Wanderings

Tag: Taal

Ultrakorte Verhalen

Leestijd: 6 minuten

In de afgelopen jaren heb ik steeds een nieuw dagelijks twitterproject gehad. In 2019 deed ik de #DailyStoic en in 2020 de #beginzin. Van het laatste project is een volledige galerij op de website terug te vinden, alsmede een blog met twintig keer de beste beginzin. Het project van dit jaar is ultrakorte verhalen #UKV.

Ultrakorte verhalen komen in verschillende vormen voor. Wat je op internet veel ziet zijn sites over en met verhalen die maximaal 99 woorden lang mogen zijn. Vaak zijn dat wel echte verhalen met de dramaboog van Freytag. Er is een persoon met een wens of opdracht, er is een obstakel, dan een oplossing en tot slot een resultaat.

Twitteratuur

De kortste ultrakorte verhalen zijn de zogenaamde six word stories. De bekendste is naar verluid van Hemingway. ‘For sale: baby shoes. Never worn’. Ook kort zijn wat wel de twitterstory wordt genoemd, of twitteratuur. Verhaaltjes van maximaal 280 tekens, minus #UKV of #twitterstory.

En dat is precies wat ik ga doen in 2021. Elke dag een verhaaltje met maximaal 280 tekens, gebaseerd op een ervaring, een overdenking of iets wat ik ergens las. Hieronder zie je de eerste twee.

Wie is de baas?

Volgens Harari is het niet de mens die graan exploiteert, maar gebruikt het graan juist ons; om zich voort te laten planten op akkers vol gouden halmen. De meester van de omkering is echter de hond, die kwispelstaartend toekijkt hoe de mens zijn poep in plastic zakjes rolt.

Duizend-en-één

Vandaag trof ik iemands goede voornemens aan op de kiezels van het Pelgrimspad. Ooit zei Oscar Wilde dat er niets makkelijker was dan stoppen met roken, hij had het al duizend keer gedaan. Ik kreeg bijna zin om mee te doen, maar ja, ik was al gestopt. Na duizend-en-één keer.

Hoe het zich precies gaat ontwikkelen weet ik nu nog niet. Het is natuurlijk ook een beetje een zoektocht. Dingen uitproberen, kijken of en zo ja welke reacties er komen; foto’s gebruiken ter ondersteuning van de tekst; misschien wel draadjes rijgen als ik meer te vertellen heb dan 280 tekens; er is van alles mogelijk, we gaan het zien.

Wat ik wel weet is dat ik ze allemaal op deze pagina ga plaatsen. En dat alle foto’s van mezelf zijn, tenzij anders vermeld. Dus kom af en toe hier weer eens kijken welke ultrakorte verhalen er bij zijn gekomen.

UKV Galerij Januari 2021

Schroot

Langs de dijk ligt een kerkhof vol auto’s. Ooit waren ze gloednieuw. Glanzend stonden ze te wachten onder een laken, die de garagist er glunderend af zou trekken zodra de klant binnen was. Verrassing! Van alles wat daarna zou komen resten nu slechts herinneringen en een stapel schroot.

Crisismanagement met taart

Heel Holland Bakt is eigenlijk crisismanagement met taart. Je moet 100% besluiten met 50% van de kennis, aan het eind van je ervaring begint er opeens een probleem en alles staat altijd onder tijdsdruk. Zoals één van de bakkers zei: “Ik heb een goede planning alleen gaat de tijd sneller dan ik dacht.”

Collega H.

Er kwam bericht dat collega H. was overleden. Net als ik werkte hij hier al twintig jaar, toch kende ik hem niet. Op de kaart staat: ‘Naast zijn werk leidde H. een vrij eenzaam bestaan.’ Ik weet niet of ik eerder zoiets las op een rouwkaart. Maar ik zal H. niet vergeten.

Kakken

Vlak voor mij liep een grote hond die echt enorm moest kakken. Hij werd met gekromde onderrug voortgetrokken door een bleke man met oranje skimuts. Op het grasveld aangekomen strekte de hond genoegzaam kreunend zijn staart. De man dook in zijn Iphone; dit kon wel even duren.

Thuiswerken

Niet het thuiswerken is saai, maar het thuiszitten. Elke dag is hetzelfde. Dus keek ik verheugd uit het raam bij de aanblik van een gestrande trailer. Men reed karren van de ene in de andere truck. Ik schonk koffie in en ging er eens goed voor zitten. Hun pech was mijn geluk

Kat in de dakgoot

Er zat een kat in de dakgoot. Hij keek strak voor zich uit, naar een andere kat buiten beeld. Staredown. Zijn grimas werd versterkt door een vreemde tekening onder zijn neus. Alsof er een snor met punten op was gestift. Loop maar ff lekker door, dacht de kat in de dakgoot. Met je #UKV.

Phish

Ik kreeg post van Mr Hill Kunow. “Dear Sir/Ma, u heeft recht op 600 dollar coronasteun. Daarvoor hebben we wel uw gegevens nodig en een kopie van uw rijbewijs.” Beste Mr Hill Kunow, wat een loser van een phisher bent u. Echt broddelwerk. Ik kan dus helaas niet op uw verzoek ingaan.

Gat

Voor wie het zien wil, zit de aarde vol gaten. Sommige zijn gevuld met zand, die vallen het minste op. In andere zit water of lucht, die zie je al een stuk beter. En er zijn gaten die je voor een ander graaft. Die neigen zich stiekem doch onzichtbaar te verplaatsen. Anders zou je er natuurlijk nooit zelf invallen.

Klopt

Voor mijn vage verzameling kocht ik via een veiling een Italiaanse munt waarop de brandweer wordt geëerd. Er zit een gebruiksaanwijzing bij die uitlegt dat er een inscriptie op staat: Corpo Nazionale Vigili del Fuoco. Dat klopt precies. Altijd mooi, als alles klopt.

Katten

De kat kat tegen de andere kat. Het is een kattige kat. De niet-kattige kat, daarentegen, kat nooit tegen de kattige kat. Beter zou zijn van wel. Dat is toch waar het een beetje om gaat, dat katten katten. Anders kan je net zo goed een konijn houden. Die katten veel minder.

Tandpasta

Opeens was de Parodontax afgrijselijk veranderd, ook al stond er nog steeds Original op de tube. Ik kocht iets wat het niet meer was. Ooit zei Barthes over de Argo dat als naam en vorm gelijk blijven, het ding ook gelijk blijft. Maar daar moet inhoud dus bij, weet ik nu.

Kanon

Zondagmiddag, mooi weer. De kleine jongen met de grote blauwe muts staat voor het kanon waar hij graag op zou gaan zitten. Zijn moeder of oma, ik zag het niet direct, ontraadt het hem ten zeerste. “Zo krijg je een hele natte kont.” Maar dan heb je wel fijn op een kanon gezeten.

Belletje

Hoi mam, met mij. Ja, ik loop buiten. Nee, alleen. Die zit nog thuis. Het is nu definitief, ontslagen. Sinds vanmiddag. Geen werk meer voor. Ja, door corona inderdaad. Dat is nog een eufemisme, vervelend. Maar waar ik voor belde, staat dat logeerbed nog bij jullie op zolder?

