Wanderings in crisis

Tag: Schilderij

Waarom gevoel voor kunst je een betere crisismanager maakt

Leestijd: 5 minuten

Kunst kan je een betere crisismanager maken, zo leerde ik tijdens de ontdekkingstocht die dit blog heeft opgeleverd. Hoe je via een plaatje op Twitter bij een podcast komt en daarna bij een boek over de rechter hersenhelft. En tenslotte eindigt bij het sluiten van musea tijdens lockdowns en wat dat zegt over de kwaliteit van des kabinets crisismanagement.

Het begin van een tocht

Hoe de dingen soms gaan.

Het begon met dit plaatje dat ik op Twitter tegen kwam.

Kunst maakt je een betere crisismanager

Het vermogen om schoonheid te begrijpen en appreciëren maakt je een betere besluitvormer, zegt Dave Snowden hier. Je weet wel, die van Cynefin. Niet de klokkenluider.

Wat ik dan lees: hoe maakt gevoel voor kunst je een betere crisismanager? Hoe zit dat?

Daar moest ik dus meer van weten. Dat begint zoals altijd met Mister Google. Al gauw was ik er achter dat de bewuste uitspraak was gedaan in een podcast van Jim Rutt. Rutt was ooit baas bij Network Solutions en het Santa Fé Instituut, een onderzoeksinstituut naar complexiteit, chaostheorie en zelforganisatie. Nu had hij een podcast over ‘cutting edge thinking in science and technology and the future of our economic, political and social systems and institutions.’

Vervolgens stapte ik op het roeimachien met een koptelefoon, mijn manier van kiloknallen. En dat viel in het begin niet mee, die podcast. Rutt heeft namelijk zo’n typisch ronkende Amerikaanse stem waar ik me echt even overheen moest zetten om te blijven luisteren. Want ik wilde immers weten waarom kunst je een betere crisismanager maakt. Ik roeide dus voort, de twintig minuten zaten er nog niet op.

Exaptief

Bij een discussie over het ontwerpen van artificial intelligence kwam eindelijk de gezochte uitspraak voorbij. Snowden zei dat ontwerpers van AI-systemen zowel over voldoende ethische als esthetische bagage moesten beschikken.

Because aesthetics is about abstractions. Music and art come before language in human evolution, so human language evolves from abstractions. The evolutionary argument for this is it allows rapid exaptive thinking. The ability to rapidly repurpose things is actually comes from abstraction. It’s also a matter of you get higher empathy in abstraction than you do in the material.

dave snowden

Dit moest ik een paar keer terugluisteren voordat ik het begreep. Vooral dat stukje over exaptive thinking. Van exaptive vond ik zo gauw geen Nederlandse woord, anders dan exaptief. Dan weet je natuurlijk nog niets.

In 2018 kwam ik er tijdens een sabbatical achter dat de Toren van Babel van Pieter Brueghel gewoon in het Boijmans van Beuningen hangt.

Exaptief blijkt een begrip uit de evolutiebiologie te zijn. Het betekent dat sommige door evolutie verkregen functies een ander doel krijgen dan waar ze ooit voor ontworpen waren. Het is een soort serendipiteit die groeit en evolueert, maar is geen adaptatie an sich. Het ontstaat namelijk niet uit aanpassing, maar als toevallig extraatje. ‘Wat handig dat ik die slurf daar ook voor kan gebruiken.’

Wat zegt Snowden volgens mij nou in dit stukje? Hij zegt dat schoonheid en kunst afkomstig zijn uit abstracties, waardoor er het vermogen ontstaat om toepassingen te zien uit materiaal dat daar oorspronkelijk niet voor bedoeld was. Doordat je anders naar de wereld leert kijken, zie je oplossingen die je anders had gemist. Je leert hergebruiken.

Van kunst leer je improviseren; patronen te zien; met complexiteit om te gaan. Dat is wat Snowden volgens mij zegt.

Hersenhelft

Maar daar eindigt dit verhaal niet. Ik deed nog een paar zoekslagen en vond toen een verwijzing naar een boek van Daniel Pink, A whole new mind. Over het trainen van de rechter hersenhelft. Het is juist die rechter hersenhelft waar het gevoel voor kunst wordt ontwikkeld, waar je leert abstract te denken. Kennelijk kan je dat ontwikkelen, kun je dat oefenen.

