Wanderings in crisis

Tag: Pieterpad (Pagina 1 van 2)

Zuiderzeepad Fotoboek

Leestijd: 9 minuten

Het Zuiderzeepad is met 490 kilometer één van de langste wandelpaden van Nederland. Wij deden er ruim twee jaar over om het pad volledig af te lopen. We begonnen in Harderwijk, december 2018, en in augustus 2021 finishten we in Ossenzijl. In dit Zuiderzeepad Fotoboek geef ik een indruk van wat je onderweg allemaal tegenkomt. Dat is veel, heel veel. Daarom dus een selectie aan de hand van een paar thema’s die ik exemplarisch vind voor het Zuiderzeepad.

Schapen, overal schapen

Ik geloof niet dat er op enig ander wandelpad in Nederland zo veel schapen voorkomen als op het Zuiderzeepad. Ze staan overal, in weitjes en velden, maar vooral op de vele grasdijken langs het water. Meestal wordt je volledig genegeerd en loop je er gewoon tussendoor, slalommend tussen alle drollen en keutels. Maar soms komt er één op je af, zoals deze, die luidkeels tegen je gaat staan mekkeren. Gewoon doorlopen is dan het devies; de kans dat er stiekem een wolf in zit is buitengewoon klein.

Afsluitdijk

De meest indrukwekkende route op het Zuiderzeepad is die over de Afsluitdijk. Het was één van de eerste tochten die we liepen, in maart 2019. Snel ingepland omdat het fietspad over de dijk daarna voor jaren gesloten zou worden in verband met werkzaamheden.

In de laatste planning gaat het fietspad trouwens pas weer eind 2025 open. Het was ook de langste etappe die we liepen: inclusief aanlooproute stond er aan het eind van de middag dik 33 kilometer op de teller. Wel gewoon rechtdoor allemaal, dus de kans dat je verkeerd loopt is minimaal. Je moet ook je zegeningen tellen.

Weer en Wind

Het Zuiderzeepad is door zijn vorm en ligging nogal gevoelig voor weer. Dat is meestal geen probleem, maar soms kom je terecht in noodweer zonder dekking. Dan is de juiste kleding van belang. Ga dus niet onvoorbereid op pad, zelfs niet als de zon uitbundig schijnt. Zonder zonnekletsj kom je terug als een kreeft.

Handige tip: check voor vertrek de windrichting en pas daar de richting van je route op aan; loop met de wind in de rug, als het een beetje kan. Na 20 kilometer tegenwind tuten de oren en hoor je de Zuiderzee nog dagen klotsen.

Zuiderzeestadjes

Tussen alle dijken en vlaktes van het Zuiderzeepad door liggen vele kleine stadjes met een roemrucht verleden in de scheepvaart en visserij. Dat is niet altijd direct duidelijk, zoals in Blokzijl, dat tussen weilanden in ligt. Maar dat is het heden, na de inpoldering. Ooit lag het aan zee.

Als er één ding is dat je gaat beseffen na het lopen van het Zuiderzeepad, is dat heel veel plekken genadeloos afgesloten zijn geraakt van hun eigen geschiedenis. Met de aanleg van de Afsluitdijk is er voor hen een soort schisma ontstaan tussen heden en verleden, waarbij we niet moeten vergeten dat de inpoldering niet alleen veel gebracht, maar ook genomen heeft.

Niet zelden heb ik me trouwens afgevraagd op de verschillende routes of het anno 2021 überhaupt nog zou lukken om zo’n megaproject als de Afsluitdijk voor elkaar te krijgen. Hoe dan ook, het is een genot om de oude stadjes te bezoeken. En wie weet, zijn ze juist zo goed geconserveerd gebleven door de afsluiting van de Zuiderzee.

Rampen

De stormvloed van 13 en 14 januari 1916 en de hongersnood van 1918 gaven de doorslag in het aannemen van de Zuiderzeewet. Dat was een raamwet die bepaalde dat de Zuiderzee zou worden afgesloten op kosten van de Staat en dat er extra landbouwgronden moesten worden aangelegd. In 1927 werd met de aanleg begonnen en in 1932 was het klaar.

De meerwaarde van de Afsluitdijk werd duidelijk tijdens de stormvloed in 1953. Waar zich in Zeeland een ramp voltrok, bleef het rondom het IJsselmeer beheersbaar. Langs het Zuiderzeepad wordt op veel plaatsen aandacht besteed aan de watersnoden die zich daar hebben voltrokken.

Daarnaast zijn er vele monumenten opgericht voor neergestorte vliegtuigen uit de Tweede Wereldoorlog. Die combinatie van geschiedschrijving met lopen maakt het Zuiderzeepad ook een interessante wandeltocht. Geen wandelcoaching, maar wandelteaching.

Recreatie

We zijn niet heel veel andere wandelaars tegengekomen in de twee jaar die wij over het Zuiderzeepad deden. Wel heel veel andere recreatie, opvallend vaak in clubverband: autoclubs, brommerclubs en botenclubs, als het je comfortabel langs de Zuiderzee vervoert is alles prima, lijkt het. Eigenlijk is de Zuiderzee het grootste openluchtpark van Nederland. En je mag er nog gratis in ook.

Schilderijen

Ikzelf schiet slechts plaatjes met mijn Iphone, maar voor de echte fotograaf is de inspiratie rond het Zuiderzeepad onuitputtelijk. Grote vergezichten met kleine hoekjes, wolkenluchten en water, je maakt zonder veel moeite de prachtigste foto’s. Als je op de foto’s klikt, worden ze groter.

Windmolens

Het Zuiderzeepad leidt je niet alleen langs de geschiedenis, maar ook langs de toekomst. Overal verschijnen windmolenparken. Onafzienbare rijen hoge propellors, klakkeloos langs elkaar geplaatst in kennelijke fantasieopstellingen, vervuilen het zicht op de horizon. En er is geen molen die zo snel draait als zijn buurman, dus het is eigenlijk één grote chaos. Dat geeft op sommige plekken een onrustig beeld, diepzinnig in de verte staren is er niet meer bij omdat er zelfs in je ooghoek altijd wat beweegt. Misschien dat we er ooit aan wennen, maar voorlopig denk ik dat het eerst erger wordt voordat het verbetert.

Vestingen

Omdat al die stadjes ooit aan zee lagen, hadden ze vaak ook een strategische functie in de landsverdediging. Er zijn nog diverse kastelen en versterkingswerken bewaard gebleven langs het Zuiderzeepad. Ook dat levert vaak mooie plaatjes op, zeker met de juiste wolkenlucht erboven.

Monumenten

Datzelfde geldt voor monumentale bouwwerken als vuurtorens en stoomgemalen. Ook de Hollandse Waterlinie kom je er op vele plekken tegen, vooral rondom Amsterdam natuurlijk, zoals in Naarden Vesting.

Diezelfde waterlinie leidde overigens tot verzet van Wilhelmina tegen de Zuiderzeewet, omdat ze bang was dat tijdens oorlog de boel te langzaam onder water zou lopen. Dat oorlogen sinds 1914 ook met vliegtuigen werden uitgevoerd was haar waarschijnlijk ontgaan.

Vlaktes

Tussen alle stadjes, clubs, vestingen en monumenten door is er vooral ook heel veel niets. Grote vlaktes met niets dan weiland, water of in bijzondere gevallen, ijs. Soms loop je uren door zo’n vlakte zonder iets tegen te komen. Ook geen horeca dus. Zorg er daarom voor dat je altijd voldoende eten en drinken meeneemt om een wandeldag door te komen.