Haastrecht

Het Pelgrimspad bracht ons in Haastrecht, waar we halt hielden om het centrum te bekijken. Er fietste ons een oude vrouw voorbij, die afstapte en lopend doorging. Op de hoek van de straat steeg ze weer op en verdween. In gedachten zag ik haar gierend van de lach wegfietsen

Hooglander

Hoe zou het leven zijn, voor een Schotse Hooglander op de Hilversumse heide? Dat vroeg ik me gister opeens af. Het was gaan sneeuwen, de kudde kolossen bewoog zich langzaam met de bui mee en schudde af en toe met hun lange haren de vlokken van zich af. Weer eens als thuis?

Twintig keer de beste beginzin

Leestijd: 7 minuten

Hoe ziet de beste beginzin er uit? Met die gedachte begon ik in 2020 dagelijks een beginzin uit mijn boekenkast te posten. En toen ik ze allemaal op een rijtje had staan moest ik de beste er uit halen. Dat viel echter nog helemaal niet mee.

‘Call me Ishmael’. Dat is volgens de American Book Review de beste beginzin aller tijden. En ik vind hem ook erg goed; lekker kort, heel krachtig en je bent gelijk voorgesteld aan een belangrijk personage. Zo’n beste beginzin als die van Herman Melville legt de lat hoog voor andere schrijvers. Die willen er ook zo één.

Dus is er een hele cultus ontstaan over de wetenschap van de beginzin. Je mag niet beginnen met ‘ik’ of het weer. Hij moet kort zijn. Je begint met een personage plus een gevoel, een plaats, een tijd en/of karakteristiek. Beloof iets. Flirt met spreektaal. Zorg dat er wat op het spel staat. En schrijf beeldend. Er zijn kortom meer regels dan je in één beginzin kwijt kunt.

De vraag is natuurlijk hoe belangrijk zo’n goede beginzin echt is. Ik bedoel maar, hoeveel beginzinnen ken je uit je hoofd? Noem er eens een paar op. Ja, dan kom je vanzelf op ‘Call me Ishmael’: dat zijn slechts drie woorden, die onthoudt iedereen wel. Ken je echter ook de twee volgende zinnen van Moby Dick? Hier komen ze:

Call me Ishmael. Some years ago—never mind how long precisely—having little or no money in my purse, and nothing particular to interest me on shore, I thought I would sail about a little and see the watery part of the world. It is a way I have of driving off the spleen and regulating the circulation.

En dan gebeurt er wat mij betreft opeens iets geks met die beste beginzin. Er zit namelijk een breuk tussen met het vervolg. ‘Call me Ishmael’ is een three word story op zichzelf. Daarna begint het grote verhaal pas echt. Moby Dick was naar mijn bescheiden mening dus net zo’n klassieker geworden als ie was begonnen met ‘Some years ago—never mind how long precisely—having little or no money in my purse, and nothing particular to interest me on shore, I thought I would sail about a little and see the watery part of the world.’

Ultra Kort Verhaal

Omdat ik zelf ook altijd loop te hannessen met de beginzin leek het mij in 2020 een prima plan om gedurende een jaar dagelijks een beginzin uit mijn boekenkast te posten. Een mooie aanleiding om er elke dag eentje te bestuderen en af te kijken hoe je nou die beste beginzin schrijft. Het resultaat van die verzameling vind je hier terug in de Galerij der Beginzinnen.

Wat uiteindelijk de beste beginzin van die 365 exemplaren is, vond ik lastig vast te stellen. Toen ik ze allemaal zat door te lezen om er een longlist en daarna een shortlist van te maken, viel me op dat het niet zozeer de eerste zin zelf is die bepalend is voor de kwaliteit, maar het setje van de eerste paar regels in zijn geheel.

Hoe meer die eerste paar regels een ultra kort verhaaltje (UKV) op zichzelf vormden, hoe beter ik ze vond. Omdat er een vraag werd geponeerd, of een dilemma, een raadsel. Omdat ik ze grappig vond, ontroerend soms. Of gewoon omdat het mooie zinnen waren die een overdenking, een mijmering bij me teweeg brachten.

Wat me verder opviel: het lukte me niet om zonder spijtgevoelens de longlist in te korten tot een shortlist, noch kon ik er één als de beste beginzin aanwijzen, zoals ik vooraf had bedacht. Maar da’s dan weer het mooie van je eigen website volschrijven, dat je gewoon de regels aanpast tijdens het spel. Niemand die klaagt.

Twintig keer de beste beginzin

Uiteindelijk zijn dit de twintig beste beginzinnen geworden, in willekeurige volgorde. Die van Moby Dick zit er trouwens niet bij. Niet omdat ik hem niet mooi vond, maar het boek staat niet in mijn kast.

De ene dag is er leven. Een man bijvoorbeeld, in goede gezondheid, niet eens zo oud, zonder ziektegeschiedenis. Alles is zoals het was, zoals het altijd zal zijn.

Een van de dingen die je meemaakt als je ouder wordt, is dat je een heleboel nieuwe manieren vindt om je te bezeren.

Geachte mevrouw Davis, Wij hebben elkaar nimmer ontmoet en die situatie moeten we vooral handhaven. Er is al ellende genoeg in de wereld.

Beste Kees, Er is een moment. Momenten zijn er altijd. We vullen ons leven ermee. Elk moment is anders. Op een bepaald moment doen we iets. Kiezen wij dat moment of kiest het moment ons?

Hou het stevig vast, zegt mijn vader. Met beide handen. Ik omklem het stokje. Vader loopt langzaam achterwaarts, de haspel met vliegertouw afwindend. Bij elke stap voel ik een klein rukje. Ik zet me schrap.

We stonden tegenover elkaar, mijn moeder en ik. Zij aan de ene kant van de kist, ik aan de andere. We rukten aan de hengsels. Zij droeg sloffen, ik schoenen. Ze gleed weg en ik zette haar klem. Gewonnen.

He was an old man who fished alone in a skiff in the Gulf Stream and he had gone eighty-four days now without taking a fish. In the first forty days a boy had been with him.

Die zondagmorgen liep Van Kempen de bijkeuken in om zijn klompen aan te doen en een kijkje op de dijk te gaan nemen. Maar toen zag hij daar een geweldige kat liggen. Dat is eigenaardig, zei hij bij zichzelf, die was er gisteren nog niet.

Het gebeurde in februari 1969 in Cambridge, ten noorden van Boston. Ik heb het niet onmiddellijk opgeschreven omdat ik eerst van plan was het te vergeten, om niet gek te worden.

Hoe meet je de zwaarte van een klap die nooit kwam, zoek je de fiets waar niets mee is, die er nog staat? De brand in een leegstaand schoolgebouw, nooit uitgebroken, laat geen sporen na.

In een plaatsje in La Mancha, waarvan de naam mij niet te binnen wil schieten, leefde niet lang geleden zo’n edelman met een lans in zijn wapenrek, een antiek leren schild, een magere knol en een hazewind.

Was het hem? Was het hem niet? Vanmorgen, op dat stampvolle perron 12b van Amsterdam-Centraal had ik even dat sterke gevoel dat ik Stan van Leer zag.

De dag waarna in het leven van Raimund Gregorius niets meer zou zijn als ervoor, begon als talloze andere dagen

In juni 1885 arriveerden er drie Fransen in Londen. De ene was een prins, de andere een graaf en de derde een gewone burger met een Italiaanse achternaam. De graaf omschreef het doel van hun bezoek later als intellectueel en decoratief winkelen.

