Wanderings

Tag: Taal

UKV April 2021

Leestijd: 6 minuten

In januari 2021 ben ik begonnen met de ultrakorte verhalen, zogenaamde UKV. Elke dag een verhaaltje van 280 tekens, gebaseerd op een ervaring, een overdenking of iets wat ik ergens las. Die plaats ik op twitter, als een vorm van twitteratuur. Soms past het niet in één tweet, dan maak ik een klein draadje. Op deze pagina vind je alle ultrakorte verhalen van april 2021, met bij elk UKV een foto uit eigen Iphone.

Eerste week UKV April 2021

Er was deze week veel te doen over een functie elders, openbaarheid en transparantie. Van anderen, natuurlijk. Zelf is iedereen namelijk zeer transparant en openbaar. En het was ook nog Pasen.

Nonsens

Iemand vertelde mij dat een nongesprek niet had plaatsgevonden, maar toch wel. Het is een noncept.

Een nonterras is niet geopend, maar toch wel.

Een nonvaccinatie is geprikt, maar toch niet.

Nonbeleid is uitgevoerd, maar toch niet.

Nonsens zijn niet logisch, maar toch wel

UKV April 2021

Kabouter

Waar ook te weinig aandacht voor is in deze coronatijd: kabouters. Anderhalve meter afstand is voor hen als twintig voor ons. De meesten hebben al een jaar geen normaal gesprek meer gevoerd. Wippen op hun paddestoel, rood met witte stippen, meer is er niet voor ze te doen.

Bernlef Poezie is een daad wordt wel gezegd

Bernlef

Het is 1997. Henk Bernlef zit achter zijn bureau, z’n nieuwe verzamelbundel voor zich, een pen in zijn hand. Wat moest ie er toch eens in zetten voor die ouwe Campert? Misschien hetzelfde als aan de rest, deze keer? Vooruit, gewoon doen: Poëzie is een daad, wordt wel gezegd

Unrise

Misschien is iets nieuws beginnen

makkelijker dan het te stoppen

Laten rijzen wat nog niet is

is beter voor te stellen

dan dat achter te laten

waar je ooit middenin zat

maar nu niet meer

Zien waar je was is anders

dan weten waar je bent

All things risen

once must unrise

Pasen

Eén iemand moet er ooit mee begonnen zijn, eieren verstoppen. Niks te doen met Pasen, een mens moet iets. Maar het is nogal uit de hand gelopen. Twee paasdagen zijn niet voldoende om alle vergeten eieren op te ruimen, zo mopperen de kippen. “Wij willen een derde paasdag.”

Buren

Het duurde vier weken voordat ze bij de nieuwe buren een kaartje in de bus stopten. “Beste buren,” zo schreven ze, “vinden jullie het leuk binnenkort een kopje koffie te komen drinken om nader kennis te maken?” Daags erna was er een kaartje terug. “Binnenkort kunnen we niet”

Plumeau

Hoe het huis te kuisen van stof? Met plastic stoffers of natuurlijk materieel? Uiteindelijk viel het oog op deze plumeau van struisvogelveren. Met FSC kenmerk. Helaas wil sindsdien het beeld van een struisvogel met kale kont niet meer uit mijn hoofd als ik de lamellen stof.

Tweede week UKV April 2021

Winterse buien. Het wil nog maar niet lenten. En met het vaccineren wil het ook maar niet lukken in Nederland.

Verlicht

Er is een parabel over een zen monnik die verlicht is geworden. Zijn collega’s vragen hem daags erna hoe dat is, verlicht zijn. En de monnik zegt: ‘net zo klote als gisteren’. Onlangs zag ik hoe een schaap verlicht werd. Het lam Gods graasde rustig door, net als gisteren.

Brexit

Voor mijn vage verzameling kocht ik een middeleeuwse ring op een webveiling. Het ding moest uit Engeland komen. Door de Brexit betaal je dan opeens inklaringsrechten, €9,90 in dit geval. Plus €13 om de 9,90 te verwerken. Woorden schieten tekort om deze #UKV netjes af te sluiten

Schrödingers Kat

Mocht het niet regenen, dan speelt Mia graag het spel van Schrödingers kat. Het liefst elke ochtend. Eerst zetten we het raam open en blijft ze halverwege staan. Daarna roepen we herhaaldelijk ‘Mia, binnen of buiten’ en gebeurt er niks. Pas als we erheen lopen om te kijken komt ze in beweging. Meestal naar binnen, want dat is de beste uitgangspositie om Schrödingers kat nog eens te spelen.

Actie

Wie twijfelt kan dingen doen of dingen bedenken; hij kan de werkelijkheid veranderen, kijkend naar wat er gebeurt. Of hij kan bestuderen wat er zou kunnen gebeuren, keurig volgens de regels, hopend dat het gaat werken. Dankzij Marcus Aurelius weten we dat hoop geen actie is.

Hemeltrap

Er is een vrouw die weet

dat alles wat blinkt van goud is

en ze koopt een trap naar de hemel

Alle winkels zijn er dicht

en de musea, de restaurants en de pretparken, ook

Alles

Da’s mooi balen,

vindt de vrouw

Heb je eindelijk een trap naar de hemel

Is er geen reet te doen

Boek

Je kunt boeken zoeken en vinden. Van het boek dat je zoekt, weet je dat je het wilt hebben. Van het boek dat je vindt, wist je dat niet.

Wat ik ook nog niet wist: boeken vinden is iets wat je verleert als je het niet genoeg doet. Snel weer inschrijven voor een nieuwe oefening.

Was

Was. De vuile houden we binnen. Er is ook schone, die kan naar buiten. Interessantst is de was die pas vuil blijkt als ie buiten hangt, de vage was. Hoed u voor hen die eisen uwes buiten te hangen, terwijl ze hun eigen vage was, niks te verliezend, als onbegrepen grap afdoen.

Derde week UKV April 2021

Er zit nog steeds van alles op slot. Niet alleen het weer, maar ook de heropening van de samenleving. Niet op 21 april, ook niet op 28 april, misschien pas half mei.

Lezend

Op het uitlaatveldje stond een vrouw, onbeweeglijk. Om haar heen drentelde een vuilnisbakje, die passerende honden vrolijk enterde. Ze las een boek, zag ik, toen ik voorbij liep. Souverein. De kaft had ze als een tijdschrift onderdoor gevouwen. Dat vond ik dan weer gruwelijk.

Nieuw

Bij een gebouw waar ik vaak kom zit een sticker op de deur: let op! nieuwe deur. Ik kan me de deur niet herinneren zonder die sticker. Het roept de vraag op wanneer een nieuwe deur niet nieuw meer is. Als de sticker is verdwenen? Of hangt men er toch elke week een nieuwe in?

Ladder

In mijn ooghoek zag ik een ladder door het bos gaan. Ik hoopte op TV-opnames voor een nieuw programma van Waardenberg en De Jong, maar het bleken twee mensen met een rugzakje. Ze hielden halt, zetten de ladder tegen een boom en klommen er op. Het mocht vast, wij liepen door.

Beitel

Bij ons op de vakgroep was Ben aan het promoveren. Op beroepsonderwijs en bewustzijn, of iets in die richting. De titel had hij al, zei hij gierend van de lach: school met de beitel. Sindsdien denk ik altijd aan Ben als ik langs een school met de bijbel kom. Verder nooit.

Erewacht

De meeste mensen bleven even staan en liepen door na een kort hoofdknikje. Anderen raakten elkaar aan, soms de kist; pakten elkaar vast, in tranen. Sommigen salueerden, vaak samen. Maar er was er maar één die zong, en dat was de allerlaatste. Een spiritual, hartverscheurend.

UKV uit andere maanden

UKV maart 2021

Leestijd: 9 minuten

In januari 2021 ben ik begonnen met de ultrakorte verhalen, zogenaamde UKV. Elke dag een verhaaltje van 280 tekens, gebaseerd op een ervaring, een overdenking of iets wat ik ergens las. Die plaats ik op twitter, als een vorm van twitteratuur. Soms past het niet in één tweet, dan maak ik een klein draadje. Op deze pagina vind je alle ultrakorte verhalen van maart 2021, met bij elk UKV een foto uit eigen Iphone.

Ultrakorte verhalen als dagboek van oude en nieuwe herinneringen

Eerste week UKV maart 2021

Fotografisch geheugengat

Harry had een fotografisch geheugengat. Daardoor vergat hij alles, zelfs wat ie was vergeten. Hij had wel hoop, dat ie een geheim agent was. Dat is echter een onhandige combinatie, geheim agent zonder geheugen. Het bracht hem in vreemde situaties. Niet dat ie dat nog wist.

Reflectie

Er staat een huis achter een boom, aan de oever van een poldersloot. Het heeft luiken in oud-Hollandse kleuren en een rieten dak, die reflecteren in het spiegelgladde water. Daardoor weet het huis niet meer wat onder of boven is. Wat ie best lastig vindt bij het ramen lappen.

Viskraam

Op het winkelplein verscheen elke vrijdag een viskraam; vrijdag visdag. Netjes staat iedereen in de rij te wachten tot ze aan de beurt zijn, ook poes is wekelijks van de partij. Opeens stond de kraam er onverwachts op woensdag. Zulks was echter niet onopgemerkt gebleven.

Banklezen

Hij was een jaar of zeventig, de man op het bankje. Hij droeg een ruitjespet en een bril. Zijn benen kruisten over elkaar en daarop lag een boek. Hij las. Op een bankje in de zon. Ik had best graag willen weten welk boek, maar vond dat geen reden om zijn idylle te verstoren. #worldbookday

Koffie

De koffiemachine op het werk staat standaard ingesteld op gemiddeld. Als je wil kan je de sterkte opvoeren. Ik toets ‘sterk’ in op het touchscreen. Het apparaat begint enthousiast te malen en schenkt een halfvol bekertje; sterke koffie blijkt niet met meer bonen, maar met minder water.

Zitten

Deze week leerde ik over de verschillende vormen van zitten. Hoog zitten, laag zitten. Rechtop zitten, alert zitten, dan wel relaxed onderuit. Alleen zitten, samen zitten, als de baas, aan het hoofd. Alles voor de optimale persoonlijke beleving. Ik kon er niet mee zitten.

Bokschietparadox

Een bok schieten betekent dat het schot gemist is. Niks geraakt dus, behalve de bokschietparadox: als je de bok mist, heb je toch een bok geschoten. En als je raak schiet, heb je ook een bok geschoten. Dat maakt het bokschieten niet eenvoudig. Voor de bok is dat echter geen reden voor gerustheid.

Tweede week UKV maart 2021

Op weg naar de verkiezingen van 15, 16 en 17 maart.

Oevers van de tijd

De plas doezelt in het gedempte licht van de namiddag. Duizenden smienten drijven op het water en fluiten elkaar onzachtjes toe. Een zwemmer slaat zich naamloos voorbij. Aan de oevers van de tijd kijk ik om me heen. Alles gaat voorbij, maar misschien blijven we nog even.

Nabezinkers

Gisteren heeft de politie een illegaal nabezinkfeest beëindigd. Riet Iool van de NVN geeft de fout toe. “Ja, stom, met de kennis van nu. Maar vòòr Corona had er niemand last van dat we in de tank lagen te borrelen met alle nabezinkers. Daar hoor je nu niemand meer over.” Volgens Iool hebben de Nederlandse nabezinkers het zwaar. “Het is echt heftig voor ons. Normaal borrelen we elke dag, maar dat kan nu al maanden niet meer. Het zou mij niet verbazen als de nabezinkers na de crisis helemaal uitgereageerd zijn. Wie gaat er dan nabezinken?”

