Wanderings

Tag: Monument

De ereboog van Veenhuizen

Leestijd: 3 minuten

Wat doet een mens zoal in de zomer? Paar daagjes weg. Boeken en kranten lezen. Over dingetjes nadenken. En er een stukkie over schrijven.

Zo ging ik in de zomer van 2012 geheel bij toeval een weekend naar Veenhuizen. Een prachtig dorp in een prachtige omgeving. Bij de eerste wandeling kwamen we al langs een gebouw dat zo maar een brandweerkazerne kon zijn. Echt heel duidelijk was het niet, maar soms voel je die dingen gewoon aan. De volgende dag, het was inmiddels 16 juni geworden, kwamen we er weer langs.

Post Veenhuizen

Nu stonden de deuren open en liep er een aantal mannen rond. Bezig met shaggies draaien, pleintje aanvegen en een vlag ophangen. In zo’n typisch brandweersfeertje die ik u niet uit hoef te leggen.

Dat vlag hijsen viel trouwens nog helemaal niet mee, zag ik uit een ooghoek. Er bleken ingenieuze trucs noodzakelijk om de vlag op z’n plek te krijgen. Welke precies heb ik niet gezien, ik was ondertussen namelijk quasi geïnteresseerd een naastgelegen cadeauwinkeltje ingelopen, waardoor één en ander aan het oog onttrokken werd. Wel kon ik zo nu en dan een blik door het winkelraampje werpen, kijken wat ze allemaal aan het doen waren.

De voorbereidingen worden gestart

Dat werd al snel duidelijk. Post Veenhuizen was bezig zich voor te bereiden op de ereboog ter gelegenheid van de onthulling van het Brandweermonument. Hier ontvouwde zich een nieuw toeval. Want eigenlijk had ik besloten om niet naar de formele onthulling in Arnhem te gaan. Liever zou ik op mijn eigen manier gedenken, had ik bedacht.

Maar nu stond ik hier toch opeens bij een brandweereenheid die ging meedoen aan die formele herdenking. Door net als heel veel andere kazernes en posten op dezelfde tijd een ereboog te spuiten.

Zo veel toeval kon geen toeval meer zijn. We besloten te blijven kijken en op die manier verbonden te zijn met heel brandweer Nederland, ter herinnering aan gevallen collega’s.

Precies om 14.30 klonk in Veenhuizen het bevel ‘Water’. Waarna de ereboog tot stand kwam. Het was indrukwekkend om op deze onverwachte eigen manier aan de nationale herdenking deel te nemen.

De ereboog

Mijn gedachten dwaalden ondertussen af naar een intrigerende zin uit het gedenkboek van De Punt. ‘Dat wat geleerd moet worden, herhaalt zich’.

Laat ons van de geschiedenis leren en voorkomen dat dodelijke ongevallen zich herhalen. Laat ons tegelijkertijd van de geschiedenis leren dat dat niet vanzelf gaat. Leren is hard werken, vraagt om offers: tijd, verandering en opgeven van individuele standpunten, individuele meningen. Offers die soms kunnen voelen als het opgeven van een deel van je zelf. Bedenk dan dat het opgeven van een deel van je zelf altijd beter is dan het geven van het ultieme offer, je hele zelf, je leven.

Over dit en nog een paar dingetjes dacht ik na deze zomer, terwijl ik naar de ereboog van Post Veenhuizen keek.

Dit blog is onderdeel van het thema ‘herdenking en verlies.’ Het is in 2012 geschreven als column in de reeks Ome Ed / Punt Edu en licht aangepast voor de website. De laatste update is van 20 juni 2020.

Wandelend herdenken over de Waalsdorpervlakte en het Ereveld Loenen.

Leestijd: 7 minuten

De Waalsdorpervlakte is bij veel mensen bekend als de plek waar de Tweede Wereldoorlog op 4 mei wordt herdacht. Maar er is meer over te vertellen. Zo loopt er bijvoorbeeld via mijn familie een link naar het Ereveld in Loenen, waar we bij toeval achter kwamen tijdens enkele wandelingen. Die begon in Meijendell.

