Wanderings in crisis

Tag: Jazz (Pagina 1 van 2)

De beste muziek van 2022

De beste muziek van 2022. Voor het vijfde keer achtereen zet ik de mooiste nummers van het jaar op een rijtje. Maar deze keer wel weer wat anders dan anders. Het zijn er namelijk maar elf. Elf nummers van de beste albums met de beste video. Impliciet zijn het er eigenlijk dus meer dan honderd. Da’s dan weer heel veel voor weinig. Ook wel eens lekker.

Dat was trouwens geen vooropgezet plan. Net als eerdere jaren hield ik een playlist bij met muziek die me in het lopende jaar was opgevallen. Dat is de basis voor de beste muziek van 2022. De groslijst zie je hieronder, 125 stuks in totaal.

Wat me dit jaar opviel was dat achter sommige steengoeie nummers ook een prachtig album zat. Dat verraste me een beetje. Zoals ik in dit blog betoogde over plaatjes draaien in tijden van Spotify was ik juist overgestapt op playlists met losse nummers, omdat een hele plaat van één artiest steeds vaker verwerd tot een paar hits met wat vullertjes. En nu keerde dat dus toch weer een beetje om. Tof.

Maar nu zat ik dus wel met een keuzeprobleem. Moest ik de beste muziek van 2022 kiezen uit nummers of uit albums?

Doorspoelen

Ik besloot eerst voor de nummers te gaan.

Dat had ik afgelopen jaren immers ook gedaan. En deze keer had ik een nieuwe keuzetest bedacht die ik zelf heel leuk vond. Ik speelde namelijk de jaarlijst diverse keren in de auto af en de nummers waarbij ik niet de neiging kreeg om door te zappen, bestempelde ik als mijn favorieten.

Er zijn nummers waartegen iets in je zich verzet om ze door te spoelen. Dat zijn dus gewoon de beste nummers. Probeer het zelf maar eens, een waterdichte test.

Goed.

Toen had ik dus een groslijst met zo’n dertig liedjes. Dat vond ik teveel voor een blog. Eigenlijk was de lijst van 21 beste nummers van 2021 al te lang. (Maar wel een hele goeie).

Nou ja, lang verhaal kort, het tweede criterium, naast een goed liedje, werd dus een goed album. Niet doorspoelen plus goed album is de beste muziek van 2022. Zo eenvoudig werd het. Daarnaast zocht ik naar de leukste video. Liefst live. Want dat kijkt toch lekkerder.

En welk een toplijst is het geworden, de beste muziek van 2022. Helemaal alfabetisch, want één topnummer uitkiezen kon ik niet. Dat laat ik aan jou, als je het wilt. Maar het hoeft natuurlijk niet.

All Them Witches – Holding your breath across the River

All Them Witches (ATW) is op dit moment mijn favoriete band. Ergens tussen stoner, blues en grunge trekken ze een muur van eigen geluid op. Dit jaar deden ze een project, Baker’s Dozen, met elke maand een nieuw nummer voor het gelijknamige album. Holding your breath across the river is uit dat rijtje het mooiste, al was het maar door de toelichting die Michael Parks, de zanger, op Instagram gaf:

Holding Your Breath Across the River is an homage to my younger self. When you are a child, you believe in magic, magical things, rituals that are unfounded by anything except your fresh little kid brain. My sister and I would hold our breath as long as we could while crossing the bridge to go to my grandmothers house for good luck. We would count the seconds until we would turn blue. At some point in one’s life the realization that there is nothing that stays the same moment to moment or even second to second and it thrusts you into the world of change and out of the world of safety that has been constructed around oneself. I miss my younger ignorant self and strive to be like he was.

michael parks

Avishai Cohen – Below

Avishai Cohen volg ik al sinds eind jaren negentig. Het is moderne jazz van een pianotrio, dat veel rockstructuren in zijn muziek verwerkt. Denk aan Esbjorn Svensson Trio en Brad Mehldau, dat soort werk. Enige tijd dacht hij ook te kunnen zingen en dat bracht draken van albums voort. Met Shifting Sands is hij gelukkig weer op het goede pad beland en trakteert hij ons op prachtige melodieën en elegante thema’s. En oh ja, Avishai is die grote aan de bas.

Cass McCombs – Unproud Warrior

Cass McCombs stond vorig jaar ook al in de jaarlijst en nu dus weer, met Unproud Warrior. Het is afkomstig van zijn tiende album, Heartmind. Unproud Warrior is een melancholisch nummer dat folkisch aanvoelt door de viool, maar tegelijkertijd ook jazzy door de drums. Het nummer gaat over een militair die is afgezwaaid en nu, twee jaar later, terugkijkt op waar hij staat.

I made this album as a way to handle the loss of some close friends, Their memories guided me throughout and hopefully they live through the music. Strange to realize, it wasn’t them who were lost, it was me.

cas mccombs

Cowboy Junkies – Five Years

Five Years is natuurlijk geen nieuw nummer, maar zoals de Cowboy Junkies het uitvoeren klinkt het wel zo. Songs of the Recollection is een album vol covers die deze keer voorzien zijn van opvallend gruizig gitaarwerk. En zoals altijd zingt Margo Timmins weer de sterren van de hemel.

Dans Dans – Palm

Dans Dans is een geweldig Belgisch trio dat soundscapes maakt op de grens van rock en jazz, met veel overstuurde gitaar en complexe ritmes. Eerder schreef ik er al dit blog over, dus meer woorden ga ik er niet aan vuil maken. Topband. Het filmpje werd gemaakt door Gabor, als je goed voelt merk je dat ik er naast sta :-).

The Delines – Little Earl

The Delines is een project van Willy Vlautin en zangeres Amy Boone. Ik ken geen zangeres met een melancholischer stem dan haar. Elk nummer is een kleine film op zichzelf, met het Amerikaanse landschap als achtergrond. The oil riggs at night was de eerste kennismaking in 2014 en na Scenic sessions uit 2019 is dit het derde album, vol met prachtige miniatuurtjes zoals Little Earl.

Little Earl was one of the first tracks I brought to rehearsal sessions for the new album, and as it turns out the one that helped create the sound and feel of the entire record. It’s a soul/Tony Joe White inspired groove, and Cory Gray’s horn and string arrangements set the cinematic tone for two brothers who get into a shoplifting-gone-wrong incident at a mini-mart outside of Port Arthur, Texas. I love songs that just drop you in the middle of a scene and that’s what we tried to do here.

willy vlautin

Jack Broadbent – I love your Rock ‘n’ Roll

Over Jack Broadbent en zijn roadmusic van het album Ride schreef ik al eens dit blog. Daar staat eigenlijk alles al in. We moeten terug naar de roots van hoe muziek ooit bedoeld was. Jack ride ons wel even voor.

Jack White – A tip from you to me

Jack White was ooit de helft van The White Stripes en deed daarnaast mee in The Raconteurs en The Dead Weather. Sinds 2012 maakt hij solo albums, maar geen een was er zo goed als Entering Heaven Alive. Weg zijn de nerveuze ritmes en de gekke gitaartjes. Daarvoor in de plaats kwamen piano’s, acoustische bas en echte nummers. Opeens klonk het als de oude Rolling Stones.

Makaya McCraven – In these Times

Makaya McCraven, jazzdrummer extraordinaire. Een van de hardst werkende muzikanten, die jaarlijks minimaal één nieuw album aflevert. Ook in 2020 eindigde hij hoog in mijn jaarlijstje. Met In these Times was hij tien jaar bezig, omdat ie steeds weer nieuwe laagjes toevoegt aan zijn nummers. Elk muziekstuk wordt zo een mini compositie op zichzelf die ook live moet kunnen worden uitgevoerd. Zoals goed te horen en te zien is op deze registratie van Le Guess Who.

Russian Circles – Gnosis

Russian Circles volg ik ook al geruime tijd. Intelligente herrie, noem ik het maar, zonder zang. Dat laatste is namelijk waar ik een weinig overheen ben gegroeid in de loop der jaren, metalzangers met stupide teksten. Gelukkig is er dan de postmetal van groepen als Casa Sui, God is an Astronaut en Russian Circles. Geluid op tien en gaan.

Seth Walker – The future ain’t what it used to be

Seth Walker, daar weet ik niet zo veel van. Behalve dat ie ongeveer zo oud is als ik en ook een baardje heeft. I hope I know is zijn nieuwste album en staat vol met rustige Americana, op de blues af. Het is een reflexieve plaat, vol overdenkingen over de schaduwzijden van het leven en hoe je daar mee om moet gaan. Daarom had ik ook eerst River willen plaatsen, maar de video van The future ain’t what it used to be is mooier. De tekst van River wil ik je als Stoïcijn toch niet onthouden. Kan je het liedje er zelf bij opzoeken.

There’s a river runnin thru us
There’s a current you cant see
If you fight it, it’ll drown you
But surrender will set you free

I’ve spent my life hiding
Hiding from the truth
The only fool I was fooling
Is standing in front of you

River ol river, have your way with me
River ol river, wash me out to sea

Consider this an invitation
I extend to you
And don’t forget your demons
They’re welcome too

River ol river, have your way with me
River ol river, wash me out to sea

seth walker

Inmiddels is het eerste nummer voor de groslijst van 2023 alweer opgeslagen. Maar of Joe Henry de eindlijst gaat halen is verborgen in de toekomst, die volgens Seth ook nog eens anders is dan ie altijd is geweest.

De luidruchtige soundscapes van Dans Dans

Dans Dans is een Belgisch muziektrio dat al sinds 2012 met uniek werk aan de weg timmert. Eén van de grootste raadsels is hoe je hun muziek zou moeten classificeren. Zelf zeggen ze daarover dat ze geen jazz maken, geen rock en zeker geen jazzrock. Maar wat is het dan wel?

Daar kwam ik achter op 20 oktober 2022, toen ik hun concert bezocht in Tivoli Utrecht. In het knusse Club Nine, ver boven het stadse rumoer verheven, knalden de decibellen als een zachte orkaan om de oren.

Dans Dans 6
Dit is de hoes van het laatste album, 6. Een mooie bekroning van het tienjarig jubileum.

Zelfs de stiltes, toch ruim aanwezig in de lang uitgesponnen composities, maakten geluid. Dans Dans geluid. Zonder zang.

De enorme aanwezigheid van dat geluid staat in schril contrast met de ingetogen uitstraling van de muzikanten zelf. In stemmig zwart waren ze stilletjes het podium opgeklommen, begonnen zonder wat te zeggen aan allerlei knoppen te draaien en aan snaren te trekken en toen was het daar opeens: Dans Dans.

Toen werd alles duidelijk.

Dans Dans is helemaal geen band, het is een ding op zichzelf.

Eentje die bestaat uit Bert Dockx op gitaar, Frederic Jacques op basachtigen en Steven Cassiers op drums. Anderhalf uur lang scheerde het onbesuisd door de wolken, om zich na de landing weer op te splitsen in de drie bescheiden samenstellers Bert, Fred en Stef.  

Precies op die plek viel het kwartje: Dans Dans maakt soundscapes. Luidruchtige soundscapes. Elk nummer klinkt anders en toch hetzelfde; het is een sound in de scape van Dans Dans. Een soundscape. Luid; ruchtig.

Maar het is ook niet maar zomaar wat sound bij elkaar gescaped. Wat mij direct opviel was hoeveel het gitaarwerk neigt naar dat van Marc Ribot. En dan niet zoals met zijn Cubaanse uitstapje, maar zoals in zijn vele uitspattinkjes met John Zorn. Denk bijvoorbeeld aan The Dreamers.

Wat viel er verder nog aan invloeden te horen, daar in Club Nine? Pink Floyd bijvoorbeeld. King Crimson toen Adrian Belew er nog in zat. De skatesound van Tommy Guerrero. Maar ook de filmmuziek van Ennio Morricone kwam zo nu en dan voorbij, zoals bijvoorbeeld in het nummer Chi Mai van het album Sand.

