Wanderings in crisis

Tag: Pop Rock (Pagina 1 van 2)

De Top 21 van 2021

Leestijd: 6 minuten

December, tijd van verlanglijstjes en jaarlijstjes. De eerste gaan over wat hopelijk nog komt, de laatste over wat zeker is gekomen. En daar dan weer de beste van: de Top 21 van 2021.

De oogst van 2021 volgens Spotify. Bij de topnummers staat All them Witches op 1 en 5, Tragically Hip op 2 en 3 en Siouxie met haar Banshees op 4.

Inmiddels is dit het vierde jaar op rij dat Rizoomes een jaarlijstje publiceert. Met geen enkele andere reden dan dat het kan, beste lezers. Lekker verkneukelen om je eigen muzieksmaak. Hoe graag had ik vroeger niet in Oor’s grote kerstnummer gestaan met mijn persoonlijke lijstje en nu doe ik het gewoon helemaal zelf. Op mijn eigen muziekblog. Ik bedoel maar, soms komt je verlanglijst en je jaarlijst gewoon bij elkaar. Dus voor iedereen die nog graag wat wil maar niet goed weet hoe, zeg ik: gewoon beginnen en vooral doorgaan.

Valt er nog iets op aan de Top 21 van 2021? Ja, er staan vrij veel oude bekenden in met een lange staat van dienst. Weinig jazz, zeker vergeleken met 2018 en 2019. Twee bijdragen van eigen bodem. Overall, zo zou ik zeggen, een prima lijst voor in de auto. Toertochtje zonder plankgas, slechts een paar keer een beetje oppassen met die rechtervoet. Maar dat merk je vanzelf, als je op je controlelampjes let. En dat doen we, altijd. Toch?

Ook nieuw dit jaar: de combinatie met ultrakorte verhalen (UKV). Elk liedje gaat op Twitter als UKV en komt daarna hier in de jaarlijst. Geen idee hoe dat uitpakt, maar dat ontdekken we vanzelf. Gewoon proberen maar. Enne, als de pagina nog niet vol is, is het nog geen 21-12. Het is Work in Progress before Work is Done.

De groslijst van 2021 bevat 95 nummers. Ze staan allemaal in deze lijst, inclusief de Top 21.

De Top 21 van 2021

21. MOAT – Gone by Noon

De gitaar van Marty Wilson Piper heeft een uniek, cinematografisch geluid. Dat weten we nog van zijn tijd uit The Church, met Under the Milkyway. Nu is hij terug met MOAT en klinkt ie wederom als een film, dit keer berustend in het lot van the final scene. Goodbye, Gone by Noon.

20. Evans McRae – Careful

Evans McRae klint als één persoon, maar het zijn er twee. Careful staat op hun eerste album en is veruit het beste nummer. Beetje Suzanne Vega, beetje Robert Cray gitaar en heel veel Tom McRae. Het lijkt trouwens ook heel erg op eh…zeg ik niet. Careful what you say, nietwaar?

19. Felice Brothers – Jazz on the Autobahn

The Felice Brothers blijken elke keer weer in staat om de grenzen van de Americana verder op te rekken. Zo ook met Jazz on the Autobahn, waarin een vluchtende sheriff met zijn minnares een discussie krijgt of de apocalypse klinkt als Jazz on the Autobahn. They agreed to disagree.

18. Eric Stracener – Horn Island Blues

Eric Stracener is singer songwriter van de Mississippi. Daarin ligt Horn Island en Eric schreef er een prachtige blues over. Je hoort de machtige landschappen op de achtergrond voorbij glijden terwijl de nostalgie zich aan je opdringt. Of zou het heimwee zijn? Come home soon.

17. Dinosaur Jr – I Ran Away

Het zou ondertussen tijd worden dat de heren van Dinosaur Jr hun naam aanpassen in Sr. Vanaf de jaren 90 volg ik Mascis, Barlow & kornuiten al, waarbij het niet altijd duidelijk was of de dino nog wel bestond. Maar ze zijn weer helemaal terug, met I Ran Away. And came back again.

16. Lars Danielson – Desert of Catanga

Sinds 2012 knalt de Zweedse bassist Lars Danielson er af en toe een plaat uit onder de naam Liberetto. Prachtige muziek op de grens van jazz, folk, rock en klassiek. Jawel, dat kan. In 2021 kwam de vierde uit, Cloudland, met daarop Desert of Catanga. Lyriek ten top op nummer 16, dat in sommige passages deed denken aan Frame by Frame van King Crimson. En dan heb je een streepje voor.

https://www.youtube.com/watch?v=gjj6f5G_T6k

15. Michiel Borstlap – Coming Home

Michiel Borstlap is de enige artiest die vorig jaar ook in de Rizoomes eindlijst stond. Toen met Ringo, dit jaar met Coming Home. En wat een emotie weet Borstlap op te wekken met zo weinig muziek. Ik reserveer vast een plekje voor volgend jaar, hier kan je niet genoeg van krijgen.

14. God is an Astronaut – Ghost Tapes #10

Sinds 2002 manifesteert het Ierse God is an Astronaut zich aan het post-rock front. Dit jaar kwamen ze met hun achtste en beste album tot nu toe. Het is inventieve muziek, soms bijna jazz-rock, maar eerder metal. Rizoomes kon niet kiezen en dus staat het hele album in de Top 2021.

13. Black Pistol Fire – Look Alive

De bluesrockers van Black Pistol Fire hebben in Look Alive een lekkere oude bak op de kop getikt. Psycho 69 heet het ding en wat doe je er mee? Juist, een stukje rijden. En hard. Dat is precies waar dit nummer over gaat: loud music for cars. Tonight we gonna ride, how far will you go?

12. Cass Mccombs – Root, hog or die

Root, hog or die is een Amerikaanse uitdrukking van rond 1800. Het betekent zoveel als dat je voor jezelf moet zorgen, omdat niemand anders het voor je doet. Dat is dan ook waar Cass Mccombs hier over zingt, de donkere kant van het kapitalisme. Maar dat doet ie dan weer wel heel mooi.

11. Hiss Golden Messenger – Mighty Dollar

Let me tell you all about it

The poor man loses and the rich man wins

Chasing down that mighty dollar

Ook Hiss Golden Messenger bezingt de uitwassen van het kapitalisme in zo’n typische Americana protestsong. Ik zeg: Dylan’s opvolger staat klaar. Let me tell you all about it.

10. Karate – Operation: Sand

Rond de eeuwwisseling was Karate één van mijn favoriete bands. Helaas stopten ze er mee vanwege gehoorproblemen van de zanger. Dit jaar verscheen hun werk alsnog op Spotify, waaronder een reissue van Operation: Sand, afgestempeld op 2021. Die kon dus mooi nog ff mee in de Top 21.

9. Spoon – The Hardest Cut

De hardest cut komt niet van een mes, maar van een lepel. De mannen van Spoon timmeren inmiddels al weer zo’n 25 jaar aan hun oeuvre en zijn verschoven van post punkige grunge naar een soort bluesy rock. Deze single is de eerste van het album dat in 2022 verschijnt. Dus wie weet?

8. Eels – Steam Engine

Het is niet vaak dat Mr. E. met een groovy bluestrack een nieuw album aankondigt. Dit jaar wel. Steam Engine rollt lekker down de tracks. Er is niets vernieuwends aan, maar wat klinkt het lekker. Ook in de Jeep, kan ik u verklappen, doch wel met de raampjes dicht, het is winter.

7. Fink – Warm Shadow

Wat is dat toch met die Fink? Hij laveert al twintig jaar van retespannend naar beresaai en weer terug. Bijna had ik hem opgegeven, maar nu is daar een remake van oude nummers. Een soort van better best of. Warm shadow sluipt minutenlang in het rond en gaat dan liggen. Spannend.

6. Stranglers – And if you should see Dave

David Greenfield zat z’n hele leven achter het orgeltje van The Stranglers. Luister nog eens naar No More Heroes en hoor hem op die toetsen rammen. Maar dat is afgelopen, Dave kreeg Covid en overleefde dat niet. And if you should see Dave, it would be nice to say hello. From me.

5. The Blue Stones – Spirit

Hoeveel Black Keys clones kan een mens in zijn jaarlijstje zetten? Best veel, blijkt met deze numero vijf uit de Top 21. Spirit had zo op een plaat van dat olijke duo kunnen staan, maar prijkt in het echt op het tweede album van The Blue Stones. Aanraders, allebei uitchecken dus.

4. The Black Keys – Crawling Kingsnake

Delta Kream is een eerbetoon aan de delta blues. De zwarte sleuteltjes verzamelden een setje fijne nummers van hun helden en knalden die op de beste plaat van 2021. En Crawling Kingsnake van John Lee Hooker is daar dan weer het beste nummer van. Boom Boom Boom, weet je wel. Gaan!

3. Claw Boys Claw – Victory Roll

Jeetje, The Claw Boys Claw. Ik zie me nog staan bij hun optredens in Tivoli toen ik studeerde. Inmiddels is Peter te Bos de 70 gepasseerd en nog steeds maakt hij van die energieke muziek met zijn posse. Misschien zingt hij op Victory Roll wel beter dan ooit. Old rockers never die

2. Dans Dans – Cinder Bay

Cinder Bay van Dans Dans. Weer zo’n bandje dat alleen maar bij onze Zuiderburen vandaan kan komen. Waar anders is het surrealisme zo groot geworden, waar anders smurfen ze jazz, rock, electro, psychedelica, blues, surf en what else in een potje dat smaakt naar meer. Op 2 van 21.

1. Steve Earle – Saint of Lost Causes

Justin Townes Earle is de zoon van Steve Earle. Was, helaas. De Americana verloor daarmee één van zijn allergrootste talenten. Daarom nam zijn vader een tribute op met de mooiste muziek van zijn zoon. Het kon dan ook niet anders dan dat The Saint of Lost Causes op nummer 1 kwam.

UKV december 2021

Leestijd: 9 minuten

Op deze pagina UKV december 2021 staat de muziek centraal. Vanaf 1 december staat er dagelijks een verhaaltje over de beste 21 nummers uit 2021. We sluiten het jaar en de UKV dus swingend af.

In januari 2021 ben ik begonnen met de UKV. Elke dag een verhaaltje van 280 tekens, gebaseerd op een ervaring, een overdenking of iets wat ik ergens las. Een dagboek van oude en nieuwe (verzonnen) herinneringen. Of liedjes, dus. Van nummer 21 naar één.

Die UKV plaats ik op twitter, als een vorm van twitteratuur. Soms past het niet in één tweet, dan maak ik een klein draadje. Op deze pagina vind je alle ultrakorte verhalen van december 2021. Helemaal onderaan staan de linkjes naar de UKV uit andere maanden.

Eerste tien UKV december 2021

21. MOAT – Gone by Noon

De gitaar van Marty Wilson Piper heeft een uniek, cinematografisch geluid. Dat weten we nog van zijn tijd uit The Church, met Under the Milkyway. Nu is hij terug met MOAT en klinkt ie wederom als een film, dit keer berustend in het lot van the final scene. Goodbye, Gone by Noon.

20. Careful – Evans McRae

Evans McRae klint als één persoon, maar het zijn er twee. Careful staat op hun eerste album en is veruit het beste nummer. Beetje Suzanne Vega, beetje Robert Cray gitaar en heel veel Tom McRae. Het lijkt trouwens ook heel erg op eh…zeg ik niet. Careful what you say, nietwaar?

19. Felice Brothers – Jazz on the Autobahn

The Felice Brothers blijken elke keer weer in staat om de grenzen van de Americana verder op te rekken. Zo ook met Jazz on the Autobahn, waarin een vluchtende sheriff met zijn minnares een discussie krijgt of de apocalypse klinkt als Jazz on the Autobahn. They agreed to disagree.