Weer en wind is er daarentegen altijd wel, ook in het niets, maar daar had ik het al over gehad. Vaak kom je ook schapen tegen in het niets, of natuur, maar zelden allebei tegelijk. Als je dus geen schapen ziet, is er een grote kans op natuur. Kleine natuur weliswaar, maar daarom niet minder mooi.

Natuur

Wij liepen het Zuiderzeepad door zo’n beetje alle jaargetijden heen. Dan zie je de natuur ook steeds in verandering: bloemen, paddestoelen, vlinders, je komt onderweg van alles tegen. Inclusief zwermen lieveheersbeestjes. En muggen, een kleine sanitaire stop in de bosjes naast het pad door de Weerribben leidde tot meer dan twintig muggensteken in enkele seconden, gevolgd door dagenlange jeuk. U is gewaarschuwd.

Lange Enden

Is het dan alleen maar mooi op het Zuiderzeepad? Nee, dat is ook niet waar. Er zijn routes waar je kilometers lang op een kaarsrechte grasdijk loopt, dwars door het niets, met alleen maar schapen of lang gras tot je middel. Dat zijn taaie stukken, zeker als het weer en de wind ook extremer zijn dan gemiddeld. Dan is het naast heel lang, ook heel nat of heel heet.

Toch is dat ook tegelijkertijd weer mooi; het zijn goede oefeningen in de Stoa, leren om er niets van te vinden en te accepteren dat je er niet over gaat. Of vrij naar Carl Jung: ‘everything that irritates us about others and certain places can lead us to an understanding of ourselves.’ Zo is het ook nog een keer.

Tips op een rijtje

Het Zuiderzeepad is niet het eerste LAW-pad dat we liepen. Ook het Pieterpad, het Hanzestedenpad en het Limespad hebben we afgerond. Toch leerden we dat het Zuiderzeepad enkele eigenaardigheden heeft. Sommigen kwamen al voorbij in dit blog, maar hier alle tips op een rijtje.

  • Diverse plekken van het Zuiderzeepad zijn moeilijk bereikbaar met het OV en in het weekend soms helemaal niet. Aanrijtijden van anderhalf uur met de auto en daarna nog eens anderhalf uur in bussen met drie overstappen komen voor. Goed plannen is dus essentieel.
  • Let op de wind. Als het even kan adviseer ik die in de rug te houden. Ook daar moet je in je planning dus rekening mee houden.
  • Zorg ervoor dat je je benen volledig kan afschermen tegen hoog gras en brandnetels, met name over de dijken. Dat bespaart striemen, jeuk en vooral tekenbeten. Het is niet heel hip, maar handig zijn afritsbare pijpen wel.
  • Neem voldoende eten en drinken mee. Op de Lange Enden en in de Vlaktes is er alleen het grote niets.
  • Zorg ervoor dat je telefoon goed opgeladen is en neem eventueel een powerbank mee. Er zijn veel werkzaamheden aan dijken en soms moet je behoorlijk omlopen. Dan is het wel lekker dat je een routeplanner op je phone hebt.
  • Wees argwanend bij moerasachtige stukken in een natte zomer zoals die van 2021. Hordes muggen liggen in hinderlagen te wachten om je lek te steken. Dat kunnen ze door je kleding heen, is onze ervaring. Wij zijn op sommige plekken met de routeplanner van het officiële traject afgeweken.
  • Als je budget het toelaat is het leuk om meerdaagse wandeltochten met overnachting te plannen rondom de Zuiderzeestadjes. Wij verbleven onder andere in Enkhuizen en Stavoren. Dat heeft echt meerwaarde in de beleving van het Zuiderzeepad.

Het Zuiderzeepad is al met al een mooie uitdaging. Het kost even wat, maar het brengt je ook veel. Veel plezier!

Bloem aan de wandel, uit de tuin

Leestijd: 13 minuten

Bloem aan de wandel is ooit begonnen met één bloemenkiekje, maar is inmiddels een verzameling van meer dan 200 foto’s. Allemaal gemaakt tijdens wandelingen, met name op het Pieterpad. En een paar uit de tuin. Je vind ze hier op alfabetische volgorde onder elkaar. Bloem aan de wandel is vooral bedoeld als een plaatjesblog. Het is dus geen gids.

Met een app kun je redelijk goed uitzoeken welke bloem je op de gevoelige plaat hebt gezet. Toch is dat niet altijd even makkelijk. Vooral bij trossen had mijn app altijd moeite met bedenken wat ie daar voor zich had. Ik heb tot nu toe Plantsnap gebruikt voor determineren en zelfs een jaar lang de betaalde versie, omdat je daarmee ongelimiteerd kunt zoeken. En dat had ik in het begin zeker wel nodig, met de tien foto’s uit de gratis versie kwam ik niet uit.

Toen bij verlenging het abonnementsgeld werd verhoogd van 8 euro per jaar naar 21,99 ben ik er mee gestopt. Met de gratis versie kom ik tegenwoordig redelijk uit de voeten, al was het maar omdat er al meer dan 200 bloemen in de collectie zitten. Zoveel nieuwe zal ik dus niet meer tegenkomen. Bovendien kun je tegenwoordig ook foto’s die je al eerder gemaakt hebt invoeren. Maak je dus meer dan tien foto’s, voeg je de rest in de dagen erna toe.

Plantsnap kort je foto’s wel in. Dus als je echt mooie bloemen tegenkomt, gebruik dan Plantsnap niet maar voeg de foto later toe. Wat er ook kan gebeuren met Plantsnap is dat ie de kleuren overbelicht. Soms lijkt het dan net op een tekening, zoals bij de Akker Vergeet-mij-nietjes. Die moet ik dus nog een keer opnieuw vastleggen dit jaar. Plus nog een paar anderen :-).

Veel van de foto’s uit dit blog heb ik naderhand nog gecheckt via internetsites. Maar niet allemaal. Dus ik kan niet 100% garanderen dat overal de juiste naam bijstaat. Maar dat maakt de bloem zelf niet minder mooi.

Oh ja, wellicht ten overvloede, als je op de foto klikt (bovenste helft) wordt ie groot. Da’s niet altijd beter, maar wel groter.

Bloem aan de wandel van A t/m E

Bloemen aan de wandel van F t/m G

Bloem aan de wandel van H t/m L

Bloem aan de wandel van M t/m P

Bloemen aan de wandel van R t/m Z

De beste bieren langs het Pieterpad deel 2

Leestijd: 4 minuten

En toen was hij opeens af, het Pieterpad. Bovenop de Pietersberg zaten de 498 kilometers er op, het zwarte gat nakend aan de einder. Wat nu te lopen?

Gelukkig hadden we de biertjes nog. Wijzer geworden door het eerste blog over de streekbieren van het Pieterpad, hebben we in deel twee àlle speciaal bieren die we tegen kwamen gerecenseerd. Lekker. De meeste wel, nochthans.

Serafijn

Serafijn van brouwerij de Hemel uit Nijmegen. Gedronken bij pannenkoekenrestaurant de Duivelsberg in Berg en Dal. Witbier van 5% dat in een onprettig limonadeglas kwam. Enigszins laffige smaak, koriander en sinaasappel node gemist. Geen hoogvlieger. Maar dat zijn eigenlijk alle witbieren niet. Nee, een weizen is echt wat anders dan witbier. Dat u het maar weet. En hou ook eens op met die citroentjes er in te gooien. Niet meer doen.

