Wanderings in crisis

Tag: Trauma

Waar blijft de catharsis na corona?

Leestijd: 13 minuten

‘Waar blijft de catharsis na corona’ is een blog waar ik een paar maanden op aan het broeden ben geweest. De basisgedachte was simpel: waar is het moment dat we de emoties over corona gezamenlijk hebben geduid, bezworen en afgerond?

Dit blog kreeg updates op 29 september 2023 en 3 mei 2024 over de expositie 'Stilstaan bij corona'

Want dat zou je wel verwachten na zo’n ingrijpende gebeurtenis. Maar met die vraag bleek je alle kanten op te kunnen, dus duurde het even voor ik het lijntje uit dit blog te pakken had. Dat uiteindelijk weer eindigt bij crisis en een te groot gebrek aan draagvlak om de moeilijke besluiten te nemen.

Het zal ook niet.

Maar we beginnen ergens dit voorjaar, ’s morgens vroeg in de file. Daar bedacht ik mij dat het weer net zo druk was als voor Corona. Het regende hard en ik stond vast, vijf rijen dik op de A1.

Ik keek om me heen, nieuwsgierig naar het filegedrag van de buurmannen en vrouwen. Iedereen keek strak voor zich uit of zat aan iets te pulken of allebei. In de trein was het niet veel beter, had ik de dag ervoor gemerkt. Als er überhaupt al eentje ging.

Zo slecht was dat Teams en thuiswerken nog niet, stelde ik vast.

Precies op dat moment besefte ik dat we de covid periode nog helemaal niet goed afgesloten hadden. We zijn hem gewoon collectief ontvlucht. Toen op 25 februari 2022 alle deuren weer opengingen is iedereen weggerend naar zijn eigen leven, zo hard mogelijk en zonder achterom te kijken.

En nu ik dat ruim een jaar later per toeval toch was gaan doen, terugkijken, kwam er één grote vraag naar boven drijven: waar blijft de catharsis na corona?

Catharsis

Misschien moet ik eerst iets meer uitleggen over catharsis. Het concept komt van origine bij Aristoteles vandaan. Hij beschreef het als een ontlading van intense emoties die zorgen voor een grote opluchting, een zuivering van de ziel zelfs. Een schone lei.

Het brandweermonument in Arnhem

Voor Aristoteles was theater een belangrijke katalysator van dergelijke emoties. Zo kon je in een veilige omgeving je gemoed luchten, aangereikt door het toneelstuk dat voor je neus werd opgevoerd.

Ook literatuur, schilderijen en poëzie kunnen een catharsis veroorzaken, in de huidige tijd nog aangevuld met kunstvormen als film en video. Eigenlijk elke artistieke expressie die iemands gevoel weet te raken.

Met Freud kwam catharsis terecht bij de psychotherapie. Anders dan Aristoteles zag hij het vooral als een manier om de onbewuste, al dan niet verdrongen gedachten en herinneringen te bevrijden om zodoende de psychische problemen van de patiënt te verhelpen. Ik noem hem hier voor de volledigheid, want naar mijn idee is die interpretatie te individualistisch. Raakt de kern net niet.

Er zit aan catharsis namelijk een grote maatschappelijke component. Een adequate emotieregulering is het cement van een verbonden samenleving. Ook Aristoteles wees daar al op en waarschuwde dat een goede catharsis belangrijk is om te voorkomen dat de samenleving uit elkaar valt na perioden van politieke onrust, sociale revoluties, natuurrampen, oorlogen, of zelfs langdurige onderdrukking en onrechtvaardigheid.

Of na een pandemie met langdurige lockdown.

Corona

Zoals na corona. Want volgens mij was dat een ingrijpende gebeurtenis. Voor zover ik kon nagaan stierven er in Nederland tot en met 2022 minstens 48.000 mensen aan covid. Zo’n 20- tot 37% van de besmette personen ontwikkelden een long covid syndroom. Dat ik deze getallen pas met enige moeite en lang zoeken bij elkaar had, zegt mij al genoeg. De erkenning van deze (inter)nationale ramp verloopt niet heel soepel.

In China wordt ie zelfs volledig ontkend door het bevoegd gezag. Ik las het in de krant en vroeg me af waarom ze wel zoiets over China schrijven, maar niet over Nederland. Terwijl er hier ook voldoende signalen zijn van jongeren met klachten over hun mentale gezondheid, van ex-patiënten met zware vermoeidheid en van mensen met geheugen en concentratieproblemen.

Vrijwel direct nadat het nieuws over de MH17 bekend werd ontstond er een spontane gedenkplek waar mensen speciaal naar toe kwamen om te rouwen en hun emoties kwijt te kunnen. Ook dat is catharsis

Maar corona is natuurlijk meer dan de angst voor de ziekte of het daadwerkelijk oplopen van een besmetting alleen. Het is ook maanden in een lock down zitten. Winkels dicht, geen horeca en geen sportclub. Niet meer dan vier mensen bij elkaar. Mondkapjes op. Avondklokken. Naar school achter een computerscherm. Je vrienden niet meer kunnen zien.

Ouderen in isolatie. Zelf in isolatie als jij ziek bent, maar je huisgenoten niet. Anderhalve meter afstand houden. Je winkel of bedrijf failliet. Geldproblemen. Alle evenementen en sportwedstrijden geschrapt. Argwaan naar hoestende en zwetende mensen, soms was je dat zelf. De onzekerheid hoe het af zou lopen.

En dan nog de ergernis over de trage aanpak van corona door de overheid, het structureel achter de feiten aanlopen gevolgd door het afroepen van veel te zware maatregelen en het slecht communiceren. Wat dan weer leidde tot een tweespalt in de samenleving, inclusief demonstraties en rellen.

Alle reden voor een catharsis dus.

Waar is ie dan?

Maar die is in geen velden of wegen te bekennen. Sterker nog, er is zelfs een tegenovergestelde beweging zichtbaar. Het ministerie van VWS weigert de OMT verslagen openbaar te maken. Ze leggen bovendien de WOO verzoeken (Wet Open Overheid, de opvolger van de WOB) naast zich neer. Liever betalen ze de boetes (die uiteindelijk op de rekening van de belastingbetaler komen) dan dat ze openheid geven.

En Hugo de Jonge weigert zijn appjes openbaar te maken. Misschien is het juridisch allemaal logisch, maar het versterkt eerder het trauma over corona dan dat het afneemt. Want als iedereen zijn uiterste best heeft gedaan in deze moeilijke tijd, waarom wordt er dan zo geheimzinnig over gedaan?

Leren is namelijk niet terugkijken naar moment X met de kennis van nu, maar vooruitkijken vanaf moment X met de kennis van toen. Welke inschattingen zijn er gemaakt? Waarop zijn de maatregelen gebaseerd, welke onzekerheden speelden er die het zo moeilijk maakten om besluiten te nemen?

Dat is het moment waarop wij als burgers ons zouden kunnen identificeren met de moeilijke klus die de bestuurders toen op hun bord hadden. Dat is hun verhaal dat kan uitgroeien tot een gezamenlijk verhaal. Om van daaruit al die gevoelens over die twee jaar te kanaliseren en reguleren.

De eerste stap in een maatschappelijke catharsis is daarom altijd erkenning én confrontatie. Het is essentieel om de problemen, spanningen of conflicten in de samenleving te erkennen en ze openlijk aan te pakken. Daarvoor moet je de realiteit onder ogen zien, fouten erkennen en ongemakkelijke waarheden bespreekbaar maken.

Het monument voor de Herculesramp staat vlakbij het Van Abbemuseum in Eindhoven.

Bij voorkeur niet alleen op de technische wijze van de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Want omdat corona een wicked problem is, kom je er niet met alleen een technische analyse, hoe goed die ook is. Ik heb dan ook niet de indruk dat het eerste rapport van de OvV veel aan de catharsis gaat bijdragen.

