Wanderings

Tag: Rizoomes

Rizoomes.nl wandert door in 2020

Leestijd: 3 minuten
-8 januari 2020

Het was een enerverend weekje op rizoomes.nl. Het begon met mijn reportage over de dienst Incidentenbestrijding van ProRail die veel aandacht trok. Niet alleen van de reguliere lezers, maar ook van 113 zelfmoordpreventie. Volgens hen staan er te veel triggers in het blog die mensen op verkeerde gedachten kunnen brengen. Dat was natuurlijk niet mijn bedoeling, dus ik heb het verhaal offline gehaald met een korte verklaring erbij. Geïnteresseerden kunnen via info@rizoomes.nl alsnog een pdf van de reportage krijgen. Dat is tot 24 december zo’n dertig keer gebeurd.

Rizoomes plaatst straks vooral eigen foto’s.
advocatenkantoor

De stof was nog maar net gaan liggen toen ik een bericht kreeg van een advocatenkantoor. Dat er op mijn website foto’s stonden van hun client zonder zijn toestemming. En dat ik daarvoor een vordering kreeg van 300,- voor geleden schade, waarbij ze rekening hielden met het feit dat rizoomes.nl geen commerciële doeleinden nastreeft. Daar schrok ik van. Ik had natuurlijk wel gelezen over auteursrechten op internet, dus had ik bij alle foto’s netjes de websites genoemd waar ik ze van af had gehaald. Kennelijk was dat niet genoeg en moest ik meer gaan doen. De vraag is alleen: wat?

brandweerkunde

Als je die wat-vraag door trekt kom je ook bij de waarom-vraag. Waarom was rizoomes.nl er volgens mij ook alweer? Het antwoord op die vraag gaat tien jaar terug. In 2009 stopte ik het met het lectoraat Brandweerkunde, maar ik had mijn verhaal nog niet verteld, vond ik. Daarom bleef ik in eerste instantie nog betrokken bij een aantal projecten, zoals de brandweerdoctrine.

Toch kon ik daar mijn eigen ei niet helemaal in kwijt. In 2013 begon ik daarom met rizoomes.nl. Een mooi podium om kennis over te dragen die net verder gaat dan de vanzelfsprekendheid van alledag. Met stukken over de sturingsdriehoek, de vergevingsgezinde infrastructuur en natuurlijk de brandweercanon. Naast nog heel veel andere blogs.

Deze foto van rizoomes.nl gaat straks verdwijnen
brandweerdeskundigen

Dat is inmiddels tien jaar geleden. In de tussentijd was ik terecht gekomen op andere functies buiten de brandweer. Eerst bij Aviation Security en later bij Airport Operations op business continuity en crisismanagement. Mijn afstand tot de brandweerpraktijk nam daardoor steeds verder toe. Zover zelfs dat ik mezelf op zeker moment niet meer de juiste persoon vond om stukken te schrijven over brandweeroptreden en repressie.

Ik heb mij namelijk altijd afgevraagd hoe sommige mensen die al jaren met pensioen zijn, toch zo’n grote brandweerbroek denken aan te kunnen trekken in de pers. En daarbij ook nog durven roepen dat er zo veel kennis verdwijnt, terwijl je eigen ervaring gebaseerd is op de praktijk van enkele tientallen jaren geleden. Zo’n brandweerdeskundige wenste ik niet te worden. De vraag is alleen vanaf welk moment ik dat niet meer wenste.

uitgeblust

Welnu, dat moment is gekomen. De vordering van het advocatenkantoor zette een hele trein aan vragen in beweging. Waarom moest rizoomes.nl de brandweercanon eigenlijk nog hosten als de sector het zelf niet op pikt? Heb ik nog wel de juiste kennis en achtergrond om sowieso iets over brandweeroptreden te zeggen? Is het niet beter om te focussen op een paar onderwerpen dan op een heleboel? Is 25 jaar na de Motorkade niet een mooi moment om dingen eens los te laten?