Vogelaar

Met de Vogelaarwijken gaat het niet goed. Er is sprake van krappe behuizing en achterstallig onderhoud. Omdat er nogal wat gesloopt is, ligt veel terrein braak. De Vogelaars zien het met lede ogen aan en hopen dat het nieuwe kabinet deze misstanden doorbreekt.

Lift

Vanochtend in de lift naar de 6e verdieping, stapte er een man in op 2 hoog. Hij drukte op 1, leunde tegen de wand en keek verbaasd toen de lift omhoog ging. Ongemakkelijke stilte. Toen ik uitstapte wenste hij me een prettige dag verder, nog net voor de deuren zich sloten

Storm

Daags na de storm lagen de omgewaaide bomen kris kras over de grond. Het deed me denken aan toen ik als klein ventje een draai om m’n oren kreeg omdat ik enthousiast een tak van een geknakte boom trok. “Afblijven,” siste mijn vader en dat deed ik nu nog steeds. Met moeite.

Pterygium

Er ontstond een vliesje op mijn oog, een pterygium. “Niks bijzonders, zei de dokter, maar je ziet het vooral bij woestijnvolken. Grote kans dat het weer teruggroeit als ik het weghaal.” Het vliesje kwam niet terug, maar sindsdien traant het oog overvloedig tijdens talkshows.

Slinger

Er was vandaag meer jarig dan π, ook bij ons thuis werd er gevierd. Desondanks gingen we op pad, meer dan π mensen mochten er toch niet binnen zijn. Onderweg bleek er onverhoopt toch aan gedacht te zijn. Het leven is een feestje naar men zegt, maar je moet zelf de slingers zien.

Derde week UKV Maart 2021

Er mocht worden gestemd.

Authentiek leiderschap

Dwalers zijn we, dolende zielen die hun weg zoeken in de niksigheid van alledag. We zijn als wandelaars in een dicht bos; alle bomen lijken op elkaar, je bent tegelijk overal en nergens. Hoe fijn is het dan een richtingaanwijzer te krijgen: voor authentiek leiderschap linksaf.

Namen

In het voorbijgaan hoorde ik twee mannen hun ploeg doornemen. Frank was er niet, Ab kwam later en Farid was weer beter. Bij elke naam zat in mijn hoofd een zwart gat, ik kende ze niet. Maar de mannen wel; ze zagen, hoorden en roken bij elke naam automatisch beeld en geluid.

Poppetje

Vlak bij huis staat dit beeld, Lente. Deze week lag er ineens een poppetje op de sokkel. Had iemand het daar gevonden? Was het een gift voor het kalkstenen kind? Een uurtje observatie bracht geen uitsluitsel en een dag later was het poppetje weer weg. Zoals zoveel kleine verrassingen steeds verdwijnen.

Afgescheiden

Er stond iemand aan de deur met een lunchpakket, overvloedig gevuld. Het flesje sinaasappelsap verdween daarom in de koelkast, voor later. Na een week had de sinaasappel zich onderin verzameld en zich van het sap afgescheiden. Misschien was dit alles tekenend voor de huidige tijd.

Thermodynamica

De Tweede Kamer is versplinterd, lees ik. Gefragmenteerd. Maar dat is geen verrassing. In vrijheid kiest elk systeem voor de grootste chaos en laagste energie. Op kamertemperatuur is alles een zooitje en komt er niks uit, behalve grafitti. We zijn op weg naar nul, maar wel vrij.

Emma

Emma was haar vader kwijt. Al twee keer was hij omgeroepen in de supermarkt XL, maar kennelijk zonder resultaat. Even later zagen we Emma speurend door de gangen lopen met een medewerker, die haar opbeurend toesprak. Toen ik vroeger kwijt was belde je gewoon 14153, er werd altijd opgenomen.

Ophef

“Roei, roei, roei je boot

soepel met de stroom

Jippie de pippie, jippie de pippie

het leven is een droom.”

Ik heb mijn vertaling van dit gedicht helaas moeten intrekken, omdat ik geen echte roeier ben. Ik heb wel een roeimachine, maar dat is niet authentiek genoeg. Sorry voor de ophef.

Vierde week UKV maart 2021

Een week met veel herdenkingen uit het Museum of Accidents: de aanslag op Brussel van 2016, de fatale brand in de Koningkerk, de vliegramp op Tenerife. En het was ook nog eens vijf jaar geleden dat Cruyff overleed.

Hoop

Mag de hoop? Ja, de hoop mag, de hoop moet zelfs. Zeker op dagen als vandaag, als we de verloren levens van onschuldigen herdenken. Vergeet daarbij niet dat hoop het resultaat is van een werkwoord, van hopen. Hoop is niet wat je krijgt, maar is wat je maakt. Hoop komt nooit vanzelf.

Erewacht

Maart 2003, ik sta met vier brandweercollega’s in de erewacht voor Rens. Dan komt zijn familie binnen. Met stift schrijven ze allemaal iets op de witte kist. Niets zo verdrietig als een rouwend mens die een boodschap schrijft aan een gemiste. Er rolt een traan over mijn wang. Het werd mijn laatste erewacht.

Kinderzitter en koffiezetter

Staan er een kinderzitter en een koffiezetter bij de bushalte, zegt de kinderzitter: “Wat ben je stil, waarom zeg je niks?” De koffiezetter kijkt omzichtig om zich heen en antwoord dan: “Daar ben ik altijd voorzichtig mee, praten, voor je het weet zit je in een slechte mop.”

Biesheuvel

Over de bibliotheek van Biesheuvel is veel geschreven, maar ik heb hem nooit zelf gezien. Dit verhaal van K. Schippers stond er naar verluidt in; nu staat het in mijn boekenkast. Het papier, een dubbelgevouwen A3, meer is het niet, verwerd daarmee van één van de vele tot de enige. Voor geluk is soms weinig nodig.

Bal

Op Twitter zie ik dat bij één van de gekozen volksvertegenwoordigsters het idee is opgekomen dat alle mannen zich moeten laten steriliseren. 58.068 mensen bleken het daar niet mee oneens. Die onzalige gedachte krijgt dus geen meerderheid. Voorlopig blijven we gewoon baas in eigen bal.

Keukenschort

Uit het dagboek van een domme ontdekkingsreiziger: “Ik dacht dat dood hout altijd random in het bos ligt, maar het valt dus soms in geometrische patronen zoals deze stapel. Eromheen liepen drie blote mannen in een keukenschort, die er direct vandoor gingen toen ze me zagen.”

Koeien

Het schijnt dat koeien intelligente beesten zijn. Dat was mij ergens van bijgebleven. Dus bleef ik nieuwsgierig staan kijken bij twee koeien, die naar zichzelf staarden in de reflectie van de sloot. Toen dat ook hun enige reflectie bleek, vervolgde ik mijn weg naar nergens.

Ruilen

De bel ging, er stonden drie jongetjes op rolschaatsen voor de deur. Ze hadden een WC-borstel, zeep en 10 euro bij zich. Of we wilden ruilen, met iets. Ze gingen heen met vier Lego-minifigs, allemaal Potter tovenaars. Harry hielden we zelf. We hoefden er niets voor terug

Mondkapje

In de bus, een smoezelig oud vrouwtje stapt in zonder mondkapje. Zodra ze zit begint ze iets te vouwen, dat ze onder haar bril frommelt. Als ze uitstapt zien we vol ongeloof dat ze het knutselwerk draagt als ware het een mondkapje. Een, twee, drie, vier, kapje van papier.

Fruit

“Fruit, je spreekt het uit als fruit. Ziekmoend Fruit. Wat weten jullie ervan, ik kom uit Oostenrijk, ik weet beter hoe je dat uitspreekt.” Wij lagen inmiddels dubbel van het lachen; tweedejaars psychologie en niet eerder een stampvoetende docent in een collegezaal gezien.

UKV uit andere maanden

UKV februari 2021

Leestijd: 8 minuten

In januari 2021 ben ik begonnen met de ultrakorte verhalen, zogenaamde UKV. Elke dag een verhaaltje van 280 tekens, gebaseerd op een ervaring, een overdenking of iets wat ik ergens las. Die plaats ik op twitter, als een vorm van twitteratuur. Soms past het niet in één tweet, dan maak ik een klein draadje. Op deze pagina vind je alle ultrakorte verhalen van februari 2021, met bij elk UKV een foto uit eigen Iphone.

Ultrakorte verhalen als dagboek van oude en nieuwe herinneringen

Eerste week februari 2021

ultrakorte verhalen februari 2021

Slak

De slak weet dat veiligheid een kwestie is van op tijd vertrekken. Dat hoorde hij van de schildpad. Want wanneer je achtervolger op de plek is waar jij net was, ben jij al weer verder. En daarna herhaalt zich dat met elke volgende stap. Zo haalt ie je nooit in. Da’s logisch.

Hoofd

Vandaag lees ik dat ergens in Frankrijk een afgehakt hoofd uit het raam is gegooid. Het zal niks met elkaar te maken hebben, maar toevallig zit er gezichtsherkenning op mijn nieuwe thuiswerk-PC. Ineens vond ik opstarten met een vingerafdrukscanner een te prefereren optie.

Halve Peer

Ergens boven de Binnendieze in Den Bosch hangt dit beeldje van halve Peer. Er zit een heel verhaal aan vast; iets met twee carnavalsverenigingen, een vat bier en twee flessen Jägermeister. Kortom, je moet er bij zijn geweest, maar met de juiste zon is het best een mooie peer, ook al is ie door de helft.

Reizen van A naar B

In de pauze van een college over het veranderen van organisatiecultuur trof ik de docent alleen. Zijn populariteit was door de lange reeks saaie monologen nogal tanende. Ik vroeg hem wat ie er zelf van vond, al die theorie. Hij zuchtte diep.

“Voor de praktijk hoef je alleen maar het volgende te onthouden”, zei hij: “Als je reist van A naar B, reis dan met de middelen van B.” Hij nam nog een slok van zijn koffie. “Maar ja, de dekanen vonden dat jullie veel theorie moesten krijgen. En dan krijgen jullie dat dus ook.” Zijn koffie was op.

“Over een jaar zijn jullie die theorie vergeten, maar zo’n oneliner over reizen van A naar B vergeet je nooit meer.” Er verscheen een lachje op zijn gezicht. “De schoorsteen van deze ZZP-er moet ook roken, hè, en dat gaat beter met drie dagen lullen dan met één oneliner.”

ultrakorte verhalen februari 2021

Daffodil

Van de Daffodil is bekend dat ie graag als eerste zijn kop opsteekt. Dat is mooi, want dan is de lente in aantocht. Het is echter ook bekend dat de Daffodil heel slecht naar het weerbericht kijkt. Dat is dan weer niet zo mooi, vooral als de winter nog een pak vorst komt brengen in februari 2021.

Vissen

De jongen stond al een tijdje te vissen toen er een keurige heer naast hem kwam staan.

“Willen ze een beetje bijten?”

“Gaat wel, één blinkertje tot nu.”

“Aha. Sta je hier wel vaker?”

“Soms, zo’n twee keer per week, denk ik.”

“Dan wil ik nu graag je visvergunning zien.”

Dobber

In de vijfde klas van de lagere school zat ie, en hij kon uren staren naar dobbers in de etalage van de hengelsportwinkel. Op zekere dag vroeg een onbekende man of ie mee ging om bij hem thuis mooie dobbers te kijken. Gealarmeerd rende hij weg, met de schrik vrij, zoals dat heet. Nu, 44 jaar later lijkt het hem wel leuk om alle oude mannetjes in zijn dorp een draai om de oren te gaan geven. Als ze dobbers zo mooi vinden, kunnen ze een zware krijgen.