18. Eric Stracener – Horn Island Blues

Eric Stracener is singer songwriter van de Mississippi. Daarin ligt Horn Island en Eric schreef er een prachtige blues over. Je hoort de machtige landschappen op de achtergrond voorbij glijden terwijl de nostalgie zich aan je opdringt. Of zou het heimwee zijn? Come home soon.

17. Dinosaur Jr – I Ran Away

Het zou ondertussen tijd worden dat de heren van Dinosaur Jr hun naam aanpassen in Sr. Vanaf de jaren 90 volg ik Mascis, Barlow & kornuiten al, waarbij het niet altijd duidelijk was of de dino nog wel bestond. Maar ze zijn weer helemaal terug, met I Ran Away. And came back again.

16. Lard Danielson – Desert of Catanga

Sinds 2012 knalt de Zweedse bassist Lars Danielson er af en toe een plaat uit onder de naam Liberetto. Prachtige muziek op de grens van jazz, folk, rock en klassiek. Jawel, dat kan. In 2021 kwam de vierde uit, Cloudland, met daarop Desert of Catanga. Lyriek ten top op nummer 16.

15. Michiel Borstlap – Coming Home

Michiel Borstlap is de enige artiest die vorig jaar ook in de Rizoomes eindlijst stond. Toen met Ringo, dit jaar met Coming Home. En wat een emotie weet Borstlap op te wekken met zo weinig muziek. Ik reserveer vast een plekje voor volgend jaar, hier kan je niet genoeg van krijgen.

14. God is an Astronaut – Ghost Tapes #10

Sinds 2002 manifesteert het Ierse God is an Astronaut zich aan het post-rock front. Dit jaar kwamen ze met hun achtste en beste album tot nu toe. Het is inventieve muziek, soms bijna jazz-rock, maar eerder metal. Rizoomes kon niet kiezen en dus staat het hele album in de Top 2021.

13. Black Pistol Fire – Look Alive

De bluesrockers van Black Pistol Fire hebben in Look Alive een lekkere oude bak op de kop getikt. Psycho 69 heet het ding en wat doe je er mee? Juist, een stukje rijden. Dat is precies waar dit nummer over gaat: loud music for cars. Tonight we gonna ride, how far will you go?

12. Cass Mccombs – Root, hog or die

Root, hog or die is een Amerikaanse uitdrukking van rond 1800. Het betekent zoveel als dat je voor jezelf moet zorgen, omdat niemand anders het voor je doet. Dat is dan ook waar Cass Mccombs hier over zingt, de donkere kant van het kapitalisme. Maar dat doet ie wel heel mooi.

11. Hiss Golden Messenger – Mighty Dollar

Let me tell you all about it

The poor man loses and the rich man wins

Chasing down that mighty dollar

Ook Hiss Golden Messenger bezingt de uitwassen van het kapitalisme in zo’n typische Americana protestsong. Ik zeg: Dylan’s opvolger staat klaar. Let me tell you all about it.

Nog eens elf UKV december 2021

10. Karate – Operation: Sand

Rond de eeuwwisseling was Karate één van mijn favoriete bands. Helaas stopten ze er mee vanwege gehoorproblemen van de zanger. Dit jaar verscheen hun werk alsnog op Spotify, waaronder een reissue van Operation: Sand, afgestempeld op 2021. Die kon dus mooi nog ff mee in de Top 21.

9. Spoon – The Hardest Cut

De hardest cut komt niet van een mes, maar van een lepel. De mannen van Spoon timmeren inmiddels al weer zo’n 25 jaar aan hun oeuvre en zijn verschoven van post punkige grunge naar een soort bluesy rock. Deze single is de eerste van het album dat in 2022 verschijnt. Dus wie weet?

8. Eels – Steam Engine

Het is niet vaak dat Mr. E. met een groovy bluestrack een nieuw album aankondigt. Dit jaar wel. Steam Engine rollt lekker down de tracks. Er is niets vernieuwends aan, maar wat klinkt het lekker. Ook in de Jeep, kan ik u verklappen, doch wel met de raampjes dicht, het is winter.

7. Fink – Warm Shadow

Wat is dat toch met die Fink? Hij laveert al twintig jaar van retespannend naar beresaai en weer terug. Bijna had ik hem opgegeven, maar nu is daar een remake van oude nummers. Een soort van better best of. Warm shadow sluipt minutenlang in het rond en gaat dan liggen. Spannend.

6. Stranglers – And if you should see Dave

David Greenfield zat z’n hele leven achter het orgeltje van The Stranglers. Luister nog eens naar No More Heroes en hoor hem op die toetsen rammen. Maar dat is afgelopen, Dave kreeg Covid en overleefde dat niet. And if you should see Dave, it would be nice to say hello. From me.

5. The Blue Stones – Spirit

Hoeveel Black Keys clones kan een mens in zijn jaarlijstje zetten? Best veel, blijkt met deze numero vijf uit de Top 21. Spirit had zo op een plaat van dat olijke duo kunnen staan, maar prijkt in het echt op het tweede album van The Blue Stones. Aanraders, allebei uitchecken dus.

4. The Black Keys – Crawling Kingsnake

Delta Kream is een eerbetoon aan de delta blues. De zwarte sleuteltjes verzamelden een setje fijne nummers van hun helden en knalden die op de beste plaat van 2021. En Crawling Kingsnake van John Lee Hooker is daar dan weer het beste nummer van. Boom Boom Boom, weet je wel. Gaan!

3. Claw Boys Claw – Victory Roll

Jeetje, The Claw Boys Claw. Ik zie me nog staan bij hun optredens in Tivoli toen ik studeerde. Inmiddels is Peter te Bos de 70 gepasseerd en nog steeds maakt hij van die energieke muziek met zijn posse. Misschien zingt hij op Victory Roll wel beter dan ooit. Old rockers never die

2. Dans Dans – Cinder Bay

Cinder Bay van Dans Dans. Weer zo’n bandje dat alleen maar bij onze Zuiderburen vandaan kan komen. Waar anders is het surrealisme zo groot geworden, waar anders smurfen ze jazz, rock, electro, psychedelica, blues, surf en what else in een potje dat smaakt naar meer. Op 2 van 21.

1. Steve Earle – Saint of Lost Causes

Justin Townes Earle is de zoon van Steve Earle. Was, helaas. De Americana verloor daarmee één van zijn allergrootste talenten. Daarom nam zijn vader een tribute op met de mooiste muziek van zijn zoon. Het kon dan ook niet anders dan dat The Saint of Lost Causes op nummer 1 kwam.

Laatste tien UKV december 2021

Hemel

Van Asterix is mij altijd bijgebleven dat de Galliërs bang waren dat de hemel op hun hoofd zou vallen. Ik kon mij daar weinig bij voorstellen, maar vond het wel zorgwekkend. Laatst zag ik een stuk hemel op de grond liggen. Ik liep er maar met een boog omheen, in de hoop dat de rest bleef hangen.

Boeddha

Op zekere dag prijkte er een bruinige vlek op het plafond. In eerste instantie leek het op een lekkage, maar bij nadere beschouwing zagen we duidelijk dat Boeddha aan ons was verschenen. Het zou tijd worden ook, we hadden nu al lang genoeg gewacht op een beetje verlichting.

Vergeten groenten

Lange tijd dacht hij dat vergeten groenten niet bestonden. Als iets vergeten is, is het weg. Wat je niet weet, bestaat niet. Sinds kort wist hij dat zulks toch niet klopte, toen hij alle groenten in een pannetje had gestopt en niet meer wist wat hij ging maken. Vergeten.

Kerstman

Sinds The Santa Clause weet je dat je voorzichtig moet zijn met het aantrekken van kerstmangarderobe. Voor je het weet groeit er een baard en buikje en kijk je twee dagen lang naar acht rendierkonten in een slee vol kadootjes. Voorzichtig zette ik de muts op. Het viel mee.

Hobbel

De oude Romeinen hebben er echt van alles aan gedaan om de kerstdagen te voorkomen. Het is ze niet gelukt. Om die hobbel te verzachten stuurden ze ons dan maar de Stoa. Wat in de weg staat is de weg, zei Marcus Aurelius, boodschapper uit het verleden. The obstacle is the way

Loensen

Het meisje met de parel heb je nooit voor jezelf alleen. Altijd krioelen er toeristen tussen jou en haar. Ergens in 2018 schoot ik snel een paar foto’s toen het rijtje even kort was. Wat ik toen zag verbaasde me: het meisje met de parel loenst. Vast scheel van alle toeristen.

Liefde

Jan Toorop schilderde in 1917 Liefde in wanhoopstijden, ik zag het in het Singer Laren. De Eerste Wereldoorlog was in volle gang en raakte België als een moker. Het gebed tussen de verwoestingen is een krachtig beeld dat nog steeds raakt en ook in deze tijd toepasselijk is.

Loubriaan

Lou Loeber was een kunstenares die vrijwel haar hele leven in Blaricum woonde. Desondanks was ze een aanhanger van het socialisme. Hoewel ze volledig abstracte kunst elitair vond, werd ze wel beïnvloed door Mondriaan en stileerde haar werk met lijnen en opvallende kleuren.

Melancholie

Edward Hopper maakte in 1922 het New York Restaurant. Ik zag het op de tentoonstelling American Dream in het Drents Museum. Toen ik er met mijn neus bovenop stond begreep ik er nog minder van dan toen ik het op een plaatje zag: hoe kreeg ie toch die melancholie op dat doek?

Laatste

Dit is de laatste #UKV. Afgelopen jaar maakte ik er 365, elke dag één, ze staan allemaal op de website. Soms kijk ik ze terug en dan zie ik inderdaad een dagboek van oude en nieuwe herinneringen. Maar nu is het weer tijd voor iets anders. Gelukkig heb ik nog geen idee wat.

UKV uit andere maanden van 2021


The name is Hip, Tragically Hip

Leestijd: 4 minuten

The Tragically Hip is Canada’s nationale rocktrots. Hun status daar is vergelijkbaar met die van The Golden Earring hier in Nederland. Grappig genoeg zijn ze ooit ook begonnen als Earring coverband. Daarmee houdt de overeenkomst overigens niet op. Het zijn allebei bands met een unieke zanger en een energiek geluid die vroegtijdig moesten stoppen door ziekte in de gelederen. Het grote verschil is dat The Hip nogal aan mij voorbij was gegaan. Tot nu dan.

Begin november verscheen een remaster van Road Apples, één van de klassieke Tragically Hip albums. Origineel uit 1991 en nu opeens weer gloedjenieuw in 2021. Had je niet geweten dat er zoiets als de Tragically Hip in de nineties bestond, had het zomaar een bandje van nu kunnen zijn. In dat laatste geval had ik het zeker opgepikt, maar dertig jaar geleden niet, toen liet ik het lopen. Ik wist dat ze bestonden, maar luisterde er zelf nooit naar.

Niet hard genoeg, te country, te emo.

Hard Canadian is het ultieme fanbook van The Hip. Barstensvol weetjes. Bijvoorbeeld dat New Orleans is sinking het meest live gespeeld is, 778 keer. En dat er tot en met 2018 ruim 8,5 miljoen platen zijn verkocht.

Doch de tijden zijn veranderd en ik ook. Sterker nog, een jaar geleden propte Spotify opeens Bobcaygeon in mijn discover weekly en sinds die tijd was ik behoorlijk verslingerd aan het album waar dat nummer vanaf kwam, Phantom Power. Van daaruit ben ik ook de rest van The Hip gaan verkennen en inmiddels is het één van mijn favoriete bandjes .