Misschien wel niks.

Wat dan wel?

Dat was het moment waarop ik aan de Zuid-Afrikaanse Waarheid en Verzoening commissie dacht. Die moesten een heftig verdeeld land weer bij elkaar zien te krijgen. Hun aanpak bestond uit drie delen.

Ten eerste het hele verhaal boven tafel zien te krijgen. Daarvoor was de tweede belangrijke kern noodzakelijk: persoonlijke amnestie in ruil voor de waarheid.

En tot slot, ik denk het allerbelangrijkste, het herstellen van de waardigheid van de slachtoffers. Door ze hun verhaal te laten doen en door ze te compenseren voor hun ervaringen en leed.

Wat nog meer?

Hierbij moest ik denken aan mijn tijd bij brandweer Amsterdam. Op 4 mei, het jaar weet ik niet meer, waarschijnlijk eind jaren negentig, had ik dienst als OvD. En van mij werd verwacht een brandweer dodenherdenking te leiden op kazerne Willem.

Speciaal voor de gelegenheid schreef ik een speech, die ik uitsprak voor de gehele kazerne in gelid. Nog nooit had ik het daar zo stil meegemaakt. Na afloop waren er kleine traantjes, men klopte elkaar op de schouder en er was tijd voor koffie met z’n allen.

Catharsis in het klein.

Waar het om gaat, besefte ik later, is dat een plek om te herdenken en het volgen van rituelen uiteindelijk gaat om gezamenlijkheid. Jij in relatie tot anderen; anderen van vroeger, nu en later. Herdenken en rituelen zijn net zo goed cement in een verbonden samenleving. Het is gereguleerde emotie.

Soms is zo’n plek heel fysiek gekoppeld aan de ramp zelf. Dan staat er een beeld of een gedenkteken op de plaats incident. Opdat wij niet vergeten. Ik kwam er velen tegen tijdens wandelingen.

Maar je kunt ook een plek kiezen om een abstracter, of minder eenduidige ramp te gedenken. Zoals het nationaal monument MH 17. Of de Tuin van Bezinning. De politie richtte het op als herdenking en eerbetoon aan politiemensen die zijn omgekomen tijdens de uitoefening van hun wettelijke politietaak. En natuurlijk het Nationale Brandweermonument bij de oude brandweeracademie in Arnhem. Allemaal plekken voor catharsis.

Vlakbij het stadhuis van Hilversum staat dit monumentje voor de slachtoffers van de MH17

Zoiets zou je ook moeten hebben voor corona. Een plek om te onthouden en om te gedenken. Om je emoties te ontladen en je ziel te zuiveren.

Maatschappelijke catharsis

Alles bij elkaar denk ik dat voor een maatschappelijke catharsis de volgende stappen van belang zijn

  • Erkenning en confrontatie. Breng het echte verhaal boven tafel. Confronteer hen die de besluiten namen of tegenhielden met de gevolgen ervan, zowel de goede als de slechte. Geef erkenning aan de slachtoffers.
  • Dialoog en empathie. Ga met elkaar in gesprek. Maak alle deelverhalen tot één verhaal. Zorg voor wederzijds begrip. Verbind, als een vorm van sensemaking. Vrienden hoef je niet te worden.
  • Gerechtigheid en verzoening. Rechtvaardigheid is een randvoorwaarde voor verzoening en heling. Dan pas kan je met elkaar door.
  • Artistieke en culturele expressie. Kunst en cultuur zijn een krachtig middel om emoties te uiten en een collectief proces van catharsis te bevorderen, Aristoteles zei het al. Om te beginnen met een nationaal monument. Komt de rest vanzelf.
  • Onderwijs en bewustwording. Het vertellen over de gebeurtenissen leidt tot maatschappelijk begrip, het verminderen van vooroordelen en het kritisch leren denken.

Ik zou deze stappen graag in verbinding willen brengen met de blogs over Crisis als strijd, Crisis als complex systeem, de serie over Polycrisis en Kan de overheid crisis aan. Wat ik op dit moment namelijk zie gebeuren is niet het ontladen van emoties, maar juist het tegenovergestelde: het opkroppen en opbouwen van emoties. Op alle dossiers: Groningen, Toeslagen, Stikstof, Klimaat en Corona.

Dat gaat gepaard met een groot verlies van vertrouwen, een vleugellamme regering en een verdeeld land. Daaraan heeft de oppositie overigens net zo veel schuld als de regerende partijen. Iedereen beschiet de ander vanuit zijn eigen gelijk en zijn eigen belang. Van gezamenlijkheid is geen sprake.

Het maakt Nederland tot een fragiel land, waarin het aantal opties om te besturen en draagvlak te creëren zienderogen kleiner wordt. Elke crisis wordt daarom lastiger te bestrijden.

Hopelijk blijft een nieuwe pandemie dan ook nog even uit. Ik denk namelijk niet dat die nog soepel bestreden zou kunnen worden.

Dit blog was nog niet af of er bleek al een kamerdebat te zijn gehouden over het tweede deel van de OvV onderzoeken. Wat ik daarover las en hoorde gaf mij geen enkele aanleiding om ook maar iets aan dit verhaal aan te passen. Een verontwaardigde oppositie en een stijfkoppige regering. Met teveel confrontatie en te weinig dialoog. Dan kan je de verzoening wel schudden.

De boom die alles zag is het symbool van de Bijlmerramp geworden.

Jammer. De catharsis na corona lijkt nu verder weg dan hij ooit geweest is.

Update 29 september 2023

Op 29 september 2023 opent de tentoonstelling ‘Stilstaan bij corona’ de deuren in het Provinciehuis van Noord Brabant. Het is een expositie van 44 verhalen over mensen tijdens corona, aan de hand van foto’s. Na Noord Brabant is de tentoonstelling nog in drie andere provincies te zien, schrijft het Rijk in een uiterst summiere toelichting.

Corona raakte iedereen op een andere manier. Er was hulp, saamhorigheid, dankbaarheid en liefde, maar ook eenzaamheid, angst en boosheid. In de expositie vertellen ruim 40 Nederlanders een verhaal over diegene die tijdens de pandemie de meeste indruk op die persoon heeft gemaakt. Een verhaal over een ander dus.

website Rijksoverheid

Je zou verwachten dat met deze constatering de overheid dikker zou uitpakken dan 44 fotoverhalen die nog niet eens het hele land doorgaat. Het komt niet eens in de buurt van een catharsis zoals hierboven beschreven.

Waar komt die karigheid vandaan?

Een tipje van de sluier wordt gelicht in de kranten. In het NRC van 15 september 2023 legt Freeks Schravesande uit dat corona een herdenking krijgt die niemand voor het hoofd mag stoten. Hij sprak met enkele leden van het Nationaal Comité ‘Stilstaan bij corona’, die hem onder andere vertelden dat ze al vanaf 2021 bezig zijn om iets te verzinnen.

Maar dat ging minder soepel als gehoopt. En snel ging het ook niet.

Telkens veranderende omstandigheden, zoals dat in coronatijd nu eenmaal ging, en een heel andere uitkomst dan het Comité aanvankelijk voor ogen had. Dan was je weer een vergadering verder en lag het land er weer heel anders bij.

arno brok, voorzitter van het nationaal comité

Dus werd het geen monument, geen plek van bezinning, geen nationale herdenkingsdag, geen vlaggen halfstok, geen twee minuten stilte.

Alhoewel, doe toch maar stilte, verklaart Brok verderop in de reportage. “Laat de stilte maar spreken (..) naarmate corona verder weg ligt, ben ik dat steeds mooier gaan vinden.”

Op deze manier is Stilstaan bij corona stil blijven over corona. Stil blijven over de 48.000 doden, de duizenden long covid slachtoffers, de maandenlange lockdowns, de ontransparante besluitvorming van de overheid, de vele faillisementen en de vereenzaamden.

