Wanderings in crisis

Tag: Historie (Pagina 1 van 4)

Brand Nieuwe Kerk Dordrecht

Leestijd: 5 minuten

Op 22 januari 1568 woedde er een grote brand in de Nieuwe Kerk van Dordrecht. Jan Doudijn legde de gebeurtenis vast op een fascinerend doek, dat in het Dordrechts museum hangt. Een kleine analyse.

Brand Nieuwe Kerk Dordrecht 1568
Het schilderij van Jan Doudijn in vol ornaat. Met een Iphone gefotografeerd tijdens bezoek aan het Dordrechts Museum.

De grote brand in de Nieuwe Kerk van Dordrecht is om meerdere reden interessant. In de eerste plaats als nieuwsfeit. Het is een soort persfoto die Doudijn er van heeft gemaakt. Althans, zo lijkt het. Keurig netjes alles geschilderd zoals hij het gezien heeft. Of hem verteld is, dat is onbekend.

Het meest fascinerende vind ik echter de compositie, waarin schout Adriaan Blijenburgh pontificaal middenin staat afgebeeld. Het tafereel draait volledig om hem. Blijenburgh is het centrum van de gebeurtenis, misschien is hij zelfs wel de verlosser, we weten het niet.

Wat we wel weten is dat de Nieuwe Kerk werd herbouwd. Betaald door vier families, waaronder die van Blijenburgh. Volgens de tekst naast het schilderij in het museum stonden de familiewapens van de vier betalende families op de blusemmers. Ik heb dat zelf niet goed kunnen zien. Overigens bestaat de Nieuwe Kerk nog steeds.

Tekst op de lijst

Rondom het schilderij is een rijm op de lijst geschilderd, waarschijnlijk in een uitloper van het Middelnederlands. Zo’n tekst maakt het schilderij voor mij meer waard. Het wordt welhaast een document, ook al zijn de vier regels niet direct helemaal duidelijk. Het vergt minimaal twee keer lezen.

T WAS OP DACH NA AGNIETEN DACH

VAN DAT IAER STAAT HIER GESCHREVEN

MEN DE NIEUW- KERKCK VERBRANDEN SACH

WAS ‘T VIER GROOT SEER STIIF VERHEVEN

Agnietendag is de naamdag van de heilige Agnes, 21 januari. De tweede en derde regel spreken eigenlijk wel voor zich. De laatste zin vond ik in eerste instantie lastig te begrijpen, maar toen ik via een online Middelnederlands woordenboek had ontdekt dat ‘vier’ ook ‘vuur’ betekent was het nader bericht gelijk duidelijk: zeer grote brand, stijf verheven.

Details

Ik maakte ook nog drie detailfoto’s van het schilderij, omdat ik benieuwd was of je bij uitvergroting interessante brandfeitjes kon ontdekken. Zoals ik ook bijvoorbeeld de grafitti bij dit werk van Gerard Houckgeest had gevonden.

Bij het schilderij van Doudijn had ik vooral brandweer vragen. Hoe getrouw zou deze brand zijn nageschilderd? Is het een artist impression, of mogen we er toch nog wat brandtechnisch uit afleiden? Zo ja, dan nog zal het lastig interpreteren zijn, omdat zulke oude gebouwen nu eenmaal een ander brandgedrag hebben dan we tegenwoordig gewend zijn in de praktijk.

Er vallen wel een paar dingen op:

  • Op het eerste plaatje zie je dat de brand binnen volledig ontwikkeld is. Door de ramen is de vuurgloed goed zichtbaar. Opvallend is wel dat het glas er kennelijk nog helemaal in zit. Voor een glas in lood van die omvang is dat een opmerkelijke prestatie. Als het klopt, natuurlijk.
  • Het tweede en derde plaatje laten zien dat het dak al deels is ingestort. Dat doet iets met de stabiliteit van zulke oude gebouwen, zou je zeggen (het stond er al vanaf 1170). Niet voor niets staan die vaak bol van de muurankers omdat de muren elkaar hangend staande houden. Toch lijkt het metselwerk op het schilderij nog ongeschonden en staat alles nog fier overeind.
  • Op het derde plaatje zien we de toren. Met een kerkklok er nog in, lijkt het wel. Dat is niet heel waarschijnlijk als de brand echt zo groot was.
  • Er is op het tweede plaatje iets te onderscheiden wat op een badkuip op wielen lijkt. Misschien was het een watervoorraad voor de emmers. De brandspuit zoals Jan van der Heijden die beschreef was er pas vanaf 1671 – 1673, dus die kan men nog niet ingezet hebben.

Al met al denk ik dat deze weergave van de brand in de Nieuwe Kerk van Dordrecht niet heel waarheidsgetrouw is. Maar daar was het waarschijnlijk ook niet voor bedoeld. Ik vermoed zelfs dat de brand in het echt minder groot was dan hier afgebeeld. Met blusemmers krijg je mijns inziens zo’n volledige kerkbrand nooit onder controle en zal het gebouw tot de grond toe afbranden. Omdat de herbouw in 25 jaar tijd gerealiseerd werd, mogen we aannemen dat een groot deel van de kerk gespaard is gebleven.

Adriaan Blijenburgh

Waar zou het schilderij dan wel voor bedoeld zijn geweest? Ik denk in de eerste plaats om het leed dat Dordrecht getroffen had aanschouwelijk te maken. Zo zag onze Nieuwe Kerk er uit tijdens de brand, is het niet verschrikkelijk?

Maar daarnaast denk ik dat het een reclamefolder was voor Adriaan Blijenburgh. Prominent Dordtenaar die de gemeenschap redt en die je gerust schout / schepen / burgemeester kan maken. Ik heb niet kunnen vinden wie de opdrachtgever was van Doudijn, maar het zal me niets verbazen als het Adriaan zelf was, dan wel één van zijn vrienden.

Voorstudies

En dat is dan weer het mooie van het moderne internet, uurtje zoeken en je vindt van alles. Zoals deze voorstudies die Doudijn maakte. Interessant om te zien dat de positie van Blijenburgh op de linkerfoto in de definitieve versie een kwart slag is gedraaid, meer prominent is gemaakt. Ook weer een aanwijzing voor een opdrachtgever die met dit schilderij ook andere doelen wilde dienen dan een waarheidsgetrouwe weergave van de werkelijkheid.

Met recht een fascinerend doek. Ga hem vooral in het echt bekijken.

Veilig betekent ‘buiten nood’

Leestijd: 2 minuten

Veylig bediedt buyten noodt

Taal is zeg maar echt mijn ding. Dankzij taal kan ik communiceren. Kan ik vertellen wat ik van iets vind door er een stukje over te schrijven. Kan ik lezen wat anderen voor mooie gedachten hadden, waar ik van kan leren. En kan ik beschrijven wat ik zie en hoor, welke processen ik waarneem, zonder dat die in de fysieke werkelijkheid zichtbaar hoeven te zijn. Als alles in die taaluitwisseling goed gaat, weten we precies wat we bedoelen als we een systeem instabiel vinden, of reactief, of juist veilig.

Vervolgens kan je het daar op inhoudelijke gronden verschrikkelijk mee oneens zijn, en krijg je discussies over het nut van zero accidents, trapleuningen vasthouden, achteruit inparkeren en de validiteit van Heinrichs driehoek dan wel pyramide. Om zo’n gesprek te voeren gebruik je woorden, zoals zelfstandige naamwoorden en werkwoorden. En dat is waar ik het eigenlijk over wil hebben: werkwoorden en ander taalkundig gespuis.

Want van veilig bestaat geen werkwoord en dat vind ik raar. Veilig is meestal een bijvoeglijk naamwoord en daarmee beschrijft het een eigenschap van iets anders. Zoals een veilige omgeving, of veilig verkeer. In de vorm van veiligheid is het een zelfstandig naamwoord, ook al zo statisch. Kennelijk beweegt het dus niet, veiligheid, als je het aan de taal vraagt. Het is een status, iets wat is, of niet, of te weinig.

Screenshot van zoeken naar de herkomst van het woord ‘veilig’

Beveiligen is daarentegen wel een werkwoord. Je beveiligt een pand, een informatiesysteem. Het is actief, je doet het en als het lukt is het beveiligd. Ook een status, maar een dynamische status. Beveiligen beweegt namelijk mee met de boef, is die zelfs het liefst voor. That’s the spirit.

