Rizoomes

Wanderings

Tag: Pieterpad

De beste bieren langs het Pieterpad deel 2

Leestijd: 4 minuten
6 oktober 2019

En toen was hij opeens af, het Pieterpad. Bovenop de Pietersberg zaten de 498 kilometers er op, het zwarte gat nakend aan de einder. Wat nu te lopen?

Gelukkig hadden we de biertjes nog. Wijzer geworden door het eerste blog over de streekbieren van het Pieterpad, hebben we in deel twee àlle speciaal bieren die we tegen kwamen gerecenseerd. Lekker. De meeste wel, nochthans.

Serafijn

Serafijn van brouwerij de Hemel uit Nijmegen. Gedronken bij pannenkoekenrestaurant de Duivelsberg in Berg en Dal. Witbier van 5% dat in een onprettig limonadeglas kwam. Enigszins laffige smaak, koriander en sinaasappel node gemist. Geen hoogvlieger. Maar dat zijn eigenlijk alle witbieren niet. Nee, een weizen is echt wat anders dan witbier. Dat u het maar weet. En hou ook eens op met die citroentjes er in te gooien. Niet meer doen.

Wolf

Wolf bij de Wolfsberg in Groesbeek. Van brouwerij Wolf uit Aarschot, België. Stevig bier van 7,4%, licht aromatisch zoet, beetje de smaak van Duvel. Lekker bier met enorme schuimkraag die de hele kelk vulde. Nectarine met witte peper. Prachtig terras, vol nogal koude kak. Die gingen weer, het mooie uitzicht bleef.

Tortel Weizen

Tortel Weizen van Genneper Tortelduiven brouwerij. Mooie plek bij Hotel de Kroon in Gennep. Wel een weizen, but not as we know it, captain. Ietwat vlakke smaak, maakt geen grote indruk. Snel overgestapt op Gerardus van Gulpen. Is dat een streekbier eigenlijk? Vast wel, hij past bij elke streek namelijk heel goed. Zoals bij Bluk op de hei in Laren, op slechts 1,5 kilometer lopen hier vandaan in Hilversum.

Tre Fontana

Tre Fontana komt uit Rome en is het elfde Trappistenbier. Voorheen slechts aan het klooster ter plaatse te verkrijgen en enkele speciaalzaken in de Eeuwige stad. Een heerlijke tripel met eucalyptus die het een frisse afdronk geeft op het zachte zoet van de 8,5% alcohol. Niet uit de streek, maar wel gedronken bij Brouwersplaats in Venlo. Café voor de bierliefhebber en dat zijn we. Het zou een zonde zijn dit goddelijke bier niet te noemen in deze lijst. Dus doen we dat, maar neem voldoende zilverlingen mee, goedkoop is het niet.

Venloosch Alt

Venloosch Alt wordt tegenwoordig gebrouwen door Lindeboom. Het roept dezelfde vraag als bij de Gerardus: is het een streekbier? Lekker is het wel. Een licht kruidige smaak op 5,2% alcohol. Mooie amberkleur, klein zoetje en moutig. Gaat makkelijk van de één naar nog één en toch gezond weer op. Het is een kwestie van geduld dat heel Holland met Venloosch Alt zijn glaasje vult.

Gouverneur Blond

De Gouverneur Blond is ook van Lindeboom. Een lekker blond bier, kruidig met een stevige afdronk. Die 6,5% zitten zeker niet in de weg en het is daarom het vermelden zeker waard. Ook al zit het in de categorie Leffe, Affligem en La Trappe: wel speciaal bier, geen streek. Staat dus niet in de top 5 Pieterpad deel 2. (Geintje, wel hoor)

Flandrien

Flandrien Super 8 is een blond bier uit België. Ze lonken naar de wielersport en dat was ook precies de reden dat ie op de kaart stond bij restaurant Saga in Geulhem. Flandrien beschrijft het zelf als volgt: “Een kopman zonder een sterke ploeg achter zich pakt geen enkele prijs. Daarom hebben we die van ons omringd met kruidige knechten zoals eik, vanille, koriander en verschillende soorten hop waaronder Saazhop, Belgische hop, kruidige en bloemige hop. Straffe smaakmakers die elke bierliefhebber moeiteloos over de streep trekken.” En zeau is het.