Wolf

Wolf bij de Wolfsberg in Groesbeek. Van brouwerij Wolf uit Aarschot, België. Stevig bier van 7,4%, licht aromatisch zoet, beetje de smaak van Duvel. Lekker bier met enorme schuimkraag die de hele kelk vulde. Nectarine met witte peper. Prachtig terras, vol nogal koude kak. Die gingen weer, het mooie uitzicht bleef.

Tortel Weizen

Tortel Weizen van Genneper Tortelduiven brouwerij. Mooie plek bij Hotel de Kroon in Gennep. Wel een weizen, but not as we know it, captain. Ietwat vlakke smaak, maakt geen grote indruk. Snel overgestapt op Gerardus van Gulpen. Is dat een streekbier eigenlijk? Vast wel, hij past bij elke streek namelijk heel goed. Zoals bij Bluk op de hei in Laren, op slechts 1,5 kilometer lopen hier vandaan in Hilversum.

Tre Fontana

Tre Fontana komt uit Rome en is het elfde Trappistenbier. Voorheen slechts aan het klooster ter plaatse te verkrijgen en enkele speciaalzaken in de Eeuwige stad. Een heerlijke tripel met eucalyptus die het een frisse afdronk geeft op het zachte zoet van de 8,5% alcohol. Niet uit de streek, maar wel gedronken bij Brouwersplaats in Venlo. Café voor de bierliefhebber en dat zijn we. Het zou een zonde zijn dit goddelijke bier niet te noemen in deze lijst. Dus doen we dat, maar neem voldoende zilverlingen mee, goedkoop is het niet.

Venloosch Alt

Venloosch Alt wordt tegenwoordig gebrouwen door Lindeboom. Het roept dezelfde vraag als bij de Gerardus: is het een streekbier? Lekker is het wel. Een licht kruidige smaak op 5,2% alcohol. Mooie amberkleur, klein zoetje en moutig. Gaat makkelijk van de één naar nog één en toch gezond weer op. Het is een kwestie van geduld dat heel Holland met Venloosch Alt zijn glaasje vult.

Gouverneur Blond

De Gouverneur Blond is ook van Lindeboom. Een lekker blond bier, kruidig met een stevige afdronk. Die 6,5% zitten zeker niet in de weg en het is daarom het vermelden zeker waard. Ook al zit het in de categorie Leffe, Affligem en La Trappe: wel speciaal bier, geen streek. Staat dus niet in de top 5 Pieterpad deel 2. (Geintje, wel hoor)

Flandrien

Flandrien Super 8 is een blond bier uit België. Ze lonken naar de wielersport en dat was ook precies de reden dat ie op de kaart stond bij restaurant Saga in Geulhem. Flandrien beschrijft het zelf als volgt: “Een kopman zonder een sterke ploeg achter zich pakt geen enkele prijs. Daarom hebben we die van ons omringd met kruidige knechten zoals eik, vanille, koriander en verschillende soorten hop waaronder Saazhop, Belgische hop, kruidige en bloemige hop. Straffe smaakmakers die elke bierliefhebber moeiteloos over de streep trekken.” En zeau is het.

Tongerlo Bruin

Tongerlo Bruin wordt net als Flandrien gebrouwen bij Haacht in Bortmeerbeek. Al 120 jaar een onafhankelijke familiebrouwer en alleen daarom al zouden wij allen aan de Tongerlo Bruin moeten. Maar het is ook gewoon een lekker bier, zij het wat aan de zoete kant met zijn karamel en bruine suiker smaken. Gelukkig stijgt er na elke slok een licht kruidig bittertje op, want biertjes moeten ook niet te braaf zijn, zelfs niet als ze uit een klooster komen.

Gerardus

En dan de hamvraag: welk bier is het beste van het Pieterpad? Eigenlijk is daar maar één antwoord op te geven: ga het vooral zelf proeven. Dan kom je er vanzelf achter. Wij vinden een Gerardus van de tap op dit moment het lekkerst. Al was het maar omdat ie op loopafstand van ons huis verkrijgbaar is, met uitzicht op de hei. Zodat wij vrij naar Kloos kunnen zeggen: de natuur is prachtig, helemaal als je er wat te drinken bij hebt.


Alle bierwandelblogs op een rijtje:

De beste streekbieren van het Pieterpad deel 1

Leestijd: 3 minuten

De laatste route van het eerste boekje: van Laren naar Vorden

Eenmaal in Vorden kon het boekje dicht: de eerste dertien etappes en 236 kilometer zaten er op. Overwinningen moet je vieren en bij een feestje hoort een biertje. In dit Pieterpadblog vindt je daarom de vijf beste streekbieren die wij tegenkwamen onderweg. Geheel subjectief en op niets anders gebaseerd dan de eigen smaak. Met als definitie van streekbier ‘ongeveer in de buurt gebrouwen van waar het gedronken werd.’ Ja, dat is weids. Houden we van.

Conclusie: allemaal proberen! Het waren tevens de enige vijf streekbieren, dus acht keer moesten we het met wat anders doen. Zoals een Weizen of een Dubbel. Weet je gelijk een beetje wat we lekker vinden. Hopelijk vinden we in deel twee van het Pieterpad wat meer plaatselijk vakmanschap, kansen genoeg zou ik zeggen.

5. Martinus Nuchter Pale Ale

De Martinus Nuchter dronken wij bij de Drie Gezusters op de Grote Markt in Groningen. Het is een biertje met een mooi verhaal. Het recept is mede ontwikkeld door de supercomputer ‘Watson’ van IBM. Die maakte een analyse van de karaktereigenschappen van de Groninger en koppelde dat aan duizenden bierrecensies. Het resultaat is een pale ale van 6,1%, gebrouwen met 50% haver. Ik vond het een OK bier. Niet heel IPA, toch wel met een citrusje erin op een verder ietwat vlakke smaak. Maar ik ben dan ook geen Groninger.

4. Groninger Spelt Pale Ale

De Groninger Spelt Pale Ale werd geschonken op een zonnig terras in de haven van Winssum, op de eerste dag van het Pieterpad. Dat maakt alles lekker. Deze Pale Ale is mild hoppig en schuimt er vrolijk op los. Lekker fris met 5%. Daar doen we er nog maar eentje van dan, daar in dat kleine café aan de haven.

3. Veluwse Schavuit

Eigenlijk is het geen schavuit, maar Schavuyt. Gebrouwen door brouwerij de Vlijt uit Apeldoorn. Die hebben hun best gedaan er een mooi amberkleurig bier van te maken en dat is goed gelukt. Volle smaak met caramel, beetje hoppig en ja drommels, in de nasmaak nog wat honing ook. Hij doet 6,5% en vooruit, wij er ook nog één.

2. Groninger Oerspelt Weizen

De Oerspelt Weizen is een broertje van de Spelt Pale Ale van nummer vier. Waar die al flink aan het koolzuur was, schuimt deze helemaal door. Flinke kragen heb je zo te pakken, die heerlijk geuren naar fruit en dan natuurlijk vooral naar banaan. Hij doet 6% en kreeg een vetleren medaille op het bierfestival van Lyon in 2018. Kijk, dan kan je wel wat.