En toch ook weer niet.

Het is, zoals ik al zei, nogal lastig om de muziek van Dans Dans te omschrijven. Wat het wel is, is het tegelijkertijd weer niet.

Daarom laten we ter afsluiting maar eens wat horen, dat zegt meer dan 1000 woorden.

Maar niet nadat ik het nieuwe album ‘6’ aanmerk als misschien wel het beste album van 2022. Naast de roadmusic van Jack Broadbent. Het wordt een lastige keuze dit jaar.

Cinder Bay komt van Zink, het vorige album uit 2021. Dit is mijn persoonlijke favoriet. Denk ik. Maar straks misschien weer niet.
Ook Naiad komt van Zink. Dat album speel ik het meeste af. Daarom ook maar op CD gekocht tijdens het concert. Nu nog een CD speler kopen, want die had de verhuizing vier jaar geleden niet overleefd.
TV Dreams komt van Sand, het vierde album uit 2016. Ook alweer zo goed.
Coyote is van het laatste album. Hier vind ik de sound van Marc Ribot bij vlagen goed doorklinken. Als doorgewinterd Ribotfan is dat alleen maar een aanbeveling trouwens.
Dit is een Iphone opname van het concert in Tivoli, dat ik bijwoonde met Gabor Vida. Je weet wel, mijn vriend waar ik ook de playlist van het Bloemterras mee maak. Hier zie en hoor je Palm, dat ook op het nieuwe album staat. Op het youtube kanaal van Gabor staat ook een uitvoering van TV Dreams. Dat kan je dan mooi vergelijken met de officiële opname.

In het muziekblog van deze website staan nog veel meer recensies en jaarlijstjes.

Mostly Blues van het Bloemterras

Mostly Blues van het Bloemterras is een blog over de gezamenlijke playlist die ik sinds een paar maanden met een vriend uitwissel. Dat is nog leuker dan ik vooraf had bedacht, kan ik je zeggen, en ik maak je daarom graag deelgenoot van een paar ontdekkingen. Tien, om precies te zijn. Die zijn nogal, nou ja, mostly blues.

Toen ik in 1984 ging studeren in Utrecht was Gabor de mentor van ons introductiegroepje. We konden het samen direct al goed vinden en hadden enthousiaste gesprekken over muziek, zwarte gaten en Star Trek. Om maar een paar onderwerpen te noemen. Niet dat we ons zelf nerds vonden, overigens. En nog steeds vinden we dat niet. Ontkenning kan een leven lang duren.

Mostly Blues van het Bloemterras
Het Bloemterras in 1982

Het Bloemterras was toen geruime tijd onze vaste plek. Dat leek ons dan ook een prima naam voor onze gezamenlijke playlist. Omstebeurt zetten we een nummer op die lijst. We hadden slechts één regel: ieder mocht van elke artiest maar één liedje plaatsen en pas als de ander dezelfde artiest had opgevoerd was ie weer helemaal vrij. Buut-vrij. Maar die regel blijkt opmerkelijk eenvoudig te omzeilen. Dus nu hebben we geen regels meer. Want er komt toch mostly blues op.

Muzieksmaak

Want dat was wel één van de opmerkelijke ontdekkingen van het Bloemterras: in de afgelopen 38 jaar is onze muzieksmaak dichter naar elkaar gegroeid dan hij indertijd was. De zwaarste metalen zijn er afgeroest en vervangen door diverse jazzstijlen, soul, beetje funk, nog best wel wat rock, maar mostly blues.

Andere ontdekking: als je samen zo’n lijst gaat maken wordt ie volledig anders dan je had gedacht. Je wordt verrast door vondsten van de ander, maar ook van jezelf. Want je gaat toch een beetje verder zoeken dan normaal. Niet te veel op het platgetreden pad, het liefst. Associaties achterna die je nooit had gekregen als je een eigen lijst opstelt. Even googelen, soms. Want er moet ook een verhaaltje bij over de mail. Het is niet alleen maar een liedje plaatsen. Zo makkelijk kom je er niet vanaf bij Gabor en Ed.

Zo groeit de playlist ondertussen als een rizoom alle kanten op. Als ik dit schrijf staan we op 295 nummers. Mostly blues, maar niet alleen. Tien verrassingen wil ik met jullie delen.

Verrassingen, omdat bijvoorbeeld het nummer nieuw is, althans voor ons. Er zit namelijk ook best wat oude meuk bij. Het kan ook zijn dat we het lied gewoon vergeten zijn, gemist hebben door andere muziek of omdat het Spotify algoritme het pas nu onverwacht voorschotelt. Want ook dat algoritme past zich aan, weten wij inmiddels.

Maar ik wil het vooral delen omdat het zo leuk is om te doen. Ik gun iedereen een gezamenlijke playlist als het Bloemterras. Met mostly blues. Of wat anders. Als het maar verrast.

Tien verrassingen van het Bloemterras

Hieronder presenteer ik de tien verrassingen van het Bloemterras. Het zijn niet automatisch de beste nummers. Die hebben vaak al eerder aandacht gehad in andere blogs over muziek, zoals Sam Baker, Andrew Duhon of Alfa Mist. Of in de jaarlijsten van 2018, 2019, 2020 of 2021. Dan wel staan ze straks in de jaarlijst van 2022. Maar die komt pas begin december. Wie weet met mostly blues.

Daar gaat ie.

Bob Reynolds Guitar Band – Can’t wait for Perfect

Bob Reynolds toetert zich een slag in de rondte. De man participeert in allerlei projecten, zoals Snarky Puppy en bij John Mayer. En zo nu en dan komt ie met een eigen plaat, zoals Guitar Band in 2017. Voor het Bloemterras had ik nog nooit van Reynolds Guitar Band gehoord, maar dat album staat ondertussen bij mijn favorieten.

Admiral Freebee – Get out of Town

Admiral Freebee uit België. De DaDa is daar nooit ver weg, net als het absurdisme. En dat hoor je bij de Admiraal. Ik wist dat ie bestond, het album is immers al uit 2003. Maar dat het zo goed was, heb ik toen niet gehoord. Kennelijk te druk gehad met herrie, toen. Een herontdekking, dus, doch tijdloos.

Taj Mahal – Senor Blues

Taj Mahal kende ik van naam, maar niet zo goed van muziek. Senor Blues is een cover van Horace Silver en die jazzinvloeden liggen er niet zo’n klein beetje dik bovenop. En dat klinkt best lekker. Alleen van dat basloopje in het begin krijg je al zin. Het hele album is trouwens top. Maar wel mostly blues.

Josh Teskey & Ash Grunwald – Low Down Dog

Roots. Mississipi. Dat was de eerste associatie met het album van dit illustere gelegenheidsduo uit Australië. Normaliter doet Josh aan Memphis soul met z’n andere Teskey Brothers en grossiert Grunwald in fuzzy gitarenblues. Maar bij Low Down Dog waan ik me in een wastobbe naast de rivier, met kampvuur en een glaasje whisky.

Dan Patlansky – Big Things Going Down

Dan Patlansky is de incarnatie van Steve Ray Vaughn. Maar dan uit Zuid Afrika. Had ie in Amerika gewoond, hij was nu wereldberoemd. Nu moet ie het met Rizoomes doen, doch elke reis begint met één stap. Big things going down is in deze live uitvoering nog mooier dan het origineel. En die is al zo goed.

Dr. John – I don’t want to Know

De good Doctor, alias de Nighttripper, daarvan dacht ik dat ik toch wel zo’n beetje alles wist. Niet dus, blijkt. Zijn album Anutha Zone uit 1998 is volledig aan me voorbij gegaan en is misschien nog wel beter dan mijn tot nu favoriet Locked Down. Van Anutha Zone deze prachtige cover van John Martyn.

Merry Clayton – Southern Man

Merry Clayton, geboren op Eerste Kerstdag 1948 (precies daarom is het ook Merry) is iemand die ik mijn hele muzikale leven al ken zonder dat ik het wist. Zij deed de vocalen in Gimme Shelter. Ja, u kent haar dus ook. Daarnaast backte ze ook vocals in Sweet Home Alabama van Lynyrd Skynyrd. Luister eens goed naar dit nummer Southern Man en verbaas u met mij waarom ze niet net zo beroemd is geworden als pak ‘m beet Aretha Franklin.

Ronnie Earl – Why can’t we live Together

Ronnie Earl is één van de frequente bezoekers van het Bloemterras. Vier keer staat ie er op, waarvan twee keer met z’n Broadcasters. Zo makkelijk is het dus om de buutvrij te omzeilen. Earl heeft een gitaargeluid uit duizenden, en hoewel mostly blues, zit er veel soul en jazz verwerkt in zijn muziek. Why can’t we live together is ook bekend als cover van Sade, maar die versie valt in het niet bij die van Ronnie, met Diane Blue op vocals.

Bob Dylan – Black Rider

Black Rider van Bob Dylan is misschien wel één van mijn grootste verrassingen van het Bloemterras. Al helemaal toen ik er achter kwam dat het van één van zijn laatste albums kwam, Rough and Rowdy Ways. Verder weet ik helemaal niets van de beste man, behalve de dingen die iedereen van hem weet. Dus work to do there is, zei Yoda. Go and Listen!

Ibrahim Maalouf – Beirut

Ibrahim Maalouf kende ik al wat beter van mijn jazz zoektochtjes. Daar hield ik een wat dubbel gevoel aan over. Sommig werk vind ik prachtig, vooral het oudere. Zijn nieuwe muziek neigt nogal naar bombast en daar hou ik niet zo van. Onlangs bracht hij echter een nieuwe plaat uit omdat hij veertig werd, met daarop een nieuwe bewerking van Beirut. Die stad had al mijn warme belangstelling sinds dit blog over de detonatie en daardoor was ik extra benieuwd naar deze uitvoering met de Belgische gitarist Francois Delporte. It’s Maalouf, Captain, but not as we know it. In één woord prachtig.

Tien verrassingen van het Bloemterras. Ik hoop dat het je inspireert om ook zo’n gezamenlijke playlist op te zetten. Ook al is het niet met mostly blues. En anders kun je natuurlijk altijd onze lijst van het Bloemterras blijven volgen.

De Top 21 van 2021

December, tijd van verlanglijstjes en jaarlijstjes. De eerste gaan over wat hopelijk nog komt, de laatste over wat zeker is gekomen. En daar dan weer de beste van: de Top 21 van 2021.

De oogst van 2021 volgens Spotify. Bij de topnummers staat All them Witches op 1 en 5, Tragically Hip op 2 en 3 en Siouxie met haar Banshees op 4.

Inmiddels is dit het vierde jaar op rij dat Rizoomes een jaarlijstje publiceert. Met geen enkele andere reden dan dat het kan, beste lezers. Lekker verkneukelen om je eigen muzieksmaak. Hoe graag had ik vroeger niet in Oor’s grote kerstnummer gestaan met mijn persoonlijke lijstje en nu doe ik het gewoon helemaal zelf. Op mijn eigen muziekblog. Ik bedoel maar, soms komt je verlanglijst en je jaarlijst gewoon bij elkaar. Dus voor iedereen die nog graag wat wil maar niet goed weet hoe, zeg ik: gewoon beginnen en vooral doorgaan.

Valt er nog iets op aan de Top 21 van 2021? Ja, er staan vrij veel oude bekenden in met een lange staat van dienst. Weinig jazz, zeker vergeleken met 2018 en 2019. Twee bijdragen van eigen bodem. Overall, zo zou ik zeggen, een prima lijst voor in de auto. Toertochtje zonder plankgas, slechts een paar keer een beetje oppassen met die rechtervoet. Maar dat merk je vanzelf, als je op je controlelampjes let. En dat doen we, altijd. Toch?

