Wanderings

Tag: Wandelen

Bloem aan de wandel, uit de tuin

Leestijd: 13 minuten

Bloem aan de wandel is ooit begonnen met één bloemenkiekje, maar is inmiddels een verzameling van meer dan 200 foto’s. Allemaal gemaakt tijdens wandelingen, met name op het Pieterpad. En een paar uit de tuin. Je vind ze hier op alfabetische volgorde onder elkaar. Bloem aan de wandel is vooral bedoeld als een plaatjesblog. Het is dus geen gids.

Met een app kun je redelijk goed uitzoeken welke bloem je op de gevoelige plaat hebt gezet. Toch is dat niet altijd even makkelijk. Vooral bij trossen had mijn app altijd moeite met bedenken wat ie daar voor zich had. Ik heb tot nu toe Plantsnap gebruikt voor determineren en zelfs een jaar lang de betaalde versie, omdat je daarmee ongelimiteerd kunt zoeken. En dat had ik in het begin zeker wel nodig, met de tien foto’s uit de gratis versie kwam ik niet uit.

Toen bij verlenging het abonnementsgeld werd verhoogd van 8 euro per jaar naar 21,99 ben ik er mee gestopt. Met de gratis versie kom ik tegenwoordig redelijk uit de voeten, al was het maar omdat er al meer dan 200 bloemen in de collectie zitten. Zoveel nieuwe zal ik dus niet meer tegenkomen. Bovendien kun je tegenwoordig ook foto’s die je al eerder gemaakt hebt invoeren. Maak je dus meer dan tien foto’s, voeg je de rest in de dagen erna toe.

Plantsnap kort je foto’s wel in. Dus als je echt mooie bloemen tegenkomt, gebruik dan Plantsnap niet maar voeg de foto later toe. Wat er ook kan gebeuren met Plantsnap is dat ie de kleuren overbelicht. Soms lijkt het dan net op een tekening, zoals bij de Akker Vergeet-mij-nietjes. Die moet ik dus nog een keer opnieuw vastleggen dit jaar. Plus nog een paar anderen :-).

Veel van de foto’s uit dit blog heb ik naderhand nog gecheckt via internetsites. Maar niet allemaal. Dus ik kan niet 100% garanderen dat overal de juiste naam bijstaat. Maar dat maakt de bloem zelf niet minder mooi.

Oh ja, wellicht ten overvloede, als je op de foto klikt (bovenste helft) wordt ie groot. Da’s niet altijd beter, maar wel groter.

Bloem aan de wandel van A t/m E

Bloemen aan de wandel van F t/m G

Bloem aan de wandel van H t/m L

Bloem aan de wandel van M t/m P

Bloemen aan de wandel van R t/m Z

Verrassend bier na de drooglegging van 2020

Leestijd: 4 minuten

Eén van de grootste genoegens in dit leven is misschien wel een lekker bier op een terras na een lange wandeling. Het liefst eentje uit de streek zelf. Dat je ergens bent wezen lopen, de omgeving hebt verkend en bekeken, wie weet zelfs interessante gesprekken hebt gevoerd met mensen die je er tegenkwam. En dan als kers op de appelmoes een streekbier; de smaak van die buurt. Hoe veel mooier kan het zijn?

Sinds de intelligente lockdown weten we dat: niet. Mooier wordt het niet. Lopen, dat gaat nog wel. Rondjes om de kerk, klompenpaden, trage tochten, zolang het maar van A naar A gaat en met eigen auto, dan komt het goed. Maar die bieren, die werden node gemist. Dat dan de Stoa zegt dat de objectieve feiten niet het probleem zijn, maar wel je reactie er op maakt het niet veel beter: geen bier is geen bier, Seneca en Marcus Aurelius. Moet een mens dan alles maar accepteren?

Maar voor het echt nijpend werd was daar gelukkig de versoepeling. Na gedane wandeling is er weer open terras, met bier. Zoveel vreugd moet worden gevierd met zeven verrassende biertjes, de ervaring van afgelopen weken. Het is nog niet helemaal als de beste bieren van het Pieterpad, maar het herbegin is hier; verrassingen na onderweg.

