Rizoomes

Wanderings

Tag: Just Culture

Just Culture in het Museum

Leestijd: 2 minuten

Zomaar een dag in het Boijmans van Beuningen. Ik loop één van de 40 zalen van het museum binnen, waar zich net een klas van een lagere school heeft verzameld. De Juf staat met haar groepje kinderen over een schilderij van Achilles te vertellen, als er opeens een suppoost aankomt. Hij stelt zich midden in het kluitje op en zet zijn handen in de zij, onderwijl rondom omlaag kijkend. “Waren jullie net in zaal 19,” vraagt hij bars. Het valt stil in het zaaltje, de kinderen kijken elkaar onrustig aan, wat zou er aan de hand zijn?

Het verhoor gaat door. “Heeft één van de kinderen soms tegen een werk aangestoten in die zaal?” Hij kijkt vorsend om zich heen, zichtbaar tevreden over de indruk die hij maakt. Ik kijk van een afstandje toe en spits mijn oren. “Ik zou het niet weten,” antwoordt de Juf, die hem recht in de ogen terugblikt. “Jullie?” Ze kijkt vragend het klasje rond, waarin zich inmiddels een behoorlijk ongemak genesteld heeft. Moesten ze al naar zo’n saai museum, hebben ze nu per ongeluk ook nog iets gesloopt misschien. Hoe moest dat aflopen?

“Meester, is er dan iets kapot”, vraagt een meisje, terwijl ze haar vinger in de lucht steekt. De suppoost reageert niet direct, die vraag had hij kennelijk niet verwacht. “Eh dat niet,” aarzelt hij. “Hoe weet u dan dat wij er tegenaan zijn gestoten,” vraagt het meisje door. De kinderen kijken elkaar triomfantelijk aan, dat was een goeie, er was weer hoop. “Jullie moeten gewoon voorzichtig zijn,” zei de suppoost en hij beende weg.

De kinderen kletsen nu dwars door elkaar heen en bewegen als een klein zwermpje rondom de Juf. Ze willen van elkaar weten wie het gedaan heeft en vooral welk kunstwerk dat kind dan had aangestoten, maar de Juf denkt daar anders over. “Hebben we er wat aan als we weten wie het was,” vraagt ze retorisch. “Had niet iedereen van jullie het kunnen doen? Kijk eens hoe druk jullie doen.” Ze pauzeert even, om de woorden goed te laten indalen.

Ik sta bij een Rembrandt verderop net te doen of ik foto’s maak en krijg een grote glimlach op mijn gezicht. Dit was nog eens just culture in een museum. “Beter kunnen we hier van leren en op afstand van de schilderijen blijven, vinden jullie ook niet?” Dat was een goed idee. Het groepje komt opgelucht tot rust en luistert braaf verder naar het verhaal van Achilles, die zo onfortuinlijk in zijn hiel werd geschoten. Het kon altijd slechter aflopen.

De eenzaamheid van een vol terras

Leestijd: 6 minuten

Eigenlijk hadden we dus een halfpension geboekt. Een arrangement voor twee overnachtingen met ontbijt, diner en een terras. Met een lunchpakket, voor onderweg op het Pieterpad. Toch is het een term die je tegenwoordig nauwelijks meer gebruikt, halfpension. Alles heet immers Bed & Breakfast, en wat je daar dan verder nog bij wilt plak je er modulair aan vast. Zo hadden wij vervoer besteld van onze B&B naar het startpunt van route 4, Zuidlaren naar Rolde. Lekker makkelijk.

Alleen vond niet iedereen het een B&B, zo bleek toen wij die ochtend na het ontbijt de eetzaal wilden verlaten. “Ik breng jullie zo naar Zuidlaren,” zei onze gastvrouw, laten we haar Sandra noemen, “ik ruim nog even wat spullen op.”

Precies op dat moment kwam één van de andere gasten glimlachend binnen. Ze was begin vijftig en ging gekleed in een gewaad met diverse losse componenten, waardoor het niet goed duidelijk werd wat ze nou precies droeg. Sjaal, veel sjaal in diverse maten over elkaar heen.

“Goedemorgen,” zei ze tegen ons en toen gelijk naar Sandra: “Mag ik wat vragen?” Ze gooide één van de sjaals over de linker schouder.

“Natuurlijk.” Sandra hield stil, haar armen vol met bordjes en kopjes en versperde daarmee de uitgang. Wij bleven op keurige afstand even wachten tot we er weer langs konden.

“Wij hebben een kamer besteld met een terras.” De vrouw liet een korte stilte vallen.

“Ja?”

“En er is geen terras.” Ze keek er triomfantelijk bij en schikte ondertussen wat aan de kledingstukken rond haar schouder.

Edward Hopper, Automat 1927

“Geen terras? We hebben een heel groot terras, voor iedereen te gebruiken. Buiten.” Dat laatste klonk overbodig.

“Nou precies, dat is net het probleem. Het is geen privé terras, iedereen kan er op. En wij willen privé zitten. Samen.”