Tongerlo Bruin

Tongerlo Bruin wordt net als Flandrien gebrouwen bij Haacht in Bortmeerbeek. Al 120 jaar een onafhankelijke familiebrouwer en alleen daarom al zouden wij allen aan de Tongerlo Bruin moeten. Maar het is ook gewoon een lekker bier, zij het wat aan de zoete kant met zijn karamel en bruine suiker smaken. Gelukkig stijgt er na elke slok een licht kruidig bittertje op, want biertjes moeten ook niet te braaf zijn, zelfs niet als ze uit een klooster komen.

Gerardus

En dan de hamvraag: welk bier is het beste van het Pieterpad? Eigenlijk is daar maar één antwoord op te geven: ga het vooral zelf proeven. Dan kom je er vanzelf achter. Wij vinden een Gerardus van de tap op dit moment het lekkerst. Al was het maar omdat ie op loopafstand van ons huis verkrijgbaar is, met uitzicht op de hei. Zodat wij vrij naar Kloos kunnen zeggen: de natuur is prachtig, helemaal als je er wat te drinken bij hebt.

Het eerste blog over de beste streekbieren langs het Pieterpad vind je hier.

De beste streekbieren van het Pieterpad deel 1

Leestijd: 3 minuten

De laatste route van het eerste boekje: van Laren naar Vorden

14 juli 2019

Eenmaal in Vorden kon het boekje dicht: de eerste dertien etappes en 236 kilometer zaten er op. Overwinningen moet je vieren en bij een feestje hoort een biertje. In dit Pieterpadblog vindt je daarom de vijf beste streekbieren die wij tegenkwamen onderweg. Geheel subjectief en op niets anders gebaseerd dan de eigen smaak. Met als definitie van streekbier ‘ongeveer in de buurt gebrouwen van waar het gedronken werd.’ Ja, dat is weids. Houden we van.

Conclusie: allemaal proberen! Het waren tevens de enige vijf streekbieren, dus acht keer moesten we het met wat anders doen. Zoals een Weizen of een Dubbel. Weet je gelijk een beetje wat we lekker vinden. Hopelijk vinden we in deel twee van het Pieterpad wat meer plaatselijk vakmanschap, kansen genoeg zou ik zeggen.

5. Martinus Nuchter Pale Ale

De Martinus Nuchter dronken wij bij de Drie Gezusters op de Grote Markt in Groningen. Het is een biertje met een mooi verhaal. Het recept is mede ontwikkeld door de supercomputer ‘Watson’ van IBM. Die maakte een analyse van de karaktereigenschappen van de Groninger en koppelde dat aan duizenden bierrecensies. Het resultaat is een pale ale van 6,1%, gebrouwen met 50% haver. Ik vond het een OK bier. Niet heel IPA, toch wel met een citrusje erin op een verder ietwat vlakke smaak. Maar ik ben dan ook geen Groninger.

4. Groninger Spelt Pale Ale

De Groninger Spelt Pale Ale werd geschonken op een zonnig terras in de haven van Winssum, op de eerste dag van het Pieterpad. Dat maakt alles lekker. Deze Pale Ale is mild hoppig en schuimt er vrolijk op los. Lekker fris met 5%. Daar doen we er nog maar eentje van dan, daar in dat kleine café aan de haven.

3. Veluwse Schavuit

Eigenlijk is het geen schavuit, maar Schavuyt. Gebrouwen door brouwerij de Vlijt uit Apeldoorn. Die hebben hun best gedaan er een mooi amberkleurig bier van te maken en dat is goed gelukt. Volle smaak met caramel, beetje hoppig en ja drommels, in de nasmaak nog wat honing ook. Hij doet 6,5% en vooruit, wij er ook nog één.