Tweede week februari 2021: Winter!

Sneeuwstorm in het weekend en strenge vorst gedurende de rest van de week.

Code Rood

Het werd die zondag code rood en de dovemanskreet klonk. “Blijf thuis en ga alleen de weg op als het echt niet anders kan.” Degenen die dit zelf kunnen bedenken bleven uit zichzelf al thuis. Alle overigen doen gewoon wat ze uitkomt, valide of niet. Die emancipatie is in ieder geval geslaagd.

ultrakorte verhalen februari 2021

Yellow Snow

Ik droomde dat ik een eskimo was. De vorst was hard gaan waaien, onder mijn voeten knerpte de sneeuw. Iemand zei dat ik niet naar Zappa’s show moest gaan maar dat kon ook helemaal niet door de corona maatregelen. ‘Ga dan waar de Hooglander gaat en don’t eat the yellow snow.’

Shal

Er wordt gezegd dat de sjaal uit Kashmir komt, van nabij de stad Shaliat. Daar werden grote vierkante lappen geweven uit het haar van de Tibetgeit. Pas in de 18e eeuw kwam de shal naar Europa. Inmiddels houdt men ze hier kennelijk voor gezien en worden ze demonstratief aan hekken geknoopt.

Amor Fati

Amor Fati

Amor Fati staat voor het omarmen van je lot. Niemand die dat beter omschreef dan Epictetus. “Eens zal iedereen sterven,” zei hij, “ik ook. Moet het nu, dan is het nu. Maar als het straks pas is, dan ga ik eerst even eten omdat het etenstijd is. Dan sterf ik later wel.”

Broertjes

We werden ingehaald door een jongen die een buggy voortduwde, met daarin een tierende peuter. Die vond het geen dag voor racen, maar van zorgvuldige exploratie. Even later zette het jongetje zijn eerste stapjes in een witte wereld, veilig aan de hand van zijn grote broer. Het ging niet snel, maar dat was precies de bedoeling.

ultrakorte verhalen februari 2021

Eetwonen

De koe duwt met haar neus de heide opzij, op zoek naar de sappigste stengels. Haar lange tong slingert zich er omheen en zo trekt ze het bosje naar binnen. Snuivend hobbelt ze in alle rust naar de volgende. Als je woont in je eten is er altijd genoeg en dan werd het straks ook nog eens lente.

Ommetje Opzij

Opzij opzij opzij

Maak plaats maak plaats maak plaats

Ik heb ongelofelijke haast

Moet nog rondjes lopen, veel wandelpunten scoren

Die app is mij heus niet de baas

Een andere keer misschien, dan lopen wij weer samen

Ga mijn Ommetje nu starten

Kan echt niet langer blijven staan

Derde week februari 2021

Supercars

Bij het kruispunt in Laren paraderen de supercars. Een carwalk. Jongens rennen zenuwachtig heen en weer, camera in de aanslag. Af en toe laat iemand zijn auto brullen. Omdat het kan. En omdat ie weet: lang voordat je zo’n monster bezit, had je er altijd al één willen hebben.

Wieken

“En ze kortten de wieken, om de schapen te sparen.” Er zijn zo van die zinnen die in je hoofd blijven hangen. Omdat ze zowel mooi zijn als een nieuw inzicht brengen, hoe klein ook. Sindsdien denk ik bij elke molen aan een schaap, zelfs als de vlucht keurig is afgezet met een hekje.

Avondklok

Vanonder verdwenen sneeuw verscheen een mededeling. Verwarring alom. Lag het er al voordat de sneeuw viel? Had de mededeling de sneeuw doen smelten? Of wat? Causaliteit en correlatie blijven lastige begrippen, zoals ook de rechtzaak over de avondklok gisteren weer liet zien.

Ultrakorte verhalen februari 2021

Wijndrinkdag

Het is #nationaledrinkwijndag. Ik dacht aan die keer bij Roef, op het dak van Gooiland. Er kwam wijn, er was zon en alles scheen in het glas. Ik dacht aan nuages: that which passes, passes like clouds. En toen dacht ik: ik doop elke dag drinkwijndag tot dat virus opgerot is.

Black Duck

Meet the Black Duck. Familie van de Black Swan. Waar de zwarte zwaan zich manifesteert door complexiteit en onvoorspelbaarheid, daar is de zwarte eend een uiting van stupiditeit en onwetendheid. Alle ellende veroorzaakt ie zelf, maar hij verwijt het anderen, luid snaterend.

Laatste week februari 2021: zomer.

Zonnig en tot 18 graden. Boven nul.

Mondkapje

Hij liep gehaast naar de Appie, bijna sluitingstijd. Het was midden in de winter zomer geworden, de seizoenen gingen per week tegenwoordig. Daar was de winkel al. Automatisch greep hij in zijn binnenzak. Niets, verkeerde jas! Hij keek om zich heen en zag daar een mondkapje liggen.

Verkleinwoordje

Op de Havendienst van Amsterdam werkte vroeger een Hoofd Technische Dienst die uit Rotterdam kwam. Hij sprak in verkleinwoordjes. Bootjes, schroefje, asje, geen probleempje. Gisteren liepen we langs dit ontwerpfabriekje. Niet onmogelijk dat het werd bedacht door zijn kindje.

Sjaak

Sjaak Patat was zo’n snackbar waar kinderen aan het eind van de middag een gezinszak friet met kroketten kwamen halen. Sjaak had klef zwart haar, een gouden bril en een vettig schort voor. Bij het overhandigen van de bestelling zei hij steevast, olijk knipogend: niet meer op het ijs, hè?

Dingen met dingen eraan

Er staan twee dingen met dingen eraan in de Hof van Hoorn. Vanaf hun sokkel kijken ze statig om zich heen. IJs smelt vandaag langzaam van ze weg. In de lucht hangt saharazand, waar de zon manmoedig doorheen probeert te breken. Het kan de twee dingen allemaal niets schelen

Gaspeldoorn

De Europese Gaspeldoorn lijkt op de Gele Brem en bloeit vaak al in december. Het is een passieve pyrofyt: na bosbrand ontkiemen hun zaden eerder dan die van andere soorten. Ze kunnen echter slecht tegen vorst. Ik moet er snel weer eens langs, kijken hoe het ze deze winter is vergaan.

Crash

25 februari 2009. Het weekoverleg met de officieren van Brandweer Schiphol is net afgelopen als de omroep open gaat.

“Hij is weg”, zegt de Toren.

“Wie is weg”, vraagt de Havendienst.

“Hij is van de radar.”

Dan komt de AOM tussendoor: “het is VOS 6!”

De TK51 is gecrasht.

Nordic Sjokking

Voor ons liep een stel dat Nordic trachtte te walken. Hun armen zwiepten lusteloos heen en weer, de stokken slapjes meegesleept. Het geheel klonk als een omgekieperde zak tentstokken waartussen iemand langdurig zijn haringen zocht. Het was daarom ook vooral Nordic Sjokking.

Handschoen

Het was de tijd van de halve handschoenparen. Ze lagen overal. Op bankjes, op de grond, in vensterbanken. Op fietszadels en motorkappen. Aan verkeersborden, straatlantaarns en afhaalchinezen. Maar er lag er maar eentje op een vuilnisbak net te doen of de hand er nog in zat.

Drijfzand

Als kind was ik beducht voor drijfzand. Ik had gezien, gelezen of bedacht dat je er in weg kon zakken en nooit meer boven zou komen. Maar dat is dus helemaal niet waar, je blijft gewoon drijven. Je moet er alleen voor zorgen dat de goede kant boven steekt, dat dan weer wel.

Andere ultrakorte verhalen

Elke dag een UKV is al gauw een heleboel. Dus heb ik ze per maand geordend zoals ze op twitter zijn verschenen. En het klopt dat februari 2021 niet in het rijtje staat.

Ultrakorte Verhalen

Leestijd: 9 minuten

In de afgelopen jaren heb ik steeds een nieuw dagelijks twitterproject gehad. In 2019 deed ik de #DailyStoic en in 2020 de #beginzin. Van het laatste project is een volledige galerij op de website terug te vinden, alsmede een blog met twintig keer de beste beginzin. Het project van dit jaar is ultrakorte verhalen #UKV.

Ultrakorte verhalen als dagboek van oude en nieuwe herinneringen

Ultrakorte verhalen komen in verschillende vormen voor. Wat je op internet veel ziet zijn sites over en met verhalen die maximaal 99 woorden lang mogen zijn. Vaak zijn dat wel echte verhalen met de dramaboog van Freytag. Er is een persoon met een wens of opdracht, er is een obstakel, dan een oplossing en tot slot een resultaat.

Twitteratuur

De kortste ultrakorte verhalen zijn de zogenaamde six word stories. De bekendste is naar verluid van Hemingway. ‘For sale: baby shoes. Never worn’. Ook kort zijn wat wel de twitterstory wordt genoemd, of twitteratuur. Verhaaltjes van maximaal 280 tekens, minus #UKV of #twitterstory.

En dat is precies wat ik ga doen in 2021. Elke dag een verhaaltje met maximaal 280 tekens, gebaseerd op een ervaring, een overdenking of iets wat ik ergens las. Het is een dagboek van oude en nieuwe herinneringen

UKV Galerij Januari 2021

Wie is de baas?

Volgens Harari is het niet de mens die graan exploiteert, maar gebruikt het graan juist ons; om zich voort te laten planten op akkers vol gouden halmen. De meester van die omkering is echter de hond, die kwispelstaartend toekijkt hoe de mens zijn poep in plastic zakjes rolt.

Duizend-en-één

Vandaag trof ik iemands goede voornemens aan op de kiezels van het Pelgrimspad. Ooit zei Oscar Wilde dat er niets makkelijker was dan stoppen met roken, hij had het al duizend keer gedaan. Ik kreeg bijna zin om mee te doen, maar ja, ik was al gestopt. Na duizend-en-één keer.

Schroot

Langs de dijk ligt een kerkhof vol auto’s. Ooit waren ze gloednieuw. Glanzend stonden ze te wachten onder een laken, die de garagist er glunderend af zou trekken zodra de klant binnen was. Verrassing! Van alles wat daarna zou komen resten nu slechts herinneringen en een stapel schroot.

Crisismanagement met taart

Heel Holland Bakt is eigenlijk crisismanagement met taart. Je moet 100% besluiten met 50% van de kennis, aan het eind van je ervaring begint er opeens een probleem en alles staat altijd onder tijdsdruk. Zoals één van de bakkers zei: “Ik heb een goede planning alleen gaat de tijd sneller dan ik dacht.”

Collega H.

Er kwam bericht dat collega H. was overleden. Net als ik werkte hij hier al twintig jaar, toch kende ik hem niet. Op de kaart staat: ‘Naast zijn werk leidde H. een vrij eenzaam bestaan.’ Ik weet niet of ik eerder zoiets las op een rouwkaart. Maar ik zal H. niet vergeten.

Kakken

Vlak voor mij liep een grote hond die echt enorm moest kakken. Hij werd met gekromde onderrug voortgetrokken door een bleke man met oranje skimuts. Op het grasveld aangekomen strekte de hond genoegzaam kreunend zijn staart. De man dook in zijn Iphone; dit kon wel even duren.

Thuiswerken

Niet het thuiswerken is saai, maar het thuiszitten. Elke dag is hetzelfde. Dus keek ik verheugd uit het raam bij de aanblik van een gestrande trailer. Men reed karren van de ene in de andere truck. Ik schonk koffie in en ging er eens goed voor zitten. Hun pech was mijn geluk

Kat in de dakgoot

Er zat een kat in de dakgoot. Hij keek strak voor zich uit, naar een andere kat buiten beeld. Staredown. Zijn grimas werd versterkt door een vreemde tekening onder zijn neus. Alsof er een snor met punten op was gestift. Loop maar ff lekker door, dacht de kat in de dakgoot. Met je #UKV.

