Wanderings in crisis

Tag: Literatuur

Brieven aan Camondo. Een boekrecensie

Leestijd: 5 minuten

Brieven aan Camondo is een prachtig boek van Edmund de Waal over de Joodse bankiersfamilie Camondo, die zich rond 1870 in Parijs vestigde. Moïse Camondo liet er zijn stadspaleis bouwen, dat na zijn overlijden in 1935 in vrijwel originele staat behouden is gebleven. Het is nu een museum. Edmund dwaalde wekenlang door dat huis en componeerde brieven aan Camondo, over wat hij er zag en dacht. Bij wijze van boekrecensie schreef ik een brief aan Edmund.

Beste Edmund,

Ik geloof niet dat wij elkaar kennen. Althans, jij kent mij niet, in ieder geval niet bewust. Misschien dat we elkaar ooit toevallig ergens troffen. We schelen slechts een jaar in leeftijd, zag ik, en allebei hebben we banden met Amsterdam. Dus je weet maar nooit. Nadat ik brieven aan Camondo las meen ik jou nu een beetje te kennen. Dat is het mooie van brieven. Die zeggen misschien wel meer over de schrijver dan over de geadresseerde. Het bracht mij op de gedachte om deze brief aan jou te schrijven. Dan leer je mij ook een beetje kennen.

Brieven aan Camondo

Allereerst wil ik je complimenteren met Brieven aan Camondo. Het is een prachtig boek dat in een mooie, elegante stijl tamelijk zware onderwerpen aansnijdt. Dat moet je ook maar kunnen en durven, dacht ik toen ik het uit had, de geschiedenis van een uitgestorven familie beschrijven in 58 persoonlijke brieven.

Die overigens prettig zijn vertaald door Reintje Ghoos en Jan Pieter van der Sterre. Kun je trouwens zelf ook Nederlands lezen? Je grootvader was immers een Amsterdammer, misschien dat je er nog iets van meegekregen heb.

Ik vraag dat ook omdat veel van je brieven over stof gaan. Het viel me eerst niet eens zo heel erg op, tot ik me op enig moment afvroeg of ik iets over het hoofd zag. Gelijk rinkelde het kwartje: as / ashes en stof / dust. Denk je dat ik eerder getriggerd zou zijn geweest door ashes to ashes, dust to dust in een Engelstalige versie van je boek?

Ik las er in het Nederlands in brief VIII volledig overheen. Daar citeer je W.G. Sebald, één van mijn favoriete schrijvers. Kennelijk ook van jou dus.

As, het allerlaatste product van verbranding, dat geen weerstand meer heeft, de grens tussen zijn en niets. As is een bevrijde substantie, net als stof.

W.G. Sebald

Stof zijt gij, en tot stof zult gij wederkeren. Is het dat waarom je Sebald citeert? Maak ik het dan te zwaar? Of zie je stof echt alleen als indicatie van tijd, dat er iets gebeurd is in de wereld?

“Zonder stof, Monsieur, is het moeilijker sporen terug te vinden”, schrijf je. Je noemt het zelfs een staatsiemantel, dat als vilt over de meubels ligt. Alleen niet in het huis van Moïse Camondo. Daar is alles brandschoon.

Je komt er later weer op terug in brief 51, na de lege brief 50. Leeg, omdat er geen woorden zijn voor wat je daarvoor in brief 49 beschrijft over het lot van Beatrice, de dochter van Camondo. Zij werd vermoord in Auschwitz.

Wat er behalve het stof overblijft is leegte, zeg je, als in de geheime laden die je noemt in brief XIX. “U deed het open en trof leegte aan”.

Stof en leegte, zou dat alles zijn wat er overblijft?

