Wanderings

Tag: Pop Rock

De Rizoomes Top 20 van 2020

Leestijd: 10 minuten

De Rizoomes Top 20 van 2020 is er dit jaar voor het eerst in deze vorm. Vanaf 1 december post ik elke dag een nieuw liedje. En het is dit jaar een bonte stoet, beetje jazz, rock, americana en zelfs nederpop. De beste komt het laatst en nummer twintig dus het eerst.

Toen ik nog op school zat voelde een jaar als dat hele lange stuk tussen twee zomervakanties in, ergens in het midden hinderlijk onderbroken door winter. Het echte jaar, zo vertelde men mij dan, liep juist van winter tot winter. Ik heb dat uiteindelijk als gegeven aanvaard, kennelijk was het een algemeen geaccepteerde afspraak. Maar mijn gevoel zei wat anders: beter leeft men van zon naar zon, dan van koud naar koud. Enfin.

Rizoomes Top 20
Zomerfoto voor het juiste jaargevoel

Nog weer later ontdekte ik dat er nog heel veel andere soorten jaren zijn, zoals het gebroken boekjaar en het muziekjaar. En daar gaat dit blog eigenlijk over, het muziekjaar. Dat loopt van december tot en met december, zodat je je een hele maand kunt verkneukelen over en met allerlei jaarlijstjes. Natuurlijk de Top 2000, maar ook de Snob 2000 en de Rizoomes Top 20.

De Rizoomes Top 20 is niet helemaal nieuw, maar wel in deze vorm. In 2018 was er voor het eerst een jaarlijst op de website met de 18 beste albums van dat jaar. Vorig jaar kwam ik niet verder dan een Top Tien, maar nog wel steeds met hele albums. Dit jaar is er dan de Rizoomes Top 20: de twintig beste nummers van het afgelopen muziekjaar. Die houden we er in, dus volgend jaar is er de Rizoomes Top 20 voor 2021. Denk ik.

Voor de liefhebber: de longlist voor 2020 op Spotify. En natuurlijk staat de Top 20 van 2020 er ook tussen.
Mijn 2020 wrapped overzicht van Spotify. Op nummer 1 Afro Blue van McCoy Tyner, dankzij mijn blog over dat nummer. ‘This mess we’re in’ is een liedje van PJ Harvey en Tom Yorke. Bloodless is van Andrew Bird en Harlem River van Kevin Morby. De laatste, Seagull is gemaakt door Bill Callahan, afkomstig van het onvolprezen album Dream River.

20: Foehn Trio featuring Erik Truffaz – Old Ocean

Foehn Trio is een jazzbandje uit Frankrijk, vernoemd naar een warme windstroom die vanuit het zuiden tegen de Alpen aan klotst. En ja, niet toevallig heet een föhn daarom föhn. Ze maakten tot nu toe twee hele fijne platen in het standaard pianotrio format, maar dan wel met toegevoegde electronica (ik moet nu gelijk aan Chriet Titulaer denken) wat het zowel subtiel als dynamisch maakt. Luister vooral ook eens naar hun laatste album, Highlines. Heerlijke muziek om bij te lezen of te werken. Maar, hoor ik ergens wellicht brommen, hoe komt die toeter in een pianotrio? Nou, dat zal ik u zeggen, die is van Erik Truffaz, bekend van het jazzrockende Walk of the giant turtle. Maar dat had de liefhebber vast al gehoord.

19: Billy Martin en Marc Ribot – Home Beat Home

Billy Martin is vooral bekend als de drummer van het jazz funk ensemble Medeski, Martin & Wood, maar hij doet solo ook van alles. Begin 2020 zette hij een aantal loops op zijn instagram account en vroeg om commentaar. Dat leverde hem onder andere de producer Rob Reinfurt op die er samen met hem een intrigerend en eclectisch plaatje van maakte. Rustige maar stuwende grooves, die verrassend worden ingekleurd door vrienden als de gitarist Marc Ribot (u weet wel, die van Los Cubanos Postizos) en Alexandria Smith op trompet. Op de single Home Beat Home doen ze allebei mee. Maar luister vooral ook het hele album, Guilty. Alle elf goed.

18: Jack Poels – In de Achtertuin

35 jaar zit ie in het vak, Jack Poels, en na 23 platen met Rowwen Hèze kwam hij dit jaar met zijn eerste soloplaat. Blauwe vear heet ie, vernoemd naar een veertje dat hij vond tijdens een wandeling. Dat gebeurde op de dag nadat hij afscheid had genomen van zijn zoon die voor enkele maanden in het buitenland ging studeren. In Trouw zegt hij daarover: “Dat was werkelijk zo’n intens moment. Ik dacht: fuck, Jan hangt nu in zo’n blauwe Boeing in de lucht, onderweg naar Korea. En ik vind hier dit blauwe veertje. Daarna was er geen houden meer aan. Ik kreeg aan de ­lopende band beelden in mijn hoofd. Dat zijn uiteindelijk allemaal liedjes geworden. Dat is wat die blauwe veer heeft gedaan.” Kom terug naar de achtertuin, daar sta je nooit voor een dichte deur, zingt Poels en toen we daar toch waren zijn we gewoon gebleven voor de rest van het album. Americana uit America, zo moest het zijn. Prachtig.

17: Jerry Joseph – Black Star Line

Jerry Joseph was in een vorig leven de oprichter van The Drive-by Truckers, maar ergens verloor hij ze uit het oog. Zoals er veel is in zijn getroubleerd leven wat kwam en weer ging. Maar gelukkig soms ook terugkwam: op het album ‘The Beautifull Madness’ is de club weer bij elkaar, al weet niemand voor hoe lang. Het is een geweldige Americana plaat geworden, waarin het lastig is te bepalen welk nummer nou het mooiste is. Ik koos uiteindelijk voor Black Star Line, een lied over David Bowie. Joseph schreef dat op de avond dat Bowie overleed. Star man waving in the sky, zingt hij raspend, I see you out in space tonight. Na Black Star Line volgt het nummer Eureka en net als je denkt: dit ken ik toch, besef je dat je naar stukjes ‘Five Years’ van Bowie zit te luisteren. Een subtiel eerbetoon aan de Star man.

16: Spinvis – Niet Vandaag

Woeste Meuk is de heerlijke podcast van Tim Knol en Nico Dijkshoorn, die in juni 2020 op bezoek waren bij Spinvis. Dat werd een mooi interview, waardoor ik gelijk zin kreeg in het aldaar aangekondigde nieuwe album 7.6.9.6. Gelukkig werd dat verlangen grotendeels ingevuld, onder andere door melancholische liedjes als ‘Niet Vandaag.’ “Ik bouw een schip, omdat ik ooit, toch ooit, de zeilen hijs, of
hoe dat heet, op reis” spint vis in wat volgens mij een liefdesliedje is, maar dat weet je bij hem nooit zeker. Wat je wel zeker weet is dat het eigenlijk niet meer beter kan dan zijn debuutplaat. Toch blijven we hopen, want ‘varen doe je morgen, niet vandaag.’