Vlak bij ons huis, aan de Laarder Wasmeerroute, ligt Bluk. Theehuis op de hei, met genoeg empatisch vermogen er fijne bieren te schenken zonder te vragen of de betreffende wandelaar wel genoeg kilometers heeft gemaakt voor zijn beloning. Want die beloning is groot: een Gerardus Kloosterbier van de tap. Een Gulpener dubbelbier van 7%, beetje bitter, notig, cederhoutje. Maar niet zoet, helemaal niet zoet. En dus, als we niet braaf zijn maar dorstig, lopen we slechts de anderhalve kilometer van de route die nodig zijn om bij Bluk te komen. Ja, u leest het goed: met die anderhalve kilometer maatschappij gaan we het gewoon helemaal sjeffen.
Het allernieuwste klompenpad is het Ambts- en Rijkspad. Wij liepen er toevallig op de dag dat het officieel werd geopend en het is één van de leukste klompenpaden die er is. Gasterij De Arend ligt zowel aan het begin als aan het eind van de route. Hoe vriendelijk is dat: dat je vanaf de start weet waar je aan het eind een bier kunt kopen. Aldaar raden wij de Scotch Crowned Trees Stout aan. Een ale van 7,2%, al in 1921 gebrouwen door Wielemans uit het Brusselse Vorst en sinds kort weer terug in de AB Inbev stal. Zacht zoetig en mooi roodbruin van kleur. Eigenlijk is er maar één nadeel aan: de flesjes zijn slechts 25 centiliter. Zo zou Wielemans het vast niet gewild hebben.
When in Dokkum, do as the Dokkumers do: drink a Bonifatius bier. Wij deden het Wad Wit. Inderdaad, een wit bier, van 5,2 % maar dan met zeewier er in. Ja, zeewier. Lekker ziltig. En dan ook nog eens met water uit de bron die Bonifatius daar volgens de legende ergens tussen 675 en 754 ontdekte. Verder met koriander en sinasappelschil. Wel lekker, maar ook heftig. Twee achter elkaar bleek eentje te veel.
Ook in Dokkum gedronken: It Lulke Wiif van brouwerij de Freonskip. Een hoogblond bier van 7%, met een bijzondere smaak door toevoeging van de Wichter, een pruim die slechts in de Friese Wouden voorkomt. Het was een prettige kennismaking, althans de eerste paar slokken. Daarna werd het wiif kennelijk echt lulk en trok ze alle belletjes eruit. Wat overbleef was een kruidendrankje zonder prik.
Op het terras van Wad Oars in Anjum bestelden we een koude klets: Kald Kletske. Gewoon spesjaal bier van brouwerij Dockum. Een echte blond, hoog in het koolzuur en zoals wij dat bij tropische temperaturen graag hebben, goed doordrinkbaar. Doe er nog maar één.
Nuchtere Heit. Alcoholvrij. Omdat je soms ook nog moet rijden. Omdat je na een halve dag Spa Rood wel eens wat anders wil. Omdat het hitteprotocol zegt dat je veel moet drinken. Omdat het toevallig op de kaart stond. Omdat je om 15.00 geen zin meer hebt in koffie. Omdat thee voor vroeg is en voor laat, niet voor er tussenin. Daarom.
U wist dat natuurlijk, maar ik stond er nooit bij stil: ook het Lauwersmeer was ooit een zee. Met vissersplaatsjes erlangs, zoals Zoutkamp. En daar hebben vijf mannen Solt opgericht: “wij dromen van een erfenis voor onze kinderen- en kleinkinderen, waarin ook zij op een duurzame manier kunnen blijven oogsten uit een vruchtbare zee en smaakvolle levensmiddelen ontwikkelen vanuit één passie. Smaak!” Eén van die smaken is de Seeratt: een blond bier van 5,8% dat neigt naar Ipa, met een mooie dot gist in het glas dat het lekker troebel maakt. Wat ik ook niet wist: een seeratt komt nooit alleen.

