Wanderings in crisis

Tag: Oorlog (Pagina 1 van 2)

De veerkracht van Nederland

Leestijd: 10 minuten

Dit blog is een verhaal van twee dagen over de veerkracht van Nederland. De eerste dag betreft het congres dat georganiseerd was rondom het boek ‘De veerkracht van Nederland’, zojuist uitgebracht door het NIPV. De tweede dag, of avond moet ik eigenlijk zeggen, vond plaats bij de Veiligheidsregio Hollands Midden, maar was georganiseerd door de werkgroep Club & Calamiteit. Toevallig, of misschien ook niet, was ik bij allebei aanwezig en zag ik een connectie die te mooi is om voorbij te laten gaan.

Op de websiteplanning stond eigenlijk een nieuwe wandergids ingeroosterd, maar de belevenissen van deze week verdienden het om geboekstaafd te worden. Tenslotte is wendbaarheid ook een vorm van veerkracht. Met wat verwijzingen naar eerdere blogs is het toch een soort van kennisnetwerkje geworden rondom crisis en veerkracht.

Voor de liefhebbers van de wandergidsen.

Want je kan natuurlijk ook gewoon alleen dit blog lezen. Niks mis mee. Gaan we beginnen in Bussum, om later te verhuizen naar Leiden.

A tale of two cities.

Bussum

Op 15 mei 2024 trokken een paar honderd mensen uit het veld van crisismanagement en risicobeheersing naar het Spant in Bussum voor het congres Veerkrachtige Crisisbeheersing. Daar werd tevens het boek ‘De veerkracht van Nederland‘ gepresenteerd.

Een groot boek, formaatje stoeptegel, waar ik zelf ook nog in sta. Jawel. Ik legde het ding op de weegschaal, die 3 kg aangaf. Letterlijk gewichtige materie. Er was dan ook twee jaar aan gewerkt. Mooi werk.

Na de opening door IJle Stelstra, de directeur van het NIPV, was het de beurt aan Erwin Muller en Menno van Duin. Samen keken ze terug op 40 jaar crisismanagement in Nederland.

Van een niche in de academische wereld in de jaren negentig van de vorige eeuw, tot grote studierichtingen nu, zo concludeerden ze. Met studenten die minder verkokerd kijken en veel meer bezig zijn met de vraag wat ze kunnen veranderen dan met wat of wie ze nu precies zijn.

Wat ze zelf zijn, wisten ze haarfijn te treffen.

Wij zijn twee oude muppets

menno van duin

In dat gesprek kwamen natuurlijk ook de studentenacties voorbij. Daarbij concludeerde Erwin met enige zelfspot dat als je eenmaal voor zo’n groep boze studenten staat, het opeens heel ingewikkeld is om je eigen adviezen op te volgen. Als zo’n meute scandeert dat je bloed aan je handen hebt is het rustig blijven redeneren er niet meer bij.

Later zou Berthold Gersons in een workshop uitleggen dat onder stress je hersendelen die logisch denken min of meer worden uitgeschakeld. Je krijgt een soort vechten/vluchten respons die je analytisch vermogen flink doet krimpen. Het kost even tijd om daar overheen te komen en je ratio weer op orde te krijgen.

Nieuwe crises

Maar het gesprek tussen Erwin en Menno ging niet alleen over vroeger. Erwin ging ook in op de vier nieuwe crises die hem op dit moment het meest bezig hielden.

Als eerste noemde hij de geopolitieke ontwikkelingen en de continue oorlogsdreiging die daar vanaf komt. Het onvoorstelbare noemde hij dat. Iets wat eigenlijk nog niet te doorvoelen is, zoals corona dat in het begin ook niet was.

Ik schreef eerder al eens over unpeace, de opvatting dat het Westen eigenlijk al jaren in een stadium van oorlog verkeert zonder dat we het zelf doorhebben. In die zin vond ik de oorlog in Oekraïne dan ook een fundamental surprise.

Als je niet goed kijkt, mis je veel.

De tweede dreiging die voorbij kwam is polarisatie. Ik herkende dat ook in mijn blog over de crises van de toekomst als één van de grote risico’s. Niet alleen verstoort de polarisatie de gezamenlijkheid in een samenleving, het ondermijnt ook het gezag van het bestuur.

En juist dat gezag is noodzakelijk als je moeilijke besluiten moet nemen, wicked problems wil oplossen. Met Tjeenk Willink ben ik van mening dat het verlies van gezag en draagvlak de echte crises zijn. Dat zijn processen zonder begin en eind, het zijn statussen van een systeem.

Geen incidenten, hooguit triggeren die de sluimerende crises.

Als mij één overkoepelende conclusie over deze dag wordt gevraagd, is het dat de algemene opvatting over crisis nog steeds klinkt als een incident met iets ervoor, tijdens en erna. Als een hobbel op een rechte weg, niet een verlegging van koers. Het denken in de grenzeloosheid van crises moet nog wat verder indalen.

De impressie van Wendy Kiel over de veerkracht van Nederland

De derde crisis is de klimaatcrisis. Die kent zijn eigen dynamiek en domein en komt op Rizoomes daarom niet veel voorbij. Anderen weten daar veel meer over dan ik. Klimaat is in mijn denken soms wel een escalatie- en complicatiefactor. Het maakt alle andere crises erger en ingewikkelder. Daar schrijf ik dan weer wel over.

Als vierde crisis verwees Muller naar een boek van Annie Jacobson over het scenario van een kernoorlog. Ook dat is iets wat raakt aan het onvoorstelbare.

Toen ik dit verhaal zo aanhoorde moest ik ook gelijk denken aan een artikel van David Betz dat ik laatst las. Betz is hoogleraar conflictstudies aan het Kings College en meent dat het Westen afstevent op een burgeroorlog.

Dat komt omdat de grootste bedreiging voor de veiligheid en welvaart van het Westen vandaag de dag voortkomt uit zijn eigen sociale instabiliteit, structurele en economische achteruitgang, culturele verdroging en, naar mijn mening, lafheid bij de elite.
david betz

Ik merkte bij mezelf dat ik daar nog nooit bij stil had gestaan. Of een burgeroorlog echt onafwendbaar is zoals Betz beweert kan ik niet goed beoordelen. Maar het is wel een mogelijk risico voor de toekomst. Het vijfde, wat mij betreft, dat overigens naadloos aansloot bij de collapse of complex societies.

Crisisinflatie

Tot slot ging het gesprek nog over crisisinflatie. Wordt het woord crisis niet iets te makkelijk van stal gehaald? Volgens Menno en Erwin zijn er zichtbaar meer crises dan vroeger, maar er is op zekere manier ook meer behoefte aan.

“Een dag geen crisis is een dag niet geleefd.”

Maar crises zijn ook een breekijzer in bepaalde situaties en een handig middel om geld te regelen. Ook daarom worden wicked problems steeds vaker een crises genoemd, of is het niet meer dan een verhulling om de eigen onkunde te maskeren dan wel slordigheid te verbergen.

Dat genereert ook een opwaartse druk op de ernst van crises. Als alles crisis wordt, moeten ze wel steeds erger worden gemaakt om met hun kop boven het crisismaaiveld uit te komen. De journalistiek speelt hier overigens een grote rol in met hun pack journalism. Al vinden ze zelf van niet.

Persoonlijk vond ik dit gesprek tussen de ‘oude muppets’ het hoogtepunt van de dag, al was het maar door de inspiratie die ik er uit kreeg om verbanden te leggen met andere onderwerpen op deze website.

Op1

Aan het eind van de dag werd het tijd voor een talkshow opstelling op het podium. Het deed me sterk denken aan Op1, zes mensen aan tafel die een gesprek voeren onder strakke leiding van de presentator. Helaas werd het niet echt een gesprek, daarvoor gingen de deelnemers te weinig met elkaar in discussie.

De tafel vlak voor het eerste gesprek begon

Toch kwamen er interessante punten naar voren. Men was het met elkaar eens over de noodzaak van meer veerkracht in Nederland. Volgens Erwin Muller was er een strakkere sturing door de overheid noodzakelijk dan we nu soms (willen) aannemen.

Het deed me denken aan een pleidooi over de problematiek van zelfredzaamheid (zeg maar de voorloper van veerkracht), ooit uitgesproken door Peter van Lochem in zijn rol als verre voorganger van IJle Stelstra. Mocht u er meer over willen lezen, ik schreef er indertijd deze reflectie over. Opmerkelijk hoe er toen met andere woorden eigenlijk hetzelfde werd gezegd.

Eerst probeerden we mensen aan de rookmelders te krijgen door goede informatievoorziening. Toen dat niet help, zijn we ze gratis gaan langsbrengen. En toen ook dat geen veranderingen in de slachtofferaantallen bracht, zijn we ze zelfs voor mensen gaan ophangen. Hoe zelfredzaam kun je mensen dan noemen?

peter van lochem

Inmiddels is de verplichting tot het plaatsen van rookmelders opgenomen in de wet. Exemplarisch voor zelfredzaamheid en veerkracht?

Terug naar de tafel. Die vond eensgezind dat de samenleving wel betrokken moest worden bij de veerkracht van Nederland. Iedereen was het erover eens dat de veerkracht bij de mensen zit en niet bij de instituties.

Hoe dat te bereiken bleef een beetje hangen in goede voornemens. Het gesprek aangaan met de burgers kwam veel voorbij. En ook: aan de mensen vragen wat ze nodig hebben. Hoe dat voor elkaar te boksen bleef evenwel een weinig duister.

Misschien iets voor het congres van volgend jaar, als start van een nieuwe traditie met jaarlijkse congressen over de veerkrachtige crisisbeheersing.

Leiden

Een dag later vond in Leiden de eerste bijeenkomst plaats van de werkgroep Club & Calamiteit. Deze is opgericht naar aanleiding van een ernstig misdrijf door een trainer bij een gymclub uit Leiden, waar Arthur Haasbroek voorzitter was. Hij probeert zijn ervaringen te delen met andere clubs, in de wetenschap dat als je totaal onvoorbereid in een calamiteit terecht komt het slecht kan aflopen met zo’n club.

Er kwamen zo’n 80 bestuurders van clubs en verenigingen op de avond over club & calamiteit af.

Een gelukkig toeval was dat Arthur ook werkzaam is bij de Veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM). Daar gaf men hem de ruimte om verder met het onderwerp aan de slag te gaan, inmiddels ook gesteund door de gemeentes Leiden, Voorschoten en Oegstgeest. De veerkracht van Nederland in de praktijk.

In enkele voorgesprekken met Bas Pietersen van The Alignmenthouse waren we al uitgekomen op het begrip wederkerigheid. Bas is voorzitter van een grote hockeyclub in Leiden en raakte op die manier betrokken bij Club & Calamiteit. Dat is ook hoe een rizoom werkt: onverwachte connecties tussen mensen die elkaar vinden op een onderwerp dat hen bindt.