Meijendell

Wie van wandelen houdt, kan beter niet naar Meijendel gaan. Je struikelt er over de kinderwagens en op de verharde paden is het buitengewoon druk, alsof je in de stad tussen toeristen loopt. De drukte wordt hoofdzakelijk veroorzaakt doordat grote delen van het gebied zijn afgesloten voor publiek en iedereen zich dus over een beperkt aantal paden moet wurmen. Er vindt namelijk ook waterwinning plaats door Dunea en onnodige vervuiling moet zo veel mogelijk voorkomen worden.

Die wandelbeperking is dus wel logisch, maar het is voor de liefhebber van het onverharde pad in rustige natuur toch even slikken. Bomen zijn er dan weer wel genoeg, dus als je het daar om te doen is, moet je misschien toch maar eens gaan kijken.

Waalsdorpervlakte

En als je daar bent, loop dan zeker ook langs het monument op de Waalsdorpervlakte. Sowieso omdat je altijd aandacht moet hebben voor oorlogsmonumenten. Daar worden de mensen herdacht die hun leven hebben gegeven voor onze vrijheid. Dat is normaal al goed om te beseffen, maar in het huidige tijdsgewricht, met al die oplopende spanningen tussen landen en bevolkingsgroepen is het helemaal goed om even stil te staan bij wat een oorlog betekent.

Het is daarnaast ook interessant om de vlakte eens in het echt te zien en je er over te verbazen hoe klein het eigenlijk is, als je het vergelijkt met de jaarlijkse televisiebeelden van de dodenherdenking op 4 mei. Want dat is waar de meeste mensen de Waalsdorpervlakte van kennen.

Voor mij persoonlijk heeft de Waalsdorpervlakte ook een positieve herinnering uit mijn jeugd. Mijn opa en oma Meevers Scholte woonden er niet ver vandaan. Bij de vlakte linksaf en dan waren we er al bijna. Welke verschrikkingen zich er in de Tweede Wereldoorlog hadden afgespeeld wist ik als kind niet. Misschien had ik er dan een andere associatie bij gehad.

Vlakbij de Waalsdorpervlakte zit ook de oude gevangenis van Scheveningen. Tegenwoordig is het een oorlogsmonument, onder de naam Oranjehotel. Ruim 25.000 mensen hebben er in de oorlog gevangen gezeten, waaronder bekende mensen als Hein Polzer (Drs P), Simon Vestdijk en Erik Hazelhof Roelzema, de Soldaat van Oranje. Voor zover bekend zijn er minimaal 734 mensen in de gevangenis om het leven gekomen.

18 dooden

De eerste massa-executie in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog vond plaats op de Waalsdorpervlakte op 13 maart 1941. Achttien mensen werden gefusilleerd. Jan Campert maakte er het beroemde gedicht ‘de 18 dooden’ over.

Het gedicht ‘De achttien dooden’ van Jan Campert. Campert werd zelf gearresteerd toen hij Frans van Raalte hielp vluchten in Baarle Nassau. Uiteindelijk overleed hij in 1943 in kamp Neuengamme.

Naar schatting zijn er tussen de 250 en 280 mensen door de Duitsers gefusilleerd daar in de duinen. Direct na de oorlog werd het eerste monument geplaatst, in de vorm van vier houten kruizen. Later is dat monument vervangen door bronzen replica’s.

In april 1959 werd de grote Bourdonklok geplaatst, vlak bij het monument. Op de rand van de bel staat een tekst van Cleveringa:

Ik luid tot roem en volging van hen

die hun leven gaven tot wering van onrecht,

tot winning der vrijheid en

tot waring en verheffing

van al Neerlands geestelijk goed.

Bij elke herdenking wordt de klok geluid, beginnend om vijf voor half acht en eindigend vlak voor acht uur. Na twee minuten stilte klinkt het Wilhelmus en daarna loopt de stille tocht langs het monument, wederom begeleid door de grote Bourdon. Pas als de laatste bezoeker het monument heeft gepasseerd, stopt de klok met luiden.

