Wanderings in crisis

Tag: gezondheid

Brandweer en bloed

Leestijd: 6 minuten

Bloed is een serieus arbeidshygienisch risico voor hulpverleners, dus ook voor brandweermensen. Het is goed als brandweermensen dat risico serieus nemen en weten hoe ze een infectie kunnen oplopen door blootstelling aan bloed.

Soms verandert er iets in de samenleving waardoor oude vanzelfsprekende risico’s een hele nieuwe lading krijgen. De eerste keer dat ik zoiets van dichtbij meemaakte was midden jaren 90, toen HIV een grote vlucht maakte en algemeen bekend werd dat het via bloedcontact werd doorgegeven.

Opeens beseften brandweermensen dat ze tijdens technische hulpverlening regelmatig in contact kwamen met bloed van slachtoffers en dus mogelijk ook geïnfecteerd konden worden. Na sommige verkeersongevallen liep de zorg over een besmetting toen hoog op.

Soms zelfs zo hoog, dat we via bedrijfsarts Tinus enkele malen Roel Coutinho, de toenmalige directeur van de GGD in Amsterdam, bereid vonden om ’s avonds toelichting te komen geven over de risico’s die men tijdens die hulpverleningen had gelopen.

Blood Borne Pathogens

Ik moest daar laatst weer aan denken toen ik deelnam aan een cursus Bloodborne Pathogens (BBP) van KLM Health Services. Eigenlijk gaf ik er een lezing over vliegtuigongevallen op Schiphol, en in ruil daarvoor mocht ik de cursus zelf volgen. BBP’s heten in het Nederlands bloed overdraagbare ziekten.

Het zijn aandoeningen die worden overgedragen door micro-organismen, meestal virussen. Er is een heel scala aan dergelijke virussen, maar voor hulpverleners zijn er drie die er uit springen:  Hepatitus B, Hepatitus C en HIV. Om de volgende redenen:

  • Alle drie komen ze veel voor
  • Ze zijn overdraagbaar door ‘prikaccidenten’
  • Ze kunnen ernstige ziekten veroorzaken
  • Infecties zijn bij goede preventie geheel vermijdbaar.

De cursus richt zich met name op go-teams en ongevalsonderzoekers. Dat zijn mensen die naar vliegtuigongevallen worden uitgezonden voor ondersteuning en / of onderzoek, zowel in Nederland als over de rest van de wereld.

In Amerika gelden strenge veiligheidsregels voor het betreden van dergelijke ongevalssites. De OSHA, de Amerikaanse Arbowet, schrijft voor dat men aantoonbaar kennis moet hebben van BBP voordat je wordt toegelaten bij een vliegtuigcrash. Zonder zo’n bewijs kom je niet ter plaatse.

hepatitus-cHepatitus C virus

Biologische Agentia

In Nederland is men daar wat minder streng op. Er geldt hier wel de richtlijn Biologische Agentia uit de Arbowet, maar die legt bijvoorbeeld niet rechtstreeks een inentingsverplichting op, noch verplicht het hulpverleners automatisch tot het voeren van een specifiek arbeidshygiënisch regime.

Wel moet er een adequate Risico Inventarisatie en Evaluatie (RIE) zijn, die als het goed is het risico op bloed overdraagbare aandoeningen signaleert, classificeert en beheersmaatregelen benoemt. Hoe die RIE er uit ziet zal echter per brandweerkorps verschillen, daar kan ik hier niets algemeens over zeggen.

Waar ik wel wat over kan zeggen is het risico bij grote ongevallen. Ik zei al, de cursus ging over vliegtuigcrashes en daarbij zijn meestal een groot aantal slachtoffers betrokken. Als je de besmettingspercentages van de drie meest risicovolle ziektes onder de bevolking als uitgangspunt neemt, krijg je toch met cijfers te maken waar je even van achter je oren krabt.

Bij een ongeval met 250 Europese slachtoffers aan boord zijn er vijf besmet met Hepatitus B, zes met Hepatitus C en eentje met HIV. Dus 12 van de 250, zeg maar 1 op 20 slachtoffers is besmet als je een beetje grof rekent.

