Wanderings in crisis

Tag: prohairesis

Zugzwang en de strategie van de verloren positie

Zugzwang is van origine een term uit het schaken. Het beschrijft een situatie waarin elke stap die je zet of niet zet leidt tot een verslechtering van je positie. Maar het fenomeen achter de term is herkenbaar in vele andere domeinen; eigenlijk wel bij alles waar strategische dreiging mogelijk is. Het hoort daarom thuis in de gereedschapskoffer van elke crisismanager.

In De Morgen van 30 september 2022 staat een lezenswaardig artikel met professor Helen Thompson naar aanleiding van haar boek ‘Disorder’, verschenen daags vóór de Russische invasie van Oekraïne. Daarin beschrijft ze de eeuw waarin we leven als een van “geopolitieke, economische en democratische schokken. Een drijvende kracht achter al dat onheil is volgens haar de westerse energiehonger.”

Het artikel gaat in op de strategische situatie die is ontstaan na het begin van de oorlog en het instellen van de sancties. Volgens Thompson heeft Putin nog genoeg knoppen om aan te draaien, zoals de oliekraan en de toegang tot de graanvoorziening. Op de vraag hoe dat verder zal gaan haalt ze de term zugzwang van stal.

“Dat is een Duitse schaakterm die nu geregeld opduikt. Het gaat om het punt in een spel waarop je bij iedere mogelijke zet je eigen positie verslechtert.”

Kobayashi Maru

Zugzwang is zetdwang in het Nederlands. Ik kende de term niet, maar herken de situatie wel. Soms zit je als crisisteam namelijk in een ongewenste gebeurtenis waarbij elke stap die je doet de boel doet verslechteren. Als je een actie onderneemt wordt het slechter, maar als je niets doet ook; je staat als het ware in een verloren positie, in je eigen Kobayashi Maru.

zugzwang
Max Eeuwe was wereldkampioen schaken van 1935 tot 1937. In 1948 was hij opnieuw beroepsschaker voor de KNSB en ging op reis naar Amerika en IJsland om zijn titel terug te heroveren hetgeen jammerlijk mislukte. Foto ANP

Wat Captain Kirk deed tijdens de simulatie met de Kobayashi Maru was de spelregels veranderen. In een positie die je zou kunnen benoemen als zugzwang nam hij een paar onverwachte stappen die wonderwel goed uitpakten. Achteraf bleek hij het algoritme van de simulatie te hebben aangepast.

I don’t like to lose

james t. kirk

In dat blog beschreef ik het indertijd aldus: “De essentie van het betoog van Kirk is dat je de context en omstandigheden van de situatie moet veranderen als het er op gaat lijken dat je verliest. Als je verliest, zit je in het spel van iemand anders, of je zit vast in je eigen achterhaalde structuren en aannames. Op dat moment moet je de spelregels veranderen en naar jouw hand zetten. Als die herdefinitie slaagt, zal je niet verliezen, maar winnen.”

De conclusie van dat blog over ‘De kunst van het verliezen’ is dat je no-win scenario’s moet oefenen om te kijken hoe je daar mee om kan gaan in de praktijk. Dat is eigenlijk ook de essentie in het managen van zugzwang. Op de Kirk-manoeuvre na kom je er eigenlijk niet meer uit als je er eenmaal in zit.

Zugzwang herkennen

Het enige wat je echt realistisch aan zugzwang kunt doen is het voorkomen, volgens mij. Ik ben de term diverse keren tegengekomen op strategieblogs, maar er is er vrijwel geen één die zinvolle andere tips geeft om het te managen. Dit is hoe ik er op dit moment tegenaan kijk:

  • In het schaken speelt de zugzwang met name in het eindspel (endgame). Sowieso is het aantal opties dat je hebt al flink gereduceerd door de slagen die je hebt moeten incasseren. Maar als je opponent er expliciet op aanstuurt om je vast te zetten gaat het misschien nog harder dan je denkt. Dan moeten alle waarschuwingslampjes gaan branden: zugzwang alert.
  • Overigens is er in het schaken wel een uitweg: je mag jezelf niet schaak zetten. Dat heet een patstelling en het spel eindigt dan in een remise. Bij dammen heb je overigens gewoon verloren.
  • In een crisisteam bestaat er soms ook wel eens zoiets als een patstelling, maar dat is niet perse zugzwang. Bij zugzwang is elke zet een verslechtering, dat hoeft bij een patstelling niet zo te zijn.
  • Zugzwang is een generiek fenomeen dat in specifieke situaties heel verschillend uit kan pakken. Wat voor jouw stiel zugzwang kan zijn, moet je dus eigenlijk zelf uitzoeken en definiëren; hoe kan de organisatie verliezen? Hoe kan jij verliezen?
  • De link met mijn definitie van crisis is groot: een bedreiging van je strategische doelen dan wel levensvatbaarheid van je organisatie. Of die van jou. Die kan je verliezen in een crisissituatie.
  • Zugzwang is in essentie het verlies aan opties die een positief effect hebben. Dat is een belangrijke aanwijzing. Hoe meer opties je verliest, hoe dichter de zugzwang in beeld komt. Vandaar ook het verhaal over het eindspel. Daar neemt de kans op zetdwang toe.
  • Maar laat je er niet door verblinden: ook in het begin kun je door verrassingen (fundamental surprise) al in een zugzwang geperst worden.
  • Taleb beschrijft fragiele systemen als een situatie waarin er geen of te weinig opties meer over zijn om er sterker uit te komen. Hij zegt daarom: don’t be the turkey. Oftewel, situation awareness is van essentieel belang om de zugzwang te detecteren.
  • Als het pad naar zugzwang neigt is het raadzaam om vroegtijdig koers te wijzigen en niet te wachten tot je aan je nagels in het ravijn hangt. Bijvoorbeeld schakel je om van een offensieve naar een defensieve strategie; ga je vechten, vluchten of drijven. Daarmee verander je het aantal en de aard van je opties.
  • Let wel: het hebben van de mogelijkheid een koerswijziging in te zetten is een optie op zichzelf. Denk daar dus niet pas aan als het te laat is.
  • Naast zugzwang bestaat ook nog zwischenzug in het schaken. Dan verrast de opponent met een andere zet dan verwacht die tegelijk ook dreigend is. De verdediging die daarvoor nodig is zorgt ervoor dat je het initiatief kwijt raakt.