Ook nieuw dit jaar: de combinatie met ultrakorte verhalen (UKV). Elk liedje gaat op Twitter als UKV en komt daarna hier in de jaarlijst. Geen idee hoe dat uitpakt, maar dat ontdekken we vanzelf. Gewoon proberen maar. Enne, als de pagina nog niet vol is, is het nog geen 21-12. Het is Work in Progress before Work is Done.

De groslijst van 2021 bevat 95 nummers. Ze staan allemaal in deze lijst, inclusief de Top 21.

De Top 21 van 2021

21. MOAT – Gone by Noon

De gitaar van Marty Wilson Piper heeft een uniek, cinematografisch geluid. Dat weten we nog van zijn tijd uit The Church, met Under the Milkyway. Nu is hij terug met MOAT en klinkt ie wederom als een film, dit keer berustend in het lot van the final scene. Goodbye, Gone by Noon.

20. Evans McRae – Careful

Evans McRae klint als één persoon, maar het zijn er twee. Careful staat op hun eerste album en is veruit het beste nummer. Beetje Suzanne Vega, beetje Robert Cray gitaar en heel veel Tom McRae. Het lijkt trouwens ook heel erg op eh…zeg ik niet. Careful what you say, nietwaar?

19. Felice Brothers – Jazz on the Autobahn

The Felice Brothers blijken elke keer weer in staat om de grenzen van de Americana verder op te rekken. Zo ook met Jazz on the Autobahn, waarin een vluchtende sheriff met zijn minnares een discussie krijgt of de apocalypse klinkt als Jazz on the Autobahn. They agreed to disagree.

18. Eric Stracener – Horn Island Blues

Eric Stracener is singer songwriter van de Mississippi. Daarin ligt Horn Island en Eric schreef er een prachtige blues over. Je hoort de machtige landschappen op de achtergrond voorbij glijden terwijl de nostalgie zich aan je opdringt. Of zou het heimwee zijn? Come home soon.

17. Dinosaur Jr – I Ran Away

Het zou ondertussen tijd worden dat de heren van Dinosaur Jr hun naam aanpassen in Sr. Vanaf de jaren 90 volg ik Mascis, Barlow & kornuiten al, waarbij het niet altijd duidelijk was of de dino nog wel bestond. Maar ze zijn weer helemaal terug, met I Ran Away. And came back again.

16. Lars Danielson – Desert of Catanga

Sinds 2012 knalt de Zweedse bassist Lars Danielson er af en toe een plaat uit onder de naam Liberetto. Prachtige muziek op de grens van jazz, folk, rock en klassiek. Jawel, dat kan. In 2021 kwam de vierde uit, Cloudland, met daarop Desert of Catanga. Lyriek ten top op nummer 16, dat in sommige passages deed denken aan Frame by Frame van King Crimson. En dan heb je een streepje voor.

https://www.youtube.com/watch?v=gjj6f5G_T6k

15. Michiel Borstlap – Coming Home

Michiel Borstlap is de enige artiest die vorig jaar ook in de Rizoomes eindlijst stond. Toen met Ringo, dit jaar met Coming Home. En wat een emotie weet Borstlap op te wekken met zo weinig muziek. Ik reserveer vast een plekje voor volgend jaar, hier kan je niet genoeg van krijgen.

14. God is an Astronaut – Ghost Tapes #10

Sinds 2002 manifesteert het Ierse God is an Astronaut zich aan het post-rock front. Dit jaar kwamen ze met hun achtste en beste album tot nu toe. Het is inventieve muziek, soms bijna jazz-rock, maar eerder metal. Rizoomes kon niet kiezen en dus staat het hele album in de Top 2021.

13. Black Pistol Fire – Look Alive

De bluesrockers van Black Pistol Fire hebben in Look Alive een lekkere oude bak op de kop getikt. Psycho 69 heet het ding en wat doe je er mee? Juist, een stukje rijden. En hard. Dat is precies waar dit nummer over gaat: loud music for cars. Tonight we gonna ride, how far will you go?

12. Cass Mccombs – Root, hog or die

Root, hog or die is een Amerikaanse uitdrukking van rond 1800. Het betekent zoveel als dat je voor jezelf moet zorgen, omdat niemand anders het voor je doet. Dat is dan ook waar Cass Mccombs hier over zingt, de donkere kant van het kapitalisme. Maar dat doet ie dan weer wel heel mooi.

11. Hiss Golden Messenger – Mighty Dollar

Let me tell you all about it

The poor man loses and the rich man wins

Chasing down that mighty dollar

Ook Hiss Golden Messenger bezingt de uitwassen van het kapitalisme in zo’n typische Americana protestsong. Ik zeg: Dylan’s opvolger staat klaar. Let me tell you all about it.

10. Karate – Operation: Sand

Rond de eeuwwisseling was Karate één van mijn favoriete bands. Helaas stopten ze er mee vanwege gehoorproblemen van de zanger. Dit jaar verscheen hun werk alsnog op Spotify, waaronder een reissue van Operation: Sand, afgestempeld op 2021. Die kon dus mooi nog ff mee in de Top 21.

9. Spoon – The Hardest Cut

De hardest cut komt niet van een mes, maar van een lepel. De mannen van Spoon timmeren inmiddels al weer zo’n 25 jaar aan hun oeuvre en zijn verschoven van post punkige grunge naar een soort bluesy rock. Deze single is de eerste van het album dat in 2022 verschijnt. Dus wie weet?

8. Eels – Steam Engine

Het is niet vaak dat Mr. E. met een groovy bluestrack een nieuw album aankondigt. Dit jaar wel. Steam Engine rollt lekker down de tracks. Er is niets vernieuwends aan, maar wat klinkt het lekker. Ook in de Jeep, kan ik u verklappen, doch wel met de raampjes dicht, het is winter.

7. Fink – Warm Shadow

Wat is dat toch met die Fink? Hij laveert al twintig jaar van retespannend naar beresaai en weer terug. Bijna had ik hem opgegeven, maar nu is daar een remake van oude nummers. Een soort van better best of. Warm shadow sluipt minutenlang in het rond en gaat dan liggen. Spannend.

6. Stranglers – And if you should see Dave

David Greenfield zat z’n hele leven achter het orgeltje van The Stranglers. Luister nog eens naar No More Heroes en hoor hem op die toetsen rammen. Maar dat is afgelopen, Dave kreeg Covid en overleefde dat niet. And if you should see Dave, it would be nice to say hello. From me.

5. The Blue Stones – Spirit

Hoeveel Black Keys clones kan een mens in zijn jaarlijstje zetten? Best veel, blijkt met deze numero vijf uit de Top 21. Spirit had zo op een plaat van dat olijke duo kunnen staan, maar prijkt in het echt op het tweede album van The Blue Stones. Aanraders, allebei uitchecken dus.

4. The Black Keys – Crawling Kingsnake

Delta Kream is een eerbetoon aan de delta blues. De zwarte sleuteltjes verzamelden een setje fijne nummers van hun helden en knalden die op de beste plaat van 2021. En Crawling Kingsnake van John Lee Hooker is daar dan weer het beste nummer van. Boom Boom Boom, weet je wel. Gaan!

3. Claw Boys Claw – Victory Roll

Jeetje, The Claw Boys Claw. Ik zie me nog staan bij hun optredens in Tivoli toen ik studeerde. Inmiddels is Peter te Bos de 70 gepasseerd en nog steeds maakt hij van die energieke muziek met zijn posse. Misschien zingt hij op Victory Roll wel beter dan ooit. Old rockers never die

2. Dans Dans – Cinder Bay

Cinder Bay van Dans Dans. Weer zo’n bandje dat alleen maar bij onze Zuiderburen vandaan kan komen. Waar anders is het surrealisme zo groot geworden, waar anders smurfen ze jazz, rock, electro, psychedelica, blues, surf en what else in een potje dat smaakt naar meer. Op 2 van 21.

1. Steve Earle – Saint of Lost Causes

Justin Townes Earle is de zoon van Steve Earle. Was, helaas. De Americana verloor daarmee één van zijn allergrootste talenten. Daarom nam zijn vader een tribute op met de mooiste muziek van zijn zoon. Het kon dan ook niet anders dan dat The Saint of Lost Causes op nummer 1 kwam.

UKV december 2021

Op deze pagina UKV december 2021 staat de muziek centraal. Vanaf 1 december staat er dagelijks een verhaaltje over de beste 21 nummers uit 2021. We sluiten het jaar en de UKV dus swingend af.

In januari 2021 ben ik begonnen met de UKV. Elke dag een verhaaltje van 280 tekens, gebaseerd op een ervaring, een overdenking of iets wat ik ergens las. Een dagboek van oude en nieuwe (verzonnen) herinneringen. Of liedjes, dus. Van nummer 21 naar één.

Die UKV plaats ik op twitter, als een vorm van twitteratuur. Soms past het niet in één tweet, dan maak ik een klein draadje. Op deze pagina vind je alle ultrakorte verhalen van december 2021. Helemaal onderaan staan de linkjes naar de UKV uit andere maanden.

Eerste tien UKV december 2021

21. MOAT – Gone by Noon

De gitaar van Marty Wilson Piper heeft een uniek, cinematografisch geluid. Dat weten we nog van zijn tijd uit The Church, met Under the Milkyway. Nu is hij terug met MOAT en klinkt ie wederom als een film, dit keer berustend in het lot van the final scene. Goodbye, Gone by Noon.

20. Careful – Evans McRae

Evans McRae klint als één persoon, maar het zijn er twee. Careful staat op hun eerste album en is veruit het beste nummer. Beetje Suzanne Vega, beetje Robert Cray gitaar en heel veel Tom McRae. Het lijkt trouwens ook heel erg op eh…zeg ik niet. Careful what you say, nietwaar?

19. Felice Brothers – Jazz on the Autobahn

The Felice Brothers blijken elke keer weer in staat om de grenzen van de Americana verder op te rekken. Zo ook met Jazz on the Autobahn, waarin een vluchtende sheriff met zijn minnares een discussie krijgt of de apocalypse klinkt als Jazz on the Autobahn. They agreed to disagree.

18. Eric Stracener – Horn Island Blues

Eric Stracener is singer songwriter van de Mississippi. Daarin ligt Horn Island en Eric schreef er een prachtige blues over. Je hoort de machtige landschappen op de achtergrond voorbij glijden terwijl de nostalgie zich aan je opdringt. Of zou het heimwee zijn? Come home soon.

17. Dinosaur Jr – I Ran Away

Het zou ondertussen tijd worden dat de heren van Dinosaur Jr hun naam aanpassen in Sr. Vanaf de jaren 90 volg ik Mascis, Barlow & kornuiten al, waarbij het niet altijd duidelijk was of de dino nog wel bestond. Maar ze zijn weer helemaal terug, met I Ran Away. And came back again.

16. Lard Danielson – Desert of Catanga

Sinds 2012 knalt de Zweedse bassist Lars Danielson er af en toe een plaat uit onder de naam Liberetto. Prachtige muziek op de grens van jazz, folk, rock en klassiek. Jawel, dat kan. In 2021 kwam de vierde uit, Cloudland, met daarop Desert of Catanga. Lyriek ten top op nummer 16.

15. Michiel Borstlap – Coming Home

Michiel Borstlap is de enige artiest die vorig jaar ook in de Rizoomes eindlijst stond. Toen met Ringo, dit jaar met Coming Home. En wat een emotie weet Borstlap op te wekken met zo weinig muziek. Ik reserveer vast een plekje voor volgend jaar, hier kan je niet genoeg van krijgen.

14. God is an Astronaut – Ghost Tapes #10

Sinds 2002 manifesteert het Ierse God is an Astronaut zich aan het post-rock front. Dit jaar kwamen ze met hun achtste en beste album tot nu toe. Het is inventieve muziek, soms bijna jazz-rock, maar eerder metal. Rizoomes kon niet kiezen en dus staat het hele album in de Top 2021.