De vijf foute verleidingen voor de bourgondische wandelaar

Leestijd: 5 minuten
18 augustus 2019

De wandelroutes van het Pieterpad zijn lang genoeg om er een dagje over te doen, zeker als je de reistijd meerekent. Dat wordt dus lunchen onderweg, de vraag is dan wat en waar? En het gaat wel ergens over, want van een verkeerde keuze heb je nog de rest van de dag last. Daarom verzamelde ik deze vijf foute verleidingen voor de bourgondische wandelaar. Met een knipoog en illustraties van Wendy Kiel.

Wandelboekenplankje

Rechtsboven in de kast ligt het wandelboekenplankje. Vol met spannende verhalen over reizen in onherbergzaam gebied, zoals Alaska. Het zijn stuk voor stuk dappere wandelaars die flink moeten afzien op hun tochten en daar dan verslag van doen. Mooi om te lezen, maar ik moet er eerlijk gezegd niet aan denken om zelf zo de wildernis in te gaan. Dergelijke ontberingen zijn mij niet gezien.

Bourgondische wandelaar

Ik ben meer een bourgondische wandelaar. De hoogtepunten van een wandeling zijn voor mij de lunch en het streekbier na afloop. De natuur is prachtig, maar je moet er wel wat te drinken bij hebben, Willem Kloos zei het al.

Dat ik een bourgondische wandelaar ben betekent overigens niet dat ik een domme wandelaar ben. Dus nemen we bijna altijd braaf onze boterhammetjes van huis mee in een vrolijk groen trommeltje. Want je komt niet elke keer een uitspanning tegen onderweg.

Het groene trommeltje

En ja, om je eigen bammetjes te eten op een mooi plekje in de zon, met een prachtig uitzicht op de natuur, is natuurlijk een geweldige ervaring. Al is het niet altijd makkelijk om zo’n plekje te vinden, zoals ik in dit blog over wandeltuig en fietsgespuis heb geschreven. Er lijkt wel sprake van een correlatie tussen het aantal bankjes, de horecagelegenheden onderweg en de kwaliteit van het uitzicht: hoe mooier, hoe meer. De tip is dus te stoppen op het hoogtepunt. Als je langer doorloopt vindt je geen goed bankje meer, noch een cafe. Maar ik kan het mis hebben.

egodepletie

Gesteld dat je onderweg een gelegenheid treft die lunch serveert, dan is het daarna de vraag wat je eens zal bestellen. Want wandelen maakt hongerig en dat is een valkuil voor de bourgondische wandelaar: dan denk je niet objectief meer en raak je onderhevig aan foute impulsen. Egodepletie noemen ze dat met een mooi woord. Praktisch gezien verliest je wilskracht om gezonde salade te bestellen het van de drang naar vet en frituur. En daar krijg je later heel vaak spijt van. Ik verzamelde vijf foute verleidingen voor de bourgondische wandelaar.

foute verleidingen

Op 5: alles met pindasaus. Het ruikt altijd geweldig, pindasaus, al ziet het er niet uit door die vette bruine kleur. Dat moet eigenlijk al een waarschuwing zijn. Na een paar happen zit je vol, ongeacht het gerecht dat onder de pindasaus zit. Daardoor eet je eigenlijk te weinig voor de wandelinspanning die je doet. Nog voordat je vier kilometer verder bent heb je alweer trek en krijg je Hoegaardevoetjes. (Die had ik vroeger wel eens in mijn studietijd, als ik de stad in ging en zonder lunch aan de Hoegaardes begon, waarna ik bibberig terug naar huis moest lopen. Dat dus.)

De Flappeltaart

Op 4: appeltaart. Huisgemaakt. Naar grootmoeders recept. Uit eigen boomgaard. De meest prachtige aanbevelingen vergezellen de gemiddelde appeltaart in de horeca. De realiteit is vaak dat je een ijskoude homp gebak op je bord krijgt, die daarnet nog in de koelkast stond. Soms komt het plastic folie er nog af. Niet vers, niet lekker; Flappeltaart.

Op 3: alles met gebakken spek. Ruikt ook al zo lekker maar is uiteindelijk altijd te vet en te zout. Eenmaal weer onderweg breekt het maagzuur je op en heb je de hele tijd dorst. Dat brengt dan allerlei ander ongemak met zich mee. Niet doen, spek.