Phish

Ik kreeg post van Mr Hill Kunow. “Dear Sir/Ma, u heeft recht op 600 dollar coronasteun. Daarvoor hebben we wel uw gegevens nodig en een kopie van uw rijbewijs.” Beste Mr Hill Kunow, wat een loser van een phisher bent u. Echt broddelwerk. Ik kan dus helaas niet op uw verzoek ingaan.

Gat

Voor wie het zien wil, zit de aarde vol gaten. Sommige zijn gevuld met zand, die vallen het minste op. In andere zit water of lucht, die zie je al een stuk beter. En er zijn gaten die je voor een ander graaft. Die neigen zich stiekem doch onzichtbaar te verplaatsen. Anders zou je er natuurlijk nooit zelf invallen.

Klopt

Voor mijn vage verzameling kocht ik via een veiling een Italiaanse munt waarop de brandweer wordt geëerd. Er zit een gebruiksaanwijzing bij die uitlegt dat er een inscriptie op staat: Corpo Nazionale Vigili del Fuoco. Dat klopt precies. Altijd mooi, als alles klopt.

Katten

De kat kat tegen de andere kat. Het is een kattige kat. De niet-kattige kat, daarentegen, kat nooit tegen de kattige kat. Beter zou zijn van wel. Dat is toch waar het een beetje om gaat, dat katten katten. Anders kan je net zo goed een konijn houden. Die katten veel minder.

Tandpasta

Opeens was de Parodontax afgrijselijk veranderd, ook al stond er nog steeds Original op de tube. Ik kocht iets wat het niet meer was. Ooit zei Barthes over de Argo dat als naam en vorm gelijk blijven, het ding ook gelijk blijft. Maar daar moet inhoud dus bij, weet ik nu.

Kanon

Zondagmiddag, mooi weer. De kleine jongen met de grote blauwe muts staat voor het kanon waar hij graag op zou gaan zitten. Zijn moeder of oma, ik zag het niet direct, ontraadt het hem ten zeerste. “Zo krijg je een hele natte kont.” Maar dan heb je wel fijn op een kanon gezeten.

Belletje

Hoi mam, met mij. Ja, ik loop buiten. Nee, alleen. Die zit nog thuis. Het is nu definitief, ontslagen. Sinds vanmiddag. Geen werk meer voor. Ja, door corona inderdaad. Dat is nog een eufemisme, vervelend. Maar waar ik voor belde, staat dat logeerbed nog bij jullie op zolder?

Haastrecht

Het Pelgrimspad bracht ons in Haastrecht, waar we halt hielden om het centrum te bekijken. Er fietste ons een oude vrouw voorbij, die afstapte en lopend doorging. Op de hoek van de straat steeg ze weer op haar rijwiel en verdween. In gedachten zag ik haar gierend van de lach wegfietsen

Hooglander

Hoe zou het leven zijn, voor een Schotse Hooglander op de Hilversumse heide? Dat vroeg ik me gister opeens af. Het was gaan sneeuwen, de kudde kolossen bewoog zich langzaam met de bui mee en schudde af en toe met hun lange haren de vlokken van zich af. Weer eens als thuis?

Berkeley’s raadsel

Wanneer een boom in een verlaten bos omvalt en er is niemand om het te horen, maakt het dan geluid? Deze vraag van George Berkeley uit 1710 spookte door mijn hoofd toen ik langs de blauwe lichtpilaren liep. Zouden ze ook schijnen als er geen mens is om het te aanschouwen?

Bril

Er hing een bril aan een tak in het bos. Aan de glazen te zien kon de eigenaar zonder zijn bril het ding nooit meer terugvinden. Omdat ik ook niemand al kruipend de grond zag aftasten liet ik de bril hangen. Mijn rol in het brillebestaan was slechts er een #UKV over te schrijven.

Blue

Ik wilde al twee dagen een #UKV over blue monday schrijven, maar er kwam steeds iets leuks tussen. En nu is het te laat, we zijn al weer op blue wednesday. Ellende en depressiviteit wachten maar een jaartje op hun beurt. Je kan niet overal rekening mee houden, in deze blue times.

Geitebrein

Wat zou er omgaan in het geitebrein? Ik keek het dier diep in de ogen maar er schoot me niets te binnen. Misschien op brute kracht: geitebrein geitebrein geitebrein geitebrein. En hup, daar was Ome Willem al; bloemkool met een papje erbij, broodje poep. Het geitebrein zweeg.

Opletten

Onderweg liep ik achter een moeder met haar zoontje. Hij schopte z’n voetbal vooruit en rende er hard achteraan.

“Kijk uit, daar kan wel een auto vandaan komen.”

“Ik wist niet dat ik al daar was.”

“Je moet opletten!”

“Hoe kan ik nou opletten als ik niet weet waar ik ben?”

Already broken

Het favoriete glas van de Roshi had de afwas niet overleefd. Hij reageerde haast achteloos: the glass was already broken, zei hij. Onlangs viel mijn kleine blauwe boeddha in stukken uiteen. Ook al was ie already broken, ik heb hem toch weer gelijmd. Preventief, voor de volgende breuk.

Het licht vriest

Volgens het weerbericht ging het licht vriezen. Wat gebeurt er als het licht vriest? Krijgen we dan koud licht? Vriest het licht alleen buiten of kan het ook binnen vriezen? Als het licht hard vriest, wordt het dan donker? Wanneer gaat het licht weer dooien? Zoveel vragen

Zeepaard

Het ruiterpad was door de overvloedige regenval zodanig ondergelopen dat het vooral geschikt leek voor zeepaarden. Ik zag de mannetjes er al zwemmen met hun kroost, klagend over de mamadag van hun ega’s; alsof opvoeden maar één dag per week is. En wie mocht alles opruimen?

Heren van Hoogmade

Vorst, er is te weinig vorst. Zo weinig dat ijsverenigingen beginnen te vrezen voor hun voortbestaan. Dat laat de heren van Hoogmade koud. Ze schaatsen zich een pas op de plaats, dag in dag uit, weer of geen weer. Er zal niemand winnen noch verliezen, en it giet altyd oan

Klimop

Op het landgoed waren de dikke stammen van de Klimop allemaal doorgesneden. De dode tentakels die resteerden hingen nog in de boom, zoals ze daar al tientallen jaren hadden gehangen, maar dan met blad en bloemen. Wat ik mij afvroeg: zou de boom zijn Hedera heel erg missen?

Gemompel in de marge

In 2010 stuurde Bernlef zijn gedichtenbundel Kanttekeningen aan Remco Campert. ‘Voor Remco, gemompel in de marge’, schreef hij erin. Nu Bernlef er niet meer is en Campert bijna, staat het boekje in mijn kast. Ik zal er goed voor zorgen, als barnsteen om fossiel.

Oude os

De knieën van de oude os doen zeer. Zeventien jaar zijn ze, en daarom moeten ze elke dag lopen met de baas. De rest van de oude os stribbelt mee, behalve op het eerste stukje, het erf af. Want daar wacht iets lekkers. Al zou ie ook wel eens een keer op schoot willen zitten

Kapsel

Twee oudere dames kwamen luid kletsend de bus binnen, het kapsel in model gedwongen met zo’n plastic haarband die het voorhoofd vrij houdt. “Goed, ik zeg dus, ik zeg, ze zullen de scholen wel weer open gooien, maar daar heb ik niks aan. De kappers, die moeten open. En snel.”

Andere ultrakorte verhalen

Elke dag een UKV is al gauw een heleboel. Dus heb ik ze per maand geordend zoals ze op twitter zijn verschenen.

Twintig keer de beste beginzin

Leestijd: 7 minuten

Hoe ziet de beste beginzin er uit? Met die gedachte begon ik in 2020 dagelijks een beginzin uit mijn boekenkast te posten. En toen ik ze allemaal op een rijtje had staan moest ik de beste er uit halen. Dat viel echter nog helemaal niet mee.

‘Call me Ishmael’. Dat is volgens de American Book Review de beste beginzin aller tijden. En ik vind hem ook erg goed; lekker kort, heel krachtig en je bent gelijk voorgesteld aan een belangrijk personage. Zo’n beste beginzin als die van Herman Melville legt de lat hoog voor andere schrijvers. Die willen er ook zo één.

Dus is er een hele cultus ontstaan over de wetenschap van de beginzin. Je mag niet beginnen met ‘ik’ of het weer. Hij moet kort zijn. Je begint met een personage plus een gevoel, een plaats, een tijd en/of karakteristiek. Beloof iets. Flirt met spreektaal. Zorg dat er wat op het spel staat. En schrijf beeldend. Er zijn kortom meer regels dan je in één beginzin kwijt kunt.

De vraag is natuurlijk hoe belangrijk zo’n goede beginzin echt is. Ik bedoel maar, hoeveel beginzinnen ken je uit je hoofd? Noem er eens een paar op. Ja, dan kom je vanzelf op ‘Call me Ishmael’: dat zijn slechts drie woorden, die onthoudt iedereen wel. Ken je echter ook de twee volgende zinnen van Moby Dick? Hier komen ze:

Call me Ishmael. Some years ago—never mind how long precisely—having little or no money in my purse, and nothing particular to interest me on shore, I thought I would sail about a little and see the watery part of the world. It is a way I have of driving off the spleen and regulating the circulation.

En dan gebeurt er wat mij betreft opeens iets geks met die beste beginzin. Er zit namelijk een breuk tussen met het vervolg. ‘Call me Ishmael’ is een three word story op zichzelf. Daarna begint het grote verhaal pas echt. Moby Dick was naar mijn bescheiden mening dus net zo’n klassieker geworden als ie was begonnen met ‘Some years ago—never mind how long precisely—having little or no money in my purse, and nothing particular to interest me on shore, I thought I would sail about a little and see the watery part of the world.’

Ultra Kort Verhaal

Omdat ik zelf ook altijd loop te hannessen met de beginzin leek het mij in 2020 een prima plan om gedurende een jaar dagelijks een beginzin uit mijn boekenkast te posten. Een mooie aanleiding om er elke dag eentje te bestuderen en af te kijken hoe je nou die beste beginzin schrijft. Het resultaat van die verzameling vind je hier terug in de Galerij der Beginzinnen.

Wat uiteindelijk de beste beginzin van die 365 exemplaren is, vond ik lastig vast te stellen. Toen ik ze allemaal zat door te lezen om er een longlist en daarna een shortlist van te maken, viel me op dat het niet zozeer de eerste zin zelf is die bepalend is voor de kwaliteit, maar het setje van de eerste paar regels in zijn geheel.

Hoe meer die eerste paar regels een ultra kort verhaaltje (UKV) op zichzelf vormden, hoe beter ik ze vond. Omdat er een vraag werd geponeerd, of een dilemma, een raadsel. Omdat ik ze grappig vond, ontroerend soms. Of gewoon omdat het mooie zinnen waren die een overdenking, een mijmering bij me teweeg brachten.

Wat me verder opviel: het lukte me niet om zonder spijtgevoelens de longlist in te korten tot een shortlist, noch kon ik er één als de beste beginzin aanwijzen, zoals ik vooraf had bedacht. Maar da’s dan weer het mooie van je eigen website volschrijven, dat je gewoon de regels aanpast tijdens het spel. Niemand die klaagt.