1986. Het was aan het begin van mijn reis naar Santiago dat Borges stierf. Dat was vreemd, want je had het vreemde idee dat hij nooit kon sterven, of dat hij al lang dood was, dat kon ook.

Ooit bezat ik het volmaakte ei. Het was ongeveer zo groot als dat van een merel en had als bijzondere eigenschap dat het leeg was – niets dan een schaal rondom eivormige lucht.

De bomen buigen. Het zijn langwerpige bladervrachten die wapperen zoals de wind het aangeeft. De wolken zeilen eroverheen, genoeg verlangens op zo’n dag, maar als je het beleeft weet je er geen raad mee.

Rechts van me staat een vlekkerig grenen boekenkastje. Het bevat onder meer mijn jeugd.

Ze stapten uit bij het eindpunt, en toen ze bij de straathoek kwam, zag ze tot haar verbazing dat ze in de straat was waar ze woonde, op een paar passen van haar huis. Ze bleef staan.

Er zit een geheim in alles wat je ziet en zelfs als je dat geheim oplost blijft er het geheim van je vermogen om het te zien en op te lossen.

Veilig betekent ‘buiten nood’

Leestijd: 2 minuten

Veylig bediedt buyten noodt

Taal is zeg maar echt mijn ding. Dankzij taal kan ik communiceren. Kan ik vertellen wat ik van iets vind door er een stukje over te schrijven. Kan ik lezen wat anderen voor mooie gedachten hadden, waar ik van kan leren. En kan ik beschrijven wat ik zie en hoor, welke processen ik waarneem, zonder dat die in de fysieke werkelijkheid zichtbaar hoeven te zijn. Als alles in die taaluitwisseling goed gaat, weten we precies wat we bedoelen als we een systeem instabiel vinden, of reactief, of juist veilig.

Vervolgens kan je het daar op inhoudelijke gronden verschrikkelijk mee oneens zijn, en krijg je discussies over het nut van zero accidents, trapleuningen vasthouden, achteruit inparkeren en de validiteit van Heinrichs driehoek dan wel pyramide. Om zo’n gesprek te voeren gebruik je woorden, zoals zelfstandige naamwoorden en werkwoorden. En dat is waar ik het eigenlijk over wil hebben: werkwoorden en ander taalkundig gespuis.

Want van veilig bestaat geen werkwoord en dat vind ik raar. Veilig is meestal een bijvoeglijk naamwoord en daarmee beschrijft het een eigenschap van iets anders. Zoals een veilige omgeving, of veilig verkeer. In de vorm van veiligheid is het een zelfstandig naamwoord, ook al zo statisch. Kennelijk beweegt het dus niet, veiligheid, als je het aan de taal vraagt. Het is een status, iets wat is, of niet, of te weinig.

Screenshot van zoeken naar de herkomst van het woord ‘veilig’

Beveiligen is daarentegen wel een werkwoord. Je beveiligt een pand, een informatiesysteem. Het is actief, je doet het en als het lukt is het beveiligd. Ook een status, maar een dynamische status. Beveiligen beweegt namelijk mee met de boef, is die zelfs het liefst voor. That’s the spirit.

Op zijn best is veilig een bijwoord. Dan geeft het lading aan een werkwoord, een extra kwaliteit. Zoals veilig werken, veilig handelen, veilig rijden. Maar ja, het is wel een beetje nep. Want kennelijk kan je dan ook rijden, werken en handelen op een onveilige manier. Veilig heb je dus niet altijd nodig, volgens de taal. Zou dat vroeger misschien anders zijn geweest, toen de onveiligheid in de samenleving veel groter was?

Het korte antwoord daarop is nee. In de Taalgids 8 uit 1866 vind ik een prachtige polemiek over de herkomst van het woord veilig. Voor zover ik uit het gebakkelei kan afleiden is in 1636 voor de eerste keer ‘veyligh’ als Nederlands woord verklaard met ‘ende bediedt buyten noodt.’ Hoogstwaarschijnlijk is het via de Friezen geïmporteerd uit Scandinavische talen, waar ‘fehlig’ zoiets betekende als afgedekt, beschut.

“Voor eeuwen beduidde veilig reeds gedekt voor gevaar of ramp, en dát-alléén beduidt het nog”, concludeert mr. A Bogaers in zijn betoog dat veilig niet afkomstig is van het werkwoord veilen, dat ‘te koop’ betekent. Gedekt voor gevaar of ramp is inderdaad wel een mooie status, zo bedenk ik mij, die eigenlijk op gaat voor alles.

Meer heb je niet nodig. Laat dat werkwoord dan maar zitten.

Dit blog is ook verschenen als column in NVVK Info 2020-2. Het is onderdeel van het hoofdstuk Veiligheid op Rizoomes.

Spontane menselijke ontbranding

Leestijd: 6 minuten

Spontane menselijke ontbranding is een interbolegerend fenomeen dat steeds weer de kop opsteekt. Bij mij kwam het toevallig voorbij in de brandweerpraktijk, maar het had al mijn interesse toen ik nog Psychologie studeerde. Hoe de dingen soms samen kunnen komen.

Helen Conway

Ik denk niet dat Helen Conway zich haar levenseinde had voorgesteld als een verkoolde romp op een stoel, met haar benen nog redelijk intact eronder. Toch is dat wat er gebeurde op 8 november 1964, zo laat de foto van dit tafereel ons zien.

De overblijfselen van Helen Conway. Foto Robert Meslin 1964

Ik vind de scene niet zozeer gruwelijk als wel raadselachtig. Wat zou daar gebeurd zijn? Hoe kan een volwassen mens verkolen terwijl het bijzettafeltje dat er naast staat, onaangeroerd lijkt? En wat zit er allemaal op die muur gesmeerd? Is dat de verdampte Helen of is het bluswater residu? Zou het Team Brandonderzoek hier een protocol voor hebben? Allemaal vragen die zich opdringen bij het bekijken van de foto.

Volgens de brandweer van Upper Darby, Pensylvania, moest er wel sprake zijn van spontaneous human combustion, spontane menselijke ontbranding. Dat kon gewoon niet anders, een andere verklaring hadden ze er niet voor kunnen vinden. In hun opinie is het namelijk onmogelijk dat een volwassen vrouw in korte tijd helemaal verbrandt, zonder zichtbare ontstekingsbron of aanvullende brandstof. Spontane menselijke ontbranding was het enige wat overbleef als je alle andere oorzaken had geëlimineerd.

Bovendien was het ook allemaal heel snel gegaan, als ze de berichten van de dochter van mevrouw Conway mochten geloven. Die had de woning van haar moeder verlaten om 08.42 en zes minuten later vond de brandweer haar zoals op de foto te zien. Zoiets hadden ze nog nooit mee gemaakt, daar in Upper Darby en men hoopte dat het ook bij één geval zou blijven.

Dit boek kocht ik tijdens een vakantie in Schotland, in zo’n archetypisch klein boekwinkeltje.

Spontane menselijke ontbranding is een vagelijk gedocumenteerd fenomeen, waarbij mensen kennelijk zonder duidelijke aanleiding in brand vliegen en daardoor het leven verliezen. Vergeet de branddriehoek, zonder ontstekingsbron of hoge temperatuur staat het slachtoffer opeens in brand, zo wordt verteld.