1. Dalfs Blauw

Het Dalfsblauw van de Vechtdal Brouwerij kon ons het meest bekoren. Niet alleen door de prachtige plek op het terras van Grand Cafe de Veghte in Ommen, maar vooral door die diepe smaak van deze haast Belgische Dubbel. Koffie, caramel, mout, hop, het komt allemaal voorbij in een prachtige lichtbruin bier met een fijne schuimlaag. Hij schrijft 7,5% en oom agent een bon als je er drie neemt voor het autorijden. De volgende keer gaan we dus met de trein.


Alle bierwandelblogs op een rijtje:

Het oude stadhuis van Gennep strooit ooieveren

Leestijd: 3 minuten

Langs het Pieterpad van Groesbeek naar Gennep

13 juli 2019

We kwamen over de Niers en langs de Martinustoren, voor we het oude stadhuis van Gennep bereikten. Het is een pront gebouwtje. Niet heel erg groot, maar van voldoende formaat om indruk te maken. Het telt twee reguliere verdiepingen, en een derde onder een schuin dak, dat op de kopse kant is afgewerkt met een sierlijk trapgeveltje. Die trap kent vijf treden aan weerszijden van de gevel. Op elke trede rust een stenen bol, waar metalen spiralen uitsteken richting de vier windrichtingen. Plus eentje naar boven, waarheen het zelden waait.

Er zitten veel ankers in de muren, gitzwart zijn ze, strak in de verf. Voor zo’n oud pand, het dateert uit 1620, zitten er ook nogal wat ramen in. Aan de voorgevel zijn die bovendien voorzien van bloedrode luiken, die mede bijdragen aan de stoere uitstraling. Dan is daar verder nog het torentje, aan de voorkant van het huis. Achtkantig is ie, met een gouden uurwerk net onder de top. In het dak van de toren is een carillon verwerkt met 25 klokken. Uit Aarle-Rixtel komen ze, zo las ik later, van Petit & Frissen. Meest opvallend is misschien nog wel de staat van het metselwerk. Dat ziet er puik uit. Het oude stadhuis van Gennep werd goed onderhouden, zo veel was zeker.

Het torentje van het stadhuis

Wel lag er opvallend veel vogelpoep aan de zijkant van het gebouw. Vast van duiven, dacht ik, dat zie je wel vaker. Zwaluwen, de mogelijk andere verdachten, waren nergens te bekennen. Toen ik langs de gevel omhoogkeek, zag ik overal van die spijkers in de vensterbanken, bedoeld om vogels weg te houden. Zie je wel, stelde ik vast. We vervolgden onze tocht door Gennep.

Later liepen we terug richting ons hotel en keken nu recht op het stadhuis, vanaf de Markt. Ook uit die hoek gezien is het een fier gebouwtje, waarbij vooral de toren in het oog springt. Daar kijk je dan ook frontaal op. Rechts van de toren, vanaf de rand van het dak, zat een grote grijzige vlek. Alsof er een enorme lekkage was geweest en dat de omtrek daarvan nu door de dakpannen heen omhoog vlekte. Curieus.

Met een omtrekkende beweging liepen we verder, om het oude centrum heen. De buitenverkenning was nog niet afgerond. Er passeerden straten met namen als Haspel, Gaest en Doelen. Via het Mozaïekplein kwamen we tenslotte achter het stadhuis, waar we verrast werden door luid geklepel van een ooievaar. Toen zagen we het pas: bovenop de schoorsteen, aan de rechterkant van het stadhuis, lag een eibersnest met drie bewoners. Niks duivenpoep noch lekkage, gewoon ooievaarskak. En veel. Het was een groot raadsel dat we daar al die tijd overheen hadden gekeken. Misschien toch dat als je iets niet verwacht, je het ook niet ziet. Soms is een ooievaar net een gorilla in een basketbalwedstrijd.

Het ooievaarsnest vanaf de achterzijde van het stadhuis

We gingen op het terras van hotel De Kroon zitten, onder de luifel. Van daaruit hadden we goed zicht op het ooievaarsnest. Het was inmiddels tegen vijven, wolken trokken samen maar de wind bleef liggen. Wandelaars kwamen voorbij en keken om zich heen, wikkend en wegend of ze door zouden lopen. De ooievaars waren ondertussen begonnen met het onderhoud van het verenkleed. Met hun lange snavel wroetten ze tussen de schachten, vlaggen en baarden. Alles werd minutieus op z’n plek gelegd. Af en toe keken ze even bij elkaar, alsof ze advies gaven, waarna ze weer hun halzen bogen en in de eigen tooi verdwenen. Om hen heen vloog van allerlei gespuis, duiven, kauwen, het kon ze niet boeien. Veren vouwen, dat was het enige wat ertoe deed deze middag.

Het ooievaarsnest vanaf het terras van De Kroon

Inmiddels was het zachtjes gaan regenen. Een klein windje stak op, maar onder de luifel van de Kroon merkte je er weinig van. Terwijl er hoog boven ons verendekjes werden opgeruimd, stond hier beneden de tijd stil. We hoefden nergens heen en er was niks wat vandaag nog gedaan moest worden. Even viel alles op z’n plaats. We keken recht over de markt uit toen er een wit donsveertje voorbij dwarrelde, en nog een, en nog een. Geen sneeuwvlokjes. Ooieveren.

Kruisende paden op de Sallandse Heuvelrug

Leestijd: 4 minuten
Ed Oomes, 7 juli 2019

Kruisende paden is het thema van dit blog over route tien en elf van het Pieterpad. Kruisende wandelpaden, kruisende bospaden en we doorkruisen Deventer. Nou ja, een stukje dan.

Land doorkruisen

De reis naar de verschillende etappes van het Pieterpad is soms nog een grotere opgave dan de wandeling zelf. Het zijn soms hele expedities waarbij je het halve land doorkruist. Eerst uitzoeken welke treinen en bussen er gaan, paar keer overstappen, tijdje wachten tussen aansluitingen door. En vroeg weg als je nog op tijd terug bij huis wilt zijn. Daarom is het prettig om af en toe te overnachten tussen twee routes in. Wij deden dat vanuit Hellendoorn. Gingen we een dagje naar Ommen (21 km), en de andere naar Holten (16 km). Allebei over de Sallandse Heuvelrug, een prachtige omgeving.

Kunstwerk De Beuk ligt net naast station Holten en legt uit waaraan Rijssen en Holten hun naam te danken hebben.

Kruisende wandelpaden

Over de hele Sallandse heuvelrug kom je massa’s andere wandelpaden tegen. Een van de leukste is het wereldtijdpad, waar je vrijwel direct vanuit het station Holten tegenaan loopt. Eerst denk je nog dat het een verdwaald paaltje is dat naar een bepaalde gebeurtenis verwijst, maar al gauw zie je dat er elke 25 meter een ander paaltje staat met nieuws uit een bepaald jaar. Het roept de vraag op waarom al die paaltjes daar staan.

Paaltje 1965 van wereldtijdpad

Op de website van het wereldtijdpad staat het volgende doel. “De stichting heeft ten doel het inrichten, duurzaam beheren, onderhouden en uitbouwen van het Wereldtijdpad en bij een breed publiek stimuleren van historisch besef, van belangstelling voor het verleden en van kennis van historische feiten en ontwikkelingen, alles in de ruimste zin van het woord.” Daarom dus.

Iets verderop, je loopt dan al op de Holterberg, kruist het Pieterpad met het Marskramerpad. Letterlijk een kruisend pad, één van de vele die je er tegenkomt. Een gebied om nog eens naar terug te keren zonder Pieterpad, er is genoeg te wandelen.