Op 2: de kroketten met brood. Johannes van Dam was er verzot op, zo bleek uit zijn Krokettenboek. “Een krokant korstje rond een zachte vulling. En dat korstje, in principe van paneermeel, is in de frituur ontstaan.” Onweerstaanbaar natuurlijk, maar dan moet het wel goed gemaakt zijn. Lekker heet, niet aangebrand en ook van binnen op temperatuur. Hoe vaak gaat het daar niet mis en krijg je zwartig paneermeel met nog bevroren ragout van binnen. Vooral bij de Van Dobbes is dat risico groot en ontploft de snack als een kruiskroket in de maag. Helemaal als het op zo’n plat wit boterhammetje wordt geserveerd. Dat doet boem in de buik.

De Kruiskroket

Op 1: de pannenkoek. Of pannekoek, ik ben nog uit de tijd dat je slechts één pan nodig had voor een koek. Dat wat het meest makkelijk lijkt om te maken, is misschien wel het allermoeilijkst: een goede pannenkoek. Dus eentje die door en door is gebakken, zonder nattig beslag van binnen en aangebrande korsten van buiten. Waar de appel er niet slechts rauw op is gegooid. En die niet zo belachelijk groot is dat je de helft kan laten staan. Toch blijf je het steeds weer proberen, in de hoop dat het deze keer wel een pannekoek is die smaakt zoals vroeger vader ze bakte op zaterdagavond. Dat zulks nooit meer zal gebeuren is de pannevloek. Probeer daar maar eens vanaf te komen.

De Pannevloek
het lot van de lekkere loper

Vijf foute verleidingen voor de bourgondische wandelaar, ze zullen voor velen herkenbaar zijn. Dat is tenminste wel wat ik zie tijdens lunch op de routes van het Pieterpad en andere lange afstand wandelpaden: appeltaart, kroketten en pannenkoeken, poffertjes soms. Ik noem dat maar het lot van de lekkere loper: net te lang doorgegaan om salade te bestellen. Vergeet daarom nooit een gevulde broodtrommel van thuis mee te nemen. Dan kan je die foute verleiding compenseren met een gezonde boterham, om die 24 kilometer goed uit te lopen en tegelijk een goede basis te leggen voor het biertje na afloop. Want je bent een bourgondische wandelaar of je bent het niet.

Kruisende paden op de Sallandse Heuvelrug

Leestijd: 4 minuten
Ed Oomes, 7 juli 2019

Kruisende paden is het thema van dit blog over route tien en elf van het Pieterpad. Kruisende wandelpaden, kruisende bospaden en we doorkruisen Deventer. Nou ja, een stukje dan.

Land doorkruisen

De reis naar de verschillende etappes van het Pieterpad is soms nog een grotere opgave dan de wandeling zelf. Het zijn soms hele expedities waarbij je het halve land doorkruist. Eerst uitzoeken welke treinen en bussen er gaan, paar keer overstappen, tijdje wachten tussen aansluitingen door. En vroeg weg als je nog op tijd terug bij huis wilt zijn. Daarom is het prettig om af en toe te overnachten tussen twee routes in. Wij deden dat vanuit Hellendoorn. Gingen we een dagje naar Ommen (21 km), en de andere naar Holten (16 km). Allebei over de Sallandse Heuvelrug, een prachtige omgeving.

Kunstwerk De Beuk ligt net naast station Holten en legt uit waaraan Rijssen en Holten hun naam te danken hebben.

Kruisende wandelpaden

Over de hele Sallandse heuvelrug kom je massa’s andere wandelpaden tegen. Een van de leukste is het wereldtijdpad, waar je vrijwel direct vanuit het station Holten tegenaan loopt. Eerst denk je nog dat het een verdwaald paaltje is dat naar een bepaalde gebeurtenis verwijst, maar al gauw zie je dat er elke 25 meter een ander paaltje staat met nieuws uit een bepaald jaar. Het roept de vraag op waarom al die paaltjes daar staan.

