Wanderings

Tag: Interbolegerend

Spontane menselijke ontbranding

Leestijd: 6 minuten

Spontane menselijke ontbranding is een interbolegerend fenomeen dat steeds weer de kop opsteekt. Bij mij kwam het toevallig voorbij in de brandweerpraktijk, maar het had al mijn interesse toen ik nog Psychologie studeerde. Hoe de dingen soms samen kunnen komen.

Helen Conway

Ik denk niet dat Helen Conway zich haar levenseinde had voorgesteld als een verkoolde romp op een stoel, met haar benen nog redelijk intact eronder. Toch is dat wat er gebeurde op 8 november 1964, zo laat de foto van dit tafereel ons zien.

De overblijfselen van Helen Conway. Foto Robert Meslin 1964

Ik vind de scene niet zozeer gruwelijk als wel raadselachtig. Wat zou daar gebeurd zijn? Hoe kan een volwassen mens verkolen terwijl het bijzettafeltje dat er naast staat, onaangeroerd lijkt? En wat zit er allemaal op die muur gesmeerd? Is dat de verdampte Helen of is het bluswater residu? Zou het Team Brandonderzoek hier een protocol voor hebben? Allemaal vragen die zich opdringen bij het bekijken van de foto.

Volgens de brandweer van Upper Darby, Pensylvania, moest er wel sprake zijn van spontaneous human combustion, spontane menselijke ontbranding. Dat kon gewoon niet anders, een andere verklaring hadden ze er niet voor kunnen vinden. In hun opinie is het namelijk onmogelijk dat een volwassen vrouw in korte tijd helemaal verbrandt, zonder zichtbare ontstekingsbron of aanvullende brandstof. Spontane menselijke ontbranding was het enige wat overbleef als je alle andere oorzaken had geëlimineerd.

Bovendien was het ook allemaal heel snel gegaan, als ze de berichten van de dochter van mevrouw Conway mochten geloven. Die had de woning van haar moeder verlaten om 08.42 en zes minuten later vond de brandweer haar zoals op de foto te zien. Zoiets hadden ze nog nooit mee gemaakt, daar in Upper Darby en men hoopte dat het ook bij één geval zou blijven.

Dit boek kocht ik tijdens een vakantie in Schotland, in zo’n archetypisch klein boekwinkeltje.

Spontane menselijke ontbranding is een vagelijk gedocumenteerd fenomeen, waarbij mensen kennelijk zonder duidelijke aanleiding in brand vliegen en daardoor het leven verliezen. Vergeet de branddriehoek, zonder ontstekingsbron of hoge temperatuur staat het slachtoffer opeens in brand, zo wordt verteld.

Vandaar de term spontaneous human combustion: uit zichzelf vliegt het in brand. Vreemd genoeg is de directe omgeving van de menselijke resten volgens de diverse rapportages nauwelijks door brand aangetast. Er vindt dus geen branduitbreiding plaats. Nog vreemder is dat niemand het in al die keren ooit live heeft meegemaakt. Het kan dus net zo goed zijn dat een enorme lila kabouter er plezier in schept om mensen in de fik te steken met een mega-thermische lans. Niemand zag het één noch het ander, ga dan maar eens zeggen wat waar is.

Occam’s Razor & spontane menselijke ontbranding

In dit soort gevallen en trouwens ook in alle andere, geldt Occam’s Razor: als er meerdere hypotheses zijn die een verschijnsel kunnen verklaren, dan moet je de meest eenvoudige zoeken. Degene met de minste entiteiten en aannames, die moet je hebben. Waarschijnlijk valt de roze kabouter met zijn thermische lans dan als verklaring af.

Hetgeen overigens niet automatisch betekent dat spontane menselijke ontbranding dan de enige overgebleven oorzaak is, daarover zo meer. Je kan natuurlijk ook je schouders ophalen en denken: lekker belangrijk, kan mij die Occam schelen en vervolgens overgaan tot de orde van de dag. “Ik ga me helemaal niet bezighouden met spontane menselijke ontbranding.”

Maar zo makkelijk kom je er niet altijd mee weg. Ergens begin 1998, ik werkte nog voor brandweer Amsterdam, ontving ik post van een zekere mijnheer Kostelijk. Het was een wat verfomfaaide bruine envelop, die minimaal één tweede leven had gekregen om de aan mij geadresseerde brief te vervoeren. Her en der waren eerdere adresuitingen doorgestreept. Voor alle zekerheid was er bovendien ruim afgedicht met plakband.