Zo werd ik een fan van na het laatste uur. The Hip was namelijk al tragically ontmanteld in 2016, na het overlijden van frontman en boegbeeld Gord Downie. Ik heb dus geen enkele persoonlijke herinnering of voorstelling van de band. Het enige wat ik er van weet heb ik gelezen, niets ervan heb ik zelf meegemaakt.

Er staan gelukkig ook genoeg live opnamen van The Hip op YouTube. Zoals deze spetterende versie van Fully Completely.

Dat wil zeggen, de muziek heb ik natuurlijk wel beleefd. Als een gegeven op zichzelf, vanaf een stream. Op zeker moment overleeft namelijk elk album zijn schepper en krijgt het zijn eigen bestaansrecht. Wanneer dat precies is en of het ook echt lukt weet niemand vooraf, maar het is soms sneller dan je denkt. En bij sommigen gebeurt het nooit;  wie weet wat iedereen mooi vindt wordt luisterend rijk.

Dat laatste gaat natuurlijk ook op voor The Hip. Sterker nog, wie had voorspeld dat ze na hun eerste selftitled EP het ver zouden gaan schoppen had goudgeld verdiend. Die eerste plaat is namelijk best wel slecht; over de top, overacted, zeurderig zelfs. Ik vond het eigenlijk een raadsel waarom ze een tweede, volwaardig album mochten maken, maar waarschijnlijk hadden ze bij de platenmaatschappij wel door welke kwaliteit ze in huis hadden. Up to here, het is dan 1989, is een prima plaat. Ik zie dat maar even als hun debuut.

De 55 beste nummers van The Hip heb ik op deze Spotify Shortlist gezet.

En dan wordt het in rap tempo alsmaar beter. Road Apples is uit 1991 en sluit naadloos aan bij de alternative / grunge stroming die dan in opkomst is. Vooral in Nederland wordt dat album populair.

Dat geldt nog meer voor Fully Completely uit 1992, waar een paar stevige stukken op staan. Zoals het nummer Fully Completely zelf, dat bij vlagen aan Pearl Jam doet denken qua intensiteit en felheid. Sowieso heeft The Hip net als Pearl Jam dankzij de zanger een gezichtsbepalend geluid. Geen Pearl Jam zonder Eddie Vedder, geen Tragically Hip zonder Gord Downie.

Dat gezegd hebbend: beide zangers klinken wel  volledig anders. Waar Vedder een warm geluid heeft en soms bijna tegen de Americana aanschurkt, net een tel achter de maat, klinkt Downie vaak gejaagd en rent ie voor de muziek uit. Hij trekt de boel als het ware naar voren: hierheen!

Wat beide bands ook gelijk hebben: twee gitaristen die elkaar structureel aanvullen en spannende lijnen wegzetten. Nooit echt hardrock, wel stevig, zoals je kan zien in de clip van Fully Completely hierboven.

De beste plaat van The Hip komt uit in 1998: Phantom Power. Er staat geen slecht nummer op. Wel twee uitschieters: Bobcaygeon en Escape is at hand. Bobcaygeon is zo’n beetje het nieuwe Canadese Volkslied en Escape is een melancholisch liedje over een ontmoeting tussen Downie en de zanger van een band, Material Issue, die in 1996 dood werd aangetroffen in zijn garage. Het nummer werd een publiekslieveling tijdens live concerten.

Na Phantom Power verschenen nog 7 andere albums. Ook allemaal fijne platen, behalve ‘We are the same’ uit 2009. Die werd geproduceerd door Bob Rock en opeens klinken ze naar dichtgesmeerde stadionacts zoals The Counting Crows en Coldplay. Met van die koortjes overal. Gewoon overslaan dus.

De rest kun je met een gerust hart opzetten. Elke plaat klinkt vertrouwenwekkend Hip, met een mix van up-tempo rockers en melancholische liedjes. Vooral die laatste voelen dankzij de stem van Downie soms als kleine audiofilms; verhalen die zo beeldend zijn bezongen dat je de scene haast voor je ziet. Het is muziek die zijn schepper overleeft heeft. Gelukkig maar.

Bobcaygeon is één van de grootste hits van The Tragically Hip en één van mijn favorieten.

In het Muziekblog staan nog meer recensies en verhalen over bands. Bijvoorbeeld over Stagger Lee, Talk Talk en Afro Blue.

Siouxie – Tinderbox

Leestijd: 4 minuten

Tinderbox werd gerealeased in 1986 en is het zevende studioalbum van Siouxie and the Banshees. Ik was er 35 jaar geleden al helemaal weg van en nog steeds vind ik het een topplaat. Genoeg reden om er weer eens wat aandacht aan te besteden. Inclusief een paar nieuwe ontdekkingen.

Siouxie was tijdens mijn studietijd al een fenomeen. Met haar grote zwarte haardos en donkere make-up zag ze er toen al uit zoals Inez Weski nu nog steeds rondloopt. Ik checkte het voor alle zekerheid nog even, maar de gothic strafpleitster is uit 1955. Siouxie is twee jaar jonger. We mogen dus niet uitsluiten dat Siouxie het van Inez heeft.

Voordat Tinderbox verscheen was ik trouwens niet eens een hele grote fan van Siouxie. Ik kende de muziek natuurlijk wel, maar vond het te kaal en klinisch klinken voor de grote galm van Siouxie. Die mocht naar mijn bescheiden mening wel een stevig moppie muziek als onderlegger hebben.

Nocturne bracht de eerste stappen in die richting. Op die live plaat uit 1983 klinken de Banshees als echte goth-rock, niet in het minst door het glinsterend gitaarspel van Robert Smith. Ja inderdaad, die van de Cure.

Tinderbox

Op Tinderbox kozen de Banshees ervoor om nog een stap verder te zetten. Dichterbij dan hardrock klonken ze op een studioplaat nooit en zouden ze ook nooit meer klinken. In die zin is Tinderbox een pareltje op eenzame hoogte, strak geproduceerd en ook via Spotify nog steeds van prima geluidskwaliteit.

Het album knalt er gelijk enthousiast op los met Candyman en Sweetest Chill. Up tempo nummers met opvallend aanwezige drumpartijen, een soepel glijdende bas en continu voortgierende gitaarlijnen. Bij The Banshees staan alle instrumenten ten dienste van het nummer. Solo’s zijn er niet, hooguit houdt Siouxie af en toe in en is de muziek even louter instrumenteel.

Het succes van Tinderbox begon met Cities in Dust als single, een grote hit die grappig genoeg eigenlijk niet eens voor het album bedoeld was. Bassist Steven Severin kwam tijdens de opnames onverwachts met een drumloop en een marimba op de proppen en in zes uur hadden ze het omgebouwd tot een volledige song. Op de alternatieve dansvloer was het nummer niet meer weg te denken en er verschenen diverse 12” en extended versies. Maar zo goed als het origineel waren die nooit.

Na Cities in Dust neemt Tinderbox twee nummers gas terug. Met Cannons en daarna Party’s Fall wordt het nog bijna gezellig ook. Daarna is het tijd voor de finale en volgt het meest intrigerende nummer van Tinderbox, 92 Degrees. Dat begint met een fragment uit een oude film, It came from outer space.

Did you know, Putnam, that more murders are committed at 92 Fahrenheit than any other temperature? I read an article once. Lower temperatures, people are easygoing. Over 92, it’s too hot to move. But just 92, people get irritable”

It came from outer space (1953)

Quetelet

Het artikel waar hier naar verwezen wordt is hoogstwaarschijnlijk afkomstig van Adolphe Quetelet, een Belgische wetenschapper uit het eind van de 19e eeuw die veel statistisch onderzoek verrichtte in het inmiddels vrijwel vergane domein van de sociale fysica.

Volgens Quetelet worden mensen agressiever tijdens hitte. Hij beschreef het als een thermische wet van de misdaad. Bij temperaturen van 33 graden celsius (92 Fahrenheit) ervaren mensen volgens Quetelet zoveel ongemak dat ze sneller onrust gaan stoken. We zijn benieuwd hoe de advocaat Inez Weski daar over denkt.

Overigens is mijnheer Quetelet bekender van zijn overgewicht index. Hij was namelijk ook de uitvinder van het BMI.

Shaky lines on the horizon
Snakey thoughts invade each person
Not 91 or 93, but 92 Fahrenheit degrees

Siouxie and the Banshees schreven met 92 Degrees een haast cinematografisch muziekstuk. Vanaf het begin voel je het desolate landschap met de verzengende hitte mee. Naarmate het nummer vordert wordt steeds duidelijker dat het er vandaag niet veel beter op zal worden. Het is bloedheet en dat zal het blijven ook.

Na aanvankelijke weerstand (Siouxie galmt als vanouds) slaat op 4 minuut 20 de lijdzaamheid toe. De gitaren snerpen niet meer en bewegen zich ritmisch richting de uitgang, voortgestuwd door de drums van Budgie die rustig doorbeukt als een oude houthakker. Na 6 minuten gaat 92 Degrees naadloos over in Lands End. Eindelijk rust en regen, “Take a walk with me down to the sea.”

John Valentine Carruthers

Wat maakt Tinderbox tot zo’n unieke plaat in het oeuvre van Siouxie? Na ettelijke keren afspelen ontdekte ik dat het wel de gitarist moest zijn. John Valentine Carruthers kwam in 1985 de gelederen van The Banshees versterken. Na Tinderbox deed hij ook nog mee op Through the Looking Glass, een prima cover album. Maar als je goed luistert hoor je dat zijn snerpende gitaarlijnen al helemaal op de achtergrond verdwenen waren.

Hier was ik me 35 jaar geleden overigens allemaal niet bewust van. Des te verrassender vond ik het dat Carruthers ook de gitarist was bij Clock DVA. Hun onvolprezen album Advantage is helaas onvindbaar op Spotify en mijn hardcopy heb ik in een vlaag van overdreven Kondoisme weggedaan, maar dan hebben we altijd Youtube nog. Luister eens naar Beautiful Losers en volg de gitaarlijntjes. Dan hoor je waar Tinderbox de mosterd vandaan haalde.

Al met al is Tinderbox een werkstuk dat na 35 jaar nog steeds staat als een huis. Wat mij betreft is het een klassieker en die moeten we niet vergeten.


Op deze pagina van Boek & Plaat vind je nog meer muziek recensies

Bill Callahan – Dream River

Leestijd: 5 minuten

Op Dream River lijkt het wel of Bill Callahan ons een dorp voorspiegelt, ergens in een rivierdelta vlak bij zee, waar op elk nummer een andere hoofdpersoon zijn verhaal vertelt. Stuk voor stuk intrigerend gezongen, met die kenmerkende bariton en scherpe teksten van hem. En als je eenmaal begint aan een bespreking van Dream River, ontkom je er niet aan ook ander mooi werk aan te stippen. Want die plaat staat niet op zichzelf. Een kleine cursus Callahan.

Is life a ride to ride

Or a story to shape and confide

Or chaos neatly denied

Ride my arrow

In mijn blog over de ontwikkeling van playlists schreef ik dat sommige platen zo goed zijn, dat ze een playlist op zichzelf zijn. Zoals Dream River. Tot nu toe is het slechts bij die stelling gebleven, tijd dus voor een bespreking van dit voor mij bijzondere album.

Het is een betrekkelijk korte plaat, uit 2013. Acht nummers die in 40 minuten voorbij glijden in een volkomen logische volgorde. Bij het maken ervan moet op enig moment iets bijzonders zijn gebeurd met Bill Callahan. In Small Plane zingt ie namelijk opeens dat ie een gelukkig man is.