Maar goed, wederkerigheid dus. Als de veiligheidsregio’s iets zouden kunnen betekenen voor clubs in crisis, kunnen de clubs dan ook iets betekenen voor de veiligheidsregio? Niet ten behoeve van de veiligheidsregio zelf, maar in de aanpak van een specifiek probleem of situatie in hun regio?

In de trant van Benedictinus z’n ‘als het goede maar gebeurt’.

Civil Society

Daar precies in het midden, tussen de publieke en private sector in, mooi door Mintzberg samengevat als de Plural Sector. Zou niet daar het aanknopingspunt liggen voor de veerkracht van Nederland, zoals uitgesproken aan de tafel in Bussum daags daarvoor?

Dat was wel de insteek van Hans Zuidijk, de directeur van VRHM die de bijeenkomst opende. Hij heette iedereen welkom in het hoofdkantoor van de veiligheidsregio, dat hij een huis van ontmoeting noemde. Een plek om met organisaties samen te werken aan de veerkracht van Nederland.

“Men moet het ijzer smeden als het koud is,” zei hij glunderend, waarna hij iedereen uitnodigde om na te denken over hoe de samenwerking tussen de clubs en de veiligheidsregio’s verder uitgebouwd zou kunnen worden.

“Denk daarbij niet alleen aan sportclubs”, zei Philine van Overbeeke even later in haar presentatie. Philine promoveert aan de Erasmus Universiteit op vrijwilligers en non-profit management.

Zij schetste een veel breder palet aan vrijwilligersorganisaties, variërend van sportclubs, tot voedselbanken en tijdelijke organisaties zoals ik ook wel beschreef in dit blog over het snelle vertrouwen.

In de sheet over het grotere plaatje viel de term civil society. Dat is ongeveer hetzelfde als de plural sector van Mintzberg. De London School of Economics definieert civil society als het terrein van niet-gedwongen gezamenlijke activiteiten rondom gedeelde belangen, doeleinden en waarden.

In principe staat de civil society los van de staat, families en markt, maar in de praktijk zijn die grenzen niet altijd duidelijk. Een fonds voor goede doelen kan bijvoorbeeld subsidies krijgen van de overheid of de postcodeloterij, mede afhankelijk zijn van een familie en toch ook commerciële kenmerken hebben. Dan heb je het al weer gauw over social enterprises of non-profit.

Hoe dan ook zit volgens mij de sleutel van de veerkracht van Nederland in de civil society, dan wel de plural sector. In pluraliteit, verscheidenheid. Omdat die civil society niet werkt in een ouderwetse command and control structuur moet je samenwerking op een heel andere manier vormgeven.

Niet over mensen. Met mensen.

Veel meer zoals een rizoom werkt, zonder hiërarchie en met sterke verbindingen. Daarin kan de overheid wel sturen, zoals Erwin Muller aangaf, maar dan niet op de ouderwetse manier van topdownies. Niks opleggen of voorschrijven. Wel zoeken naar wederkerigheid, zoals de VRHM onlangs in Leiden liet zien.

Mensen uitnodigen.

In een huis van ontmoeting.

En daarna samen verder zoeken.

Misschien is dat wel de veerkracht van Nederland. Is die burgeroorlog ook gelijk opgelost.

De non-binaire crisis

Leestijd: 9 minuten

De gedachte achter de non-binaire crisis is dat het altijd crisis is, alleen de ene keer wat meer dan anders. Er is dus geen aan- en uitknop voor crisis, het is niet binair. Dat is precies wat crisis onderscheidt van rampen of incidenten. Er is geen begin of eind, het is er gewoon, altijd.

Dat geldt ook voor gespannen internationale verhoudingen. Alleen noemen we de non-binaire crisis dan unpeace, als het aan Mark Leonard ligt. Dit blog is daarom gelijk een bespreking van zijn boek The age of unpeace, dat ik een eyeopener vind.

Maar we beginnen bij Rand. Want de gedachte achter de non-binaire crisis was door hen al eerder opgekomen.

Begin augustus 2023 schreef Andrew Hoehn namelijk een analyse over de oorlogsopvatting van Poetin op de website van Rand Corporation. Rand is in 1946 opgericht als een denktank voor de Amerikaanse luchtmacht en is sinds 1948 een non-profit organisatie die zich bezig houdt met vraagstukken op het gebied van publieke veiligheid. En daar dan vooral de militaire kant van.

Onder de kop ‘It should not have been a surprise; the threat from Putin’s Russia’ betoogt Hoehn dat we, het Westen, allang in oorlog waren met Putin, zonder dat we het zelf goed doorhadden. Het was namelijk een conflict onder zijn spelregels en ons continent keek er volledig langsheen; een fundamental surprise van het Westen, zoals ik in dit blog al schreef.

non-binaire crisis

Hoehn geeft in zijn artikel ook verdere invulling aan die verrassing. Want het is niet alleen maar een verrassing, het heeft ook te maken met de manier waarop je naar de wereld kijkt. En daarover heeft Hoehn een interessante observatie.

A virtue of American democracy is that it is difficult to take our nation to war—which is right, since going to war is the grimmest decision a democracy can make. For western democracies, war and peace are binary, clear lines between one and the other, like an on/off switch

Wie het boek ‘Spoken’ heeft gelezen weet dat we die moeizame oorlogsgang van de Amerikanen met een korreltje zout mogen nemen. Maar daarin zit niet de essentie. Die zit in de opmerking over de binaire houding van het Westen tussen oorlog en vrede. Er is of oorlog, of vrede, maar er zit niets tussen in. En daardoor verliezen we veel informatie. Dat is de stelling van Hoehn.

Eigenlijk staat de situational awareness hier op niveau één. We zien het wel, maar begrijpen het niet, of begrijpen het verkeerd.

Non-binaire crisis

Ik denk dat Hoehn daarin gelijk heeft. Hetzelfde geldt namelijk voor crisis in het algemeen. Dat wordt door velen nog steeds gezien als een aan-uit knop. Of je hebt een crisis, of je hebt ‘m niet. Er tussenin zit niets. Terwijl er in mijn ogen structureel sprake is van een non-binaire crisis. Overal.

Ergens op een continuüm tussen crisis en on-crisis is er altijd wel iets aan de hand. Meestal gaat het wel weer liggen, maar soms ook niet. En die soms, daar gaat het om.

Dat is het verhaal van weak signals, hard response. De boel proactief opschalen voordat er een echt incident is met schade. Zodat je tijdig maatregelen kunt nemen om de situatie beheersbaar te houden. Want de crisis is niet weg. Nooit niet.

Hij is alleen beheersbaar, maar borrelt onder de oppervlakte door en steekt op enig moment weer zijn kop op, al dan niet in aangepaste vorm. Crises passen zich namelijk aan de omstandigheden aan, schrijf ik in het blog crisis als een meme. Daarmee planten ze zich voort.

Dat is wat het een non-binaire crisis maakt, het is zowel aan als uit. Het is een multipliciteit, een becoming en op zijn ergst een polycrisis.

DALL-E werd gevraagd een schilderij te maken van een non-binaire crisis in de stijl van Andy Warhol. Het resultaat zie je in dit blog.

In ‘Beter wordt het niet’ schrijft Caroline de Gruyter eigenlijk hetzelfde op over de Europese Unie. Daar is het ook structureel crisis, groot of klein en zowel middel als doel. Unpeace, eigenlijk. In dat blog verwoordde ik het als volgt:

Continu zijn er ontwikkelingen, gebeurtenissen en situaties die vragen om bijvijlen, aanpassen, en hervormen. De ene verandering leidt vervolgens automatisch tot een nieuwe en ga zo maar door. In termen van Casti zijn federaties daardoor structureel hun complexiteitskloof aan het dempen, om een X-event, een Black Swan te voorkomen

Ook bedrijven en organisaties zouden zich moeten realiseren dat ze structureel in een staat zijn van non-binaire crisis en dat een escalatie altijd op de loer ligt. Zeker bij schurende onderstromen kan dat opeens zeer snel manifest worden. Dat voelt dan als een verrassing, maar het was er altijd al.

Het was alleen niet gezien.

Onder andere Tata, Chemours en Shell hebben dat inmiddels van dichtbij meegemaakt, net als de luchtvaartsector. Let goed op de onderstromen, dan weet je wanneer jouw organisatie aan de beurt is.

Unpeace

In zijn boek ‘The age of unpeace’ werkt Mark Leonard deze gedachte achter de non-binaire crisis verder uit onder de noemer unpeace. Het is een kort boek met een eenvoudige boodschap, zo schrijft ie: de connecties die de wereld verbinden, drijven het ook uit elkaar. Je kunt daarom niet meer over war en peace spreken, dat is te binair, en dus gebruikt Leonard het woord unpeace. En soms unwar.

Het is de grootste paradox van onze tijd, zo  gaat hij door. “The more people and countries are drawn together, the more they want to be apart.”

De Brexit is daar een mooi voorbeeld van, dat overigens vooral leidt tot toegenomen kosten en hinder voor de Engelsen zelf. Het roept dan ook eerder leedvermaak op, ‘heb je nou je zin’, dan de zorg dat er binnen West Europa een grote splitsing heeft plaatsgevonden.

Dat is anders met landen waar handelsbeperkingen worden opgelegd omdat ze op een sanctielijst staan. Dat kan echt serieuze gevolgen hebben voor een economie, kijk naar Iran, Noord Korea en Rusland. Dus waar wereldhandel enerzijds de landen dichter bij elkaar brengt, is het anderzijds een wapen om afstand te creëren en onwelgevalligen in de hoek te zetten.

It is possible to turn foreign trade into an instrument of power, of pressure and even of conquest

Albert Hirschman, 1941 over ‘powertrading’

Hetzelfde gebeurt met internet. Dat verbindt de landen op deze wereld, maar splijt ze ook door desinformatie, cyberaanvallen, trollen en illegale interventies in verkiezingen. Hier is de toestand van unpeace en de non-binaire crisis niet zo lastig meer te begrijpen.

Een bijzondere versie van internetgebruik en -sancties is de toegang tot internationale betaalsystemen. Die worden door Amerika beheert maar ook gebruikt om landen uit te sluiten. Deze rol van gatekeeper en machtsaanwending ziet Leonard typisch als Amerikaans in het totale speelveld.

De rol van de EU beschrijft Leonard als regelmaker (dat deed de Gruyter ook al) en daarvoor gebruikt hij het woord lawfare: het uitsluiten van partijen op de interne markt die niet aan de regels voldoen. Dat betekent natuurlijk niet, hopelijk laten we die naïviteit een keer achter ons, dat als je wel aan de regels voldoet er niks meer aan de hand is.

Waar het gaat om vitale infrastructuur (supply chains, handelsroutes, wegen, pijpleidingen, kabels, spoorwegen alsmede de flow van mensen, data, goederen en geld) laat namelijk zowel de EU als Nederland gevaarlijke spelers toe op de markt die de non-binaire crisis van unpeace alleen maar groter maken.

Netwerken

De connectiviteit waar Leonard op duidt verloopt via netwerken. Ooit werden die gezien als het democratische antwoord op oude hiërarchische structuren, maar inmiddels wordt via netwerken net zo hard om de macht gevochten. Alleen anders.

