Leestijd: 5 minuten

Naar aanleiding van de brand in het cellencomplex op Schiphol schreef ik onderstaande column ‘verhinderd zelfredzaam’ in 2005. Hij is echter zo erg van toepassing op de cellenbrand Den Haag dat ik het hier als inleidende essay heb opgenomen. Vooral vanwege de laatste paar zinnen: “Ik vind echter wel dat de problematiek rondom de (zelf)redding van derden belangrijk genoeg is om op de agenda te zetten, al was het maar omdat de brandweer er zelf ook veel last van kan hebben bij de uitoefening van haar taak. Met alle gevolgen van dien”

Na het essay is een feitenoverzicht van de cellenbrand opgenomen. Daarna volgen foto’s en filmpjes. Het wordt afgesloten met links naar andere informatiebronnen.

Verhinderd zelfredzaam

In het onderzoeksrapport naar de brand in het cellencomplex op Schiphol Oost komt de Onderzoeksraad met een belangwekkende constatering over het begrip zelfredzaamheid. De Raad ziet gedetineerden niet als zelfredzame personen, in tegenstelling tot het brandbeveiligingsconcept cellengebouwen. Daar worden gedetineerden namelijk wel als zelfredzaam gezien: “Afgezien van het feit dat anderen (het personeel) de deur van hun cel en andere deuren op weg naar een veilige plaats moet openen, zijn zij zelf in staat het bedreigde gebied te verlaten”.

Het kan niet anders dan dat zo’n tegenstrijdigheid in voorschriften leidt tot onduidelijke eisen aan organisaties. In de veiligheidskunde wordt zo’n tegenstrijdigheid als basisrisicofactor gezien. Als je die niet aanpakt, is het wachten op problemen.

Nou zijn er mensen die menen dat dit probleem wordt opgelost als je de bepalingen uit de Arbowetgeving volgt. De Arbowet geeft de werkgever immers de verantwoordelijkheid om gevaar voor derden te voorkomen, waarbij speciale aandacht wordt gevraagd voor de evacuatie van niet-zelfredzame personen. De Bedrijfshulpverlening moet daar op voorbereid zijn. Maar ja, wat moet je als modale BHV onder zelfredzaamheid verstaan als de richtlijnen er niet duidelijk over zijn?

Er is dus meer aandacht nodig voor de veiligheid van derden bij calamiteiten. De risico’s zijn het grootst bij gebouwen of inrichtingen waar grote groepen mensen aanwezig zijn, al dan niet op plaatsen met een complexe infrastructuur zoals spoorwegstations en winkelcentra, en bij plaatsen waar de aanwezigen zichzelf niet goed kunnen redden, zoals in ziekenhuizen en verzorgingshuizen.

Het gaat dus om twee aandachtspunten: aantal mensen en zelfredzaamheid mensen, die je ook nog kan combineren: een groot aantal niet-zelfredzame mensen levert meer problemen op dan een grote groep zelfredzame mensen. Onderstaande tabel biedt een eenvoudig hulpmiddel tot een grove indicatieve onderverdeling.

 Weinig mensen aanwezigVeel mensen aanwezig
Zelfred-zaamLaag risico, Bijv. kantoorgebouwen, winkelsMiddel risico,Bijv bijeenkomstgebouwen, publieksgebouwen,
Niet-zelfred-zaamMiddel risico,Bijv. kindercreches, kleine verpleeghuizenHoog risico,Bijv. ziekenhuizen, gevangenissen

Het nadeel van zo’n grof onderscheid is dat er geen rekening kan worden gehouden met dynamische situaties. Zo kan het standaardscenario voor een inrichting een middelrisico zijn, zoals bij evenementen. Door omstandigheden kan die standaard uitgroeien tot een hoog risico, omdat de groep opeens niet-zelfredzaam blijkt door externe factoren zoals het weer, zie het Dance Valley echec van 2001. Desalniettemin biedt deze tabel al meer aanknopingspunten voor het vormgeven van een BHV dan de huidige grove eis van 1 bedrijfshulpverlener per 50 werknemers.