Ja, dat is het. In 2019 is rizoomes.nl officieel uitgeblust. Maar in 2020 wandert rizoomes.nl ook gewoon door. Met blogs over crisis en crisismanagement, veiligheid en risico’s. En verhalen over wandelingen en muziek. De brandweer zal je niet vaak meer tegen komen, hooguit journalistiek beschouwend. Zoals elke veiligheidsorganisatie zich in mijn warme belangstelling mag verheugen. De komende weken gaat rizoomes.nl beetje bij beetje op de schop. U merkt vanzelf wel wat er allemaal verandert als u af en toe eens langs komt. Tot ziens in twintig twintig. Be Safe!

Rizoomes bestaat vijf jaar!

Leestijd: 4 minuten

Rizoomes bestaat vijf jaar, wie had dat gedacht. Een goed moment om even terug te kijken, hoe het allemaal zo gekomen is en wat de plannen voor volgend jaar zijn.

Het is september 2013, en ik heb net mijn eerste blog voor Rizoomes geschreven. Intuïtie heet ie, en hij begint zo:

“Gary Klein is in brandweerland inmiddels geen onbekende meer. Als grondlegger van het Naturalistic Decision Making (NDM) en in het bijzonder de Recognition Primed Decisionmaking (RPD) zette hij de non-lineaire besluitvorming op de kaart. Daarmee werd het primaat van de kijken – denken – doen besluitvorming doorbroken en aangevuld met kijken – herkennen – doen in situaties waar tijdsdruk een belangrijke factor is.”

Het eerste logo van Rizoomes, gemaakt door Johan Kiel

Jaja. Beretrots was ik. Een eigen website met een eigen blog. Waar ik al mijn eigen verhalen op kwijt kon, verhalen over de brandweer die ontstaan waren tijdens mijn lectoraat Brandweerkunde en die ik nog niet verteld had. Over de brandweerdoctrine bijvoorbeeld. En over het kwadrantenmodel. De sturingsdriehoek en natuurlijk de brandweercanon.

Dat eerste blog is deze maand alweer vijf jaar geleden geschreven. Tijd voor een klein feestje dus.

Een heel klein feestje dan, gevierd door middel van dit blog: nummer 147. En dan reken ik de columns van Ome Ed niet mee. Want die waren er al. Wat ga ik in dit blog vertellen? Laat ik beginnen met the end in mind.

Begin with the end in mind.

Begin with the end in mind, habit nummer twee van Stephen Covey. “Habit 2 is based on imagination — the ability to envision in your mind what you cannot at present see with your eyes. It is based on the principle that all things are created twice. There is a mental (first) creation, and a physical (second) creation. The physical creation follows the mental, just as a building follows a blueprint.”

Dit is één van de basisregels uit mijn trainingen crisismanagement. Als je niet zelf bedenkt wat je wil bereiken aan het eind van je inzet, zal de crisis dat voor je doen, of alle anderen die wel een plan hebben. Begin dus met het eindresultaat in gedachten, en denk vervolgens terug in een kritiek pad met milestones. Moeilijker is het niet, in theorie. Maar in de praktijk is het verdomde lastig, weet ik uit ervaring, ook nog na 25 jaar in het vak. Makkelijker kan ik het niet maken, leuker wel.

Voor Rizoomes had ik geen end in mind. Ik ben eigenlijk gewoon begonnen, met de intentie om kennis te delen, de wereld een beetje veiliger te maken en mensen te inspireren met een iets andere kijk op de vanzelfsprekendheid van alledag. En zo is het nog steeds.

De wereld van Rizoomes is één van de eerste tekeningen die Wendy voor de website heeft gemaakt. Meer van haar werk kan je hier vinden.

Toch is er wel het één en ander veranderd. Naarmate ik langer uit actieve brandweerdienst raakte vond ik het steeds minder opportuun om over operationele brandweeronderwerpen te schrijven. Dus die zie je nog maar mondjesmaat voorbijkomen, feitelijk alleen nog maar in het kader van veiligheid en de psychologie van besluitvorming. Daarmee is de directe aanleiding voor Rizoomes zo’n beetje opgedroogd: de brandweerverhalen zijn op. Hoe nu verder?