15: Causa Sui – Szabodelica

De Deense psych rockers van Causa Sui timmeren al een dikke tien jaar aan de weg met puike psychedelische rock. Ik ken niet al hun platen, maar degenen die ik heb geluisterd waren instrumentaal, zonder zang en op veilige afstand van post-rock. Hun eerste werk was een stuk heavier, met tonen van Kyuss en ander woestijn geweld. Sinds de trilogie van de Summer Sessions klinkt het steeds meer kraut, steeds meer Can en steeds meer jazz. Je weet wel, van die Miles Davis electrische jazz uit het begin van de jaren 70, denk On the Corner, Bitches Brew en Jack Johnson. Met deze ode aan Gabor Szabo gaan ze daar nog weer verder in door en klinkt het door de gypsy sound opeens relaxed en warmbloedig. Lekker.

14: Khruangbin & Leon Bridges – Texas Sun

Van Khruangbin had ik nog nooit gehoord. Toch blijkt het instrumentale trio uit Texas al geruime tijd te bestaan en bracht het onlangs hun verdienstelijke vierde plaat ‘Mordechai’ uit. Die bij mij direct werd opgeslokt door de playlist ‘Easy Desert Surf Music’, waarin onder andere ook Clutchy Hopkins, Lord Newborn en Tommy Guerrero figureren. Heb je een beetje beeld op welke wind Thai Airways vliegt (Khruangbin is Thais voor vliegtuig). Texas Sun is echter geen instrumentaaltje en werd als een poor lonesome cowboy ingezongen door Leon Bridges, een R&B zanger die vergeleken wordt met Otis Redding. Da’s pas een verrassing.

13: Michiel Borstlap plays Joris Voorn – Ringo

Michiel Borstlap, die kende ik wel. Eén van Neerlands fijnste jazzpianisten. Joris Voorn, die kende ik niet, die moest ik googelen. Het blijkt een zeer succesvolle technoproducer te zijn, die als kind opgroeide met klassieke muziek. Techno is tijdloos, zegt Voorn ergens in een interview met Radio 1. Ik vind het een mooi zinnetje, techno is tijdloos. Maar wel tijdloos door een pilletje, denkt de oude man in mij, om daar direct schaamteloos aan toe te voegen dat solo piano pas echt tijdloos is. Zoals deze Ringo-uitvoering van Borstlap, die helaas niet tijdloos is. Ook al duurt ie bijna zeseneenhalve minuut, dan nog is het veel te kort. En wat deed ie mij toch aan het Köln Concert denken, van Keith Jarrett. Ook tijdloos.

12: Joe Jackson – Fools in Love

Joe Jackson in mijn jaarlijst, in mijn top 20. Dat was vroeger uitgesloten. Jackson gaat al zo’n beetje mijn hele leven mee, maar anders dan op een toevallige passerende radio luisterde ik nooit vrijwillig naar hem. Daar kwam een krappe tien jaar geleden verandering in, met het album live 2010 dat hij met een jazztrio opnam. Veel van het oude werk van Night & Day en Look Sharp kwam daarop voorbij, maar niet Fools in Love. Dat maakt ie goed met deze single die bovendien een lekker krachtige sound mee kreeg.

11: Last Words / Fanfares – GoGo Penguin

Met Last Words en Fanfares brak GoGo Penguin in 2012 door. In 2020 kwamen deze singles opnieuw uit in een zeer gelimiteerde oplage van 500 exemplaren, maar ach, wij geven anno 2020 niet meer om bezit. Het gaat om de ervaring, de beleving; van jazz, dance, klassiek en landscapes in één sound geweven en uitgevoerd door een pianotrio on acid. Dankzij Spotify beleeft u het gewoon mee, zonder ellendig gedoe met bezoeken aan platenzaken of online webshops. Nee, da’s allemaal zo 1980, wij ouders van millenials zullen doorstreamen tot we bij het gaatje zijn.

10: Delvon Lamarr Organ Trio – Inner City Blues

Delvon Lamarr’s Inner City Blues. Die doe je in de car. Met de windows omlaag. Armpje er uit en starten maar, in de D van Drive. Vooruit met die goat, gassen op rechts en tappen on the left. Dat is in het short waarom ze in Amerika vrijwel alleen nog maar automaatjes hebben. Omdat Delvon Lamarr daar is, you know en je een vrije linker foot nodig hebt. That’s why.

9: Mammal Hands – Rhizome

Met zijn drieën zijn ze, Mammal Hands. Piano, sax en drums. En ze zitten in die nieuwe wave van London Jazz die nu over de wereld spoelt, ook al komen ze uit Norwich. Het is een bijzondere combinatie van jazz met electronics, zoals je kunt horen in dit nummer ‘Rhizome’, van hun laatste plaat ‘Captured Spirit’. Eigenlijk is Rhizome niet hun beste nummer van Captured Spirit. Dan kom je eerder uit bij Chaser, of Ithaca, nummers die tegen de pop aanschurken. Dat doet Rhizome niet. Maar zeg nou zelf, hoe vaak kun je als Rizoomes nou een nummer met de titel Rhizome in je Top 20 opnemen. Nou dan.

8: Racoon – De Echte Vent

Racoon is zo’n band die ik altijd wel aardig vond. Af en toe een aardig liedje, gespeeld door aardige jongens. Aardig, kortom, maar dat was het dan ook. Dat veranderde met de singel ‘Oceaan’, die speciaal gemaakt werd voor de film ‘Alles is familie’. Voor het eerst zingen in het Nederlands en wat een zeggingskracht had die band opeens, zeg. Ik was dan ook heel blij dat ze aankondigden om in 2020 een volledig Nederlandstalig album uit te brengen. Dat hele album zal wel uitgesteld zijn door corona, maar twee nieuwe singels kwamen er al wel. ‘Het is al laat toch’ en ‘Wie is de vent.’ Het smaakt naar veel meer en Racoon evolueert erdoor van aardig naar een killerband. No Mercy.

7: Marcus King – No Pain

Van 1996 is ie, onze Marcus King. Vier en twintig dus pas. 24. En wel al vier albums uitgebracht. De eerste drie onder de noemer van The Marcus King Band, waarbij het laatste exemplaar, Carolina Confessions, een plaatsje wist te veroveren in de beste 18 van 2018. Dat ie nog steeds goed is kan dan ook nauwelijks een verrassing zijn, wel dat King daarvoor in zee wilde met Dan Auerbach van The Black Keys. Want die polijst tegenwoordig alles. Haalt de rauwe kantjes er al poetsend af. En dat is jammer, hoewel het bij No Pain toch nog net genoeg schuurt om te verrassen.

6: Makaya McCraven – Mak Attack

Het is 1996. DJ Shadow lanceert Endtroducing. Instrumentele hip hop, aan elkaar geplakte tapes, soundscapes, collages en ritmes, heel veel ritmes. Ik vond het geweldig, net als de kleine jazzy hip hop bubble die er op volgde met onder andere Guru’s Jazzmataz. Toen werd het 2020 en kwam Makaya McCraven. Makaya McCraven drumt. Drumt hard. En ritmisch. Op Universal Beings E&F Sides hoor je hoe hard precies. Met tracks als Mak Attack en Beat Science. Prachtig, net zo goed als Endtroducing. Maar eigenlijk beter, want bij McCraven is alles live. Dus zet gewoon die hele plaat onder je favorites, doen we net of het één hele lange singel is. Ja, dat kan.