Twintig keer de beste beginzin

Uiteindelijk zijn dit de twintig beste beginzinnen geworden, in willekeurige volgorde. Die van Moby Dick zit er trouwens niet bij. Niet omdat ik hem niet mooi vond, maar het boek staat niet in mijn kast.

De ene dag is er leven. Een man bijvoorbeeld, in goede gezondheid, niet eens zo oud, zonder ziektegeschiedenis. Alles is zoals het was, zoals het altijd zal zijn.

Een van de dingen die je meemaakt als je ouder wordt, is dat je een heleboel nieuwe manieren vindt om je te bezeren.

Geachte mevrouw Davis, Wij hebben elkaar nimmer ontmoet en die situatie moeten we vooral handhaven. Er is al ellende genoeg in de wereld.

Beste Kees, Er is een moment. Momenten zijn er altijd. We vullen ons leven ermee. Elk moment is anders. Op een bepaald moment doen we iets. Kiezen wij dat moment of kiest het moment ons?

Hou het stevig vast, zegt mijn vader. Met beide handen. Ik omklem het stokje. Vader loopt langzaam achterwaarts, de haspel met vliegertouw afwindend. Bij elke stap voel ik een klein rukje. Ik zet me schrap.

We stonden tegenover elkaar, mijn moeder en ik. Zij aan de ene kant van de kist, ik aan de andere. We rukten aan de hengsels. Zij droeg sloffen, ik schoenen. Ze gleed weg en ik zette haar klem. Gewonnen.

He was an old man who fished alone in a skiff in the Gulf Stream and he had gone eighty-four days now without taking a fish. In the first forty days a boy had been with him.

Die zondagmorgen liep Van Kempen de bijkeuken in om zijn klompen aan te doen en een kijkje op de dijk te gaan nemen. Maar toen zag hij daar een geweldige kat liggen. Dat is eigenaardig, zei hij bij zichzelf, die was er gisteren nog niet.

Het gebeurde in februari 1969 in Cambridge, ten noorden van Boston. Ik heb het niet onmiddellijk opgeschreven omdat ik eerst van plan was het te vergeten, om niet gek te worden.

Hoe meet je de zwaarte van een klap die nooit kwam, zoek je de fiets waar niets mee is, die er nog staat? De brand in een leegstaand schoolgebouw, nooit uitgebroken, laat geen sporen na.

In een plaatsje in La Mancha, waarvan de naam mij niet te binnen wil schieten, leefde niet lang geleden zo’n edelman met een lans in zijn wapenrek, een antiek leren schild, een magere knol en een hazewind.

Was het hem? Was het hem niet? Vanmorgen, op dat stampvolle perron 12b van Amsterdam-Centraal had ik even dat sterke gevoel dat ik Stan van Leer zag.

De dag waarna in het leven van Raimund Gregorius niets meer zou zijn als ervoor, begon als talloze andere dagen

In juni 1885 arriveerden er drie Fransen in Londen. De ene was een prins, de andere een graaf en de derde een gewone burger met een Italiaanse achternaam. De graaf omschreef het doel van hun bezoek later als intellectueel en decoratief winkelen.

1986. Het was aan het begin van mijn reis naar Santiago dat Borges stierf. Dat was vreemd, want je had het vreemde idee dat hij nooit kon sterven, of dat hij al lang dood was, dat kon ook.

Ooit bezat ik het volmaakte ei. Het was ongeveer zo groot als dat van een merel en had als bijzondere eigenschap dat het leeg was – niets dan een schaal rondom eivormige lucht.

De bomen buigen. Het zijn langwerpige bladervrachten die wapperen zoals de wind het aangeeft. De wolken zeilen eroverheen, genoeg verlangens op zo’n dag, maar als je het beleeft weet je er geen raad mee.

Rechts van me staat een vlekkerig grenen boekenkastje. Het bevat onder meer mijn jeugd.

Ze stapten uit bij het eindpunt, en toen ze bij de straathoek kwam, zag ze tot haar verbazing dat ze in de straat was waar ze woonde, op een paar passen van haar huis. Ze bleef staan.

Er zit een geheim in alles wat je ziet en zelfs als je dat geheim oplost blijft er het geheim van je vermogen om het te zien en op te lossen.

Veilig betekent ‘buiten nood’

Leestijd: 2 minuten

Veylig bediedt buyten noodt

Taal is zeg maar echt mijn ding. Dankzij taal kan ik communiceren. Kan ik vertellen wat ik van iets vind door er een stukje over te schrijven. Kan ik lezen wat anderen voor mooie gedachten hadden, waar ik van kan leren. En kan ik beschrijven wat ik zie en hoor, welke processen ik waarneem, zonder dat die in de fysieke werkelijkheid zichtbaar hoeven te zijn. Als alles in die taaluitwisseling goed gaat, weten we precies wat we bedoelen als we een systeem instabiel vinden, of reactief, of juist veilig.

Vervolgens kan je het daar op inhoudelijke gronden verschrikkelijk mee oneens zijn, en krijg je discussies over het nut van zero accidents, trapleuningen vasthouden, achteruit inparkeren en de validiteit van Heinrichs driehoek dan wel pyramide. Om zo’n gesprek te voeren gebruik je woorden, zoals zelfstandige naamwoorden en werkwoorden. En dat is waar ik het eigenlijk over wil hebben: werkwoorden en ander taalkundig gespuis.

Want van veilig bestaat geen werkwoord en dat vind ik raar. Veilig is meestal een bijvoeglijk naamwoord en daarmee beschrijft het een eigenschap van iets anders. Zoals een veilige omgeving, of veilig verkeer. In de vorm van veiligheid is het een zelfstandig naamwoord, ook al zo statisch. Kennelijk beweegt het dus niet, veiligheid, als je het aan de taal vraagt. Het is een status, iets wat is, of niet, of te weinig.

Screenshot van zoeken naar de herkomst van het woord ‘veilig’

Beveiligen is daarentegen wel een werkwoord. Je beveiligt een pand, een informatiesysteem. Het is actief, je doet het en als het lukt is het beveiligd. Ook een status, maar een dynamische status. Beveiligen beweegt namelijk mee met de boef, is die zelfs het liefst voor. That’s the spirit.

Op zijn best is veilig een bijwoord. Dan geeft het lading aan een werkwoord, een extra kwaliteit. Zoals veilig werken, veilig handelen, veilig rijden. Maar ja, het is wel een beetje nep. Want kennelijk kan je dan ook rijden, werken en handelen op een onveilige manier. Veilig heb je dus niet altijd nodig, volgens de taal. Zou dat vroeger misschien anders zijn geweest, toen de onveiligheid in de samenleving veel groter was?

Het korte antwoord daarop is nee. In de Taalgids 8 uit 1866 vind ik een prachtige polemiek over de herkomst van het woord veilig. Voor zover ik uit het gebakkelei kan afleiden is in 1636 voor de eerste keer ‘veyligh’ als Nederlands woord verklaard met ‘ende bediedt buyten noodt.’ Hoogstwaarschijnlijk is het via de Friezen geïmporteerd uit Scandinavische talen, waar ‘fehlig’ zoiets betekende als afgedekt, beschut.

“Voor eeuwen beduidde veilig reeds gedekt voor gevaar of ramp, en dát-alléén beduidt het nog”, concludeert mr. A Bogaers in zijn betoog dat veilig niet afkomstig is van het werkwoord veilen, dat ‘te koop’ betekent. Gedekt voor gevaar of ramp is inderdaad wel een mooie status, zo bedenk ik mij, die eigenlijk op gaat voor alles.

Meer heb je niet nodig. Laat dat werkwoord dan maar zitten.

Dit blog is ook verschenen als column in NVVK Info 2020-2. Het is onderdeel van het hoofdstuk Veiligheid op Rizoomes.

Spontane menselijke ontbranding

Leestijd: 6 minuten

Spontane menselijke ontbranding is een interbolegerend fenomeen dat steeds weer de kop opsteekt. Bij mij kwam het toevallig voorbij in de brandweerpraktijk, maar het had al mijn interesse toen ik nog Psychologie studeerde. Hoe de dingen soms samen kunnen komen.

Helen Conway

Ik denk niet dat Helen Conway zich haar levenseinde had voorgesteld als een verkoolde romp op een stoel, met haar benen nog redelijk intact eronder. Toch is dat wat er gebeurde op 8 november 1964, zo laat de foto van dit tafereel ons zien.

De overblijfselen van Helen Conway. Foto Robert Meslin 1964

Ik vind de scene niet zozeer gruwelijk als wel raadselachtig. Wat zou daar gebeurd zijn? Hoe kan een volwassen mens verkolen terwijl het bijzettafeltje dat er naast staat, onaangeroerd lijkt? En wat zit er allemaal op die muur gesmeerd? Is dat de verdampte Helen of is het bluswater residu? Zou het Team Brandonderzoek hier een protocol voor hebben? Allemaal vragen die zich opdringen bij het bekijken van de foto.

Volgens de brandweer van Upper Darby, Pensylvania, moest er wel sprake zijn van spontaneous human combustion, spontane menselijke ontbranding. Dat kon gewoon niet anders, een andere verklaring hadden ze er niet voor kunnen vinden. In hun opinie is het namelijk onmogelijk dat een volwassen vrouw in korte tijd helemaal verbrandt, zonder zichtbare ontstekingsbron of aanvullende brandstof. Spontane menselijke ontbranding was het enige wat overbleef als je alle andere oorzaken had geëlimineerd.

Bovendien was het ook allemaal heel snel gegaan, als ze de berichten van de dochter van mevrouw Conway mochten geloven. Die had de woning van haar moeder verlaten om 08.42 en zes minuten later vond de brandweer haar zoals op de foto te zien. Zoiets hadden ze nog nooit mee gemaakt, daar in Upper Darby en men hoopte dat het ook bij één geval zou blijven.

Dit boek kocht ik tijdens een vakantie in Schotland, in zo’n archetypisch klein boekwinkeltje.

Spontane menselijke ontbranding is een vagelijk gedocumenteerd fenomeen, waarbij mensen kennelijk zonder duidelijke aanleiding in brand vliegen en daardoor het leven verliezen. Vergeet de branddriehoek, zonder ontstekingsbron of hoge temperatuur staat het slachtoffer opeens in brand, zo wordt verteld.

Vandaar de term spontaneous human combustion: uit zichzelf vliegt het in brand. Vreemd genoeg is de directe omgeving van de menselijke resten volgens de diverse rapportages nauwelijks door brand aangetast. Er vindt dus geen branduitbreiding plaats. Nog vreemder is dat niemand het in al die keren ooit live heeft meegemaakt. Het kan dus net zo goed zijn dat een enorme lila kabouter er plezier in schept om mensen in de fik te steken met een mega-thermische lans. Niemand zag het één noch het ander, ga dan maar eens zeggen wat waar is.

Occam’s Razor & spontane menselijke ontbranding

In dit soort gevallen en trouwens ook in alle andere, geldt Occam’s Razor: als er meerdere hypotheses zijn die een verschijnsel kunnen verklaren, dan moet je de meest eenvoudige zoeken. Degene met de minste entiteiten en aannames, die moet je hebben. Waarschijnlijk valt de roze kabouter met zijn thermische lans dan als verklaring af.

Hetgeen overigens niet automatisch betekent dat spontane menselijke ontbranding dan de enige overgebleven oorzaak is, daarover zo meer. Je kan natuurlijk ook je schouders ophalen en denken: lekker belangrijk, kan mij die Occam schelen en vervolgens overgaan tot de orde van de dag. “Ik ga me helemaal niet bezighouden met spontane menselijke ontbranding.”

