Wanderings

Tag: Creativiteit (Pagina 1 van 3)

Ultrakorte Verhalen

Leestijd: 7 minuten

In de afgelopen jaren heb ik steeds een nieuw dagelijks twitterproject gehad. In 2019 deed ik de #DailyStoic en in 2020 de #beginzin. Van het laatste project is een volledige galerij op de website terug te vinden, alsmede een blog met twintig keer de beste beginzin. Het project van dit jaar is ultrakorte verhalen #UKV.

Ultrakorte verhalen komen in verschillende vormen voor. Wat je op internet veel ziet zijn sites over en met verhalen die maximaal 99 woorden lang mogen zijn. Vaak zijn dat wel echte verhalen met de dramaboog van Freytag. Er is een persoon met een wens of opdracht, er is een obstakel, dan een oplossing en tot slot een resultaat.

Twitteratuur

De kortste ultrakorte verhalen zijn de zogenaamde six word stories. De bekendste is naar verluid van Hemingway. ‘For sale: baby shoes. Never worn’. Ook kort zijn wat wel de twitterstory wordt genoemd, of twitteratuur. Verhaaltjes van maximaal 280 tekens, minus #UKV of #twitterstory.

En dat is precies wat ik ga doen in 2021. Elke dag een verhaaltje met maximaal 280 tekens, gebaseerd op een ervaring, een overdenking of iets wat ik ergens las. Hieronder zie je de eerste twee.

Wie is de baas?

Volgens Harari is het niet de mens die graan exploiteert, maar gebruikt het graan juist ons; om zich voort te laten planten op akkers vol gouden halmen. De meester van de omkering is echter de hond, die kwispelstaartend toekijkt hoe de mens zijn poep in plastic zakjes rolt.

Duizend-en-één

Vandaag trof ik iemands goede voornemens aan op de kiezels van het Pelgrimspad. Ooit zei Oscar Wilde dat er niets makkelijker was dan stoppen met roken, hij had het al duizend keer gedaan. Ik kreeg bijna zin om mee te doen, maar ja, ik was al gestopt. Na duizend-en-één keer.

Hoe het zich precies gaat ontwikkelen weet ik nu nog niet. Het is natuurlijk ook een beetje een zoektocht. Dingen uitproberen, kijken of en zo ja welke reacties er komen; foto’s gebruiken ter ondersteuning van de tekst; misschien wel draadjes rijgen als ik meer te vertellen heb dan 280 tekens; er is van alles mogelijk, we gaan het zien.

Wat ik wel weet is dat ik ze allemaal op deze pagina ga plaatsen. En dat alle foto’s van mezelf zijn, tenzij anders vermeld. Dus kom af en toe hier weer eens kijken welke ultrakorte verhalen er bij zijn gekomen.

UKV Galerij Januari 2021

Schroot

Langs de dijk ligt een kerkhof vol auto’s. Ooit waren ze gloednieuw. Glanzend stonden ze te wachten onder een laken, die de garagist er glunderend af zou trekken zodra de klant binnen was. Verrassing! Van alles wat daarna zou komen resten nu slechts herinneringen en een stapel schroot.

Crisismanagement met taart

Heel Holland Bakt is eigenlijk crisismanagement met taart. Je moet 100% besluiten met 50% van de kennis, aan het eind van je ervaring begint er opeens een probleem en alles staat altijd onder tijdsdruk. Zoals één van de bakkers zei: “Ik heb een goede planning alleen gaat de tijd sneller dan ik dacht.”

Collega H.

Er kwam bericht dat collega H. was overleden. Net als ik werkte hij hier al twintig jaar, toch kende ik hem niet. Op de kaart staat: ‘Naast zijn werk leidde H. een vrij eenzaam bestaan.’ Ik weet niet of ik eerder zoiets las op een rouwkaart. Maar ik zal H. niet vergeten.

Kakken

Vlak voor mij liep een grote hond die echt enorm moest kakken. Hij werd met gekromde onderrug voortgetrokken door een bleke man met oranje skimuts. Op het grasveld aangekomen strekte de hond genoegzaam kreunend zijn staart. De man dook in zijn Iphone; dit kon wel even duren.

Thuiswerken

Niet het thuiswerken is saai, maar het thuiszitten. Elke dag is hetzelfde. Dus keek ik verheugd uit het raam bij de aanblik van een gestrande trailer. Men reed karren van de ene in de andere truck. Ik schonk koffie in en ging er eens goed voor zitten. Hun pech was mijn geluk

Kat in de dakgoot

Er zat een kat in de dakgoot. Hij keek strak voor zich uit, naar een andere kat buiten beeld. Staredown. Zijn grimas werd versterkt door een vreemde tekening onder zijn neus. Alsof er een snor met punten op was gestift. Loop maar ff lekker door, dacht de kat in de dakgoot. Met je #UKV.

Phish

Ik kreeg post van Mr Hill Kunow. “Dear Sir/Ma, u heeft recht op 600 dollar coronasteun. Daarvoor hebben we wel uw gegevens nodig en een kopie van uw rijbewijs.” Beste Mr Hill Kunow, wat een loser van een phisher bent u. Echt broddelwerk. Ik kan dus helaas niet op uw verzoek ingaan.

Gat

Voor wie het zien wil, zit de aarde vol gaten. Sommige zijn gevuld met zand, die vallen het minste op. In andere zit water of lucht, die zie je al een stuk beter. En er zijn gaten die je voor een ander graaft. Die neigen zich stiekem doch onzichtbaar te verplaatsen. Anders zou je er natuurlijk nooit zelf invallen.

Klopt

Voor mijn vage verzameling kocht ik via een veiling een Italiaanse munt waarop de brandweer wordt geëerd. Er zit een gebruiksaanwijzing bij die uitlegt dat er een inscriptie op staat: Corpo Nazionale Vigili del Fuoco. Dat klopt precies. Altijd mooi, als alles klopt.

Katten

De kat kat tegen de andere kat. Het is een kattige kat. De niet-kattige kat, daarentegen, kat nooit tegen de kattige kat. Beter zou zijn van wel. Dat is toch waar het een beetje om gaat, dat katten katten. Anders kan je net zo goed een konijn houden. Die katten veel minder.

Tandpasta

Opeens was de Parodontax afgrijselijk veranderd, ook al stond er nog steeds Original op de tube. Ik kocht iets wat het niet meer was. Ooit zei Barthes over de Argo dat als naam en vorm gelijk blijven, het ding ook gelijk blijft. Maar daar moet inhoud dus bij, weet ik nu.