5: Lianne La Havas – Paper Thin

Uit 2012 is ie al weer, mijn favoriete liedje van Lianne La Havas, ‘Au Cinema’. In 2015 kwamen daar nog ‘Unstoppable’ en ‘They Might Be Wrong’ bij, maar daarna werd het nogal stil rondom La Havas. Tot in de zomer van 2020, toen de EP ‘Weird Fishes’ met vier nieuwe liedjes verscheen. Het werk heeft de feel van Alicia Keys ten tijde van Empire State of Mind, maar dan zonder haar commerciële knieval. Zeker op Paper Thin, waar een subtiel jazzcombo met upright bass de sfeer van een nightclub neerzet. Fijn plaatje

4: Leif Vollebekk – Long Blue Light

Leif Vollebekk. Uit Canada. Kreeg het opnieuw voor mekaar, na Big Sky Country, Transatlantic Flight en Hot Tears. Wat een prachtig melancholisch liedje weer, zo’n muziekje waar je van op reis wilt naar het bos, het strand, de natuur in. Zelfs naar de sneeuw, als het echt moet. Ondergaande zon, glaasje lekker erbij en mijmeren maar, op deze Long Blue Night. Want de natuur is prachtig, maar je moet er wel wat te drinken bij hebben.

3: Bill Callahan – Breakfast

Als je aan een willekeurig kind vraagt wat ie later wil worden, dan zijn er heel weinig die zullen zeggen: Bill Callahan. Maar vraag je het aan mij, dan weet ik het zo net nog niet. Want mij lijkt het heerlijk om Bill Callahan te zijn. Met je bariton brave liedjes brommen. Zoals Breakfast. Die eigenlijk helemaal niet braaf zijn: She don’t eat, she don’t sleep; Why, she don’t even drink; I drink; So that we don’t fight; She don’t drink so that we don’t fight. Maar goed, Bill is inmiddels 54. Net als ik. Dus dan moet ik toch maar iets anders willen worden, als ik later groot ben. Iemand tips?

2: Nubya Garcia – Pace

In 2018 debuteerde Nubya Garcia met Nubya’s 5ive, een geweldige plaat uit het centrum van de London jazz scene die tegelijkertijd met twee benen in de Amerikaanse jazz traditie geworteld staat. Nu is daar Pace en wat een bijzonder krachtig nummer is dit weer, zeg. Zowel qua compositie als qua spel. Ik hoor er overal de reïncarnatie van John Coltrane in. Wat een genot.

1: Ayron Jones – Boys from the Puget Sound

Lang geleden geloofde ik wellicht in reïncarnatie, maar misschien ook niet. Ik weet het niet meer en voor geruime tijd hoefde ik het ook niet te weten. Tot ik ergens in 2020 tegen Ayron Jones op liep en toen begon ik te twijfelen. Was Jimi Hendrix terug? Had ie les gehad van Kurt Cobain? Wat weet Gary Clark ervan? Hoe dan ook: I’ve seen the future of rock and roll and it’s name is Ayron Jones. Check ook deze link van Take me Away op KEXP Live. Tjongejongejonge wat goed.

Plaatjes draaien in tijden van Spotify; van boom naar rizoom

Leestijd: 7 minuten

Minder dan een jaar zit ik nu op Spotify en het heeft mijn muziekbeleving volledig veranderd. Tegenwoordig stream ik, en ik play lists. Dat was vroeger wel anders. Toen moest je een LP opzetten en hem omdraaien, de plaat afstoffen en af en toe een naald vervangen. Een kleine muziekgeschiedenis, van boom naar rizoom.

Tientallen jaren lang was een plaatje opzetten het eerste wat ik in het weekend deed. Daarna koffiezetten en ontbijten, met de krant erbij. Eerlijk gezegd gaat dat nog steeds zo. Alleen zet ik niet meer letterlijk een plaatje op. Ik swipe door wat schermpjes en klik dan ergens op, waarna het huis zich vult met de muziek die ik net heb gekozen uit de schier oneindige database van Spotify. Het is een wonder.

LP

Toch noem ik het nog steeds plaatjes draaien, net zoals ik goede muziek nog steeds een ‘geweldige plaat’ of een ‘prachtig album’ noem. Dat is het mooie van taal: soms houden woorden de betekenis die ze hadden, terwijl de fysieke handeling die erachter ligt allang is verdwenen. We hebben geen paard meer nodig om de teugels te laten vieren, noch een stuur om het over te dragen of een plaat om muziek te luisteren. Over honderd jaar zal het een quizvraag op TV zijn. “Vingers bij de knoppen: waar komt de term plaatjes draaien vandaan?”

Mijn eerste plaat was ‘Arrival’ van ABBA, uit 1976. Ik was elf en had er hard voor gespaard. Eerder maanden dan weken. Toen ik het geld bij elkaar had, ben ik in mijn eentje op de fiets gestapt naar Siebrechts muziekwinkel, aan de andere kant van het dorp. Daar zag de uitbater eruit als een mollige versie van Simon van Collem. Vervolgens voorzichtig teruggefietst naar huis, met de LP in een plastic tas, fladderend langs het stuur.

Eenmaal thuis ging ik gelijk op zoek naar Pa, om mijn aanwinst te tonen. Hij zat bij buurman Paul. Trots liep ik daar naar binnen met mijn nieuwe schat, waar ik vrijwel direct enorme spijt van had. Buurman Paul reageerde als eerste en vroeg of hij de plaat mocht zien. Nog voor ik het door had griste hij de tas uit mijn vingers, was de plaat al uit zijn hoes en schudde hij hem tussen beide handen in, ritmisch omhoog en omlaag. Ondertussen zong hij ‘op een kangoeroe eiland’; als je het geluid hoort weet je precies welke beweging hij maakte en welke doodsangst voor mijn nieuwe plaat ik heb uitgestaan.

Het kangaroe eiland van het cocktail trio; je hoort de LP ploppen 🙂

Cassette en CD

Met de LP zelf liep het die dag overigens nog best goed af, maar niet voor heel lang. Al snel kwam ik erachter dat er ook muziek bestond als Deep Purple en Status Quo en daar paste Arrival echt niet tussen. Weg dus, met dat ding. Toen in 1978 ‘Van Halen I’ uitkwam was het helemaal gedaan met de doorsnee popmuziek. Op de radio bij Alfred Lagarde’s Betonuur en Hanneke Kappen’s Stampei, daar hoorde je het echte werk. Twee keer per week zat ik klaar met mijn cassetterecorder, vingers bij de knoppen. Zo nam ik hele tapejes op met muziek van verschillende artiesten.

Terugkijkend waren dat eigenlijk mijn eerste afspeellijsten, maar zo voelde het toen nog niet. Ik ben sowieso nooit zo dol geweest op cassettebandjes, hooguit voor in de auto. De krengen liepen altijd in de soep en gaven een steeds slechter geluid. Het is ook tekenend dat een ‘cassette opzetten’ of ‘een bandje draaien’ nooit dezelfde betekenis van muziek luisteren heeft gekregen als plaatjes draaien. In die zin was een cassette vooral een opgenomen LP. Behalve dan misschien in de Guardians of the Galaxy, maar da’s vooral nostalgie. Die trouwens ook gewoon op Spotify staat.

Toen de CD kwam, midden jaren ’80, veranderde er eigenlijk niet zo heel veel aan het plaatjes draaien. Ze waren handzamer, makkelijker op te bergen en namen minder ruimte in. Maar het bleef een rondje met een gat erin, waar je een apparaat voor nodig had om de muziek erop te beluisteren. En als ie klaar was, moest je een nieuwe opzetten. Of repeaten, dat kon natuurlijk ook.