Bloedspetters

Als je er daarnaast van uitgaat dat er overal bloedspetters zullen zijn, is het vliegtuig en de crashsite per definitie besmet en zul je maatregelen moeten treffen. Vooral Hepatitus B is een groot risico: het is in zeer kleine hoeveelheden al besmettelijk, zelfs tot dagen na indroging aan toe.

Het is belangrijk om te beseffen dat ik hier weliswaar over vliegtuigen schrijf, maar hetzelfde risico is van toepassing op andere ramptypes met grote aantallen slachtoffers zoals treinongevallen, kettingbotsingen, bomexplosies, shootings en instortingen.

Als je naar de regionale risicoprofielen kijkt, is het een realistisch scenario voor elke veiligheidsregio in Nederland. En vergeet ook de oogklep niet: iedereen denkt bij bloed namelijk altijd aan ambulancepersoneel, maar wie haalt de slachtoffers van de ongevalssite af? Juist, de brandweer.

Waar je in de reguliere verkeersongevallen standaard zult denken aan je rubber handschoenen, zou het zomaar kunnen dat je in de afwijking van zo’n groot incident je beschermingsmiddelen vergeet en direct aan het werk gaat (lees hier nog maar eens over de sturingsdriehoek). Met alle extra risico’s van dien.

Besmettingsroutes

BBP’s kunnen worden overgedragen door blootstelling aan besmette weefsels, bloed, lichaamsvloeistoffen en voorwerpen. Via de intacte huid is besmetting gelukkig onmogelijk, maar via kleine wondjes of beschadigingen (ook huidziekten) kan de infectie wel worden doorgegeven. Draag dus altijd handschoentjes.

Maar dat is niet genoeg. De besmetting verloopt namelijk ook via slijmvliezen, zoals de mond, de ogen en neus. En kan ook worden opgelopen via spatten en aerosolen. Verder kun je ook besmet raken door prikken of snijden. De RIVM heeft een richtlijn prikaccidenten, die alle mogelijke variabelen in een tabel heeft gezet.

prikaccidenten

Dit is niet de complete tabel, maar wel het deel met de meest relevante risico’s voor hulpverleners. De scenario’s drie en vier geven een hoog risico aan voor ongevallen waar de brandweer op uitrukt. Daarnaast kunnen in sommige gemeenten ook de scenario’s zeven en acht reële risico’s zijn voor brandweerpersoneel waar je maatregelen op moet nemen.

In Amerika zijn er naast besmettingskansen ook cijfers bekend over blootstelling aan besmettingen bij brandweerpersoneel. “The IAFF 2000 Death and Injury Survey reports that 1 out of every 50 fire fighters was exposed to a communicable disease.”

Ik heb dergelijke cijfers voor Nederland niet online kunnen vinden. Dat is direct al één van de belangrijke beheersmaatregelen: inzicht krijgen in het risico. Onder andere door onderzoek te doen, maar ook door verzamelen van informatie uit korpsen en het verplicht melden als beroepsziekte via bedrijfsartsen.

Beheersmaatregelen

De beheersing van BBP moet onderdeel zijn van een arbeidshygienisch regime, dat start met een aanvullende RIE biologische agentia op de reguliere RIE. Daaruit moeten adequate beheersmaatregelen worden gedefinieerd en vervolgens via registratie en monitoring moet worden bijgehouden wat de kwaliteit is van de getroffen maatregelen. Zonder zo’n systematische aanpak verbeter je namelijk niet zo heel veel en kun je niet spreken van risicobeheersing.

hivHIV

Te nemen maatregelen kun je onderverdelen in preventie, repressie en nazorg. Zonder compleet te willen zijn wil ik hier ter illustratie een paar voorbeelden noemen van concrete maatregelen.