Een crisis is nog geen ramp

Gelukkig heb ik nog crisisverhalen in overvloed. De komende tijd zal je dat onderwerp regelmatig voorbij zien komen. En dan echt over crisis, niet over grootschalig optreden of wat we in mijn brandweertijd nog gewoon rampenbestrijding noemden. Om de één of andere reden vindt iedereen opeens elk groot incident gelijk maar een crisis. Ik zie ook veel mensen in mijn social media tijdlijnen voorbijtrekken die zichzelf adviseur crisisbeheersing noemen of soortgelijks, maar die in werkelijkheid met rampenbestrijding bezig zijn, of met grootschalig optreden, maar niet met crisis. Let wel, daar is helemaal niets mis mee, met rampenbestrijding. Sterker nog, het is juist erg belangrijk dat er mensen zijn die zich echt bezighouden met rampenbestrijding.

Mag de rampenbestrijding vooral weer heel prominent in beeld?

Noem het alleen geen crisismanagement; een crisis is nog geen ramp, net zomin een ramp een crisis hoeft te zijn. Voor rampen heb je echt andere mensen, vaardigheden en middelen nodig dan voor een crisis. Het lijkt mij onhandig, gevaarlijk zelfs, om die door elkaar te halen. Niet doen dus.

Nog zo’n misverstand: crisismanagement voor bedrijven is echt wat anders dan voor de overheid. Ook daar zijn verschillende vaardigheden voor nodig, het instrumentarium is anders en de risico’s ook. Niet op één hoop gooien dus, crisismanagement. Ik zei het al: makkelijker kan ik het niet maken. Leuker wel.

Rizoomes kijkt, denkt, luistert en wandelt al vijf jaar met u mee

Vanaf 2017 schreef Rizoomes ook over wandelingen en bezoekjes aan het museum, zoals dit blog over Escher op reis in Leeuwarden

Dat werd het motto in 2017. Begin 2017 werd het wandelen ontdekt en kwamen er opeens verhalen over ontdekkingsreizigers en steden bij. Ook in 2017 ontdekt: het schrijven van essays. Na enkele cursussen op de schrijversacademie merkte ik dat ik schrijven als opzichzelfstaande activiteit heel leuk vond. En dat vind ik nog steeds. Op 21 september begin ik daarom met een nieuwe opleiding, journalistiek voor academici aan de HKU. Tot juni 2019 houdt dat me van straat en zal ik hier verslag doen van mijn ervaringen. Ik ben benieuwd, hopelijk u ook.

Naast blogs over crisis, journalistiek en wandelen ga ik ook door met muziekrecensies en verslagjes van museumbezoek. Zeker tot de zomer van 2019. Want dan wordt Rizoomes zes jaar en moet ie naar de eerste klas. Maar van welke school? Dat is nu nog een groot vraagteken, al zijn de eerste stappen reeds gezet. Met dit raadsel hang ik u verder lekker cliff, echter niet zonder dit ene citaat van de heer Covey aan te halen:

“Your most important work is always ahead of you, never behind you.”

Niet zo makkelijk, maar wel leuk!

De eerste, honderdste en laatste column van Ome Ed

Leestijd: 8 minuten

Rizoomes schrijft af en toe ook over de website zelf. Als er een vijfjarig jubileum te vieren is, bijvoorbeeld. Of als er een nieuwe koers wordt gekozen. Maar ook over het allereerste begin: de columns uit de reeks Ome Ed / Punt Edu. Op deze pagina vind je achtereenvolgens de eerste column (over het Arbo Argument), de honderdste (terugblik op een aantal columns) en de laatste Ome Ed.

1e column: het Arbo Argument (juni 1995)

Rondom de arbeidsomstandighedenwet, oftewel de Arbo-wet, bestaan veel misverstanden. Iedereen kent ze wel, die vergaderingen waarop iemand er ineens totaal overwachts roept: “Nee hoor, dat kan niet, dat mag niet van de Arbowet.”

Meestal kijken de overige vergadertijgers dan stomverbaasd op. “Is dat zo? Tjonge, nou, dan moesten we maar iets anders verzinnen.” is de veelgehoorde ‘oplossing’. En meestal wordt er dan inderdaad wel iets anders verzonnen, al kost het extra werk, tijd en geld.

Er zijn ook mensen, die de Arbowet gebruiken om juist wél iets voor elkaar te krijgen. Bij de eerste de beste tegenwerping roepen ze: “nou, volgens de Arbowet moet het wel, maar als je het beter weet dan zoek je het toch zelf lekker uit.” Meestal weet men het niet beter en dus heeft het ‘arbo-argument’ wederom z’n werk gedaan.