De boom van de verzamelaar

De CD-verzamelaar ondertussen vertoonde hetzelfde gedrag als de boekenverzamelaar. In een speciale kast moet alles op de juiste volgorde worden gezet. Meestal alfabetisch binnen een genre. De verzameling ontwikkelt zich dan verder via het patroon van een boom. Onder de grond zitten de wortels, de basis van de muzieksmaak. Ook al draai je die nauwelijks tot niet, je kunt er toch niet zonder. In die zin zijn het echt de wortels: je hebt ze wel nodig, maar je hoeft ze niet te zien. Denk aan muziek van bijvoorbeeld Led Zeppelin, Pink Floyd en Deep Purple. Die zit in mijn wortels.

De boom van de muziekverzamelaar. Tekening van Wendy Kiel

Bovengronds staat de stam, waar de kern van de verzameling zich bevindt. In mijn geval waren dat toen bandjes als Kyuss en Tool. Uit de stam vertakken zich dan de specialisaties, met genres en sub-genres. Zo ontstonden er bijvoorbeeld speciaaltjes met metaalwaren (Fear Factory, Sepultura), grunge (Soundgarden, Melvins) en symfonisch (Iron Maiden, Dream Theater). Alternative, niet te vergeten (Primus, Faith no More).

Kenmerkend voor de echte boom-verzamelaar: de neiging om compleet te zijn. Alles willen hebben, van obscure persingen tot zuivere duitenkloppers; verzamelaars met allemaal bekende nummers en één nieuwe ‘from the vaults.’

Uiteindelijk fragmenteert elk subgenre in steeds vreemdere plaatjes die zich als eenlingen ontvouwen gelijk de blaadjes in het loof. Niet zelden zitten daar ook de miskopen tussen (Brujeria, om er maar eens eentje te noemen). Bij het snoeien gaan die er als eerste aan. Ruimte maken voor nieuw en vers. Op de top van mijn verzameling bestond de boom uit meer dan 1300 ceedeetjes, die door mijn toen studerende nichtje altijd met enig leedvermaak werd bezien als de gekke hobby van haar oom.

Naast deze rock-boom heb ik ook nog een jazz-boom. Grappig genoeg groeit die andersom. De nieuwe plaatjes zitten in de wortels (Eric Truffaz, Nils Petter Molvaer, ik draai het nooit meer). De stam bestaat uit de Brad Mehldau’s en E.S.T.’s van deze wereld, die luister ik nog wel regelmatig. Net als de Philadelphia Experiment. En in de kroon zit oud werk van Ahmad Jamal, John Coltrane en Miles Davis. Die zet ik tegenwoordig als eerste op. Maar ook al groeit ie andersom, het is wel een boom. En dat heb ik tot mijn 53e zo gedaan.

Het rizoom van Spotify

Want toen kwam het rizoom van Spotify. Dat ging trouwens niet van de één op de andere dag, er zat nog een interbellumpje tussen met MP3’tjes. Die gebruikte ik vooral in de auto, als ware het een handig cassettebandje. Ondertussen luisterde ik via mijn computer ook steeds meer losse nummers random uit een grote bak. Precies wat Spotify in de kern ook is. Een hele grote bak muziek met 30 miljoen liedjes. Waar je betekenis aan geeft door het te organiseren via playlists.

Mijn Americana without Borders playlist; Via Spotify kan je hem compleet vinden.

Toen ik net op Spotify zat heb ik avonden besteed om mijn oude bomen weer in te richten. Keurig alles weer onder het kopje ‘albums’ ondergebracht. Maar al gauw bleek dat zo niet te werken. Voor ik het door had zat ik liedjes te rijgen in nieuwe playlists. Van alles door elkaar; oud en nieuw, bandjes en solisten, rock en jazz. Gebaseerd op één connectie tussen jou en die liedjes. Geen boom, maar een rizoom. Het is wat Deleuze het principe van connectiviteit en heterogeniteit noemt: Any point of a rhizome can be connected to anything other, and must be.

De betekenis van een lijst evolueert vanzelf als het zich in de tijd verder ontwikkelt. Dat is een tweede kenmerk van rizomen: multipliciteit. “A multiplicity has neither subject nor object, only determinations, magnitudes and dimensions that cannot increase in number without changing the multiplicity in nature.” Zo was ik ooit met een playlist ‘Americana’ begonnen, die al snel werd aangevuld met tips van Spotify. Dus stond er opeens ‘Get thy bearings’ van Donovan tussen. En even later ‘Saturday Sun’ van Nick Drake. Waarop de playlist eerst tot ‘Mostly Americana’ werd omgedoopt en later ‘Americana without borders.’

Soms wordt een playlist zo groot, dat ie niet meer het gevoel oplevert wat je er ooit mee bedoeld had of dat je bepaalde liedjes opeens te weinig hoort. Dan kan je volgens het principe van de onsignificante scheuring je playlist gewoon uit elkaar trekken. “A rhizome may be broken, shattered at a given spot, but it will start up again on one of its old lines or on new lines”. Zo heb ik uit de Americana playlist een nieuwe lijst ‘Groot zand’ afgesplitst, met liedjes van onder andere Howe Gelb en Calexico.

The map is not the territory

Nog een kenmerk van een rizoom. “The rhizome is altogether different, a map and a tracing. The map is open and connectable in all of its dimensions; it is detachable, reversible. Susceptible to constant modification.” Elke maandag en vrijdag komt Spotify met nieuwe aanbevelingen, gebaseerd op hoe je rizomen er op dat moment bijstaan. Dat levert soms grote verrassingen op, soms ook zit het er volledig naast. Maar ergens ligt er dan toch een connectie volgens het algoritme, in een dimensie die je zelf (nog) niet ziet. Neveneffect: je kunt nooit compleet zijn, er past altijd wel iets bij. Alles willen hebben moet je gewoon loslaten.

Get thy Bearings van Donovan

Ook de family playlist kan bijzondere invullingen krijgen: zo bleek ik opeens allerlei liedjes van Alicia Keys bij te dragen aan de familielijst. Dat is het principe van de decalcomania: forming through continuous negotiation with its context, constantly adapting by experimentation, thus performing a non-symmetrical active resistance against rigid organization and restriction. Je rizoom verandert door de context waar hij in groeit, net zoals de context verandert door het rizoom. Dat u het maar weet, niks gebeurt in isolatie.

Een van de belangrijkste kenmerken van een rizoom is dat het meerdere ingangen kent. Er zijn alleen lagen, er is geen begin en geen einde. Ook dat zie je in Spotify terug, op verschillende manieren zelfs. Als een playlist afgelopen is, gaat ie vanzelf door met er aan gelieerde muziek: nummerradio dan wel artiestenradio. Zet een grote playlist op shuffle, en het ding speelt nooit dezelfde volgorde van liedjes. Daarnaast kun je van een album een playlist maken, en die kan je dan weer in een mapje stoppen. Een beetje op z’n booms, eigenlijk, maar dan via de wetten van het rizoom: the map is not the territory.

Inmiddels is me duidelijk geworden dat sommige albums zo goed zijn, dat het een playlist op zichzelf is. Zoals ‘Dream River’ van Bill Callahan, ‘Antiphon’ van Alfa Mist of ‘Desolation Blues’ van Chris Whitley. (Ja, de muzieksmaak is inderdaad nogal veranderd de afgelopen jaren). Die staan nog steeds onder het kopje ‘albums.’

