Wanderings in crisis

Tag: Filosofie (Pagina 1 van 2)

Crisis bij de Grieken. Een boekrecensie

Leestijd: 6 minuten

Klassieke wijsheid over tijden van crisis, staat er op het boekje over Crisis bij de Grieken. Het is een bloemlezing met oude teksten over één gemeenschappelijk thema, zoals eerder al een bloemlezing over speechen verscheen. Toen ik het net uit had vroeg ik me af welke klassieke wijsheid ik nu had opgedaan. Maar soms moet je nu eenmaal wat dieper graven om te kijken wat je hebt geleerd.

Glimmend roze is ie, het boekje ‘Crisis bij de Grieken’. Nou ja, eigenlijk heet ie gewoon Crisis, maar om verwarring te voorkomen met andere boeken onder die naam maakte ik er maar ‘Crisis bij de Grieken’ van. De oude Grieken wel te verstaan, want daar verwijst ook de subtitel naar: Klassieke wijsheid over tijden van crisis.

Emilia Menkveld en Maurits Lesmeister stelden een bloemlezing samen met teksten over crisis uit de klassieke oudheid. Daarbij verwijzen ze op de achterkant van het boek uitbundig naar het hier en nu, dat je in een pessimistische bui als één grote polycrisis zou kunnen betitelen:

Crisis lijkt het toverwoord om het huidige tijdsgewricht mee te vangen. De ene pandemie is nog maar net afgelopen of de volgende oorlog is al begonnen; de macht van autoritaire leiders neemt overal toe. En de onzekerheid over wat de toekomst brengt is groter dan ooit.

Dat was nog eens een mooie aankondiging. Ik hoopte een verbreding te krijgen op de leer van de Stoa, die ik had leren kennen als een crisisfilosofie bij uitstek. De Stoïcijnen doen eigenlijk niks anders dan kijken hoe je om moet gaan met tegenslag. Hun zienswijzen zijn ook nu nog steeds toepasbaar, dus hoe mooi zou het zijn als ‘Crisis bij de Grieken’ daar op zou aansluiten.

Ik had er zin in.

Crisis

Het boek begint met een korte inleiding op het begrip crisis en de vermeende herkomst ervan uit het Oud-grieks. Maar, zeggen Menkveld en Lesmeister, κρινομαι (krinomai) betekent helemaal geen crisis. Op zijn best betekent het iets als beslissing. Uit andere bronnen dan ‘Crisis bij de Grieken’ haalde ik dat het ook zoiets als oordelen, schiften, richten en oordelen kan betekenen.

En zelfs ‘het moment van de waarheid’ kwam als betekenis voorbij.

Wat het ook niet betekent: het hoogtepunt van een ziekte, of verergering van een ziekte met mogelijk fatale afloop. Na kort beraad nemen de schrijvers de betekenis over van Jacqueline Klooster en Inger Kuin uit hun boek ‘After the Crisis’ uit 2020.

Een crisis is een ontwrichtende gebeurtenis die een breuk vormt met het verleden en waarbij er dus sprake is van een ‘voor’ en een ‘na’.

Hoe tegenwoordig het woord crisis gebruikt wordt is pas gangbaar vanaf het einde van de 18e eeuw. Toevallig stuitte ik onlangs op een filmpje over de semantische verbanden van het woord crisis. Onder deze afbeelding zie je een link naar het filmpje waar ik dat heb uit gehaald. Het kost je een half uur, maar dan weet je er ook alles vanaf. Bovendien ben je daarna ook heel zen.

Semantische analyse van het woord crisis. Als je op de afbeelding klikt wordt ie groter. Link filmpje.

Goed.

Terug naar het boek. Daarin worden tien verhalen verteld via vertaalde klassieke teksten. Dat loopt van Troje via Oidipous naar een seksstaking van de vrouwen in Athene en een staatsgreep met een nepkoning bij de oude Perzen. Een grote variatie in crises dus, zo op het eerste oog.

Ach, wat een ramp is weten, waar het hem die weet niet baat. Ik wist dat goed, maar het was mij ontschoten, anders kwam ik niet.

Sofokles uit zijn verhaal over Oidipous.

Toneelstukken

Toch viel me dat in de praktijk een beetje tegen. Eigenlijk gaan bijna alle hoofdstukken over een hoofdpersoon die zichzelf ernstig in de nesten werkt en daar dan probeert uit te komen. Het zijn meer psychologische crises dan organisatorische. De andere rode draad in die teksten is dat het dialogen zijn. Toneelstukken, niet zelden met hele koren erbij.

Dat besef daagde langzaam tijdens het lezen: er waren in die tijd natuurlijk ook weinig boeken en de manier om verhalen te vertellen was via theaters en toneel. Teksten werden mondeling overgebracht in een voornamelijk orale vertelcultuur. Schriftelijke verhalen zoals we die nu kennen ontstonden pas vanaf de middeleeuwen, toen de steden zodanig groeiden dat er ook een markt voor boeken ontstond.

Taormini theater op Sicilië. De Romeinen hebben het originele Griekse theater volledig herbouwd. Foto Wikipedia

Toen dat begrip er was vond ik het boek opeens weer een stuk leuker. Bijna had ie op de lijst Afgeboekt gekomen, tussen de andere niet-leestips, maar nu vond ik het toch wel een aardige introductie op dit soort klassieke verhalen. Ook voor de hedendaagse crisismanager. Niet direct voor je vakgebied zelf, maar wel voor je algemene ontwikkeling. Het is goed om hier een beetje kennis over te hebben. Crisis bij de Grieken is daarvoor een mooie gelegenheid. En de liefhebber kan altijd op zoek naar andere teksten met dit boek als handleiding.

Plato

Zo zal ikzelf nog eens op zoek gaan naar ‘De Staat’ van Plato. In hoofdstuk vijf van ‘Crisis bij de Grieken’ wordt daaruit een dialoog beschreven waarin de vijf staatsvormen volgens Plato worden gepresenteerd. Plato vond dat Staten dynamisch zijn; de staatsvorm verandert al naar gelang de inwoners veranderen. Een beetje zijn interpretatie van de Collapse of Complex Societies.

Ook zijn meest ideale staatsvorm, de aristocratie, zal uiteindelijk verweken en via timocratie (bestuurd door militairen), oligarchie en democratie verworden tot een tirannie. Feitelijk is het een afbouw van Logos via Thymos naar Eros, maar dan vijf stappen. Dat ik in de twee blogs hiervoor ook al tegen Plato en zijn onderverdeling van de ziel aanliep is echt toeval, de resultante van wandering in crisis.

Veel van zijn karakteristieken zijn ook nu nog herkenbaar, net als zijn taalvondsten. Kijk maar eens naar deze schitterende metafoor, als Plato het grote probleem van de oligarchie uitlegt:

In de eerste plaats is dat het oligarchische beginsel zelf. Stel je voor dat iemand voor zijn schip een kapitein uitzocht op basis van een vermogensgrens en de mensen die het beste voor die functie geschikt zijn passeert omdat ze niet voldoende geld bezitten.

Plato over de ideale staat

Eindoordeel

Ik vond Crisis bij de Grieken al met al een ietwat verwarrende leeservaring. Deels kwam dat door mijn verwachtingspatroon, die zich te veel had laten leiden door de achterflap en mijn ervaring met teksten uit de Stoa. Dat is toch echt wel heel wat anders. Ook is het jammer dat er eigenlijk weinig te leren valt over crisis.

Verder maakt de uitgave een gehaaste indruk. De inleiding is wel heel erg kort en gaat niet diep op begrippen in. Af en toe zwaait er een bekende naam voorbij, zoals Jip van der Toorn, maar haar boekje heeft net zo weinig met crisis te maken als deze bloemlezing.

Amfitheater Delphi is werelderfgoed. Foto is van Unesco.

Ook de inleidingen per hoofdstuk zijn erg kort, te kort. Een goede uitleg en duiding wordt zodoende node gemist. Ik had zelf liever twee hoofdstukken minder gehad met meer toelichting. Nu heb ik het wel gelezen (SA level 1) maar of ik ook alles begrepen heb is vraag 2 (SA level 2).