Vandaar de term spontaneous human combustion: uit zichzelf vliegt het in brand. Vreemd genoeg is de directe omgeving van de menselijke resten volgens de diverse rapportages nauwelijks door brand aangetast. Er vindt dus geen branduitbreiding plaats. Nog vreemder is dat niemand het in al die keren ooit live heeft meegemaakt. Het kan dus net zo goed zijn dat een enorme lila kabouter er plezier in schept om mensen in de fik te steken met een mega-thermische lans. Niemand zag het één noch het ander, ga dan maar eens zeggen wat waar is.

Occam’s Razor & spontane menselijke ontbranding

In dit soort gevallen en trouwens ook in alle andere, geldt Occam’s Razor: als er meerdere hypotheses zijn die een verschijnsel kunnen verklaren, dan moet je de meest eenvoudige zoeken. Degene met de minste entiteiten en aannames, die moet je hebben. Waarschijnlijk valt de roze kabouter met zijn thermische lans dan als verklaring af.

Hetgeen overigens niet automatisch betekent dat spontane menselijke ontbranding dan de enige overgebleven oorzaak is, daarover zo meer. Je kan natuurlijk ook je schouders ophalen en denken: lekker belangrijk, kan mij die Occam schelen en vervolgens overgaan tot de orde van de dag. “Ik ga me helemaal niet bezighouden met spontane menselijke ontbranding.”

Maar zo makkelijk kom je er niet altijd mee weg. Ergens begin 1998, ik werkte nog voor brandweer Amsterdam, ontving ik post van een zekere mijnheer Kostelijk. Het was een wat verfomfaaide bruine envelop, die minimaal één tweede leven had gekregen om de aan mij geadresseerde brief te vervoeren. Her en der waren eerdere adresuitingen doorgestreept. Voor alle zekerheid was er bovendien ruim afgedicht met plakband.

De eerste brief van meneer Kostelijk. Er zouden er nog vele volgen.

De brief zelf was handgeschreven, in een handschrift dat zowel bibberig als expressief was. De heer Kostelijk, een gepensioneerd leraar Nederlands van 80 jaar volgens zijn schrijven, hield zich nog steeds bezig met het publiceren van artikelen voor het tijdschrift ‘Onze Taal’ en over zijn laatste geschrift had hij graag een wederhoor gezien van een ter zake deskundige rondom het begrip van de menselijke zelfverbranding. Daarom was hij niet zozeer bij mijn persoon als wel bij de brandweer Amsterdam terecht gekomen. Of hij mij mocht bellen?

Dat mocht. Het werd een geanimeerd gesprek, eentje die ik zou willen classificeren als tussen ‘amices’ met de daarbij horende beleefdheidsvormen die het leven zo aangenaam kunnen maken, ook al was ik nog veel te jong om een amice te zijn.

Ik ging dus een ingezonden stuk schrijven, daar kon ik na het gesprek met mijnheer Kostelijk niet meer onderuit. Mijn brief werd keurig afgedrukt in het aprilnummer van ‘Onze Taal’ in 1999. Ik heb het betreffende exemplaar nog ergens in een doos liggen en met enig gezoek vond ik het voor dit beeldverhaal weer terug. De getypte versie is in de WP 5.1 geschiedenis verschwunden in een digitaal zwart gat, tezamen met veel andere documenten.

Wat schreef ik toen? Ik citeer een stukje. “De cruciale factor kan dus bewustzijn zijn. Is het mogelijk dat iemand zo erg van de wereld is dat hij niet merkt dat hij in brand staat? Veel vermeende slachtoffers van zelfontbranding zijn in bed gevonden, of op een stoel. Dit impliceert inactiviteit, wellicht slapen of bewusteloosheid.”

Het eerste deel van het artikel uit Onze Taal

Uit enkele autopsierapporten bleek bovendien dat de slachtoffers tamelijk beneveld waren. Even verderop beschrijf ik wat tegenwoordig het ‘wick effect’ wordt genoemd, het lijf als kaars: “Sommigen wijzen erop dat het onderhuidse vet van mensen kan smelten, waarbij kleding als een soort lont kan fungeren. Als de temperatuur hoog genoeg is, kan men op deze wijze als ware men een kaars verbranden.”

De mens is dus gewoon een binnenstebuiten kaars, met het vet aan de binnenkant en de lont aan de buitenkant. Uit proeven met varkens is gebleken dat het kaars effect inderdaad optreedt. Makkelijker kan Occam het niet maken.

De twijfel van de praktijk

Toch brengt de praktijk je dan soms opnieuw aan het twijfelen. Het moet eind 1999 zijn geweest dat ik werd opgeroepen voor een brand in een bejaardentehuis. De brand was bij aankomst al onder controle, zo zei de Alarmcentrale mij, maar er was een slachtoffer bij te betreuren en derhalve werd ik ook ter plaatse verwacht.

Het rusthuis was een relatief nieuw gebouw, ergens in Amsterdam West, precies weet ik het niet meer. Wat ik me wel herinner was dat er een lichtblauwe parafine achtige damp in de gangen hing. En omdat de brandmeldinstallatie was afgegaan, deed de lift het niet en moesten we met de trap vier verdiepingen naar boven, in die blauwe damp die naar fondue smakend op je tong neersloeg. Boven stonden alle deuren en ramen wijd open om de rookslierten kwijt te raken. “Ze zit in die stoel daarbinnen,” zei de brandmeester. “Althans, dat wat van haar over is.”

In het midden van de kamer stond een hele grote stoel, stoffen bekleed met bloemenmotief. De oude vrouw zat erin, gekleed in een nachtpon van één of ander synthetisch materiaal. Haar hoofd hing schuin opzij, richting de linkerarm. Haar rechterarm lag verkoold op de leuning, weggebrand tot onder de schouder in de borstkas.

Verder was ze volledig intact, net als de stoel en de rest van haar nachtpon. Ik keek het met verbazing aan. Zoiets had ik nog nooit gezien, en het was kennelijk ook heel snel gegaan. Van brandmelding tot ter plaatse had hooguit 6 minuten gekost, hoorde ik later van de Alarmcentrale. “Heb jij toevallig een hele grote lila kabouter voorbij zien komen,” zou ik de brandmeester gevraagd hebben als ik dit verhaal toen al geschreven had. Maar nu stond ik daar enige tellen sprakeloos.

“Gek verhaal, he,” zei de brandmeester toen hij naast me kwam staan. “Die hele kamer stond vol met brandende kaarsen toen we aankwamen. En alle asbakkies vol, nou dan weet je het wel.” Ja, toen wist ik het wel. De mens is een binnenstebuiten kaars en Occam’s Razor houdt je altijd scherp. Wat ik daarnaast geleerd heb, misschien wel net zo belangrijk, is dat je brieven van gepensioneerde leraren Nederlands nooit weg moet gooien. Er zit mogelijk een Kostelijk verhaal in.

Naschrift: Na de briefwisseling met mijnheer Kostelijk heb ik ook nog enige keren met Jan Willem Nienhuys van Skepsis contact gehad en hem mijn exemplaar van Fire from Heaven uitgeleend. Nienhuys schreef dit artikel dat ik van harte onderschrijf. De laatste update van dit blog is van 23 mei 2020

Interbolegerend, de strategie van de onzin

Leestijd: 9 minuten

De strategie van de onzin is misschien niet zozeer een strategie als wel een statement. Met onzin aantonen dat wat er gebeurt, onzin is. Op een speelse manier. Maar onzin heeft ook een schoonheid in zichzelf.