De strategie van de verloren positie

Er zijn schakers die de zugzwang als strategie hebben. Ze proberen hun opponent zo snel mogelijk in een verloren positie te krijgen door het aanleggen van restricties in het spel. Hoe meer restricties er in een systeem zitten, hoe sneller het out of options is en hoe minder zetten er overblijven die niet zo veel schade opleveren.

Jan Timman is helaas nooit verder dan bijna wereldkampioen geworden. In 1982 speelde hij tegen Karpov, Sosonko wil weten waar je koffie kunt halen. Foto ANP.

Die strategie kan je natuurlijk ook in andere domeinen toepassen. Wees je er wel van bewust dat je midden in zo’n strategie te maken kan krijgen met een shift van ratio naar emotie, ook bij je tegenstander. De uiterste vorm van die shift is irrationaliteit en irrationaliteit betekent dat de spelregels veranderd zijn. En op een onvoorspelbare manier.

Opeens zijn er nieuwe opties mogelijk als de tegenstander bereid is zulke grote schade te accepteren dat het jou ook raakt. Denk aan de equivalenten van kamikaze acties, offerworpen en de kat in het nauw.

A man who carries a cat by the tail learns something he can learn in no other way

mark twain

Zugzwang is typisch zo’n fenomeen dat je moet kennen voordat je het voor de eerste keer tegenkomt in het echt. Daarom vormt het een integraal onderdeel van Prohairesis: de kunst van het voorbereiden op jezelf en van jezelf.

Maak het je daarom eigen om tijdens het lezen van de krant of een boek, dan wel het bekijken van films of TV, te speuren naar zugzwang. Net als het kinderspelletje in de auto. Ik zie, ik zie wat jij niet ziet en het is zugzwang.

Zo leer je het herkennen voor je er in zit. Hopelijk.

Stoïcijns Stoeien met je Ego

Stoïcijns stoeien met je ego, dat is iets wat elke crisismanager geregeld moet herhalen. Zodat ie weet wat het is, wanneer het zich roert en wat ie eraan moet doen. Want ego kan lelijk in de weg zitten tijdens crisis. Het allermooiste is echter als je je ego verliest, zo laat het verhaal en de muziek van de Köln Concert zien. Want dan ontstaat er ruimte voor kunst.

En kunst, zo had ik al eens in een blog geschreven, maakt je een betere crisismanager. Omdat je daardoor leert omgaan met abstracte concepten en betekenisgeving. Vaardigheden die ook van belang zijn tijdens crisismanagement. In dat blog beschrijf ik ook enkele oefeningen om je kunstgevoel te ontwikkelen en dat zal ik nu weer doen, maar dan over ego. Eigenlijk is het één grote oefening: leer te kijken, lezen en luisteren zonder oordeel. Zonder ego.

Want ego is the enemy, schrijft Ryan Holiday in het gelijknamige boek. Ego is een ongezond geloof in je eigen belangrijkheid. Holiday heeft het in zijn boek bijna uitsluitend over een te groot ego, maar voor een crisismanager is een te klein ego eigenlijk net zo erg. Omdat je je dan te onbelangrijk maakt. En dat is ook niet goed. Ego komt dus altijd in twee maten: te groot of te klein. Het enige ego dat precies past is geen ego.

All you need to know and observe in yourself is this: whenever you feel superior of inferior to anyone, that’s the ego in you

eckhart tolle

Stoïcijns Stoeien met je Ego

In dit blog presenteer ik vier eenvoudige oefeningen stoïcijns stoeien met je ego: bekijken, beschouwen, bewonderen en beschrijven. Past allemaal in Prohairesis, de nobele kunst van het jezelf voorbereiden op jezelf. Ik leg de oefeningen eerst even uit en daarna beschrijf ik een deel van mijn eigen oefening Stoïcijns Stoeien met je ego.

Bekijken kan het makkelijkst op TV, maar een congres, lezing of college volstaat ook. YouTube filmpjes, vlogs, podcast, allemaal prima. De oefening is heel simpel en bestaat uit het kijken en luisteren zonder oordeel. Elke keer als je er iets van vindt stel je jezelf de vraag: ben ik dat of is het mijn ego? En wees eerlijk, hè, je doet dit voor jezelf.

Stel jezelf ook de vervolgvraag: waar komt dat dan vandaan? Zoek je erkenning? Buk je voor de verantwoordelijkheid? Is het je te groot? Of blieft Ons Soort Mensen dit niet? Deze vorm van introspectie moet ook zonder oordeel gebeuren. Wees nieuwsgierig naar jezelf, maar oordeel niet.

Stoicijns stoeien met je ego
De Köln Concert van Keith Jarrett is een meesterwerk en zie je zometeen bij de oefening over bewonderen.