Daar staat tegenover dat het voor de crisismanager een mooie kans is om kennis te maken met klassieke teksten. Die ook nog eens gaan over een deel van je vak. Sommige stukken, zoals die van Herodotus en Plato, springen er wat mij betreft echt uit en waren leuk om te lezen.

En zoals ik in het blog over de Lezende Mens schreef, je kunt er ook scannend doorheen en alleen de leuke stukken met volle aandacht (prosoché) lezen. Het is tot slot ook een leuk kadootje voor jarige crisismanagers, crisismanagers die afscheid nemen of die wekelijks aan het Romeinse Rijk denken.

Cijfer: 7-

Zou ik het bewaren als de boekenkasten vol zijn en er geruimd moet worden: niet helemaal als eerste maar wel kort erop.

Het schemeren van de wereld. Een boekrecensie

Leestijd: 5 minuten

Het schemeren van de wereld gaat over Hiroo Onoda, de Japanse soldaat die bijna dertig jaar lang een guerrilla voerde op Lubang omdat hij weigerde te geloven dat de Tweede Wereldoorlog was afgelopen. Werner Herzog schreef er geheel in stijl met zijn cinematografische achtergrond een filmisch verhaal over, dat eigenlijk gaat over het begrip waarheid. Dat maakt het een intrigerend boek.

In 1997 had Werner Herzog een klus in Japan met de componist Saegusa. De verwachtingen waren zo hoog gespannen over de opera die ze gingen uitvoeren, dat de Keizer himself had laten weten dat hij de beide heren zou willen uitnodigen op een privé-audiëntie. Als dat uitkwam in hun drukke werkzaamheden.

Onoda

Schemeren van de wereld

Tot grote ontzetting van Saegusa weigerde Herzog de ontmoeting. Wat volgde was een beklemmende stilte, zo schrijft hij schuldbewust in ‘het schemeren van de wereld’, het leek erop of Japan was gestopt met ademen. Iedereen hield zijn adem in.

Toen, in die stilte, een stem. “Oké, als u de Keizer niet wilt ontmoeten, wie dan?” Zonder na te denken zei ik: “Onoda”.

werner herzog

Het is december 1944. Op het eiland Lubang krijgt Hiroo Onoda zijn nieuwe opdracht. Hij moet het eiland bezet houden met een guerrilla oorlog totdat het Japanse leger terugkeert. Majoor Tanigucha legt hem uit dat hij op zichzelf is aangewezen.

“Er zijn geen regels, je maakt de regels.”

Op één uitzondering na. Nooit mag hij zichzelf van het leven beroven, ook niet als hij gevangen wordt genomen. Want dan moet hij misleidende informatie aan de vijand geven. De waarheid mag niet aan het licht komen.

Waarheid

En de waarheid, dat is het thema van dit heerlijk handzame boekje. Natuurlijk gaat ‘het schemeren van de wereld’ ook over de ervaringen van Onoda en zijn drie mannen in de jungle. Maar dat is niet de kern, zoals Herzog al bij wijze van inleiding schrijft.

Veel details kloppen, veel kloppen er niet. Iets anders was belangrijk voor de schrijver, iets wezenlijks, zoals hij het tijdens een ontmoeting met de protagonist van dit verhaal meende te zien.

werner herzog
Hiroo Onoda in 1944. Hij is dan 22.

Enkele maanden nadat Onoda zijn opdracht heeft ontvangen capituleert het Japanse leger. Die berichten bereiken Lubang echter niet, zodat Onoda zijn strijd voortzet. Diverse keren wordt geprobeerd hem te informeren dat de oorlog is afgelopen. Maar steeds denkt Onoda dat het nepinformatie is.

Hij meent taalfouten te zien in de pamfletten die worden afgeworpen, hij gelooft niet dat het zijn broer is die hij hoort roepen, hij wantrouwt de kranten omdat er zoveel reclame in staat, elke poging hem over te halen strandt omdat hij alles uitlegt naar zijn opdracht: Lubang bezet houden totdat het leger arriveert. Pas als zijn oude majoor, inmiddels dik in de 80, hem verzekert dat het echt over is gelooft hij het. De schok van de waarheid is groot voor Onoda, vertelt hij desgevraagd.

“Hij antwoordt met een ijzig gezicht: Majoor, er woedt een storm in mij.”

Het schemeren van de wereld

Dit is de ene kant van waarheid die wordt besproken in het schemeren van de wereld. De kant die gaat over feiten. Wat is er aan de hand, wat is er gebeurd, wat is er van waar en word ik niet misleid? De opdracht aan Onoda maakt hem tot een Conflictdenker, zoals ik in een vorig blog beschreef. Er is een vijand en die moet bestreden worden. Dat is de enige waarheid. Maar die bleek dus niet waar. Voor de echte Conflictdenker is dat onverdraaglijk. Dan woedt er een storm in je.

Op 11 maart 1974 overhandigt Onoda zijn zwaard aan de Filipijnse president Marcos.

Er is echter nog een vorm van waarheid en die gaat over bewustzijn. Hoe weet ik dat wat ik zie ook echt zo is? Is het geen illusie, geen droom? Het zijn vragen die de vier mannen bezig houden, tijdens lange gesprekken in het regenseizoen. Dat is een slechte tijd voor guerrilla en dan doen ze rustig aan. Onoda vraagt zich bij een kampvuurtje af of hij de oorlog niet droomt. Het is dan 1954.

“Is het mogelijk dat ik gewond in een lazaret lig en uiteindelijk na jaren ontwaak uit bewusteloosheid en dat iemand me vertelt dat het maar een droom was. Is dit oerwoud, de regen, alles, een droom?”

Wat Onoda ook ontdekt in de jungle, tijdens de vele tochten daar: het heden bestaat niet.

Elke stap van hem was al verleden en elke volgende toekomst. (..) En dan steeds kleiner, in millimeters, in niet meer waarneembare fracties van millimeters. We denken dat we in het heden leven, maar dat kan helemaal niet bestaan. Ga ik, leef ik, voer ik oorlog?

onoda
Schemeren van de wereld
De droom van de vlinder is een klassieker uit de Taoïstische literatuur. Daarin droomt Chang Tzu dat hij een vlinder is die vrij kan vliegen van bloem tot bloem. Maar als hij wakker wordt vraagt hij zich af of hij niet een vlinder is die droomt dat hij Chang Tzu is. De vraag achter de vraag is: hoe weet ik dat ik besta?

Het schemeren van de wereld is een geweldig boek. Herzog vertelt er, als je het wilt zien, meer dan één verhaal in en alleen van Onoda weten we hoe het afloopt als het boek uit is. Alle andere vragen blijven onbeantwoord achter en dat is precies wat dit boekje, ik zei het al, zo intrigerend maakt. Van harte aanbevolen.

Het antiboek van Yevgeni Krasnova

Leestijd: 5 minuten

Misschien bestaat het antiboek niet eens, dacht ik toen ik dit stukje had geschreven. Maar eigenlijk gaat dit blog ook over wat anders. Over denken. Want dat is het belangrijkste gereedschap van de crisismanager, denken. En daar dan de scheppende variant van, met creativiteit en doelgerichtheid.

De schrijfmachine mijmert gekkepraat. Lees maar, er staat niet wat er staat.

martinus nijhoff

Zie jezelf eens als kok. Je belangrijkste doel is om een maaltijd op dat bord te krijgen binnen een redelijke tijdspanne. De ervaren kok doet het misschien uit zijn hoofd, anderen pakken er een recept bij. Maar altijd is er sprake van de twee hoofdbestanddelen uit de strategie van de toevallige kans, bricolage en momentum.

Met bricolage verzamel je de ingrediënten, spulletjes en de mensen die je nodig hebt om het gerecht te realiseren. En momentum is het op het juiste moment bij elkaar (laten) gooien van al die dingen. Dat is wat koken is, bricolage en momentum. Net als crisismanagement dus.