Van de rest heb ik de beste nummers overgenomen in een playlist en het album zelf verwijderd. Uit mijn eigen mapjes, althans. Want in de territory, de bak van Spotify, daar staan ze gewoon nog in. Wie weet kom ik ze weer eens tegen, als ik een playlist ben begonnen waar ze inpassen. Want dat is plaatjes draaien in tijden van Spotify. Continu veranderende playlists, met af en toe een geweldig album; muziek luisteren in een rizoom.

De beste muziek van 2019

Leestijd: 6 minuten
8 december 2019

Het is weer tijd voor jaarlijstjes, tijd voor de beste muziek van 2019. Volgens Rizoomes dan. Tien toppers op een rijtje

Elk pad ontstaat door er over te lopen. Met die gedachte in mijn achterhoofd startte ik vorig jaar een traditie, zo dacht ik, om elk jaar de beste muziek van het afgelopen jaar in een lijstje te zetten. Mijn eigen jaarlijstje, een jeugddroom. Is het niet in de Oor, dan in ieder geval op mijn eigen website. Het hoeft immers niet alleen over crisis te gaan in het leven.

Maar dat was vorig jaar, 2018, toen ik nog niet op Spotify zat. Toen de wereld nog overzichtelijk geordend was in albums. Toen het fenomeen playlist mij nog niet bereikt had. Toen TOOL alleen nog maar op fysieke geluidsdragers verkrijgbaar was en al ruim twaalf jaar geen nieuw werk had uitgebracht.

Hoe anders ziet die wereld er nu uit. TOOL zit op Spotify. Ik zit op Spotify. En ik play meer lists dan albums. Wat dat gaat betekenen voor mijn nieuwe traditie zullen we volgend jaar zien, als ik een heel jaar Spotify achter de rug heb. Maar dat er iets zal veranderen is duidelijk. In 2018 vond ik met gemak 18 beste albums. Dit jaar kwam ik niet verder dan tien. Maar die zijn dan wel weer allemaal heel erg goed. In ieder geval negen ervan. Kijk en luister maar mee.

Fear Inoculum – TOOL

Dertien jaar lang liet TOOL ons wachten op hun nieuwste album. Dertien jaar. Dan verwacht je iets heel bijzonders en dat kregen we ook. Fear Inoculum is een geweldige plaat. Zeven nieuwe nummers, waarvan er zes boven de tien minuten klokken. 7empest doet zelfs ruim een kwartier. Het herkenbare TOOL-stramien is hier opnieuw verder opgerekt: de ritmes zijn nog onnavolgbaarder, de bas soleert meer dan ooit en de gitaarlijnen slingerden nimmer zo veel kanten tegelijk op. En Maynard James Keen zingt weer net zo strak als dertien jaar geleden. Toch wringt er iets. Hoe mooi het allemaal ook klinkt, echt verrassend is het niet. Niet zo verrassend als Lateralus was in 2001. Dat kan maar één ding betekenen: TOOL is af. Niets meer aan doen en weer dertien jaar wachten.

Black Pumas – Black Pumas

Soms gaat het snel. Op het ene moment doe je een telefonische auditie bij Adrian Quesada die op zoek is naar een zanger voor zijn nieuwe muziek, en even later ben je een psychedelisch funk seventies Motown hiphop duo onder de naam Black Pumas. Hun debuut is overdonderend vertrouwd. Oude sound in een nieuwe jas, denk je. Je hoort Marvin Gaye, Bill Withers, Charles Bradley. Maar toch ook weer niet: elke keer dat een nummer klinkt of je hem al jaren kent, blijkt dat helemaal niet zo te zijn. De Black Pumas zijn gewoon de Black Pumas, de albumtitel zei het eigenlijk al. Maar altijd goed om ff te checken of het waar is wat ze je laten horen in het kader van #fakemusic.

South of Reality – The Claypool Lennon Delirium

Nooit vroeg ik me bij enig liedje af of The Beatles zo geklonken zouden hebben, hadden ze nog bestaan. Totdat ik het nummer Blood and Rockets, hoorde van The Claypool Lennon Delirium. Zouden The Beatles zo geklonken kunnen hebben, zo vroeg ik mij toen opeens af. Het antwoord daarop is ja en nee. Ja, want Sean Lennon doet mee en het moet al heel gek lopen als hij ook niet wat Johnnerigs in kan brengen. Al maakt hij van Amethyst Realm vooral een Pink Floyd nummer.

Nee, want Les Claypool doet mee en alles waar Claypool aan mee doet klinkt als Claypool. Dat kan dus nooit op The Beatles lijken. Precies daarom mislukte ook zijn auditie bij Metallica. Die wilden helemaal niet als Claypool klinken.  Maar deze mindmeld van Claypool en Lennon is echt veel meer dan The Beatles meets Primus, het is een fenomeen op zich. Beamus! Pritles! Dat dus.

New Ways – Leif Vollebekk

Vollebekk levert met ‘New Ways’ zijn vierde en tot nu toe beste plaat af. Ik ontdekte hem via ‘Big Sky Country’, dat ik eerst abusievelijk aanzag voor een cover van Chris Withley. Terwijl het toch totaal anders klinkt, maar zo werkt tunnelvisie nu eenmaal. Vollebekk heeft een melancholieke stem met een klein gruizig randje. Precies hoe zijn liedjes klinken. Dat begint al bij de opener ‘The Way that You Feel.’ ‘Never be Back’ is een curieus rap experiment en ‘Hot Tears’ is de single. De klapper is het vierde nummer. Transatlantic Flight vind ik het beste liedje van 2019. Die heb ik dan ook hoog op mijn Top2000 en Snob2000 lijstjes gezet. Benieuwd of ik daar dit jaar nog iets van terug zal zien, waarschijnlijk niet. Daarom hier alvast de oproep voor volgend jaar: zet Transatlantic Flight op uw lijstjes voor 2020. Laat Leif niet met zijn Vollebekk vol tanden staan. (Of is die te makkelijk?)

Stay Around – JJ Cale

Van de doden niets dan goeds, dat moeten de vrouw en de manager van JJ Cale gedacht hebben toen ze ‘Stay Around’ uitbrachten. De beste man had immers al meer dan zes jaar geleden het tijdelijke voor het eeuwige verwisseld en dan komt zo’n nieuwe plaat toch een beetje uit de hemel vallen. En ja, nieuw, voor ons liefhebbers wel. Wij wisten immers niet dat deze vijftien nummers ooit opgenomen waren. Maar nu wel en kunnen we ze ook horen. Gelukkig zit er niets verrassends bij. Het is net-als-altijd-JJ-Cale-Americana, in het niemandsland tussen country en jazz. Nieuwe zieltjes zal hij er niet mee winnen, maar dat kon Cale al niet schelen toen hij nog onder de levenden was. Gewoon een plaat to Stay Around. Weggaan kan altijd nog.

Activate Infinity – The Bad Plus

Met ‘Avail’ valt The Bad Plus nogal met de deur in huis, maar op het tweede nummer ‘Slow Reactors’ wordt alles weer even strakgetrokken. Dan besef je dat er ook in jazzmuziek oorwurmen bestaan, van die liedjes die je niet meer uit je hoofd krijgt. De nieuwe pianist Orrin Evans klingelt een heerlijk simpel melodietje, waarop bassist Reid Anderson en drummer Dave King lekker doorgroven. Het is het basisrecept voor dit hele album. Geen covers van popmuziek dit keer, zoals nog wel op vorige platen als ‘It’s Hard’ en ‘These are the Vistas’. Evengoed wel een prachtige jazzplaat tegen de rock aan. Helemaal not so Bad Dus.