Mark Rothko Grey Orange on Maroon
Mark Rothko, Grey, Orange on Maroon, No. 8, 1960, Museum Boijmans Van Beuningen

Pink onderscheidt zes gebieden waarmee je die rechter hersenhelft aan de praat moet krijgen.

  1. Design. Het gaat er niet alleen om dat je iets maakt, maar dat je iets moois maakt. Iets wat je raakt. Dat je het wil hebben.
  2. Story. Alleen informatie is niet genoeg om mensen te overtuigen. Je moet er een verhaal van kunnen maken, een narratief.
  3. Symphony. Gaat over het grotere plaatje zien. Een analyse is mooi, maar niet genoeg. Het moet passen in een groter geheel, in een symfonie.
  4. Empathy. Dat behelst inlevingsvermogen, het verplaatsen in iemand anders die misschien helemaal niet op je lijkt. Empathie is afstand nemen van je ego.
  5. Play. Gaat over lol, leuk, grappig humor. Over kwinkslagen maken en relativeren.
  6. Meaning. Waar doe je het voor? Wat is het hogere doel, behalve geld verdienen en status?

Voor elke vaardigheid beschrijft Pink vervolgens oefeningen en activiteiten. Ik ga dat niet allemaal zitten opnoemen hier, maar een paar voorbeelden wil ik wel geven. Omdat ik weet dat het werkt.

Oefenen met rechts

  • Hou een boekje bij met aantekeningen. Of met tekeningen. Schrijf je gedachten op, een zin die je voorbij hoort komen, iets wat je leest, een scene van straat.
  • Schrijf een Ultrakort Verhaal. Of een lange.
  • Ga naar een museum. En dan nog eens. En nog eens.
  • Wordt een design detective. Als je in een gebouw bent, of bij iemand thuis, kijk dan eens goed rond. Wat bevalt je er aan? Wat niet? Waarom is dat? Schrijf het in je boekje.
  • Pak eens een voorwerp en vraag je af waarom je het nu zo leuk vindt.
  • Lees boeken over heel wat anders dan crisismanagement. Bijvoorbeeld De held met de duizend gezichten van David Campbell. Over het ontstaan van verhalen.
  • Kijk om je heen, naar de mensen die je ziet. Wie zijn het, wat zouden ze aan het doen zijn? Wat is het verhaal achter die groep?
  • Maak foto’s, geen kiekjes. Wat is je standpunt, je compositie? Wat is je verhaal?
  • Doe dingen die je niet kan. En leer van de fouten die je maakt. Ga gewoon eens tekenen.
  • Luister mensen af. In de trein, in de winkelstraat. Of in de kroeg. Onthoud de verhalen of schrijf ze gelijk op. Handig hè, dat boekje.
  • Als je naar een talkshow kijkt, let dan eens wat minder op wat men zegt en meer op hoe ze het zeggen. Welke gezichtsuitdrukkingen zie je? Welke lach is nep en welke is echt?
  • Dwaal en verdwaal. Wander. Bezoek een labyrinth.
  • Bezoek een concert. Kijk hoe de band of het orkest samenspeelt, hoe ze improviseren en elkaar weer terugvinden. Hoe zijn de composities opgebouwd?
  • Kijk af en toe in je boekje en zoek naar de rode draad. Wat heb je er onbewust allemaal in gestopt?

Wanderen

Keith Haring, Untitled 1982. Ook in het Boijmans.

Zoals je ziet heeft geen van deze activiteiten iets te maken met proces, optimalisatie of efficiëntie. Dat zijn dingen voor het linkerbrein. Ook belangrijk, maar dat doe je al de hele dag met je Excel sheets, je KPI’s en je lijstjes.

Het rechterbrein daarentegen gaat over kijken, verbazen en verwonderen. Zien zonder ego. Ontdekken van patronen in complexiteit, verhalen in situaties, schoonheid in kunst. Allemaal dingen die je een betere crisismanager maken omdat je leert omgaan met abstracties.