“Het is een heel groot terras,” zei Sandra, “geen enkel probleem als jullie een tafel en stoeltjes wat willen afzonderen om samen te kunnen zitten. En er zijn toch altijd maar vier vaste gasten, dus dat past prima in die ruimte.”

“Nee,” zei de vrouw, “wij hebben een kamer met privé terras geboekt. En dan wil ik een kamer met privé terras.” Het stadium van de passieve agressiviteit was bereikt.

Sandra zette één arm bordjes even op tafel en wees naar buiten. “Kijk, het is echt een groot terras, genoeg ruimte om privé te kunnen zitten.”

“Nee,” zei de vrouw, “ik heb een privé terras geboekt op de website. Jullie bieden dat zelf aan. Echt waar. En dan wil ik ook een privé terras. Is dat nou zo veel gevraagd?”

“Dat bieden wij echt niet aan, hoor, er zijn geen privé terrassen hier.”

“Jawel, zeker wel, via booking.com. Dat bieden jullie wel aan. Ik kan het zo laten zien.”

“Oh, booking.com. Maar dat is niet goed van ze. Daar zal ik ze dan even op aan spreken. Want dat hoort niet, wij hebben een groot algemeen terras, geen privé terras.”

“Nee inderdaad, dat hoort dan inderdaad niet. Want wij zijn er een paar dagen, samen met halfpension, en dan willen we ook wel samen zitten. Niet met allemaal andere mensen. Daarom hebben we de kamer met privé terras ook geboekt.”

Sandra zette de andere arm servies nu ook op tafel en wees druk gebarend door de geopende deur, precies genoeg ruimte overlatend voor ons om er tussendoor te glippen.

“Ik breng jullie zo weg, hè,” riep ze ons na.

“Ja, we lopen alvast naar de auto.”

Edward Hopper, New York Restaurant 1922

’s Avonds, tijdens het diner van het halfpension, moest ik naar het toilet. Ik frutste wat aan mijn rits, altijd dikke vingers na een lange wandeling, toen ik ze door het raampje zag zitten, de vrouw met de sjaals en haar man. Met zeer serieuze gezichten zaten ze daar, ieder verdiept in een boek tijdens het eten, in een afgescheiden hoekje van het terras, ver weg van de andere gasten.

De man nam een hap, zijn gezicht klaarde op en hij riep luid: “Lekker hè. Hoe is je boek?” Zijn stem klonk dwars door de muur heen. Ze zei iets terug, zag ik, maar ik kon niet horen wat en hij ook niet, hij zette zijn hand tegen zijn oor en vormde al schouderophalend een kommetje rond de schelp. Hij was zo doof als een kwartel, voor hem was elk terras privé. Voor haar geen één.

Korte impressie van Zuidlaren naar Rolde

Van Berend Botje naar Bartje. De vierde noord-zuid route van het Pieterpad is 18 kilometer lang en zeer afwisselend. Onderweg kom je van alles tegen, riviertjes, meertjes en vooral veel hei. Het Ballooërveld is een oud oefenterrein van defensie dat nooit bebost is. Dat levert mooie vergezichten op. Wel tamelijk zwaar lopen in mul zand, alsof je op het strand bent. Rolde is net als Zuidlaren een vriendelijk plaatsje waar een paar aardige terrassen zijn. Een mooie wandeling die een zeer tevreden gevoel oplevert.

Hunebed bij Gasteren; die moet natuurlijk op de foto
Deze vier Hooglanders stonden door de heg in de tuin van de buren te gluren, die net aankwamen met hun auto. En hen wellicht wel eens trakteren op iets lekkers.

Rolde naar Schoonloo

Zoals je kan lezen in het blog Tunnelvisie op het Pieterpad hadden we dus een foutje gemaakt. In plaats van Schoonloo naar Rolde liepen we van Schoonloo naar Sleen. Rolde moesten we dus nog een keertje inhalen, en aldus geschiedde in februari 2019. Toen het zomer in de winter was. In ieder geval voor een weekend. Hieronder vind je een korte impressie van die route.

Dit is het beroemde café Hegeman, waar het dus eerst verkeerd ging. Start van de tocht.
Kerkje van Rolde
Poes op de ruïnemuur

Het mormel van Appelbergen

Leestijd: 5 minuten

Het was ruim na lunchtijd dat wij Paviljoen Appelbergen betraden. Er was vrijwel niemand, alleen in de hoek zaten twee dames op gedempte toon met elkaar te praten. Ze keken niet op toen wij binnenkwamen en hielden hun aandacht strak op elkaar gericht. Ondanks dat we ze niet konden verstaan, klonk het als een serieus gesprek en we besloten een beetje uit de buurt te gaan zitten. Soms strekt de personal space nu eenmaal enige meters.

De hond van de dames was wel geïnteresseerd in het nieuwe bezoek. Hij sleepte zich onder het tafeltje van de vrouwen vandaan en kwam opgewekt op ons af. Toen we onze rugzakken gingen afzetten schrok hij kennelijk, want hij blafte en bleef ons op enige afstand argwanend verder bekijken.