De eerste brief van meneer Kostelijk. Er zouden er nog vele volgen.

De brief zelf was handgeschreven, in een handschrift dat zowel bibberig als expressief was. De heer Kostelijk, een gepensioneerd leraar Nederlands van 80 jaar volgens zijn schrijven, hield zich nog steeds bezig met het publiceren van artikelen voor het tijdschrift ‘Onze Taal’ en over zijn laatste geschrift had hij graag een wederhoor gezien van een ter zake deskundige rondom het begrip van de menselijke zelfverbranding. Daarom was hij niet zozeer bij mijn persoon als wel bij de brandweer Amsterdam terecht gekomen. Of hij mij mocht bellen?

Dat mocht. Het werd een geanimeerd gesprek, eentje die ik zou willen classificeren als tussen ‘amices’ met de daarbij horende beleefdheidsvormen die het leven zo aangenaam kunnen maken, ook al was ik nog veel te jong om een amice te zijn.

Ik ging dus een ingezonden stuk schrijven, daar kon ik na het gesprek met mijnheer Kostelijk niet meer onderuit. Mijn brief werd keurig afgedrukt in het aprilnummer van ‘Onze Taal’ in 1999. Ik heb het betreffende exemplaar nog ergens in een doos liggen en met enig gezoek vond ik het voor dit beeldverhaal weer terug. De getypte versie is in de WP 5.1 geschiedenis verschwunden in een digitaal zwart gat, tezamen met veel andere documenten.

Wat schreef ik toen? Ik citeer een stukje. “De cruciale factor kan dus bewustzijn zijn. Is het mogelijk dat iemand zo erg van de wereld is dat hij niet merkt dat hij in brand staat? Veel vermeende slachtoffers van zelfontbranding zijn in bed gevonden, of op een stoel. Dit impliceert inactiviteit, wellicht slapen of bewusteloosheid.”

Het eerste deel van het artikel uit Onze Taal

Uit enkele autopsierapporten bleek bovendien dat de slachtoffers tamelijk beneveld waren. Even verderop beschrijf ik wat tegenwoordig het ‘wick effect’ wordt genoemd, het lijf als kaars: “Sommigen wijzen erop dat het onderhuidse vet van mensen kan smelten, waarbij kleding als een soort lont kan fungeren. Als de temperatuur hoog genoeg is, kan men op deze wijze als ware men een kaars verbranden.”

De mens is dus gewoon een binnenstebuiten kaars, met het vet aan de binnenkant en de lont aan de buitenkant. Uit proeven met varkens is gebleken dat het kaars effect inderdaad optreedt. Makkelijker kan Occam het niet maken.

De twijfel van de praktijk

Toch brengt de praktijk je dan soms opnieuw aan het twijfelen. Het moet eind 1999 zijn geweest dat ik werd opgeroepen voor een brand in een bejaardentehuis. De brand was bij aankomst al onder controle, zo zei de Alarmcentrale mij, maar er was een slachtoffer bij te betreuren en derhalve werd ik ook ter plaatse verwacht.

Het rusthuis was een relatief nieuw gebouw, ergens in Amsterdam West, precies weet ik het niet meer. Wat ik me wel herinner was dat er een lichtblauwe parafine achtige damp in de gangen hing. En omdat de brandmeldinstallatie was afgegaan, deed de lift het niet en moesten we met de trap vier verdiepingen naar boven, in die blauwe damp die naar fondue smakend op je tong neersloeg. Boven stonden alle deuren en ramen wijd open om de rookslierten kwijt te raken. “Ze zit in die stoel daarbinnen,” zei de brandmeester. “Althans, dat wat van haar over is.”

In het midden van de kamer stond een hele grote stoel, stoffen bekleed met bloemenmotief. De oude vrouw zat erin, gekleed in een nachtpon van één of ander synthetisch materiaal. Haar hoofd hing schuin opzij, richting de linkerarm. Haar rechterarm lag verkoold op de leuning, weggebrand tot onder de schouder in de borstkas.