Kanon

Zondagmiddag, mooi weer. De kleine jongen met de grote blauwe muts staat voor het kanon waar hij graag op zou gaan zitten. Zijn moeder of oma, ik zag het niet direct, ontraadt het hem ten zeerste. “Zo krijg je een hele natte kont.” Maar dan heb je wel fijn op een kanon gezeten.

Belletje

Hoi mam, met mij. Ja, ik loop buiten. Nee, alleen. Die zit nog thuis. Het is nu definitief, ontslagen. Sinds vanmiddag. Geen werk meer voor. Ja, door corona inderdaad. Dat is nog een eufemisme, vervelend. Maar waar ik voor belde, staat dat logeerbed nog bij jullie op zolder?

Haastrecht

Het Pelgrimspad bracht ons in Haastrecht, waar we halt hielden om het centrum te bekijken. Er fietste ons een oude vrouw voorbij, die afstapte en lopend doorging. Op de hoek van de straat steeg ze weer op haar rijwiel en verdween. In gedachten zag ik haar gierend van de lach wegfietsen

Hooglander

Hoe zou het leven zijn, voor een Schotse Hooglander op de Hilversumse heide? Dat vroeg ik me gister opeens af. Het was gaan sneeuwen, de kudde kolossen bewoog zich langzaam met de bui mee en schudde af en toe met hun lange haren de vlokken van zich af. Weer eens als thuis?

Berkeley’s raadsel

Wanneer een boom in een verlaten bos omvalt en er is niemand om het te horen, maakt het dan geluid? Deze vraag van George Berkeley uit 1710 spookte door mijn hoofd toen ik langs de blauwe lichtpilaren liep. Zouden ze ook schijnen als er geen mens is om het te aanschouwen?

Bril

Er hing een bril aan een tak in het bos. Aan de glazen te zien kon de eigenaar zonder zijn bril het ding nooit meer terugvinden. Omdat ik ook niemand al kruipend de grond zag aftasten liet ik de bril hangen. Mijn rol in het brillebestaan was slechts er een #UKV over te schrijven.

Blue

Ik wilde al twee dagen een #UKV over blue monday schrijven, maar er kwam steeds iets leuks tussen. En nu is het te laat, we zijn al weer op blue wednesday. Ellende en depressiviteit wachten maar een jaartje op hun beurt. Je kan niet overal rekening mee houden, in deze blue times.

Geitebrein

Wat zou er omgaan in het geitebrein? Ik keek het dier diep in de ogen maar er schoot me niets te binnen. Misschien op brute kracht: geitebrein geitebrein geitebrein geitebrein. En hup, daar was Ome Willem al; bloemkool met een papje erbij, broodje poep. Het geitebrein zweeg.

De vier stappen van de surprise sequentie

Leestijd: 6 minuten

De surprise sequentie is een beschrijving van de vier stappen die een gemiddeld mens doorloopt na confrontatie met een verrassende gebeurtenis: freeze, find, shift en share. Van die vier stappen zijn er twee enigszins beïnvloedbaar en geschikt voor (externe) interventie. Maar twee dus ook niet. Goed om te weten als de surprise opeens een crisis wordt.

Het kan niet anders dan dat de surprise zich in vele gedaanten openbaart, het is immers een verrassing. De situational- en fundamental surprise, de inevitable en de predictable, de organizational. Om er maar eens een paar te noemen, allemaal crises vermomd als surprise.

Toch denk ik dat er in de surprise dagboeken begonnen moet worden met de individuele surprise, de psychologie achter de verrassing. Want voordat je een hele organisatie in het ootje kan nemen, zal je toch eerst één mens moeten verrassen. Het is daarom goed om meer te weten over de surprise sequentie en op welke momenten je eventueel kan interveniëren. Vooral handig als er een crisis op de loer ligt.

Het uitgangspunt daarbij is dat het om een echte surprise gaat, waar je niet op voorbereid bent. Want zoals met veel zaken kun je ook leren om verrassingen te managen. Dat is echter niet de focus van dit blog.

De surprise sequentie

Tania Luna en Leeann Renninger publiceerden in 2015 hun boek ‘Surprise. Embrace the unpredictable and engineer the unexpected’. Daarin presenteren ze de surprise sequentie: een serie van vier stappen die een gemiddeld mens doorloopt bij elke vorm van verrassing.

Surprise definiëren ze als volgt: een gebeurtenis of observatie die onverwacht is (unexpected), dan wel die anders uitpakt dan verwacht (misexpected). Het maakt daarbij niet uit of het een leuke, een neutrale of vervelende verrassing is. Elke surprise spreekt het reptielenbrein aan en dat zorgt ervoor dat je volledig automatisch je aandacht richt op die betreffende gebeurtenis. Voor heel even is de wereld niet groter dan dat wat zich vlak voor je neus afspeelt.

En je voelt het misschien al aankomen door dat reptielenbrein: de eerste stap in de surprise sequentie heet freeze en dat is in de kern precies hetzelfde als de vechten/vluchten respons. Een reactie van je autonome zenuwstelsel op een mogelijke dreiging, die het noodzakelijk maakt om je volledige attentie te mobiliseren en de juiste actie te ondernemen.

De freeze fase is nauwelijks te beïnvloeden omdat hij wordt gestuurd door je autonome zenuwstelsel. Hooguit kun je ervoor zorgen dat je in een goede conditie bent: uitgerust, nuchter en niet gestresst. Dan kan je er beter tegen. Daarnaast is het mogelijk de ‘freeze-fase’ te trainen, maar dat valt buiten de scope van dit blog.

De freeze duurt maar heel kort, een fractie van een seconde. Zodra het alarm van je autonome zenuwstelsel is afgelopen, gaan je hersens vervolgens in een razend tempo aan de slag om te verklaren wat er zonet gebeurd is. Dat is de find fase.

Vaak begint die verklaring met een emotie. Angst, blijdschap of verdriet, bijvoorbeeld. Een verrassing versterkt die emoties, volgens Luna en Renninger, tot wel 400%. Je wordt daardoor blijer of verdrietiger, maar verrassing zelf is geen emotie. Psychologen hebben dat althans niet kunnen vaststellen.