Stil over hen die anders tegen corona aankeken, stil over alle jongeren wiens leven alleen nog maar online mocht bestaan, stil over verzoening, stil over alles. Oorverdovend stil.

Nog geen eens een begin van catharsis.

Gelukkig hebben we de foto’s nog.

Update 3 mei 2024

Half april 2024 liepen we een deel van het Elfstedenpad, waarvoor wij een paar dagen in Leeuwarden verbleven. Ons hotel bleek vlakbij het Provinciehuis te liggen, waar toevallig net de tentoonstelling Stilstaan bij corona neergestreken was. Ik zou er niet voor om hebben gereden, maar als je er toch vlak langs loopt ga je wel even kijken.

We waren de enigen.

Het zwaartepunt van de tentoonstelling bestaat uit 44 pilaren met een verhaal. Van iemand die ergens bij stil staat uit de coronatijd. Sommige van die monologen zijn zeer emotioneel over hen die omkwamen. Heftig, maar niet onbekend. De tentoonstelling brengt niets nieuws.

Daarnaast is er nog een minibioscoop met een filmpje. En een tijdlijn corona. Ellende in vogelvlucht, dacht ik toen ik er voor stond. Zo zagen de afgelopen drie jaar er dus uit.

Tijdlijn Corona

Opvallend is dat er ook voldoende ruimte is voor de dingen die niet goed gingen: het sluiten van scholen, de avondklok en een cultuursector op z’n gat.

Ook aan participatie is gedacht, zoals het de moderne interactieve tentoonstelling betaamt. Je mag kaartjes ophangen, op brown paper schrijven en tekstjes vastpinnen. Ik keek er vluchtig langs en zag de boodschappen die ik al kende.

Over de gesloten scholen, de eenzame ouderen, de non-vaccineerders, het verdriet van de nabestaanden, de ervaringen van de wetenschappers. Ik zag heel veel ik. Allemaal ik. Maar heel weinig wij; gezamenlijk was men ergens tegen, niemand bleek samen ergens voor.

Deze tentoonstelling verbindt derhalve niet, hij verdeelt. Er is zo hard geprobeerd om alle individuele invalshoeken te vinden en benoemen, om niemand voor het hoofd te stoten, dat er van enige vorm van heling of herstel geen sprake is.

Bedrukt kwam ik weer buiten. Ik merkte dat de tentoonstelling wel iets bij me raakte, maar dat iets zat er al die tijd al. Het werd alleen wakker geschud door die verhalen, het zou weldra weer gaan slapen ergens in een verlaten hersenkwab.

In afwachting van de catharsis.


Ik schreef al eerder enkele blogs over corona zoals Corona als rizoom, Het probleem van wicked problems en De overeenkomsten tussen een oude oorlog en een nieuwe pandemie. Over nazorg schreef ik onder andere dit blog over herdenking als laatste stap in het crisismanagement en schuld en schaamte van de overlever.

Eerste hulp bij schokkende gebeurtenissen

Leestijd: 3 minuten

Op 22 april 2021 ontving ik het eerste exemplaar van het boekje ‘Eerste hulp bij schokkende gebeurtenissen, geschreven door René Aldewereld. Ik kende René nog van mijn tijd bij brandweer Schiphol, maar dat hij met dit boek bezig was kwam voor mij als een verrassing. Toen hij vroeg of ik het voorwoord wilde schrijven was ik eerst wat afhoudend. Eerst maar eens zien wat de kwaliteit van zijn tekst was. Twee dagen later had ik het gelezen en mailde ik hem dat het mij een eer was het voorwoord te schrijven. Dat voorwoord vind je hieronder.

Eerste hulp bij schokkende gebeurtenissen

Op 19 april 2020 was het vijfentwintig jaar geleden dat het fatale ongeval op de Motorkade plaatsvond. Bert, Joan en Rob, trotse brandweermannen van kazerne IJsbrand in Amsterdam, kwamen die avond niet mee terug van de brandbestrijding in een lompenloods.

Dat was voor heel veel mensen een gebeurtenis met een enorme impact, ook voor mij. Ik was indertijd sectiechef in Amsterdam Noord, waar kazerne IJsbrand lag. En ik voelde me overal verantwoordelijk voor, ook al was ik niet operationeel ingezet die avond.

Verantwoordelijk voelen en verantwoordelijk zijn, het zijn twee totaal verschillende begrippen die op impactvolle momenten dwars door elkaar gaan lopen en de kiem kunnen gaan vormen van wat later een post traumatische stress syndroom kan worden. Maar het hoeft niet.

In de jaren na de Motorkade werd ik als lid van het Brandweer Begrafenis Team diverse keren ingezet bij ongevallen met fatale afloop. Zoals in Harderwijk, waar drie brandweermannen om het leven kwamen in 1997. Bij de vuurwerkramp in Enschede. En na de brand in de Koningskerk te Haarlem, ook met drie slachtoffers onder het eigen personeel. Allemaal heel verschillende incidenten met één grote overeenkomst: er waren mensen bij betrokken die te maken kregen met een schokkende gebeurtenis.

Niemand van die mensen had er rekening mee gehouden dat hen ooit zoiets zou overkomen. In die zin waren ze dus allemaal blanco en raakten ze verzeild in een situatie waar ze geen ervaring mee hadden. Dat maakt zo’n schokkende gebeurtenis nog lastiger te managen.

Daarom komt het boekje ‘Eerste hulp bij schokkende gebeurtenissen’ van René Aldewereld als geroepen. Het is René namelijk gelukt om een goede verbinding te leggen tussen de wat weerbarstige theorie over menselijk gedrag en de praktijk van schokkende gebeurtenissen.

Hij put daarbij uit een rijke ervaring aan verhalen uit zijn eigen leven en werk en dat van anderen. Bij elk stukje nieuwe theorie vind je zodoende aansluitend een boeiende illustratie die voldoende handvatten geeft aan de lezer om het ook weer door te vertalen naar de eigen praktijk.

Dat maakt dit boekje uitermate geschikt voor mensen die werken in risicovolle omstandigheden, zoals brandweer, politie en ambulance. Maar ook voor andere beroepen in de eerste lijn is de kennis die Rene aanreikt zinvol. Het geeft inzicht in wat er met je gebeurt als je bij een schokkende gebeurtenis betrokken raakt. Daardoor weet je meer over jezelf en over anderen. Dat maakt jou en je collega’s weerbaarder en veerkrachtiger. Niet alleen in je werk, maar ook in je privéleven.

De uitreiking van het eerste exemplaar van Eerste hulp bij schokkende gebeurtenissen

Het beste zou zijn als je dit gelezen hebt voordat je iets overkomt. Ikzelf zou bijvoorbeeld graag geweten hebben wat Rene beschrijft voordat het ongeval op de Motorkade had plaatsgevonden. Dat had een aantal harde praktijklessen kunnen voorkomen.

Maar het op één na beste moment om dit boek te lezen is nu. Want je weet nooit wat je nog gaat meemaken en dan is het goed om voorbereid te zijn.

René geeft het boek in eigen beheer uit. Je kunt het hier bestellen via zijn website. Net als bij de andere boekbesprekingen geldt dat ik er geen financieel belang in heb en oprecht meen dat het iets toevoegt aan het vakgebied crisismanagement en incidentbestrijding.

De sterke maag van ProRail’s Incidentenbestrijding

Leestijd: < 1 minuut
15 december 2019

Op deze pagina stond een reportage over de dienst Incidentenbestrijding van ProRail. Ik had er een dienst meegedraaid in het kader van mijn opleiding journalistiek. Het was een eerlijk, onverbloemd verhaal over zowel de mooie als zware kanten van het werk.