Verder was ze volledig intact, net als de stoel en de rest van haar nachtpon. Ik keek het met verbazing aan. Zoiets had ik nog nooit gezien, en het was kennelijk ook heel snel gegaan. Van brandmelding tot ter plaatse had hooguit 6 minuten gekost, hoorde ik later van de Alarmcentrale. “Heb jij toevallig een hele grote lila kabouter voorbij zien komen,” zou ik de brandmeester gevraagd hebben als ik dit verhaal toen al geschreven had. Maar nu stond ik daar enige tellen sprakeloos.

“Gek verhaal, he,” zei de brandmeester toen hij naast me kwam staan. “Die hele kamer stond vol met brandende kaarsen toen we aankwamen. En alle asbakkies vol, nou dan weet je het wel.” Ja, toen wist ik het wel. De mens is een binnenstebuiten kaars en Occam’s Razor houdt je altijd scherp. Wat ik daarnaast geleerd heb, misschien wel net zo belangrijk, is dat je brieven van gepensioneerde leraren Nederlands nooit weg moet gooien. Er zit mogelijk een Kostelijk verhaal in.

Naschrift: Na de briefwisseling met mijnheer Kostelijk heb ik ook nog enige keren met Jan Willem Nienhuys van Skepsis contact gehad en hem mijn exemplaar van Fire from Heaven uitgeleend. Nienhuys schreef dit artikel dat ik van harte onderschrijf. De laatste update van dit blog is van 23 mei 2020

Interbolegerend, de strategie van de onzin

Leestijd: 9 minuten

De strategie van de onzin is misschien niet zozeer een strategie als wel een statement. Met onzin aantonen dat wat er gebeurt, onzin is. Op een speelse manier. Maar onzin heeft ook een schoonheid in zichzelf.

Die ontdekte ik al zoekend en schrijvend aan dit blog. Dat bestaat dan inmiddels ook uit een aantal delen. Deel 1 is het oorspronkelijke blog uit 2016 over het woord ‘interbolegerend’. Deel 2 en 3 volgden in datzelfde jaar, en toen dacht ik dat het wel af was. Daarna was het dus even stil rondom de onzin.

Tot ik voor deel 4 het boekje over de waantaal van Nico ontdekte. Die moest en zou er bij, vond ik, en daarmee is het blog weer geopend. Een deel 5 zou zo maar tot de mogelijkheden behoren. Maar eerst deze vier maar eens lezen, te beginnen met het woord waar het allemaal mee begonnen is: interbolegerend.

Interbolegerend 1: Onzin

In 2020 werk ik al weer 19 jaar op Schiphol. En never a dull moment. De dynamiek van de luchthaven is groot en er is altijd wel iets te beleven. Dat begon eigenlijk al direct. Klaas Makker, mijn baas en de toenmalige commandant van Brandweer Schiphol, had het plan opgevat om ter introductie van het vakgebied vliegtuigbrandbestrijding samen naar een congres te gaan in Manchester. Dat was nog eens een mooi begin van een nieuwe baan.

In de tweede week van september zou het werk dan echt beginnen. En dat deed het op een wel heel bizarre wijze: op 11 september 2001 vlogen twee vliegtuigen in de Twin Towers New York. Alle toestellen die vanaf Schiphol onderweg waren naar Amerika keerden terug en zetten de normale bedrijfsvoering zwaar onder druk. Het leverde niet direct heel veel extra werk op voor de brandweer, maar het gaf mij al in mijn tweede werkweek een goed inzicht in het crisismanagement op de luchthaven.

911-schiphol-vertrektijd
Foto van Schlijper
De strategie van de onzin

In dit blog wil ik het echter niet over crisismanagement hebben, maar over management. Of beter, ongewoon management en de strategie van de onzin. Want van een goede baas leer je gekke dingen, zo is mijn ervaring na 25 jaar. En wat dat betreft was Klaas een goede baas.

In de eerste weken van mijn nieuwe baan nam hij me mee naar allerlei vergaderingen, om me snel mijn weg in de burelen te laten vinden. Niet alle vergaderingen waren even spannend en sommige zelfs oersaai. En in één van die vergaderingen hoorden ik hem opeens zeggen dat hij het een kwestie vond die bijzonder interbolegerend was. Enigszins verbaasd keek ik hem aan. Interbolegerend? Wat was dat nou weer?

Maar kennelijk vond niemand het een rare opmerking. De inbreng van Klaas werd vanuit diverse zijden beaamd en met een grote glimlach liet hij de kwestie verder zo interbolegerend als hij was en ging men over naar het volgende agendapunt.

