Rizoomes

Wanderings

Tag: voetbal

Klapvee met een Dikke Doei; de laatste Voetbal Inside.

Leestijd: 6 minuten

We gingen voor de eerste keer naar Voetbal Inside, en het zou gelijk de laatste keer zijn. Na 21 jaar hield het programma er namelijk mee op en verhuisden Wilfred Genee, Johan Derksen, Jan Boskamp en René van der Gijp naar Talpa. Natuurlijk was ik benieuwd wat dat zou gaan brengen, maar voorlopig was ik vooral benieuwd naar deze avond.

Want het werd de eerste keer dat we publiek gingen zijn bij een tv-programma. Zouden die verhalen over klapvee echt waar zijn, of werd het sterk overdreven? Moesten we de wave doen en op bevel applaudisseren, of zou het meevallen? Het werd vanzelf duidelijk, zo dacht ik, en terwijl ik mijn fiets op slot zette scheen de zon zijn laatste stralen over het Mediapark. Op naar binnen.

De laatste zonnestralen op het mediapark, 15 juli 2018

Nieuwsgierig volgde ik de gang van zaken aan de entree bij de metaaldetectiepoort, toen ik in mijn ooghoek een zwarte Alfa zich aankomen. Er wurmde zich een man in jeans en een wit T-shirt achter het stuur vandaan. Hij haalde nog even snel zijn handen door het haar voordat hij een blonde vrouw kuste, die er vervolgens als een haas weer vandoor ging. Ze leek trouwens niet op Kim Holland, maar dat zulks mogelijk relevant was, wist ik toen nog niet. Wie zou die man toch zijn, dat vroeg ik me op dat moment wel af.

De Publieksopwarmer

Nou, het was dus de publieksopwarmer. Luttele seconden nadat hij was afgezet stond hij voor het verzamelde publiek. Hij heette iedereen van harte welkom en had al snel de lachers op zijn hand met een grap over Kim Holland en Gerard Joling. De laatste was trouwens echt te gast, zo bleek even later, dus die mop viel een beetje dood neer, maar verder was het van een aanstekelijke meligheid.

“Wie heeft alle uitzendingen gezien?” Er gingen tientallen vingers omhoog. “Applaus voor jezelf.” En er was applaus.  “Wie heeft er geen één gezien?” Er ging één vinger omhoog. “Leuk dat je er nu wel bent.” Applaus. Verder kregen we juichend de garantie dat iedereen naar binnen mocht. Hij zette dat statement kracht bij door zijn handen in de lucht te steken, en er klonk wederom applaus. We hadden er zin in, met zijn allen.

“En jullie komen echt waar allemaal in beeld.” Hij deed zijn armen wijd en keek olijk om zich heen. “De reclassering kijkt wel mee, dat weet je toch, hè?” Grote grijns en weer applaus. “Oh ja, het kostte wat onderhandelen, maar in de commercial break is er gratis bier voor iedereen.” Nu was het enthousiasme op zijn grootst. “Ga nog wel ff plassen hè, voor de uitzending. Want als je er eenmaal zit mag je niet meer weg. Het is hier net Hotel California. En jullie weten wat bier doet, hè, dat hoef ik toch niet uit te leggen?” En weg was hij weer. De rust keerde weder, maar de publieksopwarmer wist wat voor vlees hij in de kuip had vanavond. Klapvee fase 1 was afgerond.

De publieksopwarmer aan het werk
Gerard Joling has entered the building

Gerard Joling parkeert graag voor de deur, zo wist ik nog van de tijd dat ik net als hij in Aalsmeer woonde. Ook al was er eigenlijk geen parkeerplaats beschikbaar, toch wist hij die grote Mercedes altijd wel ergens tussen te proppen. Maar vanavond kon hij gewoon voor de ingang zijn auto kwijt. Al zwaaiend kwam hij binnen en liep ‘rapido’ door naar de detectiepoort, die ‘subito’ in alarm sloeg. Spontaan spreidde hij zijn armen, omhelsde de beveiliger en gilde: “dat had je niet verwacht zeker. Lekker hè?”

Daarna aaide hij hem over zijn hoofd en liep weer door. Tegen het wachtend publiek riep hij nog snel “fijne avond hè,” onderwijl breed lachend en op de voet gevolgd door een lange dunne jongen die Gerard’s overhemd op een hangertje bij zich droeg. Een moderne slippendrager. Later hoorden we dat hij Marco heette en een goede vriend van Gerard was, ook al zag het er op dat moment niet zo uit. Maar ja, wie verbleekt er nou niet in de grote Geer show?