Dit is de aanhef van de column, zoals hij 18 jaar in het korpsblad van Amsterdam heeft gestaan en later ook in het Vakblad Incident en de Brand & Brandweer.

De simpelste manier om het arbo-argument te lijf te gaan is om beweringen te zoeken in de Arbo-wet. Grote kans dat je er niks van terug vindt. De Arbowet is namelijk een raamwet, waar vrijwel geen dwingende voorschriften in staan hoe je iets wel of niet moet doen. Wat er in de Arbowet wordt geregeld zijn de algemene verantwoordelijkheden op het gebied van veiligheid, gezondheid en welzijn.

Daarbij spelen woorden als ‘redelijkerwijs’ en ‘optimalisatie’ een hoofdrol. Hoe zit de Arbowet in elkaar? Het doel van de Arbowet is de arbeidsomstandigheden zo goed mogelijk te regelen. Het gaat daarbij vooral om de gebieden veiligheid, gezondheid en welzijn, afgekort VGW. Omdat het ene bedrijf het andere niet is, heeft de wetgever besloten om zo weinig mogelijk ge- en verboden in de wet te zetten.

In de eerste plaats omdat dit een gigantisch dik boek op zou leveren: de vernieuwing in de techniek gaat zo snel, dat de wetgeving altijd achter de feiten aan zou lopen.

In de tweede plaats omdat de wetgever vindt dat een VGW beleid zo belangrijk is, dat ze de werkgevers, maar ook de werknemers, wil verplichten om zelf na te denken over dit onderwerp en er zelf beslissingen over te nemen. Dat wil zeggen dat elke onderneming verplicht is om redelijkerwijs alles in het werk te stellen om onder de gegeven omstandigheden de arbeidsomstandigheden te optimaliseren.

Hierover voeren werknemers en werkgevers ook overleg, dat moet leiden tot een beleidsplan. In het beleidsplan staat welke afspraken de partijen met elkaar gemaakt hebben, en hoe zij denken deze plannen uit te voeren. Zo’n beleidsplan wordt elk jaar opnieuw gemaakt aan de hand van nieuwe ervaringen, zodat je nooit achter de feiten aanloopt.

Is het arbo-argument dan altijd een bedriegelijke reden? Nee, niet altijd. Voor een aantal gebieden heeft de wetgever de totale verantwoordelijkheid toch niet helemaal af durven staan. Daarom zijn er in sommige gevallen aanvullende besluiten genomen, zoals het besluit ‘Werken onder overdruk’. De dingen die daarin worden voorgeschreven moeten wel worden opgevolgd. Deze besluiten kun je gewoon opzoeken. En één ding kan je dus altijd vragen wanneer iemand het arbo-argument toepast: “In welk besluit staat dat?”

Tien jaar Ome Ed. Boekje met alle columns, waarvan de opbrengst naar Jantje Beton ging.

100e column: Honderd (september 2007)

Dit is mijn honderdste column, beste lezer. Honderd stukkies over de brandweer. Een mooi moment om eens bij stil te staan, zo leek mij. Maar hoe dan, hè? Taart is geen optie, er is al genoeg taart bij de brandweer. En een boekje met de honderd beste columns vond ik wat vroeg na het verzamelwerkje ‘Tien jaar Ome Ed’, waarvan overigens nog steeds exemplaren te koop zijn. Voor weinig en de opbrengst gaat ook nog eens naar het goede doel. Informeert u vooral bij de afdeling ‘Voorlichting’ van Brandweer Amsterdam, want die doen de distributie. Zodoende.

Wat dan te memoreren? Bij de honderdste column?

Welnu, ik besloot gewoon eens in de grote chipsbak te duiken en enkele spitsvondigheden uit mijn columns te halen. Ter meerdere eer en glorie van mijzelf, dat spreekt voor zich.

Co-monoloog. De co-monoloog is van april 2004. Het is het verschijnsel waarbij twee mensen de illusie hebben een gesprek te voeren, maar in feite gewoon hun eigen verhaal tegen elkaar afsteken met gebruikmaking van dezelfde woorden. Volgens mij doen de operationele diensten een vergelijkbaar kunstje: wat multi-disciplinair wordt genoemd is in essentie co-disciplinair optreden. Gezamenlijk je eigen ding doen op een stukje grond wat we plaats incident noemen.