2. Groninger Oerspelt Weizen

De Oerspelt Weizen is een broertje van de Spelt Pale Ale van nummer vier. Waar die al flink aan het koolzuur was, schuimt deze helemaal door. Flinke kragen heb je zo te pakken, die heerlijk geuren naar fruit en dan natuurlijk vooral naar banaan. Hij doet 6% en kreeg een vetleren medaille op het bierfestival van Lyon in 2018. Kijk, dan kan je wel wat.

1. Dalfs Blauw

Het Dalfsblauw van de Vechtdal Brouwerij kon ons het meest bekoren. Niet alleen door de prachtige plek op het terras van Grand Cafe de Veghte in Ommen, maar vooral door die diepe smaak van deze haast Belgische Dubbel. Koffie, caramel, mout, hop, het komt allemaal voorbij in een prachtige lichtbruin bier met een fijne schuimlaag. Hij schrijft 7,5% en oom agent een bon als je er drie neemt voor het autorijden. De volgende keer gaan we dus met de trein.

Deel 2 van de beste bieren langs het Pieterpad vind je hier.

Het oude stadhuis van Gennep strooit ooieveren

Leestijd: 3 minuten

Langs het Pieterpad van Groesbeek naar Gennep

13 juli 2019

We kwamen over de Niers en langs de Martinustoren, voor we het oude stadhuis van Gennep bereikten. Het is een pront gebouwtje. Niet heel erg groot, maar van voldoende formaat om indruk te maken. Het telt twee reguliere verdiepingen, en een derde onder een schuin dak, dat op de kopse kant is afgewerkt met een sierlijk trapgeveltje. Die trap kent vijf treden aan weerszijden van de gevel. Op elke trede rust een stenen bol, waar metalen spiralen uitsteken richting de vier windrichtingen. Plus eentje naar boven, waarheen het zelden waait.

Er zitten veel ankers in de muren, gitzwart zijn ze, strak in de verf. Voor zo’n oud pand, het dateert uit 1620, zitten er ook nogal wat ramen in. Aan de voorgevel zijn die bovendien voorzien van bloedrode luiken, die mede bijdragen aan de stoere uitstraling. Dan is daar verder nog het torentje, aan de voorkant van het huis. Achtkantig is ie, met een gouden uurwerk net onder de top. In het dak van de toren is een carillon verwerkt met 25 klokken. Uit Aarle-Rixtel komen ze, zo las ik later, van Petit & Frissen. Meest opvallend is misschien nog wel de staat van het metselwerk. Dat ziet er puik uit. Het oude stadhuis van Gennep werd goed onderhouden, zo veel was zeker.

Het torentje van het stadhuis

Wel lag er opvallend veel vogelpoep aan de zijkant van het gebouw. Vast van duiven, dacht ik, dat zie je wel vaker. Zwaluwen, de mogelijk andere verdachten, waren nergens te bekennen. Toen ik langs de gevel omhoogkeek, zag ik overal van die spijkers in de vensterbanken, bedoeld om vogels weg te houden. Zie je wel, stelde ik vast. We vervolgden onze tocht door Gennep.

Later liepen we terug richting ons hotel en keken nu recht op het stadhuis, vanaf de Markt. Ook uit die hoek gezien is het een fier gebouwtje, waarbij vooral de toren in het oog springt. Daar kijk je dan ook frontaal op. Rechts van de toren, vanaf de rand van het dak, zat een grote grijzige vlek. Alsof er een enorme lekkage was geweest en dat de omtrek daarvan nu door de dakpannen heen omhoog vlekte. Curieus.