The distribution of nodes, the density of ties and the emergence of dense hubs are creating a new map of power in the twenty-first century

Leonard onderscheidt zeven strategieën waarmee landen die macht naar zich toe trekken.

  • Centraliteit. Dus niet centralisatie. Met centraliteit wordt bedoeld dat je je zodanig positioneert dat anderen jouw meer nodig hebben dan jij hen. Daarmee vergroot je afhankelijkheid.
  • Gatekeeping. Daarmee bepaal jij wie toe mag treden tot een netwerk. Of er uit moet.
  • Data mining. Er gaat veel strategische info over internetkabels. Wie die beheert zit op een goudmijn.
  • Ondermijning. Beïnvloeden van publieke opinie en groepen om regels te laten aanpassen of verweken. Onder andere door social media en het steunen van subversieve groepen.
  • Infiltratie. Een land proberen te veranderen van binnenuit. Al dan niet door militaire ondersteuning via huurlegers.
  • Reguleren. Daarmee stel je de normen waar iedereen zich aan moet houden.
  • Onafhankelijk maken. Van bijvoorbeeld grondstoffen of technologie uit andere landen. Daarmee hef je de paradox van de connectiviteit op door het netwerk te verlaten.

Overigens zie je dat binnen landen net zo hard om de macht wordt gestreden. Voor een deel verloopt dat via de politiek en het vormen van coalities. Steeds meer zie je echter vormen van buitenparlementaire machtsontwikkeling. Die ontwikkelt zich bijvoorbeeld via rechtszaken, desinformatie en media. Zoals ik in dit blog over juristocratie, emocratie en mediacratie schreef.

In die zin is binnenlandse polarisatie ook een vorm van unpeace; een nationale non-binaire crisis.

Therapie

In het laatste hoofdstuk van zijn boek schrijft Leonard dat de oplossingsrichting achter de non-binaire crisis niet gezocht moet worden in politiek of beleid, maar in therapie. Dat verrassende inzicht haalde hij uit een boek over omgaan met wederzijdse afhankelijkheid. Want dat is wat de verbindingsparadox eigenlijk inhoudt, wederzijdse afhankelijkheid.

Ik vat die therapie maar even in mijn eigen woorden samen.

De eerste stap die gezet moet worden is om het vraagstuk van unpeace en non-binaire crisis goed te begrijpen. Je moet je wereldbeeld aanpassen, dus. Dat vraagt om situation awareness level twee, minimaal. Maar bij dat begrip hoort ook het besef dat het nooit helemaal goed of helemaal fout is. Het is er altijd allemaal tegelijk, dynamisch, situationeel afhankelijk, onvoorspelbaar en tijdelijk.

Wat je daarnaast moet doen is goed bezien waar je over gaat en waarover niet. Dit zit dicht tegen het stoïcijnse gedachtengoed aan. Doe het goede, verander dat wat in je macht ligt en accepteer de rest.

Bij die acceptatie hoort ook dat er in een land altijd meerdere groepen en stromingen zullen zijn die moeten samenleven en samenwerken. Als die groepen zich tegen elkaar gaan afzetten ontstaat er een polarisatie die het land minder sterk maakt in de internationale arena. Want alleen een regering met draagvlak is in staat wicked problems te managen, zowel nationaal als internationaal.

Voor alle groepen, organisaties en bedrijven die zich in dit speelveld begeven is er dus de opdracht om samen te werken en draagvlak te realiseren. Het opleggen van je mening of het afdwingen daarvan via rechtszaken leidt tot kortdurende overwinningen, maar nooit tot een brede acceptatie.

Net zo goed kun je je niet structureel onttrekken aan veranderende normen en waarden in een samenleving. Want dat vergroot de non-binaire crisis. Crisis is immers een sociaal construct. Het is de mening van anderen over jouw organisatie en diens gedrag. Als dat niet verandert, zal de mening van je opponenten ook niet veranderen en blijft de non-binaire crisis groter dan nodig.

Want helemaal weg gaat ie nooit.

Eindoordeel

The age of unpeace is een interessant boek dat een nieuwe blik geeft op crises, connectiviteit en conflict. Meer dan ooit zie je hoe die gebieden naar elkaar toegroeien en hoe artificieel de traditionele afbakening tussen safety-, security- en crisismanagement eigenlijk is. Wat dat betreft zit dit boek op dezelfde lijn als Adam Tooze en zijn opvatting over polycrisis.

Cijfer: 8.

Zou ik het bewaren als de boekenkasten vol zijn en er geruimd moet worden: het gaat er niet met de eersten uit, maar ook niet als laatste. Als je het kader van unpeace eenmaal gezien hebt voegt het boek niet genoeg toe om het voor altijd te bewaren. Maar voorlopig staat ie er nog gewoon, op de plank met gelezen Rizoomes boeken. Wie weet overleeft ie het dan uiteindelijk toch.

Beter wordt het niet. Een boekrecensie

Leestijd: 7 minuten

Stabiliteit en verlicht bestuur stel je het meest op prijs als je het bent kwijtgeraakt

caroline de gruyter

‘Beter wordt het niet’ is een geweldig boek van Caroline de Gruyter op het grensvlak van journalistiek, geschiedenis, politicologie en, jawel, crisismanagement. Mocht er een verplichte leeslijst zijn voor een brede algemene ontwikkeling dan zou dit boek er zeker op staan. Niet al te dik en het leest nog lekker weg ook.

Caroline de Gruyter is één van mijn favoriete columnisten in het NRC. Zo lang als ik me kan herinneren lijkt ze daar over de Europese Unie te schrijven, maar wie goed leest ziet dat het eigenlijk over crisismanagement gaat.

Crisis als proces; de ene keer vol op het orgel en daarna juist weer teruggetrokken en voorzichtig. Altijd vanuit het gezichtspunt van de EU. Daar kan je van vinden dat het stroperig, traag en saai is. Maar je kan het ook zien als strategieën om alle kikkers in je kruiwagen te houden.

Dat laatste doe ik dus.

In ‘Beter wordt het niet’ graaft De Gruyter zich een weg in de geschiedenis van de Habsburgers en legt daarbij steeds linken met de huidige EU. Dat doet ze op een prettige manier. Als deelgenoot van haar zoektocht naar het eens zo machtige keizerrijk zit je op de eerste rang.

Ook keizerin Sissy komt in het boek natuurlijk voorbij, net als het begin van de Eerste Wereldoorlog. In dit blog ga ik daar verder niet op in.

Ze vertelt ons in geuren en kleuren wat ze onderweg allemaal hoort en ziet. Zo kom je en passant aan tafel met de nog levende Habsburgers, woon je in een appartement met krakende vloeren in Wenen, en zit je in een yoga klasje met de beau monde.

De Gruyter besteed verder weinig aandacht aan haar eigen rol in deze mysterieuze bovenwereld, maar het lijken mij kringen waar je niet gemakkelijk toegang tot krijgt. Hoe haar dat dan wel lukt houdt ze (misschien wijselijk) buiten beschouwing.

Dat doet aan haar verhaal in ‘Beter wordt het niet’ gelukkig weinig af. Als een volleerd antropoloog participeert ze lekker mee en doet daar verslag van in fragmentarische interviews die makkelijk weglezen, afgewisseld met meer verhalende stukken over de feitelijke geschiedenis.

Het hele boek leest trouwens soepel weg, omdat het in losse brokken steeds nieuwe onderwerpen aandraagt die je haast als vanzelf aan elkaar koppelt. Je kunt daardoor op elk moment in het boek beginnen en toch nog de rode draad vasthouden. Precies wat Deleuze bedoelde met zijn nomadisch lezen in Mille Plateaux. Het is een rizomatisch boek, durf ik te stellen.

Vanwege die rizomatische structuur is het ondoenlijk een samenvatting van ‘Beter wordt het niet’ te geven. Daarom heb ik er enkele hoofdpunten uitgepikt die ik in de volgende twee paragrafen nader uitwerk. Te beginnen met de boodschap van de Habsburgers en daarna specifieker over crisismanagement in de EU.

De Habsburgers

De Habsburgers waren een belangrijk Europees geslacht dat vanaf de 12e eeuw steeds verder uitbreidde. Begonnen in de plaats Habsburg in Oostenrijk groeide het eerst uit met de Elzas, Lotharingen en het Zwarte Woud. Daarna volgden Oostenrijk, Zwitserland, Hongarije, Spanje en Portugal.

Ook Nederland viel er zo’n 100 jaar onder, tot in 1582 het Plakkaat van Verlatinghe werd getekend en de Verenigde Nederlanden zich onafhankelijk verklaarden.

De eerste pagina van het Plakkaat van Verlatinghe

Net zoals de EU was het Habsburgse rijk nooit af. Continu werd er aan gesleuteld, al dan niet door ontwikkelingen in andere landen zoals Nederland en later de Franse revolutie aan het eind van de 18e eeuw.

Rond 1867 werd de dubbelmonarchie gesticht en bestond het Habsburgse Rijk uit Oostenrijk en Hongarije als ‘primaire’ landen, aangevuld met stukken uit de Balkan, Tsjechië, Slowakije, Polen en Italië.

Of ik dan helemaal compleet ben weet ik niet, maar zo was het ongeveer.

De dubbelmonarchie ging door op het werk dat onder andere door keizerin Maria Theresia in de daaraan voorafgaande eeuw al verricht was. Onder haar werd het gezag gecentraliseerd en gebureaucratiseerd. Er kwamen steeds meer regels, die actief werden gehandhaafd. Ambtenaren kregen veel te zeggen en er verschenen stevige instituties zoals de spoorwegen en de posterijen. 

Volgens Theresia was rechtszekerheid namelijk essentieel om de rust tussen de volkeren te bewaren.

Iedereen moest voor de wet in principe gelijk zijn, er was een vrije markt en dat vroeg om afspraken over muntwaarden, gewichten en prijzen. Die dus gecontroleerd moesten worden. Daarvoor waren speciale ambtenaren aangewezen, die door het keizerrijk trokken om de onafhankelijke metingen te verrichten en sanctioneren.

Maria Theresia van Habsburg op een schilderij van Martin van Meyens, 1742. Zij is toch wel één van de helden uit ‘Beter wordt het niet.’

De Gruyter haalt een boek aan van Joseph Roth, die in Het Valse Gewicht over de belevenissen van een IJkmeester in Galicië vertelt. Toen de Meester daar aankwam stond het Habsburgse Rijk al op instorten, iedereen voelde dat aan en kleurde steeds vaker buiten de lijntjes. Op zeker moment lijkt de IJkmeester nog maar de enige rechtschapen persoon te zijn. Hoe zeer hij zijn best ook doet om in te grijpen, het loopt hem van alle kanten door de vingers.

Hij heeft geen enkel gezag. Langzaamaan gebeurt het onvermijdelijke: hij geeft het op en gaat ook de kantjes er af lopen

caroline de gruyter

Precies zoals ook Tjeenk Willink beschreef, dat zonder gezag de rechtsstaat in crisis zal gaan. Dat is de boodschap van de Habsburgers. De hoofdboodschap. Want uit hun geschiedenis vallen nog veel meer goede leerpunten te halen. Veel ook over crisis.