13. Black Pistol Fire – Look Alive

De bluesrockers van Black Pistol Fire hebben in Look Alive een lekkere oude bak op de kop getikt. Psycho 69 heet het ding en wat doe je er mee? Juist, een stukje rijden. Dat is precies waar dit nummer over gaat: loud music for cars. Tonight we gonna ride, how far will you go?

12. Cass Mccombs – Root, hog or die

Root, hog or die is een Amerikaanse uitdrukking van rond 1800. Het betekent zoveel als dat je voor jezelf moet zorgen, omdat niemand anders het voor je doet. Dat is dan ook waar Cass Mccombs hier over zingt, de donkere kant van het kapitalisme. Maar dat doet ie wel heel mooi.

11. Hiss Golden Messenger – Mighty Dollar

Let me tell you all about it

The poor man loses and the rich man wins

Chasing down that mighty dollar

Ook Hiss Golden Messenger bezingt de uitwassen van het kapitalisme in zo’n typische Americana protestsong. Ik zeg: Dylan’s opvolger staat klaar. Let me tell you all about it.

Nog eens elf UKV december 2021

10. Karate – Operation: Sand

Rond de eeuwwisseling was Karate één van mijn favoriete bands. Helaas stopten ze er mee vanwege gehoorproblemen van de zanger. Dit jaar verscheen hun werk alsnog op Spotify, waaronder een reissue van Operation: Sand, afgestempeld op 2021. Die kon dus mooi nog ff mee in de Top 21.

9. Spoon – The Hardest Cut

De hardest cut komt niet van een mes, maar van een lepel. De mannen van Spoon timmeren inmiddels al weer zo’n 25 jaar aan hun oeuvre en zijn verschoven van post punkige grunge naar een soort bluesy rock. Deze single is de eerste van het album dat in 2022 verschijnt. Dus wie weet?

8. Eels – Steam Engine

Het is niet vaak dat Mr. E. met een groovy bluestrack een nieuw album aankondigt. Dit jaar wel. Steam Engine rollt lekker down de tracks. Er is niets vernieuwends aan, maar wat klinkt het lekker. Ook in de Jeep, kan ik u verklappen, doch wel met de raampjes dicht, het is winter.

7. Fink – Warm Shadow

Wat is dat toch met die Fink? Hij laveert al twintig jaar van retespannend naar beresaai en weer terug. Bijna had ik hem opgegeven, maar nu is daar een remake van oude nummers. Een soort van better best of. Warm shadow sluipt minutenlang in het rond en gaat dan liggen. Spannend.

6. Stranglers – And if you should see Dave

David Greenfield zat z’n hele leven achter het orgeltje van The Stranglers. Luister nog eens naar No More Heroes en hoor hem op die toetsen rammen. Maar dat is afgelopen, Dave kreeg Covid en overleefde dat niet. And if you should see Dave, it would be nice to say hello. From me.

5. The Blue Stones – Spirit

Hoeveel Black Keys clones kan een mens in zijn jaarlijstje zetten? Best veel, blijkt met deze numero vijf uit de Top 21. Spirit had zo op een plaat van dat olijke duo kunnen staan, maar prijkt in het echt op het tweede album van The Blue Stones. Aanraders, allebei uitchecken dus.

4. The Black Keys – Crawling Kingsnake

Delta Kream is een eerbetoon aan de delta blues. De zwarte sleuteltjes verzamelden een setje fijne nummers van hun helden en knalden die op de beste plaat van 2021. En Crawling Kingsnake van John Lee Hooker is daar dan weer het beste nummer van. Boom Boom Boom, weet je wel. Gaan!

3. Claw Boys Claw – Victory Roll

Jeetje, The Claw Boys Claw. Ik zie me nog staan bij hun optredens in Tivoli toen ik studeerde. Inmiddels is Peter te Bos de 70 gepasseerd en nog steeds maakt hij van die energieke muziek met zijn posse. Misschien zingt hij op Victory Roll wel beter dan ooit. Old rockers never die

2. Dans Dans – Cinder Bay

Cinder Bay van Dans Dans. Weer zo’n bandje dat alleen maar bij onze Zuiderburen vandaan kan komen. Waar anders is het surrealisme zo groot geworden, waar anders smurfen ze jazz, rock, electro, psychedelica, blues, surf en what else in een potje dat smaakt naar meer. Op 2 van 21.

1. Steve Earle – Saint of Lost Causes

Justin Townes Earle is de zoon van Steve Earle. Was, helaas. De Americana verloor daarmee één van zijn allergrootste talenten. Daarom nam zijn vader een tribute op met de mooiste muziek van zijn zoon. Het kon dan ook niet anders dan dat The Saint of Lost Causes op nummer 1 kwam.

Laatste tien UKV december 2021

Hemel

Van Asterix is mij altijd bijgebleven dat de Galliërs bang waren dat de hemel op hun hoofd zou vallen. Ik kon mij daar weinig bij voorstellen, maar vond het wel zorgwekkend. Laatst zag ik een stuk hemel op de grond liggen. Ik liep er maar met een boog omheen, in de hoop dat de rest bleef hangen.

Boeddha

Op zekere dag prijkte er een bruinige vlek op het plafond. In eerste instantie leek het op een lekkage, maar bij nadere beschouwing zagen we duidelijk dat Boeddha aan ons was verschenen. Het zou tijd worden ook, we hadden nu al lang genoeg gewacht op een beetje verlichting.

Vergeten groenten

Lange tijd dacht hij dat vergeten groenten niet bestonden. Als iets vergeten is, is het weg. Wat je niet weet, bestaat niet. Sinds kort wist hij dat zulks toch niet klopte, toen hij alle groenten in een pannetje had gestopt en niet meer wist wat hij ging maken. Vergeten.

Kerstman

Sinds The Santa Clause weet je dat je voorzichtig moet zijn met het aantrekken van kerstmangarderobe. Voor je het weet groeit er een baard en buikje en kijk je twee dagen lang naar acht rendierkonten in een slee vol kadootjes. Voorzichtig zette ik de muts op. Het viel mee.

Hobbel

De oude Romeinen hebben er echt van alles aan gedaan om de kerstdagen te voorkomen. Het is ze niet gelukt. Om die hobbel te verzachten stuurden ze ons dan maar de Stoa. Wat in de weg staat is de weg, zei Marcus Aurelius, boodschapper uit het verleden. The obstacle is the way

Loensen

Het meisje met de parel heb je nooit voor jezelf alleen. Altijd krioelen er toeristen tussen jou en haar. Ergens in 2018 schoot ik snel een paar foto’s toen het rijtje even kort was. Wat ik toen zag verbaasde me: het meisje met de parel loenst. Vast scheel van alle toeristen.

Liefde

Jan Toorop schilderde in 1917 Liefde in wanhoopstijden, ik zag het in het Singer Laren. De Eerste Wereldoorlog was in volle gang en raakte België als een moker. Het gebed tussen de verwoestingen is een krachtig beeld dat nog steeds raakt en ook in deze tijd toepasselijk is.

Loubriaan

Lou Loeber was een kunstenares die vrijwel haar hele leven in Blaricum woonde. Desondanks was ze een aanhanger van het socialisme. Hoewel ze volledig abstracte kunst elitair vond, werd ze wel beïnvloed door Mondriaan en stileerde haar werk met lijnen en opvallende kleuren.

Melancholie

Edward Hopper maakte in 1922 het New York Restaurant. Ik zag het op de tentoonstelling American Dream in het Drents Museum. Toen ik er met mijn neus bovenop stond begreep ik er nog minder van dan toen ik het op een plaatje zag: hoe kreeg ie toch die melancholie op dat doek?

Laatste

Dit is de laatste #UKV. Afgelopen jaar maakte ik er 365, elke dag één, ze staan allemaal op de website. Soms kijk ik ze terug en dan zie ik inderdaad een dagboek van oude en nieuwe herinneringen. Maar nu is het weer tijd voor iets anders. Gelukkig heb ik nog geen idee wat.

UKV uit andere maanden van 2021


De Rizoomes Top 20 van 2020

De Rizoomes Top 20 van 2020 is er dit jaar voor het eerst in deze vorm. Vanaf 1 december post ik elke dag een nieuw liedje. En het is dit jaar een bonte stoet, beetje jazz, rock, americana en zelfs nederpop. De beste komt het laatst en nummer twintig dus het eerst.

Toen ik nog op school zat voelde een jaar als dat hele lange stuk tussen twee zomervakanties in, ergens in het midden hinderlijk onderbroken door winter. Het echte jaar, zo vertelde men mij dan, liep juist van winter tot winter. Ik heb dat uiteindelijk als gegeven aanvaard, kennelijk was het een algemeen geaccepteerde afspraak. Maar mijn gevoel zei wat anders: beter leeft men van zon naar zon, dan van koud naar koud. Enfin.

Rizoomes Top 20
Zomerfoto voor het juiste jaargevoel

Nog weer later ontdekte ik dat er nog heel veel andere soorten jaren zijn, zoals het gebroken boekjaar en het muziekjaar. En daar gaat dit blog eigenlijk over, het muziekjaar. Dat loopt van december tot en met december, zodat je je een hele maand kunt verkneukelen over en met allerlei jaarlijstjes. Natuurlijk de Top 2000, maar ook de Snob 2000 en de Rizoomes Top 20.

De Rizoomes Top 20 is niet helemaal nieuw, maar wel in deze vorm. In 2018 was er voor het eerst een jaarlijst op de website met de 18 beste albums van dat jaar. Vorig jaar kwam ik niet verder dan een Top Tien, maar nog wel steeds met hele albums. Dit jaar is er dan de Rizoomes Top 20: de twintig beste nummers van het afgelopen muziekjaar. Die houden we er in, dus volgend jaar is er de Rizoomes Top 20 voor 2021. Denk ik.

Voor de liefhebber: de longlist voor 2020 op Spotify. En natuurlijk staat de Top 20 van 2020 er ook tussen.
Mijn 2020 wrapped overzicht van Spotify. Op nummer 1 Afro Blue van McCoy Tyner, dankzij mijn blog over dat nummer. ‘This mess we’re in’ is een liedje van PJ Harvey en Tom Yorke. Bloodless is van Andrew Bird en Harlem River van Kevin Morby. De laatste, Seagull is gemaakt door Bill Callahan, afkomstig van het onvolprezen album Dream River.

20: Foehn Trio featuring Erik Truffaz – Old Ocean

Foehn Trio is een jazzbandje uit Frankrijk, vernoemd naar een warme windstroom die vanuit het zuiden tegen de Alpen aan klotst. En ja, niet toevallig heet een föhn daarom föhn. Ze maakten tot nu toe twee hele fijne platen in het standaard pianotrio format, maar dan wel met toegevoegde electronica (ik moet nu gelijk aan Chriet Titulaer denken) wat het zowel subtiel als dynamisch maakt. Luister vooral ook eens naar hun laatste album, Highlines. Heerlijke muziek om bij te lezen of te werken. Maar, hoor ik ergens wellicht brommen, hoe komt die toeter in een pianotrio? Nou, dat zal ik u zeggen, die is van Erik Truffaz, bekend van het jazzrockende Walk of the giant turtle. Maar dat had de liefhebber vast al gehoord.

19: Billy Martin en Marc Ribot – Home Beat Home

Billy Martin is vooral bekend als de drummer van het jazz funk ensemble Medeski, Martin & Wood, maar hij doet solo ook van alles. Begin 2020 zette hij een aantal loops op zijn instagram account en vroeg om commentaar. Dat leverde hem onder andere de producer Rob Reinfurt op die er samen met hem een intrigerend en eclectisch plaatje van maakte. Rustige maar stuwende grooves, die verrassend worden ingekleurd door vrienden als de gitarist Marc Ribot (u weet wel, die van Los Cubanos Postizos) en Alexandria Smith op trompet. Op de single Home Beat Home doen ze allebei mee. Maar luister vooral ook het hele album, Guilty. Alle elf goed.