Preventie (voor inzet met blootstelling BBP)
  • Opleiding en training BBP, jaarlijkse refreshment
  • Adequate Persoonlijke Beschermingsmiddelen uitreiken (PBM)
  • Opstellen procedures en werkwijze grootschalige inzet waaronder afvoer besmette kleding en materialen
  • Vaccinatie
Repressie (tijdens inzet met blootstelling BBP)
  • Organisatie rampplek, waaronder gereguleerd toelatingsbeleid
  • Monitoren rampplek op bloedbesmetting (stoeptegel / waarschuwingslampje)
  • Ontsmetting kleding en afvoer als biohazard
  • Sanitaire voorzieningen
  • EHBO en medische zorg ter plaatse beschikbaar voor hulpverleners
 Nazorg (na inzet met blootstelling BBP)
  • Post expositie profylaxe (antidote, indien beschikbaar) als je toch bloedcontact hebt gehad
  • Ontsmettingsprotocol volgen, goed schoonmaken, nulmeting bloed
  • Debrief
  • Monitoring mogelijk besmette collega’s

Zoals ik al zei, dit is geen compleet beheerssysteem, maar geeft wel inzicht in de hoeveelheid te nemen maatregelen. Je moet er dus wel degelijk structurele aandacht aan besteden. Eerlijk gezegd voel ik het gezucht van sommige brandweermensen ‘over weer zo’n risico’ al aankomen. Maar daar trek ik me dan maar even niets van aan.

Besmettingsziekten is een serieus risico, dat een serieuze aanpak behoeft. Als de brandweer echt in je bloed zit, ga je met alle risico’s professioneel om en niet slechts met veiligheidsrisico’s. Ik zie de collega’s van 20 jaar geleden nog steeds voor me, bezorgd als ze waren dat ze door HIV geïnfecteerd waren. Als we toen een goed BBP beleid hadden gehad, was er niets aan de hand geweest. Laten we er voor zorgen dat er ook nu niets aan de hand hoeft te zijn.

Water

Leestijd: 3 minuten

De brandweer is dol op water. Overal waar we naar toe gaan zeulen we een paar kuub mee, voor het geval dat.

En je kan het werkelijk overal voor gebruiken. Kleine uitslaande? Pompbediener, eerste straal water. Ammoniaklek? Neerslaan met water. Acetyleenfles bij de vuurhaard? Hup, overmaat water.

Maar water is niet alleen aan de oppervlakte van het bestaan een redelijk onmisbare stof. Om in leven te blijven wordt aangeraden elke dag voldoende vocht te drinken. Ik heb het zelf nooit geprobeerd, maar men schijnt het langer zonder voedsel dan zonder water te kunnen stellen.

Een mens bestaat voor zo’n 80 procent uit water. Daarnaast is er nog een behoorlijk percentage waterachtige substantie in het lichaam. Al met al kan je concluderen dat het een belangrijke stof voor het lichaam is.

Water
Water

Een deel van dat water verdampt, via transpiratie. De verbranding van voedingsstoffen levert energie die mede als warmte vrijkomt. Meer inspanning is meer warmte is meer transpiratie, om te voorkomen dat het lichaam zo warm wordt dat er eiwitten gaan stollen. Maar water is ook belangrijk om een aantal vitale stofwisselingsprocessen op peil te houden.

Gebrek aan water heeft een negatieve invloed op de prestaties. Mede daarom (maar ook omdat het zo goed verkoopt) zijn er zogeheten isotone dranken die het vocht snel aanvullen om de prestatie op peil te houden.

In de normale brandweerpraktijk heeft u zelden isotone dranken nodig. Er zijn omstandigheden die het belangrijk maken om wel voldoende gewoon water te drinken. Zoals u als brandweermens wellicht ervaren heeft, wordt het bij sommige branden nogal warm. U verliest dan snel veel vocht, zeker als u zich ook nog inspant.

Dit fenomeen is in gaspakken nog extra sterk. Omdat een gaspak water- en gasdicht is, laat het dus ook geen transpiratie door. Een gaspakdrager bouwt daardoor continu zijn lichaamstemperatuur op. Dit kan uiteindelijk gepaard gaan met koortsverschijnselen, een verstoorde waarneming en flauwvallen. Men spreekt dan van een heatstroke.