Crisis in de EU

Gelijk vanaf het begin gaat het in ‘Beter wordt het niet’ over crisis. “Elke crisis, horen we steeds, is existentieel voor de EU. En crisissen, daar hebben we er nogal veel van.” De Gruyter vraagt zich vervolgens af of één van die crises de EU fataal kan worden. En hoe dat dan zou gaan. Net zoals bij de Habsburgers of anders?

Een interessante vraag. Want hij geldt denk ik niet alleen voor zo’n georganiseerd metastabiel evenwicht als de EU, maar voor elke federatie waar de deelnemers de samenwerking zouden kunnen verlaten als het hun niet meer bevalt.

Overigens nooit zonder kleerscheuren, want vertrekken moet pijn doen. Er moet een afweging plaatsvinden tussen kosten en opbrengsten, reputatiewinst en -verlies, strategische positionering en toekomstvastheid. Om maar eens wat te noemen.

Vertrekken zonder pijn leidt namelijk nooit tot een vast verband tussen partijen. Dat is een losse flodder samenwerking die slechts gedijt bij goed weer. En dan kan iedereen goed zeilen.

Dat zorgt er onder meer voor dat zo’n samenwerking, laat ik het verder federatie noemen, nooit af is. Continu zijn er ontwikkelingen, gebeurtenissen en situaties die vragen om bijvijlen, aanpassen, en hervormen.

De ene verandering leidt vervolgens automatisch tot een nieuwe en ga zo maar door. In termen van Casti zijn federaties daardoor structureel hun complexiteitskloof aan het dempen, om een X-event, een Black Swan te voorkomen.

Op 1 en 2 december 1969 vond de The Hague Summit plaats in de Ridderzaal. De 6 founding countries gingen akkoord met een monetaire en politieke unie en accepteerden vier nieuwe landen.

Tegelijkertijd is het timen en afwisselen van crises ook een overlevingsstrategie; crisis als doel, dus.

Voortmodderen, noemt de Gruyter dat in ‘Beter wordt het niet’. De kunst van het tijdrekken en vooruitschuiven. Nog zo’n kunst: Durchfretten, een vergelijkbare stoempstrategie: steeds weer op zoek naar al dan niet wisselende meerderheden om weer een stap te kunnen zetten.

Hetgeen vraagt om concessies te doen. Maar nooit zoveel als men vroeg, leren we van de Habsburgers, want dan blijven ze hopen op meer. Dat houdt de mogelijke samenwerkingspartijen in de buurt en bereid tot nieuwe coalities in een sfeer van ‘goedgehumeurde ontevredenheid’.

Daarom is het eigenlijk altijd crisis in de EU, is mijn conclusie. Meestal een kleine, zoals ik ook in dit blog over het failing forward framework beschreef, en soms een grote. Die grote moet dan eensgezind worden bezworen en daarna is de boel iets hechter georganiseerd. Al leidt dat zelden tot een grote koerswijziging; we modderden immers voort. Op weg naar de volgende crisis.

Eindoordeel

De Gruyter krijgt het voor elkaar om je vanaf de eerste zin het boek in te trekken en je niet meer los te laten. Persoonlijk ben ik ook zeer gecharmeerd van alle literaire verwijzingen die ze gebruikt om over de Habsburgers te vertellen. Dat maakt het een levendig en leuk boek.

Cijfer: 8,5.

Zou ik het bewaren als de boekenkasten vol zijn en er geruimd moet worden: Zeker!


Waar ik in dit blog niet over schreef was de terughoudendheid van de Habsburgers om oorlog te voeren. Zij hadden hun leger ingericht op een defensieve strategie, waardoor een offensieve houding tot de onmogelijkheden behoorde.

Een belangrijke reden daarvoor was de interne harmonie in het Keizerrijk. Men was bang dat bij een offensieve houding de loyaliteit van de samenstellende volken misschien eerder buiten het Keizerrijk zou liggen dan erin. Met alle interne ellende en onlusten van dien. Ik vond het opvallend dat Tooze over de Chinezen eigenlijk hetzelfde schrijft. Die doen er ook alles aan om te voorkomen dat externe onlusten overslaan naar de Chinese bevolking.

Het grote verschil natuurlijk is dat China wel een offensieve macht heeft opgebouwd. Dat heeft de EU niet. Die komen er nu langzaamaan achter dat de defensieve strategie van de Habsburgers niet meer in deze tijd past. Hopelijk nog wel op tijd.

Strijdvaardig Leven

Leestijd: 6 minuten

Strijdvaardig Leven is een boek van Pablo Lamberti over de Weg van de Krijger. In het spoor van Socrates, Seneca en de Samoerai trek je langs allerlei principes over instelling, bewustzijn en handelen die in mijn ogen elke crisismanager zou moeten kennen en kunnen. Hier en daar aangevuld met ervaringen van mezelf. Uiteindelijk gaat het om Prohairesis, jezelf voorbereiden op jezelf. En daar kan je niet vroeg genoeg mee beginnen.

Ik zal zo’n vijf jaar oud zijn geweest toen mijn ouders constateerden dat mijn vredelievendheid naar een vorm van zelfdestructie begon te neigen. En aangezien ik opgroeide in een generatie waar je werd geacht zelf op te staan tegen hen die je treiteren, besloten ze mij op judo te doen.

Zo heette dat toen. Als je ergens op ging koos je er zelf voor. Als je er op werd gedaan, maakten je ouders die keus voor je.

Vijf jaar lang volgde ik braaf de lessen bij Den Edel in Waddinxveen, tot ik zag dat de voetbalclub waar mijn broer op zat eigenlijk veel gezelliger was. Dus ging ik op voetbal. Maar niet nadat ik voor de eerste keer ging meedoen aan een judotoernooi in Gouda. En die won ik.

Apetrots was ik en zelfs begon ik te twijfelen of ik niet door moest gaan met judo. Van alle grote twijfels in mijn leven was dit de eerste die ik nooit heb opgelost. Nog steeds twijfel ik over die beslissing en zie ik delen van de alternatieve geschiedenis af en toe aan mijn oog voorbij trekken.

Maar goed, in de jaren na mijn middelbare school pakte ik de draad van de zelfverdediging weer op. Ik ging op jiu jiutsu, deed een tijdje shotokan karate, wing chun en tai chi. Zelfs kickboksen. Het was inmiddels niet zozeer meer de sport op zichzelf die daarbij mijn aandacht had, maar vooral de spirituele kant van Bushido; de weg van de krijger. De weg van doen.

Precies dit is het onderwerp van Strijdvaardig Leven, een heerlijk boek over de levensfilosofie van de strijders uit het oude Rome, Griekenland en Japan. Pablo Lamberti schreef het als een soort spin off van zijn promotieonderzoek en gebruikt daarbij vooral het werk van Socrates, Seneca en de Samoerai als leidraad.

Voor degenen die hier al wat meer over gelezen hebben is er niet zo heel veel nieuws onder de zon, maar het staat nu wel een keer allemaal heel logisch bij elkaar. Mocht je echter niet zo bekend zijn met het onderwerp, dan is Strijdvaardig Leven een uitstekende introductie.

Agon

Voor alle zekerheid, een strijdvaardig leven gaat niet om het vechten zelf. Voor mij is het onderdeel van Prohairesis, de stoïcijnse zelfpreparatie die jou moet voorbereiden op jezelf, zoals ik hier beschrijf.

Een bevelhebber gelooft nooit zo in vrede, dat hij zich niet voorbereidt op de oorlog die, ook al wordt hij niet gevoerd, wel verklaard is.

seneca

Ook die oorlog moet je niet al te letterlijk nemen. Het gaat vooral om de instelling die je zelf hebt en het bewustzijn dat je in een samenleving altijd betrokken bent bij strijd en conflict. Daarbij draait het vaak om het opleggen van de wil, ongeacht of je dat nu zelf probeert te bereiken of juist wil ontwijken. In de meest alledaagse situaties geldt dat; op je werk, in vergaderingen, bij je sportvereniging.

Overal waar andere mensen zijn is er kans op conflict en crisis. Zodra je geboren bent neem je al ruimte in die anderen misschien ook willen hebben, zoals ze later jouw baan willen, je plek in het voetbalelftal of het voorzitterschap van een politieke partij. Ik noem maar wat willekeurige voorbeelden.

Die strijd moet je niet als hindernis zien, maar als een middel tot groei. Je persoonlijkheid wordt er beter en sterker van. Om met weerstand om te leren gaan, moet je weerstand ervaren. De oude Grieken noemden dat Agon, schrijft Lamberti. Vriendschappelijke strijd.

Ik ken het ook als principe uit de Stoa: the obstacle is the way. Waar je tegenop ziet, ligt je pad.

Dit is het schildje dat ik kreeg toen ik het judotoernooi won. Inmiddels 50 jaar oud.

Verwar dit overigens niet met het modieuze begrip van de comfort zone. Soms komt het overeen, maar uit je comfort zone gaan is net zo vaak strijdig met je waardigheid (Vale, zoals ik van Taleb heb geleerd). Er is maar een kleine grens tussen leuk spontaan meedoen en kinderachtigheid. Dat kunnen zien en er naar weten te handelen is wijsheid.

Bewustzijn

Waar Agon een instelling is, is bewustzijn een status van je ‘ik’. Zie het als situation awareness. In Strijdvaardig Leven beschrijft Lamberti het als zanshin, een grondig bewustzijn van jezelf en de omgeving.

“Dit volledige bewustzijn is geen vorm van magie, maar wordt in Japan zanshin genoemd, wat letterlijk ‘overblijvende geest’ betekent. Het is een houding waarin men alert blijft en te allen tijde klaar staat om te handelen.”

Waarnemen, bewustzijn en wijsheid zijn in alle krijgskunsten centrale begrippen. Er zijn vele termen en definities aan gegeven, maar in de kern komt het steeds op hetzelfde neer: houd je ego er buiten. Streef geen rijkdom na, hecht je niet aan materiële zaken, wees niet bevooroordeeld (beginners mind) en doe het goede.

Zo beschrijft Musashi het in Strijdvaardig Leven:

De laatste stap die ik nog wil noemen in dit blog over Strijdvaardig Leven, na instelling en bewustzijn, is handelen. Practice. De filosofie van de krijger is er één van doen, niet van alleen maar praten. Bij mij is dat in de loop van de jaren enigszins verschoven van fysiek handelen naar psychisch handelen. Mezelf continu bevragen of wat ik nu doe gaat om mijn ego of om het goede.

En als we gaan wandelen, niet alleen maar kijken, maar ook zien. Wat je met de ogen ziet, is observatie. Wat je met de geest ziet, is inzicht

Daarvoor past het gereedschap van de Stoa mij tegenwoordig beter dan die van zen, heb ik in de loop der jaren ontdekt. Dat hoeft natuurlijk niet voor iedereen zo te gelden. Net zo makkelijk loopt jouw pad precies andersom.