Het antiboek van Yevgeni Krasnova
Het antiboek van Yevgeni Krasnova

Helaas zijn er altijd mensen die koken verwarren met eten en het juiste bestek. Niet dat bestek onbelangrijk is, dat niet, maar het is geen koken. Wee de kok die complimenten krijgt voor zijn messen en lepels, niet voor de maaltijd. Nog nooit ging ik naar een restaurant terug voor de mooie bordjes.

Precies zo moet de crisismanager zich vooral bezig houden met het oplossen van het probleem en zich daarna pas afvragen of ie volgens de wet wel bindende aanwijzingen had mogen geven aan andere diensten als leider COPI. Leuk, beschouwingen over wet- en regelgeving, maar het zijn verhalen over bestek. Eerst maar eens leren koken.

Zelf ben ik een oude kok die kookboeken spaart en daar receptjes uit haalt om een stukje over te schrijven of te vertellen. Zo af en toe kook ik zelf ook nog wel eens wat, maar in de loop der jaren is mijn interesse daarin vooral gegroeid richting de uitzonderlijke verrassingsgerechten met veel impact. Zwart gevogelte, alhoewel je altijd pas achteraf weet of het dat was of niet.

Yevgeni Krasnova

Ik heb nog lang niet al mijn kookboeken gelezen, ze puilen ongelezen de planken van mijn boekenkast uit. Dankzij Taleb zie ik de antibibliotheek tegenwoordig als een onderzoeksinstrument. Daardoor weet je wat je niet weet, het is je known unknown. Hij schrijft er over in het eerste deel van The Black Swan en ik vond het voor crisismanagers zo’n interbolegerend concept dat ik er dit blog over maakte. Want dat is wat crisismanagers moeten doen, interbolegerende concepten bricoleren. Je weet maar nooit wanneer je er wat aan hebt.

In hoofdstuk 2 van The Black Swan begint Taleb vervolgens over de schrijfster Yevgeni Nikolayevna Krasnova (YNK). Zij zou een Frans Russische neurologe zijn die een bestseller had geschreven die door alle gerenommeerde uitgevers over het hoofd was gezien. Hier fronste ik mijn wenkbrauwen. Mijn known unknown is redelijk op orde, maar van Yevgeni Krasnova had ik nog nooit gehoord. Even googelen dus.

Al gauw ontdekte ik dat Yevgeni Krasnova inderdaad niet bestaat. Het is een fictief personage, verzonnen door Taleb die nogal geheimzinnig doet over zijn inspiratiebron. Grappig genoeg bleek haar boek, A Story of Recursion, wel te koop bij Amazon. Alleen is het geen echt boek, maar een zogeheten dummy; 153 pagina’s leeg papier, gelinieerd. Het is een antiboek, het antiboek van Yevgeni Krasnova.

Antiboek

Acht lezers hadden een beoordeling van het antiboek gegeven. Vier met vijf sterren, en vier met één. Daarmee werd het gemiddelde een drie, volgens Amazon, een getal waar Taleb zelf ook wel wat van zal vinden. De bijbehorende commentaren zijn heel grappig, vooral die van een zekere Sophie uit Duitsland. Al weten we niet of Sophie echt bestaat natuurlijk. You Never Know (YNK)

This is a scam. It’s a notebook and not the actual book.

Sophie

Goed.

Taleb zelf gebruikt de term antiboek trouwens niet. Mijn redenering was dat als een kast met ongelezen boeken een antibibliotheek is, een niet geschreven boek een antiboek is. Toch twijfelde ik daar na enige tijd weer over. Is een niet geschreven boek wel hetzelfde als een niet gelezen boek? Is niet-zijn hetzelfde als niet-weten? Is de absence of evidence de evidence of absence?

Bij die vraag aangekomen herinnerde ik me een oud artikel uit de liminale fase tussen de typemachine en de tekstverwerker in, ik geloof dat het van Hofstadter was. Het ging over leegte. Zeker weten doe ik dit trouwens niet. In mijn geheugen worden namelijk steeds meer letters vervangen door spaties.

Volgens Hofstadter is een leeg vel, een A4, niet meer leeg als je het in de tekstverwerker vol hebt getypt met spaties en daarna uitgeprint. Waar bij een typemachine de spatie namelijk echte leegte is, een fysieke verschuiving van de wagen zonder aanslag, is het bij een tekstverwerker een symbool voor leegte; een iets dat de uitdrukking is van niets.

Printscreen van de customer reviews. Mooie minimax verdeling.

Terug naar mijn antiboek van Yevgenia Krasnova. Ik bladerde er door heen, door al die lege pagina’s, en bedacht me dat een volledig ongeschreven boek een unknown unknown is. Je weet niet wat er niet geschreven is. Dit exemplaar daarentegen was wel bekend, het was The Story of Recursion, dat echter niet geschreven was. Dat maakte het een unknown known.

De kok in mij vond het inmiddels welletjes. Er zijn slechts twee soorten maaltijden, zo zei hij, de gegeten en de ongegeten. Zo zijn er ook maar twee soorten boeken, de gelezen en de ongelezen. Er zijn dingen die je weet en dingen die je niet weet. Dat wat je weet kun je gebruiken, wat je niet weet kun je niet gebruiken. De rest is geleuter.

Het antiboek van Yevgeni Krasnova paste overigens prima in mijn antibibliotheek, er waren nog genoeg lege planken over.

Bluets – Maggie Nelson

Leestijd: 3 minuten

Bluets is een mooi vormgegeven klein boekje met een harde kaft. Alleen daarom zou je het al willen hebben. Maggie Nelson schreef het in 2009, maar de Nederlandse vertaling kwam pas in 2021, van Nicolette Hoekmeijer. Het was ook pas toen dat ik er lucht van kreeg. Bespiegelingen in blauw is de ondertitel en het verhaal, voor zover je het zo kan noemen, is opgezet in de vorm van proposities. In 240 stellingen, gevoelens dan wel overwegingen, neemt Maggie je mee in haar wereld. Een review in 16 stellingen.

  1. De beginzin van Bluets: ‘Stel dat ik begon met te zeggen dat ik verliefd was geworden op een kleur.’
  2. Verliefd worden op een kleur is wat anders dan je lievelingskleur. Sterker nog, het gaat niet over een kleur. Het gaat over blauw. En dat is niet zo maar. Blues, daar gaat het over.
  3. Eigenlijk kocht ik het boekje vanwege de recensie in het NRC, waarin werd gezegd dat het een essay was in de vorm van proposities over blauw. Dat, zo veronderstelde ik, was een manier van schrijven waar ik niet bekend mee was en die wellicht inspiratie zou kunnen opleveren voor mijn eigen blogs. Soms wil je immers iets nieuws uitproberen.
  4. Stelling 49: ‘In het neuken schuilt een kleur, maar het is geen blauw.’
  5. Andere woorden voor verwarring volgens synoniemen.net: chaos, confusie, consternatie, desorganisatie, disorde, drukte, implicatie, janboel, onduidelijkheid, onrust, ontdaanheid, ontreddering, ontsteltenis, opschudding, opwinding, paniek, verdwazing, verontrusting, verwardheid, wanorde, warboel.
  6. Wie is die ‘je’ die steeds voorbij komt? Is dat de lezer? Nee, dat is niet de lezer. Dat is haar ex-vriend. En soms is ze het zelf. Als het niet iemand anders is.
  7. Stelling 27: ‘Maar waarom zou je überhaupt een diagnose willen stellen, als een diagnose niets anders is dan een herformulering van het probleem?’
  8. Dat is een interessante gedachte. Even volhouden maar, met het boek.
  9. Soms vraag je je af wat je nou precies zit te lezen. Is dit een verhaal, een essay, een onderzoek, een afrekening, een reflectie, een afsluiting, wat is het? Of is het dat misschien allemaal? Is het een multipliciteit?
  10. Ongeveer op de helft ben ik er voor het eerst mee gestopt. Met het uitlezen.
  11. Stelling 200: ‘Je kunt niet twee keer in dezelfde rivier stappen’- een bemoedigende leuze, zonder meer. Maar in feite is dat maar één lezing van het fragment dat is nagelaten door Heraclitus, die de gepaste bijnamen ‘De Raadselachtige’ of ‘De Duistere’ droeg.’ Andere lezingen (..) ‘We stappen wel en niet in dezelfde rivier; we zijn en we zijn niet.’
  12. Toen ik het voor de eerste keer helemaal uit had, ben ik het daarna kris kras gaan herlezen omdat ik er geen bal van snapte. Random stellingen door elkaar. Dat maakt het een ander boek, Heraclitus voorspelde het al.
  13. Ik geloof niet dat ik eerder een boek las dat ik als vrouwelijk zou bestempelen. Ook niet als het door een vrouw geschreven is. Het is misschien ook niet eens vrouwelijk. Maar mannen denken en schrijven in ieder geval niet zo als Maggie. Niet als in Bluets.
  14. 240 faculteit = 240! = 6,7 x 10 E 459. Ik kan er een nulletje naast zitten, veel blijft het.
  15. Zoveel versies van het boek bestaan er als je alle 240 stellingen op alle mogelijke volgordes door elkaar leest. Dat krijg je dus nooit uit.
  16. Bluets blijft. In de boekenkast. Ik zal er zo nu en dan weer een paar stellingen uit lezen. Soms is de weg belangrijker dan de bestemming.