Op zijn best is veilig een bijwoord. Dan geeft het lading aan een werkwoord, een extra kwaliteit. Zoals veilig werken, veilig handelen, veilig rijden. Maar ja, het is wel een beetje nep. Want kennelijk kan je dan ook rijden, werken en handelen op een onveilige manier. Veilig heb je dus niet altijd nodig, volgens de taal. Zou dat vroeger misschien anders zijn geweest, toen de onveiligheid in de samenleving veel groter was?

Het korte antwoord daarop is nee. In de Taalgids 8 uit 1866 vind ik een prachtige polemiek over de herkomst van het woord veilig. Voor zover ik uit het gebakkelei kan afleiden is in 1636 voor de eerste keer ‘veyligh’ als Nederlands woord verklaard met ‘ende bediedt buyten noodt.’ Hoogstwaarschijnlijk is het via de Friezen geïmporteerd uit Scandinavische talen, waar ‘fehlig’ zoiets betekende als afgedekt, beschut.

“Voor eeuwen beduidde veilig reeds gedekt voor gevaar of ramp, en dát-alléén beduidt het nog”, concludeert mr. A Bogaers in zijn betoog dat veilig niet afkomstig is van het werkwoord veilen, dat ‘te koop’ betekent. Gedekt voor gevaar of ramp is inderdaad wel een mooie status, zo bedenk ik mij, die eigenlijk op gaat voor alles.

Meer heb je niet nodig. Laat dat werkwoord dan maar zitten.

Dit blog is ook verschenen als column in NVVK Info 2020-2. Het is onderdeel van het hoofdstuk Veiligheid op Rizoomes.

De Notre Dame is altijd meer dan ze ooit geweest zou zijn zonder brand

Leestijd: 5 minuten

De brand in de Notre Dame is meer dan een door vuur verwoeste kathedraal. Het is ook een verhaal over identiteit en politiek, over de symboliek van markante gebouwen en over vooruitgang. Of niet. Een blog in etappes waarbij steeds nieuwe vragen opdoemen…

Het is 15 april 2019, net als vele anderen volg ik de brand in de Notre Dame via Twitter. Om 21.18 tweet ik: “Met de kathedraal brandt er niet alleen een gebouw af, maar ook de herinnering van miljoenen mensen die er door de eeuwen heen zijn geweest. Er valt een gat in ons collectief (on)bewustzijn.”

Brand in de Notre Dame, 20.06h. Foto Godefroy Troude.

Maar dat bleek iets te vroeg gefilosofeerd. Een paar uur later stond het gebouw nog grotendeels overeind. Geen gat dus. Er voor in de plaats kwam een vraag: hoeveel kun je van de Notre Dame vervangen voor het de Notre Dame niet meer is? Is ze over vijf jaar, zodra ze weer hersteld is volgens Macron, nog steeds zichzelf? Of is de Notre Dame dan meer dan ze ooit geweest is zonder haar geschiedenis?

Roland Barthes en de argonauten

Ik ga met mijn vraag te rade bij Roland Barthes. Die had zich ook al eens afgevraagd wanneer een object verandert in een ander object als je er heel veel van vervangt. Maar dan voor het schip Argo, van de Argonauten.

“A frequent image: that of the ship Argo (luminous and white), each piece of which the Argonauts gradually replaced, so that they ended with an entirely new ship, without having to alter either its name or its form.

This ship Argo is highly useful: it affords the allegory of an eminently structural object, created not by genius, inspiration, determination, evolution, but by two modest actions (which cannot be caught up in any mystique of creation): substitution (one part replaces another, as in a paradigm) and nomination (the name is in no way linked to the stability of the parts): by dint of combinations made within one and the same name, nothing is left of the origin: Argo is an object with no other cause than its name, with no other identity than its form.”

Roland Barthes

Barthes is er zeker van: als je de naam hetzelfde laat en de vorm ook, blijft het ding altijd zichzelf. Ik kijk naar de foto en denk: maar dat geldt niet voor brand. Ook al is de Notre Dame straks weer haar stralende zelf, dan nog is deze brand voor eeuwig toegevoegd aan haar geschiedenis. De Notre Dame is daarom altijd meer dan ze ooit geweest zou zijn zonder haar rampen. What doesn’t kill you, makes you stronger, zeggen ze, en misschien geldt dat ook wel voor dit gebouw.

De Argo volgens Volanakis Konstantinos

Update 11 juli 2020: herbouw van de Notre Dame

Deze week werd bekend dat de Notre Dame toch hersteld zal gaan worden in de oude luister. Zo veel als mogelijk worden de oorspronkelijke bouwmaterialen hergebruikt. Zelfs het lood dat tijdens de brand voor zo veel verontreiniging zorgde in de buurt wordt weer terug gebracht in de oude staat. Een bijzondere keuze.

Macron volgt daarin het advies van een nationale commissie erfgoed en architectuur, hoewel hij zelf eerder had aangegeven een gemoderniseerde Notre Dame wel een goede optie te vinden. Op de achtergrond speelt mee dat Frankrijk de Olympische Spelen van 2024 organiseert en dan moet de kathedraal herbouwd zijn. Met een nieuw ontwerp gaat dat zeker niet lukken.

Foto van Wikipedia onder CC 4.0

‘De authenticiteit, harmonie en samenhang van dit meesterwerk van gothische kunst moet op die manier worden gewaarborgd’, zo citeert de Volkskrant uit het rapport van de commissie. Authenticiteit, harmonie en samenhang, het zijn woorden waar Macron naar snakt nu zijn populariteit het afgelopen jaar tot een minimum is gedaald.

Het is de vlucht naar achteren: op dit moment is er kennelijk alleen landelijke overeenstemming te krijgen over wat er was, over het oude. Niet over het nieuwe, wat er zou kunnen komen. Wie weet zijn de tijden zo ongewis dat men dit er niet bij kan hebben. Het probleem van onze tijd is dat de toekomst niet meer is wat ze geweest is.

Le problème de notre temps, c’est que le futur n’est plus ce qu’il a été.

paul valery

De Notre Dame is niet wat ze is, maar wat men vindt dat ze is. Zolang de vorm en de naam uit de meest nabije herinnering maar gelijk blijft. Zodoende wordt ook de beroemde torenspits (die pas in de 19e eeuw werd toegevoegd) volledig gereconstrueerd. Want we moeten ook niet weer terug naar helemaal vroeger. Het moet wel een beetje beschaafd blijven.

Er is maar één conclusie. Barthes had gelijk.

Update zomer 2020

In de zomer van 2020 is begonnen met het verwijderen van de steigers die nog rondom de Notre Dame stonden. Het gaat in totaal om 200.000 kilo aan steigers met een totale hoogte van 40 meter. Het merendeel van die steigers is vastgesmolten door de hitte tijdens de brand. Het jeugdjournaal (jazeker 🙂 ) heeft er een leuk filmpje over.

Het is een gevaarlijke klus: op grote hoogte, aan een wankel steigersysteem en de torenspits komt los te staan. Ook deze fase is een verhaal dat wordt toegevoegd aan de geschiedenis van de Notre Dame. Die nog steeds de Notre Dame is. Wat een vraag voorbij Barthes oproept: hoeveel kun je van iets afslopen voordat het niet meer is wat het was? En als je een steen meeneemt van wat ooit de Notre Dame was, is zo’n steen dan op dat moment ook niet meer afkomstig van de Notre Dame maar van wat het dan is? Oftewel, kan de identiteit van een onderdeel met terugwerkende kracht veranderen als de identiteit van de oorsprong is veranderd?

Update februari 2021

De plannen om de Notre Dame in oude luister te herstellen krijgen steeds meer vorm. Inmiddels is bekend dat de afgebrande torenspits van 96 meter hoog wordt herbouwd conform het ontwerp uit 1859. En dat doen ze niet zomaar een beetje herbouwen. Nee, er is een zoektocht gestart naar zo’n 1000 eiken van tussen de 150 en 200 jaar oud. Om de nieuwbouw zo oud mogelijk te laten lijken.

Voor de Amerikaanse president Trump maakte de Franse Civile Bescherming graag een uitzondering door in het Engels te twitteren in plaats van het reguliere Frans. Deze tweet was een reactie op Trump, die meldde dat de brand met een bosbrandvliegtuig zo geblust zou zijn.

Tegelijkertijd is men aan het speuren naar eeuwenoude stenen die in de twaalfde en dertiende eeuw uit de Parijse ondergrond zijn gehaald. Die willen ze gebruiken om de muren te herstellen. Ook dat is weer aanleiding voor interessante vragen over identiteit van gebouwen en constructies: is de Notre Dame meer zichzelf met oud eik en oud steen dan met nieuw eik en steen?