“Danger I never think of danger
I really am a lucky man
Flying this small plane”

Small Plane in een NPR Field Recording.

Dat hebben we nog niet zo vaak meegemaakt, dat Callahan in duidelijke bewoordingen ergens tevreden over is. Tot aan Dream River moesten we het vooral doen met liedjes waarin de mistflarden hoog worden opgetrokken over de ellende in dit leven. Het is niet voor niets dat ie ooit begon onder de naam ‘Smog’. Daar verscheen de eerste plaat van in 1992. Bijna dertig jaar terug, zo lang gaat Callahan dus alweer mee.

Smog

Die eerste paar platen klinken vandaag de dag trouwens dramatisch. Potten-en-pannen-indie. Indertijd misschien baanbrekend, Sebadoh kon er ook wat van, maar dat nu eigenlijk alleen nog aan te horen is als er jeugdherinneringen aan vastkleven. En dat zal niet bij iedereen zo zijn.

Bill Callahan
I Drive a Valence is een boekje met songteksten van onder andere Dream River, Apocalypse en Sometimes I Wish We Were An Eagle. Dan is er voor de liefhebber ook nog iets tastbaars in de kast in deze virtuele tijden van streaming.

The Doctor Came at Dawn (uit 1996) was het eerste album dat er nog steeds mee door kan als je het nu terug hoort. Ook al zingt hij daar of hij een chronische neusverkoudheid heeft.

Pas vanaf Red Apple Falls horen we Callahan as we know him now: met die diepe bariton laag uit het middenrif. Niet toevallig natuurlijk dat die plaat geproduceerd werd door Jim O’Rourke, bekend van onder andere Sonic Youth, Wilco en Stereolab.

De eerste CD die ik zelf van Smog kocht was Knock Knock. Dongs of Sevotion heb ik een jaar later ook nog aangeschaft, maar daarna was de interesse een beetje over. Pas nadat ik Callahan als solo artiest had herontdekt via Dream River, ben ik die twee platen weer terug gaan luisteren. Met als herontdekt pareltje Cold Discovery.

Callahan als solo artiest hervond ik via America!, een nummer van het album Apocalypse. Dat belandde op één van mijn playlists voor in de auto, waar het zelfs de belangstelling trok van de toen 15 jarige zoon. Vlak daarna ontdekte ik Dream River en was ik verkocht.

Dream River

Alleen al hoe hij begint met The Sing. Het liedje start met wat gitaargetingel, al snel gevolgd door een steelguitar die zo’n onheilspellend western movie geluid laat horen. Dan komt er een viool overheen en slaat niet het onheil, maar de eenzaamheid toe.

“The only words I’ve said today are beer and thank you

Beer

Thank you

Beer

Thank you

Beer”

Verderop The Sing verklaart Callahan dat ie limitations heeft, like Marvin Gaye. Een referentie naar de periode dat Gaye in België woonde en zich daar voornamelijk in de kroeg ophield. Beer, thank you.

Op het volgende nummer, Javelin Unlanding, presenteert Callahan een nieuwe verrassing: een fluit. Americana met een fluit, ja het kan. En dan vallen die conga’s die daarna invallen eigenlijk helemaal niet meer op. Zowel die fluit als de conga’s komen vaker terug op Dream River. Het geeft grappig genoeg een spannende laag aan de muziek.

Desondanks is het toch vooral de gitaar van Matt Kinsey die de sfeer bepaalt. Soms subtiel, en dan weer heel dwingend en heftig zoals in Spring, Summer Painter en Seagull. Vooral Summer Painter vind ik een juweel, misschien wel het beste nummer van Callahan ooit.

Tussen 2009 en 2013 maakte Callahan naar mijn mening zijn drie beste platen: Sometimes I Wish We Were an Eagle, Apocalypse en Dream River. Het zijn alle drie avontuurlijke Americana platen waar Callahan zich uitleeft als storyteller. Luister bijvoorbeeld ook eens naar All thoughts are prey to some Beasts.

Waarom is Dream River dan toch het best? Ja, dat is deels natuurlijk een kwestie van smaak. Maar toen ik tijdens het schrijven van dit blog al die platen weer afluisterde, schoot me te binnen wat ik dacht toen ik Dream River voor het eerst hoorde. En dat was dat het lijkt of Callahan de luisteraar voorstelt aan een klein dorpje aan de monding van een rivier, vlak bij zee.

De tijd staat er stil en toch gebeurt er van alles. Er zitten mensen in een hotel lounge en de barroom, ze schilderen namen op schepen, ze vliegen er rond in hun Pipercup, ze vissen op zee, schuilen voor het noodweer en zien de eagle en de seagull hoog in de lucht. En dat allemaal verteld met die hypnotiserende stem van hem. Dream River is een film, het is als Paris Texas maar dan ergens aan de kust. Het geeft de plaat een magie die op de andere albums ontbreekt.

America! was de herontdekking van Bill Callahan voor mij. Lekker voor in de auto.

Zes jaar pauze

Na Dream River werd het zes jaar stil rond Bill. Callahan ging trouwen, kreeg een kind en vestigde zich ergens op het platteland, zich zorgen makend dat al dat geluk zijn creativiteit wel eens zou kunnen gaan beknotten. Gelukkig was dat niet zo en kwam er in 2019 een nieuw album uit: Shepherd in a Sheep Skin Vest.

Ook weer een prachtige plaat en volgens de officiële popjournalistiek zelfs zijn allerbeste. In weer een iets andere stijl: singer songwriter met sobere akoestische begeleiding. Precies daarom vind ik het eigenlijk niet zijn beste werk. Maar nog steeds wel heel goed, we hebben het hier over microscopisch kleine verschillen. Slechte muziek maakt Callahan namelijk niet.

Met de Shepherd was de koek nog niet op. In 2020 is er alweer een nieuwe plaat, Gold Record. Ook een prima album waarop Callahan al zijn creativiteit heeft losgelaten. Met Breakfast als mijn favoriete nummer, want dat had zo op Dream River gekund. En daar was het in dit blog toch om begonnen.


Kijk hier voor andere muziekblogs van Rizoomes.

De Rizoomes Top 20 van 2020

Leestijd: 10 minuten

De Rizoomes Top 20 van 2020 is er dit jaar voor het eerst in deze vorm. Vanaf 1 december post ik elke dag een nieuw liedje. En het is dit jaar een bonte stoet, beetje jazz, rock, americana en zelfs nederpop. De beste komt het laatst en nummer twintig dus het eerst.

Toen ik nog op school zat voelde een jaar als dat hele lange stuk tussen twee zomervakanties in, ergens in het midden hinderlijk onderbroken door winter. Het echte jaar, zo vertelde men mij dan, liep juist van winter tot winter. Ik heb dat uiteindelijk als gegeven aanvaard, kennelijk was het een algemeen geaccepteerde afspraak. Maar mijn gevoel zei wat anders: beter leeft men van zon naar zon, dan van koud naar koud. Enfin.

Rizoomes Top 20
Zomerfoto voor het juiste jaargevoel

Nog weer later ontdekte ik dat er nog heel veel andere soorten jaren zijn, zoals het gebroken boekjaar en het muziekjaar. En daar gaat dit blog eigenlijk over, het muziekjaar. Dat loopt van december tot en met december, zodat je je een hele maand kunt verkneukelen over en met allerlei jaarlijstjes. Natuurlijk de Top 2000, maar ook de Snob 2000 en de Rizoomes Top 20.

De Rizoomes Top 20 is niet helemaal nieuw, maar wel in deze vorm. In 2018 was er voor het eerst een jaarlijst op de website met de 18 beste albums van dat jaar. Vorig jaar kwam ik niet verder dan een Top Tien, maar nog wel steeds met hele albums. Dit jaar is er dan de Rizoomes Top 20: de twintig beste nummers van het afgelopen muziekjaar. Die houden we er in, dus volgend jaar is er de Rizoomes Top 20 voor 2021. Denk ik.

Voor de liefhebber: de longlist voor 2020 op Spotify. En natuurlijk staat de Top 20 van 2020 er ook tussen.
Mijn 2020 wrapped overzicht van Spotify. Op nummer 1 Afro Blue van McCoy Tyner, dankzij mijn blog over dat nummer. ‘This mess we’re in’ is een liedje van PJ Harvey en Tom Yorke. Bloodless is van Andrew Bird en Harlem River van Kevin Morby. De laatste, Seagull is gemaakt door Bill Callahan, afkomstig van het onvolprezen album Dream River.

20: Foehn Trio featuring Erik Truffaz – Old Ocean

Foehn Trio is een jazzbandje uit Frankrijk, vernoemd naar een warme windstroom die vanuit het zuiden tegen de Alpen aan klotst. En ja, niet toevallig heet een föhn daarom föhn. Ze maakten tot nu toe twee hele fijne platen in het standaard pianotrio format, maar dan wel met toegevoegde electronica (ik moet nu gelijk aan Chriet Titulaer denken) wat het zowel subtiel als dynamisch maakt. Luister vooral ook eens naar hun laatste album, Highlines. Heerlijke muziek om bij te lezen of te werken. Maar, hoor ik ergens wellicht brommen, hoe komt die toeter in een pianotrio? Nou, dat zal ik u zeggen, die is van Erik Truffaz, bekend van het jazzrockende Walk of the giant turtle. Maar dat had de liefhebber vast al gehoord.

19: Billy Martin en Marc Ribot – Home Beat Home

Billy Martin is vooral bekend als de drummer van het jazz funk ensemble Medeski, Martin & Wood, maar hij doet solo ook van alles. Begin 2020 zette hij een aantal loops op zijn instagram account en vroeg om commentaar. Dat leverde hem onder andere de producer Rob Reinfurt op die er samen met hem een intrigerend en eclectisch plaatje van maakte. Rustige maar stuwende grooves, die verrassend worden ingekleurd door vrienden als de gitarist Marc Ribot (u weet wel, die van Los Cubanos Postizos) en Alexandria Smith op trompet. Op de single Home Beat Home doen ze allebei mee. Maar luister vooral ook het hele album, Guilty. Alle elf goed.

18: Jack Poels – In de Achtertuin

35 jaar zit ie in het vak, Jack Poels, en na 23 platen met Rowwen Hèze kwam hij dit jaar met zijn eerste soloplaat. Blauwe vear heet ie, vernoemd naar een veertje dat hij vond tijdens een wandeling. Dat gebeurde op de dag nadat hij afscheid had genomen van zijn zoon die voor enkele maanden in het buitenland ging studeren. In Trouw zegt hij daarover: “Dat was werkelijk zo’n intens moment. Ik dacht: fuck, Jan hangt nu in zo’n blauwe Boeing in de lucht, onderweg naar Korea. En ik vind hier dit blauwe veertje. Daarna was er geen houden meer aan. Ik kreeg aan de ­lopende band beelden in mijn hoofd. Dat zijn uiteindelijk allemaal liedjes geworden. Dat is wat die blauwe veer heeft gedaan.” Kom terug naar de achtertuin, daar sta je nooit voor een dichte deur, zingt Poels en toen we daar toch waren zijn we gewoon gebleven voor de rest van het album. Americana uit America, zo moest het zijn. Prachtig.