De essentie van stoicijns crisismanagement

Leestijd: 2 minuten

Na vijf dagen tellen was het nog steeds niet duidelijk wie de presidentsverkiezingen van Amerika zou gaan winnen. In het begin leek het er op dat Trump aan de winnende hand was, maar naarmate de week vorderde groeide de hoop dat Biden hem uiteindelijk toch nog zou overtroeven. Het is de vraag of het veel uitmaakt. Niet Trump is de uitdaging, maar de mensen die op hem stemmen. En dat is de helft van de Verdeelde Staten.

In zijn ‘Colleges’ vraagt Epictetus zich af hoe men zich op moet stellen tegenover een tiran.

“Wat is het dan dat de meeste mensen in verwarring brengt en uit het lood slaat? Is het een tiran met zijn lijfwacht? Geen sprake van! Het is uitgesloten dat wat van nature vrij is, door iets anders in verwarring gebracht en tegengewerkt wordt dan zichzelf. Het zijn dan ook zijn eigen opvattingen die iemand in verwarring brengen.”

Ik denk daarom dat Epictetus de huidige Europeanen zou uitleggen dat de vraag ‘wat kan er wel’ de essentie is van stoïcijns crisismanagement. Breng jezelf niet in verwarring door wat Biden doet, of Trump. Europa is van nature vrij, maar heeft zich afhankelijk gemaakt van Amerika. Afhankelijk in technologie, afhankelijk in landsverdediging, afhankelijk in economie, afhankelijk in politiek.

Hij zou zeggen dat Europa terug moet naar zichzelf. Terug naar zelfredzaamheid, naar zelf doen en vooral kijken naar wat er wel kan. Vergroot je eigen regelruimte en accepteer wat daar buiten valt. Want dat is de essentie van stoïcijns crisismanagement.

Epictetus zou ook zeggen dat het nooit te laat is om van een dwaling, een fundamental surprise, te leren. Het echte besef komt soms met grote klappen, maar dat betekent niet dat alles dan verloren is. Kijk daarom niet naar wat er niet meer kan, maar kijk naar wat er nog wel kan. Zie de loop der dingen als een rivier die stroomt en bedenk net als Heraclitus dat geen mens twee keer in diezelfde rivier stapt.

Tot slot zou Epictetus zeggen dat je uit moet gaan van je eigen kracht, ook al wint Joe Biden de verkiezingen. Toevallig deed hij dat, precies tijdens het schrijven van dit stukje. Maar dat verandert uiteindelijk niks, omdat de vraag wat er wel kan altijd hetzelfde zal zijn. Dat is de essentie van stoïcijns crisismanagement.

Dit is het tweede blog over stoïcijns crisismanagement. De eerste, crisis managen als een Stoïcijn, lees je hier.

Crisis managen als een Stoïcijn

Leestijd: 5 minuten

Crisis managen als een Stoïcijn. In dit studieblog beschrijf ik wat de crisismanager kan leren van de Stoa. Dat gebeurt in fases. We beginnen met de drie uitgangspunten, en steeds komt er iets bij.

Crisismanagement neigt er steeds meer naar een vak te worden van cycli, fases en technieken. Het wordt technocratischer, systemischer. Met veel nadruk op informatiemanagement en besluitvormingsstructuur, vragen over ‘wat’ en ‘hoe’. Daar is op zichzelf helemaal niets mis mee. Sterker nog, ik blog graag mijn eigen duit in dat zakje.

Toch is de techniek maar een deel van het verhaal. Crisismanagement gaat ook over wie je als mens bent. Hoe je in het leven staat, hoe je naar dingen kijkt, welke opvattingen je hebt. Veelal is dat een onzichtbare laag van het denken en voelen, die desondanks van groot belang is in de keuzes die je maakt. Het is de onderstroom van het ‘waarom’, de richtingaanwijzer waarmee je het ‘hoe en wat’ van crisismanagement aanstuurt. Daar lees je dan weer een stuk minder over.

Daarom heb ik het plan opgevat om dit studieblog te starten over crisis managen als een Stoïcijn. Om het ook eens een keer over het ‘waarom’ te hebben. Het is een studieblog, omdat ik nog niet weet waar het heen zal gaan. Ik begin gewoon hier en al lerend gaan we op pad. Dat is een werkwijze die ik sinds begin 2020 ook toepas op het onderwerp fundamental risk and -surprise. Een beetje focus en een beetje wanderen, conform de strategie van de toevallige kans. We ontdekken vanzelf waar dat toe leidt. Eerst maar eens kijken wat een Stoïcijn eigenlijk is.

crisis managen als een stoïcijn
Zeno van Citium. Foto van Paolo Monti, 1969

De Stoa

De Stoa is opgericht in 300 voor Christus door Zeno van Citium, in het oude Athene. Ergens aan de rand van de stad, tussen een grote rij zuilen (stoa betekent zuilenrij) onderwees hij zijn studenten. Later zou het Stoïcisme uitwaaieren naar Rome, waar met name Marcus Aurelius veel teksten heeft geschreven die tot op de dag van vandaag bepalend zijn voor wat het stoïcisme is.

In het dagelijks spraakgebruik betekent stoïcijns zoiets als emotieloos. Veel mensen denken dan direct aan Spock, de Vulcan uit Star Trek. Toch gaat het niet over afwezigheid van emoties als geheel. Het gaat over de afwezigheid van storende emoties, die je een rationeel zicht op de werkelijkheid ontnemen. Juist de rede, de ratio, is de enige manier om tot de juiste antwoorden te komen zodat je een goed leven kan leiden. Dat is het doel van de Stoa.

Wat het stoïcisme dus beoogd is om je inzicht te geven in jezelf, zodat je bewust wordt van verstorende emoties (zoals hebzucht, egoïsme en conformisme) die het nemen van de juiste beslissingen in moeilijke tijden belemmeren. Wat meer heeft een crisismanager nodig?

De eerste drie uitgangspunten voor de stoïcijnse crisismanager

In dit studieblog komt nog van alles aan uitgangspunten en stellingen voorbij die van belang kunnen zijn voor de stoïcijnse crisismanager. Maar je moet ergens beginnen natuurlijk, en daarom start ik met de presentatie van wat ik de eerste drie uitgangspunten vind. Die inderdaad in elkaars verlengde liggen, maar zo is het wel een coherent setje.

De meditations van Marcus Aurelius is een standaardwerk in de Stoa

1.     Het gaat er niet zozeer om wat je overkomt, maar om wat je er mee doet

Leven is ervaren, en in een gemiddeld leven gebeurt er van alles. Zowel leuke als vervelende dingen. Met die leuke dingen komt het meestal wel goed, maar hoe ga je om met ellende? Dat is het eerste uitgangspunt van de stoïcijnse crisismanager: het gaat er niet om wat je overkomt, maar om wat je er mee doet. Ga je bij de pakken neerzitten, laat je je uit het veld slaan? Of incasseer je en kom je terug? Haal je de goede dingen uit tegenslag? Leer je van tegenwind, zoals de boeddhist die zijn persoonlijkheid wil sterken aan nare gebeurtenissen: wat interessant dat ik dat mee mag maken! Volgens de Stoa geldt er maar één route: the obstacle is the way.