Beschouwen gaat over tekst. Omdat je daar minder als persoon bij betrokken bent staat het wat verder van je af. Ook hier weer geldt: wat vind je er van en ben jij dat of is het je ego? Maar daarnaast moet je ook letten in hoeverre de tekst over ego gaat. Van de schrijver, de geïnterviewden, of wie er dan ook in figureert. Maak een ego-antenne. Een egotenne.

Bewonderen is beleven zonder ego. Hier gaat het niet over meedoen of meekijken, maar over meevoelen. Met je volle aandacht, dus niet er nog wat naast gaan zitten doen. Focus. Probeer dat ego te verliezen en ga volledig op in de kunst, sport of whatever je bewondert.

De laatste oefening is beschrijven. Bijvoorbeeld in een dagboek. De oude Stoïcijnen zoals Marcus Aurelius en Seneca hielden een dagboek bij. Een egodocument. Om te kijken welke vorderingen ze maakten. Ik heb van deze vier oefeningen dit blog gemaakt: een beschrijving van bekijken, beschouwen en bewonderen.

Bekijken: Zomergast

Het is inmiddels vaste prik: zodra op TV Zomergasten gaat lopen, start er in de NRC een serie dubbelinterviews die ze het Zomeravondgesprek noemen. Beiden volg ik graag, alhoewel ik eerlijk moet toegeven dat ik Zomergasten ook wel eens overslagen heb omdat ik de interviewer niet zo goed trok. Zoals dit jaar weer het geval is. Of nog steeds, kan ik beter zeggen, want dit is het zesde jaar dat Janine Abbring daar de vragen stelt.

“Everything that irritates us about others can lead us to an understanding of ourselves,” zegt Carl Jung daarover. Waarna de Stoa laat vragen of ik het ben die daar op de bank zit te klagen, of mijn ego. En of ik er nog wat aan ga doen. Want anders moet je het accepteren. Dat is hoe de Stoïcijn denkt.

Toch maar kijken dus, zonder oordeel, is dan mijn antwoord aan mezelf. “TV kijken lijkt zo wel heel veel op oefenen”, klaag ik nog wat na, waarop de Stoïcijnen zeggen dat het hele leven een oefening is. Zonder dat bereikt een mens namelijk nooit Ataraxia, oftewel zielenrust. Want altijd is er de vraag: ben jij dat of is het je ego? Moeilijker is de oefening niet, qua vraag. Het antwoord erop meestal wel.

De eerste Zomergast van 2022 was Humberto Tan. Zijn thema van de avond was dat je zelf verantwoordelijk bent voor je geluk. Kijk niet naar de omstandigheden, want daar kan je niets aan veranderen, maar kijk naar jezelf. En leef je in anderen in. Wees empathisch, zo kom je dichter bij elkaar. Om dat te illustreren had hij onder andere een filmpje meegenomen van Robin van Persie.

In dat filmpje legt van Persie uit dat een winnaar altijd kijkt hoe hij zichzelf kan verbeteren. Want dat is waar je invloed op hebt. Klaag niet over anderen en geef niemand anders de schuld van wat jou overkomt. Dat maakt je een loser.

Toegegeven, de termen loser en winner zouden misschien niet de eerste zijn die ik zou uitkiezen, maar verder klopte het verhaal als een bus. Kijk naar jezelf en schud je ego van je af, ongeacht of het een te groot dan wel te klein ego is. Want in de weg zit het.

When we remove ego, we’re left with what is real.

ryan holiday

Beschouwen: Zomeravondgesprek

Dat bleek ook uit het zomeravondgesprek uit de krant van 24 juli. Daarin troffen Leonne Stentler en Liza Ferschtman elkaar. Van beiden had ik nog nooit gehoord. Leonne is een ex-voetballer die nu analist is bij Studio Sport. En Liza is violist die internationaal furore maakt. Zonder dat het woord ook maar één keer viel ging het hele stuk over ego. Welke tegenslag overvalt je soms en hoe ga je daar mee om? Maar vooral ook: hoe houd je jezelf in de tang door je angst dan wel gefnuikte ambitie?

Zo had Leonne vroeger eens haar achillespees gescheurd en was daarna lang geblesseerd geweest. Daardoor verloor ze haar contract bij Ajax en haar uitzicht op een basisplaats in Oranje. In het dubbelgesprek ging het vervolgens zo verder.

“Een mindere club bood me de kans op amateurbasis verder te gaan, maar dat kon ik niet meer opbrengen. Zou jij met minder dan wat je nu hebt genoegen nemen?”  

Liza: „De leidende vraag in mijn leven is: ben ik überhaupt goed genoeg? Als ik niet meer kon optreden, zou ik les kunnen geven. Al kan dat nooit de pijn van het niet-musiceren verzachten.” Ze wendt haar hoofd af, ziet er opeens wat bedrukt uit. „Het idee dat je niet weet of je ooit weer op hoog niveau kunt voetballen – of in mijn geval: spelen – beangstigt me.”

Leonne knikt. „Ik vraag me nog steeds af of het dapper of laf was om te stoppen.”

Liza: „Heb je er vrede mee?”

Leonne: „Dat wel, omdat ik nu op een andere, goede plek ben, die anders buiten bereik was gebleven. Zo verantwoord ik het aan mezelf.”

Liza: „Ik vind het dapper. Niet kiezen betekent jezelf opvreten.”

Leonne: „Dan doen anderen het voor je. Ik wilde mijn leven in eigen hand houden. Ajax verlengde mijn contract niet, waarmee mijn Oranje-droom in rook opging. Nog zo’n klap in het gezicht verdroeg ik niet.”