Het was een echte vuilnisbak, zo veel was duidelijk. Hij had een vale blonde vacht met een grijzende spitse snuit, onbeduidende oortjes en een vlezig dun staartje als van een varken. Misschien zat er iets in van een hazewind, wie zal het zeggen? We bestelden een pannenkoek.

De pannenkoek was nog maar net geserveerd toen de deur van de Appelbergen openvloog en er drie luidruchtige wandelaarsters binnen kwamen. Ze keken goedkeurend naar onze pannenkoeken, vroegen of ze lekker waren en begaven zich kletsend naar het terras, vanwaar ze al gauw weer terugkwamen omdat ze het buiten te koud vonden. Gezien de wel heel korte broek die twee van de drie droegen, was dat niet zo vreemd. Ze namen het tafeltje direct naast de twee dames die er al zaten, die deze keer wel verstoord opkeken uit hun gesprek. Moest dat nou, al die herrie hier?

De belangstelling van de hond was ook weer getrokken. Opnieuw sleepte hij zich onder het tafeltje vandaan en ging recht tegenover de drie vrouwen zitten. Zijn tong hing schuin uit de bek en hij kwijlde een beetje op de grond. Het duurde even, maar toen had hij de volle aandacht te pakken van één van de drie dames, toevallig degene met de legging.

Ze keek hem vol ongeloof aan. “Moet je eens kijken wat een mormel,” zei ze tegen haar vriendinnen. “Wat een lelijkerd.” De hond stond op en begon rondjes te lopen, nog steeds recht in het vizier van de drie vrouwen. De legging kon haar ogen maar niet van het beest af houden. “Echt waar, ik vind zijn achterlijf mooier dan zijn kop.”

Ze was er even bij gaan staan, de legging moest recht getrokken worden, tot grote vreugde van haar nieuwe mormel, die mij met terugwerkende kracht aan Rataplan deed denken, de oerdomme hond van Lucky Luke.

Kwispelstaartend liep hij om zijn nieuwe vriendin heen. De eigenaresse sloeg het tafereel afwachtend gade. Non-interventie is ook een interventie, zo zal zij gedacht hebben, waarschijnlijk gebaseerd op eerdere voorvallen met haar wat aparte huisdier. Nu richtte de legging zich tot haar, onderwijl nog steeds het kledingstuk schikkend. “Ik ben dol op beesten hoor, maar dit is wel een beetje een bijzondere hond, ik vind hem eigenlijk niet zo mooi. Vooral zijn kop niet.”

Ze keek peinzend naar Rataplan. “Ik vind zijn achterlijf mooier dan zijn kop. Daar zit een beetje een hazewind in, met dat ranke, terwijl die kop, tja, ik weet het niet.” De eigenaresse glimlachte beleefd terug en ging door met haar eigen gesprek, terwijl ze de hond gewoon zijn gang liet gang.

De vrouw met de legging was weer gaan zitten en verdiepte zich in de lunchkaart. Haar vriendinnen vroegen zich ondertussen hardop af of ze misschien toch een lange broek moesten aantrekken. Ter illustratie trokken ze hun korte broekje nog hoger op en wisselden blikken uit waarvan ik niets begreep, toen er opeens een klein gilletje klonk. “Kijk nou, hij zit stijf tegen me aan.” I

nderdaad was de hond ruggelings tegen het been van de leggingvrouw aan gaan zitten. Hij zakte daarbij licht onderuit, een beetje zoals Al Bundy dat altijd deed. Hij gooide zijn kop in zijn nek en keek de vrouw ondersteboven aan. Die schrok en ging nog verontwaardigder praten. “Stijf tegen me aan, kijk nou, dat mormel.” Ze keek de eigenaresse van de hond kwaad aan. “Zie je dat?” “Ach ja,” antwoordde ze, “ze is een beetje een masochiste.” De masochiste rekte zich intussen nog eens uit, stond gapend op en vouwde zich onder het tafeltje met de gelukzalige glimlach van Rataplan om de snuit. Wat een aardige vrouw was dat.

Korte impressie van Groningen naar Zuidlaren

Route 3 is een mooie wandeling van 21 km. Hij start in Groningen en loopt van daaruit langs een paar interessante objecten, zoals het Proathoes en de vuurmast. Verderop langs Haren en Glimmen is er prachtig afwisselend landschap, met middenin het Grote Veen de Appelbergen. Langs een paar mooie hunebedden loop je uiteindelijk via Midlaren, Zuidlaren binnen. Mooie etappe.

Proathoes bij Groningen

De vuurmast van Forster, ook zichtbaar vanaf de A32.

Reiger vlak bij Haren, één van de vele vogelsoorten die daar huizen.

Sluis bij Haren, dicht tegen Groningen aan.

Spoorbrug bij Onnen.

Het Tranendal bij Glimmen

Detail van Hunebed G1 bij Noordlaren

Egel bij Midlaren

© 2020 Rizoomes

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