Nissim

In dit citaat uit brief LI heb je het ook over Nissim, de zoon van Camondo. Daar hebben we het nog niet over gehad. Je schrijft er met veel liefde over, is dat omdat je zelf een zoon hebt? De foto op pagina 89 van Moïse en Nissim was mij ook opgevallen, al heb ik hem niet in mijn atelier opgeprikt. Hij komt uit de tijd van de Eerste Wereldoorlog, Nissim in uniform omdat hij als piloot in het leger diende.

“U zit beiden op dezelfde manier,” schrijf je aan Camondo. “Ik vind deze foto van een vader en een zoon roerend. Uw voeten raken elkaar bijna. U moet zesenvijftig zijn en bent wat gezetter geworden.”

Foto van Nissim en Moïse uit het boek Brieven aan Camondo

Mij deed de foto denken aan Giuseppi Tomaso de Lampedusa, de schrijver van De Tijgerkat. Dat was ook al zo’n mooi boek. Ken je zijn werk? De overeenkomst tussen jouw foto van Nissim en Moïse en die van Giuseppi met zijn neef Lucio Piccolo vind ik treffend. Verbeeld ik het me of lijken Giuseppi en Moïse zelfs op elkaar? Ik moet er nog maar eens een keer goed naar kijken.

Weet je trouwens dat ik ook 56 ben? Mijn zoon is bijna 21, iets jonger dan Nissim op de foto is. Misschien daarom raakte het tafereel me, mijn sentiment groeit met de jaren. Ik denk wel eens dat mannen in hun jeugd gevoelig zijn, in de volwassenheid ongevoelig en op latere leeftijd overgevoelig. Al zal dat wel per persoon verschillen.

Camondo bewaarde alle 268 brieven en ansichtkaarten die Nissim hem stuurde, vertel je in brief XXVI. Je classificeert ze als grappig, hartelijk en vertederend.

“Hij schreef om te zeggen dat hij geen nieuws had.”

Dat herken ik in het appverkeer met mijn zoon, hij studeert kunstmatige intelligentie in Utrecht. Laatst stuurde ik hem een artikeltje over iemand die zijn magnetron een persoonlijkheid had gegeven met een AI-algoritme en dat het apparaat zijn maker vervolgens wilde vermoorden. Daarop reageerde mijn zoon koeltjes: “Dat is waar Terminator ons voor waarschuwde.”

Helaas loopt het met Nissim niet goed af. Tijdens de Eerste Wereldoorlog sneuvelt hij, op 5 september 1917 werd zijn vliegtuig door de Duitsers neergeschoten tijdens één van zijn vele verkenningsvluchten. Camondo is er kapot van, zo blijkt uit je brieven. Het gekke is dat een echt persoon die sterft in een boek me harder raakt dan een fictieve. Kennelijk maken onze hersens daar toch onderscheid in, ook al zijn het in beide gevallen allemaal dezelfde letters op papier.

Deze ramp heeft me gebroken en al mijn plannen doorkruist.

Ik denk dat de schok voor Camondo zo groot was, dat hij de rest van zijn leven volledig onder controle wilde houden. Daarin paste het decimeren van zijn verzamelingen, het zorgvuldig plaatsen van objecten en voorwerpen, alle kleuren op elkaar laten afstemmen en het bijhouden van een correcte boekhouding. Het komt allemaal in je brieven voorbij.

Daarin paste ook het volledig willen verwijderen van stof, alle stof. De fysieke ontkenning van wat er in zijn wereld was gebeurd, als daad van verzet. Voor Moïse was er helemaal niets bevrijd; daarom geen stof en geen leegte.

Daarom ook zijn museum. Ik moet er echt eens een keer heen.

Het is een indrukwekkend verhaal dat je ons vertelt in de Brieven aan Camondo, Edmund. Dank je wel.

Groet van Ed

Freubels

Leestijd: 3 minuten

Op de freubels pagina vind je eh.. freubels. Ultrakorte verhaaltjes, de UKV. En beginzinnen, die ook, uit nieuwe boeken die ik las. Met zo nu en dan een quote, als ik ergens weer iets moois tegenkwam. Ooit waren het de twitter jaarprojecten en nu is het een verzameling, nou ja, freubels. Voor de liefhebber van de snelle slimme mindsnack.