“Hoe dichter hij naar de spiegel kwam, hoe vager het beeld werd, en hoe minder waarheid hij zag”. De waarheid is van een afstandje beter te herkennen dan van dichtbij, een verschijnsel wat ik de waarheidsparadox heb genoemd in juni 2004.

In december 2005 betoogde ik dat het leven een mening is. Het gaat er niet om wat waar is, maar wat men waarheid vindt. Inhoudelijke kennis spreekt dan niet in je voordeel, want dat is te moeilijk, daar moet je je voor inspannen. Nee, het gaat om lekkere kortzichtige one-liners. Geuit door allerlei zelfbenoemde experts die ongenuanceerd mogen stoken in de media. “Het is een nationale volkssport geworden om iets in het openbaar te vinden. Wat zeg ik, het is een ziekte, meningnietus. Het gaat er niet om of het veilig is, maar of het veilig gevonden wordt”.

Tien jaar Ome Ed vond gretig aftrek: de toenmalige commandant Te Boekhorst overhandigt een exemplaar aan burgemeester Job Cohen

Het was niet altijd serieus. In augustus 2003 presenteerde ik de Wet van Ed: Weinig risico, weinig risicobeheersing; Veel risico, veel risicobeheersing. Dat had ik niet helemaal zelf bedacht, het is een variant op de Wet van Henk, de voormalig commandant van Uithoorn. Kleine brand, weinig water; Grote brand, veel water. Het is een wet die zich uitgebreid laat lenen voor zinvolle variatie. Zo zegt de Tweede Aangepaste Wet van Henk: Kleine brand, weinig aflossen; Grote brand veel aflossen. En de Derde Aangepaste Wet van Henk: Kleine brand, weinig koffie; Grote brand, veel koffie. Hoewel er ook de Vernieuwde Derde Aangepaste Wet bestaat: Kleine brand, geen koffie; Grote brand, ook geen koffie.

In juni 2002 had ik wat moeite met het oefenbeleid in Nederland. Veel te weinig plek om realistisch brand te blussen, om te oefenen met straalpijpvoering. Want zeg nu zelf, hoe vaak krijgt de gemiddelde brandweerman de kans om het verschil tussen uitbreiding voorkomen en afblussing te demonstreren (daar wil ik dan overigens graag eens bij zijn, want volgens mij is het gewoon hetzelfde). “Dan kunnen we eindelijk af van denkbeeldige redvoertuigen, vlammenborden, nep-hitte, net-alsof-uitbreiding-voorkomen, mickey mouseblussing en toneelstoom”.

De eerste vondst was ‘Het Arbo-argument’, juni 1995. “Iedereen kent ze wel, die vergaderingen waarop iemand totaal onverwachts roept: “Nee hoor, dat kan niet, dat mag niet van de Arbowet”. Meestal kijken de overige vergadertijgers dan stomverbaasd op (..) Nou, dan moesten we maar wat anders verzinnen”. En het omgekeerde gebeurt ook. “Volgens de Arbowet moet het wel”. Terwijl niemand er eigenlijk zin in heeft. Om de waarheid te zeggen, ik hoor het Arbo-argument nog steeds. Gelukkig werkt de oplossing ook nog steeds. Gewoon doorvragen: waar staat dat dan?

Laatste column: Slot (maart 2013)

Weet u het nog? Jager – verzamelaars leren door het vertellen van verhalen. Eerder schreef ik er al over in de columns ‘Verhaleren’ en ‘Darmok’. Eigenlijk is elke column die ik schreef een klein verhaaltje. Er zat steeds een boodschap in, verpakt in een anekdote, een waarneming of een ervaring.

Op dit moment lagen er nog twee ideetjes op de plank. De ene gaat over Rhenen. Daar was ik bij een spannend experiment met echte brand in een sloopflat. Het idee was om twee identieke branden te stichten in twee flatjes, en dan de ene te bestrijden met een klassieke offensieve binneninzet en de andere met de nieuwerwetse defensieve binneninzet.

In het laatste geval moest een nevelkogel gebruikt worden door de (dichte!) deur van het brandende compartiment, zodat de rest van de woning snel doorzocht kon worden. Hetwelk resulteerde in een snellere verkenning en een snellere redding. Ja mensen, de vooruitgang is niet te stoppen.