Kruisende bospaden

In het hele gebied van de Heuvelrug lagen overal muren van gerooide boomstammen. Bij de eerste stapel sta je nog vol bewondering te kijken naar al die stammen op elkaar en hoe ze die zo opgebouwd hebben (met de waarschuwing ‘niet beklimmen’). Maar als zo langzamerhand achter elke bocht een nieuwe stapel hout ligt, vraag je je toch af wat er aan de hand is. Waarom wordt er zo veel gekapt?

Hier en daar gaf een bord wat voorlichting. De bomen werden gerooid om ruimte geven aan een opener en diverser landschap. Persoonlijk kan ik me daar wel in vinden. De monotone dennenbossen spreken niet zo tot mijn verbeelding en ik hou meer van de heide met uitzicht. In de pers werd echter een flinke strijd uitgevochten over nut en noodzaak van deze kap, onder andere door de oude directeur van Staatsbosbeheer. Een typisch geval van kruisende bospaden. Ook bij Natuurmonumenten werden de degens gekruist. Na een ledenraadpleging is daar besloten om het beleid aan te passen. Bomen die gekapt worden voor een diverser bos, moeten elders gecompenseerd worden met nieuwe aanplant. Een mooie polderuitkomst: meer ruimte en meer bomen.

Het kruis van Twilhaar

Midden in het bos, in de buurt van Nijverdal, ligt het monument van Twilhaar. Twilhaar was ooit opgezet als werkverschaffingskamp door de Rijksdienst van Werkverruiming, om werklozen uit de Randstad aan het werk te krijgen. In het voorjaar van 1942 nam de bezetter het kamp over en bracht er 83 joodse mannen uit Groningen onder. Dat duurde maar kort. Op 2 oktober van dat jaar voerden de Duitsers plotseling alle bewoners af naar Westerbork, om vanuit daar gedeporteerd te worden naar de vernietigingskampen in het Oosten.

Deventer

En als je dan toch in Hellendoorn overnacht, is een klein uitstapje naar Deventer zo gemaakt. In de buurt van de Bergkerk ligt een prachtig stukje middeleeuwse stad, waar het zeer de moeite is om een kijkje te nemen. Van daar is het nog maar een klein stukje naar het centrum, voor een biertje op een terrasje.

Ruzie op de route, onmin onderweg

Leestijd: 4 minuten
Ed OOmes, 6 maart 2019

We zaten in de kleine restauratie van station Ommen, wachtend op de trein. Het was prachtig weer, zomer in de winter en er waren veel mensen op pad. Nog genoeg tijd voor een koffie, dachten wij, maar dat viel tegen. Het zat vol met een grote club wandelaars, die elkaar daar voor het eerst troffen. Een blind wandeldate, zeg maar. Het ongemak spatte af van deze groep nieuwe vrienden en vriendinnen. Hoe maak je kennis met elkaar? Wat zeg je wel en wat niet?

Lastig, lastig, zo bleek en om die reden besloten twee heren voorbij middelbare leeftijd dan maar om nergens een probleem van te maken en alles op tafel te leggen wat in hun hoofd opkwam. Dat was niet gering, zo hoorden wij twee tafels verderop mee. Meer ervaren wandelaars dan hen zou je niet gauw meer tegenkomen, zo veel was duidelijk. We keken op ons horloge, tijd om te gaan; de trein was er al bijna. Toen we de restauratie verlieten werden we nagestaard door twee dames uit de groep. Ik keek zo neutraal mogelijk terug terwijl de deur zich met een klein zuchtje sloot. Vrij!

Station Ommen

Ruzie op de route

Rond het middaguur vonden we een keurig bankje in de zon om aan te lunchen. Het zal op 1/3 van de route zijn geweest, schat ik zo in. Zeven kilometer er op, nog veertien te gaan. Ongeveer. De broodtrommel was net uit de rugzak toen er een dame in rechte lijn voorbij snelde, op enkele meters gevolgd door een man. Haar man? We keken het stel na; 14 kilometer met ruzie op de route, dat is best lang. Heel lang. Maar een half uurtje later liepen we al weer op ze in. Er was nog weinig veranderd, zo leek het, behalve dan dat hun wandelsnelheid en -afstand kennelijk onderdeel waren geworden van strategische oorlogsvoering. Zo neutraal kijkend als mogelijk haalden we ze in en slaakten onderwijl een klein zuchtje. Vrij!

Ruzie?

Onmin Onderweg

Twee van dit soort gebeurtenissen op één route. Was het toeval, kwam het door het Vechtdal of staan wandelaars zo naief in het leven dat ze pas aan ellende denken als ze het tegenkomen? Wij hadden er in ieder geval nog niet zo over nagedacht, maar al lopend konden we toch al gauw wat voorbeelden bedenken van ruzie op de route en onmin onderweg, met wandeltuig en fietsgespuis. Een klein rijtje pijnlijk:

  • Het is rond lunchtijd en je wilt echt ergens zitten om even je boterham te eten. Daar verderop zie je een bankje, maar je bent niet de enige: een of meerdere andere stellen azen op dezelfde plek en iedereen heeft elkaar gezien. Wie zit er het eerst?
  • Je dacht dat er wel wat horeca onderweg open zou zijn, maar het is zondag en alles is dicht. Niks te eten meegenomen, behalve wat water en kauwgom. Suikerspiegels dalen en het pad stijgt. Nog 18 kilometer.
  • Je stapt uit de trein voor een tocht, maar je bent niet alleen. Ruim te veel andere wandelaars lopen hetzelfde parcours op dezelfde tijd. File op het Pieterpad, die maar langzaam op lost.
  • Na zo’n vijf kilometer loopt er opeens een vage kennis of collega van je het pad op. HijZij draait zich om en reageert enthousiast: “wat leuk, ik wist niet dat jij ook het Pieterpad liep. Gaan jullie ook naar Ommen? Lekker, hè, nog 18 kilometer, goh wat leuk. Jammer dat er op zondag geen horeca open is, anders konden we onderweg nog iets gaan drinken samen.”
  • De wandelroute loopt samen op met een mountainbike pad. Om de tien minuten kom je het luid schreeuwende fietsgespuis weer tegen, en wat vinden ze jou toch wandeltuig. Tenminste, zo klinkt het als ze voorbij stuiven.
  • Op de plek van bestemming is één terras open. Vanwege het mooie weer is er net niet genoeg plek voor jullie en de vage collega, de andere stellen uit de pieterpadfile, het fietsgespuis met hun mountainbike, de wandelgroep en de ruziemakers. Je ziet een leeg tafeltje met een stoel tekort, loopt zuchtend naar het wandelgroepje zittend in een kring en vraagt zo neutraal kijkend als mogelijk: is deze stoel vrij?

Hardenberg – Ommen

Hardenberg – Ommen is een leuke route, die eindigt aan de rivier de Vecht in het centrum van het dorp. Daar ligt het Grand Cafe de Veghte, met een tof terras en prima biertjes. Het onmin onderweg is zo snel vergeten. Een paar kleine impressies van onderweg.

Scherven van de stad; crises in Coevorden

Leestijd: 4 minuten
Ed Oomes, 3 maart 2019

Hoeveel onthoudt een mens eigenlijk van de wandelingen die hij loopt? Ik vroeg me dat onlangs af toen we een paar nieuwe afstanden van het Pieterpad hadden gelopen en ik er achterkwam dat ik nog niet over de routes 7 en 8 had geschreven: van en naar Coevorden. We liepen daar in juni 2018 met schitterend weer en een overnachting in de stad. Van Coevorden kon ik me nog van alles herinneren, vooral over de scherven van de stad.