Toen we later op de weg terug waren naar de kazerne vroeg ik hem wat interbolegerend eigenlijk betekende. Hij keek me grijnzend aan en zei: “Ik heb geen idee. Je bent de eerste die het vraagt. Ik zal er eens over nadenken”.

Toen ik hem wat ongelovig bleef aankijken vervolgde hij: “Ja je moet toch wat met zo’n stom agendapunt. Af en toe gewoon even een schop onder het orgel geven, dan speelt het vanzelf verder”. Dat is de strategie van de onzin.

Strategie van de onzin

Klaas had meer van dergelijke onzin woorden, maar interbolegerend is het enige dat ik heb onthouden. Ook Google had er tot vandaag nog nooit van gehoord, zie mijn screenshot maar:

Interbolegerend Search Results

De grootmeester van de onzinwoorden is natuurlijk Toon Hermans. Al noemde hij het zelf kolderliedjes. Op papier zijn het inderdaad nonsens, maar als je ze uitspreekt zijn ze fonetisch toch opeens te herleiden tot normale woorden. Kijk maar eens naar Snupitu.

Snupitu

Snupitu ijssitu glaassitu
Snupitu flensitu speculaassitu
Snupitu kaasitu gebaccitu
Snupitu coffitu kejakkitu

Onzinwoorden

Onzinwoorden zijn ook in gebruik als leestest voor kinderen. Het combineren van echte woorden met nonsens zou dan het taalgevoel moeten stimuleren. Ook al verschillen de meningen daar nogal over. Welke woorden staan bijvoorbeeld hier?

valaf
nertaicon
daalpemerem
lenbakprul
bakas

Interbolegerend zoals Klaas het bedoelde was echter niet zozeer een kolderliedje noch een leestest, maar eerder een vorm van Bullshit Bingo avant la lettre. Het was de strategie van de onzin, met onzin aantonen dat er sprake is van onzin. Als iedereen zo nodig moeilijke woorden wilde gebruiken, dan kende hij er ook nog wel een paar. 

Het geniale er van was natuurlijk dat hij glimlachend het gesprek voortzette als de rest net deed of ze wisten wat interbolegerend betekende. In die zin gebruikte hij onzinwoorden als een milde vorm van een practical joke.

Bullshit Bingo
Buzword Bingo van Dilbert

Het belangrijkste doel wat ik met blog heb is, naast het vertellen van een leuk verhaaltje, dat het woord interbolegerend in de zoekresultaten van Google terecht gaat komen. Bij wijze van experiment, natuurlijk, maar altijd leuk om te proberen. Dus breng dit blog vooral bij heel veel mensen onder de aandacht en laat ze het via hun eigen browser lezen, om de zoekmachines de weg te wijzen. Ik ben benieuwd hoever we komen.

Interbolegerend 2: Google

Op 10 augustus 2016 kwamen de eerste resultaten van het experiment door op Google. Met name via Twimmer werden de ‘interbolegerend’ tweets in de zoekresultaten weergegeven. Uiteindelijk heb ik 5 tweets geplaatst, die inclusief retweets gezamenlijk zo’n 4500 views op Twitter kregen. Een mooi bereik, en groot genoeg om voldoende mensen naar de website te trekken die het blog gingen lezen.

Want het doel werd op 14 augustus 2016 bereikt: interbolegerend was opgenomen in de zoekresultaten, meer specifiek stond www.rizoomes.nl bovenaan het rijtje. Top!

Screendump Interbolegerend 20160814

Via @huskyneus en @MEvers02 kwam ook het andere onzinwoord uit deel 1 boven tafel dat Klaas veel gebruikte, maar dat ik me niet meer kon herinneren: epibreren.

Toen ik ging zoeken op epibreren, werd ik toch een klein beetje verrast. Want dat onzinwoord bleek dus wel te bestaan, ook al betekende het formeel niets. Het werd in 1954 voor het eerst door Simon Carmiggelt genoemd in één van zijn ‘Kronkels’.

Het betekent namelijk niets. Het is gewoon maar een woord. Ik heb het zelf verzonnen. Op een dag was er een lastige heer aan het loket, die ons haast wilde laten maken met een kwestie, die zijn tijd moest hebben. Ik zei: ‘Meneer, u hebt groot gelijk, maar geef ons nog een weekje om de zaak te epibreren. Het woord kwam vanzelf uit mijn volheid tevoorschijn. En het werkte uitnemend: de man ging getroost heen.’

