Wanderings in crisis

Tag: Schilderij

Brand Nieuwe Kerk Dordrecht

Leestijd: 5 minuten

Op 22 januari 1568 woedde er een grote brand in de Nieuwe Kerk van Dordrecht. Jan Doudijn legde de gebeurtenis vast op een fascinerend doek, dat in het Dordrechts museum hangt. Een kleine analyse.

Brand Nieuwe Kerk Dordrecht 1568
Het schilderij van Jan Doudijn in vol ornaat. Met een Iphone gefotografeerd tijdens bezoek aan het Dordrechts Museum.

De grote brand in de Nieuwe Kerk van Dordrecht is om meerdere reden interessant. In de eerste plaats als nieuwsfeit. Het is een soort persfoto die Doudijn er van heeft gemaakt. Althans, zo lijkt het. Keurig netjes alles geschilderd zoals hij het gezien heeft. Of hem verteld is, dat is onbekend.

Het meest fascinerende vind ik echter de compositie, waarin schout Adriaan Blijenburgh pontificaal middenin staat afgebeeld. Het tafereel draait volledig om hem. Blijenburgh is het centrum van de gebeurtenis, misschien is hij zelfs wel de verlosser, we weten het niet.

Wat we wel weten is dat de Nieuwe Kerk werd herbouwd. Betaald door vier families, waaronder die van Blijenburgh. Volgens de tekst naast het schilderij in het museum stonden de familiewapens van de vier betalende families op de blusemmers. Ik heb dat zelf niet goed kunnen zien. Overigens bestaat de Nieuwe Kerk nog steeds.

Tekst op de lijst

Rondom het schilderij is een rijm op de lijst geschilderd, waarschijnlijk in een uitloper van het Middelnederlands. Zo’n tekst maakt het schilderij voor mij meer waard. Het wordt welhaast een document, ook al zijn de vier regels niet direct helemaal duidelijk. Het vergt minimaal twee keer lezen.

T WAS OP DACH NA AGNIETEN DACH

VAN DAT IAER STAAT HIER GESCHREVEN

MEN DE NIEUW- KERKCK VERBRANDEN SACH

WAS ‘T VIER GROOT SEER STIIF VERHEVEN

Agnietendag is de naamdag van de heilige Agnes, 21 januari. De tweede en derde regel spreken eigenlijk wel voor zich. De laatste zin vond ik in eerste instantie lastig te begrijpen, maar toen ik via een online Middelnederlands woordenboek had ontdekt dat ‘vier’ ook ‘vuur’ betekent was het nader bericht gelijk duidelijk: zeer grote brand, stijf verheven.

Details

Ik maakte ook nog drie detailfoto’s van het schilderij, omdat ik benieuwd was of je bij uitvergroting interessante brandfeitjes kon ontdekken. Zoals ik ook bijvoorbeeld de grafitti bij dit werk van Gerard Houckgeest had gevonden.

Bij het schilderij van Doudijn had ik vooral brandweer vragen. Hoe getrouw zou deze brand zijn nageschilderd? Is het een artist impression, of mogen we er toch nog wat brandtechnisch uit afleiden? Zo ja, dan nog zal het lastig interpreteren zijn, omdat zulke oude gebouwen nu eenmaal een ander brandgedrag hebben dan we tegenwoordig gewend zijn in de praktijk.

Er vallen wel een paar dingen op:

  • Op het eerste plaatje zie je dat de brand binnen volledig ontwikkeld is. Door de ramen is de vuurgloed goed zichtbaar. Opvallend is wel dat het glas er kennelijk nog helemaal in zit. Voor een glas in lood van die omvang is dat een opmerkelijke prestatie. Als het klopt, natuurlijk.
  • Het tweede en derde plaatje laten zien dat het dak al deels is ingestort. Dat doet iets met de stabiliteit van zulke oude gebouwen, zou je zeggen (het stond er al vanaf 1170). Niet voor niets staan die vaak bol van de muurankers omdat de muren elkaar hangend staande houden. Toch lijkt het metselwerk op het schilderij nog ongeschonden en staat alles nog fier overeind.
  • Op het derde plaatje zien we de toren. Met een kerkklok er nog in, lijkt het wel. Dat is niet heel waarschijnlijk als de brand echt zo groot was.
  • Er is op het tweede plaatje iets te onderscheiden wat op een badkuip op wielen lijkt. Misschien was het een watervoorraad voor de emmers. De brandspuit zoals Jan van der Heijden die beschreef was er pas vanaf 1671 – 1673, dus die kan men nog niet ingezet hebben.