Het is zodoende belangrijk dat u voldoende vocht heeft gedronken voordat u zwaar gaat inzetten, met of zonder gaspak. En omdat het onvoorspelbaar is wanneer u zwaar moet inzetten, doet u er verstandig aan om tijdens diensttijd voldoende vocht binnen te hebben.

Er zijn een aantal voedingsstoffen die de interne waterstand verstoren, ook al verricht men geen inspanning. Deze stoffen werken uitdroging in de hand.

Koffie is een hele bekende. Van veel koffie moet je veel plassen, en je krijgt er dorst van. Alcohol werkt ook sterk vochtafdrijvend. Een overmatige alcoholconsumptie leidt tot een grote waterbehoefte, vooral de dag erna (nadorst, wel bekend). Hoewel veel mensen koffie drinken om een kater te bestrijden heeft dat juist een averechts effect.

Veel water, dat helpt wel, bij voorkeur vlak voor het slapen gaan. Zware inspanning gecombineerd met veel alcohol leidt vaak tot uitdroging. Op het Fire Service College is onlangs om die reden een campagne tegen alcoholgebruik gestart, omdat bij een toenemend aantal opleidingen cursisten tijdens brandoefeningen onderuit gingen en naar het ziekenhuis konden worden afgevoerd met uitdrogingsverschijnselen.

Maar je kan ook overdrijven met vochthuishouding. Een Engelse vrouw kreeg het advies van haar dokter om voldoende vocht te drinken. Binnen het uur had ze vijftien liter water gedronken en stierf aan de gevolgen van een oedeem (vochtophoping). U bent gewaarschuwd.


Naschrift

Dit blog is voor het eerst verschenen als Ome Ed column in de Brand & Brandweer. Toen ik hem weer terugvond op de site vond ik het wel leuk om het verhaal weer even wat redactioneel op te poetsen en te herplaatsen. Met een GIF van de laatste wandelingen op Vlieland. Want daar heb je ook veel water. Aan de tekst zelf is niks veranderd.

En als je van water houdt, check dan ook even de Kleine Waterwerken van Nederland.

Hartaanvallen bij de brandweer

Leestijd: 4 minuten

Hartfalen, al dan niet in de vorm van hartaanvallen, is de tweede doodsoorzaak bij de brandweer in Nederland, zo schreef ik in het blog ‘Waar de brandweerman valt.’ Onderzoek naar hartfalen onder de Amerikaanse brandweer geeft eenzelfde beeld als in Nederland. Misschien nog wel erger.

In The New England Journal of Medicine van maart 2007 is een artikel gepubliceerd over dodelijke hartaanvallen onder Amerikaans brandweerpersoneel tijdens de dienst. De onderzoekers bekeken alle gerapporteerde dodelijke slachtoffers uit het tijdvak 1994 – 2004.

Dat waren er maar liefst 1144, waarvan er 449 stierven aan hartaanvallen. De omvang van de onderzoeksgroep is zodanig dat de resultaten statistisch gezien valide genoemd kunnen worden. Ik vind het onderzoek daarom ook interessant voor de Nederlandse brandweer, al kun je niet alle bevindingen één op één vertalen naar onze situatie.

De onderzoekers waren vooral benieuwd naar welke brandweertaken de grootste kans op hartaanvallen geven. Daartoe maakten ze een onderscheid in zes hoofdtaken: brandbestrijding, opkomst naar incident, terugkomst van incident, oefening en sport, andere uitrukken dan brand en overige werkzaamheden.

Blootstellingstijd

Om een goede kansberekening te maken werd vervolgens de blootstellingstijd aan de verschillende taken vastgesteld. De onderzoekers maakten daarbij onderscheid naar vrijwillige plattelandskorpsen en de beroepsbrandweer uit de grote steden.

Hartaanvallen bij de brandweer

Daar komt voor mij de eerste verrassing naar voren: de tijd die daadwerkelijk aan brandbestrijding wordt besteed varieert van slechts 1% tot maximaal 5% van de totale diensttijd.