Maar zo makkelijk kom je er niet altijd mee weg. Ergens begin 1998, ik werkte nog voor brandweer Amsterdam, ontving ik post van een zekere mijnheer Kostelijk. Het was een wat verfomfaaide bruine envelop, die minimaal één tweede leven had gekregen om de aan mij geadresseerde brief te vervoeren. Her en der waren eerdere adresuitingen doorgestreept. Voor alle zekerheid was er bovendien ruim afgedicht met plakband.

De eerste brief van meneer Kostelijk. Er zouden er nog vele volgen.

De brief zelf was handgeschreven, in een handschrift dat zowel bibberig als expressief was. De heer Kostelijk, een gepensioneerd leraar Nederlands van 80 jaar volgens zijn schrijven, hield zich nog steeds bezig met het publiceren van artikelen voor het tijdschrift ‘Onze Taal’ en over zijn laatste geschrift had hij graag een wederhoor gezien van een ter zake deskundige rondom het begrip van de menselijke zelfverbranding. Daarom was hij niet zozeer bij mijn persoon als wel bij de brandweer Amsterdam terecht gekomen. Of hij mij mocht bellen?

Dat mocht. Het werd een geanimeerd gesprek, eentje die ik zou willen classificeren als tussen ‘amices’ met de daarbij horende beleefdheidsvormen die het leven zo aangenaam kunnen maken, ook al was ik nog veel te jong om een amice te zijn.

Ik ging dus een ingezonden stuk schrijven, daar kon ik na het gesprek met mijnheer Kostelijk niet meer onderuit. Mijn brief werd keurig afgedrukt in het aprilnummer van ‘Onze Taal’ in 1999. Ik heb het betreffende exemplaar nog ergens in een doos liggen en met enig gezoek vond ik het voor dit beeldverhaal weer terug. De getypte versie is in de WP 5.1 geschiedenis verschwunden in een digitaal zwart gat, tezamen met veel andere documenten.

Wat schreef ik toen? Ik citeer een stukje. “De cruciale factor kan dus bewustzijn zijn. Is het mogelijk dat iemand zo erg van de wereld is dat hij niet merkt dat hij in brand staat? Veel vermeende slachtoffers van zelfontbranding zijn in bed gevonden, of op een stoel. Dit impliceert inactiviteit, wellicht slapen of bewusteloosheid.”

Het eerste deel van het artikel uit Onze Taal

Uit enkele autopsierapporten bleek bovendien dat de slachtoffers tamelijk beneveld waren. Even verderop beschrijf ik wat tegenwoordig het ‘wick effect’ wordt genoemd, het lijf als kaars: “Sommigen wijzen erop dat het onderhuidse vet van mensen kan smelten, waarbij kleding als een soort lont kan fungeren. Als de temperatuur hoog genoeg is, kan men op deze wijze als ware men een kaars verbranden.”

De mens is dus gewoon een binnenstebuiten kaars, met het vet aan de binnenkant en de lont aan de buitenkant. Uit proeven met varkens is gebleken dat het kaars effect inderdaad optreedt. Makkelijker kan Occam het niet maken.

De twijfel van de praktijk

Toch brengt de praktijk je dan soms opnieuw aan het twijfelen. Het moet eind 1999 zijn geweest dat ik werd opgeroepen voor een brand in een bejaardentehuis. De brand was bij aankomst al onder controle, zo zei de Alarmcentrale mij, maar er was een slachtoffer bij te betreuren en derhalve werd ik ook ter plaatse verwacht.

Het rusthuis was een relatief nieuw gebouw, ergens in Amsterdam West, precies weet ik het niet meer. Wat ik me wel herinner was dat er een lichtblauwe parafine achtige damp in de gangen hing. En omdat de brandmeldinstallatie was afgegaan, deed de lift het niet en moesten we met de trap vier verdiepingen naar boven, in die blauwe damp die naar fondue smakend op je tong neersloeg. Boven stonden alle deuren en ramen wijd open om de rookslierten kwijt te raken. “Ze zit in die stoel daarbinnen,” zei de brandmeester. “Althans, dat wat van haar over is.”

In het midden van de kamer stond een hele grote stoel, stoffen bekleed met bloemenmotief. De oude vrouw zat erin, gekleed in een nachtpon van één of ander synthetisch materiaal. Haar hoofd hing schuin opzij, richting de linkerarm. Haar rechterarm lag verkoold op de leuning, weggebrand tot onder de schouder in de borstkas.

Verder was ze volledig intact, net als de stoel en de rest van haar nachtpon. Ik keek het met verbazing aan. Zoiets had ik nog nooit gezien, en het was kennelijk ook heel snel gegaan. Van brandmelding tot ter plaatse had hooguit 6 minuten gekost, hoorde ik later van de Alarmcentrale. “Heb jij toevallig een hele grote lila kabouter voorbij zien komen,” zou ik de brandmeester gevraagd hebben als ik dit verhaal toen al geschreven had. Maar nu stond ik daar enige tellen sprakeloos.

“Gek verhaal, he,” zei de brandmeester toen hij naast me kwam staan. “Die hele kamer stond vol met brandende kaarsen toen we aankwamen. En alle asbakkies vol, nou dan weet je het wel.” Ja, toen wist ik het wel. De mens is een binnenstebuiten kaars en Occam’s Razor houdt je altijd scherp. Wat ik daarnaast geleerd heb, misschien wel net zo belangrijk, is dat je brieven van gepensioneerde leraren Nederlands nooit weg moet gooien. Er zit mogelijk een Kostelijk verhaal in.

Naschrift: Na de briefwisseling met mijnheer Kostelijk heb ik ook nog enige keren met Jan Willem Nienhuys van Skepsis contact gehad en hem mijn exemplaar van Fire from Heaven uitgeleend. Nienhuys schreef dit artikel dat ik van harte onderschrijf. De laatste update van dit blog is van 23 mei 2020

Interbolegerend, de strategie van de onzin

Leestijd: 9 minuten

De strategie van de onzin is misschien niet zozeer een strategie als wel een statement. Met onzin aantonen dat wat er gebeurt, onzin is. Op een speelse manier. Maar onzin heeft ook een schoonheid in zichzelf.

Die ontdekte ik al zoekend en schrijvend aan dit blog. Dat bestaat dan inmiddels ook uit een aantal delen. Deel 1 is het oorspronkelijke blog uit 2016 over het woord ‘interbolegerend’. Deel 2 en 3 volgden in datzelfde jaar, en toen dacht ik dat het wel af was. Daarna was het dus even stil rondom de onzin.

Tot ik voor deel 4 het boekje over de waantaal van Nico ontdekte. Die moest en zou er bij, vond ik, en daarmee is het blog weer geopend. Een deel 5 zou zo maar tot de mogelijkheden behoren. Maar eerst deze vier maar eens lezen, te beginnen met het woord waar het allemaal mee begonnen is: interbolegerend.

Interbolegerend 1: Onzin

In 2020 werk ik al weer 19 jaar op Schiphol. En never a dull moment. De dynamiek van de luchthaven is groot en er is altijd wel iets te beleven. Dat begon eigenlijk al direct. Klaas Makker, mijn baas en de toenmalige commandant van Brandweer Schiphol, had het plan opgevat om ter introductie van het vakgebied vliegtuigbrandbestrijding samen naar een congres te gaan in Manchester. Dat was nog eens een mooi begin van een nieuwe baan.

In de tweede week van september zou het werk dan echt beginnen. En dat deed het op een wel heel bizarre wijze: op 11 september 2001 vlogen twee vliegtuigen in de Twin Towers New York. Alle toestellen die vanaf Schiphol onderweg waren naar Amerika keerden terug en zetten de normale bedrijfsvoering zwaar onder druk. Het leverde niet direct heel veel extra werk op voor de brandweer, maar het gaf mij al in mijn tweede werkweek een goed inzicht in het crisismanagement op de luchthaven.

911-schiphol-vertrektijd
Foto van Schlijper
De strategie van de onzin

In dit blog wil ik het echter niet over crisismanagement hebben, maar over management. Of beter, ongewoon management en de strategie van de onzin. Want van een goede baas leer je gekke dingen, zo is mijn ervaring na 25 jaar. En wat dat betreft was Klaas een goede baas.

In de eerste weken van mijn nieuwe baan nam hij me mee naar allerlei vergaderingen, om me snel mijn weg in de burelen te laten vinden. Niet alle vergaderingen waren even spannend en sommige zelfs oersaai. En in één van die vergaderingen hoorden ik hem opeens zeggen dat hij het een kwestie vond die bijzonder interbolegerend was. Enigszins verbaasd keek ik hem aan. Interbolegerend? Wat was dat nou weer?

Maar kennelijk vond niemand het een rare opmerking. De inbreng van Klaas werd vanuit diverse zijden beaamd en met een grote glimlach liet hij de kwestie verder zo interbolegerend als hij was en ging men over naar het volgende agendapunt.

Toen we later op de weg terug waren naar de kazerne vroeg ik hem wat interbolegerend eigenlijk betekende. Hij keek me grijnzend aan en zei: “Ik heb geen idee. Je bent de eerste die het vraagt. Ik zal er eens over nadenken”.

Toen ik hem wat ongelovig bleef aankijken vervolgde hij: “Ja je moet toch wat met zo’n stom agendapunt. Af en toe gewoon even een schop onder het orgel geven, dan speelt het vanzelf verder”. Dat is de strategie van de onzin.

Strategie van de onzin

Klaas had meer van dergelijke onzin woorden, maar interbolegerend is het enige dat ik heb onthouden. Ook Google had er tot vandaag nog nooit van gehoord, zie mijn screenshot maar:

Interbolegerend Search Results

De grootmeester van de onzinwoorden is natuurlijk Toon Hermans. Al noemde hij het zelf kolderliedjes. Op papier zijn het inderdaad nonsens, maar als je ze uitspreekt zijn ze fonetisch toch opeens te herleiden tot normale woorden. Kijk maar eens naar Snupitu.

Snupitu

Snupitu ijssitu glaassitu
Snupitu flensitu speculaassitu
Snupitu kaasitu gebaccitu
Snupitu coffitu kejakkitu

Onzinwoorden

Onzinwoorden zijn ook in gebruik als leestest voor kinderen. Het combineren van echte woorden met nonsens zou dan het taalgevoel moeten stimuleren. Ook al verschillen de meningen daar nogal over. Welke woorden staan bijvoorbeeld hier?

valaf
nertaicon
daalpemerem
lenbakprul
bakas

Interbolegerend zoals Klaas het bedoelde was echter niet zozeer een kolderliedje noch een leestest, maar eerder een vorm van Bullshit Bingo avant la lettre. Het was de strategie van de onzin, met onzin aantonen dat er sprake is van onzin. Als iedereen zo nodig moeilijke woorden wilde gebruiken, dan kende hij er ook nog wel een paar. 

Het geniale er van was natuurlijk dat hij glimlachend het gesprek voortzette als de rest net deed of ze wisten wat interbolegerend betekende. In die zin gebruikte hij onzinwoorden als een milde vorm van een practical joke.

Bullshit Bingo
Buzword Bingo van Dilbert

Het belangrijkste doel wat ik met blog heb is, naast het vertellen van een leuk verhaaltje, dat het woord interbolegerend in de zoekresultaten van Google terecht gaat komen. Bij wijze van experiment, natuurlijk, maar altijd leuk om te proberen. Dus breng dit blog vooral bij heel veel mensen onder de aandacht en laat ze het via hun eigen browser lezen, om de zoekmachines de weg te wijzen. Ik ben benieuwd hoever we komen.