Mentale modellen

De find fase verloopt niet altijd heel snel, het is een beetje afhankelijk van de complexiteit en de impact van de surprise. Sommige verrassingen ontwikkelen zich zelfs tot een crisis. Het worden dan grote raadsels die steeds meer vragen oproepen en interfereren met allerlei hypotheses en (pseudo)verklaringen die in de pers verschijnen.

“Pick up any newspaper to catch this phenomenon in action. Archival research shows that after a surprising event like a plane crash or natural disaster, newspapers print more and more explanations over time,”

Luna en renninger

Toch moet er op zeker moment wel een antwoord komen op de vragen achter de surprise. Mensen zijn namelijk heel slecht in het leven met raadsels en onzekerheid. Beter een fout antwoord, dan geen antwoord.

Mentale modellen spelen daarbij een belangrijke rol. Een mentaal model (of schema) is de verzameling van ideeën en aannames die je over een bepaald fenomeen hebt. Het is de manier waarop je naar de werkelijkheid kijkt.

Door de onverwachte gebeurtenis worden die mentale modellen echter gefalsifieerd. Ze kloppen niet meer (helemaal) en opeens zit er een gaatje in je waarheid. Dan moet je die dus repareren. Shiften, heet dat, en het is de derde stap van de surprise sequentie, ervan uitgaande dat fase twee tot een soort van antwoord heeft geleid.

Het neerhalen van de MH 17 met een BUK raket is daar een voorbeeld van. In mijn mentaal model zat (onbewust) geen scenario waarbij een vertrekkend burgervliegtuig van Schiphol zou worden aangevallen met oorlogstuig. Toch is het gebeurd. Met als gevolg dat ik mijn mentaal model over risico’s in de burgerluchtvaart heb moeten aanpassen. Geopolitieke ontwikkelingen maken sindsdien onderdeel uit van de risico-analyse.

Weerstand

Maar niet iedereen maakt makkelijk een shift. Soms ontstaat er tussen de find- en shift fase veel weerstand. Een voorbeeld daarvan is gissen en hypotheses veronderstellen, zoals ik hierboven al schreef. Net zo lang zoeken tot je wel een bevredigend antwoord hebt of een schuldige gevonden, zonder dat je je aannames hoeft aan te passen.

Een andere vorm van weerstand is ontkenning: zeggen dat je het gewoon niet gezien hebt of dat het niet waar is. ‘Corona is een hoax of hooguit een griepje dat vanzelf over gaat.’ Dat werk.

“When people change their minds it looks sudden, but it is usually the result of many surprises (many tiny shifts) accumulating over time—like grains of sand falling on a sand pile with no apparent effect until just one grain causes the entire pile to topple.”

De meest gezonde manier van omgaan met falsificatie door een surprise blijft je mentale model aanpassen. Shiften dus. Hoe vloeibaarder je mentale modellen zijn, hoe makkelijker de shift zal verlopen. Vastgeroeste modellen komen daarentegen maar lastig in beweging.

Ook de grootte van de wijziging speelt een rol. Naarmate de gevraagde aanpassing meer op een complete paradigmashift of een fundamental surprise begint te lijken, zal deze fase van de sequentie veel tijd en energie vragen.

De find en shift fase lopen in elkaar over en beïnvloeden elkaar. Het is een combinatie van situational awareness en sensemaking. Dit zijn de fases waarin je actief (extern) kunt interveniëren na een surprise. De meest cruciale factor is daarbij het mentale model van degene die verrast wordt.

- Zit zo’n model dik vastgeroest, dan is de kans groter dat de eigenaar zich zal verliezen in afweermechanismen als ontkenning, gissen, schuldigen zoeken en complotten bedenken

- Wees ervan bewust dat in de find fase emotie een grote rol speelt en cognitie en emotie makkelijk met elkaar verweven raken. Dat beperkt je interventiemogelijkheden

- Hele grote verrassingen kunnen aanleiding zijn tot een paradigmashift. Zo kan je door een grote stroomstoring opeens bewust worden van het verschil tussen emergency response en disruptie management

- Heel veel kleine surprises hebben soms al gezorgd voor een nieuwe ondergrond, waardoor een op het oog kleine verrassing toch opeens zorgt voor een grote verandering. 'like grains of salt'

Viral

De laatste stap van de surprise sequentie is share. Luna en Renninger betogen dat surprises een zware wissel trekken op de belastbaarheid van onze hersenen. Het put ze uit en de manier waarop mensen die druk verlichten is om er over te praten, te sharen. We houden slechts zo’n tien procent van alle ervaringen voor onszelf, de rest wordt ruim gedeeld. In verhalen, in telefoongesprekken, op Twitter en Facebook, het kan niet op. Hoe interessanter iemand zijn verhaal vindt, hoe vaker hij het zal herhalen.  (Wees dus nooit te vroeg op familiefeestjes. “Ik moest nog lachen, gisteren bla die bla…….”. Voor je het weet ken je die boring story uit je hoofd)

Surprises zijn tegelijkertijd ook een vorm van sociaal kapitaal. Door te sharen stijg je in de pikorde van je community en gaan verrassende filmpjes gauw viral.

Dat is ook de reden achter het filmen van ongevallen en rampen. Direct na de freeze wordt het voor de toeschouwer duidelijk wat er aan de hand is en knalt het van find onmiddellijk door naar shift en share. Freeze/flight/fight response is heden ten dage dan ook de freeze/flight/fight/film response. Daar kan geen verbod tegen op, maar wel een scherm rondom de plaats incident. Want ook de share fase is nauwelijks te beïnvloeden.

Dat is dus slecht nieuws voor alle hulpverleners die zich ergeren aan filmende mensen bij ongevallen. Voor hen zit er niets anders op dan hun mentale model te shiften. De gemiddelde mens is tijdens ongevallen geen beschaafd wezen dat afstand houdt en privacy respecteert, het is een verraste aap die de cognitieve last van de surprise niet kan dragen en onmiddellijk moet sharen. Wen er dus maar aan.

Dit blog is onderdeel van de Surprise Dagboeken. Eerdere blogs vind je hier.

Inleiding op Rizoom en Gilles Deleuze

Leestijd: 5 minuten

Gilles Deleuze wordt algemeen gezien als de ‘ontdekker’ van het rizoom, alhoewel hij daar zelf waarschijnlijk anders tegenaan gekeken zal hebben. Het rizoom was er al, je hoefde het alleen nog maar te zien. En om het te zien moet je verrekte goed kijken, want het is niet eenvoudig. Ik doe hier een poging met voorbeelden uit het brandweerveld, want dat is het rizoom waar ik indertijd in zat.