Nou is niet alleen TV kijken een oefening, de krant lezen ook. Meerdere alinea’s, één vraag: wat is hun ego en wat zijn ze zelf, denk jij? Besef goed dat je antwoord ook over jou kan gaan, volgens Carl althans. En ja, dat ik dit stukje laat zien zegt ook iets over mij.

Carl Jung 1935. Everything that irritates us about others can lead us to an understanding of ourselves. Foto publiek domein

Geheel los daarvan, naarmate ik vorderde met dit blog en ik stukken uit het gesprek meerdere keren opnieuw las, merkte ik dat ik steeds nieuwe betekenis aan het interview ging geven. Hoe meer ik zonder oordeel las, hoe meer nieuwe dingen ik er in ging zien. Hetwelk de inhoud van mijn mening overigens niet veranderde, alleen de vorm. Het was een constatering zonder waardeoordeel geworden.

En dat schreef ik dus op, dat alleen maar consumeren van tekst een ander inzicht geeft dan er mee te werken. Zoals in deze oefening. Hier in dit blog.

Ego verliezen

Het gesprek ging door, nog steeds over ego. Nu ging het over je ego verliezen en het besef dat je zonder ego in verbinding staat met iets groters. Iets dat niet oordeelt en ruimte geeft aan een geheel waar jij als vanzelf onderdeel van bent. De Stoïcijnen noemen dat Sympatheia, de Boeddhisten verlichting, weer anderen noemen het een spirituele ervaring of Flow. Maar in wezen is het allemaal hetzelfde, alleen de weg erheen is anders.

That which is not good for the bee-hive cannot be good for the bees

marcus aurelius

“Leonne kijkt naar de kist aan haar voeten. „Zou er voor jou een leven zonder viool kunnen bestaan?

Het blijft even stil. „Weet je”, zegt Liza, „eerlijk gezegd hou ik helemaal niet zoveel van de viool. Toeval wilde dat dit mijn instrument werd om muziek te maken. Mensen zeggen wel eens dat het lijkt alsof de viool één is met mij, een verlengstuk van mijn lichaam. Dat gebeurt omdat ik het instrument wil vergeten. Het mag niet de muziek – mijn echte hartstocht – in de weg zitten. In de ideale wereld is dat wat de viool is, dan spelen we niet het muzikale werk, maar zijn het, vallen ermee samen.”

Overal waar je jezelf in kunt verliezen, kun je jezelf vinden.

Sommigen doen dat met muziek, anderen vinden het in mindfulness, in de natuur, tijdens het afbeulen in een sport of in religie. Het kan van alles zijn, als het maar dat ego sloopt, klein dan wel groot. Dan ontstaat er iets bijzonders, zegt Liza: je speelt de muziek niet, je bent de muziek.

Bewonderen: Köln Concert

Een van de mooiste voorbeelden daarvan is de Köln Concert van Keith Jarrett. Niet alleen die muziek is bijzonder, het verhaal eromheen ook.

Het is 24 januari 1975. Keith Jarrett is dertig en dan al wereldberoemd, onder andere door zijn werk in de band van Miles Davis. Jarrett heeft net een paar uur in een Renault 4 gezeten met zijn manager Manfred Eicher, de platenbaas van ECM, aan het stuur. Hij heeft veel last van zijn rug, al twee dagen slecht geslapen en een humeur om op te schieten.

Bij aankomst in het operahuis van Köln blijkt tot overmaat van ramp de verkeerde piano opgesteld te staan. Niet de Bösendorfer 290 Imperial concert grand piano is geplaatst, maar de veel kleinere Bösendorfer baby grand. Een babypiano; elke keer dat Herman van der Zand dat tegen Martin van Dijk zegt in de quiz ‘Met het mes op tafel’ denk ik daarom aan de Köln Concert.

Bijna was Jarrett hem weer gesmeerd, maar de 18 jarige concertpromoter Vera Brandes weet hem over te halen om toch te spelen. Twee technici, er nog even snel bijgehaald om de piano te stemmen, besluiten om een paar microfoons neer te zetten. Wie weet kunnen ze er nog wat van leren later.

Dan gaat Jarrett zitten, ingesnoerd in een korset om zijn zere rug te ondersteunen.

En hij begint.

De eerste tonen klinken precies als de pauzebel van het Operahuis, het publiek lacht zachtjes. Later zou Jarrett zeggen dat die goede stemming voor een groot deel het concert heeft bepaald. Na de start houdt hij even in, herhaalt de beginnoten nog eens en dan stroomt de improvisatie er als vanzelf uit.

“The most important thing in a solo concert is the first note I play, or the first four notes. If they have enough tension, the rest of the concert follows almost as a matter of course.”

keith jarrett

Improviseren is met niets beginnen in een lege ruimte. Na elk thema voel je Jarrett zoeken welke kant op te gaan. Steeds vind hij een nieuwe ruimte om te exploreren, iets toe te voegen om je in mee te nemen. Dat is een spannende gedachte: zowel de pianist als de luisteraar weet niet wat er zo meteen gaat komen en zodra het gespeeld is, is het weer weg. Een ultiemere beleving van in het hier en nu is nauwelijks te verzinnen. Zolang dat ego maar wegblijft, want dan moet er weer iets van gevonden worden en dat verjaagt de magie.

Allerlei thema’s komen voorbij, tot aan folk, rock en filmmuziek toe. Na zo’n tien minuten begint Jarrett af en toe mee te neuriën, iets wat hij vaker zal doen tijdens de 67 minuten die het concert duurt. In de laatste paar minuten van deel 1 zit ie zowat mee te zingen. Het draagt bij aan de gloedvolle beleving van de muziek en de ervaring dat hier een pianist zit die één is met zijn werk en met de piano. Of in de woorden van Liza: hij speelt het niet, hij is het.