Zoals zo veel mensen ook in ander frontliniewerk ervaren, bij de politie, de brandweer, op de Eerste Hulp. In mijn ogen is er meer aandacht nodig voor dat frontliniewerk, dat steeds heftiger wordt en moeilijker te managen is voor jezelf. Het wordt al gauw als vanzelfsprekend gezien, wat het natuurlijk niet is.

Juist die zware kant is echter voor andere mensen soms net een trigger om een vervelende ervaring weer naar boven te halen of nare gedachten te krijgen. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Daarom heb ik het artikel op verzoek van 113 offline gehaald.

Mijn respect voor de mensen van Incidentenbestrijding blijft echter onverminderd groot.

Mocht je de reportage toch nog graag willen lezen, stuur dan een mail naar info@rizoomes.nl. Dan stuur ik je hem op als Pdf.

Incidentenbestrijding ProRail

Het horloge van Bert

Leestijd: 5 minuten

Van 17 april 1995 heb ik nagenoeg geen herinnering , noch van 18 april en het grootste deel van de 19e. Het eerste wat van die datum daagt is de overwinning van Ajax in de Europacup en mijn alarmpieper die af ging, rond half elf in de avond.

De Alarmcentrale vertelde me dat al meer dan een uur drie brandweermensen uit mijn sectie vermist waren. Kwijt bij brand, na instorting van een lompenloods in Amsterdam Noord. Sinds vier maanden was ik er sectiechef en ik had er in die korte tijd al veel mee gemaakt, maar hier had ik nooit rekening mee gehouden.

Ik voelde mijn hart bonzen.

Soms gaat de werkelijkheid zo hard dat je hem niet bij kunt houden. Dan zou je willen dat je de tijd terug kon draaien om het nog een keer over te doen, en dan goed.

Of beter nog, dat het helemaal niet gebeurd was.

In plaats daarvan moeten we het doen met een imperfect geheugen, dat uit zichzelf het verleden voor je reconstrueert en de rest vergeet. Het is een vriend vol met leugentjes om jouw bestwil.

Alles wat ik hier schrijf is waar, al weet ik niet zeker of het echt zo gegaan is.

Drie man vermist, ik wist niet eens wie, alleen waar. Erheen dus, en snel. Wat moest ik aantrekken? Waar lag mijn stratenboekje? Uniform, ik moest mijn uniform hebben. Waar waren mijn schoenen? En mijn autosleutels?

Als je het hard nodig hebt, kan je opeens niets meer vinden.

Verslagen brandweermannen op de Motorkade in Amsterdam, 19 april 1995 (Horloge van Bert)
Verslagenheid op de Motorkade. Schilderij uit het brandweermuseum Hellevoetsluis, gemaakt door H.J. Reems aan de hand van een krantenfoto in de Telegraaf.

Buiten was het donker, zwaar bewolkt. Donkerder dan anders. En koud. In de auto ging het gas er vol op. Snel zat ik op de afslag, grote bocht rechts en naar de rotonde van de Meeuwenlaan. Daar stond een afzetting van de politie, ik mocht door toen ze mijn uniform herkenden.

Er viel een druilerige regen toen ik richting de Motorkade liep, richting de brandweerauto’s die met dreunende diesels water en licht draaiden. Het geluid kende ik goed van al die andere branden, maar nooit eerder klonk het zo onheilspellend.

Zelfs de geur van de brand leek anders.

Ik keek om me heen, zocht een punt, een aanwijzing waar ik heen moest. Vanuit het niets stond daar opeens de Officier van Dienst. Hij begon een uitgebreide situatieschets alsof het een evaluatie van een oefening was.

Midden in zijn verhaal viel ik hem in de rede.

“Heb jij de rest gezien,” vroeg ik.
“De rest?”
“Ja, de rest, de anderen, die we niet kwijt zijn.”
“Oh, die.”

Hij wees in de richting van het pleintje, naar een groepje mannen dat er verslagen bij stond.

“Daar,” zei hij. “We hebben ze er afgehaald, het was niet langer verantwoord zo.”

Ik keek hem aan en liep daarna richting de vijf mannen, mijn vijf mannen van kazerne IJsbrand. Ze stonden dicht bij elkaar, de helmen en uitrusting op de grond. Hun schouders hingen een beetje of dacht ik dat maar? Sommigen keken in de verte, anderen juist naar de grond.

Mijn schoenen voelden vol lood toen ik op ze af liep. Wat moest ik tegen ze zeggen? Wat zeg je tegen collega’s waar je pas sinds kort mee werkt, waarvan je sommigen nog niet eens gesproken hebt en die hun kameraden kwijt zijn?

Toen ik vlak bij was keken ze op, een blik van herkenning met een flauwe glimlach. Ze zeiden niets. Ik ging er bij staan en zweeg mee.

De tijd stond stil.

En zo stonden we daar, ieder met zijn eigen gedachten, tot Tinus de bedrijfsarts zich bij ons voegde met nieuwe informatie: Johan was gevonden, dood. Vlak voor de deur van de lompenloods waar ze naar binnen waren gegaan om de brand te blussen.

Op anderhalve meter van de uitgang.

“Kom, we gaan hier weg” zei de bevelvoerder. De rest knikte, hier was niets meer om op te wachten.

“Blijf jij maar hier,” zei Tinus. “Ik ga wel met ze mee.”
“Wat moet ik hier dan nog?”
“Daar kom je wel achter als je er voor staat.”
“Dan loop ik hier gewoon maar overal rond, denk ik.”
“Dat lijkt mij ook,” zei Tinus, “Jij bent de sectiechef.”

De regen was gestopt.

Ik liep rond, overal. Voerde gesprekken, met iedereen. En wachtte op de vondst van Rob en Bert. Ik weet niet meer hoe laat Rob gevonden werd, maar wel waar, vlakbij de achterdeur, naast een baal kranten.

Bij het krieken van de dag hadden ze Bert ook. Bijna iedereen was al weg toen hij in de lijkwagen werd gelegd. Ik keek het voertuig na, terwijl de commandant naast me kwam staan.

“Hij moet geïdentificeerd worden,” zei hij.

We keken in de verte.

“Moet ik dat doen?”
“Jij bent de sectiechef. De ordonnans zal je brengen.”

Bij het VU ziekenhuis was de ochtendploeg net begonnen. Ik vertelde waar ik voor kwam en werd direct op sleeptouw genomen via gangen en trappen naar de kelder.

Daar werd ik voorgesteld aan de lijkschouwer, een kale man in een witte jas. Hij zat aan een campingtafeltje in de gang en nam net een hap van zijn lekkerbekje met knoflooksaus. De vettige lucht kon je op afstand ruiken.

“Wil je er ook één? Dit is geen werk voor een lege maag.”
“Ik vind een koffie wel genoeg.”
“Zoals je wilt. Maar ik laat hem niet koud worden, hoor.”
Hij keek me aan. “Sorry, zei hij, foute grap.”

Bert lag op een roestvrij stalen tafel, de uitrukkleding nog aan. Zijn haar zat in de war, zijn gezicht was vol met roet. Delen van zijn jas waren zwaar verbrand, hijzelf gelukkig niet. Het leek net of hij niet dood was, alsof hij alleen maar niet thuis was. Maar dat was niet zo, zei de witte jas, Bert doet het niet meer.

Mijn oog viel op een glinstering om Bert zijn pols, het bewoog rond, met één beweging per seconde wees het de tijd. Het horloge van Bert deed het nog wel, althans, dat is wat ik me herinner.

Het terugdraaien van de tijd was niet gelukt.


Het ongeval op de Motorkade is één van de meest bepalende gebeurtenissen uit mijn leven geweest. Ik heb me daarna in het werk gestort op veiligheid bij repressie. Veel gelezen, veel onderzoek gedaan en veel geschreven. Maar nooit echt over die avond. Pas toen ik een cursus verhalen schrijven volgde, in 2014, wist ik de flarden van die avond tot een impressie te vormen zoals hierboven is weergegeven.