Verboden toegang

Die tekst van Cleveringa op de rand van de klok wilde ik wel eens van dicht bij zien, nu ik er toch was. Tot mijn grote verbazing stond er echter een groot ‘verboden toegang’ bord bij de trappen naar de klok. Het is kennelijk niet de bedoeling dat je er dicht bij komt.

Op het eerste gezicht kon ik me daar nog wel iets bij voorstellen, om vandalisme te beperken. Als je wilt voorkomen dat mensen de boel slopen moeten ze misschien inderdaad uit de buurt worden gehouden. Ik kan niet goed inschatten hoeveel er daar kapot wordt gemaakt.

Maar als vandalisme zo’n groot probleem is, zet er dan een echt hek neer met een stevig slot. En niet zo’n kniehoog raster waar je zo overheen stapt. Daar trekt een sloper zich natuurlijk niets van aan, van zo’n symbolisch hekje.

En opeens besefte ik dat bij het symbolische hekje mijn probleem zat. Want een monument is in zijn geheel een symbool, een plaats van eer en herdenking. Als het hekje slechts een symbolische anti-vandalisme werking had, waarom is er dan het symbool van het verbod geplaatst, met een verwijzing naar het strafrecht?

Het effect van deze vreemde maatregel is dat er nu een ‘verboden toegang’ bord staat bij een oorlogsmonument. Verboden om te herdenken, lijkt het. Waarom is er niet gekozen voor het symbool van respect, met een vraag om dit monument te eerbiedigen, zoals bij de vier bronzen kruizen verderop wel is gedaan? Dat zou veel beter passen. De toegang verbieden tot een oorlogsmonument is het verbieden van herdenken. Zo ver moeten we het niet laten komen.

Ereveld Loenen

Veel van de verzetsstrijders die gefusilleerd en begraven waren op de Waalsdorpervlakte zijn later herbegraven op het Ereveld in Loenen. Laatst was de Engelandvaarder Grisnigt op televisie, en hij zei onder andere dat hij vond dat er te weinig aandacht was voor de Nederlandse erevelden waar soldaten, verzetsstrijders en slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog begraven liggen.

Grisnigt heeft natuurlijk groot gelijk en dan moet je ook iets gaan doen wat verder gaat dan er alleen maar een mening over hebben. Omdat we al in de buurt van Loenen waren, besloten we om er een kijkje te nemen. En daar later dit blog over te schrijven.

Het ereveld van Loenen is een indrukwekkende plek, waar je gelouterd vandaan komt. Je loopt er over meanderende paden langs ontelbare graven. Allemaal met naam, geboortedatum en datum van overlijden. In het midden van het veld torent een groot wit kruis, dat vanuit elke plek zichtbaar is. Net naast de ingang van het veld staat een computer, waar je de naam van iemand die je zoekt in kan vullen. Nu waren wij niet op zoek, maar wel nieuwsgierig.

Tot onze grote verbazing kwam er toch een naam uit van iemand die mogelijk familie kon zijn: Gerard Hendricus Meevers Scholte, geboren op 16 augustus 1920 in Den Haag. Een onwaarschijnlijke link met de Waalsdorpervlakte die ik verder uitgezocht heb. En Gerard is inderdaad familie, zo blijkt uit een stamboom die ik van mijn oom Cees heb gekregen.

Na veel gepuzzel lijkt het er op mijn opa en Gerard achterneven waren. Hun beider opa’s waren broers, zonen van Antonie Hendrikus Johannes die geboren werd op het Noordwijkerhout, 2 oktober 1829. De vader van Gerard heette zelf ook Gerard Hendrikus en was aardappelbezorger in Den Haag. Hij overleed in 1952. De moeder van Gerard, Geertruida de Jonge, was op 36 jarige leeftijd al overleden in 1929. Verder is er over haar niets bekend in de stamboom.