2.     Amor Fati

Hou van je lot, dat is de letterlijke vertaling van amor fati. Friedrich Nietzsche schreef daar over:

My formula for greatness in a human being is amor fati: that one wants nothing to be different, not forward, not backward, not in all eternity. Not merely bear what is necessary, still less conceal it… but love it.”

Als een crisismanager heb je ook niet zo veel keus. Je kan ervan balen dat je net dienst hebt als de ellende zich openbaart, hopen dat het snel voorbij is, mopperen over ‘waarom ik, waarom nu’. Maar je kan ook accepteren dat dit het nu eenmaal is en gewoon aan de bak gaan. Sterker nog, je kan ervan houden dat als het toch gebeurt, jij degene bent die aan het roer staat. Dat is amor fati.

3.     Verander wat in je macht ligt, accepteer waar je niet over gaat.

Dat je van je lot moet houden, betekent niet dat je je als een willoos blaadje over de woeste rivier moet laten sleuren. Het derde uitgangspunt is daarom misschien wel de meest centrale stelling van de Stoa: verander wat in je macht ligt en accepteer de rest. De echte Stoïcijn gaat daarmee dan direct aan het werk. Filosofie is namelijk doen, volgens de Stoa, en wel in drie disciplines.

  • De discipline van de juiste perceptie: klopt het wat ik zie? Heb ik een juist beeld van de werkelijkheid? Vandaar ook mijn interesse in situation awarenes en de fundamental surprise.
  • De discipline van de juiste actie: doe ik de goede dingen? En doe ik ze om de goede reden?
  • De discipline van de juiste wil: hoe kan ik het beste accepteren? Hoe gebruik ik een situatie om te begrijpen wat er aan de hand is? Wat is wijsheid?

Tot zover deze mini introductie van crisis managen als een stoïcijn. Deel twee, over de essentie van stoicijns crisismanagement, lees je hier. Er is in 2022 ook een serie gestart over prohairesis, de stoïcijnse kunst om je voor te breiden op jezelf.

Inleiding op Rizoom en Gilles Deleuze

Leestijd: 5 minuten

Gilles Deleuze wordt algemeen gezien als de ‘ontdekker’ van het rizoom, alhoewel hij daar zelf waarschijnlijk anders tegenaan gekeken zal hebben. Het rizoom was er al, je hoefde het alleen nog maar te zien. En om het te zien moet je verrekte goed kijken, want het is niet eenvoudig. Ik doe hier een poging met voorbeelden uit het brandweerveld, want dat is het rizoom waar ik indertijd in zat.

Als je in één zin moet zeggen wat een rizoom is, dan zou ik zeggen dat het een netwerk is met heterogene componenten. Met heterogene componenten bedoel ik dat het om eigenlijk alles kan gaan: dingen, mensen, dieren, natuur, muziek, waarden, zingeving, brandweer, noem maar op.

Het karakteristieke van een rizoom is dat het geen begin en geen einde kent. Eerder is het een geheel van koppelingen en verbindingen in een soort van structuur, zonder een centralistische aansturing.

Netwerksamenleving

De NSOB publiceerde in 2010 een essay over de netwerksamenleving en gebruikte daarin ook het rizoom. Zij formuleerden het aldus: “Een samenleving is een netwerk van netwerken die op de één of andere manier allemaal met elkaar verbonden zijn, maar waarin tegelijkertijd geen samenhang, maar juist fragmentatie en gelaagdheid te ontdekken valt. Verbondenheid zonder samenhang is een belangrijk kenmerk van het rizoom.”

De bron.

Een rizoom kent geen coördinator of baas, heeft geen richting en ‘is’ eigenlijk alleen maar. Het bestaat. Deleuze noemt het zelfs een becoming, iets wat wordt. Als je op deze manier naar de werkelijkheid kijkt, ontstaan er opeens heel andere oplossingsrichtingen en interventies.

Weer even naar de NSOB: “”Zeker in een rizomatische samenleving is de dynamiek en complexiteit zodanig, dat louter organisatiestructurele antwoorden steeds vaker zullen ‘wringen’: de samenleving is gefragmenteerd en gelaagd evenals de daarin voorkomende problemen, waardoor ‘standaardoplossingen’ niet volstaan.”

Connecting dots

Essentieel in deze benadering is dat je contact maakt met het rizoom: je wordt één van de koppelingen. Connecting dots. Dat vraagt wel om een actieve houding, omdat je ook moet connecten met de andere componenten uit het rizoom. Zoek de gelaagdheid uit, ontdek de fragmenten en heb oog voor de heterogeniteit van die componenten.

Dat betekent goed luisteren en kijken, zonder oordeel, met een ongekleurde bril. Je hoeft slechts vast te stellen, te ontdekken. Door met de koppelingen te spelen, nieuwe toe te voegen en uit te breiden, wordt het rizoom langzaam anders terwijl het toch hetzelfde blijft. Nieuwe normaliteit noem ik dat.

Gilles Deleuze wordt gezien als de grondlegger van de rizoombenadering. Samen met Felix Guattari schreef hij ‘Mille Plateaux’, door mij vaak de Dikke Deleuze genoemd vanwege de 688 pagina’s die het beslaat. In dat boek wordt het rizoom als metafoor gebruikt om naar de samenleving te kijken.

Wortelstok

Van origine is een rizoom een biologische term voor wortelstok, zoals de bamboe of de paardenbloem. Iedereen met een paardenbloem in zijn gras weet dat hij dat nooit meer kwijt raakt omdat ondergronds al die bloemen met dezelfde wortel zijn verbonden. Maakt niet uit wat je er uittrekt, het komt steeds weer terug.

De Dikke Deleuze noemt een aantal karakteristieken van rizomen. Dat is eigenlijk best abstracte materie, dus heb ik geprobeerd met voorbeelden van de brandweer het iets concreter te maken. Ik weet niet of het wel helemaal klopt wat ik hier doe, maar daar kom ik later vast nog wel eens op terug. Sowieso is dit niet het laatste stukje tekst over rizomen, dat zal zich de komende tijd verder ontwikkelen.

“Wij hebben de l’anti-oedipe met z’n tweeën geschreven. Omdat ieder van ons uit meerderen bestond, maakte dat al veel uit. In dit werk hebben wij alles gebruikt wat ons aansprak, dat wat ons het meest nabij was en dat wat het verst van ons afstond.”

Deleuze en guattari

Het principe van connectiviteit en heterogeniteit.

“Any point of a rhizome can be connected to anything other, and must be. This is very different from the tree or root, which plots a point, fixes an order”.

Je zou de brandweer als een rizoom kunnen beschouwen, van 1 brandweermens tot een ploeg tot een kazerne tot een veiligheidsregio, uiteindelijk brandweer Nederland.

Maar de connecties kunnen verder door, tot internationale brandweerorganisaties, of andere hulpverleningsorganisaties, of met alles wat rood is. Zoek de overeenkomsten en als er dots connected kunnen worden, is het een rizoom.

Het Lelietje-van-dalen is een plantje dat iedereen wel van naam kent en dat zich ontwikkelt via een rizomatische wortelstok.

Het principe van de veelheid (multiplicity)

“A multiplicity has neither subject nor object, only determinations, magnitudes and dimensions that cannot increase in number without changing the multiplicity in nature”.

Vandaag, 29 september twitterde ik over het ongevalsrapport dat verschenen is naar aanleiding van het sneuvelen van 19 bosbrandbestrijders in juni dit jaar in Amerika. Feitelijk was een beperkte situational awareness gecombineerd met verbroken portoverkeer de belangrijkste verklaring voor het ongeval. Daardoor werd de brand onderschat en kon er geen correctie plaatsvinden vanuit het commandocentrum.

Maar als je identiteit van brandweermensen toevoegt aan de verklaring, ontstaat er opeens een heel ander rizoom. Dan bepaalt identiteit dat men in de frontale aanval gaat, en niet wacht tot de vuurhaard voorbij is en hem dan in de flank of de rug aan te pakken. Overigens was het rizoom ‘brandweer’ al veranderd door dit ongeval.