Meer lezen: De ervaring van verlies; 25 jaar Motorkade en uit het Museum of Accidents De Motorkade

De MH17 zal nooit meer landen.

Leestijd: 11 minuten

Grote incidenten als de MH17 confronteren ons met een radicaal gevoel van onzekerheid, zowel op cognitief als emotioneel niveau. Verwerken is hard werken, met hart en verstand, zo blijkt uit twee boeken die naar aanleiding van de ramp verschenen.

Het is op 17 juli 2016 precies twee jaar geleden dat de MH17 door een raket naar beneden is gehaald,  waardoor alle 298 inzittenden om het leven zijn gekomen. Het is zowel een aanslag als een ramp. Het is een aanslag, omdat er met opzet op het vliegtuig is geschoten. En het is een ramp, omdat er zoveel levens bij verloren zijn gegaan en er nog veel meer levens voor altijd onherstelbaar zijn beschadigd.

“Twintig keer naar het journaal gekeken en het is nog steeds waar: zomaar in het web gevlogen van de oorlog van anderen”. 

Anne Vegter, Dichter des Vaderlands.

Eén van de levens die verloren is gegaan is dat van Willem Witteveen, hoogleraar aan de universiteit Tilburg (UT) en lid van de eerste kamer. Ter nagedachtenis aan hem organiseerde de UT een collegereeks over de MH17, dat op schrift is gesteld in een uiterst leesbaar en liefdevol boek. ‘Een ramp die Nederland veranderde?’ is een onderzoek naar de gevolgen van de ramp.

Daarnaast verscheen het boekje ‘MH17 – De Thuisreis’, dat het identificatie onderzoek van de slachtoffers beschrijft aan de hand van persoonlijke verhalen van nabestaanden en onderzoekers. Het zijn beschouwingen met het hart en verstand. We beginnen met het verstand: nadenken over vlucht MH17 onder redactie van Gabriel van den Brink.

De MH17 is een Black Swan

Direct in de inleiding al komt Van den Brink met twee lessen op de proppen uit eerder onderzoek, die ook relevant zijn bij beschouwingen over de MH17. In de eerste plaats is daar de constatering dat bij een incident allerlei al langer lopende processen bij elkaar komen. “Sommige van die processen lopen al geruime tijd en zijn vaak structureel van aard. Daarmee bedoel ik dat ze voortvloeien uit de wijzigingen die de maatschappelijke omgeving op een langere termijn vertoont”.

Daaruit volgt dan de conclusie dat de MH17 eerder een gevolg is van diverse ontwikkelingen die elkaar kruisen, dan dat het de oorzaak is van een maatschappelijke verandering.

Ik zou daar zelf nog wel aan willen toevoegen dat ondanks deze constatering van langer lopende processen, een aanslag op de MH17 op generlei wijze te voorspellen is geweest en dat het in die zin een echte Black Swan is, zoals door Taleb beschreven.

Het inzicht over de gebeurtenissen komt pas achteraf, en niet eens vanzelf. Daar moet je hard voor werken. Nu iedereen weet dat dit kan, het doelbewust neerhalen van burgervliegtuigen in de 10 km zone, kan het een volgende keer. De black swan is gewit.

Dat is gelijk het bruggetje naar de tweede les van Van den Brink: de waarheid bij dit soort complexe situaties ligt niet direct voor het grijpen. Als het goed gaat kun je na langdurig onderzoek een ordening presenteren die bij aanvang van het incident nog niet bestond. Dat zou je kunnen zien als een vorm van waarheidconsensus, dat slechts een kort leven beschoren zal zijn.

Na de presentatie ervan zullen de diverse partijen op hun eigen manier opnieuw kritiek leveren, waardoor die ene waarheid vanzelf weer verder weg raakt. Soms is een rapport daarom niet het einde van de discussie, maar een nieuw begin.

In die onmogelijkheid tot het creëren van één waarheid schuilt volgens mij ook de bron van alle complottheorieën, die vaak na grote rampen de kop opsteken en nog jaren kunnen aanhouden. Het toont aan waarom je als samenleving een ramp goed moet verwerken, anders blijft het je langdurig achtervolgen.

Tussen hart en verstand

Het is echter niet alleen de interpretatie van de werkelijkheid die heel divers wordt geuit, ook de emotionele beleving van deze ramp kent vele vormen, zo blijkt uit het hoofdstuk van Sjoerd de Jong over de berichtgeving in de dagbladen. Die verschilde nogal bij de diverse kranten. Van bijzonder persoonlijke en indringende verslaglegging inclusief namen en biografieën, tot meer afstandelijke, haast cerebrale journalistiek.

Dit palet aan verwerkingsvormen illustreert wederom de tweede les van Van den Brink: er is geen algemene waarheid, hooguit interpretaties daarvan. Iedereen doet het op zijn eigen manier. Maar het is wel aan de journalistiek om aan die interpretaties bij te dragen, zo stelt de Jong. “Daarbij moeten niet alleen de nasleep, maar allereerst ook de oorzaak van de ramp en de opstelling van nationale overheden in het onderzoek aan bod komen”.

Het is belangrijk dat alle invalshoeken op gelijkwaardige wijze aan bod komen in een respectvolle interactie, zoals Weick zou zeggen. Want respectvolle interactie is één van de vier pijlers van veerkrachtige organisaties. En veerkracht is nodig voor verwerking.

Heidi de Mare betrekt in haar analyse van de berichtgeving over de MH17 het gebruik van beelden, foto’s  en cartoons. Dat draait uiteindelijk uit op de constatering dat in de verwerking van dit soort rampen er grofweg twee wegen worden bewandeld: die van het hart of die van het verstand, “van het leed op microniveau tot de geopolitieke gevolgen op macroniveau”.

Natuurlijk is hier geen beste manier van beschrijven of verwerken in, maar, zo zegt de Mare, als je te ver doortrekt in je eigen spoor loop je toch tegen grenzen aan. “Het emotionele register zou meer stilering kunnen gebruiken, zoals het klinische verstand bij meer empathie gebaat zou zijn”.

Ria’s droom

En op dit punt gekomen, na al deze cerebrale overwegingen, zou ik graag Ria’s droom aan u willen citeren:

Ik liep eenzaam door de velden van de Oekraïne, op zoek naar mijn ouders. Daar ontmoette ik mijn vader, levend, die vertelde dat hij op zoek was naar mij. Ik antwoordde hem: “Pap, dat kan niet, want jij bent dood. Je kunt mij niet zoeken, ik ben juist op zoek naar jou.” Zo liepen we met zijn tweeën door die velden op zoek naar elkaar.

Ria’s droom staat in de proloog van ‘MH17 – De thuisreis’. Ria verloor haar ouders door de ramp en is één van de mensen die vertelt over wat hen is overkomen direct na de aanslag en in de periode er na, tijdens de identificatie van de slachtoffers.

Ria’s droom vertelt eigenlijk alles, het is haast poëzie. Ik werd er in ieder geval door geraakt, zoals ‘De thuisreis’ op diverse andere momenten ook raakt. Het is een klein boekje van 125 bladzijden. Kwantitatief helemaal niet zo zwaar dus, maar emotioneel bijzonder intensief omdat je dichtbij de beleving van mensen komt in hun persoonlijke rouwverwerking.

Daarnaast, en dat is net zo intensief, spreken de forensisch deskundigen over hun werk in dit boekje. Daarin worden technische en emotionele gedeeltes afgewisseld. Zo vertelt Arie de Bruijn dat hij alle onderzochte body parts gezien heeft en toch goed geconcentreerd zijn werk heeft kunnen doen. Tot de nationale herdenking kwam, en alle slachtoffers een gezicht kregen, met een foto en een verhaal.