Dat de piano halfgaar was volgens Jarrett kun je als gemiddeld luisteraar nauwelijks horen. Kennelijk compenseert hij met zijn spel de zwakke registers, waardoor het juist zo’n magische klank heeft gekregen.

Manfred Eicher zei daar ooit over: “Probably he played it the way he did because it was not a good piano. Because he could not fall in love with it he found another way to get the most out of it.”

Naakt

Wat je ook goed merkt is de spanning van een live optreden. Jarrett speelt voor een zaal vol mensen die door hun aandachtig luisteren een verbinding met elkaar en hem leggen die je nu nog steeds terughoort, ook al is het 47 jaar later. Toen ik opnames uitcheckte van andere pianisten die de Köln concert nagespeeld hadden in een studio, miste ik die live kwaliteiten direct. Soms kun je ook wat je niet hoort, horen.

Seneca ondertekende zijn brieven met Vale! Wees sterk, wees waardig.

Opvallend is dat muzikanten die spelen zonder ego dat als naakt kunnen ervaren. In het zomeravondgesprek vergelijk Lize optreden een striptease. Jarrett formuleerde het zo: “Again and again it’s like stepping on stage naked.”

Kennelijk is je ego dus ook een jas die je beschermt. Het is goed om dat niet te vergeten. Zorg er wel voor dat ie niet te groot of te klein wordt door geregeld een potje stoïcijns stoeien met je ego in te plannen. Da’s goed voor ‘m.

Stoïcijns stoeien met je ego is iets dat je vaak moet herhalen. Het is net als met tandenpoetsen; met één keer vijf uur schrobben ben je niet klaar voor de rest van de maand. Voor iedereen die er toch wat tegen opziet heb ik nog een vijfde oefening, een beetje een controlelampje zoals beschreven in het personal resource management. Een oefening voor in het moment.

Elke keer als je in een vergadering, een bijeenkomst, in de winkel of waar dan ook een ontregelende emotie voelt opborrelen (verontwaardiging, boosheid, verongelijktheid, angst) ga er dan niet in mee maar laat het voorbijtrekken. Kijk het na als het langzaam weer verdwijnt. Vraag je af waar het vandaan komt; is het echte emotie of is het je ego? Schrijf het op in je dagboek en kijk er af en toe weer eens naar terug. Zit er een ontwikkeling in? Ben je al lekker op weg naar Ataraxia (zielenrust)?

Tot slot: iedereen die dit blog geleuter vindt moet elke dag oefenen. Te beginnen met oefening vijf over dit blog.

Vale!


Op Rizoomes zijn inmiddels diverse blogs over Ego en Prohairesis verschenen. Bijvoorbeeld deze, over het gevaar van een groot Ego. Maar ook Tenerife: de psychologie achter een vliegtuigcrash, Alle crises ben je zelf, Mag ik van de crisiscompetenties de kwinkslag?, Waarom gevoel voor kunst je een betere crisismanager maakt en Het met de kennis van nu syndroom. In het hoofdstuk Prohairesis vind je meer blogs over de nobele kunst van het jezelf voorbereiden op jezelf.

Mag ik eens vragen, wat is jouw belangrijkste brand geweest?

Dit blog gaat over de persoonlijke canon: je eigen incident CV. Oorspronkelijk waren het twee stukken, die ik nu gecombineerd heb in één verhaal. Ikzelf houd mijn incident CV nog steeds bij zoals ik hier beschrijf. En nog steeds geeft het richting aan mijn leerproces en is het onderdeel van mijn Prohairesis: hoe bereid je je voor op jezelf?

Op het brandweercongres 2015 had het Team Brandweercanon een masterclass georganiseerd over de Do It Yourself Canon. Vier thema’s kwamen voorbij: Schatgraven, Verwondering, Oefening en Nabijheid. Vier kwartier inspiratie om zelf aan de slag te gaan met de geschiedenis van de brandweer, van je korps, en van jezelf: met je persoonlijke canon.

Dat laatste kwam voor sommigen als een verrassing, omdat ze nog nooit zo naar zichzelf gekeken hadden. Maar achter elk incident, hoe groot of klein ook, zit een verhaal van de mensen die er bij zijn geweest.

Iedereen die bij de brandweer werkt heeft op die manier een eigen, persoonlijke canon opgebouwd. Een verzameling belangwekkende gebeurtenissen die jou als persoon hebben gevormd.

Alleen staan de meesten er niet zo bij stil.

Persoonlijke canon

“Mag ik eens vragen, wat is jouw belangrijkste brand geweest”?

Met die vraag begon ik elk van de 8 groepsgesprekken over het thema ‘nabijheid’, onder het mom dat er niets dichter bij jezelf is dan jezelf. En hoewel sommigen, zoals gezegd, verrast waren door die vraag in een masterclass over de brandweercanon, kwam er vrijwel altijd snel een reactie.

Firefighter Van Gogh style volgens Dall-E

Dat was de eerste rode draad die ik zag in alle antwoorden: de belangrijkste branden zitten bij iedereen heel erg vooraan in het bewustzijn.

Zelfs daar kan je spreken over nabijheid: datgene wat je heeft gevormd zit dichtbij en vooraan in je herinnering. Ik vond die rode draad een bevestiging van het nut van een personal canon.

Wat viel er nog meer op?