18: Jack Poels – In de Achtertuin

35 jaar zit ie in het vak, Jack Poels, en na 23 platen met Rowwen Hèze kwam hij dit jaar met zijn eerste soloplaat. Blauwe vear heet ie, vernoemd naar een veertje dat hij vond tijdens een wandeling. Dat gebeurde op de dag nadat hij afscheid had genomen van zijn zoon die voor enkele maanden in het buitenland ging studeren. In Trouw zegt hij daarover: “Dat was werkelijk zo’n intens moment. Ik dacht: fuck, Jan hangt nu in zo’n blauwe Boeing in de lucht, onderweg naar Korea. En ik vind hier dit blauwe veertje. Daarna was er geen houden meer aan. Ik kreeg aan de ­lopende band beelden in mijn hoofd. Dat zijn uiteindelijk allemaal liedjes geworden. Dat is wat die blauwe veer heeft gedaan.” Kom terug naar de achtertuin, daar sta je nooit voor een dichte deur, zingt Poels en toen we daar toch waren zijn we gewoon gebleven voor de rest van het album. Americana uit America, zo moest het zijn. Prachtig.

17: Jerry Joseph – Black Star Line

Jerry Joseph was in een vorig leven de oprichter van The Drive-by Truckers, maar ergens verloor hij ze uit het oog. Zoals er veel is in zijn getroubleerd leven wat kwam en weer ging. Maar gelukkig soms ook terugkwam: op het album ‘The Beautifull Madness’ is de club weer bij elkaar, al weet niemand voor hoe lang. Het is een geweldige Americana plaat geworden, waarin het lastig is te bepalen welk nummer nou het mooiste is. Ik koos uiteindelijk voor Black Star Line, een lied over David Bowie. Joseph schreef dat op de avond dat Bowie overleed. Star man waving in the sky, zingt hij raspend, I see you out in space tonight. Na Black Star Line volgt het nummer Eureka en net als je denkt: dit ken ik toch, besef je dat je naar stukjes ‘Five Years’ van Bowie zit te luisteren. Een subtiel eerbetoon aan de Star man.

16: Spinvis – Niet Vandaag

Woeste Meuk is de heerlijke podcast van Tim Knol en Nico Dijkshoorn, die in juni 2020 op bezoek waren bij Spinvis. Dat werd een mooi interview, waardoor ik gelijk zin kreeg in het aldaar aangekondigde nieuwe album 7.6.9.6. Gelukkig werd dat verlangen grotendeels ingevuld, onder andere door melancholische liedjes als ‘Niet Vandaag.’ “Ik bouw een schip, omdat ik ooit, toch ooit, de zeilen hijs, of
hoe dat heet, op reis” spint vis in wat volgens mij een liefdesliedje is, maar dat weet je bij hem nooit zeker. Wat je wel zeker weet is dat het eigenlijk niet meer beter kan dan zijn debuutplaat. Toch blijven we hopen, want ‘varen doe je morgen, niet vandaag.’

15: Causa Sui – Szabodelica

De Deense psych rockers van Causa Sui timmeren al een dikke tien jaar aan de weg met puike psychedelische rock. Ik ken niet al hun platen, maar degenen die ik heb geluisterd waren instrumentaal, zonder zang en op veilige afstand van post-rock. Hun eerste werk was een stuk heavier, met tonen van Kyuss en ander woestijn geweld. Sinds de trilogie van de Summer Sessions klinkt het steeds meer kraut, steeds meer Can en steeds meer jazz. Je weet wel, van die Miles Davis electrische jazz uit het begin van de jaren 70, denk On the Corner, Bitches Brew en Jack Johnson. Met deze ode aan Gabor Szabo gaan ze daar nog weer verder in door en klinkt het door de gypsy sound opeens relaxed en warmbloedig. Lekker.

14: Khruangbin & Leon Bridges – Texas Sun

Van Khruangbin had ik nog nooit gehoord. Toch blijkt het instrumentale trio uit Texas al geruime tijd te bestaan en bracht het onlangs hun verdienstelijke vierde plaat ‘Mordechai’ uit. Die bij mij direct werd opgeslokt door de playlist ‘Easy Desert Surf Music’, waarin onder andere ook Clutchy Hopkins, Lord Newborn en Tommy Guerrero figureren. Heb je een beetje beeld op welke wind Thai Airways vliegt (Khruangbin is Thais voor vliegtuig). Texas Sun is echter geen instrumentaaltje en werd als een poor lonesome cowboy ingezongen door Leon Bridges, een R&B zanger die vergeleken wordt met Otis Redding. Da’s pas een verrassing.

13: Michiel Borstlap plays Joris Voorn – Ringo

Michiel Borstlap, die kende ik wel. Eén van Neerlands fijnste jazzpianisten. Joris Voorn, die kende ik niet, die moest ik googelen. Het blijkt een zeer succesvolle technoproducer te zijn, die als kind opgroeide met klassieke muziek. Techno is tijdloos, zegt Voorn ergens in een interview met Radio 1. Ik vind het een mooi zinnetje, techno is tijdloos. Maar wel tijdloos door een pilletje, denkt de oude man in mij, om daar direct schaamteloos aan toe te voegen dat solo piano pas echt tijdloos is. Zoals deze Ringo-uitvoering van Borstlap, die helaas niet tijdloos is. Ook al duurt ie bijna zeseneenhalve minuut, dan nog is het veel te kort. En wat deed ie mij toch aan het Köln Concert denken, van Keith Jarrett. Ook tijdloos.

12: Joe Jackson – Fools in Love

Joe Jackson in mijn jaarlijst, in mijn top 20. Dat was vroeger uitgesloten. Jackson gaat al zo’n beetje mijn hele leven mee, maar anders dan op een toevallige passerende radio luisterde ik nooit vrijwillig naar hem. Daar kwam een krappe tien jaar geleden verandering in, met het album live 2010 dat hij met een jazztrio opnam. Veel van het oude werk van Night & Day en Look Sharp kwam daarop voorbij, maar niet Fools in Love. Dat maakt ie goed met deze single die bovendien een lekker krachtige sound mee kreeg.

11: Last Words / Fanfares – GoGo Penguin

Met Last Words en Fanfares brak GoGo Penguin in 2012 door. In 2020 kwamen deze singles opnieuw uit in een zeer gelimiteerde oplage van 500 exemplaren, maar ach, wij geven anno 2020 niet meer om bezit. Het gaat om de ervaring, de beleving; van jazz, dance, klassiek en landscapes in één sound geweven en uitgevoerd door een pianotrio on acid. Dankzij Spotify beleeft u het gewoon mee, zonder ellendig gedoe met bezoeken aan platenzaken of online webshops. Nee, da’s allemaal zo 1980, wij ouders van millenials zullen doorstreamen tot we bij het gaatje zijn.

10: Delvon Lamarr Organ Trio – Inner City Blues

Delvon Lamarr’s Inner City Blues. Die doe je in de car. Met de windows omlaag. Armpje er uit en starten maar, in de D van Drive. Vooruit met die goat, gassen op rechts en tappen on the left. Dat is in het short waarom ze in Amerika vrijwel alleen nog maar automaatjes hebben. Omdat Delvon Lamarr daar is, you know en je een vrije linker foot nodig hebt. That’s why.

9: Mammal Hands – Rhizome

Met zijn drieën zijn ze, Mammal Hands. Piano, sax en drums. En ze zitten in die nieuwe wave van London Jazz die nu over de wereld spoelt, ook al komen ze uit Norwich. Het is een bijzondere combinatie van jazz met electronics, zoals je kunt horen in dit nummer ‘Rhizome’, van hun laatste plaat ‘Captured Spirit’. Eigenlijk is Rhizome niet hun beste nummer van Captured Spirit. Dan kom je eerder uit bij Chaser, of Ithaca, nummers die tegen de pop aanschurken. Dat doet Rhizome niet. Maar zeg nou zelf, hoe vaak kun je als Rizoomes nou een nummer met de titel Rhizome in je Top 20 opnemen. Nou dan.

8: Racoon – De Echte Vent

Racoon is zo’n band die ik altijd wel aardig vond. Af en toe een aardig liedje, gespeeld door aardige jongens. Aardig, kortom, maar dat was het dan ook. Dat veranderde met de singel ‘Oceaan’, die speciaal gemaakt werd voor de film ‘Alles is familie’. Voor het eerst zingen in het Nederlands en wat een zeggingskracht had die band opeens, zeg. Ik was dan ook heel blij dat ze aankondigden om in 2020 een volledig Nederlandstalig album uit te brengen. Dat hele album zal wel uitgesteld zijn door corona, maar twee nieuwe singels kwamen er al wel. ‘Het is al laat toch’ en ‘Wie is de vent.’ Het smaakt naar veel meer en Racoon evolueert erdoor van aardig naar een killerband. No Mercy.

7: Marcus King – No Pain

Van 1996 is ie, onze Marcus King. Vier en twintig dus pas. 24. En wel al vier albums uitgebracht. De eerste drie onder de noemer van The Marcus King Band, waarbij het laatste exemplaar, Carolina Confessions, een plaatsje wist te veroveren in de beste 18 van 2018. Dat ie nog steeds goed is kan dan ook nauwelijks een verrassing zijn, wel dat King daarvoor in zee wilde met Dan Auerbach van The Black Keys. Want die polijst tegenwoordig alles. Haalt de rauwe kantjes er al poetsend af. En dat is jammer, hoewel het bij No Pain toch nog net genoeg schuurt om te verrassen.

6: Makaya McCraven – Mak Attack

Het is 1996. DJ Shadow lanceert Endtroducing. Instrumentele hip hop, aan elkaar geplakte tapes, soundscapes, collages en ritmes, heel veel ritmes. Ik vond het geweldig, net als de kleine jazzy hip hop bubble die er op volgde met onder andere Guru’s Jazzmataz. Toen werd het 2020 en kwam Makaya McCraven. Makaya McCraven drumt. Drumt hard. En ritmisch. Op Universal Beings E&F Sides hoor je hoe hard precies. Met tracks als Mak Attack en Beat Science. Prachtig, net zo goed als Endtroducing. Maar eigenlijk beter, want bij McCraven is alles live. Dus zet gewoon die hele plaat onder je favorites, doen we net of het één hele lange singel is. Ja, dat kan.

5: Lianne La Havas – Paper Thin

Uit 2012 is ie al weer, mijn favoriete liedje van Lianne La Havas, ‘Au Cinema’. In 2015 kwamen daar nog ‘Unstoppable’ en ‘They Might Be Wrong’ bij, maar daarna werd het nogal stil rondom La Havas. Tot in de zomer van 2020, toen de EP ‘Weird Fishes’ met vier nieuwe liedjes verscheen. Het werk heeft de feel van Alicia Keys ten tijde van Empire State of Mind, maar dan zonder haar commerciële knieval. Zeker op Paper Thin, waar een subtiel jazzcombo met upright bass de sfeer van een nightclub neerzet. Fijn plaatje

4: Leif Vollebekk – Long Blue Light

Leif Vollebekk. Uit Canada. Kreeg het opnieuw voor mekaar, na Big Sky Country, Transatlantic Flight en Hot Tears. Wat een prachtig melancholisch liedje weer, zo’n muziekje waar je van op reis wilt naar het bos, het strand, de natuur in. Zelfs naar de sneeuw, als het echt moet. Ondergaande zon, glaasje lekker erbij en mijmeren maar, op deze Long Blue Night. Want de natuur is prachtig, maar je moet er wel wat te drinken bij hebben.

3: Bill Callahan – Breakfast

Als je aan een willekeurig kind vraagt wat ie later wil worden, dan zijn er heel weinig die zullen zeggen: Bill Callahan. Maar vraag je het aan mij, dan weet ik het zo net nog niet. Want mij lijkt het heerlijk om Bill Callahan te zijn. Met je bariton brave liedjes brommen. Zoals Breakfast. Die eigenlijk helemaal niet braaf zijn: She don’t eat, she don’t sleep; Why, she don’t even drink; I drink; So that we don’t fight; She don’t drink so that we don’t fight. Maar goed, Bill is inmiddels 54. Net als ik. Dus dan moet ik toch maar iets anders willen worden, als ik later groot ben. Iemand tips?