Toen werd het hem te veel en heeft hij zich afgesloten van de verdere gebeurtenissen . “Kennelijk gun je jezelf geen ruimte voor emoties als je aan het werk bent, en komen ze er uit als je in een meer ontspannen modus bent. Dat moet ook wel, anders ben je geen mens”.

Rituelen

Van het verwerken van emoties naar het omgaan met rituelen is een kleine stap. In een boeiend hoofdstuk beschrijft Erik Borgman hoe we in Nederland in de loop van de jaren anders zijn om gegaan met de verwerking van rampen. Hij schrijft daarbij onder andere over de vliegramp in Tenerife uit 1977, de grootste uit de geschiedenis.

Daar is toen geen nationale herdenking voor georganiseerd, noch is er sprake geweest van nationale rouw. Pas in 2007 is er een monument op Tenerife geplaatst. Blijkbaar ging de aandacht in 1977 niet uit naar het verdriet van de nabestaanden. “En al helemaal niet naar de wond die de ramp voor Nederland betekende”.

En dat terwijl rituelen en herdenken zo belangrijk zijn om met verlies om te gaan. “De uitdaging is volgens mij dat we leren om verder te leven in het besef dat we mensen die we om goede redenen niet wilden missen, toch kwijt zijn geraakt”.

In dat kwijt raken zit zowel een individuele als een maatschappelijke component, die elkaar moet kunnen raken in rituelen, in een georganiseerde spontaniteit, om gezamenlijk de impact van een ramp als de MH17 te kunnen verwerken. In je eentje verwerk je namelijk niet het gezamenlijk verlies, en in te strakke orkestraties kunnen mensen hun eigen manier van verwerking, met het hart of het verstand, niet goed kwijt.

Juist die paradox van georganiseerde spontaniteit is bij de rituelen rondom de MH17 heel krachtig gebleken. Daarbij raken we langzaam tot de kern van het omgaan met grote rampen.

Laat de dieptegesteenten schuiven

De impact van de ramp met de MH17 is namelijk ongekend groot, zowel op de nabestaanden als op de maatschappij als geheel. Hoe groot weten we nog lang niet, want we staan pas aan het begin van de verwerking er van. Niemand weet welke feiten en gebeurtenissen er nog boven tafel gaan komen en wat die zullen betekenen. Daarom moeten we er over praten en schrijven, we moeten beschouwen en reflecteren en uitzoeken wat er met ons en de samenleving gebeurt en wat dat met ons doet.

“Deze ramp is misschien niet te bevatten, hij is wel van iedereen”, schreef Youp.  Iedereen moet mee doen aan de duiding er van, op zo veel mogelijk manieren. Daarvoor zijn onder andere boeken nodig met verhalen en gedachten die helpen om mening te vormen, om te duiden, om het geheel te kunnen overzien en te weten, bewust te zijn, van de nieuwe realiteit. Het kan niet anders dan dat daar beschouwingen bij zitten die je niet raken, of die je verkeerd raken. Maar ook die zijn nodig, om te weten wat we niet willen, om te weten welk pad ons niet verder helpt.

De twee boeken die ik voor dit blog heb gelezen bevielen mij niet gelijk, in eerste instantie. ‘MH-17 De thuisreis’ gaf mij persoonlijk bij vlagen een te indringend verslag van wat de nabestaanden hebben ervaren. Waarbij ik me terdege bewust ben van het feit dat hun beleving nog veel indringender moet zijn geweest dan nu door hen aan het papier is toevertrouwd.

Toen ik daar eenmaal achter was, begon de waardering voor ‘De thuisreis’ langzaam te stijgen, in het besef dat het ongemak van het lezen over andermans emoties eigenlijk over mijzelf ging. Over hoe ik naar de wereld kijk. Over mijn voorkeur in hart versus verstand. Over hoe mijn dieptegesteenten zich hebben geordend.

Radicale vormen van onzekerheid

Die term dieptegesteenten komt uit de 5 mei lezing van David Grossman, geciteerd in het hoofdstuk van Wim van de Donk over radicale vormen van onzekerheid:

“Eens in de zoveel tijd, als we echt een goed boek lezen, komt in ons iets in beweging. Dieptegesteenten verschuiven. Iets in onze kunstmatige definities verzacht als we worden aangeraakt door een literair personage waarin volheid van leven, soepelheid van innerlijke tegenstellingen schuilen. (… ) Plotseling borrelt de mogelijkheid van een ander bestaan in ons op. De mogelijkheid van een andere manier van zijn in deze wereld”.

Ik heb ‘De thuisreis’ daarom nog eens gelezen, en sommige stukken er uit nog een derde keer. Stukje bij beetje vielen emoties op hun plek in het landschap van gestolde gevoelens en gesteenten, die mij inderdaad hebben gewezen op een andere manier van zijn in deze wereld, zoals Grossman beschrijft.

Het is dat wat ik bedoel wanneer ik schrijf dat wij als mens en als samenleving boeken èn kunst, hart èn verstand nodig hebben om rampen met de impact van MH17 te kunnen plaatsen en verwerken. Of in de woorden van Van den Brink: “Daarom is het nodig dat we bij het zoeken naar duidingen de grootst mogelijke openheid van geest opbrengen. Er is geen enkele visie op de realiteit waarvan we mogen aannemen dat ze blijvend is”. Beschouwen dus, en veel, als mens en samenleving. ‘De Thuisreis’ en ‘Een ramp die Nederland veranderde?’ zijn daarom van harte aanbevolen. Laat uw dieptegesteenten schuiven.

Update 16 juli 2017: Nationaal monument MH17

Inmiddels is er een nationaal monument gerealiseerd vlak bij Vijfhuizen. Op 17 juli 2017 zal dat formeel worden onthuld door de Koning. De stichting schrijft op haar website:

“Het overlijden van de 298 inzittenden van vlucht MH17, op 17 juli 2014, vormt nog altijd een onmetelijk verlies voor nabestaanden. Inwoners uit alle landen, die slachtoffers betreuren, sympathiseren met hen en tonen grote betrokkenheid. Uit respect, als blijk van medeleven. Het is de missie van de Stichting Nationaal Monument MH17 deze gevoelens een plek te geven. In een herinneringsbos waar 298 bomen de herinnering aan slachtoffers levend houden. Een groen lint van bomen dat samenbindt en dient als oase van bezinning, troost en hoop.”

Op 16 juli 2017 liepen we toevallig voorbij als onderdeel van een wandelroute langs de Geniedijk en toen zagen we dat iedereen druk in de weer was met de voorbereiding van de officiële opening. We hebben op eerbiedige afstand even staan kijken, in de wetenschap dat de MH17 nooit meer zal landen, maar dat dit monument de nabestaanden toch een vaste plek heeft gegeven.

Ultrakort verhaal bij het monument in Hilversum

MH17

Naam

Onverwachts lopen we ‘s zondags tegen een MH17 monument op. Er staan veel mensen op met dezelfde achternaam, gezinnen weggerukt uit het leven. Als iemand je vroeg wat je later wilde worden, zei je nooit een naam op een monument. Maar je hebt het niet altijd voor het kiezen.


Dit blog is in 2016 geschreven en is onderdeel van The Museum of Accidents. De eerste update stamt uit juli 2017. Mei 2020 is het blog op sommige punten licht herzien en zijn de afbeeldingen vervangen. In december 2021 is het UKV over het monument in Hilversum toegevoegd.

Mag ik eens vragen, wat is jouw belangrijkste brand geweest?

Leestijd: 8 minuten

Dit blog gaat over de persoonlijke canon: je eigen incident CV. Oorspronkelijk waren het twee stukken, die ik nu gecombineerd heb in één verhaal. Ikzelf houd mijn incident CV nog steeds bij zoals ik hier beschrijf. En nog steeds geeft het richting aan mijn leerproces en is het onderdeel van mijn Prohairesis: hoe bereid je je voor op jezelf?