Dat het kabinet elke keer na een lockdown de musea en de kunsten pas als laatste weer heropent geeft daarom te denken over de kwaliteit van hun crisismanagement. Hopelijk lezen ze dus dit stukje en laat men de kunsten verder ongemoeid. Wie weet worden ze nog exaptief. (Ja, scroll nog maar eens omhoog 😊)

Brand Nieuwe Kerk Dordrecht

Leestijd: 5 minuten

Op 22 januari 1568 woedde er een grote brand in de Nieuwe Kerk van Dordrecht. Jan Doudijn legde de gebeurtenis vast op een fascinerend doek, dat in het Dordrechts museum hangt. Een kleine analyse.

Brand Nieuwe Kerk Dordrecht 1568
Het schilderij van Jan Doudijn in vol ornaat. Met een Iphone gefotografeerd tijdens bezoek aan het Dordrechts Museum.

De grote brand in de Nieuwe Kerk van Dordrecht is om meerdere reden interessant. In de eerste plaats als nieuwsfeit. Het is een soort persfoto die Doudijn er van heeft gemaakt. Althans, zo lijkt het. Keurig netjes alles geschilderd zoals hij het gezien heeft. Of hem verteld is, dat is onbekend.

Het meest fascinerende vind ik echter de compositie, waarin schout Adriaan Blijenburgh pontificaal middenin staat afgebeeld. Het tafereel draait volledig om hem. Blijenburgh is het centrum van de gebeurtenis, misschien is hij zelfs wel de verlosser, we weten het niet.

Wat we wel weten is dat de Nieuwe Kerk werd herbouwd. Betaald door vier families, waaronder die van Blijenburgh. Volgens de tekst naast het schilderij in het museum stonden de familiewapens van de vier betalende families op de blusemmers. Ik heb dat zelf niet goed kunnen zien. Overigens bestaat de Nieuwe Kerk nog steeds.

Tekst op de lijst

Rondom het schilderij is een rijm op de lijst geschilderd, waarschijnlijk in een uitloper van het Middelnederlands. Zo’n tekst maakt het schilderij voor mij meer waard. Het wordt welhaast een document, ook al zijn de vier regels niet direct helemaal duidelijk. Het vergt minimaal twee keer lezen.

T WAS OP DACH NA AGNIETEN DACH

VAN DAT IAER STAAT HIER GESCHREVEN

MEN DE NIEUW- KERKCK VERBRANDEN SACH

WAS ‘T VIER GROOT SEER STIIF VERHEVEN

Agnietendag is de naamdag van de heilige Agnes, 21 januari. De tweede en derde regel spreken eigenlijk wel voor zich. De laatste zin vond ik in eerste instantie lastig te begrijpen, maar toen ik via een online Middelnederlands woordenboek had ontdekt dat ‘vier’ ook ‘vuur’ betekent was het nader bericht gelijk duidelijk: zeer grote brand, stijf verheven.

Details

Ik maakte ook nog drie detailfoto’s van het schilderij, omdat ik benieuwd was of je bij uitvergroting interessante brandfeitjes kon ontdekken. Zoals ik ook bijvoorbeeld de grafitti bij dit werk van Gerard Houckgeest had gevonden.

Bij het schilderij van Doudijn had ik vooral brandweer vragen. Hoe getrouw zou deze brand zijn nageschilderd? Is het een artist impression, of mogen we er toch nog wat brandtechnisch uit afleiden? Zo ja, dan nog zal het lastig interpreteren zijn, omdat zulke oude gebouwen nu eenmaal een ander brandgedrag hebben dan we tegenwoordig gewend zijn in de praktijk.

Er vallen wel een paar dingen op:

  • Op het eerste plaatje zie je dat de brand binnen volledig ontwikkeld is. Door de ramen is de vuurgloed goed zichtbaar. Opvallend is wel dat het glas er kennelijk nog helemaal in zit. Voor een glas in lood van die omvang is dat een opmerkelijke prestatie. Als het klopt, natuurlijk.
  • Het tweede en derde plaatje laten zien dat het dak al deels is ingestort. Dat doet iets met de stabiliteit van zulke oude gebouwen, zou je zeggen (het stond er al vanaf 1170). Niet voor niets staan die vaak bol van de muurankers omdat de muren elkaar hangend staande houden. Toch lijkt het metselwerk op het schilderij nog ongeschonden en staat alles nog fier overeind.
  • Op het derde plaatje zien we de toren. Met een kerkklok er nog in, lijkt het wel. Dat is niet heel waarschijnlijk als de brand echt zo groot was.
  • Er is op het tweede plaatje iets te onderscheiden wat op een badkuip op wielen lijkt. Misschien was het een watervoorraad voor de emmers. De brandspuit zoals Jan van der Heijden die beschreef was er pas vanaf 1671 – 1673, dus die kan men nog niet ingezet hebben.