Als je in één zin moet zeggen wat een rizoom is, dan zou ik zeggen dat het een netwerk is met heterogene componenten. Met heterogene componenten bedoel ik dat het om eigenlijk alles kan gaan: dingen, mensen, dieren, natuur, muziek, waarden, zingeving, brandweer, noem maar op.

Het karakteristieke van een rizoom is dat het geen begin en geen einde kent. Eerder is het een geheel van koppelingen en verbindingen in een soort van structuur, zonder een centralistische aansturing.

Netwerksamenleving

De NSOB publiceerde in 2010 een essay over de netwerksamenleving en gebruikte daarin ook het rizoom. Zij formuleerden het aldus: “Een samenleving is een netwerk van netwerken die op de één of andere manier allemaal met elkaar verbonden zijn, maar waarin tegelijkertijd geen samenhang, maar juist fragmentatie en gelaagdheid te ontdekken valt. Verbondenheid zonder samenhang is een belangrijk kenmerk van het rizoom.”

De bron.

Een rizoom kent geen coördinator of baas, heeft geen richting en ‘is’ eigenlijk alleen maar. Het bestaat. Deleuze noemt het zelfs een becoming, iets wat wordt. Als je op deze manier naar de werkelijkheid kijkt, ontstaan er opeens heel andere oplossingsrichtingen en interventies.

Weer even naar de NSOB: “”Zeker in een rizomatische samenleving is de dynamiek en complexiteit zodanig, dat louter organisatiestructurele antwoorden steeds vaker zullen ‘wringen’: de samenleving is gefragmenteerd en gelaagd evenals de daarin voorkomende problemen, waardoor ‘standaardoplossingen’ niet volstaan.”

Connecting dots

Essentieel in deze benadering is dat je contact maakt met het rizoom: je wordt één van de koppelingen. Connecting dots. Dat vraagt wel om een actieve houding, omdat je ook moet connecten met de andere componenten uit het rizoom. Zoek de gelaagdheid uit, ontdek de fragmenten en heb oog voor de heterogeniteit van die componenten.

Dat betekent goed luisteren en kijken, zonder oordeel, met een ongekleurde bril. Je hoeft slechts vast te stellen, te ontdekken. Door met de koppelingen te spelen, nieuwe toe te voegen en uit te breiden, wordt het rizoom langzaam anders terwijl het toch hetzelfde blijft. Nieuwe normaliteit noem ik dat.

Gilles Deleuze wordt gezien als de grondlegger van de rizoombenadering. Samen met Felix Guattari schreef hij ‘Mille Plateaux’, door mij vaak de Dikke Deleuze genoemd vanwege de 688 pagina’s die het beslaat. In dat boek wordt het rizoom als metafoor gebruikt om naar de samenleving te kijken.

Wortelstok

Van origine is een rizoom een biologische term voor wortelstok, zoals de bamboe of de paardenbloem. Iedereen met een paardenbloem in zijn gras weet dat hij dat nooit meer kwijt raakt omdat ondergronds al die bloemen met dezelfde wortel zijn verbonden. Maakt niet uit wat je er uittrekt, het komt steeds weer terug.

De Dikke Deleuze noemt een aantal karakteristieken van rizomen. Dat is eigenlijk best abstracte materie, dus heb ik geprobeerd met voorbeelden van de brandweer het iets concreter te maken. Ik weet niet of het wel helemaal klopt wat ik hier doe, maar daar kom ik later vast nog wel eens op terug. Sowieso is dit niet het laatste stukje tekst over rizomen, dat zal zich de komende tijd verder ontwikkelen.

“Wij hebben de l’anti-oedipe met z’n tweeën geschreven. Omdat ieder van ons uit meerderen bestond, maakte dat al veel uit. In dit werk hebben wij alles gebruikt wat ons aansprak, dat wat ons het meest nabij was en dat wat het verst van ons afstond.”

Deleuze en guattari

Het principe van connectiviteit en heterogeniteit.

“Any point of a rhizome can be connected to anything other, and must be. This is very different from the tree or root, which plots a point, fixes an order”.

Je zou de brandweer als een rizoom kunnen beschouwen, van 1 brandweermens tot een ploeg tot een kazerne tot een veiligheidsregio, uiteindelijk brandweer Nederland.

Maar de connecties kunnen verder door, tot internationale brandweerorganisaties, of andere hulpverleningsorganisaties, of met alles wat rood is. Zoek de overeenkomsten en als er dots connected kunnen worden, is het een rizoom.

Het Lelietje-van-dalen is een plantje dat iedereen wel van naam kent en dat zich ontwikkelt via een rizomatische wortelstok.

Het principe van de veelheid (multiplicity)

“A multiplicity has neither subject nor object, only determinations, magnitudes and dimensions that cannot increase in number without changing the multiplicity in nature”.

Vandaag, 29 september twitterde ik over het ongevalsrapport dat verschenen is naar aanleiding van het sneuvelen van 19 bosbrandbestrijders in juni dit jaar in Amerika. Feitelijk was een beperkte situational awareness gecombineerd met verbroken portoverkeer de belangrijkste verklaring voor het ongeval. Daardoor werd de brand onderschat en kon er geen correctie plaatsvinden vanuit het commandocentrum.

Maar als je identiteit van brandweermensen toevoegt aan de verklaring, ontstaat er opeens een heel ander rizoom. Dan bepaalt identiteit dat men in de frontale aanval gaat, en niet wacht tot de vuurhaard voorbij is en hem dan in de flank of de rug aan te pakken. Overigens was het rizoom ‘brandweer’ al veranderd door dit ongeval.

Het principe van de onsignificante (asignifying) scheuring.

“A rhizome may be broken, shattered at a given spot, but it will start up again on one of its old lines or on new lines”. Ook hier kan je de analogie leggen met gesneuvelde collega’s. Weliswaar is het rizoom beschadigd, maar het verandert zich, past zich aan en ontwikkelt door. Ook bij grootschalig optreden kun je zien dat aflossing in zekere zin een scheuring is van het rizoom, maar dat de blussing gewoon doorgaat. Misschien is 9/11 nog wel het mooiste voorbeeld van deze karakteristiek. Brandweer New York verloor in één klap 343 brandweermensen, maar ze bestaat nog steeds en is misschien nog wel taaier dan ooit.

