Leestijd: 6 minuten

Met Kees Plaisier deel ik zijn liefde voor stripverhalen en de brandweer. Na een bezoek aan het brandweermuseum Wassenaar, waar indertijd een tentoonstelling over strips en de brandweer werd georganiseerd, mocht een gastblog van zijn hand natuurlijk niet uitblijven. Over de zoektocht van brandweer in stripverhalen.

Het zal niet meevallen…

De eerste serieuze stap nam ik in Delft. In stripwinkel Bul Super vroeg ik: “Wat weet u van brandweer in stripverhalen? Ik ga fragmenten verzamelen namelijk.” “Dat zal niet meevallen, want er is eigenlijk weinig voor zover ik weet. Ach ja, Kuifje natuurlijk. De Zwarte Rotsen. Ik haal even wat”.

Hij kwam terug met twee edities van “de Zwarte Rotsen”. In de ene een handspuit en in de andere een tankautospuit, met bijbehorende brandweerlieden in de uniformen die bij de tijd horen. Dat was een hoopgevend begin. Ik wist echter niet wat me allemaal nog boven het hoofd hing op mijn zoektocht.

Nog meer Kuifje en veel Suske en Wiske

Toen ik Peter Snellen deelgenoot maakte van mijn plan om brandweer in stripverhalen te gaan verzamelen was hij meteen enthousiast. Hij wist nog meer uit Kuifje en hij had een neef die veel van Suske en Wiske wist. Zo kwam er geleidelijk aan van alles boven water.

Maar de echte zoektocht vond plaats in de Bibliotheek in Rotterdam. Daar bevindt zich een grote stripverzameling, vooral achter de schermen. (Nu voor het grootste deel in bruikleen gegeven aan het Rotterdamse Stripmuseum). Ik mocht daar achter de schermen op zoek. Ik mocht zelfs soms wat meenemen om te doorzoeken en waar nodig te scannen.

Natuurlijk heb ik ook mijn eigen verzameling doorgeploegd. Zo ontstond in de loop van anderhalf jaar een verzameling van meer dan 2500 fragmenten.

De Polaroids van Martin Lodewijk

Vanwege de prachtige tekeningen in Agent 327 heb ik Martin Lodewijk opgezocht. Toen hij nog in Dordrecht woonde was hij bezig met “Rookbom”. Hij had een redvoertuig nodig, dus ging hij, gewapend met zijn Polaroid camera naar de brandweer kazerne in het Oranjepark en maakte een hele reeks opnamen. Daarmee tekende hij een autoladder, die in het verhaal even indrukwekkend was als in werkelijkheid.

Zulke voorbeelden zijn er ook bij Theo van den Bogaard in zijn verhalen over Sjef van Oekel en bij Frans le Roux, een Groningse tekenaar.

Sjef van Oekel raakt op drift
Frans Le Roux

Dat zijn maar een paar voorbeelden. Ook in Franka, in Suske en Wiske, in Baard en Kale, bij Dan Cooper, in Uuterwaerdt en op veel andere plaatsen is te zien hoe zorgvuldig de tekenaars zich documenteren. Dat Martin Lodewijk dat deed met zijn Polaroid camera is een mooie historische bijzonderheid.

De brandweergeschiedenis in beeld gebracht

Met fragmenten uit stripverhalen kan de brandweergeschiedenis mooi worden geïllustreerd.

Van blussen met emmertjes tot blusvliegtuigen. Met aandacht voor helmen, voor springzeilen en voor draagbare blusmiddelen. De blusemmers zijn te zien in Robert en Bertrand: “De Toverlantaarn”. Ook Jan van der Heijden zelf wordt een keer ten tonele gevoerd: In van “Nul to Nu”. Dat is wel weinig aandacht voor deze grondlegger, kunstenaar, uitvinder en organisator.

Lucky Luke laat in “De zingende draad” een mooie stoombrandspuit voorbij komen.

De brandbestrijding op vliegvelden is vanzelfsprekend te zien in de verhalen van Buck Danny, maar dit fragment uit “Het geheim van Dan Cooper” is ook historisch uitzonderlijk.

Uit de groep “overige voertuigen” een fragment uit Kapitein Rob “Het mysterie van het zevengesternte”, compleet met het Paleis op de Dam, helmen en snorren.

Sommige stripverhalen hebben een relatie met werkelijke gebeurtenissen. Dat kan toevallig zijn of echt zo bedoeld. In het geval van het verhaal Van tekenaar Buth uit Gent : Thomas Pips “In de greep van Bulla Kos” waarin een grote brand in een warenhuis wordt beschreven.

Veel later was er de brand in L’Innovation. in dat verhaal tekent Buth mooie draagbare blustoestellen, die doen denken aan de beroemde Minimax.
In Suske en Wiske “Het geheim van de Kalmthoutse Heide” wordt een grote heidebrand beschreven. Het verhaal stamt uit 1981. Dertig jaar later, in 2011, was er weer zo’n enorme brand.

Bij de afbeeldingen van springzeilen is er niet altijd een relatie met de werkelijkheid. Je ziet bijvoorbeeld een springzeil dat door vier brandweerlieden wordt strak gehouden.

Maar een mooi voorbeeld van iets wat wellicht toch echt gebeurd kan zijn is het verhaal van Oom Wim In Robbedoes “Paniek in de schouwburg”, waarin de grote brand in het Ringtheater in Wenen in 1881 wordt beschreven. Het verhaal gaat dat de theaterdirecteur zich vanaf het dak in veiligheid moest brengen door te springen. De omstanders hadden een gordijn uit het theater als springzeil gereed gemaakt. Ook als het niet klopt is het een mooi plaatje.

Fantasie

In een verhaal van De Generaal wordt zijn tank waarmee hij altijd ten strijde trekt omgebouwd tot brandweerauto. Dat levert een mooi resultaat op.

Bij Paulus de Boskabouter (misschien niet echt een stripverhaal) komt in het verhaal “De Uitvinder” een blusapparaat voor dat er prachtig uitziet, maar helaas niet werkt.

Ook de knutselsmurf doet zijn best.

Het ligt voor de hand dat Jerom in een Suske en Wiske verhaal iets bijzonders doet. Hij tilt een olifant op, die net een grote hoeveelheid water heeft opgezogen en laat de olifant blussen. Zo wordt er meer onorthodox geblust: In FC De Kampioenen Het SEHKS -schandaal bijvoorbeeld.

Een zoektocht zonder eind

Omdat er nog steeds stripverhalen worden gemaakt en omdat lang niet alles uit het verleden is onderzocht is de zoektocht naar brandweer in stripverhalen voorlopig nog niet ten einde. Over wat er gevonden is kan overigens nog veel meer worden verteld. Zoals over de steeds opnieuw getoonde bovengrondse brandkranen in de verhalen van Donald Duck, over de bijna vergeten manschappenwagentjes die er op Schiphol waren en optraden in een Kuifje verhaal, over de humor van Guust Flater en andere personages. De verzameling van meer dan 2500 fragmenten is een “Fundgrube” voor de liefhebber.