Als de burger blussen gaat

Leestijd: 2 minuten

Vanuit het niets gaat de brandweer voorbij, ze stoppen, iedereen vliegt de auto uit. Luiken gaan omhoog, ze pakken slangen en gaan rollen. Ze kijken, zoeken naar een brandkraan die het nog doet. En ze gooien rode bundels in het rond, leggen de slangen neer voor gebruik. Eén, twee, veel slangen zijn er nodig, nog meer, het zijn er niet genoeg voor dit kolossale vuur, dit inferno. Er is te veel brand en te weinig weer. Dat is het moment dat de burger blussen gaat.

Kijkend naar al die mensen op het Damrak die bij Body World naar binnen gingen, dacht ik aan die beroemde brand uit 1963. Nu was het heet. Toen bij het C&A was het ijskoud, met een harde oostenwind. Het jaar van de zwaarste elfstedentocht ooit.

De Jan van der Heijden kon door de bevroren binnenwateren maar met moeite ter plaatse komen. In die omstandigheden kon de brandweer de hulp van de burgers goed gebruiken. Speuren naar vliegvuur, vertelt het verhaal, want het waaide zo hard en alles was zo droog.

Maar dat is niet het hele verhaal. Ook al veranderde de C&A langzaam in een ijspaleis door het bluswater, onder controle kwam de brand niet. De BB (Bescherming Bevolking) werd ingezet, maar nog meer handen waren nodig. Waardoor er nog maar één ding op zat: het is vijf uur in de ochtend als de burger blussen gaat.

De burger die blussen gaat. Brand bij C&A in Amsterdam, 15 / 16 februari 1963

Aanslagen in Brussel; Maalbeek en Zaventem

Leestijd: 5 minuten

Deze pagina over de aanslagen in Brussel is een combinatieblog uit the Museum of Accidents Het begint met een essay over de betekenis die het incident voor mij heeft. Daarna volgt een visual note met de leerpunten van ‘de mannen van ploeg C.’ Aansluitend vind je een feitelijke omschrijving van de gebeurtenissen, gevolgd door filmpjes die een goed beeld geven van de situatie ter plekke. Het wordt afgesloten met links naar andere informatiebronnen.

When evil men plot doen wij de deur op slot

De verhouding tussen safety en security wordt al sinds jaar en dag geïllustreerd met het verhaal van de nooduitgang. Vanuit safety zou je het liefst de deur open houden, zo vertelt men dan, terwijl je vanuit security de deur juist op slot wilt. Een regelrechte tegenstelling. Meestal verliest de security maatregel het dan van safety. Het voorkomen van criminaliteit scoort vanouds namelijk lager dan het voorkomen van slachtoffers door ongevallen. Een uitermate logische redenatie, zo vond ik ook altijd. Tot nu toe.

Natuurlijk is het zo dat de patstelling van de nooduitgang met allerlei technische hulpmiddelen opgelost kan worden. Maar daar gaat het mij nu even niet om. De vraag die ik heb is of we allerlei vanzelfsprekendheden in onze voorbereiding op rampen en ongevallen niet opnieuw tegen het licht moeten houden na de aanslagen in Parijs en Brussel? De laatste terroristische aanslagen zijn nietsontziend en veroorzaken een sterk onveiligheidsgevoel omdat het elke keer lijkt of er geen einde aan komt: nog een schietpartij, en nog één, en nog één, het houdt niet op. En dan ook nog eens door zelfmoordterroristen die al door hun laatste remming heen zijn en geen grens in hun wreedheid meer kennen.

Dat geeft de laatste aanslagen een nieuwe dimensie. Niet meer één klap en dan voorbij. En ook niet meer aangekondigd, wat bij Westerse terreurgroeperingen vroeger toch wel een soort erecode was. Gaat safety in deze nieuwe werkelijkheid dan nog steeds automatisch boven security? Of moet je in sommige situaties toch voor een andere invalshoek kiezen?

Kijk ter illustratie eens naar de openbaarheid van informatie op internet. In de voorbereiding op aanslagen is het verzamelen van informatie een belangrijke factor. Het internet is een zegen voor de terrorist. Alles wat hij nodig heeft staat online. Plattegronden, rampbestrijdingsplannen, schadecirkels, opslag gevaarlijke stoffen, positie en bereikbaarheid van risicovolle bedrijven, noem maar op. Ooit openbaar gemaakt vanuit het nobele streven om burgers meer inzicht te geven in de risico’s van hun woonomgeving en nu een factor die de kans en impact van een aanslag kan beïnvloeden.

De vraag is: moet echt alles op deze manier online, of moet je strategischer over planvorming en risico’s communiceren vanuit een nieuwe security awareness? Wees kritisch over al je openbare informatie-uitingen en kijk er nog eens naar met de blik van een terrorist, zoals je een ethische hacker je cybersecurity laat testen. Zou je dan nog steeds alles online zetten?

Visual note: de mannen van ploeg C

Korte omschrijving aanslagen in Brussel

  • Datum: 22 maart 2016
  • Locatie: Vertrekhal vliegveld Zaventem en metrostation Maalbeek.
  • Type incident: Explosie door bomaanslag, gevolgd door kleine restbranden. Veel glasscherven en weggeslingerd interieur.

Bijzonderheden

  • Op 22 maart 2016 gaat er omstreeks 08.00 een bom af in de vertrekhal van vliegveld Zaventem in Brussel. Een paar seconden later gaat een tweede bom af nabij een Starbucks filiaal. De aanslagen vinden plaats nog voor de securitycheck in het openbaar gebied van de luchthaven.
  • Een derde bom wordt later gevonden, nog niet afgegaan maar wel op scherp. Het blijkt de zwaarste bom van de drie te zijn, met grote nevenschade tot gevolg omdat besloten werd deze af te laten gaan in het terminal gebouw.
  • Er komen 14 mensen om het leven, inclusief twee daders en er raken ongeveer honderd mensen gewond. De verwondingen van de slachtoffers zijn heftig en doen denken aan oorlogsgebied.
  • Het schadebeeld in de Terminal is chaotisch. Veel glasscherven, zowel binnen als buiten. Plafonds en armaturen zijn naar beneden gekomen en maken het gebied moeilijk toegankelijk.
  • Ongeveer een uur later, om tien over negen, ontploft een bom in een metrostel dat net station Maalbeek had verlaten. Er komen 21 mensen om het leven, inclusief de dader. Zeventien mensen raken zwaar gewond. Veel reizigers brengen zich via de metrogangen in veiligheid.
  • In totaal komen er 35 mensen om het leven.
  • De dreigingsstatus van België wordt verhoogd naar 4, het zwaarste niveau. Veel openbare activiteiten worden stil gelegd. Mensen wordt gevraagd niet naar het centrum te komen. Twee weken later wordt het dreigingsniveau weer terug gebracht naar 3.
  • Communicatienetwerken raken overbelast, zowel portofoonkanalen als mobiele telefonie. Het publiek wordt gevraagd zo min mogelijk gebruik te maken van telefonie om de crisisbestrijding niet extra te belasten.
  • Op 3 april 2016 gaat de luchthaven beperkt in gebruik. Tentconstructie en extra controles leiden tot lange wachtrijen, waardoor veel mensen hun vlucht missen.
  • Pas op 2 juni is de herbouw gereed en kan Zaventem weer volledig open.
  • De metro rijdt weer vanaf 25 april dat jaar.

Effecten in Nederland

De bomaanslag op Brussel brengt ook in Nederland een schokgolf teweeg. Nu komt het opeens wel heel erg dichtbij. Niet iedereen is daar overigens direct van onder de indruk. Bij sommige directeuren van veiligheidsregio’s leeft de overtuiging dat een aanslag niets anders is dan normaal grootschalig optreden waar geen extra voorbereiding op nodig is. Na de eerste analyses kantelt dit beeld gelukkig en gaan diverse partijen van de Nederlandse brandweer en rampenbestrijding hard aan de slag om zich voor te bereiden op terrorismegevolgbestrijding (TGB).

In betrekkelijk korte tijd wordt onder andere een handreiking TGB opgeleverd, gevolgd door een ELO module voor de eerste inzet. Er worden diverse multidisciplinaire oefeningen georganiseerd om de afstemming tussen blauw, rood en wit te onderzoeken en protocoleren. Dat leidt onder andere tot een zonering van aanslagen waarop de taken van de verschillende hulpdiensten worden georganiseerd. Brandweermensen worden opgeleid voor optreden in de warm en cold zone. Bij de GHOR en ambulancediensten worden maatregelen genomen om het slachtofferbeeld van een aanslag adequaat te kunnen behandelen.