De onderzoekers nemen uiteindelijk 2% als gewogen gemiddelde. Als de kans op een hartaanval gelijk verdeeld zou zijn over alle taken, betekent het dus dat er bij brandbestrijding ongeveer 10 brandweermensen zouden overlijden.

Maar de praktijk is heel anders: er stierven 144 man tijdens brandbestrijding aan een hartaanval. Dat is 32% van het totaal van 449. Het totale rijtje ziet er als volgt uit, waarbij uitgegaan is van gemiddelden en er is afgerond:

Slachtoffers aan een hartaanval per taak (N=449)
TaakAantal slo’s PercentageTijdsbestedingVerwachtte doden
Brandbestrijding14432,1%2%10
Opkomst incident6013,4%6%27
Terugkomst incident7817,4%10%45
Oefening en sport5612,5%8%36
Andere uitrukken429,4%23%103
Overige werkzaamheden6915,4%51%230

In het onderzoek komen een aantal interessante andere conclusies naar voren. Die heb ik hier en daar aangevuld met wat eigen observaties.

Observaties

  • De verdeling van de slachtoffers bij brandbestrijding over een dag volgt de verdeling van branden: van 12 uur ‘s middags tot middernacht. Dat wijkt af van de verdeling van hartaanvallen bij burgers: die doen zich vooral voor van 6 uur ’s morgens tot noen. De meeste slachtoffers vallen in de winter. Dat volgt wel het landelijk patroon.
  • Er is geen significant verschil voor het optreden van hartaanvallen bij beroeps en vrijwilligers. Wel is er een leeftijdsverschil: Boven de 50 neemt de kans op een hartaanval zienderogen toe.
  • De slechte lichamelijke conditie van de Amerikanen is een belangrijke oorzaak van hartaanvallen. Zo’n 70% van de korpsen beschikt niet over keuringen of sportprogramma’s.
  • Een groot deel van de brandweermannen in Amerika is te zwaar en beweegt te weinig. De piekbelasting van brandbestrijding wordt hen dan fataal. De onderzoekers concluderen dat voorlichting over eetgewoonten en beweegpatronen een belangrijke preventieve werking kan hebben. Ik zou daar aan willen toevoegen dat een regelmatige medische keuring ook preventief werkt, zeker als er gelet wordt op zaken als cholesterol en diabetes.
  • Er zijn geen cijfers beschikbaar van hartaanvallen buiten diensttijd. Het zou interessant zijn om te weten of brandweermensen sowieso een grotere kans op hartfalen hebben, dus niet alleen in diensttijd.

Arbeidshygiëne

Er zijn aanwijzingen dat blootstelling aan rook een belangrijke rol speelt bij de kans op een hartaanval. Brandweermensen die zelf niet roken bleken soms toch een “rokershart” te hebben. Dat vraagt om arbeidshygiënische maatregelen:

  • draag zo lang mogelijk adembescherming, ook in nablussituaties en bij slopen;
  • werk zo veel mogelijk bovenwinds, vergeet daarbij ook de positie van de pompbediener niet;
  • was de kleding regelmatig, probeer blootstelling aan roet zo veel mogelijk te voorkomen;
  • maak schoon en vuil gebied in kaernes
  • monitor de roetbelasting in kazernes, neem het bijvoorbeeld mee in de RIE.

Zoals gezegd zijn deze resultaten uit Amerika niet volledig representatief voor Nederland. Desondanks geeft het onderzoek aanleiding om in Nederland ook eens wat data te gaan bijhouden. Dat zou wel eens hart nodig kunnen zijn.


Naschrift

Dit blog kreeg een redactionele update in oktober 2022. Aan de inhoud van de tekst is inhoudelijk niets veranderd. De observaties en aanbevelingen zijn mogelijk gedateerd, maar waren indertijd wel de geldende stand van zaken. Om dat beeld beschikbaar te houden heb ik het weer op de website geplaatst. #brandweercanon

Andere blogs over brandweer en gezondheid op deze site gaan over bloed en stress.

© 2024 Rizoomes

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