Het klapvee mag op stal

Inmiddels was het publiek in tweeën gedeeld en werd ons groepje verzocht achter de gastvrouwen aan te lopen. Ze brachten ons via trappetjes en een paar smalle gangen naar de studio, en daar moesten we in een rijtje wachten tot we een plaats toegewezen kregen. Wij konden direct achter Gerard en Johan op de eerste rij plaatsnemen. We zaten er letterlijk bovenop en waarschijnlijk ook pontificaal in beeld.

Dit was misschien weer wat veel van het goede, voor een eerste tv-programma. We keken nog even om ons heen op zoek naar een escape route, maar het was al te laat; de andere gasten sloten aan en we zaten vast aan onze plek. Het was duidelijk niet de bedoeling dat we over het plaatsingsbeleid nog een boom gingen opzetten. En ja, als het gratis is ben je niet de klant, maar het product. Zitten dus en niet voor de natie in je neus peuteren tijdens de uitzending, dat was het devies.

En we zijn begonnen

“Achter Wilfred mogen alleen knappe mensen zitten.” Het geintje van de publieksopwarmer wordt niet door iedereen zo ervaren, er klinken verontwaardigde geluiden. Maar de man gaat onverstoorbaar door, hij wijst nu naar een meisje met een hele korte broek die haar benen over elkaar heeft geslagen. “Met zo’n korte rok moet je wel zo blijven zitten, hè,” zegt hij grijnzend,” want je zit wel direct achter Wilfred en dus in de camera. En dan kom je wel vet op de tv in heel Nederland”.

Het meisje lacht vriendelijk terug en roept dat het een korte broek is, maar hij hoort het niet en loopt alweer verder. Ondertussen maakt hij zijn derde grap over Kim Holland die wederom dood neervalt. Het is vast iets Freudiaans, bedenk ik, zo’n hardnekkige neiging om mislukte grappen over Kim Holland te blijven maken. In ieder geval leek zijn vrouw niet op Kim Holland, dus dat kon het niet zijn.

Het klapvee gaat los

Stukje ruwe data van mijn notitie-app, want dat zegt eigenlijk wel genoeg. “We worden geïnstrueerd in klappen, joelen en de wave. Klapvee. Studio is kleiner dan je denkt en weet van TV. Tafel komt geconcentreerd binnen, geen contact met de zaal, behalve Joling. Alles wordt getimed en gaat precies op tijd. En we doen gewillig mee. Want als je er eenmaal zit wil je toch dat het slaagt en iedereen klapt mee. De band speelt Go your own way.

In de commercial break komt de klapmeneer weer terug en probeert de stemming er goed in te houden. Hij vraagt om je telefoon te checken of je herkend bent, vraagt aan mensen of ze een bericht hebben. En er is een biertje voor wie wil. De band speelt Nutbush City Limits.”

Pontificaal in beeld
Het klapvee vond het wel mooi zo

Onze buren op de voorste rij zijn fan van Gerard Joling. In de pauze proberen ze hem tot een selfie te verleiden, en dat lukt gemakkelijk. Joling gaat gearmd en met een grote smile naast de vrouw staan. Er is nog nauwelijks een foto genomen of er komt een opnameleider aanrennen. “Dat is niet de bedoeling,” zegt hij. “Als iedereen dat gaat doen, wordt het hier een zooitje.” Gerard kijkt hem verstoord aan, roept nog “sorry hoor” en is alweer weg. Later hoorden we van de buren dat die opnameleider altijd zo chagrijnig is. Ze waren al vijf keer eerder geweest. Maar nu was het wel mooi geweest: Gerard stond op hun gevoelige plaat. Bovendien was het toch de laatste uitzending.

Aan het eind ging Joling nog zingen. Wel live, maar met zo’n orkestband en de tekst kende hij ook niet uit zijn hoofd. Die kwam van een monitor. Met zijn grote lijf stond hij ongemakkelijk heen en weer te bewegen in de te kleine studio, het zag er wat knullig uit. Helemaal toen er vier danseressen in een paars pakje uit de coulissen sprongen, die enthousiast gingen staan swingen tussen het publiek.