Ruim een jaar verder is goed zichtbaar dat de bomaanslag op Brussel ook in Nederland heeft gezorgd voor een verdere professionalisering van de hulpdiensten. In die zin zijn de explosies in Zaventem en Maalbeek echte veranderbranden en horen ze in de brandweercanon thuis.

Film

Links en nadere informatie:

Op Rizoomes verschenen al vanaf januari 2016 blogs over brandweeroptreden in vijandige en gewelddadige omgevingen, onder andere als gevolg van ongeregeldheden bij de jaarwisseling 2016. Zie bijvoorbeeld hoe word je brandweerbaar en het blog over tactische brandweerbaarheid. Geweld en agressie liggen volgens Rizoomes in een spectrum verdeeld over diverse kleurcoderingen, waarbij code black staat voor een terroristische aanslag. When evil men plot stelt vragen over de security kant van safety: misschien moet safety niet altijd meer leidend zijn, maar security. Om de safety te waarborgen. Het is inderdaad een paradox.

Dit gebeurde er in de laatste dagen voor de aanslag op Brussel. Reconstructie van wat er zich afspeelde bij de terroristen voordat ze hun aanslag pleegden

Wereld staat stil bij de aanslagen in Brussel. Liveblog van de NOS. Inmiddels gesloten, maar nog wel allemaal terug te zien.

Terrorismegevolgbestrijding. Site van Brandweer Nederland, met o.a. een link naar een documentaire over de eerste uitruk naar Zaventem.

Optreden na een aanslag. Site van Brandweer Nederland, met o.a. een link naar het kennisdossier Terrorisme. Daar moet je wel autorisatie voor hebben.

Special Operations Team van Ambulancezorg Amsterdam. Het S.O.R.T. wil op drie gebieden gespecialiseerde respons geven; Grootschalige Geneeskundige Bijstand (GGB), Terrorisme Gevolg Bestrijding (TGB) en Evenementen.

Aanslagen in Brussel. Wikipedia met een overzicht van de gebeurtenissen.

Dit blog is onderdeel van het the Museum of Accidents. Laatste update is van 3 juni 2020.

Wandelend herdenken over de Waalsdorpervlakte en het Ereveld Loenen.

Leestijd: 8 minuten

De Waalsdorpervlakte is bij veel mensen bekend als de plek waar de Tweede Wereldoorlog op 4 mei wordt herdacht. Maar er is meer over te vertellen. Zo loopt er bijvoorbeeld via mijn familie een link van de Waalsdorpervlakte naar het Ereveld in Loenen, waar we bij toeval achter kwamen tijdens enkele wandelingen. Eind november 2020 werd in Loenen ook de nationale veteranenbegraafplaats geopend naast het Ereveld; een mooie en terechte blijk van erkenning.

Meijendell

Wie van wandelen houdt, kan beter niet naar Meijendel gaan. Je struikelt er over de kinderwagens en op de verharde paden is het buitengewoon druk, alsof je in de stad tussen toeristen loopt. De drukte wordt hoofdzakelijk veroorzaakt doordat grote delen van het gebied zijn afgesloten voor publiek en iedereen zich dus over een beperkt aantal paden moet wurmen. Er vindt namelijk ook waterwinning plaats door Dunea en onnodige vervuiling moet zo veel mogelijk voorkomen worden.

Die wandelbeperking is dus wel logisch, maar het is voor de liefhebber van het onverharde pad in rustige natuur toch even slikken. Bomen zijn er dan weer wel genoeg, dus als je het daar om te doen is, moet je misschien toch maar eens gaan kijken.

Waalsdorpervlakte

En als je daar bent, loop dan zeker ook langs het monument op de Waalsdorpervlakte. Sowieso omdat je altijd aandacht moet hebben voor oorlogsmonumenten. Daar worden de mensen herdacht die hun leven hebben gegeven voor onze vrijheid. Dat is normaal al goed om te beseffen, maar in het huidige tijdsgewricht, met al die oplopende spanningen tussen landen en bevolkingsgroepen is het helemaal goed om even stil te staan bij wat een oorlog betekent.

Het is daarnaast ook interessant om de vlakte eens in het echt te zien en je er over te verbazen hoe klein het eigenlijk is, als je het vergelijkt met de jaarlijkse televisiebeelden van de dodenherdenking op 4 mei. Want dat is waar de meeste mensen de Waalsdorpervlakte van kennen.

Voor mij persoonlijk heeft de Waalsdorpervlakte ook een positieve herinnering uit mijn jeugd. Mijn opa en oma Meevers Scholte woonden er niet ver vandaan. Bij de vlakte linksaf en dan waren we er al bijna. Welke verschrikkingen zich er in de Tweede Wereldoorlog hadden afgespeeld wist ik als kind niet. Misschien had ik er dan een andere associatie bij gehad.

Vlakbij de Waalsdorpervlakte zit ook de oude gevangenis van Scheveningen. Tegenwoordig is het een oorlogsmonument, onder de naam Oranjehotel. Ruim 25.000 mensen hebben er in de oorlog gevangen gezeten, waaronder bekende mensen als Hein Polzer (Drs P), Simon Vestdijk en Erik Hazelhof Roelzema, de Soldaat van Oranje. Voor zover bekend zijn er minimaal 734 mensen in de gevangenis om het leven gekomen.

18 dooden

De eerste massa-executie in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog vond plaats op de Waalsdorpervlakte op 13 maart 1941. Achttien mensen werden gefusilleerd. Jan Campert maakte er het beroemde gedicht ‘de 18 dooden’ over.

Het gedicht ‘De achttien dooden’ van Jan Campert. Campert werd zelf gearresteerd toen hij Frans van Raalte hielp vluchten in Baarle Nassau. Uiteindelijk overleed hij in 1943 in kamp Neuengamme.

Naar schatting zijn er tussen de 250 en 280 mensen door de Duitsers gefusilleerd daar in de duinen. Direct na de oorlog werd het eerste monument geplaatst, in de vorm van vier houten kruizen. Later is dat monument vervangen door bronzen replica’s.

In april 1959 werd de grote Bourdonklok geplaatst, vlak bij het monument. Op de rand van de bel staat een tekst van Cleveringa:

Ik luid tot roem en volging van hen

die hun leven gaven tot wering van onrecht,

tot winning der vrijheid en

tot waring en verheffing

van al Neerlands geestelijk goed.

Bij elke herdenking wordt de klok geluid, beginnend om vijf voor half acht en eindigend vlak voor acht uur. Na twee minuten stilte klinkt het Wilhelmus en daarna loopt de stille tocht langs het monument, wederom begeleid door de grote Bourdon. Pas als de laatste bezoeker het monument heeft gepasseerd, stopt de klok met luiden.

Verboden toegang

Die tekst van Cleveringa op de rand van de klok wilde ik wel eens van dicht bij zien, nu ik er toch was. Tot mijn grote verbazing stond er echter een groot ‘verboden toegang’ bord bij de trappen naar de klok. Het is kennelijk niet de bedoeling dat je er dicht bij komt.

Op het eerste gezicht kon ik me daar nog wel iets bij voorstellen, om vandalisme te beperken. Als je wilt voorkomen dat mensen de boel slopen moeten ze misschien inderdaad uit de buurt worden gehouden. Ik kan niet goed inschatten hoeveel er daar kapot wordt gemaakt.

Maar als vandalisme zo’n groot probleem is, zet er dan een echt hek neer met een stevig slot. En niet zo’n kniehoog raster waar je zo overheen stapt. Daar trekt een sloper zich natuurlijk niets van aan, van zo’n symbolisch hekje.

En opeens besefte ik dat bij het symbolische hekje mijn probleem zat. Want een monument is in zijn geheel een symbool, een plaats van eer en herdenking. Als het hekje slechts een symbolische anti-vandalisme werking had, waarom is er dan het symbool van het verbod geplaatst, met een verwijzing naar het strafrecht?

Het effect van deze vreemde maatregel is dat er nu een ‘verboden toegang’ bord staat bij een oorlogsmonument. Verboden om te herdenken, lijkt het. Waarom is er niet gekozen voor het symbool van respect, met een vraag om dit monument te eerbiedigen, zoals bij de vier bronzen kruizen verderop wel is gedaan? Dat zou veel beter passen. De toegang verbieden tot een oorlogsmonument is het verbieden van herdenken. Zo ver moeten we het niet laten komen.