Quote

Leest en neempt vry dit inder handt;

Gheeft gheen oordeel sonder verstandt.

justus lipsius

Dode schrijvers

Op de dag dat Jeroen Brouwers overleed kwam er bij mij een boekje van hem binnen. Hij zal het ooit aan Gerrit Krol hebben gestuurd. Nu staat het in mijn kast, alwaar het aantal dode schrijvers inmiddels gestaag toeneemt. Maar dat komt misschien ook omdat ik vooral achteruit lees.


Ja-knikkers

Nodding donkey, thirsty bird, rocking horse, grasshopper. Dat zijn de namen die ze in Amerika aan hun oliepompen geven, zo lees ik. Hier in Nederland noemen we het Jaknikkers. Ja-Knikker. Wat zegt dat over het verbeeldingsvermogen van een volk? Mijn hoofd schudt zachtjes nee.


Beginzin

Beste vriend,

Ik heb weer een tijd in archieven gezeten. Het is vroeg in het voorjaar en ochtend; in de bomen van het park doet zich een nauwelijks onderdrukte innerlijke drang gelden.


Justus Lipsius

Ik kocht ‘twee boecken vande stantvasticheyt’. Origineel geschreven in 1584 door één van Neerlands meest bekende stoïcijnen, Justus Lipsius. Herdrukt in 1948 in 730 exemplaren, ik heb nummer 284. Je doet een half uur over een bladzijde, maar wel met een grote grijns.


Vuistbijl

Iemand vertelde mij dat hij nooit meer een Duitse Herder op straat zag. Tot hij er zelf één had. Toen bleken het er opeens heel veel te zijn. Vandaag kreeg ik een mini-vuistbijl binnen. Uit de neolithische periode. Ik ben benieuwd of ik er daar binnenkort ook heel veel van zie.


Freubels

Ultrakort Verhaal

In het museum Singer Laren, de prachtig nieuwe vleugel is net open. Dus even poolshoogte nemen. Bij het werk van Paul de Lussanet hoor ik opeens achter me: “En als dat The Beatles niet zijn, dan weet ik het niet meer.”

#UKV


Spijt is verstand dat te laat komt

britt dekker

Beginzin

Een vrouw met wie ik één keer naar bed ben geweest (niet dat de rest van ons contact verwaarloosbaar was) schreef me, toen ze hoorde dat ik een kind zou krijgen, een lief berichtje dat eindigde met dit ps: ‘Geniet van je nachtrust nu het nog kan. Serieus..!’


De antibibliotheek

Leestijd: 3 minuten

Een antibibliotheek is een verzameling van ongelezen boeken, hoe groter hoe beter. De betekenis ervan moet je niet onderschatten, volgens Nicholas Taleb, want het wijst je op dat wat je niet weet. En dat is belangrijker dan de kennis die je wel hebt, als je tenminste het fenomeen van de black swan wil begrijpen.

De wereld is vol dierbare boeken die niemand leest

umberto eco

Vanochtend werd er een stapeltje dichtbundels van Cees Nooteboom bezorgd. Het waren oude boekjes, stuk voor stuk al lang niet meer verkrijgbaar. En ook nog eens met een handtekening van de schrijver, wat wil een verzamelaar nog meer?

Nou, kastruimte. Er is een lineair verband tussen een overschot aan boeken en een tekort aan planken om ze op te bergen. Ik dook dus in mijn bibliotheek en met wat geschuif had ik weer een mooi plekje gecreëerd voor de dichtbundels van Cees. Nou moest ik alleen nog ‘Afscheid’ verplaatsen, van de Nooteboom-rij naar het nieuwe gedichtenplankje. Dan was de natuurlijke orde in de boekenkast weer hersteld.