Het principe van de onsignificante (asignifying) scheuring.

“A rhizome may be broken, shattered at a given spot, but it will start up again on one of its old lines or on new lines”. Ook hier kan je de analogie leggen met gesneuvelde collega’s. Weliswaar is het rizoom beschadigd, maar het verandert zich, past zich aan en ontwikkelt door. Ook bij grootschalig optreden kun je zien dat aflossing in zekere zin een scheuring is van het rizoom, maar dat de blussing gewoon doorgaat. Misschien is 9/11 nog wel het mooiste voorbeeld van deze karakteristiek. Brandweer New York verloor in één klap 343 brandweermensen, maar ze bestaat nog steeds en is misschien nog wel taaier dan ooit.

Het principe van de kartography en decalcomania.

“The rhizome is altogether different, a map and a tracing. The map is open and connectable in all of its dimensions; it is detachable, reversible. Susceptible to constant modification (..) Perhaps one of the most important characteristics of the rhizome is that it always has multiple entryways, as opposed to the tracing which always comes back to the same”.

Feitelijk hebben we met het procesteam brandweerdoctrine deze karakteristiek gekozen voor de implementatie van het kwadrantenmodel. Door het kwadrantenmodel beschikbaar te stellen via internet, Linked In groepen te starten en te twitteren, columns te schrijven en presentaties te geven ontstond er een groot rizoom waardoor het kwadrantenmodel overal in Nederland is opgepopt.

Dit blog is onderdeel van het thema ‘rizoom.’ Op die pagina vind je nog meer blogs over dat onderwerp.

De Notre Dame is altijd meer dan ze ooit geweest zou zijn zonder brand

Leestijd: 8 minuten

De brand in de Notre Dame is meer dan een door vuur verwoeste kathedraal. Het is ook een verhaal over identiteit en politiek, over de symboliek van markante gebouwen en over vooruitgang. Of niet. Een blog in etappes waarbij steeds nieuwe vragen opdoemen…

Het is 15 april 2019, net als vele anderen volg ik de brand in de Notre Dame via Twitter.

Om 21.18 tweet ik: “Met de kathedraal brandt er niet alleen een gebouw af, maar ook de herinnering van miljoenen mensen die er door de eeuwen heen zijn geweest. Er valt een gat in ons collectief (on)bewustzijn.”

Brand in de Notre Dame, 20.06h. Foto Godefroy Troude.

Maar dat bleek iets te vroeg gefilosofeerd. Een paar uur later stond het gebouw nog grotendeels overeind. Geen gat dus.

Er voor in de plaats kwam een vraag: hoeveel kun je van de Notre Dame vervangen voor het de Notre Dame niet meer is? Is ze over vijf jaar, zodra ze weer hersteld is volgens Macron, nog steeds zichzelf? Of is de Notre Dame dan meer dan ze ooit geweest is zonder haar geschiedenis?

Roland Barthes en de argonauten

Ik ga met mijn vraag te rade bij Roland Barthes. Die had zich ook al eens afgevraagd wanneer een object verandert in een ander object als je er heel veel van vervangt. Maar dan voor het schip Argo, van de Argonauten.

“A frequent image: that of the ship Argo (luminous and white), each piece of which the Argonauts gradually replaced, so that they ended with an entirely new ship, without having to alter either its name or its form.

This ship Argo is highly useful: it affords the allegory of an eminently structural object, created not by genius, inspiration, determination, evolution, but by two modest actions (which cannot be caught up in any mystique of creation): substitution (one part replaces another, as in a paradigm) and nomination (the name is in no way linked to the stability of the parts): by dint of combinations made within one and the same name, nothing is left of the origin: Argo is an object with no other cause than its name, with no other identity than its form.”

Roland Barthes

Barthes is er zeker van: als je de naam hetzelfde laat en de vorm ook, blijft het ding altijd zichzelf.

Ik kijk naar de foto en denk: maar dat geldt niet voor brand. Ook al is de Notre Dame straks weer haar stralende zelf, dan nog is deze brand voor eeuwig toegevoegd aan haar geschiedenis. De Notre Dame is daarom altijd meer dan ze ooit geweest zou zijn zonder haar rampen.

What doesn’t kill you, makes you stronger, zeggen ze, en misschien geldt dat ook wel voor dit gebouw.

De Argo volgens Volanakis Konstantinos

Update 11 juli 2020: herbouw van de Notre Dame

Deze week werd bekend dat de Notre Dame toch hersteld zal gaan worden in de oude luister. Zo veel als mogelijk worden de oorspronkelijke bouwmaterialen hergebruikt. Zelfs het lood dat tijdens de brand voor zo veel verontreiniging zorgde in de buurt wordt weer terug gebracht in de oude staat.

Een bijzondere keuze.

Macron volgt daarin het advies van een nationale commissie erfgoed en architectuur, hoewel hij zelf eerder had aangegeven een gemoderniseerde Notre Dame wel een goede optie te vinden. Op de achtergrond speelt mee dat Frankrijk de Olympische Spelen van 2024 organiseert en dan moet de kathedraal herbouwd zijn. Met een nieuw ontwerp gaat dat zeker niet lukken.

Foto van Wikipedia onder CC 4.0

‘De authenticiteit, harmonie en samenhang van dit meesterwerk van gothische kunst moet op die manier worden gewaarborgd’, zo citeert de Volkskrant uit het rapport van de commissie.

Authenticiteit, harmonie en samenhang, het zijn woorden waar Macron naar snakt nu zijn populariteit het afgelopen jaar tot een minimum is gedaald.

Het is de vlucht naar achteren: op dit moment is er kennelijk alleen landelijke overeenstemming te krijgen over wat er was, over het oude. Niet over het nieuwe, wat er zou kunnen komen.

Wie weet zijn de tijden zo ongewis dat men dit er niet bij kan hebben. Het probleem van onze tijd is dat de toekomst niet meer is wat ze geweest is.

Le problème de notre temps, c’est que le futur n’est plus ce qu’il a été.

paul valery

De Notre Dame is niet wat ze is, maar wat men vindt dat ze is. Zolang de vorm en de naam uit de meest nabije herinnering maar gelijk blijft.

Zodoende wordt ook de beroemde torenspits (die pas in de 19e eeuw werd toegevoegd) volledig gereconstrueerd. Want we moeten ook niet weer terug naar helemaal vroeger. Het moet wel een beetje beschaafd blijven.

Er is maar één conclusie. Barthes had gelijk.

Update zomer 2020

In de zomer van 2020 is begonnen met het verwijderen van de steigers die nog rondom de Notre Dame stonden. Het gaat in totaal om 200.000 kilo aan steigers met een totale hoogte van 40 meter. Het merendeel van die steigers is vastgesmolten door de hitte tijdens de brand.

Het jeugdjournaal (jazeker 🙂 ) heeft er een leuk filmpje over.

Het is een gevaarlijke klus: op grote hoogte, aan een wankel steigersysteem en de torenspits komt los te staan. Ook deze fase is een verhaal dat wordt toegevoegd aan de geschiedenis van de Notre Dame. Die nog steeds de Notre Dame is.

Wat een vraag voorbij Barthes oproept: hoeveel kun je van iets afslopen voordat het niet meer is wat het was? En als je een steen meeneemt van wat ooit de Notre Dame was, is zo’n steen dan op dat moment ook niet meer afkomstig van de Notre Dame, maar van wat het dan is?

Oftewel, kan de identiteit van een onderdeel met terugwerkende kracht veranderen als de identiteit van de oorsprong is veranderd?

Update februari 2021

De plannen om de Notre Dame in oude luister te herstellen krijgen steeds meer vorm. Inmiddels is bekend dat de afgebrande torenspits van 96 meter hoog wordt herbouwd conform het ontwerp uit 1859. En dat doen ze niet zomaar een beetje herbouwen. Nee, er is een zoektocht gestart naar zo’n 1000 eiken van tussen de 150 en 200 jaar oud. Om de nieuwbouw zo oud mogelijk te laten lijken.