Met een omtrekkende beweging liepen we verder, om het oude centrum heen. De buitenverkenning was nog niet afgerond. Er passeerden straten met namen als Haspel, Gaest en Doelen. Via het Mozaïekplein kwamen we tenslotte achter het stadhuis, waar we verrast werden door luid geklepel van een ooievaar. Toen zagen we het pas: bovenop de schoorsteen, aan de rechterkant van het stadhuis, lag een eibersnest met drie bewoners. Niks duivenpoep noch lekkage, gewoon ooievaarskak. En veel. Het was een groot raadsel dat we daar al die tijd overheen hadden gekeken. Misschien toch dat als je iets niet verwacht, je het ook niet ziet. Soms is een ooievaar net een gorilla in een basketbalwedstrijd.

Het ooievaarsnest vanaf de achterzijde van het stadhuis

We gingen op het terras van hotel De Kroon zitten, onder de luifel. Van daaruit hadden we goed zicht op het ooievaarsnest. Het was inmiddels tegen vijven, wolken trokken samen maar de wind bleef liggen. Wandelaars kwamen voorbij en keken om zich heen, wikkend en wegend of ze door zouden lopen. De ooievaars waren ondertussen begonnen met het onderhoud van het verenkleed. Met hun lange snavel wroetten ze tussen de schachten, vlaggen en baarden. Alles werd minutieus op z’n plek gelegd. Af en toe keken ze even bij elkaar, alsof ze advies gaven, waarna ze weer hun halzen bogen en in de eigen tooi verdwenen. Om hen heen vloog van allerlei gespuis, duiven, kauwen, het kon ze niet boeien. Veren vouwen, dat was het enige wat ertoe deed deze middag.

Het ooievaarsnest vanaf het terras van De Kroon

Inmiddels was het zachtjes gaan regenen. Een klein windje stak op, maar onder de luifel van de Kroon merkte je er weinig van. Terwijl er hoog boven ons verendekjes werden opgeruimd, stond hier beneden de tijd stil. We hoefden nergens heen en er was niks wat vandaag nog gedaan moest worden. Even viel alles op z’n plaats. We keken recht over de markt uit toen er een wit donsveertje voorbij dwarrelde, en nog een, en nog een. Geen sneeuwvlokjes. Ooieveren.

Ruzie op de route, onmin onderweg

Leestijd: 4 minuten
Ed OOmes, 6 maart 2019

We zaten in de kleine restauratie van station Ommen, wachtend op de trein. Het was prachtig weer, zomer in de winter en er waren veel mensen op pad. Nog genoeg tijd voor een koffie, dachten wij, maar dat viel tegen. Het zat vol met een grote club wandelaars, die elkaar daar voor het eerst troffen. Een blind wandeldate, zeg maar. Het ongemak spatte af van deze groep nieuwe vrienden en vriendinnen. Hoe maak je kennis met elkaar? Wat zeg je wel en wat niet?

Lastig, lastig, zo bleek en om die reden besloten twee heren voorbij middelbare leeftijd dan maar om nergens een probleem van te maken en alles op tafel te leggen wat in hun hoofd opkwam. Dat was niet gering, zo hoorden wij twee tafels verderop mee. Meer ervaren wandelaars dan hen zou je niet gauw meer tegenkomen, zo veel was duidelijk. We keken op ons horloge, tijd om te gaan; de trein was er al bijna. Toen we de restauratie verlieten werden we nagestaard door twee dames uit de groep. Ik keek zo neutraal mogelijk terug terwijl de deur zich met een klein zuchtje sloot. Vrij!

Station Ommen

Ruzie op de route

Rond het middaguur vonden we een keurig bankje in de zon om aan te lunchen. Het zal op 1/3 van de route zijn geweest, schat ik zo in. Zeven kilometer er op, nog veertien te gaan. Ongeveer. De broodtrommel was net uit de rugzak toen er een dame in rechte lijn voorbij snelde, op enkele meters gevolgd door een man. Haar man? We keken het stel na; 14 kilometer met ruzie op de route, dat is best lang. Heel lang. Maar een half uurtje later liepen we al weer op ze in. Er was nog weinig veranderd, zo leek het, behalve dan dat hun wandelsnelheid en -afstand kennelijk onderdeel waren geworden van strategische oorlogsvoering. Zo neutraal kijkend als mogelijk haalden we ze in en slaakten onderwijl een klein zuchtje. Vrij!