De wandelingen zelf hadden niet zo veel sporen in het geheugen achter gelaten. Ook de foto’s die we onderweg gemaakt hadden van Sleen naar Coevorden, gaven weinig aanknopingspunten.

Holsloot

Het enige wat me goed was bij gebleven was de GreenArtSpot nabij Dalen. Een sculptuur met verschillende geometrische vormen die drie typische Drentsche gebouwen symboliseren: de boerderij, vakantiewoning en industriehal. Een intrigerende plek om even rond te neuzen.

Coevorden, meest geteisterde stad van Nederland

Coevorden is een poorte van de Landtschap Drenth, een sleutel van Groningen en Omlanden: een deur van Vrieslandt en ook eenigermaten een pas naer Overryssel.

Aldus Johan Picardt in de 17e eeuw. Coevorden bestaat dan al ruim 600 jaar. Het is de oudste stad van Drenthe en ligt strategisch tussen diverse gebieden die moeilijk begaanbaar zijn door moerassen en rivieren. Het is dan ook daar, precies op die plek, dat er een doorwaadbare plaats is in het Drostendiep (een voorde) die iedereen wil hebben. Goedschiks of kwaadschiks.

De eerste halte van de route is bij het Arsenaal

Het is vragen om ellende, zo zal de geschiedenis uitwijzen. En van die geschiedenis heeft Coevorden nu een wandeling gemaakt: Scherven van een stad. In 2,5 kilometer leer je alle ellende wel zo’n beetje kennen. Over de tolburcht en het oude kasteel, Bommen Berend, de veerkracht van de Friesestraat en de muren van de vesting. Genoeg crises om ruim een uur mee te vullen. Alle plekken voorzien van een sculptuur en een kwatrijn, geschreven door Jean Pierre Rawie. Hieronder zie je drie voorbeelden.

Het grootste geteister is voor Coevorden inmiddels wel verleden tijd. De stad probeert de oude binnenstad te herstellen en combineert daarbij op intrigerende wijze oud- en nieuwbouw, zoals bij het stadsgebouw ‘het Hof van Coevorden’. Mooi of niet, karakteristiek is het wel. Coevorden is al met al een prima plek om een nachtje (of twee) te pleisteren tussen twee routes van het Pieterpad.

De weg naar Hardenberg

Vanaf Coevorden is het dan vervolgens naar Hardenberg. Tenminste, als je gewoon Noord – Zuid loopt. Wij hadden de trein gepakt naar Hardenberg om daarna over 19 km terug te lopen. Ook daar is niet persé veel van blijven hangen, behalve het station Hardenberg (geen idee waarom maar waarschijnlijk vanwege die guitige letters) en de vraag of we Edwin Evers nog zouden tegenkomen. Niet dus.

Een paar foto’s van onderweg zie je hieronder. De Drentse Poort vergeet je niet zo snel. Een mooi kunstwerk waarbij je je toch even afvraagt of het nu historisch is of nieuw.

Wat nog wel goed is blijven hangen is dat we een stuk verkeerd hadden gelopen omdat we de omleidingsbordjes niet goed hadden geïnterpreteerd. Het bord ‘einde routeverwijzing Pieterpad’ hadden we wel gezien, maar niet de tijdelijke route. Die stond aangegeven op bordjes aan de andere kant van de weg. Uiteindelijk zijn we de reguliere route toen gaan volgen met als resultaat dat we weer een heel stuk terug konden.

Het blijft dus goed uitkijken, maar dat hadden we van Tunnelvisie op het Pieterpad ook al geleerd. Blijft de vraag wat een mens onthoudt van de wandelingen die hij loopt. Conclusie nu is: de afwijking. Alles wat je niet verwacht, vergeet je niet. En dat wat echt nieuw is, zoals de eerste route, dat vergeet je ook niet. Van de rest moet je toevallig een foto hebben gemaakt die een ‘oh ja momentje’ activeert. “Ah, ja zo was het toen.” Het enige wat dan nog rest is een goede manier om foto’s te archiveren. En die vraag is inmiddels net zo oud als de foto zelf…

Tunnelvisie op het Pieterpad

Leestijd: 8 minuten

Tunnelvisie kom ik vaak tegen bij crises, zowel tijdens oefeningen als in het echt. Ook bij mezelf. Nieuw is dat het ook tijdens wandelingen kan gebeuren. Een verslag vanaf het Pieterpad.

Sandra bracht ons ’s ochtends naar Schoonloo. Vandaar zouden wij teruglopen naar Rolde, en met een diner in ’t Heinehoes onze eerste Pieterpad vakantie afsluiten. Vier routes Noord – Zuid gelopen, en nu eentje Zuid Noord. We hadden er weer zin in. Nog pratend met Sandra verlieten we de auto. “Goedemorgen, ik kom weer wat Pieterpatters brengen,” gilde ze bij het uitstappen naar de waard van Café Hegeman in Schoonloo en vertrok spoorslags richting Rolde.

Wij keken in de richting van het Café. Zou men nu verwachten dat we het terras opliepen om een koffie te bestellen? Of konden we gewoon vriendelijk glimlachen en aan de wandeling beginnen? Midden in die overweging stopte er een auto naast ons. Een vrouw in wandelkledij stapte uit. “Ook Pieterpatters?” glunderde ze naar ons, terwijl ze de hond uit de auto liet. “Dan zullen we elkaar nog wel vaker tegenkomen vandaag.” Direct zette ze de pas erin, de hond er sjokkend achter aan. Hij was vast al vaker mee geweest en wist dat je niet te hard van start moest gaan. Ik keek hen na en zag de eerste rood witte sticker al op een lantaarnpaal zitten.

De wandelaarster met de hond liep in het begin vlak voor ons uit. Of liepen wij er achteraan?

Wij moesten ook vast die kant uit, maar voor alle zekerheid toch maar het Pieterpadboekje erbij gehaald. “Vanuit café Hegeman naar links gaan en dan rechtsaf, Schoolstraat.” We keken naar het Café, het had een L-vormig terras. Wat is links bij een terras met die vorm? Er was lichte twijfel en toen stapten we resoluut de vrouw achterna, die we inmiddels al stickers verder de weg zagen oversteken.

We liepen conform de routebeschrijving tussen twee huizen door naar de bosrand en hup, we zaten er al in, in het bos. Langs de kant stond kleurig Vingerhoedskruid dat vroeg om een foto. Het wandelen was weer begonnen.

Vingerhoedskruid met mug

Al kletsend volgden we de stickers, totdat we er opeens een tijdje geen meer zagen. In het boekje kijken weer, zoeken naar waar we ongeveer moesten zijn. “Rechts ligt een groot heideveld.” We keken op en zagen een heideveld aan de linkerhand. Terug dus, en inderdaad, we waren een bordje voorbijgelopen zonder het te zien. Met het heideveld nu aan de rechterhand liepen we in ieder geval weer de goede kant op, en zie daar, een leuk bankje met een richtingaanwijzer erop, fotomomentje.

En zo liepen we door, voor zeker nog anderhalf uur, toen we halt hielden om de route weer te checken met het boekje. We zouden op dit punt gekomen toch wel in de buurt van het Meindersveen moeten zijn, maar van meertjes of vennetjes was niets te bespeuren. Vreemd.