Derksen liet zich nog verleiden om mee te doen, maar Gijp wimpelde het met een handgebaartje af. Daar had hij geen zin in. Hij keek stuurs omlaag en at de bak chips op tafel helemaal leeg. Waar Umberto Tan een week lang afscheid mocht nemen van zichzelf en zijn programma, kon er voor VI niet meer af dan vier meisjes in een paars pakje en een liedje getiteld ‘Lekker.’  Het was een karige afsluiting na 21jaar bij RTL. Geen bloemetje, geen woordje, niets. Klaar. Maar als het niet de laatste keer was geweest, zouden we vast nog eens zijn gaan klappen.

Waarom Ronald de Boer zijn penalty miste bij het WK 1998

Leestijd: 3 minuten

We gingen naar Buro Sport in het Theater, een voorstelling van Frank Evenblij en Erik Dijkstra. Het was de op één na laatste keer van het seizoen, in de Kleine Komedie. Als u dit leest, is de laatste voorstelling dus net geweest. Da’s jammer, want het was echt leuk. Net zoals op tv, maar dan XL en live. Ik kan u dus wel naar hun website verwijzen, maar er valt niets meer te bezoeken. Dus dat heeft niet zo veel zin. Ik pak er wel even een citaat van:

“Ze tonen bijzondere beeldfragmenten, delen opmerkelijke bevindingen en ontvangen interessante sportgasten. En niet zomaar sportgasten, maar helden uit de regio waar de voorstelling op dat moment speelt; niet één voorstelling is dus hetzelfde.”

In Amsterdam kwam Ronald de Boer sportgast zijn. In het onderdeel ‘Het Verhoor.’ Dijkstra en Evenblij legden hem het vuur aan de schenen. Of ie net zo lang kinderen wilde krijgen tot er een jongetje was, na vijf meisjes. Wie er eigenlijk beter was, hij of zijn broer. Waarom hij zich liet botoxen. En waarom hij zijn penalty miste in de halve finale van het WK 1998 tegen Brazilië. “U wordt bedankt mijnheer Ronald de Boer, u heeft ons een WK titel door de neus geboord.” Grote hilariteit in de zaal.

Ronald bleef onder deze waterval van vragen, op zijn De Boers mompelend, fier overeind. Af en toe leek het even of je naar Edwin Evers zat te luisteren. Toch werd dit item zeer serieus toen werd gevraagd of hij de gemiste penalty van commentaar wilde voorzien, als ware hij de analist van die wedstrijd.

“Ja je ziet het al aan de aanloop, dat wordt helemaal niets. Die gaat gewoon naast, kan niet anders,” zei De Boer. Hard gelach van de tribune om dit hard gelag. Ronald stopte glimlachend met zijn wedstrijdverslag. Klaar.

Maar Dijkstra en Evenblij gaven niet op, ze gingen er opnieuw op in. “Wat gebeurt er dan op zijn moment, Ronald, kun je daar niet iets meer over vertellen?” Ronald de Boer haalde nog eens diep adem en stak toen van wal. Zijn stem klonk opeens opmerkelijk helder.

“Ja nou, wat gebeurt er op zo’n moment, het begint er al mee dat je dat hele eind van de middellijn naar de penaltystip moet lopen. Veel te lang eigenlijk, je haalt je van alles in je hoofd. Je weet best dat als je mist, alles verloren is, dat alles nu op jouw schouders rust, met al die belangen.” In de Kleine Komedie was het intussen muisstil geworden.

“En dan sta je daar op de stip, leg je die bal neer. Begint het te malen in je hoofd, alles schiet er door je heen. Dan denk je eerst, ik knal hem keihard door het midden, vol er op. Nee, dacht ik toen, niet vol erop, in de rechterhoek, geplaatst. En toen, in de aanloop dacht ik, ik wacht tot de keeper beweegt en dan schiet ik in de andere hoek. Maar de keeper bewoog niet, die bleef te lang staan en toen wist ik het niet meer. Toen miste ik hem.”

Een fractie van een seconde keek hij zijn ondervragers aan, waarna direct een luid applaus losbarstte uit de zaal. Een grote opluchting maakte zich van de toeschouwers meester. Hier klonk een catharsis namens de gehele natie, natuurlijk had ie hem gemist onder deze omstandigheden, logisch toch, had dat dan eerder gezegd. Het was hem vergeven, dat voelde je aan alles. Dijkstra en Evenblij, de meesters van het feelgood gesprek.