Op 4 september 2021 zijn de Waalsdorper Vlakte en het Oranjehotel aangewezen als Rijksmonumenten om de herinnering aan het verzet in de Tweede Wereldoorlog levend te houden. Niemand mag deze slogan over het Oranjehotel vergeten: ‘In deze bajes zit geen gajes, maar Hollands glorie potverdorie!’

Ereveld Loenen

Veel van de verzetsstrijders die gefusilleerd en begraven waren op de Waalsdorpervlakte zijn later herbegraven op het Ereveld in Loenen. Laatst was de Engelandvaarder Grisnigt op televisie, en hij zei onder andere dat hij vond dat er te weinig aandacht was voor de Nederlandse erevelden waar soldaten, verzetsstrijders en slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog begraven liggen.

Grisnigt heeft natuurlijk groot gelijk en dan moet je ook iets gaan doen wat verder gaat dan er alleen maar een mening over hebben. Omdat we al in de buurt van Loenen waren, besloten we om er een kijkje te nemen. En daar later dit blog over te schrijven.

Ereveld Loenen

Het ereveld van Loenen is een indrukwekkende plek, waar je gelouterd vandaan komt. Je loopt er over meanderende paden langs ontelbare graven. Allemaal met naam, geboortedatum en datum van overlijden. In het midden van het veld torent een groot wit kruis, dat vanuit elke plek zichtbaar is. Net naast de ingang van het veld staat een computer, waar je de naam van iemand die je zoekt in kan vullen. Nu waren wij niet op zoek, maar wel nieuwsgierig.

Tot onze grote verbazing kwam er toch een naam uit van iemand die mogelijk familie kon zijn: Gerard Hendricus Meevers Scholte, geboren op 16 augustus 1920 in Den Haag. Een onwaarschijnlijke link met de Waalsdorpervlakte die ik verder uitgezocht heb. En Gerard is inderdaad familie, zo blijkt uit een stamboom die ik van mijn oom Cees heb gekregen.

Gerard Meevers Scholte Loenen

Na veel gepuzzel lijkt het er op mijn opa en Gerard achterneven waren. Hun beider opa’s waren broers, zonen van Antonie Hendrikus Johannes die geboren werd op het Noordwijkerhout, 2 oktober 1829. De vader van Gerard heette zelf ook Gerard Hendrikus en was aardappelbezorger in Den Haag. Hij overleed in 1952. De moeder van Gerard, Geertruida de Jonge, was op 36 jarige leeftijd al overleden in 1929. Verder is er over haar niets bekend in de stamboom.

Gerard was enigskind en heeft zelf ook geen nageslacht. Kennelijk werd hij op jonge leeftijd soldaat bij het Garderegiment Grenadiers en Jagers, dat in verschillende eenheden rondom Den Haag en Rotterdam was gelegerd. Op de één of andere manier moet hij vervolgens in Duitsland geraakt zijn. Met de bombardementen in Leipzig van 6 april 1945 werd die tak van de familie Meevers Scholte voorgoed afgebroken.

Den Vaderland getrouwe

Het ereveld van Loenen is niet ‘klaar’ nu de Tweede Wereldoorlog is afgelopen. Sinds 1988 worden militairen van de Nederlandse krijgsmacht die zijn uitgezonden en omgekomen tijdens vredesmissies, ook aangemerkt als oorlogsslachtoffer. Hierdoor kunnen zij op het ereveld Loenen begraven worden.

Tot nu toe vonden 11 uitgezonden militairen hier hun laatste rustplaats, waaronder Dennis van Uhm, de zoon van de toenmalige opperbevelhebber. Daarnaast wordt er nog steeds onderzoek gedaan naar de resten van onbekende verzetsstrijders, om die uiteindelijk ook hun naam te kunnen terug geven. Het monument voor de onbekende verzetsstrijder is symbolisch onder grond niveau geplaatst.

Op de rand van de schaal prijkt de tekst: Den Vaderland Getrouwe. Laten we hopen dat er op een mooie dag geen onbekende verzetsstrijder meer over is en iedereen geïdentificeerd is. Blijf dus herdenken, niet alleen op 4 en 5 mei. Ga af en toe eens kijken, op één van die vele oorlogsmonumenten in Nederland en sta stil bij al die mensen die hun leven voor de vrijheid gaven.

Vaderland Getrouwe Ereveld Loenen

En als je daar toch bent, loop dan gelijk het Loenense Enkenpad. Een prachtig klompenpad van 11 kilometer. Bovendien combineert het prima: zowel wandelen als herdenken is een goede oefening voor de ziel.

Ereveld vol leven is een kort filmpje waarin achter elk graf een persoon plaatsneemt en de gevallenen zo een gezicht geeft. Ereveld vol leven. Indrukwekkend!

Nationale veteranenbegraafplaats Loenen

Op 26 november 2020 is naast het Ereveld nu ook een Veteranenbegraafplaats geopend. Artikel 1 van de Veteranenwet schrijf voor wie zich veteraan mogen noemen:

De militair, de gewezen militair, of de gewezen dienstplichtige, van de Nederlandse krijgsmacht, dan wel van het Koninklijk Nederlandsch Indisch Leger, alsmede degene die behoorde tot het vaarplichtig koopvaardijpersoneel, die het Koninkrijk der Nederlanden heeft gediend onder oorlogsomstandigheden dan wel heeft deelgenomen aan een missie ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde voor zover deze missie bij regeling van Onze Minister is aangewezen.

Nederland kent zo’n 115.000 veteranen. Voor velen is het een geruststellende gedachte om tussen hun kameraden de laatste rustplaats te mogen vinden. Het is daarmee een plek van nationaal belang geworden, zegt ook de minister van defensie in deze brief aan de voorzitter Van Voorst tot Voorst:

Nationale Veteranen begraafplaats Loenen

Op de begraafplaats is ook een herdenkings- en educatiecentrum ondergebracht. Daarin staan verhalen centraal over Nederlandse oorlogsslachtoffers en de inzet van Nederlanders tijdens de Tweede Wereldoorlog en actuele internationale (vredes)missies. Goed dat er zoiets is, in mijn ogen een noodzakelijke erkenning voor de mensen die bereid zijn hun leven te geven voor de vrijheid van ons land.

Dit blog is onderdeel van het thema ‘herdenking en verlies.’ De eerste update is van 27 juli 2017 over familiestamboom. Tweede update over Jan Campert op 2 mei 2020. Laatste update van 8 juni 2020

Fatale brand Arnemuiden

Leestijd: 3 minuten

Deze pagina over de brand in Arnemuiden is een combinatieblog uit the Museum of Accidents. Het begint met het kort essay ‘machteloosheid’ over de betekenis die het incident voor mij heeft. Daarna volgt een feitelijke omschrijving van de gebeurtenissen, gevolgd door een filmpje dat een goed beeld geeft van de situatie ter plekke. Het wordt afgesloten met links naar andere informatiebronnen.

Machteloosheid

Als hulpverlener wordt je soms geconfronteerd met je eigen emoties tijdens een heftige inzet. Daar hoort verlies bij, angst, ontzetting. Boosheid misschien ook wel. Maar de ergste emotie is misschien wel machteloosheid. En ik bedoel dan echte machteloosheid. Niet dat er een gebouw volledig afbrandt of zo. Of een stuk bos.

Nee, ik bedoel echte machteloosheid, machteloosheid die de kern van je mens-zijn raakt. Vergaan in het zicht van de haven. Zoals de mislukte redding bij de Kelders in Leeuwarden. De brandweermannen in De Punt, die hun collega’s zochten maar niet meer konden vinden. Net als bij de Motorkade. Die machteloosheid.

Toevallig trof ik in twee verschillende boeken indrukwekkende verhalen over precies dat gevoel. Het gaat om een brand in een Chinees restaurant te Arnemuiden, kerstavond 2007. De brandweer kon de vier meisjes die er woonden niet meer bereiken, het vuur was te heftig geworden voor een binnenaanval. Ik schreef er in twee eerdere blogs over, in de brandweercanon komen ze hier bij elkaar als illustratie van wat machteloosheid is.

Uit het blog de kunst van het verliezen

Soms kom je voor een onmogelijk en ethisch dilemma te staan, zoals het staken van een redding. Aart van Oosten beschrijft dit probleem op overtuigende wijze in het boekje ‘Dat ene dilemma’ over een fatale brand in Arnemuiden op kerstavond 2007. “Het betekende dat we niet meer gingen inzetten op het redden van de kinderen. Die beslissing vond ik enorm lastig, temeer omdat de vader naast me stond. (…) Ik voelde me machteloos naar ze toe, omdat ik geen hoop kon bieden.”