Al met al denk ik dat deze weergave van de brand in de Nieuwe Kerk van Dordrecht niet heel waarheidsgetrouw is. Maar daar was het waarschijnlijk ook niet voor bedoeld. Ik vermoed zelfs dat de brand in het echt minder groot was dan hier afgebeeld. Met blusemmers krijg je mijns inziens zo’n volledige kerkbrand nooit onder controle en zal het gebouw tot de grond toe afbranden. Omdat de herbouw in 25 jaar tijd gerealiseerd werd, mogen we aannemen dat een groot deel van de kerk gespaard is gebleven.

Adriaan Blijenburgh

Waar zou het schilderij dan wel voor bedoeld zijn geweest? Ik denk in de eerste plaats om het leed dat Dordrecht getroffen had aanschouwelijk te maken. Zo zag onze Nieuwe Kerk er uit tijdens de brand, is het niet verschrikkelijk?

Maar daarnaast denk ik dat het een reclamefolder was voor Adriaan Blijenburgh. Prominent Dordtenaar die de gemeenschap redt en die je gerust schout / schepen / burgemeester kan maken. Ik heb niet kunnen vinden wie de opdrachtgever was van Doudijn, maar het zal me niets verbazen als het Adriaan zelf was, dan wel één van zijn vrienden.

Voorstudies

En dat is dan weer het mooie van het moderne internet, uurtje zoeken en je vindt van alles. Zoals deze voorstudies die Doudijn maakte. Interessant om te zien dat de positie van Blijenburgh op de linkerfoto in de definitieve versie een kwart slag is gedraaid, meer prominent is gemaakt. Ook weer een aanwijzing voor een opdrachtgever die met dit schilderij ook andere doelen wilde dienen dan een waarheidsgetrouwe weergave van de werkelijkheid.

Met recht een fascinerend doek. Ga hem vooral in het echt bekijken.

Oog in oog met een oude meester. De graffiti van Gerard Houckgeest

Leestijd: 4 minuten

Wellicht hoorde je nog nooit van Gerard Houckgeest. Maar na dit blog is dat wel anders. Het is gewoon de eerste bij mij bekende graffiti master van Nederland. Uit 1651. Echt wel.

Ik had mezelf beloofd om in mei en juni 2018 eens een flink aantal musea te bezoeken. Met schilderijen. En daarna zou ik er dan een stukje over schrijven. Een essay of zo, over hoe ik oog in oog met de oude meester had gestaan. Dat hij en ik hetzelfde beeld hadden gezien, eeuwen overspannend en dat daarmee een bijzondere connectie was blootgelegd. Vervolgens zou ik diepzinnige gedachten daarover aan dit blog toevertrouwen. Het zag er destijds uit als een goed plan. Gewoon doen maar dan, toch?

Aldus toog ik opgewekt naar het Mauritshuis in Den Haag, het Meisje met de Parel was mijn doel. In de desbetreffende zaal zag het echter zo zwart van de mensen dat ik eerst maar eens verder ging kijken. Ik was er nu toch en voordat ik Vermeer ongestoord in de ogen zou kijken, was het vast al weer een uurtje later. Op verkenning dus, in dat imposante pand naast het Binnenhof.

In een zaal verderop vond ik een schilderij van Gerard Houckgeest. Nog nooit had ik van de beste man gehoord en vele anderen kennelijk ook niet; naast mij en een oude suppoost was er helemaal niemand in de ruimte. Misschien kon ik hier mijn plan ten uitvoer brengen, voor een eerste keer moest ik wellicht ook niet te kieskeurig zijn. Lekker beginnen met een Houckgeestje, om te oefenen. Uitproberen, evalueren, verbeteren. Vermeer kwam dan gewoon een volgende keer aan bod.