Op het tweede balkon midden, rij 1 stoel 1 zat ik gefascineerd naar het gesprek te luisteren. Dit was de kern van besluitvorming onder tijdsdruk. Dit was waarom het soms fout gaat, ook al ben je nog zo goed. Meer hoef je er niet over te weten, dit is alles.

Cruyff en Crisis

Leestijd: 4 minuten
Cruyff

24 maart 2016 is Johan Cruyff op 68 jarige leeftijd overleden. Daarmee is een einde gekomen aan een tijdperk, zou ik durven stellen. Of je nou voor of tegen hem was, hij deed er altijd toe. Niet alleen vanwege zijn voetbalkennis, maar ook vanwege zijn onnavolgbare uitspraken.

Uitspraken die natuurlijk voornamelijk over voetbal gingen, maar die soms zo filosofisch waren dat ze veel breder toepasbaar zijn. Ik gebruik sommige oneliners van Cruyff graag in mijn lezingen en workshops over crisis en continuïteit. Dit leek mij wel een toepasselijk moment om er een kort blog aan te wijden, als klein eerbetoon aan een authentiek denker.

Ervaring is datgene wat je mist als je het voor de eerste keer nodig hebt.

Dit is mijn favoriete uitspraak van Cruyff. Ik moest hem even twee keer lezen voor het kwartje viel, maar dat is logisch want ik had er nog geen ervaring mee. Het illustreert op treffende wijze de limiet van ervaring en expertise. Je kan nog zo ervaren zijn in crisismanagement of incidentbestrijding, er is altijd wel een moment dat zo nieuw is dat je er nog geen ervaring mee hebt. En wat doe je dan? Dan gebruik je de ervaringsparadox: de echt ervaren crisismanager weet wat ie moet doen als zijn ervaring tekort schiet, want daar heeft hij ervaring mee. Of je pakt natuurlijk de Dikke BOB voor vette crisis.

Voor ik een fout maak, maak ik die fout nooit.

Ook dit is een oneliner die ik vaak gebruik, veelal in relatie tot de lerende organisatie en de vergevingsgezinde infrastructuur. Het is niet erg om een fout te maken, maar je moet er wel van leren. Dat betekent dat je eigenlijk nooit twee keer dezelfde fout zou moeten maken. Mochten bepaalde fouten echter zo hardnekkig zijn dat ze vaker voorkomen, dan moet je als organisatie beheersmaatregelen treffen die de kans op zo’n fout verkleinen en het effect verminderen. Of je moet doen als Samuel Beckett: fail again en fail better.

Beckett Fail

Ik maak eigenlijk zelden fouten, want ik heb moeite me te vergissen.

Deze uitspraak gebruik ik nog wel eens als een opwarmer om met een groep te filosoferen over wat fouten maken nu eigenlijk is. Is dat een rationeel proces, zijn het bewust gemaakte fouten of weet je dat je op het randje zit met risicovol gedrag?  Wat zijn dingen die je overkomen en wat zijn ‘normale fouten’? Natuurlijk komen we dan altijd uit op James Reason en human error. Zonder vergissing.

Je hebt maar één kans om op tijd te zijn; anders ben je te vroeg of te laat.

Tijdbeleving, tijdcompressie en timing overall zijn essentiële factoren van crisismanagement en incidentbestrijding. En het is precies zoals Cruyff zegt: je hebt maar één kans om op tijd te zijn en dat moet je goed timen. Of zoals hij het ook wel eens zei: “Als je ergens niet bent, ben je of te vroeg of te laat”.

Als je niet kan winnen, moet je zorgen dat je niet verliest.

Na het ongeval in De Punt, waarbij drie brandweermannen het leven verloren, werd steeds duidelijker dat de offensieve binnenaanval eigenlijk te gevaarlijk is als standaard voor alle gebouwtypen. Daarom is via het kwadrantenmodel een serie van vier standaards ontwikkeld, die precies doet wat deze uitspraak van Cruyff bedoelt: als je niet kan winnen, moet je een tactiek kiezen waarmee je in ieder geval niet verliest en al helemaal geen mensenlevens. Want “de waarheid is nooit precies zoals je denkt dat hij zou zijn”, dus wees voorzichtig.

cruijff scoort

Soms moet er iets gebeuren, voor er iets gebeurt.