Toen ik dit las kon ik me niet helemaal aan de indruk onttrekken dat Klaas precies wist wat epibreren betekende en waar het vandaan kwam, en dat hij zijn eigen epibratie heeft gevolgd door interbolegerend te bedenken.

Epibreren en interbolegeren zijn woorden die dus eigenlijk aan elkaar gerelateerd zijn, zowel qua ontstaansgeschiedenis als betekenis. Al zit er gevoelsmatig wel een verschil tussen, maar het blijft allebei de strategie van de onzin.

Snijders en Jiskefet

Op 7 augustus kwam de volgende verrassing rondom onzinwoorden, en wel van de absurdistische scheurkalender van Ronald Snijders tijdens een kleine hoempert.

7 augustus

De grap van bovenstaande nonsens is dat ze dus wel degelijk iets zegt. Natuurlijk zijn ze verkeerd gespeld en daarmee taalkundig onzin, maar psychologisch gezien wordt er wel degelijk (onbewust) een betekenis toegekend aan dergelijke onzinwoorden.

De menselijke psyche is namelijk dol op patronen, en herkent al gauw iets, ook al is het soms verkeerd. In dezelfde foutcategorie zat de omslag van het laatste boek van Joop van Riessen. Kijk maar eens goed, het is echt fout.

Moord op de de tramhalte

Via @vonklinkenhoven ervaarde ik ook weer een hernieuwde kennismaking met de mannen van Jiskefet. Meer in het bijzonder refereerde @vonklinkenhoven aan de hoempert, hij kwam al voorbij, uit een geweldige sketch die Scheepskamelen heet.

Prachtige onzinwoorden komen er in voor. De al eerder genoemde hoempert, maar ook bijvoorbeeld ‘roegen’, ‘kierder’, ‘kneukeren’ en ‘heugers’. Mooie woorden die niets betekenen, maar waarvan je denkt dat je weet wat het is door de uitleg van Wim van Nijssel, gespeeld door Michiel Romeijn. Aan het eind gaat Wim ook nog een stukje dichten:

Ik liep door een straat, ik zie haar lopen
Ik weet niet wat er binnen was gekropen
Een traan, Viel op het plaveizel
Hé, ben jij dat, Wim van Nijssel?

Wim van Nijssel, dat ben ik dan.

Dan zit ik vaak liever op een oud schip.

English sports

De meest interbolegerende sketch van Jiskefet is echter niet Scheepskamelen, maar English Sports. In een sublieme persiflage wordt de draak gestoken met Engelse sporten, waarbij de beelden van onnavolgbaar onzincommentaar worden voorzien. Hier is de onzin geen strategie meer, maar krijgt het een schoonheid in zichzelf.

Het is allemaal nonsens, maar het lijkt verschrikkelijk echt. Zelfs de lengte van de video is een sneer; hij duurt net te lang, zoals Engelse sporten ook net te lang plachten te duren. Een goed moment om dit blog af te sluiten, want interbolegerender dan dit gaat het nooit worden.

Interbolegerend 3: Nootmuskaat Kolonel

Voorwoord nootmuskaat kolonel

Net toen ik het interbolegerende onderwerp van de kolderliedjes en nonsensteksten dacht afgesloten te hebben, viel mijn oog in de winkel op een nieuw boekje van Toon Hermans: De Nootmuskaat Kolonel.

Toon zou dit jaar honderd zijn geworden en ter ere van dat feit worden er een paar speciale uitgaven op de markt gebracht. En het moet gezegd, de Nootmuskaat Kolonel is wel een hebbedingetje. Mooie tekeningetjes in een ruim vormgegeven hardcover, met prachtige gedichtjes en kolderteksten.