Een nadere definitie van zelfredzaamheid kan gevonden worden in een vertaling van zelfredzaamheid naar mobiliteit: het gaat er immers om dat mensen mobiel zijn, zodat zij zichzelf in veiligheid kunnen brengen. Zelfredzaamheid gaat dan enerzijds om verminderde mobiliteit en anderzijds om verhinderde mobiliteit.

  • Verminderde mobiliteit wordt gezien als een interne factor; men is niet meer of nog niet zelfstandig mobiel. Denk dan aan gehandicapten, invaliden, psychiatrisch patiënten, zieken, kinderen en babies.
  • Verhinderde mobiliteit ontstaat in die situaties waar mensen op zichzelf als mobiel en zelfredzaam kunnen worden gezien, maar waar zij gehinderd worden in hun zelfredzaamheid door externe factoren. Bijvoorbeeld door afgesloten ruimtes (gevangenissen, treinen), complexe gebouwen (stations met meervoudig ruimtegebruik), en grote groepen mensen (evenementen zoals Sail)

Dit onderscheid kan behulpzaam zijn bij het ontwerpen van een BHV organisatie. Bovendien geeft deze onderverdeling aanknopingspunten bij de aansluiting van de overheidshulpdiensten op de bedrijfshulpverlening.

Bij verminderde mobiliteit bijvoorbeeld zal een snelle opschaling noodzakelijk zijn om alle hulpbehoevenden te kunnen evacueren in een beperkte tijd. Bij verhinderde mobiliteit is er veelal sprake van aanvullende problemen voor de overheidsdiensten, zoals grote groepen mensen, tegenwerkende mensen en / of complexe infrastructuur.

Ik vind dan ook dat dit deel van de BHV beter tot zijn recht komt onder brandweerwetgeving dan onder de arbowetgeving, omdat het meer raakt aan de primaire taak van de overheidsbrandweer, dan aan het primaire doel van de Arbowet.

Het is niet de intentie van deze column om in een paar zinnen een nieuwe opvatting over bedrijfshulpverlening neer te zetten. Aanvullend onderzoek over verhinderde en verminderde mobiliteit is noodzakelijk. Ik vind echter wel dat de problematiek rondom de (zelf)redding van derden belangrijk genoeg is om op de agenda te zetten, al was het maar omdat de brandweer er zelf ook veel last van kan hebben bij de uitoefening van haar taak. Met alle gevolgen van dien.

Korte omschrijving incident Cellenbrand Den Haag

Datum25 december 1987
Locatie en type objectCellencomplex Hoofdbureau politie, Burgemeester Patijnlaan Den Haag
Type incident Brand in cellencomplex (aangestoken)
Bijzonderheden
  • Rond 18.00 wordt brand gemeld, na later blijkt aangestoken door een arrestant.
  • Bij fouillering heeft de politie de aansteker en lucifers gemist.
  • 18 arrestanten worden door de brandweer bevrijd, deels in samenwerking met bewaarders
  • Bij aankomst was er slechts 1 cellensleutel beschikbaar. Dat beperkte de snelheid van de redding aanzienlijk. Uiteindelijk komt er een tweede sleutel ter beschikking, maar toen was de rookontwikkeling al wel veel verder gevorderd en de inzet veel risicovoller
  • Brand bleef beperkt tot de cel, maar de rook verspreidde zich over het hele complex
  • Nabluswerkzaamheden duurden tot 24.00
  • Twee brandweermensen zijn omgekomen, ze verdwaalden in het complex.
  • Ook twee arrestanten kwamen om het leven.
  • Brandweer was niet opgeleid voor het optreden in zulke grote en complexe gebouwen. Hun opleiding en training is gericht op een brand in woningen.
  • In het onderzoek wordt daar nauwelijks over gesproken. Alle aanbevelingen richten zich op techniek: ander soort brandproeven, onderzoeken van rookontwikkeling in relatie tot ventilatie  en inspectie van bouwmaterialen en vergunningsvereisten.

Foto & Film

Hoofdbureau politie Den Haag in 1987. Foto Nationaal Archief
Brandonderzoek in de gang van het politiebureau. Foto Nationaal Archief
Uitvaart Fred La Haye

Meer informatie

Dit blog is onderdeel van het thema ‘herdenking en verlies’. De laatste update is van 1 juni 2020