Deze uitspraak is zo’n beetje de kern van alle organisatie-ontwikkeling. Niks gaat vanzelf, als je iets wilt moet je er zelf voor zorgen. In iets gewijzigde vorm hoor je hulpdiensten wel eens verzuchten dat het goed zou zijn als er weer eens wat zou gebeuren, want dan zou er tenminste ruimte komen om nieuw beleid te maken zodat er niet gebeurt wat er dan net gebeurt is. Ik heb dat altijd een vreemde redenatie gevonden: vielen er maar meer slachtoffers, dan kreeg ik geld om te voorkomen dat er meer slachtoffers vielen. Laat die nog maar eens op je inwerken en gebruik hem dan nooit meer.

Het goeie doel is niet je eigen doel.

Crisiscommunicatie moet geschieden vanuit maatschappelijk belang, niet vanuit persoonlijk belang. Dat was de openingsstelling van Remkes bij het debat over open crisisinformatie van 17 maart 2016. Sowieso kan crisismanagement alleen maar succesvol zijn als er gestreefd wordt naar een gezamenlijk doel; als teamleden proberen er een persoonlijke slag uit te slaan, gaan er zeker problemen ontstaan.

In de inleiding van dit blog schreef ik dat het overlijden van Cruyff het einde van een tijdperk is. Maar inmiddels ben ik er achter dat hij het daar waarschijnlijk niet mee eens zou zijn, getuige deze uitspraak die ik van hem tegenkwam. “In zekere zin ben ik waarschijnlijk onsterfelijk”. Zijn tijdperk is nog lang niet afgelopen.

Hoe tactiek en strategie de kracht van voorspellen vergroten

Leestijd: 4 minuten

Dit blog gaat over techniek en tactiek van brandbestrijding, maar de onderliggende gedachte geldt ook voor andere vormen van incidentmanagement: ervaring in hoog valide omgevingen gaat over het aanleren en herkennen van patronen, zodat je uiteindelijk kunt voorspellen wat er gebeurt

Onlangs zag ik Frank de Boer op TV uitleggen wat iemand tot een goede voetballer maakt. Het begint met balvaardigheid. Je moet goed kunnen passen, stoppen, schieten, dat soort zaken. Techniek hebben dus, vakbekwaam zijn. Maar toen kwam voor mij het licht: als je een pass geeft, dan moet je dat pas doen als je al gezien hebt dat die speler zijn bal ook weer goed kwijt kan. Een technisch correcte pass die doodloopt, is nutteloos en dus geen goed spel.

Eigenlijk speel je dus altijd via anderen die speler aan die het doelpunt gaat maken. De tactische goede speler heeft het doelpunt al gezien, zijn mentaal model ligt klaar. Hij moet alleen via de juiste technieken de bal fysiek zijn pad laten volgen. Tactiek betekent dus vooruit kijken, zoeken naar mogelijkheden om je doel te bereiken. Gebruik maken van toekomstige routes en structuren die anderen nog niet gezien hebben. Je probeert te voorspellen wat er gaat gebeuren door het zelf in beweging te zetten.

Patronen

Hoe meer wedstrijden een speler gespeeld heeft, hoe meer ervaring hij heeft, hoe beter zich dat tactisch inzicht zal ontwikkelen. Er vormen zich namelijk patronen, vaste routes van passes tussen spelers die elkaar goed kennen, waardoor ze al weten waar de bal gaat komen. Hier ontstaat dus een vorm van voorspellen: op basis van ervaring en goed kijken weet je al wat er gaat gebeuren en kun je proactief handelen. Dat zet de tegenstander in principe op achterstand: die kent die patronen minder goed en moet reageren op acties van anderen. Dat houdt in dat je het spel niet in handen hebt. Je gaat dan niet winnen.

Natuurlijk kun je als team de patronen van je tegenstanders bestuderen. Je kent dan ook hun technieken en tactieken, hun patronen en routes. Je kan dan preventief tegenpatronen neerzetten: op basis van verwachte aanvallen (schadebeelden) plaats je een verdediging (lines of defense).

Daarom is er zoiets uitgevonden als strategie: je probeert al vooraf bepaalde patronen te bedenken die je tegenstander nog niet kent. Je zou het kunnen zien als een aanvalsplan. Van te voren al weten welke inzet je gaat doen, nog voor het moment zich voor doet. Voorspellen dus, door het zelf zo te gaan doen. Dat moet je dan wel trainen op de goede manier. Ervaring is dus ook voor voetballers niet slechts veel wedstrijden spelen, maar ook trainingsuren maken.