Het begint al bij het voorwoord. Het zijn niet de enige raadselachtige woorden in het boek. Zo adviseert hij in het gedicht ‘kaas’ dat je nooit met kroketten over introconcilisatie moet beginnen. En tekent hij de Laarsmodulant, die rimmelroosjes op verkeerd terrein schiet. Maar het is niet alleen maar onzin in het boek, er staan ook van die typische Toon gedichten in als ‘on’.

on

Als ik door de duinen fiets

denk ik vaak; er is geen niets

want ik zie in alles iets

als ik door de duinen fiets

zie de wind, de zee, de zon

zie de zin en zie de on

En zoals gezegd, er staan ook mooie tekeningen in het boekje, zoals het Rode Kolosaaltje:

Kolosaaltje (2)

Kortom, een hebbedingetje voor de Toon liefhebber. Ik sluit deel 3 interbolegerend af met een gedicht uit de Nootmuskaat Kolonel. Treffender kan het niet.

mooj zo

Nee, ik kan het naar niet laten

altijd maar dat wauwelpraten

ik wil daar nu een eind aan maken en in plaats van spreken kwaken

blaten, bleren, kwekken, koeren

maar ik stop met ouwehoeren.

Interbolegerend 4: Waantaal van Nico

“Ik heb het heel druk gehad met de geruite fornuit op de straat. Nogal bewollig met een linkse bang. Verder glad en met hokken en blokken gevuld. Ik heb ze uit elkaar gehaald. Erg moeilijk, zo tollig en zwarrig. Ik kan mijn hol niet uitscharen!”

‘Zo tollig en zwarrig’ is een ontroerend boekje van Elseline Knuttel met tekeningen van Jan Stroeve over de waantaal van Nico. Nico Broekhuijsen was al ruim in de negentig toen hij opeens vreemde woorden ging gebruiken.

De zinnen waren grammaticaal correct, maar de bijvoeglijke naamwoorden en zelfstandige naamwoorden bleken verbasterd, nieuw, samengesteld of op enig andere wijze tot stand gekomen. Niemand die het weet, ook Nico niet.

Elseline vond ze echter zo bijzonder, dat ze hun gesprekken vastlegde op papier. Niet vanuit een medisch perspectief, zo noteert ze in het boek, maar om je te verwonderen over de schoonheid ervan. En mooi is het.

Veel van die taal kan zo bij Marten Toonder vandaan komen. Ze roept iets bij je op, al weet je niet precies wat. Jan Stroeve maakte er tekeningen bij, los van de originele context van het gesprek, om die gevoelens uit te kunnen beelden.

Ik zie ze dan zo zitten, met elkaar aan tafel. Elseline met een blocnote en vol aandacht, Nico die praat en voelt dat hij begrepen wordt. Want contact is meer dan alleen het juiste woord op het juiste moment gebruiken.

Misschien geeft een onzinwoord in zo’n situatie nog wel veel meer verbinding, omdat de semantiek dan niet meer in de weg staat. Er valt niks fout aan te nemen, geen veronderstelling is onjuist. Een onzinwoord is goed noch fout, hij is en legt contact tussen twee mensen zodra hij wordt uitgesproken. “We bleven met elkaar in contact, een zielscontac,” schrijft Elseline.

“In de laatste dagen van zijn 97-jarige leven zei Nico: Schiet op! Ik wil wegwaaien, wegvloeien. En uiteindelijk riep hij: Schuur het vuur naar m’n uur.” Het is het slot van een prachtig boekje over de schoonheid van onzinwoorden.

Intuïtiepomp

Leestijd: 3 minuten

Een intuïtiepomp is een gedachtenexperiment, waarbij je met een metafoor mensen laat zien hoe ze intuïtief met iets omgaan, wat hun onbewuste aanname is. In dit blog heb ik het toegepast op de brandweer, omdat ik daar toen werkte. Maar je kunt ze voor elke andere organisatie of situatie gebruiken.

Zou het toeval zijn dat ik na het schrijven van het blog over intuïtie tegen het nieuwe boek van Daniel Dennett aanliep waarin hij de intuïtiepomp beschrijft? Het leek mij in ieder geval wel het juiste moment om er een nieuw blog aan te wijden. Het ijzer is nu nog heet, zal ik maar zeggen, hoewel ik ook nog niet helemaal precies weet wat ik met die intuitiepomp aan moet. Maar daar is het dan ook een onderzoeksblog voor, nietwaar?

Laat ik beginnen met een eerste intuïtie over de pomp toe te lichten. Want wij brandweermensen denken bij een pomp gelijk aan volpompen. Met water. Dennett bedoelt oppompen. Vergroten, versterken. Van intuïtie.

Daarvoor gebruikt hij de intuïtiepomp als instrument. Eigenlijk is een intuïtiepomp niets anders dan een gedachtenexperiment, waarbij je met het juiste verhaal, analogie of metafoor mensen probeert te wijzen op hoe ze intuïtief met een bepaalde situatie of gedachte omgaan.