Het principe van de kartography en decalcomania.

“The rhizome is altogether different, a map and a tracing. The map is open and connectable in all of its dimensions; it is detachable, reversible. Susceptible to constant modification (..) Perhaps one of the most important characteristics of the rhizome is that it always has multiple entryways, as opposed to the tracing which always comes back to the same”.

Feitelijk hebben we met het procesteam brandweerdoctrine deze karakteristiek gekozen voor de implementatie van het kwadrantenmodel. Door het kwadrantenmodel beschikbaar te stellen via internet, Linked In groepen te starten en te twitteren, columns te schrijven en presentaties te geven ontstond er een groot rizoom waardoor het kwadrantenmodel overal in Nederland is opgepopt.

Dit blog is onderdeel van het thema ‘rizoom.’ Op die pagina vind je nog meer blogs over dat onderwerp.

Als de burger blussen gaat

Leestijd: 2 minuten

Vanuit het niets gaat de brandweer voorbij, ze stoppen, iedereen vliegt de auto uit. Luiken gaan omhoog, ze pakken slangen en gaan rollen. Ze kijken, zoeken naar een brandkraan die het nog doet. En ze gooien rode bundels in het rond, leggen de slangen neer voor gebruik. Eén, twee, veel slangen zijn er nodig, nog meer, het zijn er niet genoeg voor dit kolossale vuur, dit inferno. Er is te veel brand en te weinig weer. Dat is het moment dat de burger blussen gaat.

Kijkend naar al die mensen op het Damrak die bij Body World naar binnen gingen, dacht ik aan die beroemde brand uit 1963. Nu was het heet. Toen bij het C&A was het ijskoud, met een harde oostenwind. Het jaar van de zwaarste elfstedentocht ooit.

De Jan van der Heijden kon door de bevroren binnenwateren maar met moeite ter plaatse komen. In die omstandigheden kon de brandweer de hulp van de burgers goed gebruiken. Speuren naar vliegvuur, vertelt het verhaal, want het waaide zo hard en alles was zo droog.

Maar dat is niet het hele verhaal. Ook al veranderde de C&A langzaam in een ijspaleis door het bluswater, onder controle kwam de brand niet. De BB (Bescherming Bevolking) werd ingezet, maar nog meer handen waren nodig. Waardoor er nog maar één ding op zat: het is vijf uur in de ochtend als de burger blussen gaat.

De burger die blussen gaat. Brand bij C&A in Amsterdam, 15 / 16 februari 1963

Desenrasque of de nobele kunst van de vindingrijkheid

Leestijd: 4 minuten

Desenrasque komt uit Portugal en het laat zich moeilijk rechtstreeks in het Nederlands vertalen. Daarom omschrijf ik het als de nobele kunst van de vindingrijkheid. Met nog ietsje meer. En ik wens het iedereen toe.

Op 22 september 2018 mocht ik een lezing houden voor het Firefighter Mayday Symposium op de Campus Vesta in België. Het was een internationaal gezelschap dat zich boog over vraagstukken als Rapid Intervention Teams (RIT), cardiovasculaire aspecten van het brandweerhart (wie anders dan Erik Mol) en leren van ongevallen (dat was ik).

Eén van de andere sprekers was Rui Leite, van het brandweerkorps Moreira-Maia uit Portugal. Hij hield een enthousiasmerend betoog over het veranderen van brandweerkorpsen en vertelde en passant (onder luid gejoel en geklap) waarom de Portugese brandweer de beste ter wereld is. Ik spitste mijn oren.

Rui Leite

Loyaliteit

In de eerste plaats, zo vertelde Rui Leite, is de Portugese brandweer heel erg loyaal. De enorme bosbranden vragen veel inzet en tijd van de mensen. Daar kwam dan nog bij dat door de financiele crisis veel Portugezen hun heil elders in Europa waren gaan zoeken, waardoor er van de 55.000 vrijwilligers ruim 10.000 waren vertrokken. Dat vroeg om nog meer loyaliteit. Een bijzondere lange staart van de crisis.

De tweede reden van de goede kwaliteit van de Portugese brandweer heeft volgens Rui Leite te maken met een nationale eigenschap van de bevolking zelf: Desenrasque. “Desenrasque is Portugese improvisation”, zei Leite voor een alweer rumoerige zaal omdat alle brandweerkorpsen nu eenmaal vinden dat ze goed kunnen improviseren, “and we are very good at it. It’s not normal improvisation, it’s McGyver improvisation”.

Desenrasque

Desenrasque dus, interessant. Ik had er nog nooit van gehoord. Hoe zou je dat schrijven? In de pauze liep ik naar Leite om er wat meer over te horen. Hij vertelde dat Desenrasque veel te maken had met het feit dat Portugal vaak bezet was geweest door vreemde mogendheden, waardoor de bevolking moest improviseren om te kunnen overleven. Er was een informeel systeem nodig om het formele systeem te kunnen weerstaan. En ook al was Portugal al weer lang een zelfstandige democratie, de desenrasque was nog niet verdwenen. Er zijn zelfs academische studies naar gedaan, vertelde hij trots terwijl hij het woord voor mij op een papiertje schreef.

Het briefje van Rui Leite

Eenmaal thuis toog ik op zoek naar die academische studies en dat viel nog niet mee. Daar had ik al mijn desenrasque voor nodig en / of een talenknobbel, want vrijwel alle studies waren in het Portugees zelf. Wat vond ik wel: een onderzoek naar Portugese Positivity van Victor Manuel Monteiro Seco. Hij schrijft:

In addition, the Portuguese people also has a specific type of behavioral flexibility commonly called “desenrasque”. Can be described as the art of solving problems resulting from increasing and unplanned complexity, short-terms and lack of adequate structures, which requires expeditious answers and “forging ahead” with the least possible mishaps.

Seco schrijft verder dat desenrasque zich, ondanks het feit dat het een nationale eigenschap lijkt te zijn, vooral manifesteert als individuele bezigheid. In sterk hierarchische situaties kan dat tot clandestien gedrag leiden, of in Seco’s woorden: “It is said one thing and does another – perhaps better.”