Veel brandweermensen hadden het over het besef dat ze in een bizarre situatie zaten bij hun belangrijkste brand. “Is dit echt? Het lijkt wel een oefening”, waren veel gehoorde zinnen. Kennelijk is een grote afwijking van ‘normale’ incidenten iets wat een bijzonder bewustzijn met zich mee kan brengen.

Maar zodra duidelijk is dat het wel degelijk echt was, ging bij iedereen direct de actiestand aan. Er was werk aan de winkel.

Impact

Wat ook in veel antwoorden terug kwam was de overweldigende impact van sommige incidenten. Dat kon enerzijds zijn omdat het zo’n grote gebeurtenis was. Zo kwamen bijvoorbeeld de vuurwerkramp en Chemiepak Moerdijk voorbij. Maar een grote impact werd soms ook veroorzaakt doordat er kleine kinderen betrokken waren bij incidenten. Of bekenden en helaas ook collega’s.

Een vierde rode draad uit die persoonlijke canons was de druk van de verantwoordelijkheid. Opeens is er het besef dat het om het echie gaat: er staat een hele rij brandweerauto’s en jij bepaalt de inzet. Dan is het duidelijk dat het om jouw draait: jij bent hem, jij moet het doen.

Een hele bijzondere vorm van verantwoordelijkheid werd ervaren door mensen die het gevoel hadden dat ze moesten beslissen over leven of dood. Alsof ze op de stoel van een God zaten; wel of niet doorzoeken naar slachtoffers onder zware omstandigheden met risico’s voor eigen mensen. Inderdaad een besluit dat je persoonlijkheid vormt, en dat je niet gauw zult vergeten.

En dan was er nog een categorie gebeurtenissen die niet zozeer een rode draad vormden, als wel een paar keer genoemd werden als het incident na de brand. De effecten van media en publicaties werd daarbij aangehaald, en hoe journalisten iets wat al een grote impact had nog eens zwaarder maakten.

Staart

Ook kregen sommige ongevallen nog een staartje voor de brandweer als nabestaanden opeens zelf in de pers verschenen met hun verhaal en een min of meer anonieme klus opeens een gezicht en een identiteit kreeg. Sommige incidenten zijn dus lang niet over na het inrukken, maar ontwikkelen zichzelf nog door.

Persoonlijke Canon
De Persoonlijke Canon in één oogopslag. Tekening Wendy Kiel

De allerdikste rode draad uit de persoonlijke canons die ik zag, was dat alle verhalen gingen over beleving en betekenis. Er was niemand die sprak over straalpijpen of watertransportsystemen, het ging niet over de harde kant van het vak. Iedereen noemde zonder uitzondering situaties die te maken hadden met emoties, met ervaringen die allemaal zeer nabij hun eigen ik waren gekomen.

De persoonlijke canon is dus letterlijk nabijheid. Alleen daarom al is het de moeite waard om er eentje op te stellen en te bespreken met collega’s. Te koesteren als jouw portfolio belangrijke gebeurtenissen.

Dus, daar is ie:

Wat is jouw belangrijkste brand geweest?

Hoe maak ik een personal canon?

Het woord zegt het al, een personal canon gaat over jou. Dus je moet zelf aan de slag. Er zijn drie stappen.

Stap 1: Inventariseer

Als je net nieuw bent in het incidentmanagement is het begin eigenlijk heel makkelijk. Houd je incidenten bij in een schrift of op de computer en beschrijf je rol bij het incident. Schrijf op wat het voor je betekend heeft (als het iets voor je betekend heeft tenminste, anders schrijf je lekker niks op)

Als het voor handen is, documenteer dan je verslag met rapporten, krantenknipsels, foto’s of wat je maar kan vinden. Kijk er eens per jaar in, selecteer de incidenten die belangrijk voor je zijn geweest in je vorming in wie je nu bent en sla die ergens op. Eerst sparen, daarna betekenis geven.

Als je al wat langer incidenten bestrijdt en een personal canon wilt opstellen, moet je dieper in je geheugen graven. Welke incidenten zijn je zodanig bij gebleven, dat je er nu nog steeds door beïnvloedt bent? Dat zijn de incidenten die je op een rijtje moet zetten en moet zien te documenteren, zoals ik hierboven al beschreef.

Firefighter in Mondrian style volgens Dall-E

Eerlijk gezegd is het best veel werk. Ik heb zelf ook een personal canon opgesteld, die je hier terug kunt vinden. Het is een lijst met incidenten die ik heb meegemaakt in verschillende rollen, aangevuld met een korte toelichting op de drie thema’s die mijn personal canon domineren.

Stap 2: Analyseer

Als je een lijst hebt opgesteld met incidenten die je bij zijn gebleven, is het zaak om de rode draad er uit te halen. Wat is de verbinding tussen de verschillende leerpunten uit je incidenten? Welk incident was echt een wake up call, zoals bij mij bijvoorbeeld de Motorkade? Welke acties heb je daarna opgezet en waar heeft je dat gebracht? Kun je een thema ontdekken in al die klussen die je hebt gehad?

Ook al is het jouw canon, praat er over met andere mensen die je kennen en die je vertrouwt. Wat zeggen zij over die incidenten? Hoe zien ze jouw rol? Zie het maar als een vorm van intervisie. Ik heb ter illustratie uit mijn personal canon drie thema’s gedestilleerd: veiligheid, lerende organisatie en continuïteit. Maar uit elke canon zullen andere thema’s komen.

Stap 1 en 2 moet je regelmatig herhalen. Je zult zien dat er nieuwe incidenten bij komen, die je op een ander niveau gaan brengen. Op enig moment is je allereerste klus misschien geen toonaangevend incident meer voor wie je op dit moment bent.