Los daarvan vind je jezelf in alles wat je doet. In koken, in tuinieren, in hardlopen, in tekenen en schrijven. Zelfs in een boterham met kaas smeren.

Als je maar oefent, want dat is wat alle paden verbindt.

In de woorden van Lamberti:

Wat overblijft is een filosofische oriëntatie als oefening: een bevraging van jezelf en een zoektocht of queeste naar iets wat woorden overstijgt. In de praktijk manifesteert wijsheid zich in beide gevallen als een zekere wellevendheid of bien vivre, die gerealiseerd wordt door en in het uitoefenen van specifieke krijgersdeugden.

Eindoordeel

Strijdvaardig Leven is een tof boek dat mij nieuwe inspiratie gaf om mijn eigen krijgerspad te blijven lopen en ontdekken.

Cijfer: 8

Zou ik het bewaren als de boekenkasten vol zijn en er geruimd moet worden: ja.

Externe crisis als strijd

Leestijd: 6 minuten

Externe crisis wordt altijd veroorzaakt door anderen, zoals actiepartijen of demonstranten. Als je er met de bril van een militair naar kijkt, is het opvallend hoeveel parallellen er zitten tussen crisismanagement en warstudies. Externe crisis als strijd; wat valt daar van te leren?

De afsluitende speech van het congres over de menskant van de brandweer werd gegeven door luitenant kolonel Gijs Tuinman. Hij is promovendus aan de Nederlandse Defensie Academie en in het bezit van een Willemsorde. Overtuigender bewijs van een goede combinatie tussen theorie en praktijk bestaat er niet. Tuinman heeft skin in the game, zou Taleb zeggen.

externe crisis
Firefighter Mondrian Style volgens DALL-E

Dus lette ik extra goed op wat hij te vertellen had. En dat was nog best een klus, want Tuinman associeert er als een wervelstorm op los. Ik pakte er een paar dingen uit die passen in hoe ik zelf naar crisis kijk. Waarbij het mij opviel hoeveel parallellen er zitten tussen warstudies en crisismanagement.

Als je je maar niet teveel focust op het gebruik van geweld. Want dan mis je de onderliggende concepten.

En daar gaat het juist om.

Overigens is dit blog geïnspireerd door het betoog van Tuinman, maar is het geen feitelijke weergave. Het kan dus best zo zijn dat hij een andere mening is toegedaan dan ik over externe crisis als strijd. Ik heb dat niet gecheckt.

Wilsoplegging

De eerste opmerking van Tuinman die mij frappeerde was zijn insteek van wat een oorlog nu eigenlijk is. Het gaat om partijen die elkaar hun wil willen opleggen, zo zei hij. En daarbij acties plannen, tegenacties, proacties, desinformatie verspreiden en mistgordijnen aanleggen. Om maar wat te noemen.

Dat is in de burgermaatschappij soms niet heel veel anders, bedacht ik mij. Er zijn allerlei belangengroeperingen die vinden dat het anders moet in deze samenleving. Daarom willen zij hun wil opleggen aan anderen. Door te demonstreren, actie te voeren, social media te gebruiken, (des)informatie te verspreiden, rechtszaken te voeren, te boycotten en cancelen.

Kortom, door een externe crisis te veroorzaken.

Waarom treft dat sommige bedrijven en organisaties wel, zoals Shell en Schiphol, maar andere niet? Vanuit mijn waarnemingen en ervaringen zie ik drie soorten modus of operandi van partijen, maar misschien zijn het er wel meer of minder.

  1. Aanvalsmodus. Bedrijven worden uitgezocht op hun (symbolische) waarde in de strijd, maar dat moet wel uitlegbaar zijn met min of meer objectieve feiten en argumenten. Dan zijn bijvoorbeeld de luchtvaart en de fossiele industrie duidelijke doelen. Op die bedrijven gaat de aanvalsmodus aan. Elk incident of slechte prestatie grijpt men aan om het frame verder uit te bouwen en verstevigen. Er zijn demonstraties en bezettingen en crisismakelaars zetten vol in op beïnvloeding van media en social media. Rechtszaken zijn een belangrijk middel om druk te zetten en de handelingsvrijheid van bedrijven in te perken.
  2. Acceptatiemodus. Van andere bedrijven accepteert men makkelijker dat ze minder goed presteren omdat ze maatschappelijk nut hebben, dan wel niet makkelijk tot symbool van de vijand zijn te maken. Zoals de NS. Daar wordt wel veel op gemopperd, maar dat zijn ontevreden klanten die geen maatschappelijke beweging vormen. Zij zijn consument, maar geen partij die hun wil gaan opleggen. Tenzij ze zich beter gaan organiseren.
  3. Onverschillige modus. Dat zijn partijen die niet interessant genoeg (nog) zijn om maatschappelijke tegenstand op te organiseren. Enerzijds omdat hun symbolische waarde minder makkelijk is te vangen, of omdat ze gewoon belangrijk werk doen.

Wat bij de insteek van de wilsoplegging een rol speelt is in hoeverre het om oppervlakkige acties gaat, zoals een buurtcomité dat van een verontreinigende industrie af wil, dan wel om het aanpakken van onderliggende machtsstructuren.

Dat laatste speelt zeker een rol bij (sommige) leden van gevestigde groeperingen zoals Milieudefensie en Greenpeace. Zij stellen vraagtekens bij de heersende macht en willen die veranderen. Het zijn conflictdenkers, geen foutdenkers; in hun ogen is de samenleving kapot en moet ie worden veranderd.

Repareren van een foutje is niet genoeg.

Boots on the ground

Precies daarom worden sommige bedrijven getroffen door een aanvalsmodus, omdat zij gezien worden als representant van een systeem dat bestreden moet worden.

Impressie van de werkconferentie Spotlight op het onderzoek naar de menskant van de brandweer. Foto is van Marcella Holmer van het NIPV

Het tweede wat mij opviel was het concept van boots on the ground. En die hebben altijd gelijk, zei Tuinman. Niet persé echt gelijk, maar hun volume, richting en acties bepalen grotendeels wat er gebeurt. Hoe meer boots, hoe groter je invloed.

Wat dat betreft is er sprake van een tweede golf aan sympathisanten bij milieubewegingen. Bekende Nederlanders die nu openlijk partij kiezen en zich aansluiten krijgen uitgebreide interviews in kranten, zoals Carice van Houten, en trekken daarmee extra aandacht.

Meer boots on the ground en van een andere slagkracht.

Hierdoor wordt de milieustrijd ook meer salonfähig. Tevens wordt het makkelijker de goede zaak te koppelen aan andere kwesties, zoals de toeslagenaffaire en gaswinning in Groningen, zodat er een polycrisis kan worden gevormd. Nog meer boots on the ground.

Tijgerkat

Het deed mij denken aan de roman de Tijgerkat. Daarin wordt een oud koningshuis op Sicilië in zijn voortbestaan bedreigd door de opkomende troepen van Garibaldi, die met een revolutie de heersende machtsstructuren wil vernietigen en er een republiek voor in de plaats wenst.

Tancredi is lid van zo’n oud koningshuis, maar sluit zich toch aan bij Garibaldi. Want ook hij vindt dat het tijd is voor verandering. Dus zegt hij tegen zijn oom Fabrizio, de oude koning, dat er heel veel moet veranderen om alles te laten zijn als het nu is.

Thomas de Lampedusa is de schrijver van de Tijgerkat.

Volgens mij zitten we nu in een vergelijkbaar tijdsgewricht. Alhoewel het lastig oordelen is over een proces waar je in zit. Eigenlijk kan dat alleen achteraf.

De vraag natuurlijk is hoe lang dit proces zich zal voortzetten. Gaat de regering vallen, komen er dan verkiezingen en wie zal dan in de stuurhut gaan plaatsnemen? Of sukkelt het gewoon door zoals nu en blijven partijen actie voeren? Zoals in Frankrijk, waar de gele hesjes van geen opgeven weten.

Ook daarop had Tuinman een antwoord.

Het houdt pas op als de tegenstander er mee stopt. Want dat was het antwoord op de vraag wanneer je succesvol bent in het opleggen van je wil aan een ander. De tegenstander bepaalt of je hebt gewonnen.

Dat is externe crisis als strijd; een langlopend proces zonder duidelijk begin of eind. Precies daarom is het belangrijk om crisis goed te definiëren. Zodat je weet wat je nodig hebt om de situatie aan te pakken.


Ik heb even overwogen om dit blog toe te voegen als addendum onder het blog is crisis een fout of een strijd. Ik heb dat niet gedaan omdat het anders zo’n groot verhaal wordt, maar beide blogs hebben zeker met elkaar te maken. Ook crisis als complex systeem hangt hier nauw mee samen. Als je tijd hebt zou ik die twee ook zeker lezen.

En, oh ja, ook nog het stuk over polycrisis. Daarin staat een link naar de Chinese visie op major risk. Dat draait om het woord ‘stabiliteit. Xi noemt alles een major risk wat die stabiliteit bedreigt. “The risks we face include domestic economic, political, ideological, and social risks as well as risks that arise from the natural world; they also include international economic, political, and military risks, etc.”

Spoken. Boekrecensie over nepnieuws in oorlogstijd

Leestijd: 7 minuten

Het nieuwe boek van Pien van der Hoeven heet Spoken en gaat over nepnieuws rondom drie Amerikaanse oorlogen. Ik interpreteerde Spoken als ‘uitgesproken’ maar ze bedoelt er letterlijk spoken mee, als in spookverhalen. En dat is waar dit boek over gaat, over de waarheid en de spookverhalen die er in rond waren.

Als klein kind was het leven nog betrekkelijk eenvoudig. Op enig moment weet je wat geel is, wat een kabouter is en dus ook wat een gele kabouter is. En zo wist je al snel dat ook een vuilnisbak geel kon zijn en dat trapautootjes soms rood zijn maar niet altijd. In ieder geval was het duidelijk wat waar is en wat niet.

Dat veranderde al een beetje zodra het ging over wat je leuk vind. Dan blijkt dat niet iedereen hetzelfde leuk vindt als jij. Of Van Halen herrie is, zoals mijn vader indertijd verzuchtte, hangt van je definitie van herrie af. Ik vond James Last herrie.

Wat de waarheid was, bleek zo al een stuk lastiger vast te stellen. En naarmate mijn leeftijd vorderde, werd het steeds duidelijker dat wat de waarheid is, juist heel vaak onduidelijk is.

Is er wel een waarheid?

Maddox

Dat was precies de vraag die bleef hangen na het lezen van Van der Hoeven’s boek over spoken. In ieder geval sneuvelt de waarheid als één van de eersten in tijden van oorlog. Niet eens altijd met opzet, althans in het geval van het gevecht in de Golf van Tonkin. Daar voer de Maddox op 4 augustus 1964, een Amerikaanse torpedobootjager. We zitten midden in de Vietnamoorlog, alhoewel de Amerikanen nog niet volledig geïnvolveerd zijn.