2: Nubya Garcia – Pace

In 2018 debuteerde Nubya Garcia met Nubya’s 5ive, een geweldige plaat uit het centrum van de London jazz scene die tegelijkertijd met twee benen in de Amerikaanse jazz traditie geworteld staat. Nu is daar Pace en wat een bijzonder krachtig nummer is dit weer, zeg. Zowel qua compositie als qua spel. Ik hoor er overal de reïncarnatie van John Coltrane in. Wat een genot.

1: Ayron Jones – Boys from the Puget Sound

Lang geleden geloofde ik wellicht in reïncarnatie, maar misschien ook niet. Ik weet het niet meer en voor geruime tijd hoefde ik het ook niet te weten. Tot ik ergens in 2020 tegen Ayron Jones op liep en toen begon ik te twijfelen. Was Jimi Hendrix terug? Had ie les gehad van Kurt Cobain? Wat weet Gary Clark ervan? Hoe dan ook: I’ve seen the future of rock and roll and it’s name is Ayron Jones. Check ook deze link van Take me Away op KEXP Live. Tjongejongejonge wat goed.

Nog meer zin in muziekblogs? Kijk dan eens hier.

De verrassende twintig van 2020

Twintig twintig zit er voor de helft op. Tijd dus voor een halfjaarslijstje: wat zijn de pareltjes in die borrelende brij van nieuwe liedjes? Zie hier de twintig meest verrassende nummers van 2020 tot nu toe.

Ja, precies, verrassende nummers. Losse liedjes. Dus geen albums, die focus gaat met Spotify lichtelijk verloren, zoals ik eerder in dit blog schreef. Hoewel ik dat iets moet nuanceren: op mijn albumlijst verschenen dit jaar nog geen nieuwe platen uit twintig twintig, maar wel een paar oude. Zoals Gimme Fiction van Spoon en Blue World van John Coltrane.

Maar daar wilde ik het niet over hebben. Wel over verrassende muziek, want surprise is immers het overkoepelende thema van de website. Er staan daarom niet per se de beste nummers in de Verrassende Twintig, want dat is een ander criterium. Mogelijk had in dat geval Neil Young er namelijk wel in gestaan, met Kansas van het album Homegrown.

Of The Rolling Stones, met Living in a Ghost Town. Allebei prima liedjes, maar nauwelijks verrassend te noemen. Hooguit is het verrassend dat die oude lijken nog steeds nieuwe plaatjes uitbrengen. Maar dat is wellicht een onderwerp voor een volgend muziekblog.

Nee, verrassende muziek, dat is waar het om gaat. Twintig liedjes uit de eerste zes maanden van twintig twintig, die allemaal meedingen voor de eindlijst. Ze zijn voor deze gelegenheid verdeeld over drie categorieën, want dat kwam toevallig ontzettend goed uit: acht keer pop / rock, zes covers en zes keer jazz. Maar of de eindlijst ook nog zo verdeeld is blijft een verrassing. Engage.

Pop / Rock

Even leek het of daar de nieuwe single van Mark Lanegan klonk, toen Romulus en Remus’ hill donkerbruin uit de speakers schraapte. Maar nee, het was All Them Witches, het illustere darkblues kwartet uit Nashville dat van die heerlijk ouderwetse psychedelische rock maakt. Niks occults aan, ook al is de bandnaam gebaseerd op een fictief boek uit Rosemary’s Baby.
Van Khruangbin had ik nog nooit gehoord. Toch blijkt het instrumentale trio uit Texas al geruime tijd te bestaan en bracht het onlangs hun verdienstelijke vierde plaat ‘Mordechai’ uit. Die bij mij direct werd opgeslokt door de playlist ‘Easy Desert Surf Music’, waarin onder andere ook Clutchy Hopkins, Lord Newborn en Tommy Guerrero figureren. Heb je een beetje beeld op welke wind Thai Airways vliegt (Khruangbin is Thais voor vliegtuig). Texas Sun is echter geen instrumentaaltje en werd als een poor lonesome cowboy ingezongen door Leon Bridges, een R&B zanger die vergeleken wordt met Otis Redding. Da’s pas een verrassing.
Uit 2012 was ie al weer, mijn favoriete liedje ‘Au Cinema’ van Lianne La Havas. In 2015 kwamen daar nog ‘Unstoppable’ en ‘They Might Be Wrong’ bij, maar daarna werd het nogal stil rondom La Havas. Tot voor een paar weken, toen de EP ‘Weird Fishes’ met vier nieuwe liedjes verscheen. Het werk heeft de feel van Alicia Keys ten tijde van Empire State of Mind, maar dan zonder haar commerciële knieval. Zeker op Paper Thin, waar een subtiel jazzcombo met upright bass de sfeer van een nightclubje neerzet. Lekker hoor.
Van 1996 is ie, onze Marcus King. Vier en twintig dus pas. 24. En wel al vier albums uitgebracht. De eerste drie onder de noemer van The Marcus King Band, waarbij het laatste exemplaar, Carolina Confessions, een plaatsje wist te veroveren in de beste 18 van 2018. Dat ie nog steeds goed is kan dan ook nauwelijks een verrassing zijn, wel dat King daarvoor in zee wilde met Dan Auerbach van The Black Keys. Want die polijst tegenwoordig alles. Haalt de rauwe kantjes er al poetsend af. En dat is jammer, hoewel het bij No Pain toch nog net genoeg schuurt om te verrassen.
Mick Flannery staat al twee albums in mijn warme belangstelling. De Ierse singer songwriter doet er namelijk helemaal niets aan om de luisteraar te behagen. Vooral op het album ‘I Own You” uit 2016 jaagt hij je de stuipen op het lijf met haunted songs als I Own You, Cameo en Show Me The Door. Je ziet hem je al achterna komen met die buffelschedel van hem op zijn knar. Maar kennelijk is de woede gaan liggen en nu komt ie opeens met een prachtige ballad, tegen soul aan, inclusief toeters. Zou hij aan het warmlopen zijn om die oude Ierse bard op te volgen?
Ben Williams ken ik als jazz bassist, en dan vooral van zijn solo album ‘Coming of Age.’ Een geweldige plaat waarbij hij makkers als Marcus Strickland en Christian Scott Atundeh inschakelde. Het resultaat was crossover jazz met veel invloeden uit hiphop en R&B. Vijf jaar later is ie terug, met een nog grotere allegaar aan stijlen en misschien nog wel het meest verrassend, hij zingt. Come Home is een grimmig nummer over onrecht dat hij samen met Kendra Foster uitvoert. Sterk spul.
Joseph Arthur maakte ooit het prachtige, maar lijdzame ‘I Used to Know How To Walk On Water’, waarin een onzekere Jezus het opeens allemaal niet meer zo zeker weet. “I could give sight to blind men, And make a mute man sing in hell, But now I watch with awe and wonder, Doubt has now befallen me.” Dat dus. Toen ik de potten en pannenherrie van Victory Boulevard hoorde was ik dus ook lichtelijk verrast, tot ik er achter kwam dat een reissue van 20 jaar geleden betrof. Toen was ik hogelijk verrast.
Neal Francis is schatplichtig aan New Orleans, aan R&B, Soul en Dr. John. Aan Billy Preston, The Rolling Stones en The Meters. En aan Allen Toussaint en Leon Russel. Zegt ie zelf, onze Neal. Maar hij heeft gelijk. Don’t Call Me No More is heerlijke New Orleans muziek, die al weer opgevolgd is door ‘How Have I Lived’, een single die zo door Beck gemaakt had kunnen worden.

Covers

Tracy Chapman, wie is er niet groot mee geworden? In 1988 was Fast Car een wereldhit en eerlijk gezegd denk ik dat de pracht van het nummer toen een weinig aan mij voorbij is gegaan. Gelukkig zijn daar nog altijd de Black Puma’s die de fast car weer even onder de aandacht brengen.
So remember we were driving, driving in your car
Speed so fast I felt like I was drunk
City lights lay out before us
And your arm felt nice wrapped ’round my shoulder
I had a feeling that I belonged
I had a feeling I could be someone, be someone, be someone
Ja, Peter Gunn, het is een genre op zichzelf. Dus daar kon de uitvoering van Joe nog prima bij. Puike DanceHall Jazz, lekker luchtig gehouden met hier en daar een stomend orgeltje. En weet je wat: het is misschien wel de beste versie die ik ken.
Jose James kent zijn klassiekers. Eerder coverde hij al het werk van Billie Holiday en Bill Withers, voor allebei trok hij er zelfs een hele CD voor uit. En nu is daar ‘Just the Way You Are.’ Van Billy Joel, die met geen enkel liedje zo urban jazz klonk als nu. Sterker nog, ik was zelfs verrast dat het ooit van Joel was geweest. Maar toch, het oude werk van Jose zelf is stukken beter. Luister eens naar Bird of Space, kippevel.
Gary Clark heeft het druk. Hij deed dit jaar al mee met John Legend en Sheryl Crow en nu covert hij er vrolijk ‘A Change is Gonna Come’ op los met Los Coast. Die kustmannen zeiden mij helemaal niets, dus dat moest ik even opzoeken. Ze schijnen punchy psychedelic pop soul te maken dus, allé, we proberen het even uit. Maar dat duurde niet heel lang. Geloof mij als ik zeg dat dit nummer door Gary Clark en door niets anders dan Gary Clark gedragen wordt.
Het enfant terrible van de Belgische popmuziek kreeg het weer eens voor mekaar: een nummer opnemen waarvan je niet weet of het nou om te janken zo mooi – dan wel lelijk is. Of is er nog een derde optie: om te janken zo leuk. We shall carry on en dan komen we er vanzelf achter.
Van sommige dingen kom je nooit meer af, hoe goed je je best ook doet. Luka, Marlene on the Wall en Tom’s Diner zitten voor eeuwig aan Suzanne Vega vastgeplakt. Maar hé, dat is allemaal al weer van voor 1990. Ze zal toch niet haar leven van die verantwoorde folk liedjes zijn blijven maken? Nou nee, sterker nog, op deze nieuwe uitvoering van Walk on the Wild Side klinkt ze zomaar een beetje als Marianne Faithfull en Tanita Tikaram. Wie had dat gedacht? (Het is maar een beetje, hoor)

Jazz

Van het Foehn Trio weet ik niks, behalve dat ze net een nieuw album uit hebben die ik nodig eens uit moet checken en in Frankrijk wonen. Daar komt Erik Truffaz ook vandaan en die ken ik toevallig wel heel goed, zijn muziek althans. En dit is weer zo’n prachtige dot eclectische jazz waar Truffaz een abonnementje op heeft.
In 2018 debuteerde Nubya Garcia met Nubya’s 5ive, een geweldige plaat uit het midden van de London jazz scene die tegelijkertijd met twee benen in de Amerikaanse jazz traditie geworteld staat. Nu is daar Pace en wat een bijzonder krachtig nummer is dit weer zeg, zowel qua compositie als qua spel. Ik hoor er overal de reïncarnatie van John Coltrane in. Wat een geluk. Ergens eind augustus moet de nieuwe plaat uitkomen, die waarschijnlijk ‘Source’ gaat heten. Ik kijk er reikhalzend naar uit.
Nog eentje uit de London jazz scene, van Nick Walters. Die propte zich met zes vrienden in een studio en jamde er in een dag een hele plaat uit. Gordian Knot part 2 vliegt van hot naar her, van toeter naar gitaar maar altijd is er die strakke ritme sectie van Nim Sadot en Max Hallett. Tien minuten laag vliegen dus niet raar kijken als er klachten over geluidsoverlast binnenkomen.
Rymden is opgetrokken uit de resten van E.S.T en Bugge Wesseltofts new conception’s of jazz. In potentie een supergroep, maar daar was op het eerste album nog niet zo veel van te merken vond ik. Tot mijn grote verrassing is er dan nu deze single, als voorbode van het nieuwe album Spacesailors dat in september verschijnt. Dit is wat ze er zelf van zeggen: “This is the sound of three jazztronauts, co-ordinates set, and ignition-ready. RYMDEN keep re-evaluating and reinventing their approaches to the piano trio format, and here we find them swinging in unexpected time signatures, firing a trail of dub sparks, evoking jazz trios of the past in a post-electronic universe, and always staying true to their own trajectory.” Precies, dat hoor je direct, jazztronauts.
Tom Misch en Yussef Dayes kropen eens lekker dicht bij elkaar en leverden een album af in het centrum van jazz, pop, R&B en hiphop. Zoet en strak, vrij en vast, altijd glad schurend en puur handwerk. Kyiv namen ze op met Rocco Palladino en dankzij dit filmpje zie je wat voor rasmuzikanten het zijn. Het is hopelijk weer snel ook echt live te zien.
Delvon Lamarr’s Inner City Blues. Die doe je in de car. Met de windows omlaag. Armpje er uit en starten maar, in de D van Drive. Vooruit met die goat, gassen op rechts en tappen on the left. Dat is in het short waarom ze in Amerika vrijwel alleen nog maar automaatjes hebben. Omdat Delvon Lamarr daar is, you know en je een vrije linker foot nodig hebt. That’s why.
En ter afsluiting: de Verrassende Twintig in een open Spotify Playlist

Meer lezen over muziek? Check het muziekblog.