Organisatorische improvisatie

Wat vond ik nog meer: een website met foto’s van desenrasque:

Tot slot vond ik wat artikelen van Miguel P. Cunha, onder andere het volgende:

THE INSTITUTIONS OF ARCHAIC POST-MODERNITY AND THEIR
ORGANIZATIONAL AND MANAGERIAL CONSEQUENCES:
THE CASE OF PORTUGAL.

Alleen vanwege de titel al zou je het willen lezen. Wat heeft Cunha nog aan te vullen? Allereerst constateert hij dat managers uit andere landen zich niet helemaal in desenrasque kunnen vinden, om het zachtjes uit te drukken:

The Portuguese preference for improvisational approaches to work, expressed in the practice of desenrasque or “disentanglement”, is criticized by expatriates but painted with an almost aesthetic quality by Portuguese managers, proud of their skills to deal with surprises – often resulting from lack of planning.

Hier moest ik al een klein beetje om gniffelen; vervang ‘Portuguese’ door ‘brandweer’ en ‘expatriates’ door ambtenaren en je weet wat ik bedoel. En toen moest dit citaat nog komen:

What in the management literature is seen in positive terms as improvisation is redefined into the art of working around obstacles, such as bureaucracy.

Toen zat ik echt schaterend van herkenbaarheid achter mijn computer. Hoe omzeil je de obstakels van de burokratie als esthetische kwaliteit, geweldig. De link die Rui Leite legde met de onderdrukking van Portugal werd zo ineens een stuk duidelijker. Desenrasque is meer dan improvisatie alleen, het is de nobele kunst van de vindingrijkheid. Met nog ietsje meer. En ik wens het iedereen toe.


Oog in oog met een oude meester. De graffiti van Gerard Houckgeest

Leestijd: 4 minuten

Wellicht hoorde je nog nooit van Gerard Houckgeest. Maar na dit blog is dat wel anders. Het is gewoon de eerste bij mij bekende graffiti master van Nederland. Uit 1651. Echt wel.

Ik had mezelf beloofd om in mei en juni 2018 eens een flink aantal musea te bezoeken. Met schilderijen. En daarna zou ik er dan een stukje over schrijven. Een essay of zo, over hoe ik oog in oog met de oude meester had gestaan. Dat hij en ik hetzelfde beeld hadden gezien, eeuwen overspannend en dat daarmee een bijzondere connectie was blootgelegd. Vervolgens zou ik diepzinnige gedachten daarover aan dit blog toevertrouwen. Het zag er destijds uit als een goed plan. Gewoon doen maar dan, toch?

Aldus toog ik opgewekt naar het Mauritshuis in Den Haag, het Meisje met de Parel was mijn doel. In de desbetreffende zaal zag het echter zo zwart van de mensen dat ik eerst maar eens verder ging kijken. Ik was er nu toch en voordat ik Vermeer ongestoord in de ogen zou kijken, was het vast al weer een uurtje later. Op verkenning dus, in dat imposante pand naast het Binnenhof.

In een zaal verderop vond ik een schilderij van Gerard Houckgeest. Nog nooit had ik van de beste man gehoord en vele anderen kennelijk ook niet; naast mij en een oude suppoost was er helemaal niemand in de ruimte. Misschien kon ik hier mijn plan ten uitvoer brengen, voor een eerste keer moest ik wellicht ook niet te kieskeurig zijn. Lekker beginnen met een Houckgeestje, om te oefenen. Uitproberen, evalueren, verbeteren. Vermeer kwam dan gewoon een volgende keer aan bod.

Ik keek om te beginnen daarom nog eens goed op het bordje, om mijn situational awareness van het schilderij te optimaliseren. Waar stond ik nou eigenlijk naar te kijken?

Zo te zien stond de graftombe van Willem de Zwijger op het schilderij afgebeeld. Uit 1651. Of zou het in 1651 zijn? Het was in ieder geval oud genoeg, zo oordeelde ik. Aan de slag. Ik deed een stap acheruit om het schilderij eerst eens volledig in mij op te nemen. En daarna zou ik inzoomen, op zoek naar het oog van de meester. En zo geschiedde. Dit was wat ik zag. Kijk vooral zelf even goed.

Het eerste wat me opviel was een soort kindertekening op een giga pilaar. Een kindertekening? Of was het grafitti? In de Middeleeuwen? Verbaasd zoomde ik in. Het was echt gewoon een stokmannetje, een vogelverschrikker.

Houckgeest moet wel een groot gevoel voor humor hebben gehad om zo’n serieus schilderij (een graftombe) te versieren met een stokmannetje. Hier moest ik meer van weten; op naar de suppoost. Die was het nog niet eerder opgevallen en sowieso had nog niemand die vraag ooit gesteld. Hij verwees me naar de informatiebalie in de hal. Daar konden ze me vast verder helpen. Maar ook bij de balie hadden ze er nog nooit van gehoord. Wel wilden ze mijn vraag doorsturen aan een conservator. Ik zou dan vanzelf een antwoord krijgen. Het was het proberen waard.

Een week later had ik inderdaad een mail in de box.

“Via de informatiebalie van het Mauritshuis kwam uw vraag over het schilderij van Gerard Houckgeest bij mij terecht. Hartelijk dank voor uw vraag, het is altijd leuk om te horen dat de schilderijen in de collectie de nieuwsgierigheid prikkelen. Op het schilderij De graftombe van Willem de Zwijger in de Nieuwe Kerk in Delft (inv. 58) zijn inderdaad rode figuurtjes te zien op de voorste pilaar. Dit is een zeventiende-eeuwse weergave van graffiti; iemand heeft met rood krijt op de pilaar getekend, misschien een van de kinderen die in de kerk aanwezig zijn. Onderaan de pilaar staan ook het monogram van de kunstenaar en het jaartal op deze manier op de pilaar geschreven. Er zit dus niet echt een betekenis achter, het is meer een amusante toevoeging van de kunstenaar en wellicht een blijk van de realiteitszin van Houckgeest.”

Amusant was het zeker. “Kwam het vaker voor, dergelijke grafitti”, zo vroeg ik mij af in een reply aan het Mauritshuis.

Weer een week later zat er een nieuw antwoord in de mailbox.

“Dat is een goede vraag. Ik ben het zelf nog niet tegengekomen op deze manier. Wat wel vaker voorkomt is dat een kunstenaar zijn werk op deze manier signeert en/of dateert, dus door het op de pilaar of een ander architecturaal element te schrijven en daardoor te integreren in de compositie. Dit voorbeeld van Houckgeest is wellicht niet uniek, maar ik kan u zo helaas geen andere voorbeelden geven; het is dus in ieder geval niet een veelvoorkomend fenomeen.”