Paaltje 1965 van wereldtijdpad

Op de website van het wereldtijdpad staat het volgende doel. “De stichting heeft ten doel het inrichten, duurzaam beheren, onderhouden en uitbouwen van het Wereldtijdpad en bij een breed publiek stimuleren van historisch besef, van belangstelling voor het verleden en van kennis van historische feiten en ontwikkelingen, alles in de ruimste zin van het woord.” Daarom dus.

Iets verderop, je loopt dan al op de Holterberg, kruist het Pieterpad met het Marskramerpad. Letterlijk een kruisend pad, één van de vele die je er tegenkomt. Een gebied om nog eens naar terug te keren zonder Pieterpad, er is genoeg te wandelen.

Kruisende bospaden

In het hele gebied van de Heuvelrug lagen overal muren van gerooide boomstammen. Bij de eerste stapel sta je nog vol bewondering te kijken naar al die stammen op elkaar en hoe ze die zo opgebouwd hebben (met de waarschuwing ‘niet beklimmen’). Maar als zo langzamerhand achter elke bocht een nieuwe stapel hout ligt, vraag je je toch af wat er aan de hand is. Waarom wordt er zo veel gekapt?

Hier en daar gaf een bord wat voorlichting. De bomen werden gerooid om ruimte geven aan een opener en diverser landschap. Persoonlijk kan ik me daar wel in vinden. De monotone dennenbossen spreken niet zo tot mijn verbeelding en ik hou meer van de heide met uitzicht. In de pers werd echter een flinke strijd uitgevochten over nut en noodzaak van deze kap, onder andere door de oude directeur van Staatsbosbeheer. Een typisch geval van kruisende bospaden. Ook bij Natuurmonumenten werden de degens gekruist. Na een ledenraadpleging is daar besloten om het beleid aan te passen. Bomen die gekapt worden voor een diverser bos, moeten elders gecompenseerd worden met nieuwe aanplant. Een mooie polderuitkomst: meer ruimte en meer bomen.

Het kruis van Twilhaar

Midden in het bos, in de buurt van Nijverdal, ligt het monument van Twilhaar. Twilhaar was ooit opgezet als werkverschaffingskamp door de Rijksdienst van Werkverruiming, om werklozen uit de Randstad aan het werk te krijgen. In het voorjaar van 1942 nam de bezetter het kamp over en bracht er 83 joodse mannen uit Groningen onder. Dat duurde maar kort. Op 2 oktober van dat jaar voerden de Duitsers plotseling alle bewoners af naar Westerbork, om vanuit daar gedeporteerd te worden naar de vernietigingskampen in het Oosten.

Deventer

En als je dan toch in Hellendoorn overnacht, is een klein uitstapje naar Deventer zo gemaakt. In de buurt van de Bergkerk ligt een prachtig stukje middeleeuwse stad, waar het zeer de moeite is om een kijkje te nemen. Van daar is het nog maar een klein stukje naar het centrum, voor een biertje op een terrasje.

Na 20 jaar weer in de Smeepoortstraat, Harderwijk

Leestijd: 3 minuten
Ed Oomes, 2 januari 2019

We liepen het Zuiderzeepad, rond de kerstdagen van 2018, en kwamen ook door Harderwijk. Ik was er meer dan 20 jaar niet geweest, niet meer na die fatale brand in de Smeespoortstraat van 27 januari 1998. En ik wilde die plek weer eens terug zien, net zoals ik van de zomer bij De Kelders in Leeuwarden was wezen kijken.

De Smeespoortstraat op 31 december 2018

Het eerste wat me opviel was dat ik me zo weinig van de straat zelf herinnerde. Ik had er uren rondgelopen toentertijd, als begeleider van de onderzoeken vanuit mijn rol in het begrafenis bijstandsteam. Maar nu kwam vrijwel niets me bekend voor. Toen ik de foto van de brand terugzag viel het uithangbord van Randstad mij op. Die zat er dus nog steeds. Dat was het baken om het inmiddels volledig herbouwde pand terug te vinden.

Dit is de voorkant van het nieuwe gebouw
Dit is de zijkant, Brouwersteeg. Hoekpand met 2 straten erlangs, maar wat ligt er nog achter en hoe kom je daar?