Marc Copland – And I love her

Marc Copland begon zijn muzikale carrière ooit als alto saxofonist, maar is gelukkig voor ons overgestapt op de piano. Want wat maakt deze man een mooie muziek, zeg. In tegenstelling tot de Bad Plus, dat tegen rock aan zit, is ‘And I love her’ wel heel echte jazz. Met echte jazz bedoel ik natuurlijk niet van die bitterballen bigband herrie van je opa, of van die VVDemocratische dixieland. Ik heb het hier over een pianotrio dat improviseert op bestaande liedjes en daar op haast telepathische wijze nieuwe nummers van maakt. Microfoontje erbij, jammen en klaar. Het album begint met een schitterende uitvoering van Afro Blue, gaat swingend door naar Cantaloupe Island en komt dan vijf nummers later terecht bij ‘And I love her.’ Inderdaad, die van The Beatles, but not as we know it Captain. Probeer het eens, zou ik zeggen. Het staat gewoon op Spotify. Gratis bij de rest van je abonnement.

Esbjorn Svensson Trio – Live in Gothenburg

Vorig jaar schreef ik over een nieuwe CD met oude live opnamen van Esbjorn Svensson Trio. “Esbjorn Svensson was een groot talent uit de Europese jazz die tien jaar geleden door een duikongeval om het leven kwam. Dit jaar kwam voor mij onverwachts een nieuw album uit van zijn pianotrio e.s.t., ‘Live in London’. Met alle bekende nummers, zo goed gespeeld dat je spontaan heimwee krijgt naar 2008.” En het feest is nog niet afgelopen. Nu is er alweer een nieuw oud album, ‘Live in Gothenburg.’ Door Svensson altijd genoemd als zijn beste concert en dat hoor je: wat een topplaat.

Mon Chien Stupide – Brad Mehldau

Negen uur heb ik in 2019 naar Brad Mehldau geluisterd, volgens Spotify. Daarmee stond ie op nummer één, voor Nick Cave en Van Morrison. Die brachten dit jaar niks bijzonders uit, maar Mehldau wel: de filmmuziek bij ‘Mon Chien Stupide.’ Met prachtige uitvoeringen van ‘And I love her’ (jawel) en Paranoid Android. Overigens ook een hoop niemendalletjes, typisch filmmuziek. Dat is dus precies wat er verandert door Spotify. Op CD had ik het niet gekocht, maar nu heb ik alle nummers die boven de vier minuten klokten in mijn openbare playlist ‘So this is Jazz’ gezet. Daar glinsteren ze nu tussen 228 andere juweeltjes.

TaxiWars – Artificial Horizon

We moeten het hebben over TaxiWars. Uit België. Ergens in 2018 liep ik tegen hun tweede plaat aan, Fever. Die kwam uit 2016 en paste zodoende niet in het lijstje van vorig jaar. Anders had ie er zeker in gestaan. Dit jaar was daar opeens de derde plaat, ‘Artificial Horizon’, en die is zo mogelijk nog beter. TaxiWars is namelijk de ontbrekende schakel tussen jazz en rock. Alleen is het geen fossiel, maar een afstammeling. Dit is muziek die volledig op zichzelf staat, een eigen genre vormt, en toch nooit had kunnen bestaan zonder de voorouders. Dit is de hoop dat de mens nog steeds evolueert en zich kan verbeteren. Dit is de nieuwste incarnatie van Tom Barman, ooit van dEUS. Dit is de beste plaat van 2019. Follow that car.

Mark Hollis en de stilte van Talk Talk; een perfect drieluik

Leestijd: 5 minuten
Ed Oomes, 12 maart 2019

“Before you play two notes, learn how to play one note. And don’t play one note unless you’ve got a reason to play it.”

Mark Hollis (4 January 1955 – 25 February 2019)

Happiness is Easy

Talk Talk. Dat is zo’n bandje waar ik vroeger niet zo veel van vond. ‘Such a Shame’ is natuurlijk een wereldhit die iedereen kent, net als ‘Life’s what you make it’ en ‘Living in another world’. Niet goed genoeg om te kopen en thuis zelf te draaien, zo vond ik, maar toch ook wel weer zo aangenaam dat je mee gaat hummen als het op de radio voorbijkomt.

Dat veranderde een beetje bij ‘Happiness is Easy.’ Daar vielen de interessante ritmes mij voor het eerst op, met een elegante invulling van diverse instrumenten die individueel maar toch samen het nummer opbouwen. Alsof ze elkaar daar per toeval voor het eerst troffen.

Het is rustige muziek, met tijd en ruimte om het geheel te voelen, te ervaren. Je hoort een akoestische bas, een echte piano, zo’n gitaartje als in ‘I scare Myself’ van Thomas Dolby. En natuurlijk het kinderkoor, dat in georganiseerde chaos het refrein zingt. Geweldig nummer, staat op mijn lijstje van de 1000 beste popsongs aller tijden. Een lijst die niet zozeer lang is als wel heel breed, zodat mijn topperts allemaal voorin kunnen zitten. Iedereen is de beste in De Lijst van Ed.

Hapiness is Easy

Goed. Daarna is het heel lang heel stil tussen Talk Talk en mij. Eigenlijk tot eind februari van dit jaar. Toen werd bekend dat Mark Hollis, de zanger, op 64-jarige leeftijd was overleden. Uitgetalkt.

Gek genoeg wilde ik er meer van weten. Ik was weliswaar geen fan van het eerste uur, maar toch intrigeerde mij iets met terugwerkende kracht in die band. Dus dook ik in hun discografie. Daar ontdekte ik twee pareltjes die al sinds 1988 op mijn ontdekking lagen te wachten: The Spirit of Eden en Laughing Stock. Wat een prachtige platen. Minstens net zo mooi is het soloalbum van Mark Hollis, dat zeven jaar later onder zijn eigen naam uitkwam. Een uniek muzikaal drieluik dat eigenlijk op geen enkele manier aan één van hun grote pophits doet denken. Op ‘Happines is Easy’ misschien na dan.

Spirit of Eden

Spirit of Eden kent slechts zes nummers, die variëren in lengte tussen vijf en negen minuten. Lange stukken dus, die al een kleine indicatie geven dat Talk Talk hier geen standaard popmuziek aan het maken is. Integendeel, het is sferische improvisatie, verstild doch lyrisch en verdomd als het niet waar is, tijdloos. Met elementen van jazz, folk, pop en experimental. Nog steeds herkenbaar als Talk Talk, door die melancholieke stem van Mark Hollis, maar anders, heel anders. Dit zei Hollis er zelf van in 1998.

“Spirit of Eden”, I kind of think that was very much like, in a way where all those earlier albums were trying to get to. And then having got there, I then think the important thing is that, y’know, you either, you either just stop making records at that point because you’ve kind of reached what you were trying to get, or from that point, you seriously redress, y’know, these other areas that you, that you go for.”

Hun platenmaatschappij, EMI, was woest. Razend. Er stond geen enkele hit op, geen één nummer dat op de radio kon. Niets om geld mee te verdienen. Tot overmaat van ramp weigerde de band nog te gaan toeren ook. “Dit is muziek om naar te luisteren”, zo zei men in Talk Talk, “niet om live uit te voeren. Dat doen we dus ook niet”. De plaat werd de hemel in geprezen door de pers, maar de verkoop bereikte slechts een fractie van voorganger ‘The Colour of Spring’. Die verkocht meer dan twee miljoen exemplaren.