17: Jerry Joseph – Black Star Line

Jerry Joseph was in een vorig leven de oprichter van The Drive-by Truckers, maar ergens verloor hij ze uit het oog. Zoals er veel is in zijn getroubleerd leven wat kwam en weer ging. Maar gelukkig soms ook terugkwam: op het album ‘The Beautifull Madness’ is de club weer bij elkaar, al weet niemand voor hoe lang. Het is een geweldige Americana plaat geworden, waarin het lastig is te bepalen welk nummer nou het mooiste is. Ik koos uiteindelijk voor Black Star Line, een lied over David Bowie. Joseph schreef dat op de avond dat Bowie overleed. Star man waving in the sky, zingt hij raspend, I see you out in space tonight. Na Black Star Line volgt het nummer Eureka en net als je denkt: dit ken ik toch, besef je dat je naar stukjes ‘Five Years’ van Bowie zit te luisteren. Een subtiel eerbetoon aan de Star man.

16: Spinvis – Niet Vandaag

Woeste Meuk is de heerlijke podcast van Tim Knol en Nico Dijkshoorn, die in juni 2020 op bezoek waren bij Spinvis. Dat werd een mooi interview, waardoor ik gelijk zin kreeg in het aldaar aangekondigde nieuwe album 7.6.9.6. Gelukkig werd dat verlangen grotendeels ingevuld, onder andere door melancholische liedjes als ‘Niet Vandaag.’ “Ik bouw een schip, omdat ik ooit, toch ooit, de zeilen hijs, of
hoe dat heet, op reis” spint vis in wat volgens mij een liefdesliedje is, maar dat weet je bij hem nooit zeker. Wat je wel zeker weet is dat het eigenlijk niet meer beter kan dan zijn debuutplaat. Toch blijven we hopen, want ‘varen doe je morgen, niet vandaag.’

15: Causa Sui – Szabodelica

De Deense psych rockers van Causa Sui timmeren al een dikke tien jaar aan de weg met puike psychedelische rock. Ik ken niet al hun platen, maar degenen die ik heb geluisterd waren instrumentaal, zonder zang en op veilige afstand van post-rock. Hun eerste werk was een stuk heavier, met tonen van Kyuss en ander woestijn geweld. Sinds de trilogie van de Summer Sessions klinkt het steeds meer kraut, steeds meer Can en steeds meer jazz. Je weet wel, van die Miles Davis electrische jazz uit het begin van de jaren 70, denk On the Corner, Bitches Brew en Jack Johnson. Met deze ode aan Gabor Szabo gaan ze daar nog weer verder in door en klinkt het door de gypsy sound opeens relaxed en warmbloedig. Lekker.

14: Khruangbin & Leon Bridges – Texas Sun

Van Khruangbin had ik nog nooit gehoord. Toch blijkt het instrumentale trio uit Texas al geruime tijd te bestaan en bracht het onlangs hun verdienstelijke vierde plaat ‘Mordechai’ uit. Die bij mij direct werd opgeslokt door de playlist ‘Easy Desert Surf Music’, waarin onder andere ook Clutchy Hopkins, Lord Newborn en Tommy Guerrero figureren. Heb je een beetje beeld op welke wind Thai Airways vliegt (Khruangbin is Thais voor vliegtuig). Texas Sun is echter geen instrumentaaltje en werd als een poor lonesome cowboy ingezongen door Leon Bridges, een R&B zanger die vergeleken wordt met Otis Redding. Da’s pas een verrassing.

13: Michiel Borstlap plays Joris Voorn – Ringo

Michiel Borstlap, die kende ik wel. Eén van Neerlands fijnste jazzpianisten. Joris Voorn, die kende ik niet, die moest ik googelen. Het blijkt een zeer succesvolle technoproducer te zijn, die als kind opgroeide met klassieke muziek. Techno is tijdloos, zegt Voorn ergens in een interview met Radio 1. Ik vind het een mooi zinnetje, techno is tijdloos. Maar wel tijdloos door een pilletje, denkt de oude man in mij, om daar direct schaamteloos aan toe te voegen dat solo piano pas echt tijdloos is. Zoals deze Ringo-uitvoering van Borstlap, die helaas niet tijdloos is. Ook al duurt ie bijna zeseneenhalve minuut, dan nog is het veel te kort. En wat deed ie mij toch aan het Köln Concert denken, van Keith Jarrett. Ook tijdloos.

12: Joe Jackson – Fools in Love

Joe Jackson in mijn jaarlijst, in mijn top 20. Dat was vroeger uitgesloten. Jackson gaat al zo’n beetje mijn hele leven mee, maar anders dan op een toevallige passerende radio luisterde ik nooit vrijwillig naar hem. Daar kwam een krappe tien jaar geleden verandering in, met het album live 2010 dat hij met een jazztrio opnam. Veel van het oude werk van Night & Day en Look Sharp kwam daarop voorbij, maar niet Fools in Love. Dat maakt ie goed met deze single die bovendien een lekker krachtige sound mee kreeg.

11: Last Words / Fanfares – GoGo Penguin

Met Last Words en Fanfares brak GoGo Penguin in 2012 door. In 2020 kwamen deze singles opnieuw uit in een zeer gelimiteerde oplage van 500 exemplaren, maar ach, wij geven anno 2020 niet meer om bezit. Het gaat om de ervaring, de beleving; van jazz, dance, klassiek en landscapes in één sound geweven en uitgevoerd door een pianotrio on acid. Dankzij Spotify beleeft u het gewoon mee, zonder ellendig gedoe met bezoeken aan platenzaken of online webshops. Nee, da’s allemaal zo 1980, wij ouders van millenials zullen doorstreamen tot we bij het gaatje zijn.

10: Delvon Lamarr Organ Trio – Inner City Blues

Delvon Lamarr’s Inner City Blues. Die doe je in de car. Met de windows omlaag. Armpje er uit en starten maar, in de D van Drive. Vooruit met die goat, gassen op rechts en tappen on the left. Dat is in het short waarom ze in Amerika vrijwel alleen nog maar automaatjes hebben. Omdat Delvon Lamarr daar is, you know en je een vrije linker foot nodig hebt. That’s why.

9: Mammal Hands – Rhizome

Met zijn drieën zijn ze, Mammal Hands. Piano, sax en drums. En ze zitten in die nieuwe wave van London Jazz die nu over de wereld spoelt, ook al komen ze uit Norwich. Het is een bijzondere combinatie van jazz met electronics, zoals je kunt horen in dit nummer ‘Rhizome’, van hun laatste plaat ‘Captured Spirit’. Eigenlijk is Rhizome niet hun beste nummer van Captured Spirit. Dan kom je eerder uit bij Chaser, of Ithaca, nummers die tegen de pop aanschurken. Dat doet Rhizome niet. Maar zeg nou zelf, hoe vaak kun je als Rizoomes nou een nummer met de titel Rhizome in je Top 20 opnemen. Nou dan.

8: Racoon – De Echte Vent

Racoon is zo’n band die ik altijd wel aardig vond. Af en toe een aardig liedje, gespeeld door aardige jongens. Aardig, kortom, maar dat was het dan ook. Dat veranderde met de singel ‘Oceaan’, die speciaal gemaakt werd voor de film ‘Alles is familie’. Voor het eerst zingen in het Nederlands en wat een zeggingskracht had die band opeens, zeg. Ik was dan ook heel blij dat ze aankondigden om in 2020 een volledig Nederlandstalig album uit te brengen. Dat hele album zal wel uitgesteld zijn door corona, maar twee nieuwe singels kwamen er al wel. ‘Het is al laat toch’ en ‘Wie is de vent.’ Het smaakt naar veel meer en Racoon evolueert erdoor van aardig naar een killerband. No Mercy.

7: Marcus King – No Pain

Van 1996 is ie, onze Marcus King. Vier en twintig dus pas. 24. En wel al vier albums uitgebracht. De eerste drie onder de noemer van The Marcus King Band, waarbij het laatste exemplaar, Carolina Confessions, een plaatsje wist te veroveren in de beste 18 van 2018. Dat ie nog steeds goed is kan dan ook nauwelijks een verrassing zijn, wel dat King daarvoor in zee wilde met Dan Auerbach van The Black Keys. Want die polijst tegenwoordig alles. Haalt de rauwe kantjes er al poetsend af. En dat is jammer, hoewel het bij No Pain toch nog net genoeg schuurt om te verrassen.

6: Makaya McCraven – Mak Attack

Het is 1996. DJ Shadow lanceert Endtroducing. Instrumentele hip hop, aan elkaar geplakte tapes, soundscapes, collages en ritmes, heel veel ritmes. Ik vond het geweldig, net als de kleine jazzy hip hop bubble die er op volgde met onder andere Guru’s Jazzmataz. Toen werd het 2020 en kwam Makaya McCraven. Makaya McCraven drumt. Drumt hard. En ritmisch. Op Universal Beings E&F Sides hoor je hoe hard precies. Met tracks als Mak Attack en Beat Science. Prachtig, net zo goed als Endtroducing. Maar eigenlijk beter, want bij McCraven is alles live. Dus zet gewoon die hele plaat onder je favorites, doen we net of het één hele lange singel is. Ja, dat kan.

5: Lianne La Havas – Paper Thin

Uit 2012 is ie al weer, mijn favoriete liedje van Lianne La Havas, ‘Au Cinema’. In 2015 kwamen daar nog ‘Unstoppable’ en ‘They Might Be Wrong’ bij, maar daarna werd het nogal stil rondom La Havas. Tot in de zomer van 2020, toen de EP ‘Weird Fishes’ met vier nieuwe liedjes verscheen. Het werk heeft de feel van Alicia Keys ten tijde van Empire State of Mind, maar dan zonder haar commerciële knieval. Zeker op Paper Thin, waar een subtiel jazzcombo met upright bass de sfeer van een nightclub neerzet. Fijn plaatje

4: Leif Vollebekk – Long Blue Light

Leif Vollebekk. Uit Canada. Kreeg het opnieuw voor mekaar, na Big Sky Country, Transatlantic Flight en Hot Tears. Wat een prachtig melancholisch liedje weer, zo’n muziekje waar je van op reis wilt naar het bos, het strand, de natuur in. Zelfs naar de sneeuw, als het echt moet. Ondergaande zon, glaasje lekker erbij en mijmeren maar, op deze Long Blue Night. Want de natuur is prachtig, maar je moet er wel wat te drinken bij hebben.

3: Bill Callahan – Breakfast

Als je aan een willekeurig kind vraagt wat ie later wil worden, dan zijn er heel weinig die zullen zeggen: Bill Callahan. Maar vraag je het aan mij, dan weet ik het zo net nog niet. Want mij lijkt het heerlijk om Bill Callahan te zijn. Met je bariton brave liedjes brommen. Zoals Breakfast. Die eigenlijk helemaal niet braaf zijn: She don’t eat, she don’t sleep; Why, she don’t even drink; I drink; So that we don’t fight; She don’t drink so that we don’t fight. Maar goed, Bill is inmiddels 54. Net als ik. Dus dan moet ik toch maar iets anders willen worden, als ik later groot ben. Iemand tips?

2: Nubya Garcia – Pace

In 2018 debuteerde Nubya Garcia met Nubya’s 5ive, een geweldige plaat uit het centrum van de London jazz scene die tegelijkertijd met twee benen in de Amerikaanse jazz traditie geworteld staat. Nu is daar Pace en wat een bijzonder krachtig nummer is dit weer, zeg. Zowel qua compositie als qua spel. Ik hoor er overal de reïncarnatie van John Coltrane in. Wat een genot.

1: Ayron Jones – Boys from the Puget Sound

Lang geleden geloofde ik wellicht in reïncarnatie, maar misschien ook niet. Ik weet het niet meer en voor geruime tijd hoefde ik het ook niet te weten. Tot ik ergens in 2020 tegen Ayron Jones op liep en toen begon ik te twijfelen. Was Jimi Hendrix terug? Had ie les gehad van Kurt Cobain? Wat weet Gary Clark ervan? Hoe dan ook: I’ve seen the future of rock and roll and it’s name is Ayron Jones. Check ook deze link van Take me Away op KEXP Live. Tjongejongejonge wat goed.