Songs of Disaster

Songs of Disaster is een pagina over muziek en rampen; Er komen liedjes op over rampen en over incidenten tijdens muziekconcerten. Rampzalige muziek derhalve, maar wel een beetje modern. Dus geen middeleeuwse barden of early twentieth century folkmusic. Want als de ramp van zichzelf al zo groot is, laat de muziek dan alstublieft een beetje om aan te horen zijn. Alhoewel smaken natuurlijk kunnen verschillen.

Songs of Disaster is een hoofdstuk van het Museum of Accidents.

De Songs of Disaster galerij

Songs of Disaster
Smoke on the Water is waarschijnlijk het bekendste nummer over een brand tijdens een concert.

1. Station Nightclub Fire – Great White

De Station Nightclub Fire vond plaats op 20 februari 2003. Great White, een Amerikaanse glamrock band, begon hun concert met veel vuurwerk. Het podium vloog daardoor in brand en in een mum van tijd was de ruimte gevuld met dikke zwarte rook. Honderd mensen kwamen om, waaronder de gitarist van de band.


2. Songs about Shootings

Shootings zijn tot nu toe een typisch Amerikaans fenomeen. De impact op de samenleving daar is enorm. Alleen al in 2021 waren er 691 geregistreerde ‘acts of gunviolence’. Dat laat ook vele artiesten niet onberoerd en die maken regelmatig liedjes over shootings. Deel twee van de disastersongs serie


Plaatjes draaien in tijden van Spotify; van boom naar rizoom

Minder dan een jaar zit ik nu op Spotify en het heeft mijn muziekbeleving volledig veranderd. Tegenwoordig stream ik, en ik play lists. Dat was vroeger wel anders. Toen moest je een LP opzetten en hem omdraaien, de plaat afstoffen en af en toe een naald vervangen. Een kleine muziekgeschiedenis, van boom naar rizoom.

Tientallen jaren lang was een plaatje opzetten het eerste wat ik in het weekend deed. Daarna koffiezetten en ontbijten, met de krant erbij. Eerlijk gezegd gaat dat nog steeds zo. Alleen zet ik niet meer letterlijk een plaatje op. Ik swipe door wat schermpjes en klik dan ergens op, waarna het huis zich vult met de muziek die ik net heb gekozen uit de schier oneindige database van Spotify. Het is een wonder.

LP

Toch noem ik het nog steeds plaatjes draaien, net zoals ik goede muziek nog steeds een ‘geweldige plaat’ of een ‘prachtig album’ noem. Dat is het mooie van taal: soms houden woorden de betekenis die ze hadden, terwijl de fysieke handeling die erachter ligt allang is verdwenen. We hebben geen paard meer nodig om de teugels te laten vieren, noch een stuur om het over te dragen of een plaat om muziek te luisteren. Over honderd jaar zal het een quizvraag op TV zijn. “Vingers bij de knoppen: waar komt de term plaatjes draaien vandaan?”

Mijn eerste plaat was ‘Arrival’ van ABBA, uit 1976. Ik was elf en had er hard voor gespaard. Eerder maanden dan weken. Toen ik het geld bij elkaar had, ben ik in mijn eentje op de fiets gestapt naar Siebrechts muziekwinkel, aan de andere kant van het dorp. Daar zag de uitbater eruit als een mollige versie van Simon van Collem. Vervolgens voorzichtig teruggefietst naar huis, met de LP in een plastic tas, fladderend langs het stuur.

Eenmaal thuis ging ik gelijk op zoek naar Pa, om mijn aanwinst te tonen. Hij zat bij buurman Paul. Trots liep ik daar naar binnen met mijn nieuwe schat, waar ik vrijwel direct enorme spijt van had. Buurman Paul reageerde als eerste en vroeg of hij de plaat mocht zien. Nog voor ik het door had griste hij de tas uit mijn vingers, was de plaat al uit zijn hoes en schudde hij hem tussen beide handen in, ritmisch omhoog en omlaag. Ondertussen zong hij ‘op een kangoeroe eiland’; als je het geluid hoort weet je precies welke beweging hij maakte en welke doodsangst voor mijn nieuwe plaat ik heb uitgestaan.

Het kangaroe eiland van het cocktail trio; je hoort de LP ploppen 🙂

Cassette en CD

Met de LP zelf liep het die dag overigens nog best goed af, maar niet voor heel lang. Al snel kwam ik erachter dat er ook muziek bestond als Deep Purple en Status Quo en daar paste Arrival echt niet tussen. Weg dus, met dat ding. Toen in 1978 ‘Van Halen I’ uitkwam was het helemaal gedaan met de doorsnee popmuziek. Op de radio bij Alfred Lagarde’s Betonuur en Hanneke Kappen’s Stampei, daar hoorde je het echte werk. Twee keer per week zat ik klaar met mijn cassetterecorder, vingers bij de knoppen. Zo nam ik hele tapejes op met muziek van verschillende artiesten.

Terugkijkend waren dat eigenlijk mijn eerste afspeellijsten, maar zo voelde het toen nog niet. Ik ben sowieso nooit zo dol geweest op cassettebandjes, hooguit voor in de auto. De krengen liepen altijd in de soep en gaven een steeds slechter geluid. Het is ook tekenend dat een ‘cassette opzetten’ of ‘een bandje draaien’ nooit dezelfde betekenis van muziek luisteren heeft gekregen als plaatjes draaien. In die zin was een cassette vooral een opgenomen LP. Behalve dan misschien in de Guardians of the Galaxy, maar da’s vooral nostalgie. Die trouwens ook gewoon op Spotify staat.

Toen de CD kwam, midden jaren ’80, veranderde er eigenlijk niet zo heel veel aan het plaatjes draaien. Ze waren handzamer, makkelijker op te bergen en namen minder ruimte in. Maar het bleef een rondje met een gat erin, waar je een apparaat voor nodig had om de muziek erop te beluisteren. En als ie klaar was, moest je een nieuwe opzetten. Of repeaten, dat kon natuurlijk ook.

De boom van de verzamelaar

De CD-verzamelaar ondertussen vertoonde hetzelfde gedrag als de boekenverzamelaar. In een speciale kast moet alles op de juiste volgorde worden gezet. Meestal alfabetisch binnen een genre. De verzameling ontwikkelt zich dan verder via het patroon van een boom. Onder de grond zitten de wortels, de basis van de muzieksmaak. Ook al draai je die nauwelijks tot niet, je kunt er toch niet zonder. In die zin zijn het echt de wortels: je hebt ze wel nodig, maar je hoeft ze niet te zien. Denk aan muziek van bijvoorbeeld Led Zeppelin, Pink Floyd en Deep Purple. Die zit in mijn wortels.

De boom van de muziekverzamelaar. Tekening van Wendy Kiel

Bovengronds staat de stam, waar de kern van de verzameling zich bevindt. In mijn geval waren dat toen bandjes als Kyuss en Tool. Uit de stam vertakken zich dan de specialisaties, met genres en sub-genres. Zo ontstonden er bijvoorbeeld speciaaltjes met metaalwaren (Fear Factory, Sepultura), grunge (Soundgarden, Melvins) en symfonisch (Iron Maiden, Dream Theater). Alternative, niet te vergeten (Primus, Faith no More).

Kenmerkend voor de echte boom-verzamelaar: de neiging om compleet te zijn. Alles willen hebben, van obscure persingen tot zuivere duitenkloppers; verzamelaars met allemaal bekende nummers en één nieuwe ‘from the vaults.’

Uiteindelijk fragmenteert elk subgenre in steeds vreemdere plaatjes die zich als eenlingen ontvouwen gelijk de blaadjes in het loof. Niet zelden zitten daar ook de miskopen tussen (Brujeria, om er maar eens eentje te noemen). Bij het snoeien gaan die er als eerste aan. Ruimte maken voor nieuw en vers. Op de top van mijn verzameling bestond de boom uit meer dan 1300 ceedeetjes, die door mijn toen studerende nichtje altijd met enig leedvermaak werd bezien als de gekke hobby van haar oom.

Naast deze rock-boom heb ik ook nog een jazz-boom. Grappig genoeg groeit die andersom. De nieuwe plaatjes zitten in de wortels (Eric Truffaz, Nils Petter Molvaer, ik draai het nooit meer). De stam bestaat uit de Brad Mehldau’s en E.S.T.’s van deze wereld, die luister ik nog wel regelmatig. Net als de Philadelphia Experiment. En in de kroon zit oud werk van Ahmad Jamal, John Coltrane en Miles Davis. Die zet ik tegenwoordig als eerste op. Maar ook al groeit ie andersom, het is wel een boom. En dat heb ik tot mijn 53e zo gedaan.

Het rizoom van Spotify

Want toen kwam het rizoom van Spotify. Dat ging trouwens niet van de één op de andere dag, er zat nog een interbellumpje tussen met MP3’tjes. Die gebruikte ik vooral in de auto, als ware het een handig cassettebandje. Ondertussen luisterde ik via mijn computer ook steeds meer losse nummers random uit een grote bak. Precies wat Spotify in de kern ook is. Een hele grote bak muziek met 30 miljoen liedjes. Waar je betekenis aan geeft door het te organiseren via playlists.

Mijn Americana without Borders playlist; Via Spotify kan je hem compleet vinden.

Toen ik net op Spotify zat heb ik avonden besteed om mijn oude bomen weer in te richten. Keurig alles weer onder het kopje ‘albums’ ondergebracht. Maar al gauw bleek dat zo niet te werken. Voor ik het door had zat ik liedjes te rijgen in nieuwe playlists. Van alles door elkaar; oud en nieuw, bandjes en solisten, rock en jazz. Gebaseerd op één connectie tussen jou en die liedjes. Geen boom, maar een rizoom. Het is wat Deleuze het principe van connectiviteit en heterogeniteit noemt: Any point of a rhizome can be connected to anything other, and must be.

De betekenis van een lijst evolueert vanzelf als het zich in de tijd verder ontwikkelt. Dat is een tweede kenmerk van rizomen: multipliciteit. “A multiplicity has neither subject nor object, only determinations, magnitudes and dimensions that cannot increase in number without changing the multiplicity in nature.” Zo was ik ooit met een playlist ‘Americana’ begonnen, die al snel werd aangevuld met tips van Spotify. Dus stond er opeens ‘Get thy bearings’ van Donovan tussen. En even later ‘Saturday Sun’ van Nick Drake. Waarop de playlist eerst tot ‘Mostly Americana’ werd omgedoopt en later ‘Americana without borders.’