Er volgde een grimmige rechtszaak die er uiteindelijk toe leidde dat de band op straat werd gegooid. Als de gans geen gouden eieren meer legt, kan ie helemaal oprotten ook. Weg ermee. Bij het jazzlabel Verve echter vond men die nieuwe richting helemaal geen probleem, juist een aanbeveling. Zodoende verscheen daar in 1991 het nieuwe album Laughing Stock, dat ingetogen doorging op de weg die met Spirit of Eden was ingeslagen.

Laughing Stock

Ook Laughing Stock kent slechts zes nummers. En weer staat de stilte van Talk Talk voorop. Hollis vond dat geen geluid in muziek namelijk net zo belangrijk is als wel geluid. “Before you play two notes, learn how to play one note. And don’t play one note unless you’ve got a reason to play it.” Myrrhman, het eerste nummer, bevat dan ook niet zo veel ‘notes’ en doet zelfs als klassieke muziek aan.

After the Flood

“You take like the first track on that album, ah, ‘Myrrhman’, and it was kind of like Ok, Let’s, let’s write a track here where no part of it ever gets repeated.  Y’know, it’s just totally a movement like this (points hands moving forward in a straight line), rather than any recognisable song form.”

Die verstilling wordt op het volgende nummer, ‘Ascension Day, weer helemaal losgelaten. Daar klinkt Talk Talk bij vlagen als een punkband on dope, al was het maar omdat ze die song abrupt beëindigen. Ik dacht eerst nog dat ik een gecorrumpeerd exemplaar had, maar nee, het hoorde gewoon zo.

Het volgende nummer, ‘After the Flood’, is mijn favoriet van dit album. Het tikt af op bijna negen en een halve minuut en door de stug door kloppende drums voelt dit als het eerste post-rock nummer aller tijden. Later zouden bands als Radiohead en Mogwai zeggen dat ze hun muzikale mosterd hier bij Hollis hadden gehaald. Ook Grandaddy vertelde iedereen dat Talk Talk hun favoriete band was en nam ter ere van hun een nummer op met de titel ‘Laughing Stock’.

Qua verkoopcijfers verging het Laughing Stock nog slechter als zijn voorganger en de band hield het hierna voor gezien. Muziek maken is mooi, maar je moet er wel wat te drinken bij hebben. Dat Laughing Stock niet zo heel populair is bij de platenmaatschappijen kun je overigens ook afleiden uit het feit dat het niet via Itunes of Apple Music verkrijgbaar is. Wel via Spotify. Hij is daarnaast nog als LP te bestellen voor 41,95 bij Bol. En hij staat ook op Youtube. Daar zou ik lekker beginnen.

Mark Hollis.

Zeven jaar bleef het stil rondom Mark Hollis en toen was daar opeens zijn solodebuut: Mark Hollis. Die maakte af waar zijn twee voorgangers aan begonnen waren: het creëren van het perfecte drieluik. Met wederom veel stilte. Het eerste nummer, The Colour of Spring, begint zelfs met 20 seconden niets. De resterende nummers zijn heel organisch opgenomen, volledig akoestisch met veel elementen van jazzmuziek en zelfs vleugjes klassiek. Maar ook de trommels roeren zich, zoals in The Gift, mijn favoriete nummer van dit album. Het is een tijdloze plaat en dat was precies wat Hollis in gedachten had.

The Gift

“The ideal is that the album won’t be recognisable as having come from any time, having been recorded in any particular year.  And the fact you’re working with acoustics, helps, means, you can’t date.”

Na deze soloplaat trok Hollis zich terug uit de muziekwereld, om op een paar kleine rariteitjes na nooit meer iets van zich te laten horen. Maar dat was ook niet nodig: het drieluik was af, er hoefde niks meer bij. Het is muziek voor eeuwig. Geen enkele reden om nog een noot te spelen.

Meer muziek lezen? Check Boek & Plaat.

Andrew Duhon – False River. Muziekrecensie

Leestijd: 3 minuten

Vanaf welke leeftijd luistert een mens actief naar muziek? Dat je weet wat je hoort, wie er speelt en je zou kunnen spreken van een eerste favoriet, dat je ergens fan van bent. En dan niet bepaald door wat de meest populaire klasgenoten leuk vonden, want dat ging namelijk niet om de muziek maar om wat anders, groepsdynamica.

Daardoor kan ik (gelukkig wel) The Rubettes en ABBA van mijn lijstje schrappen. Wat dan overblijft als mijn eerste favoriet is denk ik Deep Purple. Buurjongen Theo had er een LP van, Deep Purple in Rock, en die mocht ik lenen om op te nemen. Op een cassettebandje, zo’n bruin met oranje BASF-ding, ja ja.

Van Morrison heeft eigenlijk nooit op mijn lijstje gestaan, of eigenlijk niet dat ik wist, terwijl het wel tijdgenoten zijn. Zo dacht ik bijvoorbeeld lange tijd dat Brown Eyed Girl van The Rolling Stones was. Pas bij de CD ‘What’s wrong with this Picture’ raakte ik geïnteresseerd in Van the Man en zijn soulvolle stem. En nog steeds maakt hij fijne platen, zoals ‘Roll with the Punches’ uit 2017 en onlangs nog ‘You’re driving me Crazy.’ Dat is hoe de oude Van Morrison nu klinkt.

Als je wilt weten hoe de nieuwe Van Morrison nu zou klinken, moet je vooral eens gaan luisteren naar False River van Andrew Duhon. Al vanaf de eerste zinnen in het openingsnummer ‘Comin Around’ hoor je dezelfde soul die in de zang van Van Morrison zit. Het doet trouwens ook wel een beetje denken aan Foy Vance, nog zo’n zanger die een geloofwaardige emotie in zijn stem weet te leggen. Luister maar eens naar ‘Make it Rain’. Prachtig.

Op False River staat muziek waar je op weg zweeft, naar oorden ver van hier rondom de Mississippi Delta. Ook niet zo gek, als je weet dat Duhon uit New Orleans komt en de Delta blues de primaire inspiratie was voor deze plaat. Hij mixt verder wat soul en jazz door die blues en noemt zich desondanks een singer songwriter. Ik vind het prima, als het maar lekker klinkt. En dat doet het, het zijn stuk voor stuk geweldige nummers, opgebouwd rondom die steeds weer bijzondere stem van Duhon.

Grofweg verdeelt Duhon zijn teksten over twee onderwerpen: verbroken relaties en zijn omgeving. Die laatste categorie liedjes heeft net iets mijn voorkeur, zoals ‘Street Fair’ en ‘Mississipi be my guide,’ omdat hij daarin elementen van blues en jazz verwerkt die die liedjes net iets spannender maken.

Dat lijkt bij nadere beschouwing niet zo vreemd als het lijkt. Duhon vertelt dat veel van de songs op False River zijn ontstaan samen met de band.

“These new songs came along not just as solo compositions the way I had written in the past, but I allowed what the trio was doing to start musically pushing and musically informing me to write more thoughtful music, basically. Before this record I would have told you the lyrics come first, but in playing with these guys the music came about first that put me in a space the lyrics had to fit into more rigidly. So some of this stuff was a learning curve in trying to write songs that way.”

andrew duhon

Een andere inspiratiebron voor deze muziek was het essay ‘self-reliance’ van Ralph Waldo Emerson uit 1841. Een Amerikaanse klassieker, met quotes als: “To believe your own thought, to believe that what is true for you in your private heart is true for all men, —that is genius” en “Trust thyself: every heart vibrates to that iron string.” De teksten van False River klinken met deze wetenschap dan toch weer net even anders. Niet dat het heel veel uitmaakt. False River is gewoon een prachtig album, gezongen door een man met een geweldige stem die je ook gelooft als je hem niet verstaat.