Net als in Leeuwarden viel de complexiteit van de situatie mij op. Ik wist nog dat de eerste eenheden vol op de hoofdingang hadden ingezet, om de bewoner te redden die nog binnen moest zijn. Harm en Erik hadden zichzelf ingezet aan de zijkant van het gebouw, in het straatje ernaast. Daarna waren ze de trap opgelopen, gevolgd door nummer drie met een straal, maar die moest door een te korte slang beneden blijven. Even later ging het boven volledig mis. Gek genoeg kan ik me nog wel herinneren hoe het pand er van binnen uitzag en hoe klein het eigenlijk was. Het gaf mij eens te meer aan hoe gevaarlijk binnenstadsbranden ook weer zijn.

De Brouwersteeg, zijstraat van de Smeepoortstraat

Hoekpanden zijn overigens alleen al lastig door de plaatsbepaling van de eenheden. Waar zit de voorkant, hoe noem je de zijkanten? En welke zijkant zit je dan? BIN (Brandweerman in Nood) adviseert daarom het ABCD model te gebruiken. Op Harderwijk toegepast zou de eerste aanval dan op de Alfa gevel zijn geweest en zaten Harm en Erik op de Delta gevel. Ik denk overigens niet dat het voor deze brand wat uitgemaakt zou hebben. Wel denk ik dat hulpmiddelen als het Kwadrantenmodel en het ABCD model de situational awareness vergroten en daarmee altijd de veiligheid helpen verbeteren. Op deze website lees je meer over het ABCD model.

Terwijl ik mijn foto’s stond te maken en af en toe in de straat staarde, sprak een wat oudere vrouw mij aan. Wat ik daar toch in de lucht zag? Of sprak ik zufallig Deutsch? Ik vertelde haar wat er twintig jaar geleden gebeurd was en ze schudde met haar hoofd. “Tsjonge,” zei ze, “nu woon ik hier toch al veertig jaar, maar ik dacht toch echt dat het verderop in de straat was.” Dat was niet zo, kon ik haar laten zien: in de zijkant, op de Deltagevel in de Brouwersteeg, staat dit herdenkingsteken.

Ook ik zal ze nooit vergeten.

Kleine waterwerken van Nederland

Leestijd: 3 minuten

Nederland waterland. Dan denkt iedereen gelijk aan de grote waterwerken die ons land moeten beschermen tegen overstromingen. De Deltawerken natuurlijk, en de Afsluitdijk. Om er maar eens twee te noemen.

Maar tijdens onze wandelingen zijn we ook heel veel kleine waterwerken tegen gekomen. Vernuftige bouwwerkjes, handige dammetjes, watervalletjes, van alles. Soms weet ik als leek niet eens wat het is of hoe het heet. Zoals de waterbak (of zo) bij Lienden en Elst, in de galerij hieronder.

Eigenlijk zijn die kleine waterwerken net zo kenmerkend voor ons land als de grote. Daarom vind je op deze pagina een serie foto’s van wat wij zoal tegenkwamen onderweg. Omdat al die waterwerkjes zo gewoon zijn geworden voor iedereen, dat mensen het heel vaak niet eens meer zien. Maar wij zagen het wel.

En wat is dat dan, een klein waterwerk? Welnu, dat is heel eenvoudig: een klein waterwerk is iets met water wat Rizoomes een klein waterwerk vindt. Kijk zelf maar:

Een ode aan de Boom Alone

Leestijd: 4 minuten

Zou er in een ieder van ons een kleine Bob Ross huizen? Een ieniemienie homunculus met kroeshaar en een schilderkwast, die zacht hummend in oneindige variaties hetzelfde schilderij maakt?

“A little bit of paint here, a little bit of paint there.”

Langzaam verschijnt er een boom in beeld, langs een riviertje met bergen op de achtergrond.

“I like painting trees, they’re the most beautiful things in nature.”

Het is met Bob als met een goochelaar. Ze hebben geleerd hoe je hersens kunt foppen, hoe je kunt doen of je iets laat verdwijnen of verschijnen. Hoe je de verf moet opbrengen, zodat het op een boom lijkt.

Of op een bos.

Of een rivier.

Bloemen.

Best mooi.