Soms wordt een playlist zo groot, dat ie niet meer het gevoel oplevert wat je er ooit mee bedoeld had of dat je bepaalde liedjes opeens te weinig hoort. Dan kan je volgens het principe van de onsignificante scheuring je playlist gewoon uit elkaar trekken. “A rhizome may be broken, shattered at a given spot, but it will start up again on one of its old lines or on new lines”. Zo heb ik uit de Americana playlist een nieuwe lijst ‘Groot zand’ afgesplitst, met liedjes van onder andere Howe Gelb en Calexico.

The map is not the territory

Nog een kenmerk van een rizoom. “The rhizome is altogether different, a map and a tracing. The map is open and connectable in all of its dimensions; it is detachable, reversible. Susceptible to constant modification.” Elke maandag en vrijdag komt Spotify met nieuwe aanbevelingen, gebaseerd op hoe je rizomen er op dat moment bijstaan. Dat levert soms grote verrassingen op, soms ook zit het er volledig naast. Maar ergens ligt er dan toch een connectie volgens het algoritme, in een dimensie die je zelf (nog) niet ziet. Neveneffect: je kunt nooit compleet zijn, er past altijd wel iets bij. Alles willen hebben moet je gewoon loslaten.

Get thy Bearings van Donovan

Ook de family playlist kan bijzondere invullingen krijgen: zo bleek ik opeens allerlei liedjes van Alicia Keys bij te dragen aan de familielijst. Dat is het principe van de decalcomania: forming through continuous negotiation with its context, constantly adapting by experimentation, thus performing a non-symmetrical active resistance against rigid organization and restriction. Je rizoom verandert door de context waar hij in groeit, net zoals de context verandert door het rizoom. Dat u het maar weet, niks gebeurt in isolatie.

Een van de belangrijkste kenmerken van een rizoom is dat het meerdere ingangen kent. Er zijn alleen lagen, er is geen begin en geen einde. Ook dat zie je in Spotify terug, op verschillende manieren zelfs. Als een playlist afgelopen is, gaat ie vanzelf door met er aan gelieerde muziek: nummerradio dan wel artiestenradio. Zet een grote playlist op shuffle, en het ding speelt nooit dezelfde volgorde van liedjes. Daarnaast kun je van een album een playlist maken, en die kan je dan weer in een mapje stoppen. Een beetje op z’n booms, eigenlijk, maar dan via de wetten van het rizoom: the map is not the territory.

Inmiddels is me duidelijk geworden dat sommige albums zo goed zijn, dat het een playlist op zichzelf is. Zoals ‘Dream River’ van Bill Callahan, ‘Antiphon’ van Alfa Mist of ‘Desolation Blues’ van Chris Whitley. (Ja, de muzieksmaak is inderdaad nogal veranderd de afgelopen jaren). Die staan nog steeds onder het kopje ‘albums.’

Van de rest heb ik de beste nummers overgenomen in een playlist en het album zelf verwijderd. Uit mijn eigen mapjes, althans. Want in de territory, de bak van Spotify, daar staan ze gewoon nog in. Wie weet kom ik ze weer eens tegen, als ik een playlist ben begonnen waar ze inpassen. Want dat is plaatjes draaien in tijden van Spotify. Continu veranderende playlists, met af en toe een geweldig album; muziek luisteren in een rizoom.


Meer lezen over muziek? Of boeken? Check Boek & Plaat

Afro Blue, het lied van hoop

Afro Blue wordt gezien als de eerste latin jazz standard, geschreven door Mongo Santamaria in 1959. Ikzelf ontdekte het toevallig, toen ik kort na elkaar de versies hoorde van Melanie de Biasio, Robert Glasper en Marc Copland. Steeds datzelfde thema in zulke verschillende muziek. Het maakte mij nieuwsgierig naar het verhaal achter Afro Blue. Dat begint in Cuba.

“When I play I don’t know how I do it, or what I do … I just play”

mongo santamaria

Cuba, 1898. Na ruim 400 jaar overheersing jaagt Amerika de Spanjaarden uit de Cubaanse kolonie en sticht er een onafhankelijke staat. Nou ja, onafhankelijk, het is eerder een protectoraat. De Verenigde Staten grijpen nog meerdere malen in en blijven lange tijd een vinger in de pap houden. Tot Fidel Castro de macht grijpt in 1959, maar dat is weer een heel ander verhaal.

In 1917 wordt Ramon Santamaria geboren in Havana. Zijn vader geeft hem de bijnaam ‘Mongo’. ‘Leider van de stam’ betekent dat in Mali, het land waar de voorouders van Ramon vandaan komen. Hij groeit in armoede op, tussen vriendjes van voornamelijk Afrikaanse komaf. Ze maken veel muziek op straat, met bongo en percussie. De jongens leren spelen van elkaar en door naar anderen te kijken. Ondertussen hopen ze allemaal op een carrière als muzikant. In 1937 is dat eindelijk zover voor Mongo: hij krijgt zijn eerste echte baan als percussionist bij het Septeto Balano en later het Orquesta Cubaney.

Mongo in 1969, toen al 52 jaar. Zijn hele leven zou hij een jonge uitstraling houden

Van Mexico naar New York

Ondertussen was het behoorlijk gaan rommelen in Cuba. Rond 1933 ontstaat er in het landsbestuur een hoop gedoe door de ‘Opstand der Sergeanten’. Een zekere Battista grijpt de macht, onder goedkeurend wegkijken van Amerika. Er worden stromannen benoemd, terwijl Battista zelf achter de schermen aan de touwtjes trekt en dubieuze samenwerkingsrelaties aangaat met de Amerikaanse maffia. Het is in deze onrust dat veel jazzmuzikanten het land verlaten. Santamaria gaat eind jaren veertig eerst nog naar Mexico, waar hij speelt met de danser Pablito Duarte. In 1950 vestigt hij echter zich in New York. Daar groeit hij uit tot een invloedrijke figuur in de latin-jazz.

”Mongo’s major contribution,” said the percussionist Bobby Sanabria, ”was that he applied the conversational aspect normally played on the bongo to the conga drums. But more importantly, Mongo always represented the close ties that Cuban music has to West Africa.”

Afro Blue

En dat is precies wat je hoort in zijn grootse jazz standard ‘Afro Blue’, die hij in 1959 opneemt met de band van Cal Tjader. De eerste vijf seconden beginnen met percussie in een typisch Afrikaans ritme. Dan valt de bas in en staat het basisframe van het nummer. Na 20 seconden komt er nog een ritme overheen en nog één en nog één, alles bij mekaar wordt het een vrolijk polyritmisch spektakel. Met daar tussendoor steeds die fluit, die keer op keer het wereldberoemde thema van Afro Blue inzet. Er spreekt hoop uit, geloof in een betere toekomst, maar tegelijkertijd ook een zekere melancholie. Het is die combinatie van sferen die het voor mij zo’n onweerstaanbaar muziekstuk maken.

Oscar Brown

In 1959 schrijft Oscar Brown een tekst voor Afro Blue, die hij een jaar later op zijn LP ‘Sin & Soul’ zet. “The album is regarded as a true classic for openly tackling the experiences of African Americans with songs such as ‘Bid ‘Em In’ and ‘Afro Blue’. Sin & Soul is also significant because Brown took several popular jazz instrumentals and combined them with self-penned lyrics on songs such as ‘Dat Dere’, ‘Afro Blue’ and ‘Work Song‘. Het oorspronkelijke Afro Blue is op Sin & Soul teruggebracht tot een kaal percussieritme waar Brown haast a-capella zijn tekst over uit spreekt.

Dream of a land my soul is from

I hear a hand stroke on a drum

Elegant boy, Beautiful girl

Dancing for joy, Delicate whirl

Shades of delight Cocoa hue

Rich as a night

Afro blue

Two young lovers dance face to face

With undulating grace

They gently sway, Then slip away

To some secluded place

Whispering trees, Echo their sighs

Passionate pleas, Tender replies

Shades of delight Cocoa hue

Rich as a night

Afro blue

Lovers on flight, Upward they glide

Burst at the height, Slowly subside

And my slumbering fantasy assumes reality

Until it seems it’s not a dream

The two are you and me

Shades of delight Cocoa hue

Rich as the night

Afro blue

Oh shades of delight Cocoa hue

Rich as the night

Afro blue

John Coltrane

Afro Blue wordt pas echt beroemd door de uitvoering van John Coltrane. Hij verschijnt op de LP ‘Live at Birdland’ uit 1964. Coltrane maakt van het vrolijk polyritmisch nummer een furieuze jazz wals, met McCoy Tyner aan de piano, Jim Garrison op bas en Elvin Jones achter de drums. Dit viertal zou een jaar later het meesterwerk ‘A Love Supreme’ opnemen en was hier al flink op stoom om dat topniveau te gaan halen. Toch laat ik niet die uitvoering van Afro Blue hier horen, maar eentje van McCoy Tyner uit 2001, van het album ‘Plays John Coltrane at the Village Vanguard.’ Tenslotte was McCoy Tyner er ook al bij in 1964, en deze uitvoering heeft zo’n mooie sound. Dat is ook wat waard.

The Doors

The Doors zijn weliswaar geen jazzband, maar pikken af en toe toch een stukje mee. Tijdens de live uitvoering van Universal Mind, van het album ‘Absolutely Live’ uit 1970, begint na zo’n 2,5 minuut Robbie Krieger met het themaatje van Afro Blue, waarna de rest enthousiast invalt. Het is één van de eerste crossovers van Afro Blue naar pop. Daar zouden er nog vele van volgen.

Melanie de Biasio

Zoals de versie van Melanie de Biasio uit België, van het album Lilies uit 2017. Volgens allmusic.com is het echter geen pop, maar jazz. Nou ja, als het maar goed klinkt. En dat doet het. De Biasio maakt met haar interpretatie een bloedstollende versie als uit een film noir, waar de grens tussen pop en jazz volledig in de schemer verdwenen is. Al helemaal op deze liveregistratie uit 2018.

Robert Glasper

Er zijn ook artiesten die de grens tussen pop en jazz juist door zonneschijn laten verdwijnen. Die het gewoon laten verbleken. Zo iemand is Robert Glasper, die samen met Erykah Badu op ‘Black Radio’ een heerlijk lui hip hop jazz funk nummer op de plaat heeft gezet. Ja, het is allemaal nog steeds dat liedje van Mongo uit 1959. Maar dan weer anders.

Marc Copland

Marc Copland wordt ook wel de piano whisperer genoemd, vanwege zijn techniek en het kristalheldere geluid. In 2019 verscheen ‘And I love her’, een prachtig album met Drew Gress en Joey Baron. Dat vond allaboutjazz.com ook:

What’s remarkable about this compelling album opener is that it was never planned to be a part of And I Love Her‘s recording session.”We were warming up,” Copland says [in the press sheet], “and as so often happens, Joey started a groove, in this case a 6/8 thing….and I heard ‘Afro Blue’ in my head, which I’m not sure I’d ever played before.”

Er zijn nog ontelbare andere versies van Afro Blue gemaakt. Die ga ik je niet allemaal laten horen, als je zin hebt kun je zelf door mijn Spotify Playlist scrollen. Ik heb er in dit blog zeven op een rijtje gezet die mij om verschillende redenen fascineren. Wat ze allemaal gemeen hebben is die combinatie van hoop en melancholie.

Dat is de kracht van echt goede muziek: het roept andere gevoelens bij je op dan alleen de herkenning van een leuke melodie of refrein. Precies de magie die je niet in woorden kunt vatten, zoals Mongo zelf ook al zei: “When I play I don’t know how I do it, or what I do … I just play”.

Afro Blue, De Playlist

Meer lezen over muziek? Of boeken? Check Boek & Plaat

« Oudere berichten

© 2023 Rizoomes

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