Ook al heb je nog zo veel goede herinneringen aan een uitruk, laat hem weer vallen als het niet representatief meer is voor je portfolio. Kill your darlings. Hoe langer je bij de organisatie zit, hoe minder toonaangevende incidenten zich zullen voegen op je lijst.

Hoe meer ervaring je hebt, hoe minder je curriculum zich zal ontwikkelen. Op enig moment is de lange termijn rode draad ook wel duidelijk, maar let op: er kunnen zich subtiele veranderingen aandienen, dus hou het bij. Los daarvan zijn er ook Black Swans mogelijk voor personal canons.

Stap 3: Acteer

Als je een thema, een rode draad, hebt gevonden, is het zaak om daar iets van te vinden. Wil je jezelf door ontwikkelen op de route die zich kennelijk voor je ontvouwt? Of wil je iets toevoegen aan wat je al kan?

Brandweer Amsterdam oefent met springzeilen in 1946. Foto ANP

Neem dan actie.

Ga in een team, volg een cursus, breid je piket uit of perk hem in.

De essentie is dat je iets moet gaan doen. Ik ben zelf ooit in het begrafenis bijstand team gegaan, en heb daardoor nieuwe ervaringen opgedaan in incidenten buiten mijn eigen korps.

Ook mijn stap naar Schiphol was een manier om me te verbreden. Ik wilde meer van crisismanagement ervaren dan alleen de brandweer. Hoewel ik pas achteraf echt goed beseft heb wat die overstap heeft gedaan voor mijn ontwikkeling, dat wordt dan weer duidelijk als je zo’n persoonlijke canon opstelt.

En voor alle zekerheid: ook niets doen is een vorm van acteren. Als je maar bewust een keuze maakt.

Tot zover de drie stappen van de persoonlijke canon. Ik ben benieuwd wat je er van vindt en of je er wat mee kan. Zoals gezegd, ik vond het zelf een zeer leerzaam proces. En ja, het kost veel tijd. Ik vond het echter de moeite meer dan waard, maar de lerende organisatie is dan ook één van mijn thema’s.


Naschrift

Zoals gezegd in de inleiding waren dit oorspronkelijk twee stukken, geschreven in 2015. Bij de update van de website in het kader van 10 jaar Rizoomes kwam ik ze weer tegen en besloot ik ze samen te voegen tot één blog. Niet meer als onderdeel van de brandweercanon, maar als onderdeel van prohairesis.

Het bijhouden van je incidenten, het analyseren en het reflecteren erover vormen een belangrijk onderdeel van het jezelf voorbereiden op jezelf: prohairesis. Iedereen met een operationele functie zou het moeten doen.

Het OK plateau in de praktijk

Wie het OK plateau bereikt zal zichzelf niet meer verbeteren. De ontwikkeling is gestopt. Dat is het moment dat de organisatie ook langzaam tot stilstand komt. Aan de bak dus, als je tenminste wilt voorkomen dat de boel helemaal afglijdt.

Voorwoord bij dit blog, dat op 2 augustus 2022 volledig is herzien. Het was in eerste instantie geschreven voor de brandweer oefenpraktijk, maar is nu verbreed naar organisaties in het algemeen. Het OK Plateau raakt aan dit blog over het verlies van ervaring in organisaties, maar is wel echt wat anders. Het schadebeeld kan weliswaar hetzelfde zijn, maar de oorzaak is verschillend. Alhoewel je ook zou kunnen betogen dat zowel het verlies van ervaring in organisaties als het OK Plateau veroorzaakt worden door een verwaarlozing van je personeelsbeleid. 
Bezoek van prins Bernhard aan een oefening op de hoofdwacht van de Amsterdamse brandweer aan de Achtergracht. Op de foto spreekt Bernhard met commandant Gordijn. Foto ANP / Klein

Het OK Plateau

Het OK plateau is een term die geïntroduceerd is door Joshua Foer in zijn boek ‘Moonwalking with Einstein.

The OK Plateau is that point when we reach the autonomous stage and consciously or unconsciously say to ourselves, “I am OK at how good I have gotten at this task,” and stop paying attention to our improvement. We all reach OK Plateaus in almost everything we do.

Het principe achter het OK plateau stamt al uit de jaren 60, zoals je kunt zien in onderstaand plaatje.

OK Plateau

De psychologen Posner en Fitts beschreven dat het aanleren van nieuwe vaardigheden via deze drie stadia verloopt:

1. De cognitieve fase (cognitive practice). In deze fase is alles nieuw en moet je achter de basiselementen van het nieuwe vakgebied komen. Je maakt alle beginnersfouten die er zijn en stoot af en toe even flink je hoofd. Maar je leert als een bezetene, je speert vooruit. Hier komt ook de uitdrukking van de steile leercurve vandaan. Dit is de fase die managers graag bij hun medewerkers zien. Ook al dragen ze er nauwelijks wat aan bij omdat het bij een natuurlijk leerproces hoort.

2. De associatieve fase (associative practice). Je hebt je zaken behoorlijk op orde en zit al een tijdje op je functie. Fouten maak je nauwelijks meer. Je kan goed meekomen met de rest van de groep, en op sommige gebieden ben je zelfs beter dan wat oudere collega’s. Eigenlijk ben je volleerd medewerker / manager / teamleider al zeg je het zelf. En vaak vindt je manager dat ook. Alom tevreden gezichten.