Gerard was enigskind en heeft zelf ook geen nageslacht. Kennelijk werd hij op jonge leeftijd soldaat bij het Garderegiment Grenadiers en Jagers, dat in verschillende eenheden rondom Den Haag en Rotterdam was gelegerd. Op de één of andere manier moet hij vervolgens in Duitsland geraakt zijn. Met de bombardementen in Leipzig van 6 april 1945 werd die tak van de familie Meevers Scholte voorgoed afgebroken.

Den Vaderland getrouwe

Het ereveld van Loenen is niet ‘klaar’ nu de Tweede Wereldoorlog is afgelopen. Sinds 1988 worden militairen van de Nederlandse krijgsmacht die zijn uitgezonden en omgekomen tijdens vredesmissies, ook aangemerkt als oorlogsslachtoffer. Hierdoor kunnen zij op het ereveld Loenen begraven worden.

Tot nu toe vonden 11 uitgezonden militairen hier hun laatste rustplaats, waaronder Dennis van Uhm, de zoon van de toenmalige opperbevelhebber. Daarnaast wordt er nog steeds onderzoek gedaan naar de resten van onbekende verzetsstrijders, om die uiteindelijk ook hun naam te kunnen terug geven. Het monument voor de onbekende verzetsstrijder is symbolisch onder grond niveau geplaatst.

Op de rand van de schaal prijkt de tekst: Den Vaderland Getrouwe. Laten we hopen dat er op een mooie dag geen onbekende verzetsstrijder meer over is en iedereen geïdentificeerd is. Blijf dus herdenken, niet alleen op 4 en 5 mei. Ga af en toe eens kijken, op één van die vele oorlogsmonumenten in Nederland en sta stil bij al die mensen die hun leven voor de vrijheid gaven.

En als je daar toch bent, loop dan gelijk het Loenense Enkenpad. Een prachtig klompenpad van 11 kilometer. Bovendien combineert het prima: zowel wandelen als herdenken is een goede oefening voor de ziel.

Ereveld vol leven is een kort filmpje waarin achter elk graf een persoon plaatsneemt en de gevallenen zo een gezicht geeft. Ereveld vol leven. Indrukwekkend!

Dit blog is onderdeel van het thema ‘herdenking en verlies.’ De eerste update is van 27 juli 2017 over familiestamboom. Tweede update over Jan Campert op 2 mei 2020. Laatste update van 8 juni 2020

Monument

Leestijd: 4 minuten

“Papa, ik ben nu 7 jaar”.

Een klein zinnetje, in onvast kinderhandschrift geschreven op een tekening met vrolijke viltstiftkleuren. Ik denk aan Sesamstraat, en probeer me te herinneren hoe ik zelf m’n eerste letters op papier probeerde te krijgen. De “buh” en de “muh”.

Wat zou het schrijvertje gedacht hebben toen hij met het zinnetje bezig was?

De tekening lag ondertussen rustig te wachten op de nietsvermoedende aanwezigen bij de onthulling van het herdenkingsmonument op de Weesperzijde. Het is ongemakkelijk om stil te staan bij hen die gingen, maar als je het met zijn allen doet geeft het wel een zekere verbondenheid. Gedeelde smart is halve smart.

Iedereen hoorde in gedachten verzonken de toespraak aan die bij zo’n gelegenheid hoort, en in sommige zinnen zat een woordje waar de eigen herinnering mee op de loop gaat. Ergens op de achtergrond hoor ikMotorkadevoorbij komen. Vier jaar geleden al weer, en sommige details werken zich uit het geheugen omhoog.

De ingang van het gebouw, de bezetting van IJ waar ik op dat moment niks tegen wist te zeggen. De berging, de begrafenis en al die gesprekken op de Berberisstraat. De bloemen en brieven uit de buurt, de enorme ere-haag van alle collega’s en de meneer die als allerlaatste een blues-spiritual aanhief.

Brand, berging, begrafenis, Berberisstraat, bloemen, brieven, buurt, blues, het zijn de woorden met de letter Buh;

Papa, ik ben nu zeven jaar.