Uit het blog verhalen van de brandweer

Het verhaal ‘Meisjes’ van Jaco uit Arnemuiden begint nietsvermoedend met het afhalen van een Chinese maaltijd bij het restaurant in het dorp, waar hij later die avond naar moet uitrukken. “Die zal het toch niet zijn, schiet nog even door me heen, maar ja, die was het dus wel.”

“Opgeven kunnen we nog niet. We rennen naar de achterkant, maar daar slaan de vlammen uit alle ramen. We raken door onze opties heen. Het pand is de hoek van een rijtje, maar ook via het naastgelegen woonhuis kunnen we niks. De tijd tikt verder.”

Uiteindelijk moet de brandweer machteloos toezien dat vier kinderen het leven laten op de dag voor kerstmis. Het werd dat jaar geen mooie kerst in Arnemuiden.

Op de lange duur, bij mij althans, verdwijnt het gevoel van machteloosheid grotendeels. Machteloosheid, zo besef ik inmiddels, is een relatief begrip dat begint aan het eind van je kunnen. Je doet alles wat in je vermogen (in je macht) ligt en de rest moet je accepteren. In de normale loop der dingen gebeurt dat geleidelijk en is het soms ongeriefelijk, maar wel beheersbaar.

In de brandweerloop der dingen gaat het echter heel soms anders. Dan stort volledig onverwacht alles in. Met één grote klap, een enorm zwart gat achterlatend. Dat is de plek waar de machteloosheid al is en het accepteren nog moet komen, voor het überhaupt kan gaan beginnen. Als je blijft vertrouwen op jezelf, dan kruipt de acceptatie uiteindelijk uit zijn schulp en herbouwt dat wat in je macht ligt. En zoals dat gaat bij verbouwingen, ziet het er anders uit dan hoe het ooit was. Maar dat hoeft niet perse slechter te zijn.

Korte beschrijving van het incident

Datum24 december 2007, Kerstavond
Locatie en type objectWoning boven Chinees restaurant aan de Noordstraat in Arnemuiden
Type incidentUitslaande brand in oude binnenstad
Bijzonderheden
  • 4 meisjes van 1, 3, 7 en 8 jaar komen om het leven
  • Uitslaande brand wordt in paniek gemeld aan de AC.
  • Vlammen zijn bij melding vanaf de kazerne te zien, waarop tijdens het aanrijden al wordt opgeschaald naar grote brand en GRIP 1.
  • Bij aankomst werd eerst het restaurant verkend, niemand was daar meer aanwezig.
  • De trap naar boven was al geblokkeerd door hitte en rook. Daarom moest die reddingspoging worden afgebroken.
  • Een tweede aanval werd verricht via een ladder buiten om. Na verkenning van de woonruimte liepen brandweermensen door naar de overloop. Die bleek echter volledig in de brand te staan en was zo heet dat een verdere inzet onmogelijk was geworden.
  • Verdere reddingspogingen waren niet meer mogelijk door hevig ontwikkelde brand.
  • Goede samenwerking en opleiding van het Forensisch Team Opsporing van de politie zorgde er voor dat direct met de berging van de kinderen en het brandonderzoek gestart kon worden.
  • De dag er na zijn voorlichtingsbijeenkomsten gehouden voor bewoners in de buurt.
  

Film

Meer informatie

Dit is een blog uit Museum of Accidents. Laatste update is van 24 december 2020.

Verhalen van de brandweer. Een boekbespreking

Leestijd: 4 minuten

Met enige regelmatig verschijnen er boeken over de brandweer, die meestal gaan over voertuigen, geschiedenis of techniek. Boeken over de brandweermensen zelf zijn zeldzaam, of het moet een duidelijke aanleiding hebben zoals een fataal ongeval. Over de brand in Harderwijk en De Punt verschenen bijvoorbeeld indrukwekkende gedenkboeken. En de brandweer Amsterdam Amstelland publiceerde in 2012 ter gelegenheid van het Jan van der Heijden een mooi fotoboek onder de titel ‘Brand!’.  Maar daarna wordt het een beetje stil in de boekenkast.

Tot begin oktober van dit jaar. Toen verscheen opeens ‘Verhalen van de brandweer’ van Mariette Middelbeek. Een boek dat tot mijn genoegen over brandweermensen gaat, verteld door en voor brandweermensen. Een boek ook dat gelijk allerlei herinneringen oproept aan je eigen belevenissen, omdat alles zo herkenbaar is.

Laanslootse weg

Het eerste wat bij mij naar boven kwam was mijn bevelvoerderstage aan de kazerne Laanslootseweg in Rotterdam. We schrijven zomer 1992. De 2e dag dat ik op die post was, zag ik er een kat slapen die ik de dag ervoor compleet gemist had. “Nee hoor”, zeiden ze, “poes houdt niet zo van de ploeg van gisteren. Dan blijft ze altijd een dagje weg.” Toen ik wat verbaast keek, glimlachten ze dat ik morgen maar eens op Ben, de brandmeester, moest letten. Dan zou wel duidelijk worden waarom de kazernekat soms een dagje oversloeg.

En inderdaad, het werd al gauw duidelijk. Op de grote grasvelden rondom de kazerne, richting het Sparta stadion, dartelde een clubje konijnen. Ben zette zijn hand tegen zijn voorhoofd om de zon uit zijn ogen te weren, tuurde in de verte, mompelde iets en verdween in de kofferbak van zijn auto. Vlak er na liep hij met een geweer het veld op en kwam even later terug met twee geschoten konijnen. “Stadsjager”, zei hij ter verduidelijking. “Ik ben één van de vijf stadsjagers.”

Deze herinnering kwam weer bij me boven door het verhaal ‘Plof’. Mij overkwam namelijk min of meer hetzelfde tijdens die stage in Rotterdam. Ik was een avond weg geweest voor een oefening, en toen ik weer terug kwam was de hele kazerne al donker. Iedereen lag al in één van de stapelbedden op de slaapzaal te ronken. Het was me een gesnurk van jewelste. Stilletjes kroop ik onder de lakens. De slaap kwam snel en ik was al onder zeil toen ik opeens een raar geluid hoorde. Alsof er lucht in een skippybal werd geblazen. Maar het bleek een ademluchtfles die een lagedruk kussen opblies. Ik raakte met mijn neus al zowat het bed boven me. Ik was kennelijk dieper in slaap dan ik zelf door had en in de tussentijd was mijn matras bijna een halve meter gelift. Tot grote hilariteit van de ploeg. Het leven op de kazerne is inderdaad nooit saai, zoals Eelco in het boek concludeert bij zijn verhaal ‘Plof’.

Eelco is niet de enige die verhalen van de brandweer vertelt. In totaal komen 15 brandweermensen aan bod, verspreid over het hele land, die een inkijkje geven in het leven bij de brandweer. Het is een feest van herkenning. Kazerneleven, oefenavonden, opleidingen, bijzondere ontmoetingen en spannende inzetten, het komt allemaal voorbij. Natuurlijk zitten er ook de sterke verhalen bij: ‘ring’ en ‘ketting’ vertellen over mensen die op onfortuinlijke wijze bekneld zijn geraakt tijdens amoureuze escapades en door de brandweer bevrijd moesten worden. Ik maakte het zelf nooit mee, maar hoorde meerdere van dergelijke anekdotes aan de eettafels in de kazernes van Amsterdam. Het waren vrolijke verhalen, die steeds mooier werden, steevast afgesloten met de kreet ‘is het niet waar, is het toch een mooi verhaal’.

Heftig

Middelbeek heeft echter niet alleen de leuke gebeurtenissen verzameld. Het verhaal ‘Meisjes’ van Jaco uit Arnemuiden begint nietsvermoedend met het afhalen van een Chinese maaltijd bij het restaurant in het dorp, waar hij later die avond naar moet uitrukken. Ergens in mijn achterhoofd ontstaat al lezend de herinnering aan die fatale brand uit 2007. “Die zal het toch niet zijn,” schiet nog even door me heen, maar ja, die was het dus wel. “Opgeven kunnen we nog niet. We rennen naar de achterkant, maar daar slaan de vlammen uit alle ramen. We raken door onze opties heen. Het pand is de hoek van een rijtje, maar ook via het naastgelegen woonhuis kunnen we niks. De tijd tikt verder.” Uiteindelijk moet de brandweer machteloos toezien dat vier kinderen het leven laten op de dag voor kerstmis. Het werd dat jaar geen mooie kerst in Arnemuiden.