Intuïtie in deze context gaat over onbewuste aannames, vanzelfsprekendheden en attitudes die je door je leven heen langzaam hebt opgebouwd. En die bij een goede intuïtiepomp opeens het gevoel geven van: “Aha, zit het zo”!

Overigens is het niet van het grootste belang dat een intuïtiepomp het juiste antwoord oplevert. Maar het moet wel de juiste vraag opleveren en wijzen op een centrale vanzelfsprekendheid.

Een belangrijke reden om intuïtie te challengen en te expliciteren kwam in een commentaar van Brugghemans op mijn vorige blog aan de orde. Het is namelijk niet zo dat intuïties per definitie juist zijn. Ze moeten op de juiste manier begeleid en bevraagd worden om uiteindelijk als gids te kunnen dienen voor het goed en veilig kunnen optreden als brandweer. Ik denk dat gedachtenexperimenten daarbij kunnen helpen en een mooie aanvulling betekenen op het reguliere oefenprogramma. 

Dennett definieert intuïtiepompen zelf als volgt:

“A popular strategy in philosophy is to construct a certain sort of thought experiment I call an intuition pump […]. Intuition pumps are cunningly designed to focus the reader’s attention on “the important” features, and to deflect the reader from bogging down in hard-to-follow details. There is nothing wrong with this in principle. Indeed one of philosophy’s highest callings is finding ways of helping people see the forest and not just the trees. But intuition pumps are often abused, though seldom deliberately”.

Een mooie éénregelige intuïtiepomp van Dennett gaat over de vraag waar je ‘ik’ nu precies zit. “Bij een hersentransplantatie kan je maar het beste de donor zijn”.

In zijn boek geeft hij ook nog het voorbeeld van de Grillige Gevangenisdirecteur (het lijkt Suske en Wiske wel). De Grillige Gevangenisdirecteur wacht elke nacht tot alle gevangenen diep in slaap zijn en haalt dan de deuren van het slot. Vraag: zijn de gevangenen nu vrij?

De Zorgzame Ziekenhuisdirecteur wacht elke nacht tot alle zieken in slaap zijn en doet dan de deuren op slot, omdat hij bang is voor diefstal. Zijn de zieken nu gevangenen?

Een ander mooi voorbeeld komt van Wittgenstein. Tijdens een diner vraagt hij aan zijn tafelgenoot waarom mensen dachten dat het logischer was dat de aarde om de zon draait, dan dat de aarde om zijn eigen as draait. “Nou”, zegt de tafelgenoot, “omdat ik denk dat het er uit ziet alsof de zon om de aarde draait”. Waarop Wittgenstein vraagt: “Maar hoe ziet het er dan uit als de aarde om zijn as draait”?

Even terug naar de brandweer. Zijn er intuïtiepompen voor de brandweer te bedenken? Na lang pijnigen van de hersens kon ik er tot nu toe drie halen uit eigen ervaring.  Ze zijn nog niet heel scherp gedefinieerd vind ik, maar de onderliggende vraagstukken zijn in mijn ogen wel relevant.

Intuitiepomp Bestaansrecht van de brandweer.

De eerste is afkomstig van een training over veiligheid bij repressie die ik gaf. Het ging over het effect van overleden collega’s op het voortbestaan van de onderneming. Uit onderzoek was namelijk gebleken dat veel ondernemingen die slachtoffers onder het eigen personeel te betreuren hebben, onder druk komen te staan. En bij het MKB leidt het zelfs regelmatig tot het verdwijnen van bedrijven. Voor de aanwezige brandweerofficieren leverde deze vraag geen enkele twijfel op. “Wij staan in de wet, dus we kunnen helemaal niet opgeheven worden”.

Is de wet het bestaansrecht van de brandweer? Of heeft de brandweer ook een intrinsiek bestaansrecht? Als alle onderlinge verbanden en gezamenlijkheid zijn verdwenen, bestaan je dan nog omdat je in de wet staat? Hoeveel van je organisatie kun je er eigenlijk af slopen voordat je niet meer bestaat? En als dat punt bereikt is en je staat nog steeds in de wet, wat bestaat er dan nog?

Dit blog is onderdeel van het thema human factors. Op die pagina staan meer blogs over expertise en ervaring.

© 2020 Rizoomes

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