De sfeer aan boord is gespannen, men verwacht een hinderlaag en die komt dan ook. Maar liefst 22 torpedo’s worden er op de Maddox afgeschoten. Door snelle manoeuvres weet het schip ze allemaal te ontwijken. Maar de verontwaardiging in Amerika is groot. Al drie dagen later neemt de VS een resolutie aan die president Johnson mandaat geeft tot het voeren van grootschalige gevechtsoperaties in Zuid Oost Azië.

Uit later onderzoek zou blijken dat de aanval op 4 augustus helemaal niet plaatsgevonden heeft. Door diverse omstandigheden, zoals oververmoeidheid, grote druk, hitte, onervarenheid en een bij de radar operator onbekend akoestisch fenomeen in de Golf van Tonkin heeft de bemanning gedacht dat er een aanval was ingezet, terwijl dat eigenlijk niet zo was.

Spoken
De Maddox begin jaren 60

Maar de spinners van het Pentagon hadden genoeg aan deze illusie om een voldongen feit te creëren die een volledige deelname aan de Vietnam oorlog zou rechtvaardigen. Daar deed de pers vrijwel kritiekloos aan mee. Hoe kon de media zo massaal in het spookverhaal zijn gaan geloven? Wat gebeurt er als de hoeder van de waarheid verzaakt?

Poortwachter

Van der Hoeven beschrijft de rol van de pers als die van poortwachter. Zij beslissen wat wel en niet aan het publiek als nieuws wordt gepresenteerd, althans vroeger. Tegenwoordig heeft die rol door social media behoorlijk aan kracht ingeboet en kan iedereen journalist zijn. Burgerjournalist.

Desondanks is die poortwachterrol er nog steeds, alleen anders dan vroeger. Als je wilt weten wat er mis kan gaan met die bewakingsfunctie, moet je dus eigenlijk een kwetsbaarheidsanalyse uitvoeren, zo dacht de psycholoog en veiligheidskundige in mij.

Het falen van de poortwachter is namelijk gewoon een bedrijfsongeval. Eentje waar ook opzet in het geding kan zijn, dus moet je ook rekening houden met manipulatie, draaien en liegen. Maar verder kun je er uitstekend een risicoanalyse op los laten.

Laten we eens een paar zaken op een rijtje zetten die in zo’n kwetsbaarheidsanalyse naar boven komen, zonder volledig te willen zijn.

  • Journalisten hebben net als andere mensen last van human bias. Dus maken ze denkfouten zonder dat ze het weten, hebben last van tunnelvisie, een beperkte situation awareness, groepsdenken en ga zo nog maar even door.
  • Daarnaast hebben journalisten ook gewoon hun eigen missie en doelen. En dus noemen ze dingen soms wel en soms niet, net zo als het ze uitkomt.
  • Verder zijn journalisten ook vaderlandslievend als er oorlog is of dreigt. Dat maakt wat minder kritisch en dus liggen foutjes op de loer.
  • Vaak maken ze gebruik van overheidsbronnen. Dat maakt misschien ook iets minder kritisch, zeker in een democratie. Los daarvan: hoe weet je überhaupt of er iemand tegen je staat te liegen?
  • Journalisten hebben niet overal verstand van en maken dus ook gewoon fouten door gebrek aan kennis. Zo wordt het Engelse billion maar al te vaak vertaald als biljoen. Om maar eens een voorbeeldje te geven.
  • En de pers moet natuurlijk ook gewoon scoren. Wie de scoop heeft is de winnaar. En dus gaat het bericht er soms toch iets te snel uit, is het wederhoor oppervlakkig uitgevoerd of wordt er geen review uitgevoerd.
  • Last but not least is de pers erg gevoelig voor kritiek en reageren ze als gestoken als ze ergens op worden aangesproken. Dat versterkt hun kwetsbaarheid

Het gaat vooral om het beeld van de kwetsbaarheden bij het poortwachtersmodel. Dan zou je verwachten dat er beheersmaatregelen in de organisatie worden aangebracht. Meelezers, tegensprekers, bezinktijd inlassen, extra wederhoor, noem maar op. En vaak is dat ook wel zo.

Toch willen dergelijke maatregelen nog wel eens falen, zo bleek onlangs toen zowel de Volkskrant, het NRC, het Parool als de NOS zich hadden laten inpakken door een team dat claimde de verrader van Anne Frank gevonden te hebben. Met open ogen tuinden ze er alle vier in. Stekeblind, is de poortwachter soms, en hij heeft het zelf niet door. Als ik pers was, zou ik er echt meer aan doen.

Golfoorlogen

Die kwetsbaarheden van de poortwachter worden ook in democratische landen soms actief geëxploiteerd, zo laat Spoken van Van der Hoeven zien. Rondom de Golfoorlogen werd zowel de pers als het publiek opzettelijk misleid door hun regering. Dat is nog een categorie belazeren verder dan een ongeval spinnen tot een aanval zoals het verhaal over de Maddox. We pakken de beginzin er even bij:

Dit boek gaat over verzonnen en ingebeelde gevaren. Over het spook van Tonkin dat de Amerikaanse matrozen en officieren misleidde en de oorlog in Vietnam liet escaleren. Over spoken van Iraakse soldaten die te vroeg geboren baby’s in Koeweit uit hun couveuses tilden en op de koude ziekenhuisvloer lieten sterven. En over spoken van Iraakse artsen die een moedige Amerikaanse soldate mishandelden en uithongerden. Al deze spoken waren nepnieuws en dienden om de Amerikaanse bevolking te overtuigen van de noodzaak te vechten in achtereenvolgens Vietnam, Koeweit en Irak.

pien verhoeven
Spoken

Ik ga in deze bespreking niet verder in op de cases van Koeweit en Irak zelf. Wat ik er nog wel uit wil halen is de autonome groei en werking van dat wat het militair industrieel complex (MIC) wordt genoemd. George Washington had in 1796 al gewaarschuwd voor een doorgeschoten militair apparaat. Die levert gevaar op voor de vrijheid van de bevolking, zo stelde hij.

Staande legers in vredestijd verhouden zich niet tot de principes van de republikeinse regeringen, zijn gevaarlijk voor de rechten van een vrij volk en verworden over het algemeen tot destructieve machines die despoten aan de macht helpen.

george washington

Dit citaat deed mij denken aan het verhaal van de Japanse soldaat Onoda over het eigen leven dat vuurwapens gaan leiden. Kennelijk gaat dat ook op voor heel veel wapens bij elkaar in dat MIC. Het zet ook het verhaal over de shootings in een ander daglicht. Want zolang de militaire industrie zo machtig is, zullen ze wapens willen produceren om geld te kunnen verdienen. Daar houdt geen shooting ze van af.

Wat Van der Hoeven laat zien is hoe groot en machtig het MIC inmiddels is geworden, de verwevenheid met het ministerie van Defensie en het leger en op welke ondemocratische wijze het MIC de boel manipuleert om oorlogen af te dwingen. Niet alleen Rusland heeft oligarchen, zo weet ik nu.

Zelfs krijgen ze het voor elkaar om de Golfoorlogen te framen als olie-oorlogen, om de aandacht van zichzelf af te leiden. Het deed mij denken aan de Dark Side uit Star Wars; hoe slecht kun je zijn?

Het is de verdienste van Van der Hoeven dat ze deze mechanismes op een soepele manier inzichtelijk maakt. Zowel die over het MIC als over de journalistiek. Ze doet dat zoals je van een journalist verwacht: goed geschreven en grondig uitgezocht. Het is een schoolvoorbeeld van hoe de journalistiek het wereldbeeld van het publiek kan verbreden. Of op zijn minst dat van mij.

Een aanrader in deze tijden van oorlog.


De rol van de journalistiek is belangrijk in een onzekere wereld waar spoken van allerlei pluimage rondzweven. Toch gaat dat nogal eens mis. Zie onder andere deze blogs: De gijzeling van het journaal over het gebrek aan reflectievermogen, Grenfell Towers over te grote focus op spektakel, Blue Ocean Crisiscommunicatie over pack journalism en Verraad en Vergifting over onbeheerste scoringsdrang van de pers.

Het schemeren van de wereld. Een boekrecensie

Leestijd: 5 minuten

Het schemeren van de wereld gaat over Hiroo Onoda, de Japanse soldaat die bijna dertig jaar lang een guerrilla voerde op Lubang omdat hij weigerde te geloven dat de Tweede Wereldoorlog was afgelopen. Werner Herzog schreef er geheel in stijl met zijn cinematografische achtergrond een filmisch verhaal over, dat eigenlijk gaat over het begrip waarheid. Dat maakt het een intrigerend boek.

In 1997 had Werner Herzog een klus in Japan met de componist Saegusa. De verwachtingen waren zo hoog gespannen over de opera die ze gingen uitvoeren, dat de Keizer himself had laten weten dat hij de beide heren zou willen uitnodigen op een privé-audiëntie. Als dat uitkwam in hun drukke werkzaamheden.

Onoda

Schemeren van de wereld

Tot grote ontzetting van Saegusa weigerde Herzog de ontmoeting. Wat volgde was een beklemmende stilte, zo schrijft hij schuldbewust in ‘het schemeren van de wereld’, het leek erop of Japan was gestopt met ademen. Iedereen hield zijn adem in.

Toen, in die stilte, een stem. “Oké, als u de Keizer niet wilt ontmoeten, wie dan?” Zonder na te denken zei ik: “Onoda”.

werner herzog

Het is december 1944. Op het eiland Lubang krijgt Hiroo Onoda zijn nieuwe opdracht. Hij moet het eiland bezet houden met een guerrilla oorlog totdat het Japanse leger terugkeert. Majoor Tanigucha legt hem uit dat hij op zichzelf is aangewezen.

“Er zijn geen regels, je maakt de regels.”

Op één uitzondering na. Nooit mag hij zichzelf van het leven beroven, ook niet als hij gevangen wordt genomen. Want dan moet hij misleidende informatie aan de vijand geven. De waarheid mag niet aan het licht komen.

Waarheid

En de waarheid, dat is het thema van dit heerlijk handzame boekje. Natuurlijk gaat ‘het schemeren van de wereld’ ook over de ervaringen van Onoda en zijn drie mannen in de jungle. Maar dat is niet de kern, zoals Herzog al bij wijze van inleiding schrijft.

Veel details kloppen, veel kloppen er niet. Iets anders was belangrijk voor de schrijver, iets wezenlijks, zoals hij het tijdens een ontmoeting met de protagonist van dit verhaal meende te zien.

werner herzog
Hiroo Onoda in 1944. Hij is dan 22.

Enkele maanden nadat Onoda zijn opdracht heeft ontvangen capituleert het Japanse leger. Die berichten bereiken Lubang echter niet, zodat Onoda zijn strijd voortzet. Diverse keren wordt geprobeerd hem te informeren dat de oorlog is afgelopen. Maar steeds denkt Onoda dat het nepinformatie is.