Op het brandweercongres 2015 had het Team Brandweercanon een masterclass georganiseerd over de Do It Yourself Canon. Vier thema’s kwamen voorbij: Schatgraven, Verwondering, Oefening en Nabijheid. Vier kwartier inspiratie om zelf aan de slag te gaan met de geschiedenis van de brandweer, van je korps, en van jezelf: met je persoonlijke canon.

Dat laatste kwam voor sommigen als een verrassing, omdat ze nog nooit zo naar zichzelf gekeken hadden. Maar achter elk incident, hoe groot of klein ook, zit een verhaal van de mensen die er bij zijn geweest.

Iedereen die bij de brandweer werkt heeft op die manier een eigen, persoonlijke canon opgebouwd. Een verzameling belangwekkende gebeurtenissen die jou als persoon hebben gevormd.

Alleen staan de meesten er niet zo bij stil.

Persoonlijke canon

“Mag ik eens vragen, wat is jouw belangrijkste brand geweest”?

Met die vraag begon ik elk van de 8 groepsgesprekken over het thema ‘nabijheid’, onder het mom dat er niets dichter bij jezelf is dan jezelf. En hoewel sommigen, zoals gezegd, verrast waren door die vraag in een masterclass over de brandweercanon, kwam er vrijwel altijd snel een reactie.

Firefighter Van Gogh style volgens Dall-E

Dat was de eerste rode draad die ik zag in alle antwoorden: de belangrijkste branden zitten bij iedereen heel erg vooraan in het bewustzijn.

Zelfs daar kan je spreken over nabijheid: datgene wat je heeft gevormd zit dichtbij en vooraan in je herinnering. Ik vond die rode draad een bevestiging van het nut van een personal canon.

Wat viel er nog meer op?

Veel brandweermensen hadden het over het besef dat ze in een bizarre situatie zaten bij hun belangrijkste brand. “Is dit echt? Het lijkt wel een oefening”, waren veel gehoorde zinnen. Kennelijk is een grote afwijking van ‘normale’ incidenten iets wat een bijzonder bewustzijn met zich mee kan brengen.

Maar zodra duidelijk is dat het wel degelijk echt was, ging bij iedereen direct de actiestand aan. Er was werk aan de winkel.

Impact

Wat ook in veel antwoorden terug kwam was de overweldigende impact van sommige incidenten. Dat kon enerzijds zijn omdat het zo’n grote gebeurtenis was. Zo kwamen bijvoorbeeld de vuurwerkramp en Chemiepak Moerdijk voorbij. Maar een grote impact werd soms ook veroorzaakt doordat er kleine kinderen betrokken waren bij incidenten. Of bekenden en helaas ook collega’s.

Een vierde rode draad uit die persoonlijke canons was de druk van de verantwoordelijkheid. Opeens is er het besef dat het om het echie gaat: er staat een hele rij brandweerauto’s en jij bepaalt de inzet. Dan is het duidelijk dat het om jouw draait: jij bent hem, jij moet het doen.

Een hele bijzondere vorm van verantwoordelijkheid werd ervaren door mensen die het gevoel hadden dat ze moesten beslissen over leven of dood. Alsof ze op de stoel van een God zaten; wel of niet doorzoeken naar slachtoffers onder zware omstandigheden met risico’s voor eigen mensen. Inderdaad een besluit dat je persoonlijkheid vormt, en dat je niet gauw zult vergeten.

En dan was er nog een categorie gebeurtenissen die niet zozeer een rode draad vormden, als wel een paar keer genoemd werden als het incident na de brand. De effecten van media en publicaties werd daarbij aangehaald, en hoe journalisten iets wat al een grote impact had nog eens zwaarder maakten.

Staart

Ook kregen sommige ongevallen nog een staartje voor de brandweer als nabestaanden opeens zelf in de pers verschenen met hun verhaal en een min of meer anonieme klus opeens een gezicht en een identiteit kreeg. Sommige incidenten zijn dus lang niet over na het inrukken, maar ontwikkelen zichzelf nog door.

Persoonlijke Canon
De Persoonlijke Canon in één oogopslag. Tekening Wendy Kiel

De allerdikste rode draad uit de persoonlijke canons die ik zag, was dat alle verhalen gingen over beleving en betekenis. Er was niemand die sprak over straalpijpen of watertransportsystemen, het ging niet over de harde kant van het vak. Iedereen noemde zonder uitzondering situaties die te maken hadden met emoties, met ervaringen die allemaal zeer nabij hun eigen ik waren gekomen.

De persoonlijke canon is dus letterlijk nabijheid. Alleen daarom al is het de moeite waard om er eentje op te stellen en te bespreken met collega’s. Te koesteren als jouw portfolio belangrijke gebeurtenissen.

Dus, daar is ie:

Wat is jouw belangrijkste brand geweest?

Hoe maak ik een personal canon?

Het woord zegt het al, een personal canon gaat over jou. Dus je moet zelf aan de slag. Er zijn drie stappen.

Stap 1: Inventariseer

Als je net nieuw bent in het incidentmanagement is het begin eigenlijk heel makkelijk. Houd je incidenten bij in een schrift of op de computer en beschrijf je rol bij het incident. Schrijf op wat het voor je betekend heeft (als het iets voor je betekend heeft tenminste, anders schrijf je lekker niks op)

Als het voor handen is, documenteer dan je verslag met rapporten, krantenknipsels, foto’s of wat je maar kan vinden. Kijk er eens per jaar in, selecteer de incidenten die belangrijk voor je zijn geweest in je vorming in wie je nu bent en sla die ergens op. Eerst sparen, daarna betekenis geven.

Als je al wat langer incidenten bestrijdt en een personal canon wilt opstellen, moet je dieper in je geheugen graven. Welke incidenten zijn je zodanig bij gebleven, dat je er nu nog steeds door beïnvloedt bent? Dat zijn de incidenten die je op een rijtje moet zetten en moet zien te documenteren, zoals ik hierboven al beschreef.

Firefighter in Mondrian style volgens Dall-E

Eerlijk gezegd is het best veel werk. Ik heb zelf ook een personal canon opgesteld, die je hier terug kunt vinden. Het is een lijst met incidenten die ik heb meegemaakt in verschillende rollen, aangevuld met een korte toelichting op de drie thema’s die mijn personal canon domineren.

Stap 2: Analyseer

Als je een lijst hebt opgesteld met incidenten die je bij zijn gebleven, is het zaak om de rode draad er uit te halen. Wat is de verbinding tussen de verschillende leerpunten uit je incidenten? Welk incident was echt een wake up call, zoals bij mij bijvoorbeeld de Motorkade? Welke acties heb je daarna opgezet en waar heeft je dat gebracht? Kun je een thema ontdekken in al die klussen die je hebt gehad?

Ook al is het jouw canon, praat er over met andere mensen die je kennen en die je vertrouwt. Wat zeggen zij over die incidenten? Hoe zien ze jouw rol? Zie het maar als een vorm van intervisie. Ik heb ter illustratie uit mijn personal canon drie thema’s gedestilleerd: veiligheid, lerende organisatie en continuïteit. Maar uit elke canon zullen andere thema’s komen.

Stap 1 en 2 moet je regelmatig herhalen. Je zult zien dat er nieuwe incidenten bij komen, die je op een ander niveau gaan brengen. Op enig moment is je allereerste klus misschien geen toonaangevend incident meer voor wie je op dit moment bent.

Ook al heb je nog zo veel goede herinneringen aan een uitruk, laat hem weer vallen als het niet representatief meer is voor je portfolio. Kill your darlings. Hoe langer je bij de organisatie zit, hoe minder toonaangevende incidenten zich zullen voegen op je lijst.

Hoe meer ervaring je hebt, hoe minder je curriculum zich zal ontwikkelen. Op enig moment is de lange termijn rode draad ook wel duidelijk, maar let op: er kunnen zich subtiele veranderingen aandienen, dus hou het bij. Los daarvan zijn er ook Black Swans mogelijk voor personal canons.