Schaken

Schakers zijn heel goed in vooruit denken. De Nederlandse psycholoog A.D. de Groot heeft daar onderzoek naar gedaan en is er wereldberoemd mee geworden. Eén van zijn bevindingen was dat goede schakers afzonderlijke stukken clusteren tot betekenisvolle nieuwe eenheden. Je kan het zien als een vorm van opschalen, hakken in vakken en zagen in lagen.

A.D. de Groot. Foto collectie ANP, Peter van Zoest, 1967.

Vanwege die clustering kan een goede schaker een veel grotere hoeveelheid stukken in zijn korte termijn geheugen managen dan een minder ervaren schaker. Hoe meer ervaring en oefening een schaker heeft, hoe meer patronen en structuren hij in zijn ervaring heeft, hoe beter hij zijn wil in een spel kan opleggen. Hoe beter hij kan voorspellen. De analogie met een goede voetballer is duidelijk, en ook het gedachtegoed van Recognition Primed Decisionmaking is niet ver weg.

Wat De Groot ook ontdekte was dat amateur schakers en grootmeesters ongeveer evenveel zetten overwogen voor ze het schaakstuk verplaatsten. De kwantiteit was dus gelijk. Maar de grootmeester had achteraf gezien vaker de beslissende meesterzet meegenomen in zijn overpeinzingen dan de amateur. Die zagen de beste zetten over het hoofd en maakten uiteindelijk kwalitatief gezien minder goede beslissingen. Hun tactisch inzicht was niet goed genoeg.

De Groot definieerde op grond van zijn onderzoek vier fasen van besluitvorming die opmerkelijk veel op een verkenning lijken. De beste schakers hadden in de eerste fase van hun overweging de zetten al bepaald. Ik citeer even uit Wikipedia:

  • De oriëntatiefase – hier bevatten sterke schakers de stelling en formuleren een algemeen idee van de te vervolgen weg.
  • De exploratiefase – die is gekarakteriseerd door de analyse van concrete variaties.
  • De onderzoeksfase – hier besluiten sterke spelers hun mogelijk beste zet.
  • De testfase – waarbij de validiteit van de in de derde stap gemaakte keuze wordt heroverwogen.

Brandbestrijding

Wat betekent dit voor brandbestrijding?

In de eerste plaats moet de techniek van de brandbestrijding op orde zijn. We moeten de dingen goed doen. Daarnaast moeten we de goede dingen doen. De tactiek van brandbestrijding moet kloppend zijn. Praktijkervaring alleen is niet genoeg om het verschil te maken. Er moet geoefend worden op scenario’s (al dan niet virtueel) om patronen en structuren te ontwikkelen.

Op de derde plaats moet er duidelijker gewerkt worden vanuit het doel van de inzet: wanner hebben we gewonnen, wanneer zijn we succesvol? De defensiecollega’s noemen dat doelgerichte commandovoering. Daarmee kun je veel beter de tactiek van de brandbestrijding faciliteren dan de boodschap: “mannen, hier naar binnen en linksom verkennen, ik doe zelf de buitenverkenning”.

Ook belangrijk is teamwerk. Met een goed team kom je verder. En voor alle zekerheid: een team ontstaat niet door bureaucratisch competenties te gaan matchen. Teamvorming ontstaat in de praktijk, is hard werken en vereist dat men elkaar kent. Evenwicht tussen bestaande ervaring en nieuw bloed is in dit opzicht van goot belang. Roulatie is geen doel op zich maar een middel om de kwaliteit van het team te verbeteren. In de luchtvaart gebruiken we daar de term Crew Resource Management voor. Kom ik vast nog wel eens op terug.

En tenslotte (voor dit blog) moeten we gaan nadenken over brandbestrijdingstrategie. Ik ben er nog niet helemaal uit wat dat precies is, maar een mooie eerste stap is gemaakt door Peter Entius uit Hoorn. Hij bedacht de Strategie van de Voorspelbare Afloop, die hij  in dit artikel verder toelicht. Mijns inziens iets wat in de brandweerdoctrine thuis hoort, naast de techniek en de tactiek van brandbestrijding.

Verder lezen: Intuïtie

© 2020 Rizoomes

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