Het werd steeds lastiger om de tekst met de werkelijkheid in overeenstemming te brengen en zo langzamerhand ontstond er toch een ongemakkelijk gevoel, want de vorige routes waren uitstekend beschreven in de gids. Hoe kon deze dan zo afwijken? We besloten om Google Maps er bij te pakken, eigenlijk not done natuurlijk, maar soms heb je even een vangnet nodig.

Schoonoord – De Kiel, stond er bij het blauwe rondje op het scherm van de telefoon. Hoe toepasselijk, De Kiel. We keken elkaar aan en op dat moment viel het kwartje: we liepen de verkeerde kant op. Naar Sleen, in plaats van naar Rolde. Toch weer Noord-Zuid, in plaats van Zuid-Noord. Al 10 km verkeerd gelopen! En ook alle signalen gemist of genegeerd dat we verkeerd gingen. Wat nu te doen?

We besloten de 24 km naar Sleen af te maken, anders moesten we nog 10 km terug om dan aansluitend de officiële 18 km van Schoonloo naar Rolde af te gaan afleggen. Dat zou zo wel een hele lange wandeling worden van 38 km.

Met de ov-app hadden we al snel de busroute gevonden, dus het moest prima lukken om door te lopen naar Sleen. Dan hadden we nog 14 km om onze tunnelvisie op het Pieterpad te analyseren. Want het is natuurlijk te grappig dat net Rizoomes, met alle teksten en blogs over fouten maken tijdens besluitvorming onder tijdsdruk, deze keer zelf verkeerd is gelopen. Terwijl er niet eens tijdsdruk was. Hetgeen alleen maar weer bewijst dat iedereen feilbaar is.

We troffen meer kleine foutjes aan, onderweg. Dit was wel een dure.
Tunnelvisie ontrafeld

Welke factoren speelden een rol bij het fout lopen? Laten we er een soort ongevalsanalyse van maken die tot onze tunnelvisie heeft geleid.

  • In de eerste plaats was er die gedetermineerdheid op het doel. We gingen een route lopen van Schoonloo naar Rolde. En we hadden nog nooit fout gelopen, dus waarom zouden we dat nu wel gaan doen? Gaan dus, naar Rolde. Niks fout.
  • Toen wij uit de auto stapten, gebeurden er een paar dingen tegelijkertijd die onze aandacht vroegen. Het was daarom wat onoverzichtelijk en precies op dat moment zegt een andere wandelaar dat we elkaar nog wel veel zullen zien vandaag. Lees het boek Pre-suasion van Cialdini, en dan besef je hoe zo’n uitspraak een onbewuste sturende werking heeft. Niet onlogisch dus dat je er dan achteraanloopt.
  • Zuid-Noord lopen was een afwijking op de andere routes. Die gingen Noord-Zuid. En het is bekend dat afwijkende situaties altijd gevoelig zijn voor fouten maken. Zelfs het bankje dat we tegenkwamen liet duidelijk zien dat we richting st Pietersberg liepen. Toch hebben we dat niet bewust opgepikt, omdat we al de hele week in die richting liepen. Helemaal niet gek dus.
  • Wat is links bij een L-vormig terras? Dat was een ambigu signaal dat twijfel opriep, de goede richting was niet eenduidig vast te stellen. Maar de routemarkering was wel goed zichtbaar vanaf de plek waar wij stonden, precies de kant op van de vrouw met haar hond. Wij hadden inmiddels geleerd dat de routemarkering van het Pieterpad betrouwbaar is. Die konden we dus gewoon volgen.
  • We lieten ons regelmatig verleiden om foto’s te maken van de omgeving. Dat onderbreekt de gedachtegang en leidt af van de route. Het verstoort je situational awareness.
  • Er was veel bos in deze wandeling, waardoor er weinig momenten zijn waarop er genoeg uitzicht is om je goed te kunnen oriënteren. Al die bomen worden bos en elk bos lijkt op elkaar.
  • Als je zeker weet waar je heen wilt, dan ga je de omgeving hinein interpretieren om ambigue informatie uit de routegids te duiden. Oftewel, je zoekt naar informatie die bevestigt dat je goed loopt, in plaats van dat je de informatie oppikt dat je fout loopt. Een mens wil nu eenmaal slagen in zijn missie, niet falen en is daardoor geneigd om falsifiërende informatie te negeren want die leidt van het doel af.
  • Informatie die het doel onderstreept wordt echter te gemakkelijk voor waar aangenomen. Zo hadden wij na het foutlopen bij het heideveld het idee dat omkeren en teruglopen uiteindelijk de goede route bevestigde. ‘Kijk, het heideveld is nu aan de rechterhand zoals het ook in de gids staat.’ En: ‘Jottum, weer zo’n leuk Pieterpad bankje, we zitten op de goede route.’ Wel de goede route, maar niet de goede richting.
Herdenkingsmonument uit WOII bij Sleenerzand , gemaakt van een neergestort vliegtuig en later verduurzaamd met beton. 
If you’re lost, any old map will do

Onze tunnelvisie is ook een goede gelegenheid om het beroemde verhaal te vertellen van de Hongaarse militairen die de weg kwijt waren in de Alpen. De anekdote is origineel afkomstig van Albert Szent – Gyorgi, die in de Eerste Wereldoorlog had gediend als medic en later de ontdekker van vitamine C zou worden. Waarvoor hij nog later de Nobelprijs kreeg, een echte wetenschapper dus die het ook graag over de wetenschap zelf had. “Szent – Gyorgyi told this story in order to remind his peers that in science even errors can lead to progress. He did not offer it as advice to mountaineers.”

Het verhaal is later op gedicht gezet door Miroslav Holub en gepubliceerd in de Times Literary Supplement in 1977, maar is pas echt beroemd geworden toen Weick het in 1985 opnam als verhaal in zijn boek Sensemaking in Organisations. Weick ‘vergat’ echter de originele bron (te vermelden) en veranderde het verhaal langzaam richting een management parabel.

Het ging Weick er in zijn betoog om dat leiders moeten handelen, zelfs als het gebaseerd is op een onvolkomen plan en dat ze niet moeten afwachten tot het momentum voorbij is. ‘If you’re lost, any old map will do’ moet je dus niet te letterlijk nemen. Ook Weick zal de metro van London niet bereizen met een kaart van Parijs als hij de weg kwijt is.

Wij hebben met onze tunnelvisie op het Pieterpad laten zien dat je ook met de goede kaart toch het verkeerde pad kan lopen, en dat is dan weer een mooie aanvulling op het goede pad lopen met een verkeerde kaart, zoals de Hongaren deden. En ja, dat komt natuurlijk niet in het minst door de uitstekende routemarkering waardoor je eigenlijk niet eens een kaart nodig hebt. Maar dat is dan weer niet zo’n spannend verhaal. Ter afsluiting nog het gedicht van Miroslav Holub.

“Brief Thoughts on Maps”

Albert Szent – Gyorgyi, who knew a lot about maps

according to which life is on its way somewhere or other,

told us this story from the war

due to which history is on its way somewhere or other:

The young lieutenant of a small Hungarian detachment in the Alps

sent a reconnaissance unit out into the icy wasteland.

It began to snow immediately, snowed for two days

and the unit did not return. The lieutenant suffered: he had dispatched

his own people to death.

But the third day the unit came back.