Het is dus geen veelvoorkomend fenomeen, middeleeuwse grafitti op schilderijen. Dat nu net het eerste schilderij wat ik sta te bestuderen wordt gesierd met een stokmannetje vind ik een goede grap, met mijn achteraf wel iets te serieuze plan. Oog in oog met een oude meester, op zoek naar dieperliggende verbanden, wordt ik door hem drie en een halve eeuw later gewezen op de vanzelfsprekendheid van alledag. Een kwestie van goed kijken en het niet moeilijker maken dan het is. Niet alles zo serieus nemen. Af en toe een lolletje trappen: doe eens een practical joke en laat hem een paar eeuwen lopen. Gewoon omdat het kan. Ze wisten het al in 1651. Maar wij zijn het bijna vergeten.

Creatief denken doe je niet in een oude doos

Leestijd: 3 minuten

The electric light did not come from the continuous improvement of candles.” Oren Harari

Eerste plaatsing 13 maart 2018
Laatste update 16 augustus 2019

Op 12 maart 2018 vond ik mijzelf terug in kasteel de Vanenburg te Putten, als deelnemer aan de Stakeholdersdag van de veiligheidsregio’s. Zoals vaker miste ik een afslag, waardoor ik eerst een uitgebreide buitenverkenning moest uitvoeren alvorens ter plaatse te komen. En het moet gezegd, het buitengebied van Putten is echt prachtig, net als het kasteel de Vanenburg overigens.

Bij mijn aankomst was het programma inmiddels in volle gang en ik viel er een beetje in en daarmee ook een beetje buiten. Dat zijn zo van die dingen die soms samen gaan; een mens past immers niet altijd in the bestaande box. Direct na de lunch ervoer ik echter een kleine opleving van groot enthousiasme toen Ad van Berlo aan het woord kwam.

Van Berlo is hoogleraar entrepreneurial design aan de TU Eindhoven en probeerde een college creatief denken te geven, als inleiding op de middagworkshop. Omdat het programma wat uitliep in de tijd moest de inhoud met stoom en kokend water voor het voetlicht worden gebracht. Vandaar dat ik zeg dat Van Berlo een college probeerde te geven; het kwam op dat moment niet helemaal uit de verf.

En dat was jammer. Want hij liet een klein stukje zien van een Ted Talk van Luc de Brabandere, een voor mij tot dan toe compleet onbekende corporate filosoof. Met een geweldig verhaal over creatief denken, geëntameerd door een simpele vraag uit het publiek op een eerdere bijeenkomst.

“Luc, je hebt al een paar keer gezegd dat we out of the box moeten denken. Maar hoe ziet die oude doos er eigenlijk uit, waar wij uit moeten denken?”

Daar stond De Brabandere met zijn mond vol tanden, hij kon er geen antwoord op vinden. Op dat moment stopte Van Berlo het filmpje, gaf er nog een kort commentaar op en ging door met zijn eigen verhaal. ‘Luc de Brabandere Ted Talk Checken,’ typte ik ondertussen in mijn telefoon. ‘Thuis kijken.’


Klik op de foto voor de Ted Talk van Luc de Brabandere

“Een box staat tot denken als een baksteen staat tot een gebouw.” Je kan er niet zonder, stelt De Brabandere. Elke doos is een mentaal model, een set van aannames, ervaringen en veronderstellingen die het denken vorm geven. Denken kan dus niet zonder die box en je er kan prima in doorontwikkelen. Er zijn namelijk heel veel manieren om je kaars te verbeteren, om licht te halen uit een verbrandingsproces. Deductie, noemt De Brabandere dat.

Maar creatief denken is totaal anders. Daarvoor heb je een andere, nieuwe vraag nodig. Electrisch licht ontstaat niet door het continu verbeteren van een kaars. Om de stap van een kaars naar electriciteit te maken heb je een nieuwe doos nodig, waarin bedacht is dat licht kan ontstaan door iets juist niet te laten verbranden, maar te laten gloeien. Dat is inductie, volgens De Brabandere; op welke andere manieren dan verbranding kan ik licht laten ontstaan? Zijn conclusie is simpel als je wilt innoveren: denk niet out of the oude box, maar denk in een nieuwe box.

“I realized that in creative thinking my focus was much to much on creativity, not enough on the word thinking.”

Luc de Brabandere

Stel je vraag daarom eens anders, maak een nieuwe hypothese en denk. Creatief denken vraagt om meer nadruk op denken. Dus pak gewoon eens de verkeerde afslag en ga lekker buiten verkennen, wanderen, overtreed het tijdspad en vind een nieuwe box. Het kan overal waar je wilt. Ook in Putten, zoals ik ervaarde bij Kasteel Vanenburg.

Yogi Bear, rizomen en het getal van Dunbar

Leestijd: 7 minuten

Ik wil al heel lang een blog schrijven over het getal van Dunbar, maar tot nu toe is dat niet echt gelukt. “Misschien moet je het dan ook maar niet doen”, zegt een zeikerig stemmetje in me. Maar ja, het is zo’n interessant gegeven dat ik er toch wel wat mee wil.

Ik weet alleen niet zo goed wat, waar ik mee moet beginnen. En al helemaal niet waar ik mee moet eindigen. “If you don’t know where you going, you might end up somewhere else”, zegt Yogi Berra daarover. Gewoon beginnen dus, zien we wel waar we uitkomen. En wie Yogi Berra is zie je later wel.

Yuval Harari

“Sociologisch onderzoek heeft aangetoond dat de maximale natuurlijke grootte van een door roddel verbonden groep op zo’n 150 individuen ligt. De meeste mensen kunnen niet meer dan 150 anderen kennen of effectief over ze roddelen.”

Dat is dus het getal van Dunbar: een maximale groepsgrootte van 150. Er zijn geen formele rangen, titels of procedures nodig om in zo’n groep de orde te bewaren. Ik las er voor het eerst over in het onvolprezen boek van Yuval Harari, ‘Sapiens’. Een aanrader, dat boek.

Star Trek 37’s

Ik heb ook overwogen om het blog over Dunbar te beginnen met de aflevering 37’s van Star Trek Voyager. Ik schreef al eerder over die episode in ‘een kleine ode aan de verdwenen ontdekkingsreiziger.’ Voyager is in 37’s terecht gekomen op een planeet waar zich verdwenen aardgenoten uit de jaren 30 blijken te bevinden.