Als leren herinneren is, is dan niet-weten vergeten zijn, vraagt Borges zich af in de Zahir. Zijn we overal bij geweest, maar weten we het niet meer? Ik ben niet bij de Marbon geweest, maar ik ben het ook niet vergeten. Ik weet heel veel details, maar ik herinner me er geen één. Een regel uit een liedje dat ik ken dringt zich op: “I try to remember, all the things I never knew”.

Het is 28 jaar geleden, de Marbon. Acht-en-twintig. Acht-en-twintig is bijna 29, en zoveel namen staan er op het monument. Negen-en-twintig man in 125 jaar. Dat is bijna één in de vier jaar. Ik probeer uit te rekenen wat de kans is om bij de brandweer Amsterdam om het leven te komen bij brand.

De toespraak kabbelt op de achtergrond voorbij. Ik kom er niet zo één-twee-drie uit, merk ik, en mijn gedachten dwalen af naar een rekensom van de Amerikaanse brandweer.

In Amerika zijn er 1.1 miljoen brandweermensen. Driehonderdduizend daarvan zijn beroeps, de rest vrijwilligers. Stel je voor, dat is net zo veel als de bevolking van Amsterdam. Amsterdam, helemaal gevuld met Amerikaanse vrijwilligers.

Per jaar komen er zo’n 100 Amerikanen om bij brandbestrijding. De helft krijgt een hartaanval, een kwart komt om bij auto-ongevallen. Zes man komen om door verstikking, zes door instorting en zes door kogels.

Honderd man op een miljoen, dat is één op tienduizend.

In het externe veiligheidsbeleid van Nederland geldt een grenswaarde van 1 op de miljoen. Dat wil zeggen, de kans op overlijden als gevolg van een risicovolle activiteit mag niet meer zijn dan één mens per miljoen mensen.

In Nederland zou de Amerikaanse brandweer verboden zijn.

Ik vang het woord Molenbroek op. Marbon, Motorkade, Molenbroek, minuut, monument, middelbrand, maatje, meester. Dat zijn de woorden met een Muh;

Papa, ik ben nu zeven jaar.

Er wordt een minuut stilte gehouden, iedereen gaat staan.

Maar de stilte is slechts buiten. Nooit is er zoveel herrie in je hoofd als bij de minuut stilte.

De B en de M schreeuwen in het rond, keihard door en over elkaar tot ze de strijd opgeven en samen opgaan in Brand Meester, bij wijze van moraal van het Monument: Blijf de Brand Meester, houd de herinnering levend en jezelf ook.

Papa, ik word wel honderdzeven jaar! 

Minigeschiedenis herdenkingsmonument Brandweer Amsterdam

Het boek met de namen lag in een altaartje in de hal van de Weesperzijde, het toenmalige hoofdkantoor van Brandweer Amsterdam.

Op 21 juni 1999 werd er voor het eerst een jaarlijkse herdenking gehouden voor alle gevallen brandweermannen van Amsterdam. Tot die tijd waren er meerdere, kleine herdenkingen per kazerne. Tijdens die herdenking ontstond het idee voor dit blog, dat eerst als Ome Ed column is verschenen

Vanaf 16 juni 2012 is er elke derde zaterdag van juni ook een nationale herdenking bij het brandweermonument naast de voormalige brandweeracademie, het huidige IFV.

Het monument met de namen. “Zij die ons ontvlogen”
Schrijver dezes tijdens de herdenking in 1999, vlak achter Gerard Koppers (met baard) die deze foto’s regelde.

Innovation Brussel

Leestijd: 3 minuten

Dit is een combinatieblog uit the Museum of Accidents. Het begint met een kort essay over de betekenis die het incident voor mij heeft. Daarna volgt een feitelijke omschrijving van de gebeurtenissen, gevolgd door filmpjes die een goed beeld geven van de situatie ter plekke. Het wordt afgesloten met links naar andere informatiebronnen.