Die ontdekte ik al zoekend en schrijvend aan dit blog. Dat bestaat dan inmiddels ook uit een aantal delen. Deel 1 is het oorspronkelijke blog uit 2016 over het woord ‘interbolegerend’. Deel 2 en 3 volgden in datzelfde jaar, en toen dacht ik dat het wel af was. Daarna was het dus even stil rondom de onzin.

Tot ik voor deel 4 het boekje over de waantaal van Nico ontdekte. Die moest en zou er bij, vond ik, en daarmee is het blog weer geopend. Een deel 5 zou zo maar tot de mogelijkheden behoren. Maar eerst deze vier maar eens lezen, te beginnen met het woord waar het allemaal mee begonnen is: interbolegerend.

Interbolegerend 1: Onzin

In 2020 werk ik al weer 19 jaar op Schiphol. En never a dull moment. De dynamiek van de luchthaven is groot en er is altijd wel iets te beleven. Dat begon eigenlijk al direct. Klaas Makker, mijn baas en de toenmalige commandant van Brandweer Schiphol, had het plan opgevat om ter introductie van het vakgebied vliegtuigbrandbestrijding samen naar een congres te gaan in Manchester. Dat was nog eens een mooi begin van een nieuwe baan.

In de tweede week van september zou het werk dan echt beginnen. En dat deed het op een wel heel bizarre wijze: op 11 september 2001 vlogen twee vliegtuigen in de Twin Towers New York. Alle toestellen die vanaf Schiphol onderweg waren naar Amerika keerden terug en zetten de normale bedrijfsvoering zwaar onder druk. Het leverde niet direct heel veel extra werk op voor de brandweer, maar het gaf mij al in mijn tweede werkweek een goed inzicht in het crisismanagement op de luchthaven.

911-schiphol-vertrektijd
Foto van Schlijper
De strategie van de onzin

In dit blog wil ik het echter niet over crisismanagement hebben, maar over management. Of beter, ongewoon management en de strategie van de onzin. Want van een goede baas leer je gekke dingen, zo is mijn ervaring na 25 jaar. En wat dat betreft was Klaas een goede baas.

In de eerste weken van mijn nieuwe baan nam hij me mee naar allerlei vergaderingen, om me snel mijn weg in de burelen te laten vinden. Niet alle vergaderingen waren even spannend en sommige zelfs oersaai. En in één van die vergaderingen hoorden ik hem opeens zeggen dat hij het een kwestie vond die bijzonder interbolegerend was. Enigszins verbaasd keek ik hem aan. Interbolegerend? Wat was dat nou weer?

Maar kennelijk vond niemand het een rare opmerking. De inbreng van Klaas werd vanuit diverse zijden beaamd en met een grote glimlach liet hij de kwestie verder zo interbolegerend als hij was en ging men over naar het volgende agendapunt.

Toen we later op de weg terug waren naar de kazerne vroeg ik hem wat interbolegerend eigenlijk betekende. Hij keek me grijnzend aan en zei: “Ik heb geen idee. Je bent de eerste die het vraagt. Ik zal er eens over nadenken”.

Toen ik hem wat ongelovig bleef aankijken vervolgde hij: “Ja je moet toch wat met zo’n stom agendapunt. Af en toe gewoon even een schop onder het orgel geven, dan speelt het vanzelf verder”. Dat is de strategie van de onzin.

Strategie van de onzin

Klaas had meer van dergelijke onzin woorden, maar interbolegerend is het enige dat ik heb onthouden. Ook Google had er tot vandaag nog nooit van gehoord, zie mijn screenshot maar:

Interbolegerend Search Results

De grootmeester van de onzinwoorden is natuurlijk Toon Hermans. Al noemde hij het zelf kolderliedjes. Op papier zijn het inderdaad nonsens, maar als je ze uitspreekt zijn ze fonetisch toch opeens te herleiden tot normale woorden. Kijk maar eens naar Snupitu.

Snupitu

Snupitu ijssitu glaassitu
Snupitu flensitu speculaassitu
Snupitu kaasitu gebaccitu
Snupitu coffitu kejakkitu

Onzinwoorden

Onzinwoorden zijn ook in gebruik als leestest voor kinderen. Het combineren van echte woorden met nonsens zou dan het taalgevoel moeten stimuleren. Ook al verschillen de meningen daar nogal over. Welke woorden staan bijvoorbeeld hier?

valaf
nertaicon
daalpemerem
lenbakprul
bakas

Interbolegerend zoals Klaas het bedoelde was echter niet zozeer een kolderliedje noch een leestest, maar eerder een vorm van Bullshit Bingo avant la lettre. Het was de strategie van de onzin, met onzin aantonen dat er sprake is van onzin. Als iedereen zo nodig moeilijke woorden wilde gebruiken, dan kende hij er ook nog wel een paar. 

Het geniale er van was natuurlijk dat hij glimlachend het gesprek voortzette als de rest net deed of ze wisten wat interbolegerend betekende. In die zin gebruikte hij onzinwoorden als een milde vorm van een practical joke.

Bullshit Bingo
Buzword Bingo van Dilbert

Het belangrijkste doel wat ik met blog heb is, naast het vertellen van een leuk verhaaltje, dat het woord interbolegerend in de zoekresultaten van Google terecht gaat komen. Bij wijze van experiment, natuurlijk, maar altijd leuk om te proberen. Dus breng dit blog vooral bij heel veel mensen onder de aandacht en laat ze het via hun eigen browser lezen, om de zoekmachines de weg te wijzen. Ik ben benieuwd hoever we komen.

Interbolegerend 2: Google

Op 10 augustus 2016 kwamen de eerste resultaten van het experiment door op Google. Met name via Twimmer werden de ‘interbolegerend’ tweets in de zoekresultaten weergegeven. Uiteindelijk heb ik 5 tweets geplaatst, die inclusief retweets gezamenlijk zo’n 4500 views op Twitter kregen. Een mooi bereik, en groot genoeg om voldoende mensen naar de website te trekken die het blog gingen lezen.

Want het doel werd op 14 augustus 2016 bereikt: interbolegerend was opgenomen in de zoekresultaten, meer specifiek stond www.rizoomes.nl bovenaan het rijtje. Top!

Screendump Interbolegerend 20160814

Via @huskyneus en @MEvers02 kwam ook het andere onzinwoord uit deel 1 boven tafel dat Klaas veel gebruikte, maar dat ik me niet meer kon herinneren: epibreren.

Toen ik ging zoeken op epibreren, werd ik toch een klein beetje verrast. Want dat onzinwoord bleek dus wel te bestaan, ook al betekende het formeel niets. Het werd in 1954 voor het eerst door Simon Carmiggelt genoemd in één van zijn ‘Kronkels’.

Het betekent namelijk niets. Het is gewoon maar een woord. Ik heb het zelf verzonnen. Op een dag was er een lastige heer aan het loket, die ons haast wilde laten maken met een kwestie, die zijn tijd moest hebben. Ik zei: ‘Meneer, u hebt groot gelijk, maar geef ons nog een weekje om de zaak te epibreren. Het woord kwam vanzelf uit mijn volheid tevoorschijn. En het werkte uitnemend: de man ging getroost heen.’