Hij meent taalfouten te zien in de pamfletten die worden afgeworpen, hij gelooft niet dat het zijn broer is die hij hoort roepen, hij wantrouwt de kranten omdat er zoveel reclame in staat, elke poging hem over te halen strandt omdat hij alles uitlegt naar zijn opdracht: Lubang bezet houden totdat het leger arriveert. Pas als zijn oude majoor, inmiddels dik in de 80, hem verzekert dat het echt over is gelooft hij het. De schok van de waarheid is groot voor Onoda, vertelt hij desgevraagd.

“Hij antwoordt met een ijzig gezicht: Majoor, er woedt een storm in mij.”

Het schemeren van de wereld

Dit is de ene kant van waarheid die wordt besproken in het schemeren van de wereld. De kant die gaat over feiten. Wat is er aan de hand, wat is er gebeurd, wat is er van waar en word ik niet misleid? De opdracht aan Onoda maakt hem tot een Conflictdenker, zoals ik in een vorig blog beschreef. Er is een vijand en die moet bestreden worden. Dat is de enige waarheid. Maar die bleek dus niet waar. Voor de echte Conflictdenker is dat onverdraaglijk. Dan woedt er een storm in je.

Op 11 maart 1974 overhandigt Onoda zijn zwaard aan de Filipijnse president Marcos.

Er is echter nog een vorm van waarheid en die gaat over bewustzijn. Hoe weet ik dat wat ik zie ook echt zo is? Is het geen illusie, geen droom? Het zijn vragen die de vier mannen bezig houden, tijdens lange gesprekken in het regenseizoen. Dat is een slechte tijd voor guerrilla en dan doen ze rustig aan. Onoda vraagt zich bij een kampvuurtje af of hij de oorlog niet droomt. Het is dan 1954.

“Is het mogelijk dat ik gewond in een lazaret lig en uiteindelijk na jaren ontwaak uit bewusteloosheid en dat iemand me vertelt dat het maar een droom was. Is dit oerwoud, de regen, alles, een droom?”

Wat Onoda ook ontdekt in de jungle, tijdens de vele tochten daar: het heden bestaat niet.

Elke stap van hem was al verleden en elke volgende toekomst. (..) En dan steeds kleiner, in millimeters, in niet meer waarneembare fracties van millimeters. We denken dat we in het heden leven, maar dat kan helemaal niet bestaan. Ga ik, leef ik, voer ik oorlog?

onoda
Schemeren van de wereld
De droom van de vlinder is een klassieker uit de Taoïstische literatuur. Daarin droomt Chang Tzu dat hij een vlinder is die vrij kan vliegen van bloem tot bloem. Maar als hij wakker wordt vraagt hij zich af of hij niet een vlinder is die droomt dat hij Chang Tzu is. De vraag achter de vraag is: hoe weet ik dat ik besta?

Het schemeren van de wereld is een geweldig boek. Herzog vertelt er, als je het wilt zien, meer dan één verhaal in en alleen van Onoda weten we hoe het afloopt als het boek uit is. Alle andere vragen blijven onbeantwoord achter en dat is precies wat dit boekje, ik zei het al, zo intrigerend maakt. Van harte aanbevolen.

De fundamental surprise van het Westen

Leestijd: 6 minuten

De reactie van het Westen op de inval van Rusland in Oekraïne vertoont alle tekenen van een fundamental surprise; het wereldbeeld komt niet meer overeen met de werkelijkheid. Je denkt het onder controle te hebben, dat het wel mee zal vallen, maar dat blijkt niet meer dan een aanname. Onder de oppervlakte zit iets structureel mis, er zit een relevance gap. Daardoor herhalen ongewenste gebeurtenissen zich: zolang je niet fundamenteel leert van wat er gebeurt, zullen dingen fout blijven gaan. Als het Westen wil dat alles blijft zoals het is, moet er dus veel veranderen.

Oorlog

In het najaar van 2021 las ik het boek ‘Ingooigem’ van Stijn Streuvels. Daarin schrijft hij onder andere over de start van WOI en hoe daar in het begin door de bevolking mee om werd gegaan. De overeenkomsten met het verloop van de coronapandemie raakte mij zodanig dat ik er een blog over schreef, ‘de overeenkomsten tussen een oude pandemie en een nieuwe oorlog’.

Maar wat ik in dat blog ook deed was een link leggen met de crises van de toekomst. Daarover waren toen net enkele podcasts en wat interviews verschenen. Dat leidde tot de volgende verzuchting:

“Veel over klimaat en cyber, allerlei tips over flexibele systemen en vertrouwen op experts. Ik hoorde niemand over oorlog, niemand over onderschatting en amateurisme. Want wat als de laatste oorlog in Europa nog niet achter ons ligt? Is dat niet de ultieme crisis waar we ons op dienen voor te bereiden? (..) Dat wij in Europa toevallig sinds 1945 van oorlog verstoken zijn gebleven zegt helemaal niets over de jaren die nog gaan komen. Misschien dat voor de inventarisatie en evaluatie van sommige crisistypen literatuur daarom meer achtergrond biedt dan alle theorieën van experts bij elkaar. Dus leest, crisismanagers! Alsof je leven er van afhangt.”

En toen werd het 24 februari 2022 en was de oorlog daar.

Het model van de fundamental surprise in een plaatje. Na een lange incubatieperiode volgt nog de ontkenning, maar hopelijk realiseert het Westen op tijd dat er iets fundamenteels moet veranderen.

Dit blog is niet de plek voor een grondige analyse van wat er nu allemaal gebeurt. Ik heb daar de kennis ook helemaal niet voor. Ik weet in die zin net zo veel over corona als over Oekraïne. Maar met mijn crisisbril op zag ik toch een paar dingen die ik hier kort aan wil stippen.

Observaties

  • Ten eerste de inzet van media en social media. Mocht er nog iemand zijn die voor deze oorlog dacht dat er een waarheid bestond, dan kan dat idee nu definitief in de prullenbak. Er zijn zelfs factcheckers gespot die de waarheid trachten te debunken. Als je factcheckers moet gaan factchecken dan weet je dat het einde zoek is.
  • De enige waarheid is dat de waarheid niet bestaat. Wat overblijft is een continue constructie en deconstructie van een mogelijke waarheid. Het is bijna risicomanagement. Bij alles komt de vraag: wat betekent dat? Wat vind ik belangrijk?
  • Tegelijkertijd spreekt alle berichtgeving rechtstreeks de emoties aan. Dat het misschien niet waar is wat je ziet, betekent niet dat het je niet hard kan raken. Nu waren we mijns inziens toch al een emocratie geworden, zie het blog over de crises van de toekomst, maar deze oorlogsbeelden verdubbelen die tendens nog eens.
  • Zeker de eerste dagen zag je dan ook veel primaire reacties, zelfs van politici zoals Ursula von der Leyen, waarvan ik had gehoopt dat die ook eerst even zouden nadenken voor ze wat gingen zeggen. Hoe onrechtvaardig de Russische inval ook voelt, dat betekent nog niet dat het verstandig is om olie op het vuur te gooien. Tenzij dat je strategie is, natuurlijk.
  • Het grote woord is gevallen, strategie. Die lijkt er dus niet te zijn. Dat is precies de fundamental surprise waar het Westen door is overvallen. De enige strategie is geen WOIII ontketenen. Hoe je dat moet doen lijkt eigenlijk niemand te weten, omdat alle houtsnijdende opties volledig zijn wegbezuinigd. Oorlog is een hypothetisch construct geworden, het leger een bezuinigingspost.
  • Tekenend is de benoeming van Ollongren als minister van defensie. Iemand die door een corona besmetting al zo gestresseerd raakt dat ze alle basale veiligheidsmaatregelen vergeet en daarmee een grote vertrouwenscrisis in de politiek veroorzaakt. Hoe moet zo iemand de koelbloedigheid bewaren in oorlogstijd?
  • Er breekt nu namelijk een bijzonder diffuse tijd aan. Wat is oorlog in deze tijden? Is die er nog als Rusland zich terugtrekt? Gaan we dan alles weer herstellen? En wat is herstellen? Of vertrouwt het Westen Rusland nooit meer? Tientallen vragen kun je zo bedenken, niet in het minst die over China en het bot van de derde hond.
  • Waar ben je bereid voor te vechten? Welke waarden in de samenleving en de wereld wil je tegen elke inspanning beschermen?  Als je dat niet weet, als geopolitiek niet meer is dan het opzetten en bewaken van een globale markt, dan loop je altijd achter de feiten aan in tijden als deze. Dat is het gemankeerde wereldbeeld van het Westen die deze fundamental surprise heeft veroorzaakt.
  • Dat gemankeerde beeld blijkt ook uit de maatregelen die wel worden genomen: dat zijn marktmaatregelen. Boycotten, cancelen, uitsluiten van markt en deelname aan sportwedstrijden en cultuur, zoals Olaf Tempelman in de Volkskrant schreef. Het is echter de vraag wat dat gaat opleveren, de afgelopen drie weken niet veel.
  • Bovendien roept het vragen op, zeker als het Westen sommige Russische media blokkeert en daarmee het open internet eigenlijk afsluit, zoals Freedom Internet constateert. “Het hoeft in de toekomst ook niet alleen om Russische propagandakanalen te gaan. Als we het normaal gaan vinden dat de EU per decreet media in heel Europa kan blokkeren, kan dat vergaande gevolgen hebben.” Dit is dus typisch zo’n vraag over welke waarden je wilt beschermen in het Westen. Kennelijk hoort een open internet daar niet bij.
  • Het laatste punt dat ik wil benoemen gaat over het verschil tussen wat je zegt en wat je vindt, over wat je wilt bereiken en hoe je dat doet. Dat je het niet met Poetin eens bent, betekent niet dat je je niet in zijn gedachtewereld moet verdiepen. Dat je vindt dat alle staten soeverein zouden moeten zijn, betekent niet dat Oekraïne nu direct lid moet worden van de NAVO. Dat Rusland en China zich als buddies presenteren vlak voor de Olympische Spelen had nooit als een verrassing mogen komen, het antwoord had er al moeten zijn voor het nodig was. Maar dat was er niet. Omdat er geen andere visie bestaat dan die van de globale markt.

Fundamental learning

Wat de oorlog in Oekraïne laat zien is in eerste instantie een totaal ongeoorloofd gedrag van Rusland. Dat staat buiten kijf. Maar wat het ook laat zien is dat het Westen er geen echt antwoord op heeft. Niet nu, maar ook niet in de aanloop naar de oorlog die al jaren gaande was. Het is mijns inziens geen toeval dat de afwezigheid van dat antwoord ook ten grondslag ligt aan de kredietcrises van 2007 en 2013, de klimaatcrisis en misschien zelfs wel corona.

Als je democratie met marktdenken verward, als je overheden zo klein mogelijk maakt en niks anders biedt dan het mantra van economische groei, als een land door niets meer verbonden wordt dan een nationaal voetbalelftal en het songfestival, dan is een fundamental surprise kennelijk het enige wat overblijft.

Het is tijd voor fundamental learning in het Westen om een volgende fundamental surprise te voorkomen.