Al met al denk ik dat deze weergave van de brand in de Nieuwe Kerk van Dordrecht niet heel waarheidsgetrouw is. Maar daar was het waarschijnlijk ook niet voor bedoeld. Ik vermoed zelfs dat de brand in het echt minder groot was dan hier afgebeeld. Met blusemmers krijg je mijns inziens zo’n volledige kerkbrand nooit onder controle en zal het gebouw tot de grond toe afbranden. Omdat de herbouw in 25 jaar tijd gerealiseerd werd, mogen we aannemen dat een groot deel van de kerk gespaard is gebleven.

Adriaan Blijenburgh

Waar zou het schilderij dan wel voor bedoeld zijn geweest? Ik denk in de eerste plaats om het leed dat Dordrecht getroffen had aanschouwelijk te maken. Zo zag onze Nieuwe Kerk er uit tijdens de brand, is het niet verschrikkelijk?

Maar daarnaast denk ik dat het een reclamefolder was voor Adriaan Blijenburgh. Prominent Dordtenaar die de gemeenschap redt en die je gerust schout / schepen / burgemeester kan maken. Ik heb niet kunnen vinden wie de opdrachtgever was van Doudijn, maar het zal me niets verbazen als het Adriaan zelf was, dan wel één van zijn vrienden.

Voorstudies

En dat is dan weer het mooie van het moderne internet, uurtje zoeken en je vindt van alles. Zoals deze voorstudies die Doudijn maakte. Interessant om te zien dat de positie van Blijenburgh op de linkerfoto in de definitieve versie een kwart slag is gedraaid, meer prominent is gemaakt. Ook weer een aanwijzing voor een opdrachtgever die met dit schilderij ook andere doelen wilde dienen dan een waarheidsgetrouwe weergave van de werkelijkheid.

Met recht een fascinerend doek. Ga hem vooral in het echt bekijken.

Oog in oog met een oude meester. De graffiti van Gerard Houckgeest

Leestijd: 4 minuten

Wellicht hoorde je nog nooit van Gerard Houckgeest. Maar na dit blog is dat wel anders. Het is gewoon de eerste bij mij bekende graffiti master van Nederland. Uit 1651. Echt wel.

Ik had mezelf beloofd om in mei en juni 2018 eens een flink aantal musea te bezoeken. Met schilderijen. En daarna zou ik er dan een stukje over schrijven. Een essay of zo, over hoe ik oog in oog met de oude meester had gestaan. Dat hij en ik hetzelfde beeld hadden gezien, eeuwen overspannend en dat daarmee een bijzondere connectie was blootgelegd. Vervolgens zou ik diepzinnige gedachten daarover aan dit blog toevertrouwen. Het zag er destijds uit als een goed plan. Gewoon doen maar dan, toch?

Aldus toog ik opgewekt naar het Mauritshuis in Den Haag, het Meisje met de Parel was mijn doel. In de desbetreffende zaal zag het echter zo zwart van de mensen dat ik eerst maar eens verder ging kijken. Ik was er nu toch en voordat ik Vermeer ongestoord in de ogen zou kijken, was het vast al weer een uurtje later. Op verkenning dus, in dat imposante pand naast het Binnenhof.

In een zaal verderop vond ik een schilderij van Gerard Houckgeest. Nog nooit had ik van de beste man gehoord en vele anderen kennelijk ook niet; naast mij en een oude suppoost was er helemaal niemand in de ruimte. Misschien kon ik hier mijn plan ten uitvoer brengen, voor een eerste keer moest ik wellicht ook niet te kieskeurig zijn. Lekker beginnen met een Houckgeestje, om te oefenen. Uitproberen, evalueren, verbeteren. Vermeer kwam dan gewoon een volgende keer aan bod.