Nog meer zin in muziekblogs? Kijk dan eens hier.

Plaatjes draaien in tijden van Spotify; van boom naar rizoom

Leestijd: 7 minuten

Minder dan een jaar zit ik nu op Spotify en het heeft mijn muziekbeleving volledig veranderd. Tegenwoordig stream ik, en ik play lists. Dat was vroeger wel anders. Toen moest je een LP opzetten en hem omdraaien, de plaat afstoffen en af en toe een naald vervangen. Een kleine muziekgeschiedenis, van boom naar rizoom.

Tientallen jaren lang was een plaatje opzetten het eerste wat ik in het weekend deed. Daarna koffiezetten en ontbijten, met de krant erbij. Eerlijk gezegd gaat dat nog steeds zo. Alleen zet ik niet meer letterlijk een plaatje op. Ik swipe door wat schermpjes en klik dan ergens op, waarna het huis zich vult met de muziek die ik net heb gekozen uit de schier oneindige database van Spotify. Het is een wonder.

LP

Toch noem ik het nog steeds plaatjes draaien, net zoals ik goede muziek nog steeds een ‘geweldige plaat’ of een ‘prachtig album’ noem. Dat is het mooie van taal: soms houden woorden de betekenis die ze hadden, terwijl de fysieke handeling die erachter ligt allang is verdwenen. We hebben geen paard meer nodig om de teugels te laten vieren, noch een stuur om het over te dragen of een plaat om muziek te luisteren. Over honderd jaar zal het een quizvraag op TV zijn. “Vingers bij de knoppen: waar komt de term plaatjes draaien vandaan?”

Mijn eerste plaat was ‘Arrival’ van ABBA, uit 1976. Ik was elf en had er hard voor gespaard. Eerder maanden dan weken. Toen ik het geld bij elkaar had, ben ik in mijn eentje op de fiets gestapt naar Siebrechts muziekwinkel, aan de andere kant van het dorp. Daar zag de uitbater eruit als een mollige versie van Simon van Collem. Vervolgens voorzichtig teruggefietst naar huis, met de LP in een plastic tas, fladderend langs het stuur.

Eenmaal thuis ging ik gelijk op zoek naar Pa, om mijn aanwinst te tonen. Hij zat bij buurman Paul. Trots liep ik daar naar binnen met mijn nieuwe schat, waar ik vrijwel direct enorme spijt van had. Buurman Paul reageerde als eerste en vroeg of hij de plaat mocht zien. Nog voor ik het door had griste hij de tas uit mijn vingers, was de plaat al uit zijn hoes en schudde hij hem tussen beide handen in, ritmisch omhoog en omlaag. Ondertussen zong hij ‘op een kangoeroe eiland’; als je het geluid hoort weet je precies welke beweging hij maakte en welke doodsangst voor mijn nieuwe plaat ik heb uitgestaan.

Het kangaroe eiland van het cocktail trio; je hoort de LP ploppen 🙂

Cassette en CD

Met de LP zelf liep het die dag overigens nog best goed af, maar niet voor heel lang. Al snel kwam ik erachter dat er ook muziek bestond als Deep Purple en Status Quo en daar paste Arrival echt niet tussen. Weg dus, met dat ding. Toen in 1978 ‘Van Halen I’ uitkwam was het helemaal gedaan met de doorsnee popmuziek. Op de radio bij Alfred Lagarde’s Betonuur en Hanneke Kappen’s Stampei, daar hoorde je het echte werk. Twee keer per week zat ik klaar met mijn cassetterecorder, vingers bij de knoppen. Zo nam ik hele tapejes op met muziek van verschillende artiesten.

Terugkijkend waren dat eigenlijk mijn eerste afspeellijsten, maar zo voelde het toen nog niet. Ik ben sowieso nooit zo dol geweest op cassettebandjes, hooguit voor in de auto. De krengen liepen altijd in de soep en gaven een steeds slechter geluid. Het is ook tekenend dat een ‘cassette opzetten’ of ‘een bandje draaien’ nooit dezelfde betekenis van muziek luisteren heeft gekregen als plaatjes draaien. In die zin was een cassette vooral een opgenomen LP. Behalve dan misschien in de Guardians of the Galaxy, maar da’s vooral nostalgie. Die trouwens ook gewoon op Spotify staat.

Toen de CD kwam, midden jaren ’80, veranderde er eigenlijk niet zo heel veel aan het plaatjes draaien. Ze waren handzamer, makkelijker op te bergen en namen minder ruimte in. Maar het bleef een rondje met een gat erin, waar je een apparaat voor nodig had om de muziek erop te beluisteren. En als ie klaar was, moest je een nieuwe opzetten. Of repeaten, dat kon natuurlijk ook.

De boom van de verzamelaar

De CD-verzamelaar ondertussen vertoonde hetzelfde gedrag als de boekenverzamelaar. In een speciale kast moet alles op de juiste volgorde worden gezet. Meestal alfabetisch binnen een genre. De verzameling ontwikkelt zich dan verder via het patroon van een boom. Onder de grond zitten de wortels, de basis van de muzieksmaak. Ook al draai je die nauwelijks tot niet, je kunt er toch niet zonder. In die zin zijn het echt de wortels: je hebt ze wel nodig, maar je hoeft ze niet te zien. Denk aan muziek van bijvoorbeeld Led Zeppelin, Pink Floyd en Deep Purple. Die zit in mijn wortels.

De boom van de muziekverzamelaar. Tekening van Wendy Kiel

Bovengronds staat de stam, waar de kern van de verzameling zich bevindt. In mijn geval waren dat toen bandjes als Kyuss en Tool. Uit de stam vertakken zich dan de specialisaties, met genres en sub-genres. Zo ontstonden er bijvoorbeeld speciaaltjes met metaalwaren (Fear Factory, Sepultura), grunge (Soundgarden, Melvins) en symfonisch (Iron Maiden, Dream Theater). Alternative, niet te vergeten (Primus, Faith no More).

Kenmerkend voor de echte boom-verzamelaar: de neiging om compleet te zijn. Alles willen hebben, van obscure persingen tot zuivere duitenkloppers; verzamelaars met allemaal bekende nummers en één nieuwe ‘from the vaults.’

Uiteindelijk fragmenteert elk subgenre in steeds vreemdere plaatjes die zich als eenlingen ontvouwen gelijk de blaadjes in het loof. Niet zelden zitten daar ook de miskopen tussen (Brujeria, om er maar eens eentje te noemen). Bij het snoeien gaan die er als eerste aan. Ruimte maken voor nieuw en vers. Op de top van mijn verzameling bestond de boom uit meer dan 1300 ceedeetjes, die door mijn toen studerende nichtje altijd met enig leedvermaak werd bezien als de gekke hobby van haar oom.

Naast deze rock-boom heb ik ook nog een jazz-boom. Grappig genoeg groeit die andersom. De nieuwe plaatjes zitten in de wortels (Eric Truffaz, Nils Petter Molvaer, ik draai het nooit meer). De stam bestaat uit de Brad Mehldau’s en E.S.T.’s van deze wereld, die luister ik nog wel regelmatig. Net als de Philadelphia Experiment. En in de kroon zit oud werk van Ahmad Jamal, John Coltrane en Miles Davis. Die zet ik tegenwoordig als eerste op. Maar ook al groeit ie andersom, het is wel een boom. En dat heb ik tot mijn 53e zo gedaan.

Het rizoom van Spotify

Want toen kwam het rizoom van Spotify. Dat ging trouwens niet van de één op de andere dag, er zat nog een interbellumpje tussen met MP3’tjes. Die gebruikte ik vooral in de auto, als ware het een handig cassettebandje. Ondertussen luisterde ik via mijn computer ook steeds meer losse nummers random uit een grote bak. Precies wat Spotify in de kern ook is. Een hele grote bak muziek met 30 miljoen liedjes. Waar je betekenis aan geeft door het te organiseren via playlists.

Mijn Americana without Borders playlist; Via Spotify kan je hem compleet vinden.

Toen ik net op Spotify zat heb ik avonden besteed om mijn oude bomen weer in te richten. Keurig alles weer onder het kopje ‘albums’ ondergebracht. Maar al gauw bleek dat zo niet te werken. Voor ik het door had zat ik liedjes te rijgen in nieuwe playlists. Van alles door elkaar; oud en nieuw, bandjes en solisten, rock en jazz. Gebaseerd op één connectie tussen jou en die liedjes. Geen boom, maar een rizoom. Het is wat Deleuze het principe van connectiviteit en heterogeniteit noemt: Any point of a rhizome can be connected to anything other, and must be.

De betekenis van een lijst evolueert vanzelf als het zich in de tijd verder ontwikkelt. Dat is een tweede kenmerk van rizomen: multipliciteit. “A multiplicity has neither subject nor object, only determinations, magnitudes and dimensions that cannot increase in number without changing the multiplicity in nature.” Zo was ik ooit met een playlist ‘Americana’ begonnen, die al snel werd aangevuld met tips van Spotify. Dus stond er opeens ‘Get thy bearings’ van Donovan tussen. En even later ‘Saturday Sun’ van Nick Drake. Waarop de playlist eerst tot ‘Mostly Americana’ werd omgedoopt en later ‘Americana without borders.’

Soms wordt een playlist zo groot, dat ie niet meer het gevoel oplevert wat je er ooit mee bedoeld had of dat je bepaalde liedjes opeens te weinig hoort. Dan kan je volgens het principe van de onsignificante scheuring je playlist gewoon uit elkaar trekken. “A rhizome may be broken, shattered at a given spot, but it will start up again on one of its old lines or on new lines”. Zo heb ik uit de Americana playlist een nieuwe lijst ‘Groot zand’ afgesplitst, met liedjes van onder andere Howe Gelb en Calexico.

The map is not the territory

Nog een kenmerk van een rizoom. “The rhizome is altogether different, a map and a tracing. The map is open and connectable in all of its dimensions; it is detachable, reversible. Susceptible to constant modification.” Elke maandag en vrijdag komt Spotify met nieuwe aanbevelingen, gebaseerd op hoe je rizomen er op dat moment bijstaan. Dat levert soms grote verrassingen op, soms ook zit het er volledig naast. Maar ergens ligt er dan toch een connectie volgens het algoritme, in een dimensie die je zelf (nog) niet ziet. Neveneffect: je kunt nooit compleet zijn, er past altijd wel iets bij. Alles willen hebben moet je gewoon loslaten.

Get thy Bearings van Donovan

Ook de family playlist kan bijzondere invullingen krijgen: zo bleek ik opeens allerlei liedjes van Alicia Keys bij te dragen aan de familielijst. Dat is het principe van de decalcomania: forming through continuous negotiation with its context, constantly adapting by experimentation, thus performing a non-symmetrical active resistance against rigid organization and restriction. Je rizoom verandert door de context waar hij in groeit, net zoals de context verandert door het rizoom. Dat u het maar weet, niks gebeurt in isolatie.

Een van de belangrijkste kenmerken van een rizoom is dat het meerdere ingangen kent. Er zijn alleen lagen, er is geen begin en geen einde. Ook dat zie je in Spotify terug, op verschillende manieren zelfs. Als een playlist afgelopen is, gaat ie vanzelf door met er aan gelieerde muziek: nummerradio dan wel artiestenradio. Zet een grote playlist op shuffle, en het ding speelt nooit dezelfde volgorde van liedjes. Daarnaast kun je van een album een playlist maken, en die kan je dan weer in een mapje stoppen. Een beetje op z’n booms, eigenlijk, maar dan via de wetten van het rizoom: the map is not the territory.