Toen ik dit las kon ik me niet helemaal aan de indruk onttrekken dat Klaas precies wist wat epibreren betekende en waar het vandaan kwam, en dat hij zijn eigen epibratie heeft gevolgd door interbolegerend te bedenken.

Epibreren en interbolegeren zijn woorden die dus eigenlijk aan elkaar gerelateerd zijn, zowel qua ontstaansgeschiedenis als betekenis. Al zit er gevoelsmatig wel een verschil tussen, maar het blijft allebei de strategie van de onzin.

Snijders en Jiskefet

Op 7 augustus kwam de volgende verrassing rondom onzinwoorden, en wel van de absurdistische scheurkalender van Ronald Snijders tijdens een kleine hoempert.

7 augustus

De grap van bovenstaande nonsens is dat ze dus wel degelijk iets zegt. Natuurlijk zijn ze verkeerd gespeld en daarmee taalkundig onzin, maar psychologisch gezien wordt er wel degelijk (onbewust) een betekenis toegekend aan dergelijke onzinwoorden.

De menselijke psyche is namelijk dol op patronen, en herkent al gauw iets, ook al is het soms verkeerd. In dezelfde foutcategorie zat de omslag van het laatste boek van Joop van Riessen. Kijk maar eens goed, het is echt fout.

Moord op de de tramhalte

Via @vonklinkenhoven ervaarde ik ook weer een hernieuwde kennismaking met de mannen van Jiskefet. Meer in het bijzonder refereerde @vonklinkenhoven aan de hoempert, hij kwam al voorbij, uit een geweldige sketch die Scheepskamelen heet.

Prachtige onzinwoorden komen er in voor. De al eerder genoemde hoempert, maar ook bijvoorbeeld ‘roegen’, ‘kierder’, ‘kneukeren’ en ‘heugers’. Mooie woorden die niets betekenen, maar waarvan je denkt dat je weet wat het is door de uitleg van Wim van Nijssel, gespeeld door Michiel Romeijn. Aan het eind gaat Wim ook nog een stukje dichten:

Ik liep door een straat, ik zie haar lopen
Ik weet niet wat er binnen was gekropen
Een traan, Viel op het plaveizel
Hé, ben jij dat, Wim van Nijssel?

Wim van Nijssel, dat ben ik dan.

Dan zit ik vaak liever op een oud schip.

English sports

De meest interbolegerende sketch van Jiskefet is echter niet Scheepskamelen, maar English Sports. In een sublieme persiflage wordt de draak gestoken met Engelse sporten, waarbij de beelden van onnavolgbaar onzincommentaar worden voorzien. Hier is de onzin geen strategie meer, maar krijgt het een schoonheid in zichzelf.

Het is allemaal nonsens, maar het lijkt verschrikkelijk echt. Zelfs de lengte van de video is een sneer; hij duurt net te lang, zoals Engelse sporten ook net te lang plachten te duren. Een goed moment om dit blog af te sluiten, want interbolegerender dan dit gaat het nooit worden.

Interbolegerend 3: Nootmuskaat Kolonel

Voorwoord nootmuskaat kolonel

Net toen ik het interbolegerende onderwerp van de kolderliedjes en nonsensteksten dacht afgesloten te hebben, viel mijn oog in de winkel op een nieuw boekje van Toon Hermans: De Nootmuskaat Kolonel.

Toon zou dit jaar honderd zijn geworden en ter ere van dat feit worden er een paar speciale uitgaven op de markt gebracht. En het moet gezegd, de Nootmuskaat Kolonel is wel een hebbedingetje. Mooie tekeningetjes in een ruim vormgegeven hardcover, met prachtige gedichtjes en kolderteksten.

Het begint al bij het voorwoord. Het zijn niet de enige raadselachtige woorden in het boek. Zo adviseert hij in het gedicht ‘kaas’ dat je nooit met kroketten over introconcilisatie moet beginnen. En tekent hij de Laarsmodulant, die rimmelroosjes op verkeerd terrein schiet. Maar het is niet alleen maar onzin in het boek, er staan ook van die typische Toon gedichten in als ‘on’.

on

Als ik door de duinen fiets

denk ik vaak; er is geen niets

want ik zie in alles iets

als ik door de duinen fiets

zie de wind, de zee, de zon

zie de zin en zie de on

En zoals gezegd, er staan ook mooie tekeningen in het boekje, zoals het Rode Kolosaaltje:

Kolosaaltje (2)

Kortom, een hebbedingetje voor de Toon liefhebber. Ik sluit deel 3 interbolegerend af met een gedicht uit de Nootmuskaat Kolonel. Treffender kan het niet.

mooj zo

Nee, ik kan het naar niet laten

altijd maar dat wauwelpraten

ik wil daar nu een eind aan maken en in plaats van spreken kwaken

blaten, bleren, kwekken, koeren

maar ik stop met ouwehoeren.

Interbolegerend 4: Waantaal van Nico

“Ik heb het heel druk gehad met de geruite fornuit op de straat. Nogal bewollig met een linkse bang. Verder glad en met hokken en blokken gevuld. Ik heb ze uit elkaar gehaald. Erg moeilijk, zo tollig en zwarrig. Ik kan mijn hol niet uitscharen!”

‘Zo tollig en zwarrig’ is een ontroerend boekje van Elseline Knuttel met tekeningen van Jan Stroeve over de waantaal van Nico. Nico Broekhuijsen was al ruim in de negentig toen hij opeens vreemde woorden ging gebruiken.

De zinnen waren grammaticaal correct, maar de bijvoeglijke naamwoorden en zelfstandige naamwoorden bleken verbasterd, nieuw, samengesteld of op enig andere wijze tot stand gekomen. Niemand die het weet, ook Nico niet.

Elseline vond ze echter zo bijzonder, dat ze hun gesprekken vastlegde op papier. Niet vanuit een medisch perspectief, zo noteert ze in het boek, maar om je te verwonderen over de schoonheid ervan. En mooi is het.

Veel van die taal kan zo bij Marten Toonder vandaan komen. Ze roept iets bij je op, al weet je niet precies wat. Jan Stroeve maakte er tekeningen bij, los van de originele context van het gesprek, om die gevoelens uit te kunnen beelden.

Ik zie ze dan zo zitten, met elkaar aan tafel. Elseline met een blocnote en vol aandacht, Nico die praat en voelt dat hij begrepen wordt. Want contact is meer dan alleen het juiste woord op het juiste moment gebruiken.

Misschien geeft een onzinwoord in zo’n situatie nog wel veel meer verbinding, omdat de semantiek dan niet meer in de weg staat. Er valt niks fout aan te nemen, geen veronderstelling is onjuist. Een onzinwoord is goed noch fout, hij is en legt contact tussen twee mensen zodra hij wordt uitgesproken. “We bleven met elkaar in contact, een zielscontac,” schrijft Elseline.

“In de laatste dagen van zijn 97-jarige leven zei Nico: Schiet op! Ik wil wegwaaien, wegvloeien. En uiteindelijk riep hij: Schuur het vuur naar m’n uur.” Het is het slot van een prachtig boekje over de schoonheid van onzinwoorden.

Communicatie met de verre toekomst

Leestijd: 4 minuten

Sommige problemen spelen door tot in de verre toekomst, zoals de opslag van zwaar radio-actief materiaal. Hoe zorgen we er voor dat de dan levende generaties nog snappen wat wij nu verstopt hebben. Want zo lang gaan talen niet mee, heeft de geschiedenis uitgewezen.