Ik keek om te beginnen daarom nog eens goed op het bordje, om mijn situational awareness van het schilderij te optimaliseren. Waar stond ik nou eigenlijk naar te kijken?

Zo te zien stond de graftombe van Willem de Zwijger op het schilderij afgebeeld. Uit 1651. Of zou het in 1651 zijn? Het was in ieder geval oud genoeg, zo oordeelde ik. Aan de slag. Ik deed een stap acheruit om het schilderij eerst eens volledig in mij op te nemen. En daarna zou ik inzoomen, op zoek naar het oog van de meester. En zo geschiedde. Dit was wat ik zag. Kijk vooral zelf even goed.

Het eerste wat me opviel was een soort kindertekening op een giga pilaar. Een kindertekening? Of was het grafitti? In de Middeleeuwen? Verbaasd zoomde ik in. Het was echt gewoon een stokmannetje, een vogelverschrikker.

Houckgeest moet wel een groot gevoel voor humor hebben gehad om zo’n serieus schilderij (een graftombe) te versieren met een stokmannetje. Hier moest ik meer van weten; op naar de suppoost. Die was het nog niet eerder opgevallen en sowieso had nog niemand die vraag ooit gesteld. Hij verwees me naar de informatiebalie in de hal. Daar konden ze me vast verder helpen. Maar ook bij de balie hadden ze er nog nooit van gehoord. Wel wilden ze mijn vraag doorsturen aan een conservator. Ik zou dan vanzelf een antwoord krijgen. Het was het proberen waard.

Een week later had ik inderdaad een mail in de box.

“Via de informatiebalie van het Mauritshuis kwam uw vraag over het schilderij van Gerard Houckgeest bij mij terecht. Hartelijk dank voor uw vraag, het is altijd leuk om te horen dat de schilderijen in de collectie de nieuwsgierigheid prikkelen. Op het schilderij De graftombe van Willem de Zwijger in de Nieuwe Kerk in Delft (inv. 58) zijn inderdaad rode figuurtjes te zien op de voorste pilaar. Dit is een zeventiende-eeuwse weergave van graffiti; iemand heeft met rood krijt op de pilaar getekend, misschien een van de kinderen die in de kerk aanwezig zijn. Onderaan de pilaar staan ook het monogram van de kunstenaar en het jaartal op deze manier op de pilaar geschreven. Er zit dus niet echt een betekenis achter, het is meer een amusante toevoeging van de kunstenaar en wellicht een blijk van de realiteitszin van Houckgeest.”

Amusant was het zeker. “Kwam het vaker voor, dergelijke grafitti”, zo vroeg ik mij af in een reply aan het Mauritshuis.

Weer een week later zat er een nieuw antwoord in de mailbox.

“Dat is een goede vraag. Ik ben het zelf nog niet tegengekomen op deze manier. Wat wel vaker voorkomt is dat een kunstenaar zijn werk op deze manier signeert en/of dateert, dus door het op de pilaar of een ander architecturaal element te schrijven en daardoor te integreren in de compositie. Dit voorbeeld van Houckgeest is wellicht niet uniek, maar ik kan u zo helaas geen andere voorbeelden geven; het is dus in ieder geval niet een veelvoorkomend fenomeen.”

Het is dus geen veelvoorkomend fenomeen, middeleeuwse grafitti op schilderijen. Dat nu net het eerste schilderij wat ik sta te bestuderen wordt gesierd met een stokmannetje vind ik een goede grap, met mijn achteraf wel iets te serieuze plan. Oog in oog met een oude meester, op zoek naar dieperliggende verbanden, wordt ik door hem drie en een halve eeuw later gewezen op de vanzelfsprekendheid van alledag. Een kwestie van goed kijken en het niet moeilijker maken dan het is. Niet alles zo serieus nemen. Af en toe een lolletje trappen: doe eens een practical joke en laat hem een paar eeuwen lopen. Gewoon omdat het kan. Ze wisten het al in 1651. Maar wij zijn het bijna vergeten.

© 2021 Rizoomes

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