Afghanistan, de crisis die slecht uitkwam

Leestijd: 3 minuten

Afghanistan was een crisis die slecht uitkwam, zei Cees Roels in de Volkskrant van 31 december 2021. Dat klonk op het eerste gezicht wat vreemd. Alsof er crises bestaan die wel uitkomen. Maar als je even wat dieper doordenkt zat er meer in die uitspraak dan ik dacht.

Cees Roels was plaatsvervangend ambassadeur in Kabul toen de Taliban in sneltreinvaart Afghanistan innamen. Voor de Nederlandse overheid kwam dat, zoals genoegzaam bekend,  ‘toch nog onverwachts’. Het concept incubatietijd van Barry Turner was kennelijk aan iedereen voorbij gegaan op Buitenlandse Zaken.

Disaster Incubation en Crisis
In het blog over de Marbon ga ik dieper in op de incubatietheorie van Barry Turner.

Halsoverkop moest er geëvacueerd worden, waarbij veel Afghaanse medewerkers niet mee konden. Het leidde tot verhitte discussies in Nederland, ook in de Tweede Kamer. Inmiddels is een eerste onafhankelijk rapport over de gang van zaken opgesteld.

In hetzelfde weekend dat het rapport van Crisisplan verscheen, stond er ook een interview met Roels in de Volkskrant. Roels, inmiddels gepensioneerd, voelde zich genoodzaakt om zijn kant van het verhaal te vertellen. Om het beeld te compenseren wat in de pers over de ambassade was geschetst.

Dat leidde tot een long read waarin van alles aan de orde kwam. Zijn eerdere buitenlandse standplaatsen. De terugtrekking van de Amerikanen en de activiteiten van andere landen. Politieke overwegingen en migratieproblemen. En de laatste 24 uur op het vliegveld. Van alles.

Bijna op het eind van het interview bleef mijn blik hangen bij dit stukje tekst:

In Nederland was de urgentie van Afghanistan gaandeweg afgenomen. Afghanistan was niet zo sexy meer. Nederland was militair vertrokken. Dan neemt de aandacht nog verder af, ook politiek. Daarnaast hadden we in Europa covid. Als ik naar Nederland keek vanuit Kabul, zag ik een land dat helemaal naar binnen was gekeerd. Er was een politieke formatie gaande en de vakantieperiode brak ook nog eens aan na lange lockdowns, dus iedereen was blij dat-ie weer eens naar Frankrijk mocht – de human factor. Het kwam gewoon heel slecht uit, die crisis.

cees roels

Crisis awareness

Het kwam gewoon heel slecht uit, die crisis, concludeert Roels. Nou komen crises nooit goed uit, dat is nu eenmaal wat het een crisis maakt; maar belangrijker is dat Roels wel al die verschillende sub-standaard condities beschrijft en dus ziet, maar niet lijkt te begrijpen dat die juist onderdeel zijn van de crisis. Laat staan dat hij kon voorspellen wat er zou gaan gebeuren. Situation awareness level 1?

De vraag die bij mij bleef hangen was of ik in die situatie zelf verder zou zijn gekomen dan situation awareness level 1. En als dat wel zo zou zijn, of ik dan zoveel stennis had durven maken dat ik de boel op buitenlandse zaken wakker had geschopt. Daar is namelijk een heel ander level van situation awareness voor nodig: level 4, realiseren. Je doelen weten te halen tegen de stroom in.

Of accepteren dat het soms buiten je macht ligt. Hoe pijnlijk dat ook is. Dat is level 5.

Ik sluit trouwens niet uit dat Roels niveau 5 wel bereikt heeft, maar dat ik dat niet zag, noch begreep.


Het interview met Roels is voor mij aanleiding geweest om op een andere manier naar situation awareness te kijken. Hij beschrijft een aantal ontwikkelingen die ik herken van mijn eigen praktijk en uit sommige onderzoeken. Bovendien beschrijft hij een inkopper vanuit het stoicijns crisismanagement; als je geen invloed hebt op de gang van zaken zul je dat vroeg of laat moeten accepteren. Ook dat is een niveau van situation awareness. Je kunt er meer over lezen in dit blog.

Overeenkomsten tussen een oude oorlog en een nieuwe pandemie

Leestijd: 5 minuten

De overeenkomsten tussen een oude oorlog en een nieuwe pandemie waren groter dan ik eerlijk gezegd had verwacht, zo leerde ik onlangs. En dat was niet na het lezen van wetenschappelijke studies of onderzoeken, maar door de memoires van een schrijver. Waarop ik mij afvroeg of crisismanagers hun schaarse tijd niet beter zouden besteden aan kunst en literatuur dan aan wetenschap. Of op zijn minst óók aan literatuur en kunst.

Ingooigem leert je over de overeenkomsten tussen een oude oorlog en een nieuwe pandemie

Het begon met een boek van de Belgische schrijver Stijn Streuvels, dat ik tijdens een middagje struinen tegen kwam in de winkel. Ingooigem is de titel, en het is net uitgebracht. Ik ken het werk van Streuvels verder niet, maar nieuwe uitgaven in de onvolprezen serie ‘privédomein’ check ik altijd. Er stonden er al negentien in de boekenkast.

Bij toeval viel het boek open op bladzijde 95, bij het begin van de Eerste Wereldoorlog. De tekst greep me gelijk aan en ik type het hier maar even over. Kun je kijken wat jij er van vindt.

Puidonnozel

Ik kan nog altijd niet begrijpen hoe wij zo aartsdom en puidonnozel waren om een oorlog te beschouwen en er iets van te verwachten als een merkwaardige gebeurtenis, iets als een spektakel van belang, en er bestond maar de vrees dat het weer op niets zou uitlopen. Eén ding alleen kan als verontschuldiging aangebracht worden: we dachten dat het enkel een doortocht van de Duitse legers zou zijn en de oorlog verder in Frankrijk uitgevochten zou worden – iets waar België niets mee te maken had. We moesten ons dus haasten er iets van te zien krijgen.

De tekst maakte van alles bij me los over de menselijke natuur van onderschatting en amateurisme bij grote crises. Ik dacht aan het begin van de corona epidemie en hoe de meesten het inschatten als een griepje. Experts incluis. Ik dacht ook aan de aftocht uit Afghanistan en hoe dat aangepakt was door Nederland. Ik dacht aan nog veel meer, maar vooral dat Stijn zijn observaties zo raak had beschreven dat ze meer dan honderd jaar later nog steeds treffend zijn.

Want er zijn er nog meer, observaties die mij raakten. Ik noem er hier nog een paar.

Vaderlandsliefde is een mening

Het voornemen was er al dadelijk om een dagboek aan te leggen – dag voor dag aan te tekenen wat er rond mij zou gebeuren. Dat is dan de tweede grote dwaasheid geweest: niet te weten of te voorzien dat de gebeurtenissen – de waarheid dus – niet mocht opgeschreven worden.

Streuvels schreef dagelijks over de lotgevallen van de oorlog in zijn naaste omgeving. Zijn vrouw en kinderen hadden onderdak gevonden bij zijn uitgever in Amsterdam, als tijdelijke schuilplaats. Toen in het voorjaar van 1915 de ergste beschietingen voorbij waren, besloot hij zijn gezin op te gaan halen in Nederland. En passant droeg hij zijn aantekeningen over, die al snel werden uitgegeven. Het was immers heet van de naald.

Het Lijsternest en Ingooigem liggen vlak bij Kortrijk en Waregem in West-Vlaanderen

Wat hij niet had voorzien was dat zijn boek door de uitgeweken Belgen in Holland als een vorm van verraad werd gezien. Ze vonden het te Duitsgezind, fulmineerden over de slappe houding van hen die waren achtergebleven en eisten dat er harder verzet werd gepleegd. En dat terwijl ze zelf veilig zitten opgeborgen in Holland, beschrijft Streuvels de situatie, zonder dat ze weten wat er hier ter plaatse gebeurt.

Zijn conclusie is bitter. “De waarheid mag niet verkondigd worden in oorlogstijd. En wel en vooral omdat de vaderlandsliefde het vereist.”

Troebel water

Naarmate de oorlog vordert, verandert de stemming onder de bevolking, vertelt Streuvels verder. Waar men in het begin nog onzeker was over wat hen overkwam en zich afvroeg of ze droomden, zagen velen al gauw de gelegenheid groot geld te verdienen met smokkelen en ‘allerhande nijverheden’.

De woeker werd algemeen, de zeden losser; men leeft van einden in (=onbekommerd) zonder te bedenken wat ons boven ’t hoofd hangt.

Ook met vage dagbladen van discutabele lieden, voornamelijk gevuld met nepnieuws, werd veel geld verdiend. In de kranten die wel waren toegestaan door de bezetter stonden ook alleen maar leugens. Streuvels schrijft dat de mensen die het nieuws normaliter uit hun krant halen de kluts langzaam kwijt raken; ze worden volgens hem zelfs dolend.

De mensen hebben niet geleerd zelfstandig te denken en van wat er aan mondelinge berichten de ronde doet, wordt alles geslikt.

Uiteindelijk schrijft Streuvels niet meer dan zo’n vijftien bladzijden over het dagelijkse leven tijdens de eerste wereldoorlog in dit boek. Dat maakte het voor mij niet minder indrukwekkend. Integendeel, het las bij wijze van spreken als een bouillon die zo lang had getrokken dat alleen de pure essentie was achtergebleven. Een essentie die voor mijn gevoel veel overeenkomsten vertoont met de tijd waar wij in leven. De citaten hierboven spreken voor zich, denk ik, maar er drongen zich tegelijkertijd ook nog andere gedachten aan mij op.

Een tweetje van 2 november 2021 waaruit dezelfde verbijstering blijkt als die Streuvels had in 1915

Oorlog

Deze week hoorde ik namelijk ook een podcast over de crises van de toekomst. Veel over klimaat en cyber, allerlei tips over flexibele systemen en vertrouwen op experts. Ik hoorde niemand over oorlog, niemand over onderschatting en amateurisme. Want wat als de laatste oorlog in Europa nog niet achter ons ligt? Is dat niet de ultieme crisis waar we ons op dienen voor te bereiden?

Sommige crises zijn van alle tijden, maar slaan af en toe een tijdje over en dan lijkt het net of het voorbij is. Dat wij in Europa toevallig sinds 1945 van oorlog verstoken zijn gebleven zegt helemaal niets over de jaren die nog gaan komen. Misschien dat voor de inventarisatie en evaluatie van sommige crisistypen literatuur daarom meer achtergrond biedt dan alle theorieën van experts bij elkaar. Dus leest, crisismanagers! Alsof je leven er van afhangt.

‘Herinneringen uit het Lijsternest’ is nu nummer twintig op mijn privédomein plankje. Het is een rijk boek uit een nabij verleden, waarvan nochtans veel bekend voorkomt en gelukkig niet alleen akelig. Want lezen moet ook leuk zijn en dat is Ingooigem zeker.


Ik schreef nog twee blogs over corona: Het probleem van wicked problems en Corona als rizoom

« Oudere berichten

© 2024 Rizoomes

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