Voor de Amerikaanse president Trump maakte de Franse Civile Bescherming graag een uitzondering door in het Engels te twitteren in plaats van het reguliere Frans. Deze tweet was een reactie op Trump, die meldde dat de brand met een bosbrandvliegtuig zo geblust zou zijn.

Tegelijkertijd is men aan het speuren naar eeuwenoude stenen die in de twaalfde en dertiende eeuw uit de Parijse ondergrond zijn gehaald. Die willen ze gebruiken om de muren te herstellen.

Ook dat is weer aanleiding voor interessante vragen over identiteit van gebouwen en constructies: is de Notre Dame meer zichzelf met oud eik en oud steen dan met nieuw eik en steen?

Update 18 april 2022

Dit filmpje laat zien hoe de Notre Dame in de loop van de tijd ontwikkeld en uitgegroeid is. Interessante vraag is nu of de Notre Dame bij elke ontwikkeling nog Notre Dammer wordt, of zou bij elke groeistap de Notre Dame juist minder zichzelf worden als er weer een stuk zou verdwijnen of instorten? Wat bepaalt nu dat het gebouw de Notre Dame is?

Update april 2023

De herbouw van de Notre Dame vordert inmiddels gestaag, dankzij zo’n 1000 bouwvakkers per dag. Er is dan ook enorm veel werk te doen, zegt Jean Louis Georgelin, de leider van het project en voormalig generaal in het Franse leger. “Het raamwerk, het schilderen, de stenen, het orgel, het glas-in-lood, noem maar op.”

De terugkeer van de torenspits zal het symbool zijn dat we de strijd om de Notre-Dame gaan winnen

jean louis georgelin

Verder garandeert hij nog eens dat het gebouw zo veel mogelijk op zichzelf zal gaan lijken. De gewelven bijvoorbeeld, die worden niet gemaakt van beton dat op steen lijkt, maar van echte stenen. Maar ja, erop lijken is niet hetzelfde als ‘het zijn.’

Het blijft hoe dan ook een intrigerend vraagstuk: ben je meer Notre Dame als je er heel erg op lijkt dan als je er niet op lijkt, maar wel op dezelfde plek bent herbouwd?

In 2024 moet het gebouw weer open kunnen voor bezoek, al zal het herstel tot ver in 2025 doorlopen. Als het niet nog langer wordt, weten wij van de Wet van Hofstadter: alles duurt langer dan je denkt, zelfs als je rekening houdt met de Wet van Hofstadter.

Welnu, via deze link kun je de herbouw volgen.

Update 15 april 2024

Het is 5 jaar geleden dat de Notre Dame in brand stond. Zoals hierboven te lezen is, zijn er de afgelopen jaren grote stappen gemaakt. De nieuwe oude Notre Dame is zo goed als af, lees ik in veel kranten.

Oud, omdat er gebruik is gemaakt van de technieken waarmee de kathedraal van origine mee is opgebouwd. Plus duizend oude eiken en oude stenen.

Nieuw, omdat er hypermoderne brandbeschermingsinstallaties in zijn gebouwd. Sprinklers boven de plafonds, watermist die reageert als rookgassen worden gemeten en extra brandmuren om te compartimenteren.

Zowel oud als nieuw: de muren. Die met een speciale latex zijn gereinigd, waardoor het stof en vuil van eeuwen is verwijderd.

“Het is een mirakel, zeggen sommigen: de bouw van de kathedraal begon in het jaar 1163 en duurde maar liefst 200 jaar. En nu is het kerkgebouw in slechts vijf jaar in oude luister hersteld.”

nos nieuws

Dat de president er persoonlijk achteraan joeg is van groot belang geweest om de immense klus in vijf jaar af te ronden. Daarbij geholpen door de Olympische spelen die dit jaar in Parijs worden gehouden, als stok achter de deur.

En het bedrag van 840 miljoen euro dat bij elkaar is gesprokkeld uit vele giften en donaties. Waar er 700 miljoen nodig was.

Terwijl ik al dat goede nieuws las, viel mij te binnen dat het eigenlijk niet uitmaakt of de Notre Dame nog wel zichzelf is of door alle verbouwingen eigenlijk iets anders is geworden. De Kathedraal is sterker uit de brand gekomen dan ze er in ging, dat is waar het om gaat.

De Notre Dame is antifragiel. Niet bij Barthes moeten we zijn, maar bij Taleb.

Hetwelk een mooie conclusie is om dit relaas te sluiten. Totdat nieuw onheil de Notre Dame heeft getroffen, zal ik geen nieuwe updates meer plaatsen.

Vale!

Mark Hollis en de stilte van Talk Talk; een perfect drieluik

Leestijd: 6 minuten

“Before you play two notes, learn how to play one note. And don’t play one note unless you’ve got a reason to play it.”

Mark Hollis (4 January 1955 – 25 February 2019)

Happiness is Easy

Talk Talk. Dat is zo’n bandje waar ik vroeger niet zo veel van vond. ‘Such a Shame’ is natuurlijk een wereldhit die iedereen kent, net als ‘Life’s what you make it’ en ‘Living in another world’. Niet goed genoeg om te kopen en thuis zelf te draaien, zo vond ik, maar toch ook wel weer zo aangenaam dat je mee gaat hummen als het op de radio voorbijkomt.

Dat veranderde een beetje bij ‘Happiness is Easy.’ Daar vielen de interessante ritmes mij voor het eerst op, met een elegante invulling van diverse instrumenten die individueel maar toch samen het nummer opbouwen. Alsof ze elkaar daar per toeval voor het eerst troffen.

Het is rustige muziek, met tijd en ruimte om het geheel te voelen, te ervaren. Je hoort een akoestische bas, een echte piano, zo’n gitaartje als in ‘I scare Myself’ van Thomas Dolby. En natuurlijk het kinderkoor, dat in georganiseerde chaos het refrein zingt. Geweldig nummer, staat op mijn lijstje van de 1000 beste popsongs aller tijden. Een lijst die niet zozeer lang is als wel heel breed, zodat mijn topperts allemaal voorin kunnen zitten. Iedereen is de beste in De Lijst van Ed.

Hapiness is Easy

Goed. Daarna is het heel lang heel stil tussen Talk Talk en mij. Eigenlijk tot eind februari van dit jaar. Toen werd bekend dat Mark Hollis, de zanger, op 64-jarige leeftijd was overleden. Uitgetalkt.

Gek genoeg wilde ik er meer van weten. Ik was weliswaar geen fan van het eerste uur, maar toch intrigeerde mij iets met terugwerkende kracht in die band. Dus dook ik in hun discografie. Daar ontdekte ik twee pareltjes die al sinds 1988 op mijn ontdekking lagen te wachten: The Spirit of Eden en Laughing Stock.

Wat een prachtige platen. Minstens net zo mooi is het soloalbum van Mark Hollis, dat zeven jaar later onder zijn eigen naam uitkwam. Een uniek muzikaal drieluik dat eigenlijk op geen enkele manier aan één van hun grote pophits doet denken. Op ‘Happines is Easy’ misschien na dan.

Spirit of Eden

Spirit of Eden kent slechts zes nummers, die variëren in lengte tussen vijf en negen minuten. Lange stukken dus, die al een kleine indicatie geven dat Talk Talk hier geen standaard popmuziek aan het maken is. Integendeel, het is sferische improvisatie, verstild doch lyrisch en verdomd als het niet waar is, tijdloos. Met elementen van jazz, folk, pop en experimental.

Nog steeds herkenbaar als Talk Talk, door die melancholieke stem van Mark Hollis, maar anders, heel anders. Dit zei Hollis er zelf van in 1998.

“Spirit of Eden”, I kind of think that was very much like, in a way where all those earlier albums were trying to get to. And then having got there, I then think the important thing is that, y’know, you either, you either just stop making records at that point because you’ve kind of reached what you were trying to get, or from that point, you seriously redress, y’know, these other areas that you, that you go for.”