Het perpetuum mobile van de goede voornemens

Wie op ‘brand innovation googelt’, moet eerst acht websites over merkenbeleid door voor hij vindt wat hij zocht: informatie over de grootste warenhuisbrand van Europa. Ik vind het een fascinerend gegeven: hoe de facade toch elke keer weer belangrijker is dan wat er in zit. En zo was het met de Innovation ook.

Zelfs Victor Horta, de architect van het art nouveau gebouw uit 1901, vond dat. In zijn memoires schrijft hij: “De opzet van het Innovationgebouw was van een buitengewone eenvoud. Aan de buitenzijde kwam het er op aan de aandacht van de voorbijganger te trekken, hem binnen te lokken en een koper van hem te maken. Zodra hij binnen was, moest hij als het ware in een kooi belanden, verplicht worden al zijn aandacht te besteden aan de uitgestalde waren.”

Horta overleed in 1947, twintig jaar voor zijn creatie in vlammen zou opgaan en 323 mensen het leven zouden verliezen. Officieel zijn er 251 doden gevallen, maar van de 72 vermisten mag men aannemen dat ze hun Waterloo vonden in één van de gangen van het kolossale gebouw, een gebouw dat ontworpen was als een val.

Volgens de schrijvers van ‘Inferno’ was Horta zich daar wel degelijk van bewust. Hij voorspelt een ramp in een willekeurig grootwarenhuis waar de brand als een razende om zich heen grijpt en mensen kansloos achterlaat. “Klanten en personeel, besluit de meesterarchitect, zitten gevangen als in een muizenval.”

Admiral Ackbar zou het op tijd hebben gezien: “It’s a trap”, had hij ons vast gewaarschuwd. Waarop Spock zou hebben gezegd: “But not as we know it, captain.” En dat is precies waar het hier om draait. Er is steeds weer een nieuwe brand innovation die ons naar binnen weet te lokken, ons weet te verleiden in een nieuwe val te trappen en ons steeds weer weet te overtuigen dat we er veel van geleerd hebben. ‘Deze keer is het echt veilig.’ Het perpetuum mobile van de goede voornemens.

Korte omschrijving incident Innovation Brussel

Datum 22 mei 1967
Locatie en type objectBelgisch warenhuis in het centrum van Brussel, in 1902 door de Belgische architect Victor Horta gebouwd in zijn bekende art-nouveau-stijl. De vestiging was eigenlijk een doolhof van verschillende gebouwen, maar met een indrukwekkende voorgevel. Zie de bovenste foto.
Type incidentGrote complexe brand met snelle uitbreiding, veel rook en veel dodelijke slachtoffers. Op het moment van het uitbreken van de brand, rond 13.00, waren er naar schatting 800 mensen in het warenhuis aanwezig.
Bijzonderheden
  •  Er vallen 323 doden en 150 gewonden (getallen verschillen)
  • Naar aanleiding van deze brand is er strengere wetgeving op het gebied van winkels gekomen.
  • Architectuur heeft bijgedragen aan de snelle vuurontwikkeling. De centrale koker in het midden van het gebouw zorgde voor razendsnelle branduitbreiding, waardoor met name de mensen in het achter in gelegen restaurant geen enkele kans hadden.
  • Doordat het brandalarm afging op het tijdstip dat dagelijks de bel voor het middageten van het personeel luidde, beseften velen niet wat er aan de hand was.
  • Achter de nooduitgangen bevond zich veelal een blinde muur of een niet te openen raam. Zie bij de foto’s het bovenaanzicht.
  • Alarmsysteem was inadequaat en blussysteem ontoereikend.
  • Grootste warenhuisbrand in Europa.

Filmpjes

Meer informatie

“Met heel gewone gesprekken op de trein naar Brussel en bij de eerste koffie op kantoor. In de herenhoekjes over koers en voetbal. De Giro is net begonnen – de eerste grote ronde van Eddy Merckx (21) – en twee andere jonge goden, Paul van Himst (23) en Jan Mulder (22) zijn kampioen geworden met Anderlecht.” #beginzin

Dit blog is onderdeel van the Museum of Accidents. De laatste update is van 20 mei 2020

© 2020 Rizoomes

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