstraat van 27 januari 1998. En ik wilde die plek weer eens terug zien, net zoals ik van de zomer bij De Kelders in Leeuwarden was wezen kijken.

De Smeespoortstraat op 31 december 2018

Het eerste wat me opviel was dat ik me zo weinig van de straat zelf herinnerde. Ik had er uren rondgelopen toentertijd, als begeleider van de onderzoeken vanuit mijn rol in het begrafenis bijstandsteam. Maar nu kwam vrijwel niets me bekend voor. Toen ik de foto van de brand terugzag viel het uithangbord van Randstad mij op. Die zat er dus nog steeds. Dat was het baken om het inmiddels volledig herbouwde pand terug te vinden.

Dit is de voorkant van het nieuwe gebouw
Dit is de zijkant, Brouwersteeg. Hoekpand met 2 straten erlangs, maar wat ligt er nog achter en hoe kom je daar?

Net als in Leeuwarden viel de complexiteit van de situatie mij op. Ik wist nog dat de eerste eenheden vol op de hoofdingang hadden ingezet, om de bewoner te redden die nog binnen moest zijn. Harm en Erik hadden zichzelf ingezet aan de zijkant van het gebouw, in het straatje ernaast. Daarna waren ze de trap opgelopen, gevolgd door nummer drie met een straal, maar die moest door een te korte slang beneden blijven. Even later ging het boven volledig mis. Gek genoeg kan ik me nog wel herinneren hoe het pand er van binnen uitzag en hoe klein het eigenlijk was. Het gaf mij eens te meer aan hoe gevaarlijk binnenstadsbranden ook weer zijn.

De Brouwersteeg, zijstraat van de Smeepoortstraat

Hoekpanden zijn overigens alleen al lastig door de plaatsbepaling van de eenheden. Waar zit de voorkant, hoe noem je de zijkanten? En welke zijkant zit je dan? BIN (Brandweerman in Nood) adviseert daarom het ABCD model te gebruiken. Op Harderwijk toegepast zou de eerste aanval dan op de Alfa gevel zijn geweest en zaten Harm en Erik op de Delta gevel. Ik denk overigens niet dat het voor deze brand wat uitgemaakt zou hebben. Wel denk ik dat hulpmiddelen als het Kwadrantenmodel en het ABCD model de situational awareness vergroten en daarmee altijd de veiligheid helpen verbeteren. Op deze website lees je meer over het ABCD model.

Terwijl ik mijn foto’s stond te maken en af en toe in de straat staarde, sprak een wat oudere vrouw mij aan. Wat ik daar toch in de lucht zag? Of sprak ik zufallig Deutsch? Ik vertelde haar wat er twintig jaar geleden gebeurd was en ze schudde met haar hoofd. “Tsjonge,” zei ze, “nu woon ik hier toch al veertig jaar, maar ik dacht toch echt dat het verderop in de straat was.” Dat was niet zo, kon ik haar laten zien: in de zijkant, op de Deltagevel in de Brouwersteeg, staat dit herdenkingsteken.

Ook ik zal ze nooit vergeten.
« Oudere berichten

© 2022 Rizoomes

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