Ruzie?

Onmin Onderweg

Twee van dit soort gebeurtenissen op één route. Was het toeval, kwam het door het Vechtdal of staan wandelaars zo naief in het leven dat ze pas aan ellende denken als ze het tegenkomen? Wij hadden er in ieder geval nog niet zo over nagedacht, maar al lopend konden we toch al gauw wat voorbeelden bedenken van ruzie op de route en onmin onderweg, met wandeltuig en fietsgespuis. Een klein rijtje pijnlijk:

  • Het is rond lunchtijd en je wilt echt ergens zitten om even je boterham te eten. Daar verderop zie je een bankje, maar je bent niet de enige: een of meerdere andere stellen azen op dezelfde plek en iedereen heeft elkaar gezien. Wie zit er het eerst?
  • Je dacht dat er wel wat horeca onderweg open zou zijn, maar het is zondag en alles is dicht. Niks te eten meegenomen, behalve wat water en kauwgom. Suikerspiegels dalen en het pad stijgt. Nog 18 kilometer.
  • Je stapt uit de trein voor een tocht, maar je bent niet alleen. Ruim te veel andere wandelaars lopen hetzelfde parcours op dezelfde tijd. File op het Pieterpad, die maar langzaam op lost.
  • Na zo’n vijf kilometer loopt er opeens een vage kennis of collega van je het pad op. HijZij draait zich om en reageert enthousiast: “wat leuk, ik wist niet dat jij ook het Pieterpad liep. Gaan jullie ook naar Ommen? Lekker, hè, nog 18 kilometer, goh wat leuk. Jammer dat er op zondag geen horeca open is, anders konden we onderweg nog iets gaan drinken samen.”
  • De wandelroute loopt samen op met een mountainbike pad. Om de tien minuten kom je het luid schreeuwende fietsgespuis weer tegen, en wat vinden ze jou toch wandeltuig. Tenminste, zo klinkt het als ze voorbij stuiven.
  • Op de plek van bestemming is één terras open. Vanwege het mooie weer is er net niet genoeg plek voor jullie en de vage collega, de andere stellen uit de pieterpadfile, het fietsgespuis met hun mountainbike, de wandelgroep en de ruziemakers. Je ziet een leeg tafeltje met een stoel tekort, loopt zuchtend naar het wandelgroepje zittend in een kring en vraagt zo neutraal kijkend als mogelijk: is deze stoel vrij?

Hardenberg – Ommen

Hardenberg – Ommen is een leuke route, die eindigt aan de rivier de Vecht in het centrum van het dorp. Daar ligt het Grand Cafe de Veghte, met een tof terras en prima biertjes. Het onmin onderweg is zo snel vergeten. Een paar kleine impressies van onderweg.

Scherven van de stad; crises in Coevorden

Leestijd: 4 minuten
Ed Oomes, 3 maart 2019

Hoeveel onthoudt een mens eigenlijk van de wandelingen die hij loopt? Ik vroeg me dat onlangs af toen we een paar nieuwe afstanden van het Pieterpad hadden gelopen en ik er achterkwam dat ik nog niet over de routes 7 en 8 had geschreven: van en naar Coevorden. We liepen daar in juni 2018 met schitterend weer en een overnachting in de stad. Van Coevorden kon ik me nog van alles herinneren, vooral over de scherven van de stad.

De wandelingen zelf hadden niet zo veel sporen in het geheugen achter gelaten. Ook de foto’s die we onderweg gemaakt hadden van Sleen naar Coevorden, gaven weinig aanknopingspunten.