Inmiddels is me duidelijk geworden dat sommige albums zo goed zijn, dat het een playlist op zichzelf is. Zoals ‘Dream River’ van Bill Callahan, ‘Antiphon’ van Alfa Mist of ‘Desolation Blues’ van Chris Whitley. (Ja, de muzieksmaak is inderdaad nogal veranderd de afgelopen jaren). Die staan nog steeds onder het kopje ‘albums.’

Van de rest heb ik de beste nummers overgenomen in een playlist en het album zelf verwijderd. Uit mijn eigen mapjes, althans. Want in de territory, de bak van Spotify, daar staan ze gewoon nog in. Wie weet kom ik ze weer eens tegen, als ik een playlist ben begonnen waar ze inpassen. Want dat is plaatjes draaien in tijden van Spotify. Continu veranderende playlists, met af en toe een geweldig album; muziek luisteren in een rizoom.


Meer lezen over muziek? Of boeken? Check Boek & Plaat

De beste muziek van 2019

Leestijd: 6 minuten
8 december 2019

Het is weer tijd voor jaarlijstjes, tijd voor de beste muziek van 2019. Volgens Rizoomes dan. Tien toppers op een rijtje

Elk pad ontstaat door er over te lopen. Met die gedachte in mijn achterhoofd startte ik vorig jaar een traditie, zo dacht ik, om elk jaar de beste muziek van het afgelopen jaar in een lijstje te zetten. Mijn eigen jaarlijstje, een jeugddroom. Is het niet in de Oor, dan in ieder geval op mijn eigen website. Het hoeft immers niet alleen over crisis te gaan in het leven.

Maar dat was vorig jaar, 2018, toen ik nog niet op Spotify zat. Toen de wereld nog overzichtelijk geordend was in albums. Toen het fenomeen playlist mij nog niet bereikt had. Toen TOOL alleen nog maar op fysieke geluidsdragers verkrijgbaar was en al ruim twaalf jaar geen nieuw werk had uitgebracht.

Hoe anders ziet die wereld er nu uit. TOOL zit op Spotify. Ik zit op Spotify. En ik play meer lists dan albums. Wat dat gaat betekenen voor mijn nieuwe traditie zullen we volgend jaar zien, als ik een heel jaar Spotify achter de rug heb. Maar dat er iets zal veranderen is duidelijk. In 2018 vond ik met gemak 18 beste albums. Dit jaar kwam ik niet verder dan tien. Maar die zijn dan wel weer allemaal heel erg goed. In ieder geval negen ervan. Kijk en luister maar mee.

Fear Inoculum – TOOL

Dertien jaar lang liet TOOL ons wachten op hun nieuwste album. Dertien jaar. Dan verwacht je iets heel bijzonders en dat kregen we ook. Fear Inoculum is een geweldige plaat. Zeven nieuwe nummers, waarvan er zes boven de tien minuten klokken. 7empest doet zelfs ruim een kwartier. Het herkenbare TOOL-stramien is hier opnieuw verder opgerekt: de ritmes zijn nog onnavolgbaarder, de bas soleert meer dan ooit en de gitaarlijnen slingerden nimmer zo veel kanten tegelijk op. En Maynard James Keen zingt weer net zo strak als dertien jaar geleden. Toch wringt er iets. Hoe mooi het allemaal ook klinkt, echt verrassend is het niet. Niet zo verrassend als Lateralus was in 2001. Dat kan maar één ding betekenen: TOOL is af. Niets meer aan doen en weer dertien jaar wachten.

Black Pumas – Black Pumas

Soms gaat het snel. Op het ene moment doe je een telefonische auditie bij Adrian Quesada die op zoek is naar een zanger voor zijn nieuwe muziek, en even later ben je een psychedelisch funk seventies Motown hiphop duo onder de naam Black Pumas. Hun debuut is overdonderend vertrouwd. Oude sound in een nieuwe jas, denk je. Je hoort Marvin Gaye, Bill Withers, Charles Bradley. Maar toch ook weer niet: elke keer dat een nummer klinkt of je hem al jaren kent, blijkt dat helemaal niet zo te zijn. De Black Pumas zijn gewoon de Black Pumas, de albumtitel zei het eigenlijk al. Maar altijd goed om ff te checken of het waar is wat ze je laten horen in het kader van #fakemusic.

South of Reality – The Claypool Lennon Delirium

Nooit vroeg ik me bij enig liedje af of The Beatles zo geklonken zouden hebben, hadden ze nog bestaan. Totdat ik het nummer Blood and Rockets, hoorde van The Claypool Lennon Delirium. Zouden The Beatles zo geklonken kunnen hebben, zo vroeg ik mij toen opeens af. Het antwoord daarop is ja en nee. Ja, want Sean Lennon doet mee en het moet al heel gek lopen als hij ook niet wat Johnnerigs in kan brengen. Al maakt hij van Amethyst Realm vooral een Pink Floyd nummer.

Nee, want Les Claypool doet mee en alles waar Claypool aan mee doet klinkt als Claypool. Dat kan dus nooit op The Beatles lijken. Precies daarom mislukte ook zijn auditie bij Metallica. Die wilden helemaal niet als Claypool klinken.  Maar deze mindmeld van Claypool en Lennon is echt veel meer dan The Beatles meets Primus, het is een fenomeen op zich. Beamus! Pritles! Dat dus.

New Ways – Leif Vollebekk

Vollebekk levert met ‘New Ways’ zijn vierde en tot nu toe beste plaat af. Ik ontdekte hem via ‘Big Sky Country’, dat ik eerst abusievelijk aanzag voor een cover van Chris Withley. Terwijl het toch totaal anders klinkt, maar zo werkt tunnelvisie nu eenmaal. Vollebekk heeft een melancholieke stem met een klein gruizig randje. Precies hoe zijn liedjes klinken. Dat begint al bij de opener ‘The Way that You Feel.’ ‘Never be Back’ is een curieus rap experiment en ‘Hot Tears’ is de single. De klapper is het vierde nummer. Transatlantic Flight vind ik het beste liedje van 2019. Die heb ik dan ook hoog op mijn Top2000 en Snob2000 lijstjes gezet. Benieuwd of ik daar dit jaar nog iets van terug zal zien, waarschijnlijk niet. Daarom hier alvast de oproep voor volgend jaar: zet Transatlantic Flight op uw lijstjes voor 2020. Laat Leif niet met zijn Vollebekk vol tanden staan. (Of is die te makkelijk?)

Stay Around – JJ Cale

Van de doden niets dan goeds, dat moeten de vrouw en de manager van JJ Cale gedacht hebben toen ze ‘Stay Around’ uitbrachten. De beste man had immers al meer dan zes jaar geleden het tijdelijke voor het eeuwige verwisseld en dan komt zo’n nieuwe plaat toch een beetje uit de hemel vallen. En ja, nieuw, voor ons liefhebbers wel. Wij wisten immers niet dat deze vijftien nummers ooit opgenomen waren. Maar nu wel en kunnen we ze ook horen. Gelukkig zit er niets verrassends bij. Het is net-als-altijd-JJ-Cale-Americana, in het niemandsland tussen country en jazz. Nieuwe zieltjes zal hij er niet mee winnen, maar dat kon Cale al niet schelen toen hij nog onder de levenden was. Gewoon een plaat to Stay Around. Weggaan kan altijd nog.

Activate Infinity – The Bad Plus

Met ‘Avail’ valt The Bad Plus nogal met de deur in huis, maar op het tweede nummer ‘Slow Reactors’ wordt alles weer even strakgetrokken. Dan besef je dat er ook in jazzmuziek oorwurmen bestaan, van die liedjes die je niet meer uit je hoofd krijgt. De nieuwe pianist Orrin Evans klingelt een heerlijk simpel melodietje, waarop bassist Reid Anderson en drummer Dave King lekker doorgroven. Het is het basisrecept voor dit hele album. Geen covers van popmuziek dit keer, zoals nog wel op vorige platen als ‘It’s Hard’ en ‘These are the Vistas’. Evengoed wel een prachtige jazzplaat tegen de rock aan. Helemaal not so Bad Dus.

Marc Copland – And I love her

Marc Copland begon zijn muzikale carrière ooit als alto saxofonist, maar is gelukkig voor ons overgestapt op de piano. Want wat maakt deze man een mooie muziek, zeg. In tegenstelling tot de Bad Plus, dat tegen rock aan zit, is ‘And I love her’ wel heel echte jazz. Met echte jazz bedoel ik natuurlijk niet van die bitterballen bigband herrie van je opa, of van die VVDemocratische dixieland. Ik heb het hier over een pianotrio dat improviseert op bestaande liedjes en daar op haast telepathische wijze nieuwe nummers van maakt. Microfoontje erbij, jammen en klaar. Het album begint met een schitterende uitvoering van Afro Blue, gaat swingend door naar Cantaloupe Island en komt dan vijf nummers later terecht bij ‘And I love her.’ Inderdaad, die van The Beatles, but not as we know it Captain. Probeer het eens, zou ik zeggen. Het staat gewoon op Spotify. Gratis bij de rest van je abonnement.

Esbjorn Svensson Trio – Live in Gothenburg

Vorig jaar schreef ik over een nieuwe CD met oude live opnamen van Esbjorn Svensson Trio. “Esbjorn Svensson was een groot talent uit de Europese jazz die tien jaar geleden door een duikongeval om het leven kwam. Dit jaar kwam voor mij onverwachts een nieuw album uit van zijn pianotrio e.s.t., ‘Live in London’. Met alle bekende nummers, zo goed gespeeld dat je spontaan heimwee krijgt naar 2008.” En het feest is nog niet afgelopen. Nu is er alweer een nieuw oud album, ‘Live in Gothenburg.’ Door Svensson altijd genoemd als zijn beste concert en dat hoor je: wat een topplaat.

Mon Chien Stupide – Brad Mehldau

Negen uur heb ik in 2019 naar Brad Mehldau geluisterd, volgens Spotify. Daarmee stond ie op nummer één, voor Nick Cave en Van Morrison. Die brachten dit jaar niks bijzonders uit, maar Mehldau wel: de filmmuziek bij ‘Mon Chien Stupide.’ Met prachtige uitvoeringen van ‘And I love her’ (jawel) en Paranoid Android. Overigens ook een hoop niemendalletjes, typisch filmmuziek. Dat is dus precies wat er verandert door Spotify. Op CD had ik het niet gekocht, maar nu heb ik alle nummers die boven de vier minuten klokten in mijn openbare playlist ‘So this is Jazz’ gezet. Daar glinsteren ze nu tussen 228 andere juweeltjes.

TaxiWars – Artificial Horizon

We moeten het hebben over TaxiWars. Uit België. Ergens in 2018 liep ik tegen hun tweede plaat aan, Fever. Die kwam uit 2016 en paste zodoende niet in het lijstje van vorig jaar. Anders had ie er zeker in gestaan. Dit jaar was daar opeens de derde plaat, ‘Artificial Horizon’, en die is zo mogelijk nog beter. TaxiWars is namelijk de ontbrekende schakel tussen jazz en rock. Alleen is het geen fossiel, maar een afstammeling. Dit is muziek die volledig op zichzelf staat, een eigen genre vormt, en toch nooit had kunnen bestaan zonder de voorouders. Dit is de hoop dat de mens nog steeds evolueert en zich kan verbeteren. Dit is de nieuwste incarnatie van Tom Barman, ooit van dEUS. Dit is de beste plaat van 2019. Follow that car.


Meer muziek? Check het muziekblog voor andere lijstjes.

Mark Hollis en de stilte van Talk Talk; een perfect drieluik

Leestijd: 5 minuten

“Before you play two notes, learn how to play one note. And don’t play one note unless you’ve got a reason to play it.”