Where had they been? How had they made their way?

Yes, they said, we considered ourselves

lost and waited for the end. And then one of us

found a map in his pocket. That calmed us down.

We pitched camp, lasted out the snowstorm and then with the map

we discovered our bearings.

And here we are.

The lieutenant borrowed this remarkable map

and had a good look at it. It was not a map of the Alps

but of the Pyrenees.

Goodbye now.

 Korte impressie van Schoonloo naar Sleen.

Een lange route van 24 km, met veel bos. Als je ervan houdt is het prachtig, maar wij zijn meer van de velden met uitzicht en een beetje variatie. We hebben dan ook niet zo veel foto’s gemaakt deze keer: een hek en een hooglander, naast de foto’s in het stuk hierboven.

In Sleen was het Zuidenveld festival toen we er langsliepen, met onder andere een veekeuring en een show met tractors. Het zag er gezellig uit, veel mensen op de been. En er was een bruiloft, voor het oude gemeentehuis. Vlakbij Rolde troffen wij nog een eenzame fietser (geen voetballer geworden) en een paar bloemetjes. Daarmee was het klaar voor deze wandeling.

De eenzaamheid van een vol terras

Leestijd: 6 minuten

Eigenlijk hadden we dus een halfpension geboekt. Een arrangement voor twee overnachtingen met ontbijt, diner en een terras. Met een lunchpakket, voor onderweg op het Pieterpad. Toch is het een term die je tegenwoordig nauwelijks meer gebruikt, halfpension. Alles heet immers Bed & Breakfast, en wat je daar dan verder nog bij wilt plak je er modulair aan vast. Zo hadden wij vervoer besteld van onze B&B naar het startpunt van route 4, Zuidlaren naar Rolde. Lekker makkelijk.

Alleen vond niet iedereen het een B&B, zo bleek toen wij die ochtend na het ontbijt de eetzaal wilden verlaten. “Ik breng jullie zo naar Zuidlaren,” zei onze gastvrouw, laten we haar Sandra noemen, “ik ruim nog even wat spullen op.”

Precies op dat moment kwam één van de andere gasten glimlachend binnen. Ze was begin vijftig en ging gekleed in een gewaad met diverse losse componenten, waardoor het niet goed duidelijk werd wat ze nou precies droeg. Sjaal, veel sjaal in diverse maten over elkaar heen.

“Goedemorgen,” zei ze tegen ons en toen gelijk naar Sandra: “Mag ik wat vragen?” Ze gooide één van de sjaals over de linker schouder.

“Natuurlijk.” Sandra hield stil, haar armen vol met bordjes en kopjes en versperde daarmee de uitgang. Wij bleven op keurige afstand even wachten tot we er weer langs konden.

“Wij hebben een kamer besteld met een terras.” De vrouw liet een korte stilte vallen.

“Ja?”

“En er is geen terras.” Ze keek er triomfantelijk bij en schikte ondertussen wat aan de kledingstukken rond haar schouder.

Edward Hopper, Automat 1927

“Geen terras? We hebben een heel groot terras, voor iedereen te gebruiken. Buiten.” Dat laatste klonk overbodig.

“Nou precies, dat is net het probleem. Het is geen privé terras, iedereen kan er op. En wij willen privé zitten. Samen.”

“Het is een heel groot terras,” zei Sandra, “geen enkel probleem als jullie een tafel en stoeltjes wat willen afzonderen om samen te kunnen zitten. En er zijn toch altijd maar vier vaste gasten, dus dat past prima in die ruimte.”

“Nee,” zei de vrouw, “wij hebben een kamer met privé terras geboekt. En dan wil ik een kamer met privé terras.” Het stadium van de passieve agressiviteit was bereikt.

Sandra zette één arm bordjes even op tafel en wees naar buiten. “Kijk, het is echt een groot terras, genoeg ruimte om privé te kunnen zitten.”

“Nee,” zei de vrouw, “ik heb een privé terras geboekt op de website. Jullie bieden dat zelf aan. Echt waar. En dan wil ik ook een privé terras. Is dat nou zo veel gevraagd?”

“Dat bieden wij echt niet aan, hoor, er zijn geen privé terrassen hier.”

“Jawel, zeker wel, via booking.com. Dat bieden jullie wel aan. Ik kan het zo laten zien.”

“Oh, booking.com. Maar dat is niet goed van ze. Daar zal ik ze dan even op aan spreken. Want dat hoort niet, wij hebben een groot algemeen terras, geen privé terras.”

“Nee inderdaad, dat hoort dan inderdaad niet. Want wij zijn er een paar dagen, samen met halfpension, en dan willen we ook wel samen zitten. Niet met allemaal andere mensen. Daarom hebben we de kamer met privé terras ook geboekt.”

Sandra zette de andere arm servies nu ook op tafel en wees druk gebarend door de geopende deur, precies genoeg ruimte overlatend voor ons om er tussendoor te glippen.

“Ik breng jullie zo weg, hè,” riep ze ons na.

“Ja, we lopen alvast naar de auto.”

Edward Hopper, New York Restaurant 1922

’s Avonds, tijdens het diner van het halfpension, moest ik naar het toilet. Ik frutste wat aan mijn rits, altijd dikke vingers na een lange wandeling, toen ik ze door het raampje zag zitten, de vrouw met de sjaals en haar man. Met zeer serieuze gezichten zaten ze daar, ieder verdiept in een boek tijdens het eten, in een afgescheiden hoekje van het terras, ver weg van de andere gasten.

De man nam een hap, zijn gezicht klaarde op en hij riep luid: “Lekker hè. Hoe is je boek?” Zijn stem klonk dwars door de muur heen. Ze zei iets terug, zag ik, maar ik kon niet horen wat en hij ook niet, hij zette zijn hand tegen zijn oor en vormde al schouderophalend een kommetje rond de schelp. Hij was zo doof als een kwartel, voor hem was elk terras privé. Voor haar geen één.

Korte impressie van Zuidlaren naar Rolde

Van Berend Botje naar Bartje. De vierde noord-zuid route van het Pieterpad is 18 kilometer lang en zeer afwisselend. Onderweg kom je van alles tegen, riviertjes, meertjes en vooral veel hei. Het Ballooërveld is een oud oefenterrein van defensie dat nooit bebost is. Dat levert mooie vergezichten op. Wel tamelijk zwaar lopen in mul zand, alsof je op het strand bent. Rolde is net als Zuidlaren een vriendelijk plaatsje waar een paar aardige terrassen zijn. Een mooie wandeling die een zeer tevreden gevoel oplevert.

Hunebed bij Gasteren; die moet natuurlijk op de foto
Deze vier Hooglanders stonden door de heg in de tuin van de buren te gluren, die net aankwamen met hun auto. En hen wellicht wel eens trakteren op iets lekkers.

Rolde naar Schoonloo

Zoals je kan lezen in het blog Tunnelvisie op het Pieterpad hadden we dus een foutje gemaakt. In plaats van Schoonloo naar Rolde liepen we van Schoonloo naar Sleen. Rolde moesten we dus nog een keertje inhalen, en aldus geschiedde in februari 2019. Toen het zomer in de winter was. In ieder geval voor een weekend. Hieronder vind je een korte impressie van die route.

Dit is het beroemde café Hegeman, waar het dus eerst verkeerd ging. Start van de tocht.
Kerkje van Rolde
Poes op de ruïnemuur
« Oudere berichten

© 2021 Rizoomes

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