En daar, aan het eind van de lange Nooteboom-rij, hervond ik tot mijn verrassing een ingepakt exemplaar van Philip en de anderen. Het is een 25 jarige jubileumeditie die zo’n 30 jaar in de magazijnen van de uitgever had gelegen en nu ruim een jaar in mijn bibliotheek staat.

Antibibliotheek

Of antibibliotheek, kan ik misschien beter zeggen. Want Philip en de anderen is niet het enige boek dat ik niet gelezen heb en waarschijnlijk nooit zal lezen.

Daar zit ook de schoonheid in van de antibibliotheek. Die confronteert ons letterlijk met wat we nog niet weten, met wat we misschien vergeten zijn maar wel weer terug kunnen vinden. Als je maar zoekt.

Tsundoku is de kunst van het opstapelen van ongelezen boeken. De term komt origineel uit de Meiji periode (1868-1912).

Volgens Taleb, die de term antilibrary heeft gemunt in zijn boek The Black Swan’, zegt het niet-gelezene meer over wat mensen weten dan al die boeken die ze wel uit hebben. Veel mensen overschatten daardoor hun kennis en onderschatten dat wat ze niet weten. Dat leidt er toe dat ze zich steeds opnieuw laten verrassen door ongewenste gebeurtenissen, die ze dan achteraf gaan verklaren: het met de kennis-van-nu-syndroom.

Taleb adviseert om zo veel mogelijk boeken te kopen als je financiële middelen toelaten. “The library should contain as much of what you do not know as your financial means allow you to put there. You will accumulate more knowledge and more books as you grow older, and the growing number of unread books on the shelves will look at you menacingly. Indeed, the more you know, the larger the rows of unread books. Let us call this collection of unread books an antilibrary.”

Rumsfeld Matrix

Via de Rumsfeld Matrix wordt de relatie tussen een Black Swan en de antibibliotheek in één klap duidelijk.

  • Known known. Dat zijn alle boeken die je hebt gelezen en onthouden. In ieder geval op hoofdlijnen. Laten we eens heel ruig rekenen: één boek per week is vijftig per jaar. In twintig jaar tijd lees je dan 1000 boeken. Is dat veel?
  • Unknown knowns zijn de boeken die je hebt gelezen maar bent vergeten. Wat stond er ook al weer in? Het goeie nieuws is dat het er altijd minder dan 1000 zijn. Het slechte nieuws kan je zelf raden.
  • Known unknown. Dat is de antibibliotheek, met alle boeken die je nog niet gelezen hebt. Het is kennis waarvan je weet dat je die nog niet hebt, maar wel zou kunnen hebben. Volgens Taleb moeten het er zo veel mogelijk zijn. Umberto Eco had er 30.000. Gary Hoover heeft er 60.000. Ik spaar dus nog even door.
  • Unknown unknown zijn alle boeken die niet in je antibibibliotheek staan en waarvan je bij veruit de meeste niet eens weet dat ze überhaupt bestaan. Dus daar ergens zwemt ook je zwarte zwaan, in die zee van onbekende boeken.

Boeken zijn niet gemaakt voor degenen die erin geloven, maar om onderzocht te worden. Als we een boek beschouwen, moeten we ons niet afvragen wat het zegt, maar wat het betekent

umbert eco

Regelmatig speur ik door de spelonken van het unknown unknown, op zoek naar nieuwe buit voor mijn antibibliotheek. Hoe ouder ik word, hoe meer ik er vind. Niet omdat het er meer zijn, maar omdat ik ze beter kan vinden.

De groeiende omvang van mijn verzameling laat de betekenis ervan steeds harder schijnen, als ware het een vuurtoren die de weg wijst tussen oneindige rijen ongelezen boeken. Hoe meer je weet, hoe minder je weet.

Hetwelk geen pleidooi is om dan maar te stoppen met lezen.

© 2022 Rizoomes

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