Ook aangrijpend is het verhaal over Wiebe uit Veendam. “Wiebe is dood. Hij is buiten het pand onder een omvallende muur terecht gekomen en reanimatie mocht niet meer baten (..) De jongens die bij de brand zijn geweest, hebben zich op de kazerne verzameld. Ik zie ze zitten. Stoere brandweercollega’s, normaal niet voor één gat te vangen, nu gebroken bij elkaar.” Een herkenbaar beeld dat zonder effectbejag wordt verteld door Anka . Nergens wordt het overdreven emotioneel, maar gelukkig gebeurt het omgekeerde ook niet: waar er emoties horen te zijn, zijn ze er ook. Heftige inzetten worden in het boek besproken met de gevoelens die bij dergelijke situaties passen, inclusief korte inkijkjes over bedrijfsopvangteams.

Verhalen van de brandweer is een boek met een lach en een traan, met geluk en pech, met verdriet en plezier. Het is een staalkaart van de mensen die er werken, het is het leven zelf. Een mooi boek om cadeau te doen tijdens de feestdagen of om lekker zelf te houden. Want hij hoort gewoon wel in je kast te staan.

Meer verhalen over de brandweer lezen? Kijk eens bij het thema ‘herdenking en verlies.

Ostankino, de Towering Inferno van Moskou

Leestijd: 3 minuten

One tiny spark becomes a night of blazing suspense.

The tallest building in the world is on fire.

You are there with 294 other guests.

There’s no way down.

There’s no way out.

Zie daar de tagline van de Towering Inferno uit 1974. Die film vertolkte de nachtmerrie van veel Amerikanen en werd tegelijkertijd de melkkoe van Warner Bros. Het budget van 14 miljoen dollar werd maar liefst 10 keer terugverdiend. Wie zei er ook weer dat er aan rampen niets te verdienen viel?

Uiteindelijk werd de brand in de wolkenkrabber cinematisch geblust door een dakreservoir op te blazen, waarna het water het gebouw in stroomde en de vlammen doofden.

Die Towering Inferno dus wel, maar die in de Ostankino Tower van Moskou niet. Die hadden niet zo’n handige wateropslag op het dak, ook niet in 2000.

Daar moesten de 300 brandweermensen via de trap naar boven, met hun brandblusmateriaal in de hand. Vijfhonderd meter omhoog, twee keer de Eiffeltoren, naar het restaurant Seventh Heaven, waar een tiny spark a blazing suspense was geworden.

Actieve blussing bleek gezien de omstandigheden onmogelijk. Daarom werd alles afgetimmerd en ingepakt met asbestplaten, 70 meter onder de brand, om verdere verspreiding van het vuur te voorkomen.

Zo zie je maar, dat de realiteit vaak minder spectaculair is dan de verbeelding.

En daar zit ie nou, de Russische brandweerman, kapot. Afgepeigerd. Helemaal stuk. Waar denk je aan, koene krijger? Denk je aan de broodjes en de salade, die nog onaangeroerd voor je staan? Die er uit zien of ze uit een oude film komen, met het roet er over gedrapeerd als ware het een door de jaren heen verzameld laagje stof.

Bij je rechter elleboog staat zelfs nog een drinkpakje,  Пожарный, waarschijnlijk van een kind dat de schrik van zijn leven kreeg toen het moest vluchten. Anderhalf uur duurde het, voordat alle gasten het pand verlaten hadden. Is het dat waar je aan dacht?

Of denk je aan je drie collega’s, die voor deze brand met hun leven moesten betalen? Omdat er sinds de jaren 60 niets meer aan de elektrische bedrading was gedaan was en alle veiligheidssystemen het verdomden te functioneren.

Het is een hoge prijs die soms voor statussymbolen wordt betaald, Пожарный, maar dat wist je al, na Chernobyl, waar de liquidators geofferd zijn om erger te voorkomen. Rusland houdt van zijn helden, maar alleen als ze dood zijn.

Sometimes there is no way out, there is no way down. Het is waar, wij willen het net als in de film. Maar alleen in de bioscoop is het end happy.

Brandweer wachtte op Poetin bij Ostankino Toren

Update van 28 november 2017: De brand in de TV Toren van 27 augustus 2000 blijkt nog een vreemder staartje te hebben dan ik al dacht. Zie hieronder een artikel uit het NRC van 31 augustus 2000.

‘De brand die zondag uitbrak in de Moskouse televisietoren kon niet snel worden bedwongen omdat de brandweer drie uur moest wachten tot president Poetin zelf bevel gaf de elektriciteit naar de toren af te snijden.

Dat zei gisteren het hoofd van de Moskouse brandweer, Leonid Korotsjik. De brand brak uit door overbelasting van een kabel – het resultaat van de uitbreiding van het zendmateriaal in de 537 meter hoge toren zonder aanpassing van de veiligheidsmaatregelen: ,,Een kwestie van geld”, zoals Korotsjik zei. De brandweer was al na tien minuten ter plaatse.

De veiligheidsmaatregelen voorzagen in een onmiddellijke onderbreking van de stroomtoevoer naar de toren. Niemand durfde echter het besluit te nemen. Men ging te rade bij de loco-burgemeester van Moskou, die de beslissing doorschoof naar burgemeester Loezjkov, die op zijn beurt contact zocht met president Poetin. Deze gaf onmiddellijk opdracht de stroom naar de toren te kappen.

In de drie uur die toen waren verstreken, had de brand zich echter al aanzienlijk uitgebreid. Weliswaar was de brandweer erin geslaagd de driehonderd bezoekers van het restaurant op 330 meter hoogte te evacueren en waren de brandweerlieden doorgedrongen tot 450 meter hoogte, waar de brand was ontstaan, maar inmiddels hadden zich – als gevolg van de voortgaande stroomtoevoer – op talrijke punten nieuwe brandhaarden ontwikkeld door nieuwe kortsluitingen.

Volgens Korotsjik verkeerden zijn mensen in die eerste uren voortdurend in levensgevaar omdat zij poogden het vuur te doven terwijl de elektriciteit niet was afgesloten. De brand werd pas na 26 uur gedoofd; hij breidde zich uiteindelijk naar beneden uit tot een hoogte van zeventig meter. Bij de brand vielen drie doden.

De twee grootste tv-zenders, de publieke RTR en de semi-publieke ORT, zijn weer in Moskou te ontvangen, op beperkte schaal en met een gezamenlijk programma. ORT en RTR maken gebruik van een noodzender die op de romp van de Ostankino-toren is aangebracht. Omdat die maar van één frequentie gebruik kan maken, zijn de omroepen gedwongen een gezamenlijk programma te maken. Dat programma voorziet in nieuwsuitzendingen, documentaires en tv-series.’

Dit blog is onderdeel van the Museum of Accidents. Laatste update is van 1 juni 2020

De les van de Adder. Hulpverlening op de Noordzee.

Leestijd: 6 minuten

Voor twee jaar geleden had ik nog nooit van rammonitor de Adder gehoord. Tot ik bij het zoeken naar een incident van de dag voor de brandweercanon haar verhaal en de onfortuinlijke afloop tegenkwam.

De gebeurtenis met de Adder had direct mijn belangstelling en eigenlijk staat het al twee jaar op een lijstje om er een side story over te schrijven. Maar ja, er is zo veel te schrijven en er is eigenlijk altijd wel iets actuelers van commentaar te voorzien.

Het kwam er dus steeds maar niet van, totdat de Onderzoeksraad voor Veiligheid deze week haar rapport over medische hulpverlening op de Noordzee publiceerde. De parallellen tussen het zinken van de Adder en het overlijden van de sportduiker zijn te groot om er niets over te schrijven.

Bovendien spreekt de timing tot de verbeelding: in de week dat de Adder in 1882 verging, schreef de OvV dat de medische hulpverlening op de Noordzee beter moest. Precies dat was de conclusie van de onderzoekscommissie die Koning Willem III in het leven had geroepen en in oktober 1882 de aanbeveling deed om kustbewaking te organiseren teneinde de hulpverlening op zee te verbeteren. Daarmee was de voorganger van de huidige kustwacht geboren.

Adder_in_volle_vaart
De Adder in volle vaart

Op weg naar Hellevoetsluis

Maar eerst gaan we terug naar 4 juli 1882. Toen vertrok de Adder van Amsterdam naar IJmuiden, om vervolgens op 5 juli in de ochtend de Noordzee op te varen. Het doel was Hellevoetsluis, waar de Adder tot oktober betrokken zou zijn bij oefeningen van de Marine.