Ik keek om te beginnen daarom nog eens goed op het bordje, om mijn situational awareness van het schilderij te optimaliseren. Waar stond ik nou eigenlijk naar te kijken?

Zo te zien stond de graftombe van Willem de Zwijger op het schilderij afgebeeld. Uit 1651. Of zou het in 1651 zijn? Het was in ieder geval oud genoeg, zo oordeelde ik. Aan de slag. Ik deed een stap acheruit om het schilderij eerst eens volledig in mij op te nemen. En daarna zou ik inzoomen, op zoek naar het oog van de meester. En zo geschiedde. Dit was wat ik zag. Kijk vooral zelf even goed.

Het eerste wat me opviel was een soort kindertekening op een giga pilaar. Een kindertekening? Of was het grafitti? In de Middeleeuwen? Verbaasd zoomde ik in. Het was echt gewoon een stokmannetje, een vogelverschrikker.

Houckgeest moet wel een groot gevoel voor humor hebben gehad om zo’n serieus schilderij (een graftombe) te versieren met een stokmannetje. Hier moest ik meer van weten; op naar de suppoost. Die was het nog niet eerder opgevallen en sowieso had nog niemand die vraag ooit gesteld. Hij verwees me naar de informatiebalie in de hal. Daar konden ze me vast verder helpen. Maar ook bij de balie hadden ze er nog nooit van gehoord. Wel wilden ze mijn vraag doorsturen aan een conservator. Ik zou dan vanzelf een antwoord krijgen. Het was het proberen waard.

Een week later had ik inderdaad een mail in de box.

“Via de informatiebalie van het Mauritshuis kwam uw vraag over het schilderij van Gerard Houckgeest bij mij terecht. Hartelijk dank voor uw vraag, het is altijd leuk om te horen dat de schilderijen in de collectie de nieuwsgierigheid prikkelen. Op het schilderij De graftombe van Willem de Zwijger in de Nieuwe Kerk in Delft (inv. 58) zijn inderdaad rode figuurtjes te zien op de voorste pilaar. Dit is een zeventiende-eeuwse weergave van graffiti; iemand heeft met rood krijt op de pilaar getekend, misschien een van de kinderen die in de kerk aanwezig zijn. Onderaan de pilaar staan ook het monogram van de kunstenaar en het jaartal op deze manier op de pilaar geschreven. Er zit dus niet echt een betekenis achter, het is meer een amusante toevoeging van de kunstenaar en wellicht een blijk van de realiteitszin van Houckgeest.”

Amusant was het zeker. “Kwam het vaker voor, dergelijke grafitti”, zo vroeg ik mij af in een reply aan het Mauritshuis.

Weer een week later zat er een nieuw antwoord in de mailbox.

“Dat is een goede vraag. Ik ben het zelf nog niet tegengekomen op deze manier. Wat wel vaker voorkomt is dat een kunstenaar zijn werk op deze manier signeert en/of dateert, dus door het op de pilaar of een ander architecturaal element te schrijven en daardoor te integreren in de compositie. Dit voorbeeld van Houckgeest is wellicht niet uniek, maar ik kan u zo helaas geen andere voorbeelden geven; het is dus in ieder geval niet een veelvoorkomend fenomeen.”

Het is dus geen veelvoorkomend fenomeen, middeleeuwse grafitti op schilderijen. Dat nu net het eerste schilderij wat ik sta te bestuderen wordt gesierd met een stokmannetje vind ik een goede grap, met mijn achteraf wel iets te serieuze plan. Oog in oog met een oude meester, op zoek naar dieperliggende verbanden, wordt ik door hem drie en een halve eeuw later gewezen op de vanzelfsprekendheid van alledag. Een kwestie van goed kijken en het niet moeilijker maken dan het is. Niet alles zo serieus nemen. Af en toe een lolletje trappen: doe eens een practical joke en laat hem een paar eeuwen lopen. Gewoon omdat het kan. Ze wisten het al in 1651. Maar wij zijn het bijna vergeten.

© 2022 Rizoomes

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