Stap 3: Acteer

Als je een thema, een rode draad, hebt gevonden, is het zaak om daar iets van te vinden. Wil je jezelf door ontwikkelen op de route die zich kennelijk voor je ontvouwt? Of wil je iets toevoegen aan wat je al kan?

Brandweer Amsterdam oefent met springzeilen in 1946. Foto ANP

Neem dan actie.

Ga in een team, volg een cursus, breid je piket uit of perk hem in.

De essentie is dat je iets moet gaan doen. Ik ben zelf ooit in het begrafenis bijstand team gegaan, en heb daardoor nieuwe ervaringen opgedaan in incidenten buiten mijn eigen korps.

Ook mijn stap naar Schiphol was een manier om me te verbreden. Ik wilde meer van crisismanagement ervaren dan alleen de brandweer. Hoewel ik pas achteraf echt goed beseft heb wat die overstap heeft gedaan voor mijn ontwikkeling, dat wordt dan weer duidelijk als je zo’n persoonlijke canon opstelt.

En voor alle zekerheid: ook niets doen is een vorm van acteren. Als je maar bewust een keuze maakt.

Tot zover de drie stappen van de persoonlijke canon. Ik ben benieuwd wat je er van vindt en of je er wat mee kan. Zoals gezegd, ik vond het zelf een zeer leerzaam proces. En ja, het kost veel tijd. Ik vond het echter de moeite meer dan waard, maar de lerende organisatie is dan ook één van mijn thema’s.


Naschrift

Zoals gezegd in de inleiding waren dit oorspronkelijk twee stukken, geschreven in 2015. Bij de update van de website in het kader van 10 jaar Rizoomes kwam ik ze weer tegen en besloot ik ze samen te voegen tot één blog. Niet meer als onderdeel van de brandweercanon, maar als onderdeel van prohairesis.

Het bijhouden van je incidenten, het analyseren en het reflecteren erover vormen een belangrijk onderdeel van het jezelf voorbereiden op jezelf: prohairesis. Iedereen met een operationele functie zou het moeten doen.

Een brandweerongeval in St. Louis

Leestijd: 4 minuten

Vrienden, bij de brandweer zijn we allemaal vrienden. Echte vrienden, maatjes, makkers. We gaan voor elkaar door dik en dun, bij nacht en ontij. Totdat, tja.. tot wat eigenlijk? Waar ligt de grens, waar ligt jouw grens? Denk daar eens over na en lees dan dit verhaal van Cindy Schuenke, een 43 jarige brandweervrouw uit St. Louis, Amerika. Wat zou jij doen?

Op 28 maart 2006 had Cindy een dienst gedraaid op Engine House 3. Aansluitend reed ze door naar Engine House 1, waar ze een ruiling had met een collega. Vrijwel direct kwam er een brandmelding binnen. Het betrof een kleine stenen bungalow waarvan de bewoonster vermist werd.

Bij aankomst golfde de dikke zwarte rook er uit. Bevelvoerder Corbin besloot desondanks tot een binnenaanval. Geneva Rooks, de moeder van een collega, moest nog in het pand zijn. Cindy liep met haar maatje, Bubba, naar binnen achter de aanvalsploeg aan van een andere spuit, Normandy.

Ongeval

Na 3 minuten bezweek plotseling de vloer onder Cindy, ze kon nog net een straal grijpen. Daar hield ze zich krampachtig aan vast, in een uiterste poging te voorkomen dieper te vallen. Zo hing ze met één arm aan een straal in een gat tussen twee verdiepingen. Ze had geen porto, en het man-down systeem werkte niet.

Ondertussen had Bubba door dat Cindy in de lucht bungelde. Hij greep haar hand, maar ze bleef met de adembescherming hangen achter de rand van het gat. Haar handschoen, mannenmaat dus eigenlijk te groot, schoof langzaam van haar hand.

Bubba schreeuwde naar de aanvalsploeg van Normandy. “Ik heb haar, kom helpen”. Jim Ebert van Normandy reageerde verbaasd. “Heb je Geneva daar?”, riep hij. Maar Bubba reageerde niet en Ebert besloot te helpen door aan het rugschild van Bubba te trekken. De rook en hitte was enorm, en Ebert besefte dat je zonder uitrukkleding en ademlucht niet kon overleven. Hij riep naar Bubba: “Laat haar gaan, ze is dood, ze is dood, we moeten onszelf redden”.

Cindy geloofde niet wat ze hoorde. “Ik ben niet dood”, schreeuwde ze terug. Ebert reageerde perplex: dat was niet de stem van een oude vrouw. Wat gebeurde er eigenlijk?

Arbeidsongeval St. Louis
De brandweer van St. Louis aan het werk, maart 2021. Foto Paul Sableman.

Op dat moment gleed Cindy uit haar handschoen en viel in de kelder. Haar voet raakte bekneld in de vloer, ze kon niet weg, ze zat midden in de vlammen en de hitte. Waddell, een brandweerman die buiten stond, besefte dat het niet goed ging binnen. Hij riep over de porto om extra stralen en gaf door dat Cindy in de kelder was gevallen. Er was een reddingsactie nodig, maar die kwam niet: ze was op zichzelf aangewezen.

Ziekenhuis

Binnen had Cindy haar andere handschoen ook uitgedaan. Ze wilde haar laars uittrekken om te kunnen ontsnappen. Dat lukte wonderwel, maar doordat ze op haar blote voeten en zonder handschoenen door de vuurzee moest, raakte ze zwaar gewond. Eenmaal buiten vocht ze om het bewustzijn te behouden: ze wilde niet dat haar handen of voeten geamputeerd zouden worden, dat moest en zou ze tegenhouden.

In het ziekenhuis was haar moeder er snel bij, wiens oog viel op de geel groene slierten uit de jas van haar dochter. “Zijn dat haar handschoenen?”, vroeg ze de dokter. Maar dat waren het niet. Het waren de restanten van Cindy’s huid.

Cindy wilde terug, terug in de uitrukdienst. Maar dat zou geen gemakkelijk pad worden. Het begon al met 96 dagen ziekenhuisopname. Met veel operaties om amputatie te voorkomen. In de volgende drie jaren waren 16 operaties nodig, en liepen de medische kosten op tot 1,1 miljoen dollar.

Zo moest ze huid van de bovenbenen laten transplanteren op haar handen. Dat bleek niet genoeg. Haar hand werd ingenaaid in de huid van haar buik, en toen dat was aangegroeid, weer los gesneden. Daarna werd de klomp verdeeld in vier vingers, de pink was gesneuveld. Na twee jaar had ze negen vingers, maar ze kreeg nog geen waterfles open gedraaid. Kon ze ooit op de wagen terug?

Aansprakelijk

Maart 2009 was het besef blijkbaar gekomen. Het besef dat een terugkeer er niet meer inzat, al riep ze officieel dat ze het nog steeds wilde.

Opeens stelde ze vier partijen aansprakelijk. De fabrikant van het man-down systeem, omdat het apparaat niet werkte. De commandant, omdat de brandweer niet goed was opgeleid. De officier van dienst, omdat hij niet door had dat Corbin een slechte inzet deed. En Corbin zelf: Omdat hij in een uitzichtloze situatie toch een binnenaanval liet doen, te weinig stralen had afgelegd en geen reddingsteam had ingezet.

De beschuldiging van Corbin viel bij de uitruk in St. Louis niet lekker. Je eigen collega, die lapte je er niet bij. Nooit niet. Maar ja, wat als je door de brandweer nooit meer terug zou kunnen bij de brandweer? Waren het dan nog je collega’s? Wat zou jij doen?


Dit blog is onderdeel van het Museum of Accidents.

© 2024 Rizoomes

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