Interbolegerend 2: Google

Op 10 augustus 2016 kwamen de eerste resultaten van het experiment door op Google. Met name via Twimmer werden de ‘interbolegerend’ tweets in de zoekresultaten weergegeven. Uiteindelijk heb ik 5 tweets geplaatst, die inclusief retweets gezamenlijk zo’n 4500 views op Twitter kregen. Een mooi bereik, en groot genoeg om voldoende mensen naar de website te trekken die het blog gingen lezen.

Want het doel werd op 14 augustus 2016 bereikt: interbolegerend was opgenomen in de zoekresultaten, meer specifiek stond www.rizoomes.nl bovenaan het rijtje. Top!

Screendump Interbolegerend 20160814

Via @huskyneus en @MEvers02 kwam ook het andere onzinwoord uit deel 1 boven tafel dat Klaas veel gebruikte, maar dat ik me niet meer kon herinneren: epibreren.

Toen ik ging zoeken op epibreren, werd ik toch een klein beetje verrast. Want dat onzinwoord bleek dus wel te bestaan, ook al betekende het formeel niets. Het werd in 1954 voor het eerst door Simon Carmiggelt genoemd in één van zijn ‘Kronkels’.

Het betekent namelijk niets. Het is gewoon maar een woord. Ik heb het zelf verzonnen. Op een dag was er een lastige heer aan het loket, die ons haast wilde laten maken met een kwestie, die zijn tijd moest hebben. Ik zei: ‘Meneer, u hebt groot gelijk, maar geef ons nog een weekje om de zaak te epibreren. Het woord kwam vanzelf uit mijn volheid tevoorschijn. En het werkte uitnemend: de man ging getroost heen.’

Toen ik dit las kon ik me niet helemaal aan de indruk onttrekken dat Klaas precies wist wat epibreren betekende en waar het vandaan kwam, en dat hij zijn eigen epibratie heeft gevolgd door interbolegerend te bedenken.

Epibreren en interbolegeren zijn woorden die dus eigenlijk aan elkaar gerelateerd zijn, zowel qua ontstaansgeschiedenis als betekenis. Al zit er gevoelsmatig wel een verschil tussen, maar het blijft allebei de strategie van de onzin.

Snijders en Jiskefet

Op 7 augustus kwam de volgende verrassing rondom onzinwoorden, en wel van de absurdistische scheurkalender van Ronald Snijders tijdens een kleine hoempert.

7 augustus

De grap van bovenstaande nonsens is dat ze dus wel degelijk iets zegt. Natuurlijk zijn ze verkeerd gespeld en daarmee taalkundig onzin, maar psychologisch gezien wordt er wel degelijk (onbewust) een betekenis toegekend aan dergelijke onzinwoorden.

De menselijke psyche is namelijk dol op patronen, en herkent al gauw iets, ook al is het soms verkeerd. In dezelfde foutcategorie zat de omslag van het laatste boek van Joop van Riessen. Kijk maar eens goed, het is echt fout.

Moord op de de tramhalte

Via @vonklinkenhoven ervaarde ik ook weer een hernieuwde kennismaking met de mannen van Jiskefet. Meer in het bijzonder refereerde @vonklinkenhoven aan de hoempert, hij kwam al voorbij, uit een geweldige sketch die Scheepskamelen heet.

Prachtige onzinwoorden komen er in voor. De al eerder genoemde hoempert, maar ook bijvoorbeeld ‘roegen’, ‘kierder’, ‘kneukeren’ en ‘heugers’. Mooie woorden die niets betekenen, maar waarvan je denkt dat je weet wat het is door de uitleg van Wim van Nijssel, gespeeld door Michiel Romeijn. Aan het eind gaat Wim ook nog een stukje dichten:

Ik liep door een straat, ik zie haar lopen
Ik weet niet wat er binnen was gekropen
Een traan, Viel op het plaveizel
Hé, ben jij dat, Wim van Nijssel?

Wim van Nijssel, dat ben ik dan.

Dan zit ik vaak liever op een oud schip.

English sports

De meest interbolegerende sketch van Jiskefet is echter niet Scheepskamelen, maar English Sports. In een sublieme persiflage wordt de draak gestoken met Engelse sporten, waarbij de beelden van onnavolgbaar onzincommentaar worden voorzien. Hier is de onzin geen strategie meer, maar krijgt het een schoonheid in zichzelf.

Het is allemaal nonsens, maar het lijkt verschrikkelijk echt. Zelfs de lengte van de video is een sneer; hij duurt net te lang, zoals Engelse sporten ook net te lang plachten te duren. Een goed moment om dit blog af te sluiten, want interbolegerender dan dit gaat het nooit worden.

Interbolegerend 3: Nootmuskaat Kolonel

Voorwoord nootmuskaat kolonel

Net toen ik het interbolegerende onderwerp van de kolderliedjes en nonsensteksten dacht afgesloten te hebben, viel mijn oog in de winkel op een nieuw boekje van Toon Hermans: De Nootmuskaat Kolonel.

Toon zou dit jaar honderd zijn geworden en ter ere van dat feit worden er een paar speciale uitgaven op de markt gebracht. En het moet gezegd, de Nootmuskaat Kolonel is wel een hebbedingetje. Mooie tekeningetjes in een ruim vormgegeven hardcover, met prachtige gedichtjes en kolderteksten.

Het begint al bij het voorwoord. Het zijn niet de enige raadselachtige woorden in het boek. Zo adviseert hij in het gedicht ‘kaas’ dat je nooit met kroketten over introconcilisatie moet beginnen. En tekent hij de Laarsmodulant, die rimmelroosjes op verkeerd terrein schiet. Maar het is niet alleen maar onzin in het boek, er staan ook van die typische Toon gedichten in als ‘on’.

on

Als ik door de duinen fiets

denk ik vaak; er is geen niets

want ik zie in alles iets

als ik door de duinen fiets

zie de wind, de zee, de zon

zie de zin en zie de on

En zoals gezegd, er staan ook mooie tekeningen in het boekje, zoals het Rode Kolosaaltje:

Kolosaaltje (2)

Kortom, een hebbedingetje voor de Toon liefhebber. Ik sluit deel 3 interbolegerend af met een gedicht uit de Nootmuskaat Kolonel. Treffender kan het niet.

mooj zo

Nee, ik kan het naar niet laten

altijd maar dat wauwelpraten

ik wil daar nu een eind aan maken en in plaats van spreken kwaken

blaten, bleren, kwekken, koeren

maar ik stop met ouwehoeren.

Interbolegerend 4: Waantaal van Nico

“Ik heb het heel druk gehad met de geruite fornuit op de straat. Nogal bewollig met een linkse bang. Verder glad en met hokken en blokken gevuld. Ik heb ze uit elkaar gehaald. Erg moeilijk, zo tollig en zwarrig. Ik kan mijn hol niet uitscharen!”

‘Zo tollig en zwarrig’ is een ontroerend boekje van Elseline Knuttel met tekeningen van Jan Stroeve over de waantaal van Nico. Nico Broekhuijsen was al ruim in de negentig toen hij opeens vreemde woorden ging gebruiken.

De zinnen waren grammaticaal correct, maar de bijvoeglijke naamwoorden en zelfstandige naamwoorden bleken verbasterd, nieuw, samengesteld of op enig andere wijze tot stand gekomen. Niemand die het weet, ook Nico niet.

Elseline vond ze echter zo bijzonder, dat ze hun gesprekken vastlegde op papier. Niet vanuit een medisch perspectief, zo noteert ze in het boek, maar om je te verwonderen over de schoonheid ervan. En mooi is het.

Veel van die taal kan zo bij Marten Toonder vandaan komen. Ze roept iets bij je op, al weet je niet precies wat. Jan Stroeve maakte er tekeningen bij, los van de originele context van het gesprek, om die gevoelens uit te kunnen beelden.

Ik zie ze dan zo zitten, met elkaar aan tafel. Elseline met een blocnote en vol aandacht, Nico die praat en voelt dat hij begrepen wordt. Want contact is meer dan alleen het juiste woord op het juiste moment gebruiken.

Misschien geeft een onzinwoord in zo’n situatie nog wel veel meer verbinding, omdat de semantiek dan niet meer in de weg staat. Er valt niks fout aan te nemen, geen veronderstelling is onjuist. Een onzinwoord is goed noch fout, hij is en legt contact tussen twee mensen zodra hij wordt uitgesproken. “We bleven met elkaar in contact, een zielscontac,” schrijft Elseline.

“In de laatste dagen van zijn 97-jarige leven zei Nico: Schiet op! Ik wil wegwaaien, wegvloeien. En uiteindelijk riep hij: Schuur het vuur naar m’n uur.” Het is het slot van een prachtig boekje over de schoonheid van onzinwoorden.

Communicatie met de verre toekomst

Leestijd: 4 minuten

Sommige problemen spelen door tot in de verre toekomst, zoals de opslag van zwaar radio-actief materiaal. Hoe zorgen we er voor dat de dan levende generaties nog snappen wat wij nu verstopt hebben. Want zo lang gaan talen niet mee, heeft de geschiedenis uitgewezen.

Tijdens crisistrainingen probeer ik teams altijd vooruit te laten denken. Natuurlijk moet je informatie verzamelen over wat er gebeurt en gebeurd is, maar daar zit wel een grens aan. Op enig moment is het wel duidelijk genoeg wat er aan de hand is en breekt de tijd aan om vooruit te denken en niet meer terug te kijken.

Wat is het doel van het crisismanagement? Wat wil ik bereiken? Wanneer wil ik het bereiken? Wat zijn de consequenties van mijn acties? En dat alles het liefst in scenario’s. Meestal gaan die scenario’s niet heel ver voor uit. Een paar uur tot een paar dagen, een week misschien nog. Dan houdt het wel op.

RA 1


Laatst liep ik echter op tegen een scenario dat veel verder vooruit moet kijken. Op de Waste Isolation Pilot Plant (WIPP) wordt hoog Radio Actief (RA) materiaal opgeslagen dat daar minimaal 10.000 jaar moet liggen. En er worden WIPP’s ontworpen waar het RA zelfs ruim 100.000 jaar moet blijven liggen.

Dat roept de interessante vraag op hoe toekomstige generaties in de verre toekomst gewaarschuwd moeten worden tegen het gevaar van de WIPP. Ik bedoel maar, als de brandweer de aanbevelingen van een ongevalsrapport tien jaar later al weer vergeten is, hoe moet dat dan met 10.000 jaar? Welke scenario’s moet je daar voor bedenken?

De afgelopen jaren zijn diverse studies verricht naar dit onderwerp, zoals onder andere dit rapport over de safety and sustainability of long term storage of RA waste. Op deze pagina van de WIPP zelf wordt een waarschuwingssysteem met vier levels beschreven:

“Level I: Rudimentary Information: “Something man-made is here”

Level II: Cautionary Information: “Something man-made is here and it is dangerous”

Level III: Basic Information: Tells what, why, when, where, who, and how (in terms of information relay, not how the site was constructed)

Level IV: Complex Information: Highly detailed written records, tables, figures, graphs, maps and diagrams”.

De level I informatie wordt fysiek weergegeven in de omgeving van de WIPP zelf. Dit ‘Spike Field’ is daar een voorbeeld van.

spikes01

Of dat echt goed gaat werken is de vraag. De geschiedenis van bijvoorbeeld pyramides en sfinxen laat zien dat latere generaties toch binnen dringen. En die geschiedenis laat ook zien dat talen zich doorontwikkelen. Hierogliefen worden niet meer door iedereen begrepen, en je moet je dan afvragen of over 10.000 jaar mensen nog wel Engels spreken.