Hun platenmaatschappij, EMI, was woest. Razend. Er stond geen enkele hit op, geen één nummer dat op de radio kon. Niets om geld mee te verdienen. Tot overmaat van ramp weigerde de band nog te gaan toeren ook. “Dit is muziek om naar te luisteren”, zo zei men in Talk Talk, “niet om live uit te voeren. Dat doen we dus ook niet”. De plaat werd de hemel in geprezen door de pers, maar de verkoop bereikte slechts een fractie van voorganger ‘The Colour of Spring’. Die verkocht meer dan twee miljoen exemplaren.

Er volgde een grimmige rechtszaak die er uiteindelijk toe leidde dat de band op straat werd gegooid. Als de gans geen gouden eieren meer legt, kan ie helemaal oprotten ook. Weg ermee. Bij het jazzlabel Verve echter vond men die nieuwe richting helemaal geen probleem, juist een aanbeveling. Zodoende verscheen daar in 1991 het nieuwe album Laughing Stock, dat ingetogen doorging op de weg die met Spirit of Eden was ingeslagen.

Laughing Stock

Ook Laughing Stock kent slechts zes nummers. En weer staat de stilte van Talk Talk voorop. Hollis vond dat geen geluid in muziek namelijk net zo belangrijk is als wel geluid. “Before you play two notes, learn how to play one note. And don’t play one note unless you’ve got a reason to play it.” Myrrhman, het eerste nummer, bevat dan ook niet zo veel ‘notes’ en doet zelfs als klassieke muziek aan.

After the Flood

“You take like the first track on that album, ah, ‘Myrrhman’, and it was kind of like Ok, Let’s, let’s write a track here where no part of it ever gets repeated.  Y’know, it’s just totally a movement like this (points hands moving forward in a straight line), rather than any recognisable song form.”

Die verstilling wordt op het volgende nummer, ‘Ascension Day, weer helemaal losgelaten. Daar klinkt Talk Talk bij vlagen als een punkband on dope, al was het maar omdat ze die song abrupt beëindigen. Ik dacht eerst nog dat ik een gecorrumpeerd exemplaar had, maar nee, het hoorde gewoon zo.

Het volgende nummer, ‘After the Flood’, is mijn favoriet van dit album. Het tikt af op bijna negen en een halve minuut en door de stug door kloppende drums voelt dit als het eerste post-rock nummer aller tijden. Later zouden bands als Radiohead en Mogwai zeggen dat ze hun muzikale mosterd hier bij Hollis hadden gehaald. Ook Grandaddy vertelde iedereen dat Talk Talk hun favoriete band was en nam ter ere van hun een nummer op met de titel ‘Laughing Stock’.

Qua verkoopcijfers verging het Laughing Stock nog slechter als zijn voorganger en de band hield het hierna voor gezien. Muziek maken is mooi, maar je moet er wel wat te drinken bij hebben. Dat Laughing Stock niet zo heel populair is bij de platenmaatschappijen kun je overigens ook afleiden uit het feit dat het niet via Itunes of Apple Music verkrijgbaar is. Wel via Spotify. Hij is daarnaast nog als LP te bestellen voor 41,95 bij Bol. En hij staat ook op Youtube. Daar zou ik lekker beginnen.

Mark Hollis.

Zeven jaar bleef het stil rondom Mark Hollis en toen was daar opeens zijn solodebuut: Mark Hollis. Die maakte af waar zijn twee voorgangers aan begonnen waren: het creëren van het perfecte drieluik. Met wederom veel stilte. Het eerste nummer, The Colour of Spring, begint zelfs met 20 seconden niets. De resterende nummers zijn heel organisch opgenomen, volledig akoestisch met veel elementen van jazzmuziek en zelfs vleugjes klassiek. Maar ook de trommels roeren zich, zoals in The Gift, mijn favoriete nummer van dit album. Het is een tijdloze plaat en dat was precies wat Hollis in gedachten had.

The Gift

“The ideal is that the album won’t be recognisable as having come from any time, having been recorded in any particular year.  And the fact you’re working with acoustics, helps, means, you can’t date.”

Na deze soloplaat trok Hollis zich terug uit de muziekwereld, om op een paar kleine rariteitjes na nooit meer iets van zich te laten horen. Maar dat was ook niet nodig: het drieluik was af, er hoefde niks meer bij. Het is muziek voor eeuwig. Geen enkele reden om nog een noot te spelen.


Meer muziek lezen? Check Boek & Plaat.

Creatief denken doe je niet in een oude doos

Leestijd: 3 minuten

The electric light did not come from the continuous improvement of candles.” Oren Harari

Eerste plaatsing 13 maart 2018
Laatste update 16 augustus 2019

Op 12 maart 2018 vond ik mijzelf terug in kasteel de Vanenburg te Putten, als deelnemer aan de Stakeholdersdag van de veiligheidsregio’s. Zoals vaker miste ik een afslag, waardoor ik eerst een uitgebreide buitenverkenning moest uitvoeren alvorens ter plaatse te komen. En het moet gezegd, het buitengebied van Putten is echt prachtig, net als het kasteel de Vanenburg overigens.

Bij mijn aankomst was het programma inmiddels in volle gang en ik viel er een beetje in en daarmee ook een beetje buiten. Dat zijn zo van die dingen die soms samen gaan; een mens past immers niet altijd in the bestaande box. Direct na de lunch ervoer ik echter een kleine opleving van groot enthousiasme toen Ad van Berlo aan het woord kwam.

Van Berlo is hoogleraar entrepreneurial design aan de TU Eindhoven en probeerde een college creatief denken te geven, als inleiding op de middagworkshop. Omdat het programma wat uitliep in de tijd moest de inhoud met stoom en kokend water voor het voetlicht worden gebracht. Vandaar dat ik zeg dat Van Berlo een college probeerde te geven; het kwam op dat moment niet helemaal uit de verf.

En dat was jammer. Want hij liet een klein stukje zien van een Ted Talk van Luc de Brabandere, een voor mij tot dan toe compleet onbekende corporate filosoof. Met een geweldig verhaal over creatief denken, geëntameerd door een simpele vraag uit het publiek op een eerdere bijeenkomst.

“Luc, je hebt al een paar keer gezegd dat we out of the box moeten denken. Maar hoe ziet die oude doos er eigenlijk uit, waar wij uit moeten denken?”

Daar stond De Brabandere met zijn mond vol tanden, hij kon er geen antwoord op vinden. Op dat moment stopte Van Berlo het filmpje, gaf er nog een kort commentaar op en ging door met zijn eigen verhaal. ‘Luc de Brabandere Ted Talk Checken,’ typte ik ondertussen in mijn telefoon. ‘Thuis kijken.’


Klik op de foto voor de Ted Talk van Luc de Brabandere

“Een box staat tot denken als een baksteen staat tot een gebouw.” Je kan er niet zonder, stelt De Brabandere. Elke doos is een mentaal model, een set van aannames, ervaringen en veronderstellingen die het denken vorm geven. Denken kan dus niet zonder die box en je er kan prima in doorontwikkelen. Er zijn namelijk heel veel manieren om je kaars te verbeteren, om licht te halen uit een verbrandingsproces. Deductie, noemt De Brabandere dat.

Maar creatief denken is totaal anders. Daarvoor heb je een andere, nieuwe vraag nodig. Electrisch licht ontstaat niet door het continu verbeteren van een kaars. Om de stap van een kaars naar electriciteit te maken heb je een nieuwe doos nodig, waarin bedacht is dat licht kan ontstaan door iets juist niet te laten verbranden, maar te laten gloeien. Dat is inductie, volgens De Brabandere; op welke andere manieren dan verbranding kan ik licht laten ontstaan? Zijn conclusie is simpel als je wilt innoveren: denk niet out of the oude box, maar denk in een nieuwe box.

“I realized that in creative thinking my focus was much to much on creativity, not enough on the word thinking.”

Luc de Brabandere

Stel je vraag daarom eens anders, maak een nieuwe hypothese en denk. Creatief denken vraagt om meer nadruk op denken. Dus pak gewoon eens de verkeerde afslag en ga lekker buiten verkennen, wanderen, overtreed het tijdspad en vind een nieuwe box. Het kan overal waar je wilt. Ook in Putten, zoals ik ervaarde bij Kasteel Vanenburg.

« Oudere berichten

© 2024 Rizoomes

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