Sam Baker – Land of Doubt

Leestijd: 3 minuten

stars and crosses

crosses and stars

we meet at the border 

with its beauty and its scars

the sunken city rises in this land of drought

the border is restless in this land of doubt

Er was een tijd dat ik nieuwe CD’s als eerste wilde hebben, eerder dan de recensies in Oor. Bijna elke vrijdagmiddag stond ik in Get Records in de Utrechtse Straat plaatjes te luisteren. Als ik binnenkwam werd er al van afstand gewuifd en ik wist dat de muziek die vervolgens in de winkel gedraaid werd bedoeld was voor mij, als tip of als test.

In maart 2008, deze maand alweer tien jaar geleden, bleek dat Get het niet ging redden. Ik kwam er toen overigens al niet wekelijks meer, maar toch nog vaak genoeg om mijzelf een overvolle cd-kast te bezorgen. Tot groot leedvermaak van mijn nichtje, die elke keer weer keihard stond te lachen om mijn ouderwetse verzamelwoede. Foto’s van mijn kast werden gierend met haar vrienden gedeeld. Ome Ed was niet helemaal van deze tijd meer.

Streamen moet je, als je de ontwikkelingen bij wilt houden, maar dat doe ik niet. En zo loop je dus opeens ongemerkt achter het muziekfront aan en gaat er van alles aan je voorbij. Wat op zichzelf lekker rustig is, maar zo nu en dan loop je wel de echte pareltjes mis.

Zoals de nieuwe plaat van Sam Baker, Land of Doubt. Die verscheen al in juni 2017, maar ik ontdekte hem pas deze maand. En wat is het een prachtplaat, zeg. Al vanaf de eerste gitaartonen uit ‘Summerwind’ wordt je meegenomen naar een desolate woestijn. Je zit op de veranda van je ranch, tot aan de einder is er niets te zien, behalve een Joshua Tree. De zomerwind steekt op, het is wachten tot het regenen gaat, het geluid van blaffende honden in de verte.

the dogs are running hard tonight

black and silver in the wheat

they howl beneath a bent and slivered moon

Het is muziek die melancholiek maakt. Americana pur sang, met in sommige nummers de jazztrompet van Dan Mitchell er overheen, wat het dan opeens een cinematografisch gevoel geeft. Wie ooit dacht dat jazz en americana niet samenging, had het mis.

Land of Doubt is niet de eerste plaat van Sam Baker. Er verschenen al vier albums, waarvan er drie zijn gewijd aan de bomaanslag die hij overleefde in Peru. Daarbij verbrijzelde hij zijn linkerhand en liep hij een hersenbeschadiging op. Hij moest zichzelf opnieuw gitaar leren spelen en zingen. Het geeft zijn muziek iets onverzettelijks mee, het is het geluid van de overlever die niet berust in zijn lot maar ook wel weet dat sommige dingen toch zullen gebeuren.

but honey nothing tells the truth

like the lie

Ik kijk voor mij uit en zie in gedachten de deur van Get Records openzwaaien. Achterin de zaak staat Marcel, hij steekt zijn duim op en wijst naar een plaatje in zijn hand, een Summerwind steekt op en daar klinkt de stem van Sam Baker.

breathing hard like summer wind

waiting for the rains to come

waiting for these dreams to subside

I hear you are still the merchant

the dealer in spoken things

the one who dresses truth in colored lies

Station Nightclub Fire

Leestijd: 3 minuten

Op 20 februari 2003 begon Great White, een Amerikaanse glamrock band, hun concert in de Station Nightclub met het nummer Desert Moon. Net als in de clip hieronder werd er flink met vuur gestunt, te flink. Het podium vloog in brand en in een mum van tijd was de ruimte gevuld met dikke zwarte rook.

Honderd mensen kwamen om het leven, waaronder de gitarist van de band, Ty Longley. In dit combinatieblog vind je een korte omschrijving van de calamiteit, twee youtube filmpjes over de brand en een link naar het onderzoeksrapport van de NIST. Ter afsluiting nog een link naar ‘Face the Day’ met de lyrics. Een toepasselijker nummer dan Desert Moon.

Korte omschrijving incident Station Nightclub Fire

Datum 20 februari 2003
Locatie en type object

The Station Nightclub, Rhode Island, USA

Type incident Brand in een nachtclub ontstaan door vuurwerk
Bijzonderheden
  •  Op 20 februari 2003 zou rockband Great White een concert geven in The Station Nightclub.
  • De pyrotechniek veroorzaakte een brand in het akoestisch isolatiemateriaal dat overal was opgehangen. Het gebruikte buitenvuurwerk mocht niet binnen gebruikt worden.
  • In het begin dacht iedereen dat dat de brand bij de show hoorde, zie ook de foto’s. In 5,5 minuut was de hele ruimte gevuld met vette zwarte rook.
  • Behalve de buitengewone snelheid van brandontwikkeling door een combinatie met hoogst brandbaar materiaal op een podium en onachtzaam gebruik van vuur is ook het gedrag van mensen bij brand goed zichtbaar (zie youtube filmpje).
  • NIST heeft onderzoek gedaan naar de Station Nightclub Fire, een computersimulatie gemaakt en een rapport opgeleverd. Op pagina 12 staan aanbevelingen om nachtclubs veiliger te maken.
  • Uiteindelijk kwamen 100 mensen om en raakten er 230 gewond. Ongeveer 130 mensen kwamen er zonder fysieke klachten vanaf, maar een groot aantal onder hen ontwikkelde PTST.
  • Er zijn jarenlange rechtszaken gevoerd tegen zowel het management van de band als de Nightclub. Uiteindelijk is er voor ongeveer 115 miljoen dollar geschikt.

Foto & Film

Plattegrond van de Station Nightclub Fire

Meer informatie

Rapport NIST

Face the Day

Face the Day is een nummer van Great White (cover van The Angels), die zou optreden in de Station Nightclub

I don’t wanna face the day, the day, today
I don’t wanna face the day, the day, today
Long night leaves me stranded
Black visions, danger signs
No love, need protection
Feels like I’m on production line
Daggers of dawn, cold hearted-day
Why does it have to be morning?
Cover my head, stayin’ in bed
Too late, the luckless warning
I don’t wanna face the day, the day, today
I don’t wanna face the day, the day, today
Outside, screaming city
Red lights and hungry eyes
Sucks like a space invader
The vacuum of its lies
Stealing my strength, stealing my time
It’s raining in a world of traders
I don’t wanna face the day
I don’t wanna face the day
Let me keep on sleeping
Forget that I’m alone
One day of faceless living
Is 24 hours too long!
I don’t wanna face the day
I don’t wanna face the day
I don’t wanna face the day, the day, today
I don’t wanna face the day, the day, today
Give the night, it’s more forgiving
Hold back the light from my eyes
Please stay invisible darkness
Can’t see the tears I cry
I know it’s coming loaded with nothing
Trapped in a tunnel of time
I don’t wanna face the day

Dit blog is onderdeel van the Museum of Accidents. Laatste update is van 23 augustus 2020

© 2021 Rizoomes

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