Mark Hollis (4 January 1955 – 25 February 2019)

Happiness is Easy

Talk Talk. Dat is zo’n bandje waar ik vroeger niet zo veel van vond. ‘Such a Shame’ is natuurlijk een wereldhit die iedereen kent, net als ‘Life’s what you make it’ en ‘Living in another world’. Niet goed genoeg om te kopen en thuis zelf te draaien, zo vond ik, maar toch ook wel weer zo aangenaam dat je mee gaat hummen als het op de radio voorbijkomt.

Dat veranderde een beetje bij ‘Happiness is Easy.’ Daar vielen de interessante ritmes mij voor het eerst op, met een elegante invulling van diverse instrumenten die individueel maar toch samen het nummer opbouwen. Alsof ze elkaar daar per toeval voor het eerst troffen.

Het is rustige muziek, met tijd en ruimte om het geheel te voelen, te ervaren. Je hoort een akoestische bas, een echte piano, zo’n gitaartje als in ‘I scare Myself’ van Thomas Dolby. En natuurlijk het kinderkoor, dat in georganiseerde chaos het refrein zingt. Geweldig nummer, staat op mijn lijstje van de 1000 beste popsongs aller tijden. Een lijst die niet zozeer lang is als wel heel breed, zodat mijn topperts allemaal voorin kunnen zitten. Iedereen is de beste in De Lijst van Ed.

Hapiness is Easy

Goed. Daarna is het heel lang heel stil tussen Talk Talk en mij. Eigenlijk tot eind februari van dit jaar. Toen werd bekend dat Mark Hollis, de zanger, op 64-jarige leeftijd was overleden. Uitgetalkt.

Gek genoeg wilde ik er meer van weten. Ik was weliswaar geen fan van het eerste uur, maar toch intrigeerde mij iets met terugwerkende kracht in die band. Dus dook ik in hun discografie. Daar ontdekte ik twee pareltjes die al sinds 1988 op mijn ontdekking lagen te wachten: The Spirit of Eden en Laughing Stock.

Wat een prachtige platen. Minstens net zo mooi is het soloalbum van Mark Hollis, dat zeven jaar later onder zijn eigen naam uitkwam. Een uniek muzikaal drieluik dat eigenlijk op geen enkele manier aan één van hun grote pophits doet denken. Op ‘Happines is Easy’ misschien na dan.

Spirit of Eden

Spirit of Eden kent slechts zes nummers, die variëren in lengte tussen vijf en negen minuten. Lange stukken dus, die al een kleine indicatie geven dat Talk Talk hier geen standaard popmuziek aan het maken is. Integendeel, het is sferische improvisatie, verstild doch lyrisch en verdomd als het niet waar is, tijdloos. Met elementen van jazz, folk, pop en experimental.

Nog steeds herkenbaar als Talk Talk, door die melancholieke stem van Mark Hollis, maar anders, heel anders. Dit zei Hollis er zelf van in 1998.

“Spirit of Eden”, I kind of think that was very much like, in a way where all those earlier albums were trying to get to. And then having got there, I then think the important thing is that, y’know, you either, you either just stop making records at that point because you’ve kind of reached what you were trying to get, or from that point, you seriously redress, y’know, these other areas that you, that you go for.”

Hun platenmaatschappij, EMI, was woest. Razend. Er stond geen enkele hit op, geen één nummer dat op de radio kon. Niets om geld mee te verdienen. Tot overmaat van ramp weigerde de band nog te gaan toeren ook. “Dit is muziek om naar te luisteren”, zo zei men in Talk Talk, “niet om live uit te voeren. Dat doen we dus ook niet”. De plaat werd de hemel in geprezen door de pers, maar de verkoop bereikte slechts een fractie van voorganger ‘The Colour of Spring’. Die verkocht meer dan twee miljoen exemplaren.

Er volgde een grimmige rechtszaak die er uiteindelijk toe leidde dat de band op straat werd gegooid. Als de gans geen gouden eieren meer legt, kan ie helemaal oprotten ook. Weg ermee. Bij het jazzlabel Verve echter vond men die nieuwe richting helemaal geen probleem, juist een aanbeveling. Zodoende verscheen daar in 1991 het nieuwe album Laughing Stock, dat ingetogen doorging op de weg die met Spirit of Eden was ingeslagen.

Laughing Stock

Ook Laughing Stock kent slechts zes nummers. En weer staat de stilte van Talk Talk voorop. Hollis vond dat geen geluid in muziek namelijk net zo belangrijk is als wel geluid. “Before you play two notes, learn how to play one note. And don’t play one note unless you’ve got a reason to play it.” Myrrhman, het eerste nummer, bevat dan ook niet zo veel ‘notes’ en doet zelfs als klassieke muziek aan.

After the Flood

“You take like the first track on that album, ah, ‘Myrrhman’, and it was kind of like Ok, Let’s, let’s write a track here where no part of it ever gets repeated.  Y’know, it’s just totally a movement like this (points hands moving forward in a straight line), rather than any recognisable song form.”

Die verstilling wordt op het volgende nummer, ‘Ascension Day, weer helemaal losgelaten. Daar klinkt Talk Talk bij vlagen als een punkband on dope, al was het maar omdat ze die song abrupt beëindigen. Ik dacht eerst nog dat ik een gecorrumpeerd exemplaar had, maar nee, het hoorde gewoon zo.

Het volgende nummer, ‘After the Flood’, is mijn favoriet van dit album. Het tikt af op bijna negen en een halve minuut en door de stug door kloppende drums voelt dit als het eerste post-rock nummer aller tijden. Later zouden bands als Radiohead en Mogwai zeggen dat ze hun muzikale mosterd hier bij Hollis hadden gehaald. Ook Grandaddy vertelde iedereen dat Talk Talk hun favoriete band was en nam ter ere van hun een nummer op met de titel ‘Laughing Stock’.

Qua verkoopcijfers verging het Laughing Stock nog slechter als zijn voorganger en de band hield het hierna voor gezien. Muziek maken is mooi, maar je moet er wel wat te drinken bij hebben. Dat Laughing Stock niet zo heel populair is bij de platenmaatschappijen kun je overigens ook afleiden uit het feit dat het niet via Itunes of Apple Music verkrijgbaar is. Wel via Spotify. Hij is daarnaast nog als LP te bestellen voor 41,95 bij Bol. En hij staat ook op Youtube. Daar zou ik lekker beginnen.

Mark Hollis.

Zeven jaar bleef het stil rondom Mark Hollis en toen was daar opeens zijn solodebuut: Mark Hollis. Die maakte af waar zijn twee voorgangers aan begonnen waren: het creëren van het perfecte drieluik. Met wederom veel stilte. Het eerste nummer, The Colour of Spring, begint zelfs met 20 seconden niets. De resterende nummers zijn heel organisch opgenomen, volledig akoestisch met veel elementen van jazzmuziek en zelfs vleugjes klassiek. Maar ook de trommels roeren zich, zoals in The Gift, mijn favoriete nummer van dit album. Het is een tijdloze plaat en dat was precies wat Hollis in gedachten had.

The Gift

“The ideal is that the album won’t be recognisable as having come from any time, having been recorded in any particular year.  And the fact you’re working with acoustics, helps, means, you can’t date.”

Na deze soloplaat trok Hollis zich terug uit de muziekwereld, om op een paar kleine rariteitjes na nooit meer iets van zich te laten horen. Maar dat was ook niet nodig: het drieluik was af, er hoefde niks meer bij. Het is muziek voor eeuwig. Geen enkele reden om nog een noot te spelen.


Meer muziek lezen? Check Boek & Plaat.

Andrew Duhon – False River. Muziekrecensie

Leestijd: 3 minuten

Vanaf welke leeftijd luistert een mens actief naar muziek? Dat je weet wat je hoort, wie er speelt en je zou kunnen spreken van een eerste favoriet, dat je ergens fan van bent. En dan niet bepaald door wat de meest populaire klasgenoten leuk vonden, want dat ging namelijk niet om de muziek maar om wat anders, groepsdynamica.

Daardoor kan ik (gelukkig wel) The Rubettes en ABBA van mijn lijstje schrappen. Wat dan overblijft als mijn eerste favoriet is denk ik Deep Purple. Buurjongen Theo had er een LP van, Deep Purple in Rock, en die mocht ik lenen om op te nemen. Op een cassettebandje, zo’n bruin met oranje BASF-ding, ja ja.

Van Morrison heeft eigenlijk nooit op mijn lijstje gestaan, of eigenlijk niet dat ik wist, terwijl het wel tijdgenoten zijn. Zo dacht ik bijvoorbeeld lange tijd dat Brown Eyed Girl van The Rolling Stones was. Pas bij de CD ‘What’s wrong with this Picture’ raakte ik geïnteresseerd in Van the Man en zijn soulvolle stem. En nog steeds maakt hij fijne platen, zoals ‘Roll with the Punches’ uit 2017 en onlangs nog ‘You’re driving me Crazy.’ Dat is hoe de oude Van Morrison nu klinkt.

Als je wilt weten hoe de nieuwe Van Morrison nu zou klinken, moet je vooral eens gaan luisteren naar False River van Andrew Duhon. Al vanaf de eerste zinnen in het openingsnummer ‘Comin Around’ hoor je dezelfde soul die in de zang van Van Morrison zit. Het doet trouwens ook wel een beetje denken aan Foy Vance, nog zo’n zanger die een geloofwaardige emotie in zijn stem weet te leggen. Luister maar eens naar ‘Make it Rain’. Prachtig.

Op False River staat muziek waar je op weg zweeft, naar oorden ver van hier rondom de Mississippi Delta. Ook niet zo gek, als je weet dat Duhon uit New Orleans komt en de Delta blues de primaire inspiratie was voor deze plaat. Hij mixt verder wat soul en jazz door die blues en noemt zich desondanks een singer songwriter. Ik vind het prima, als het maar lekker klinkt. En dat doet het, het zijn stuk voor stuk geweldige nummers, opgebouwd rondom die steeds weer bijzondere stem van Duhon.

Grofweg verdeelt Duhon zijn teksten over twee onderwerpen: verbroken relaties en zijn omgeving. Die laatste categorie liedjes heeft net iets mijn voorkeur, zoals ‘Street Fair’ en ‘Mississipi be my guide,’ omdat hij daarin elementen van blues en jazz verwerkt die die liedjes net iets spannender maken.

Dat lijkt bij nadere beschouwing niet zo vreemd als het lijkt. Duhon vertelt dat veel van de songs op False River zijn ontstaan samen met de band.

“These new songs came along not just as solo compositions the way I had written in the past, but I allowed what the trio was doing to start musically pushing and musically informing me to write more thoughtful music, basically. Before this record I would have told you the lyrics come first, but in playing with these guys the music came about first that put me in a space the lyrics had to fit into more rigidly. So some of this stuff was a learning curve in trying to write songs that way.”

andrew duhon

Een andere inspiratiebron voor deze muziek was het essay ‘self-reliance’ van Ralph Waldo Emerson uit 1841. Een Amerikaanse klassieker, met quotes als: “To believe your own thought, to believe that what is true for you in your private heart is true for all men, —that is genius” en “Trust thyself: every heart vibrates to that iron string.” De teksten van False River klinken met deze wetenschap dan toch weer net even anders. Niet dat het heel veel uitmaakt. False River is gewoon een prachtig album, gezongen door een man met een geweldige stem die je ook gelooft als je hem niet verstaat.


Meer lezen over muziek? Of boeken? Check Boek & Plaat

« Oudere berichten

© 2022 Rizoomes

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