Tijdens crisistrainingen probeer ik teams altijd vooruit te laten denken. Natuurlijk moet je informatie verzamelen over wat er gebeurt en gebeurd is, maar daar zit wel een grens aan. Op enig moment is het wel duidelijk genoeg wat er aan de hand is en breekt de tijd aan om vooruit te denken en niet meer terug te kijken.

Wat is het doel van het crisismanagement? Wat wil ik bereiken? Wanneer wil ik het bereiken? Wat zijn de consequenties van mijn acties? En dat alles het liefst in scenario’s. Meestal gaan die scenario’s niet heel ver voor uit. Een paar uur tot een paar dagen, een week misschien nog. Dan houdt het wel op.

RA 1


Laatst liep ik echter op tegen een scenario dat veel verder vooruit moet kijken. Op de Waste Isolation Pilot Plant (WIPP) wordt hoog Radio Actief (RA) materiaal opgeslagen dat daar minimaal 10.000 jaar moet liggen. En er worden WIPP’s ontworpen waar het RA zelfs ruim 100.000 jaar moet blijven liggen.

Dat roept de interessante vraag op hoe toekomstige generaties in de verre toekomst gewaarschuwd moeten worden tegen het gevaar van de WIPP. Ik bedoel maar, als de brandweer de aanbevelingen van een ongevalsrapport tien jaar later al weer vergeten is, hoe moet dat dan met 10.000 jaar? Welke scenario’s moet je daar voor bedenken?

De afgelopen jaren zijn diverse studies verricht naar dit onderwerp, zoals onder andere dit rapport over de safety and sustainability of long term storage of RA waste. Op deze pagina van de WIPP zelf wordt een waarschuwingssysteem met vier levels beschreven:

“Level I: Rudimentary Information: “Something man-made is here”

Level II: Cautionary Information: “Something man-made is here and it is dangerous”

Level III: Basic Information: Tells what, why, when, where, who, and how (in terms of information relay, not how the site was constructed)

Level IV: Complex Information: Highly detailed written records, tables, figures, graphs, maps and diagrams”.

De level I informatie wordt fysiek weergegeven in de omgeving van de WIPP zelf. Dit ‘Spike Field’ is daar een voorbeeld van.

spikes01

Of dat echt goed gaat werken is de vraag. De geschiedenis van bijvoorbeeld pyramides en sfinxen laat zien dat latere generaties toch binnen dringen. En die geschiedenis laat ook zien dat talen zich doorontwikkelen. Hierogliefen worden niet meer door iedereen begrepen, en je moet je dan afvragen of over 10.000 jaar mensen nog wel Engels spreken.

RA 2

Daarom wordt de level I protectie aangevuld met waarschuwingsborden van level II, zoals het RA bord aan de bovenkant van de pagina. Overigens blijkt dat bord slecht begrepen te worden buiten de Westerse wereld. In landen als Brazilie, Kenia en India bleek slecht 6% de betekenis van het bord te kennen.

De United Nations liet daarop een studie uitvoeren waaruit dit bord tevoorschijn kwam als vervanging: Dan is er nog de Level III waarschuwing. In de hoop dat er toch iets van taal blijft hangen, wordt beschreven dat er gevaar dreigt als je binnendringt in de storage facility.

Als voorbeeld van zo’n tekst geeft de WIPP Exhibit het volgende op:

“This place is not a place of honor.

No highly esteemed deed is commemorated here.

Nothing valued is here.

This place is a message and part of a system of messages.

Pay attention to it!

Sending this message was important to us.

We considered ourselves to be a powerful culture.”

Het is natuurlijk de vraag hoe goed zo’n tekst zal gaan werken. Critici wijzen er op dat de nadruk die wordt gelegd op dat er geen waardevolle spullen liggen misschien juist als uitnodiging zal worden gezien om toch naar binnen te gaan. Daarom hoopt de WIPP ook dat archieven en datacollecties wel intact blijven en ook over 10.000 jaar nog steeds toegankelijk zijn.

Die informatie wordt dan gezien als de level IV protectie. Met al die levels bij elkaar denkt men een systeembenadering toe te passen die de veiligheid ook in de toekomst moet kunnen waarborgen.

Naast deze systeembenaderingen zijn er ook mensen die out of the box oplossingen hebben verzonnen, zoals je op deze pagina kunt lezen. Kunstmanen met een insciptie zodat je altijd aan de WIPP wordt herinnerd, katten die van kleur veranderen als ze in de buurt van de WIPP komen en priesters die een religie moeten gaan opzetten om te waarschuwen voor de WIPP. Gelukkig zijn de besluiten nog niet genomen. De WIPP blijft nog 40 jaar open voor hij definitief wordt afgesloten en tot die tijd wordt er nog aan oplossingen gewerkt.

danger
Level II alternatief waarschuwingsbord

Dat al die voorzichtigheid niet voor niets is blijkt wel uit deze website: Op 5 februari 2014 breekt er brand uit in een vrachtwagen bij het beladen van de WIPP. Zes mensen worden voor alle zekerheid in het ziekenhuis opgenomen en de facility ging een week dicht. Ik ben benieuwd welke informatie de brandweermensen krijgen die anno nu de WIPP moeten betreden. Dat is vaak al moeilijk genoeg, zo wijst de praktijk uit. Vergeten heeft niet veel tijd nodig.

In event of moondisaster

Leestijd: 6 minuten

Sommige verhalen spreken enorm tot de verbeelding, zoals het Apollo Spaceprogram uit de jaren zestig. Er ging veel goed, maar niet alles. Dit blog gaat vooral over de dingen die niet lukten. Zelfs de herdenkingsspeech ‘In event of Moondisaster’ is eigenlijk mislukt, want hij was gelukkig niet nodig. Maar 2019 is wel de vijftigste verjaardag van de beroemdste speech die nooit is uitgesproken. Victory after all.

Apollo

Op 12 april 1961 was Yuri Gagarin de eerste mens in de ruimte. Met de Vostok 1 circelde hij in een baan om de aarde. Een paar jaar daarvoor waren de Russen de Amerikanen ook al te snel af geweest met Laika in de Spoetnik II, het eerste dier in de ruimte. Het zette de Sovjet Unie op voorsprong in de ruimterace.

Maar het antwoord van de Amerikanen liet niet lang op zich wachten. Op 25 mei 1961 beloofde John Kennedy het volgende:

I believe that this nation should commit itself to achieving the goal, before this decade is out, of landing a man on the moon and returning him safely to the Earth”.

john kennedy

Het Apollo ruimteprogramma was geboren. Al wist niemand nog precies hoe ze die belofte moesten gaan waarmaken.

Apollo_11_insignia

En het programma liep ook niet direct van een leien dakje. Op 27 januari 1967 werden er zogenaamde plug out testen gedaan met de command kegel van een raket, die toen nog de AS-204 heette. De kegel was 3,5 meter hoog en had een breedte van 3,9 meter. Hij bood plaats aan drie astronauten, die per persoon ongeveer 2 m3 ruimte ter beschikking hadden.