Feitelijk was de Adder geen schip, maar een vaartuig. Monitoren waren drijvende forten, bedoeld om de riviermonding tegen vijandelijke schepen te verdedigen. Een rammonitor had nauwelijks diepgang maar wel een hoog zwaartepunt door het geschut in de toren. Dat maakte het vaartuig eigenlijk niet zeewaardig. Door het nemen van allerlei maatregelen kon er volgens de commandanten, die door de onderzoekscommissie gehoord werden, wel op zee gevaren worden bij gunstig weer en tij. Zo zeiden zij onder meer:

  • Het omgaan met monitors en in het bijzonder met rammonitors, diende te allen tijde met omzichtigheid te gebeuren en wat het sturen aangaat vereiste dit ook van de meest ervaren zeeman voortdurende oplettendheid;
  • Met een rammonitor was het mogelijk om onder gunstige weersomstandigheden, behoorlijk bemand en indien de vereiste voorzorgsmaatregelen genomen worden, veilig over zee van de ene naar de volgende haven te varen;
  • Vereiste maatregelen waren het uit voorzorg schalmen van de koekoeken, vastzetten van de toren, dichtmaken van alle openingen. Tevens diende men terug te keren of ergens binnen te vallen als zee en tij ongunstig worden;
  • Bij ongunstig weer werden zelfs kleine tochten over zee afgeraden.
Doorsnede_rammonitor_adder

En juist daar ging het dus mis. Was er op 5 juli in eerste instantie sprake van gunstige weersomstandigheden, rond 12.00 stak er een harde westenwind op. Ook het tij keerde: van eb werd het vloed. Er zijn diverse ooggetuigen geweest die de Adder nog hebben zien vechten tegen de elementen. Zo ziet een oud zeeman bij Scheveningen de monitor ‘in de naet van het ty’ varen. Maar hij ziet ook de golven tegen de toren slaan en de Adder steeds dieper in zee steken. Tegen 18.00 is het voor hem duidelijk dat de Adder de nacht op zee zal moeten doorbrengen.

Een visserschip dat later in de buurt kwam kreeg niet de indruk dat er om hulp werd gevraagd en ging door met vissen. Ook toen later vuurpijlen werden afgestoken en er een stakelvuur werd gestookt, kapte men de netten niet. Om 8 uur ’s avonds zagen de vissers een sterke opleving van vuur aan boord van de monitor, dat onmiddellijk weer doofde. “Nu is er een ongeluk gebeurd! Nu zou het wel kunnen gebeuren dat zij aan hun eind zijn…”. Maar ook die conclusie zette de vissers niet om in actie.

Toen de Adder was gezonken….

Toen de Adder was gezonken, gebeurde er drie dagen helemaal niets. Niemand wist waar het vaartuig was en naar later bleek had ook niemand het gemist. Als een soort Schrodingers kat verbleef de Adder ergens op zee en pas als iemand zou gaan kijken zou duidelijk worden of de Adder nog dreef of was vergaan. Maar dat gebeurde niet.

Op vrijdag 8 juli spoelden de eerste wrakstukken op de kust, later op de dag gevolgd door twee lijken. Hun horloges stonden stil op 21.15. Toen was duidelijk dat het slecht met de Adder was afgelopen, maar het zou nog tot 9 juli duren voor de marine besloot een zoektocht in te stellen naar de Adder, echter zonder resultaat. Het wrak van de Adder werd pas weken later, op 21 juli 1882, door een duiker ontdekt. En daar ligt het nu nog. Alle 66 opvarenden kwamen om het leven.

Ligplaats Adder
Ligplaats van de Adder

Zoals gezegd stelde Koning Willem III een onderzoekscommissie in, die de directe aanleiding van de ramp echter niet wist te achterhalen.

“‘Uwe Commissie meent de meer verwijderde oorzaken van de ramp met vrij groote zekerheid te hebben aangegeven, maar de naaste en directe oorzaak van de ramp ligt in het duister.”

Ik zal hier niet het hele onderzoek bespreken, maar de volgende elementen zijn wel interessant om te vermelden omdat het basisrisicofactoren van ongevallen zijn.

  • De techniek was niet in orde. Rammonitor de Adder was niet geschikt om op zee te varen, ook niet met inachtneming van het commentaar van de commandanten. Dat het vaartuig al negen keer niet gezonken was op dezelfde reis lijkt mij nauwelijks een bewijs van zeewaardigheid. De afwezigheid van bewijs is niet het bewijs van afwezigheid.
  • Er was slecht gecommuniceerd bij vertrek en door allerlei foute aannames wist niemand dat de Adder al op zee was. Daardoor was er ook niemand die het vaartuig miste en ging er nergens een alarmbelletje rinkelen.
  • De standenmaatschappij was in 1882 nog volop aanwezig. Een marineofficier in die tijd zou het zich niet verwaardigen om hulp van een visser te vragen als het niet strikt noodzakelijk was. Een dik ego is niet zelden een belangrijke ongevalsoorzaak.
  • Überhaupt was de situational awareness op de Adder onvoldoende. Er was geen loods aan boord genomen die de wateren kende, er is geen hulp ingeroepen van een sleepboot toen het vaartuig niet meer tegen het tij in kon manoeuvreren en er is te laat geprobeerd te keren.

De belangrijkste kritiek ging echter naar de Marine, die onvoldoende actief was geweest om een reddingsactie op touw te zetten. De Marine werd een ernstige vorm van lethargie en uitgeblustheid verweten. Dat laatste hebben diverse marineofficieren zich ter harte genomen. Met 189 collega’s richtten zij de Koninklijke Vereniging van Marine Officieren KVMO op om iets aan die situatie te doen. De KMVO bestaat heden ten dage nog steeds.

Daarnaast werd de eerste versie van de Kustwacht opgericht. “In de zomer van 1883 werd naar aanleiding van deze ramp ‘het houden van een uitkijk en het rapporteren van in nood verkerende schepen aan Hoofden Kustwacht’ aan het personeel van de Kustverlichting opgedragen. De Kustwacht kwam dus onder het beheer van het Loodswezen.”

Besturingsmodel Kustwacht

Ongeval met de sportduiker

In 1987 werd de huidige Kustwacht opgericht, om de veelheid aan initiatieven en activiteiten op de Noordzee beter te organiseren. Volgens de website van de Kustwacht hebben ze op dit moment 15 taken, aangestuurd vanaf 5 ministeries. Daar hoort medische hulpverlening ook bij, in de taak maritieme hulpverlening, opsporing en redding.

Maar die taak verloopt niet goed, zo concludeerde de OvV in een onderzoek van 7 juli 2016 naar een overleden sportduiker. “De medische hulpverlening op de Noordzee schiet te kort en dat leidt ertoe dat mensen niet altijd effectieve, veilige en tijdige zorg krijgen. De Kustwacht heeft van de rijksoverheid een te beperkte opdracht gekregen en is daardoor niet berekend op zijn taak om spoedeisende medische hulpverlening op de Noordzee te organiseren.”

De OvV beveelt daarom de minister van Infrastructuur en Milieu aan om samen met de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ervoor te zorgen dat de organisatie van de medische hulpverlening op zee voldoet aan de uitgangspunten van medische zorg in Nederland en dat het aansluit bij manier waarop de medische hulpverlening op land is ingericht.

Wie het onderzoek van de Raad leest, ziet dat er grote parallellen zijn tussen het zinken van de Adder en het verdrinken van de sportduiker. Natuurlijk is de schaal onvergelijkbaar en ook de omstandigheden verschillen. Maar toch. In beide gevallen is de directe aanleiding van het ongeval niet gevonden en  zijn er een groot aantal indirecte oorzaken aan te wijzen. Die gaan over techniek problemen, misverstanden, miscommunicatie en cultuur. Allemaal basisrisicofactoren die altijd op de loer liggen, hoe geavanceerd de techniek en de organisatie ook is.

Ligging_van_de_adder

Tegelijkertijd kunnen we ook vaststellen dat er heel veel wel goed gaat op de Noordzee, onder andere dankzij de Kustwacht en de KNRM. De ongevallen die door de mazen van het net glippen moeten aanleiding zijn voor leren en verbeteren, voor het opzetten van nieuwe organisatievormen en structuren, voor continue verbetering en voor doorgaan. Dat is de les van de Adder.

Om verder te lezen: uitgebreid artikel over De geschiedenis van de Adder.

Dit blog is onderdeel van the Museum of Accidents. Laatste update is van 23 augustus 2020

« Oudere berichten

© 2021 Rizoomes

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