Maar mooier dan het schilderij is de boom zelf, in het echt. Zeker als ie in zijn eentje staat, een boom alone heeft altijd een eigen karakter omdat ie geen bos hoeft te zijn.

De takken hebben alle ruimte en gaan waar ze kunnen. Als het moet buigt de boom alone mee met de wind, zoals de vier broers in Sondel, hieronder op de foto. Die tegelijkertijd illustreren dat een boom alone ook een multipliciteit kan zijn, een eenheid van meer, een combiboom. Zolang het maar geen bos wordt.

Elke boom heeft een klein vriendje nodig, zegt Bob. Dat vriendje ben ik. Met mijn Iphone maak ik tijdens mijn wandelingen foto’s van ze en zet die op rizoomes.nl. Als een ode aan de boom alone.

“Trees are poems that the earth writes upon the sky.”

Khalil Gibran, Sand and Foam

“Ik vind een boom wel een interessant ding, maar een heel bos vol…..”

Hans Aarsman

“The tree is a slow, enduring force, straining to win the sky.”

Antoine de Saint-Exupery

“There’s nothing wrong with having a tree as a friend.”

Bob Ross

Spiegeltje, spiegeltje aan de kant; Oude Kromme Rijn

Tekening en foto’s van het Houtdijkenpad bij Woerden

Leestijd: 3 minuten

Het Houtdijkenpad is één van de eerste klompenpaden die we liepen. Vol enthousiasme over de nieuwe wandelhobby schreven we een verslag. Dat hebben we niet zo structureel volgehouden als het wandelen zelf, behalve bij het Pieterpad. Maar dat is dan ook weer heel wat anders.

Het Houtdijken pad is een klompenpad. Op hun website kun je zien welke routes er allemaal zijn (inmiddels 100!). Er is ook een app te downloaden voor op je smartphone. Ook heel handig.

Je komt al vrij snel in het begin van de Houtdijkenroute door het centrum van Kamerik. Dat is niet groot, maar er zijn wel een paar terrasjes. Vlak erna loop je een tijdje langs de provinciale weg. Geen echt leuk stuk, maar hou vol: daarna wordt het zeker de moeite waard.

Juni is een mooi jaargetijde om te gaan lopen. Er staat van alles in bloei in de berm, en er zijn ook volop vlinders te vinden.

Vlak na de provinciale weg sta je opeens op de Hollandse Kade. Met gelijk prachtig uitzicht.

Je loopt langs allerlei dieren tussen de weilanden door, zoals deze paarden. Die ook op het kaartje staan, boven. Omdat je tussen de weilanden door mag, kom je soms ook heel dicht bij de koeien en schapen.

En vlak na de paarden liepen we het weiland op. Dit bruggetje was makkelijk te vinden, maar we zijn er ook eentje voorbij gelopen die tussen het hoge gras verscholen lag. Maar met de app erbij op je smartphone kom je altijd weer op het goede pad terecht.

Zo hier en daar tref je dit soort bosjes aan, de zogenaamde pestbosjes. Daar werd vroeger vee begraven dat gestorven was. Na verloop van tijd ontstonden dan dit soort bosschages op die plekken.

Aan het eind van het stuk door het weiland kom je weer op de Houtdijk zelf terecht.

Daar zaten twee hazen elkaar achterna. De ene sprong over de sloot, en de andere bijna. Na de luide plons was het even stil en toen klom hij drijfnat weer op de kant. Op het kaartje kun je goed zien waar het ongeveer was.

De schapen die er iets verderop stonden te grazen trokken zich er niets van aan, ook niet toen de drijfnatte haas achter hen langs racete.

Langs het riviertje de Oude Rijn dwars door Woerden troffen wij een Fuut aan de middagsnack. Het was nog een behoorlijke klus die vis naar binnen te krijgen.

Het Houtdijkenpad is trouwens niet de enige route die daar loopt. Er wordt druk gewandeld via allerlei routes.

Na een dikke 12 km was een biertje bij de Boer Inn wel verdiend. Die zit zowel aan het begin als aan het eind van de route. Het Brutale Blondje is van de plaatselijke brouwerij Borrelnoot dat van harte aanbevolen is.

© 2021 Rizoomes

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