RA 2

Daarom wordt de level I protectie aangevuld met waarschuwingsborden van level II, zoals het RA bord aan de bovenkant van de pagina. Overigens blijkt dat bord slecht begrepen te worden buiten de Westerse wereld. In landen als Brazilie, Kenia en India bleek slecht 6% de betekenis van het bord te kennen.

De United Nations liet daarop een studie uitvoeren waaruit dit bord tevoorschijn kwam als vervanging: Dan is er nog de Level III waarschuwing. In de hoop dat er toch iets van taal blijft hangen, wordt beschreven dat er gevaar dreigt als je binnendringt in de storage facility.

Als voorbeeld van zo’n tekst geeft de WIPP Exhibit het volgende op:

“This place is not a place of honor.

No highly esteemed deed is commemorated here.

Nothing valued is here.

This place is a message and part of a system of messages.

Pay attention to it!

Sending this message was important to us.

We considered ourselves to be a powerful culture.”

Het is natuurlijk de vraag hoe goed zo’n tekst zal gaan werken. Critici wijzen er op dat de nadruk die wordt gelegd op dat er geen waardevolle spullen liggen misschien juist als uitnodiging zal worden gezien om toch naar binnen te gaan. Daarom hoopt de WIPP ook dat archieven en datacollecties wel intact blijven en ook over 10.000 jaar nog steeds toegankelijk zijn.

Die informatie wordt dan gezien als de level IV protectie. Met al die levels bij elkaar denkt men een systeembenadering toe te passen die de veiligheid ook in de toekomst moet kunnen waarborgen.

Naast deze systeembenaderingen zijn er ook mensen die out of the box oplossingen hebben verzonnen, zoals je op deze pagina kunt lezen. Kunstmanen met een insciptie zodat je altijd aan de WIPP wordt herinnerd, katten die van kleur veranderen als ze in de buurt van de WIPP komen en priesters die een religie moeten gaan opzetten om te waarschuwen voor de WIPP. Gelukkig zijn de besluiten nog niet genomen. De WIPP blijft nog 40 jaar open voor hij definitief wordt afgesloten en tot die tijd wordt er nog aan oplossingen gewerkt.

danger
Level II alternatief waarschuwingsbord

Dat al die voorzichtigheid niet voor niets is blijkt wel uit deze website: Op 5 februari 2014 breekt er brand uit in een vrachtwagen bij het beladen van de WIPP. Zes mensen worden voor alle zekerheid in het ziekenhuis opgenomen en de facility ging een week dicht. Ik ben benieuwd welke informatie de brandweermensen krijgen die anno nu de WIPP moeten betreden. Dat is vaak al moeilijk genoeg, zo wijst de praktijk uit. Vergeten heeft niet veel tijd nodig.

In event of moondisaster

Leestijd: 6 minuten

Sommige verhalen spreken enorm tot de verbeelding, zoals het Apollo Spaceprogram uit de jaren zestig. Er ging veel goed, maar niet alles. Dit blog gaat vooral over de dingen die niet lukten. Zelfs de herdenkingsspeech ‘In event of Moondisaster’ is eigenlijk mislukt, want hij was gelukkig niet nodig. Maar 2019 is wel de vijftigste verjaardag van de beroemdste speech die nooit is uitgesproken. Victory after all.

Apollo

Op 12 april 1961 was Yuri Gagarin de eerste mens in de ruimte. Met de Vostok 1 circelde hij in een baan om de aarde. Een paar jaar daarvoor waren de Russen de Amerikanen ook al te snel af geweest met Laika in de Spoetnik II, het eerste dier in de ruimte. Het zette de Sovjet Unie op voorsprong in de ruimterace.

Maar het antwoord van de Amerikanen liet niet lang op zich wachten. Op 25 mei 1961 beloofde John Kennedy het volgende:

I believe that this nation should commit itself to achieving the goal, before this decade is out, of landing a man on the moon and returning him safely to the Earth”.

john kennedy

Het Apollo ruimteprogramma was geboren. Al wist niemand nog precies hoe ze die belofte moesten gaan waarmaken.

Apollo_11_insignia

En het programma liep ook niet direct van een leien dakje. Op 27 januari 1967 werden er zogenaamde plug out testen gedaan met de command kegel van een raket, die toen nog de AS-204 heette. De kegel was 3,5 meter hoog en had een breedte van 3,9 meter. Hij bood plaats aan drie astronauten, die per persoon ongeveer 2 m3 ruimte ter beschikking hadden.

Om te voorkomen dat ongewenste gassen konden binnendringen werd de kegel met zuurstof onder overdruk gehouden. Normaliter zou de plugs-out test zonder bemanning zijn voltrokken, maar vanwege vertragingen in het programma was besloten om de zuurstoftest te combineren met andere testen, waarvoor de aanwezigheid van de bemanning noodzakelijk was.

Fire, I smell fire

Dus betraden Grissom, White en Chaffee de command module die bovenop een lege Saturnus raket was geplaatst. De Saturnus gold als naamgever van het project AS-204. Het zou de vierde keer worden dat de raket gelanceerd zou worden. Omdat de Saturnus geen brandstof bevatte, gold de test als ongevaarlijk.

De astronauten zelf waren er echter niet gerust op. Gedurende het ontwerptraject hadden ze regelmatig geklaagd over de gang van zaken. Het ontwerp van de kegel werd zo vaak aangepast dat de simulator, waarmee de astronauten moesten leren vliegen, continu achter liep. De 24 instrumenten, 40 controlelampjes en 566 schakelaars veranderden regelmatig van plek.

Apollo 1
De uitgebrande kegel van de Apollo 1. Na dit ongeluk besloot men alleen nog maar onbrandbare materialen toe te passen. Foto is van deze website over de brand in de Apollo 1.

Ook de test van 27 januari begon slecht. Er kwam een vreemde geur uit het ruimtepak van Grissom, de intercom viel steeds uit en de zuurstof flow was te hoog.

En toen gebeurde het ongelooflijke. Om 18.31 klonk de stem van Chaffee over de intercom:

“Fire, I smell fire”.

Alsof hij het niet kon geloven. Vlak daarna had White de ernst van de situatie door toen hij riep:

“Fire in the cockpit. Fire, get us out!”.

En vervolgens werd het stil over de intercom. Een inferno had een einde aan het leven van de astronauten gemaakt, zonder dat ze een meter gevlogen hadden. Opgesloten in hun 6 kubieke meter, in 100% zuurstof en 30 kg brandbare inventaris, kwam de redding te laat omdat de deur niet binnen 90 seconden open ging. Het moet de hel op aarde zijn geweest.

Later is de missie nog wel omgedoopt van AS-204 naar Apollo 1, als eerbetoon aan de astronauten. Want het eren van helden is iets wat je gerust aan Amerika kan overlaten.

Tranguility base here… The Eagle has landed

Gelukkig liep de rest van het Apollo programma beter. Op 20 juli 1969 landde de Apollo 11 op de maan. Zes uur later, op 21 juli, was het vervolgens Armstrong die als eerste mens voet op de maan zette onder de beroemde woorden “That’s one small step for [a] man, one giant leap for mankind”.

Overigens staat ‘a’ hier tussen haakjes, omdat er achteraf nogal wat discussie over is geweest of hij die ‘a’ nu wel of niet zou hebben uitgesproken. Dat verandert de betekenis van zijn quote nogal, zoals je op deze website kunt lezen.

Maar dat is voor dit blog verder niet zo relevant. Want met de Apollo 1 in het achterhoofd bleek dat de Amerikanen zich wel hadden voorbereid op een mislukking met dodelijke afloop van de astronauten. Toen William Safire, oud tekstschrijver van Nixon, overleed op 27 september 2009 kwam namelijk een contingency speech boven tafel met de prachtige titel “In event of moon disaster”.

Speech moondisaster 1
Speech moondisaster 2

Niet alleen de speech stond klaar, ook het rouwritueel was helemaal voorbereid. Zodra duidelijk zou zijn dat de astronauten het niet hadden overleefd, zou de intercom worden uitgezet. Dat was met Armstrong en Aldrin vooraf zo besproken.

Daarna zou de familie van de astronauten worden ingelicht, alvorens de rest van de wereld bekend zou worden gemaakt met het slechte nieuws. Een predikant stond klaar om de mannen een soort van zeemansgraf op afstand te geven, want die waren natuurlijk nog op de maan.

De tekst van de moondisaster speech drukte het heldendom uit, blijkend onder andere uit de verwijzing naar een beroemd gedicht uit de Eerste Wereldoorlog van Rupert Brooke:

“If I should Die, think only this of me:

That there’s some corner of a foreign field

That is forever England.”

HITH-Moon-landing-hoax-debunked
Links zie je de origine foto en rechts de simulatie van Nvidia. De verschillen zijn minimaal, meer details kun je hier lezen.

Gelukkig bleek het allemaal niet nodig en kwamen de drie astronauten veilig terug op aarde. Hoewel sommigen meenden dat er helemaal geen missie was geweest en alles een complot was van de overheid. De meest waanzinnige complottheorieën gaan er in de rondte, zoals je kunt lezen op deze website. Maar in september 2014 heeft Nvidia een deel van de complotten kunnen ontzenuwen en met krachtige simulaties aangetoond dat de gemaakte foto’s op de maan echt zijn. Het is de laatste stand van zaken in een avontuur dat schijnbaar niet ophoudt en steeds weer nieuwe zaken naar boven brengt. Met als voorlopig hoogtepunt de speech van Safire: in event of moon disaster.

Update 23/11/2014

Begin 2015 gaan de opnames starten van een film die geinspireerd is op de gevonden speech van Safire. ‘In event of moondisaster’ staat al enige tijd op de Black List, een lijst met populaire films die nog niet gemaakt zijn.  In de film zal de maanramp zich wel voltrekken, mét de speech van Nixon. Het wordt waarschijnlijk de eerste film met Nixon waarin hij niet als boef wordt uitgebeeld. Maar zeker is het niet: er is nog geen letter uitgelekt van het script ‘In event of moondisaster’. Dus wie weet zit er een complot in met Nixon als dader. We wachten het af.

Update 30 januari 2019

En dan vind je 5 jaar later toch opeens nog nieuwe dingen over de moon disaster. Via Twitter stuitte ik op deze brief aan de ouders van Chaffee, één van de drie mannen die zo onfortuinlijk om het leven kwamen tijdens de brand van de Apollo 1.

Deze brief is nog ondertekend door Lyndon Johnson. Zijn termijn als president liep af op 20 januari 1969.

Over de film zelf is niks nieuws te melden sinds 2014. Op een klein dingetje na: Benedict Cumberbatch die de speech uitspreekt, bij wijze van mini-film: anderhalve minuut in event of moon disaster.

Update 26 november 2019

Eind november 2019 was er weer iets nieuws over de moondisaster: een deepfake van Nixon, alsof hij de speech wel had ingesproken en de tapes verloren waren geraakt. De installatie was zichtbaar op de IDFA in Amsterdam. Op de website staat de volgende toelichting:

“Wat als de missie van Apollo 11 verkeerd was gelopen en de astronauten niet naar de aarde waren teruggekeerd? Voor deze mogelijke uitkomst was een noodspeech voorbereid, die nooit door president Nixon uitgesproken werd – tot nu. De installatie dompelt je onder in deze alternatieve geschiedenis en vraagt ieder van ons stil te staan bij de manieren waarop nieuwe technologieën de waarheid kunnen verbuigen, verdraaien en vertroebelen.”

Dit blog is onderdeel van het thema essays en verhalen. Het werd voor het eerst geplaatst op 9 november 2014. Daarna is het diverse keren aangevuld. Eerste update 23 november 2014. Tweede update 30 januari 2019. Derde update 26 november 2019. Vierde update 25 mei 2020.

© 2021 Rizoomes

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