Om te voorkomen dat ongewenste gassen konden binnendringen werd de kegel met zuurstof onder overdruk gehouden. Normaliter zou de plugs-out test zonder bemanning zijn voltrokken, maar vanwege vertragingen in het programma was besloten om de zuurstoftest te combineren met andere testen, waarvoor de aanwezigheid van de bemanning noodzakelijk was.

Fire, I smell fire

Dus betraden Grissom, White en Chaffee de command module die bovenop een lege Saturnus raket was geplaatst. De Saturnus gold als naamgever van het project AS-204. Het zou de vierde keer worden dat de raket gelanceerd zou worden. Omdat de Saturnus geen brandstof bevatte, gold de test als ongevaarlijk.

De astronauten zelf waren er echter niet gerust op. Gedurende het ontwerptraject hadden ze regelmatig geklaagd over de gang van zaken. Het ontwerp van de kegel werd zo vaak aangepast dat de simulator, waarmee de astronauten moesten leren vliegen, continu achter liep. De 24 instrumenten, 40 controlelampjes en 566 schakelaars veranderden regelmatig van plek.

Apollo 1
De uitgebrande kegel van de Apollo 1. Na dit ongeluk besloot men alleen nog maar onbrandbare materialen toe te passen. Foto is van deze website over de brand in de Apollo 1.

Ook de test van 27 januari begon slecht. Er kwam een vreemde geur uit het ruimtepak van Grissom, de intercom viel steeds uit en de zuurstof flow was te hoog.

En toen gebeurde het ongelooflijke. Om 18.31 klonk de stem van Chaffee over de intercom:

“Fire, I smell fire”.

Alsof hij het niet kon geloven. Vlak daarna had White de ernst van de situatie door toen hij riep:

“Fire in the cockpit. Fire, get us out!”.

En vervolgens werd het stil over de intercom. Een inferno had een einde aan het leven van de astronauten gemaakt, zonder dat ze een meter gevlogen hadden. Opgesloten in hun 6 kubieke meter, in 100% zuurstof en 30 kg brandbare inventaris, kwam de redding te laat omdat de deur niet binnen 90 seconden open ging. Het moet de hel op aarde zijn geweest.

Later is de missie nog wel omgedoopt van AS-204 naar Apollo 1, als eerbetoon aan de astronauten. Want het eren van helden is iets wat je gerust aan Amerika kan overlaten.

Tranguility base here… The Eagle has landed

Gelukkig liep de rest van het Apollo programma beter. Op 20 juli 1969 landde de Apollo 11 op de maan. Zes uur later, op 21 juli, was het vervolgens Armstrong die als eerste mens voet op de maan zette onder de beroemde woorden “That’s one small step for [a] man, one giant leap for mankind”.

Overigens staat ‘a’ hier tussen haakjes, omdat er achteraf nogal wat discussie over is geweest of hij die ‘a’ nu wel of niet zou hebben uitgesproken. Dat verandert de betekenis van zijn quote nogal, zoals je op deze website kunt lezen.

Maar dat is voor dit blog verder niet zo relevant. Want met de Apollo 1 in het achterhoofd bleek dat de Amerikanen zich wel hadden voorbereid op een mislukking met dodelijke afloop van de astronauten. Toen William Safire, oud tekstschrijver van Nixon, overleed op 27 september 2009 kwam namelijk een contingency speech boven tafel met de prachtige titel “In event of moon disaster”.

Speech moondisaster 1
Speech moondisaster 2

Niet alleen de speech stond klaar, ook het rouwritueel was helemaal voorbereid. Zodra duidelijk zou zijn dat de astronauten het niet hadden overleefd, zou de intercom worden uitgezet. Dat was met Armstrong en Aldrin vooraf zo besproken.

Daarna zou de familie van de astronauten worden ingelicht, alvorens de rest van de wereld bekend zou worden gemaakt met het slechte nieuws. Een predikant stond klaar om de mannen een soort van zeemansgraf op afstand te geven, want die waren natuurlijk nog op de maan.

De tekst van de moondisaster speech drukte het heldendom uit, blijkend onder andere uit de verwijzing naar een beroemd gedicht uit de Eerste Wereldoorlog van Rupert Brooke:

“If I should Die, think only this of me:

That there’s some corner of a foreign field

That is forever England.”

HITH-Moon-landing-hoax-debunked
Links zie je de origine foto en rechts de simulatie van Nvidia. De verschillen zijn minimaal, meer details kun je hier lezen.

Gelukkig bleek het allemaal niet nodig en kwamen de drie astronauten veilig terug op aarde. Hoewel sommigen meenden dat er helemaal geen missie was geweest en alles een complot was van de overheid. De meest waanzinnige complottheorieën gaan er in de rondte, zoals je kunt lezen op deze website. Maar in september 2014 heeft Nvidia een deel van de complotten kunnen ontzenuwen en met krachtige simulaties aangetoond dat de gemaakte foto’s op de maan echt zijn. Het is de laatste stand van zaken in een avontuur dat schijnbaar niet ophoudt en steeds weer nieuwe zaken naar boven brengt. Met als voorlopig hoogtepunt de speech van Safire: in event of moon disaster.

Update 23/11/2014

Begin 2015 gaan de opnames starten van een film die geinspireerd is op de gevonden speech van Safire. ‘In event of moondisaster’ staat al enige tijd op de Black List, een lijst met populaire films die nog niet gemaakt zijn.  In de film zal de maanramp zich wel voltrekken, mét de speech van Nixon. Het wordt waarschijnlijk de eerste film met Nixon waarin hij niet als boef wordt uitgebeeld. Maar zeker is het niet: er is nog geen letter uitgelekt van het script ‘In event of moondisaster’. Dus wie weet zit er een complot in met Nixon als dader. We wachten het af.

Update 30 januari 2019

En dan vind je 5 jaar later toch opeens nog nieuwe dingen over de moon disaster. Via Twitter stuitte ik op deze brief aan de ouders van Chaffee, één van de drie mannen die zo onfortuinlijk om het leven kwamen tijdens de brand van de Apollo 1.

Deze brief is nog ondertekend door Lyndon Johnson. Zijn termijn als president liep af op 20 januari 1969.

Over de film zelf is niks nieuws te melden sinds 2014. Op een klein dingetje na: Benedict Cumberbatch die de speech uitspreekt, bij wijze van mini-film: anderhalve minuut in event of moon disaster.

Update 26 november 2019

Eind november 2019 was er weer iets nieuws over de moondisaster: een deepfake van Nixon, alsof hij de speech wel had ingesproken en de tapes verloren waren geraakt. De installatie was zichtbaar op de IDFA in Amsterdam. Op de website staat de volgende toelichting:

“Wat als de missie van Apollo 11 verkeerd was gelopen en de astronauten niet naar de aarde waren teruggekeerd? Voor deze mogelijke uitkomst was een noodspeech voorbereid, die nooit door president Nixon uitgesproken werd – tot nu. De installatie dompelt je onder in deze alternatieve geschiedenis en vraagt ieder van ons stil te staan bij de manieren waarop nieuwe technologieën de waarheid kunnen verbuigen, verdraaien en vertroebelen.”

Dit blog is onderdeel van het thema essays en verhalen. Het werd voor het eerst geplaatst op 9 november 2014. Daarna is het diverse keren aangevuld. Eerste update 23 november 2014. Tweede update 30 januari 2019. Derde update 26 november 2019. Vierde update 25 mei 2020.

© 2021 Rizoomes

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