Overigens leren brandweermensen ook door dingen te doen, in de praktijk. Het liefst met echte brand, maar op zijn minst op een realistisch oefenterrein. Enkele jaren geleden kon je geen brandweerblaadje open slaan, of het ging over realistisch oefenen en flash over containers. Dat geluid is momenteel ietwat verstomd, maar het komt vanzelf weer een keertje terug. Zo gaat dat immers in rizomen.

Zelf was ik ook altijd fervent voorstander van realistisch oefenen, maar tegenwoordig ben ik nog slechts ‘gewoon’ aanhanger. Dat heeft te maken met de 10.000 uren regel van Malcolm Gladwell en Moerdijk, het tweede columnonderwerp dat nog op de plank lag.

Malcolm Gladwell beschrijft in zijn boek ‘Uitblinkers’ dat je ongeveer 10.000 uur aan een bepaalde taak geoefend en gewerkt moet hebben om een expert te worden. Tienduizend uur is ongeveer tien jaar als je af en toe ook nog wat anders doet, zoals je uitrukkleding wassen en je helm schoonmaken.

Als je tien jaar brandbestrijding oefent op een realistisch terrein, ben je dan expert? Ja, van dat terrein. Kun je dan ook alle branden aan? Nee, zie Moerdijk, Haarlem en de Darmoks uit mijn vorige column. Sommige branden zijn zo bijzonder, zijn zo’n afwijking dat je er nooit een expert in kan worden. En je kan dan ook niet verwachten dat dergelijke incidenten goed worden aangepakt. Het is immers de eerste keer dat je er tegen aan loopt.

Don Berghuis had daar zijn eigen parafrase in. Hij zij: “hoe groter de ramp, hoe groter de amateur”. Nou doelde hij vooral op het BT en de rol van de Burgemeester, maar het principe blijft hetzelfde. Je kan niet verwachten dat mensen foutloos handelen op een eenmalig incident zonder ervaring.

Norman Maclean schrijft in ‘Young men in fire’: “There’s not much to learn in fighting big fires from fighting small fires”. Deze uitspraak deed bij mij indertijd vele kwartjes vallen, hetgeen uiteindelijk resulteerde in mijn lectorale rede, ‘De vanzelfsprekendheid van alledag’. Daarin presenteer ik de sturingsdriehoek, een pleidooi om brandweertaken onder te verdelen in standaards, standaardafwijkingen en afwijkingen. En om een veiligheidsmanagement organisatie op te bouwen, waarmee we brandweermensen helpen om onder tijdsdruk de juiste incidentbestrijdingskeuze te maken, die recht doet aan hun ervaring.

Eén van de foto’s uit Tien jaar Ome Ed

Dat werd de oproep tot het ontwikkelen van een nieuwe brandweerdoctrine, waarvan het kwadrantenmodel het eerste product is. Hopelijk gaat er nog veel volgen, zoals een vernieuwde verkenning en het virtueel oefenen van scenario’s. Want daar ben ik inmiddels wel achter, realistisch oefenen is leuk en noodzakelijk voor de standaards, de skills. Maar om te leren omgaan met afwijkingen moet je virtueel oefenen, moet je met zweet in je handen achter een beeldbuis zitten en je vertwijfeld afvragen hoe je dit probleem nu weer moet oplossen.

En zo zit ik op dit moment te zweten op de vraag hoe ik een eind aan deze column ga breien. Ik heb namelijk besloten om er mee te stoppen. Na twintig jaar brandweer en achttien jaar Ome Ed en Punt Edu is mijn verhaal wel rond. Ik heb verteld wat ik wilde vertellen over de oplossingen die ik voor de brandweer zie.

Nu ik niet meer zo vaak op kazernes kom en de vanzelfsprekendheid van alledag begin te missen, denk ik dat er een natuurlijk moment is aangebroken voor een slot. Het plankje met brandweerideetjes is leeg en biedt opeens ruimte voor nieuwe avonturen. Ik blijf jullie volgen van de buitenkant, maar de verhaaltjes van binnen zullen jullie en ik moeten missen. Bedankt voor alle inspiratie en voor het lezen. Dag!

© 2020 Rizoomes

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