3. De autonome fase (OK plateau). Je functioneert zelfstandig binnen de groep en de organisatie. Je weet wat je doet, en langzaam ga je op de automatische piloot. De meeste klussen gaan met twee vingers in je neus. Tijdens trainingen weet je bij aanvang al wat er gaat gebeuren en ben je eerder begeleider en coach van nieuwe medewerkers dan deelnemer. Je hebt het OK platform bereikt, veel beter dan je nu bent ga je niet worden. Hier wil het nog wel eens gaan schuren met je manager. Hij wil dingen die jij niet wil en andersom. Of je wordt gezien als professional op z’n eindrang waar verder weinig tijd meer aan besteed wordt.

Doorbreek het plateau

Als het zover is gekomen, is het eigenlijk al te laat. Feitelijk zijn er twee zaken aan de hand. In de eerste plaats ben je zelf gestopt met jezelf te ontwikkelen. Maar daarnaast heeft de organisatie het er ook bij laten zitten. En je hebt beide partijen nodig om een organisatie op niveau te houden dan wel te verbeteren. Jij moet het OK Plateau doorbreken, maar je organisatie ook.

We beginnen bij jezelf.

Foer beschrijft vier uitgangspunten hoe je het OK plateau zelf kunt doorbreken en (zoals hij het noemt) een expert wordt (deliberative practice):

  1. Experts doorbreken hun comfort zone en bestuderen uitgebreid de fouten die ze maken.
  2. Ze spiegelen zich veeleer aan mensen die beter dan hen zijn in het vak; ze zoeken naar inspirerende voorbeelden om van te leren. Dat kan ook uit boeken of opleidingen.
  3. Experts groeien door directe feedback. Dus niet even wachten tot alles gezakt is, maar gelijk hoppa d’r achteraan. Reflecteren en evalueren is onderdeel van de situatie en niet iets wat je veel later pas doet.
  4. Ze benaderen hun vak als wetenschap. “They collect data, they analyze data, they create theories, and they test them. ” Ze leren dus conform de leercyclus van Kolb

De vraag is of de gemiddelde mens dat zelf kan of dat hij daar hulp bij nodig heeft. Volgens Atul Gawande, een bekende chirug en hoogleraar, kunnen de meeste mensen dat dus niet. In de New Yorker schrijft hij:

Elite performers, researchers say, must engage in “deliberate practice” – sustained, mindful efforts to develop the full range of abilities that success requires. You have to work at what you’re not good at. In theory, people can do this themselves. But most people do not know where to start or how to proceed

fire sensei

En zo is het. Dus moet de organisatie aan de bak met een vakbekwaamheidsbeleid, maar niet pas als de boel tot stilstand is gekomen.

De praktijk van de organisatie

In de praktijk zullen organisaties dus zelf moeten investeren om hun medewerkers zich blijvend te laten ontwikkelen. Ik heb het dan wel over je vakgebied, dus niet over van die facilitaire cursussen als Office 365, agile dingetjes of integer samenwerken. Da’s ook belangrijk, maar nooit de kern van een vakgebied.

Nee, ik denk dan bijvoorbeeld aan scenariotrainingen, ontdekken van nieuwe inzichten in het crisismanagement (om maar een vak te noemen dat veel op deze website voorkomt) en case studies.

  • Uiteindelijk zal iedereen het OK plateau bereiken. Maar misschien is dat helemaal niet OK, en vraagt het risicoprofiel van je organisatie om meer of juist andere expertise. Wees dus alert op de ontwikkeling van de mensen in je (crisis) organisatie en zorg voor continue bijscholing.
  • Als je het OK plateau wil doorbreken, moet je rekening houden met de vier regels van Foer:
    • Haal mensen uit hun comfort zone
    • Zorg voor goede instructie en training door begeleiders met aanzien en deskundigheid,
    • Geef onmiddellijk feedback tijdens oefeningen en incidenten
    • Probeer steeds nieuwe dingen uit. Zoals bijvoorbeeld virtueel oefenen: zo krijg je ervaring met scenario’s die je in het echt nog nooit tegenkwam.
  • Dat kan alleen als er voldoende, goed begeleide instructie en training plaats vindt in een organisatie. Er zijn best momenten dat een persoon of een team zelf iets kan gaan oefenen of leren, maar er moet voldoende oefentijd zijn met begeleiding. Die zorgen voor verrassingen met een onbekende training / oefening en geven feedback op de prestaties van het team en / of individu waarmee je door het OK Plateau heen breekt.
  • Eén en ander vraagt wel om langdurig traject vanwege de cultuuraspecten die met de regels van Foer meekomen. Men moet zich namelijk kwetsbaar durven opstellen in moeilijke situaties en men moet leren feedback te geven en ontvangen zonder anderen te kwetsen.

En don’t fight the scenario. Iedereen moet accepteren dat het er niet zozeer om gaat dat de oefening helemaal juist is of realistisch, het gaat er om dat je de juiste en realistische dingen doet met de situatie die je aantreft. De situatie moet zich niet aan jou aanpassen, jij moet je aanpassen aan de situatie. Alleen dan doorbreek je het OK plateau.


Dit blog is na een grondige update op 2 augustus 2022 opnieuw geplaatst. Het is onderdeel van een serie blogs over personal resource management en Prohairesis. Zie onder andere Besluitvorming onder tijdsdruk wordt beter door reflectie, Crew Resource Management (1): het gevaar van een groot ego, De onbetrouwbaarheid van snelle expertise, Crisis managen als een Stoïcijn, Alle crises ben je zelf, Waarom gevoel voor kunst je een betere crisismanager maakt en Stoïcijns Stoeien met je Ego.

© 2022 Rizoomes

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