Holsloot

Het enige wat me goed was bij gebleven was de GreenArtSpot nabij Dalen. Een sculptuur met verschillende geometrische vormen die drie typische Drentsche gebouwen symboliseren: de boerderij, vakantiewoning en industriehal. Een intrigerende plek om even rond te neuzen.

Coevorden, meest geteisterde stad van Nederland

Coevorden is een poorte van de Landtschap Drenth, een sleutel van Groningen en Omlanden: een deur van Vrieslandt en ook eenigermaten een pas naer Overryssel.

Aldus Johan Picardt in de 17e eeuw. Coevorden bestaat dan al ruim 600 jaar. Het is de oudste stad van Drenthe en ligt strategisch tussen diverse gebieden die moeilijk begaanbaar zijn door moerassen en rivieren. Het is dan ook daar, precies op die plek, dat er een doorwaadbare plaats is in het Drostendiep (een voorde) die iedereen wil hebben. Goedschiks of kwaadschiks.

De eerste halte van de route is bij het Arsenaal

Het is vragen om ellende, zo zal de geschiedenis uitwijzen. En van die geschiedenis heeft Coevorden nu een wandeling gemaakt: Scherven van een stad. In 2,5 kilometer leer je alle ellende wel zo’n beetje kennen. Over de tolburcht en het oude kasteel, Bommen Berend, de veerkracht van de Friesestraat en de muren van de vesting. Genoeg crises om ruim een uur mee te vullen. Alle plekken voorzien van een sculptuur en een kwatrijn, geschreven door Jean Pierre Rawie. Hieronder zie je drie voorbeelden.

Het grootste geteister is voor Coevorden inmiddels wel verleden tijd. De stad probeert de oude binnenstad te herstellen en combineert daarbij op intrigerende wijze oud- en nieuwbouw, zoals bij het stadsgebouw ‘het Hof van Coevorden’. Mooi of niet, karakteristiek is het wel. Coevorden is al met al een prima plek om een nachtje (of twee) te pleisteren tussen twee routes van het Pieterpad.

De weg naar Hardenberg

Vanaf Coevorden is het dan vervolgens naar Hardenberg. Tenminste, als je gewoon Noord – Zuid loopt. Wij hadden de trein gepakt naar Hardenberg om daarna over 19 km terug te lopen. Ook daar is niet persé veel van blijven hangen, behalve het station Hardenberg (geen idee waarom maar waarschijnlijk vanwege die guitige letters) en de vraag of we Edwin Evers nog zouden tegenkomen. Niet dus.

Een paar foto’s van onderweg zie je hieronder. De Drentse Poort vergeet je niet zo snel. Een mooi kunstwerk waarbij je je toch even afvraagt of het nu historisch is of nieuw.

Wat nog wel goed is blijven hangen is dat we een stuk verkeerd hadden gelopen omdat we de omleidingsbordjes niet goed hadden geïnterpreteerd. Het bord ‘einde routeverwijzing Pieterpad’ hadden we wel gezien, maar niet de tijdelijke route. Die stond aangegeven op bordjes aan de andere kant van de weg. Uiteindelijk zijn we de reguliere route toen gaan volgen met als resultaat dat we weer een heel stuk terug konden.

Het blijft dus goed uitkijken, maar dat hadden we van Tunnelvisie op het Pieterpad ook al geleerd. Blijft de vraag wat een mens onthoudt van de wandelingen die hij loopt. Conclusie nu is: de afwijking. Alles wat je niet verwacht, vergeet je niet. En dat wat echt nieuw is, zoals de eerste route, dat vergeet je ook niet. Van de rest moet je toevallig een foto hebben gemaakt die een ‘oh ja momentje’ activeert. “Ah, ja zo was het toen.” Het enige wat dan nog rest is een goede manier om foto’s te archiveren. En die vraag is inmiddels net zo oud als de foto zelf…

© 2020 Rizoomes

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