Letterlijk terecht gekomen, want het is de eerste aflevering waar de Voyager landt op een planeet. En wat blijkt, als iedereen is uitgestapt: er zitten 150 bemanningsleden aan boord. Precies het getal van Dunbar dus en bij Star Trek is dat geen toeval. Hoewel ze er verder niets mee doen. Ik ook niet. Een leuk weetje.

Sapiens

Dan dat roddelen. In een groep van 50 individuen is er sprake van 1225 één op één relaties. Dat is veel. En er zijn nog veel meer complexe combinaties tussen (sub) groepen. Het is voor een groep daarom heel belangrijk om te weten wie er een hekel heeft aan wie, wie het met wie doet, wie eerlijk is en wie juist niet. Daar kom je alleen achter door te roddelen.

Alle mensapen hebben een grote belangstelling voor dit soort sociale informatie, maar alleen de sapiens kan dankzij taal ook effectief en heimelijk roddelen. De maximale groepsgrootte van de sapiens is daarom ook 150, tegen 50 bij chimpansees. Je snapt het al: er is niet slechts één getal van Dunbar, er zijn er meer. En roddelen is prima, voor de overleving van de soort.

Dialoog

Na het schrijven van het blog over ‘commandovoering is een dialoog’ kwam opnieuw het plan op om over Dunbar te vertellen. Want zo’n dialoog, dat werkt dus niet in hele grote groepen. Althans, niet direct vanaf het begin omdat je eerst vertrouwen moet opbouwen om goed naar elkaar te luisteren. Hoe groot moet die groep dan zijn?

Welnu, Dunbar maakt onderscheid tussen sterke en zwakke banden. Hoe groter de groep, hoe zwakker de onderlinge banden. Je ziet het in onderstaand figuur.

Groepsgrootte

De basisgroep bestaat uit ongeveer vijf personen. En ik zeg ongeveer, omdat deze theorie werkt met ordes van grootte. Het is geen beta wetenschap. Vijf is dus ook zes, zeg maar, misschien zeven ook nog wel. Dat is dan een homogene groep, met sterke banden die vaak en veel aangehaald worden. Zoals in een gezin of jawel, een brandweerploeg.

Het volgend niveau is ongeveer 15, drie keer zoveel dus. Dunbar ontdekte dat de groepsgrootte steeds met een factor drie groter wordt, dus niet alleen van vijf naar vijftien: 5, 15, 50, 150. Ik zou dat zelf niet te binair interpreteren. Het is eerder een continuüm met faseovergangen.

Boven 150 verandert de zaak: dan zijn andere middelen nodig om de cohesie en orde van de groep te bewaren, allemaal gebaseerd op taal en het vermogen van mensen om te denken in concepten en abstracties.

Harari noemt dat de legende van Peugeot. Peugeot bestaat helemaal niet als een specifiek object in de fysieke wereld. Toch werken er duizenden mensen en weet iedereen wat Peugeot is. Alleen mensen zijn in staat dit soort conceptuele vormen van denken te hanteren. In de theorie van Dunbar is er een correlatie tussen de grootte van de hersenschors bij de diverse primaten en de omvang van groepen bij iedere soort. Zie het onderstaand figuur.

Rizoom

Eigenlijk beschrijft Dunbar een soort taxonomie van rizomen. Je hebt kleine homogene rizomen, waar sterke verbanden bestaan tussen de verschillende deelnemers. Het is bijna een cel, moeilijk uit elkaar te halen en met weinig bewegingsvrijheid voor de leden. Je zit er bij, of je zit er niet bij.

En dan is daar het grote heterogene rizoom, waar de onderlinge verbanden veel minder sterk zijn en de samenstelling veel gevarieerder is. Ook dat rizoom is sterk: de leden kiezen er zelf voor om aan te sluiten en iedereen wordt herkend en erkend als lid. Want men kent elkaar wel. De kracht zit echter meer in de variatie van het rizoom als geheel dan in de afzonderlijke individuen zelf. Nieuwe leden komen en gaan, zonder al te veel problemen.

Collectief bewustzijn

Rizomen kunnen nog veel groter worden dan 150 mensen. Er zijn steden, landen, bedrijven met tienduizenden, zelfs miljoenen mensen, die zich allemaal verbonden voelen door een verhaal in een collectief bewustzijn. Alle brandweermensen op deze planeet voelen zich met elkaar verbonden, net als alle mensen in een grote stad of in een land.

“Elke vorm van grootschalige menselijke samenwerking – een moderne staat, een middeleeuwse kerk, een antieke stad of een archaïsche stam –  is geworteld in gemeenschappelijke mythen die alleen bestaan in de collectieve fantasie.” Hoe groter het rizoom, het zwakker de onderlinge banden, hoe heterogener de samenstelling en hoe sterker het verhaal. Ook dat is de legende van Peugeot.

Yogi Berra

Is er ook een ideale groepsgrootte volgens Dunbar? Bestaat er ergens op dat continuüm van groepsband en verhaal een optimale verhouding? Dan zou je namelijk een soort super rizoom kunnen maken. Ik besloot dat te googelen en kwam toen deze quote van Yogi Berra tegen: “Nobody goes there anymore, it’s too crowded.”

Een prachtige paradox waardoor ik gelijk aan de uitspraken van Johan Cruijff moest denken. Yogi Berra is een legendarische honkballer en coach uit Amerika, die overigens Lawrence heet. Ooit zag een college hem op de wisselbank zitten, wachtend op zijn slagbeurt, en hij vond dat Lawrence op een Yogi leek. Sindsdien heet ie dus Yogi Berra en hij heeft nog veel meer briljante uitspraken a la Cruijff op zijn naam staan.

Om maar eens een paar mooie te noemen die niet mis zouden staan in een handboek crisismanagement:

  • It ain’t over till it’s over.
  • If you don’t know where you going, you might end up somewhere else
  • It’s déjà vu all over again.
  • You can observe a lot by watching.
  • I really didn’t say everything I said.
  • If you can’t imitate him, don’t copy him.
  • It’s tough to make predictions, especially about the future.
  • Never answer an anonymous letter.
  • Even Napoleon had his watergate.
Yogi Bear

Van Yogi Berra is het nog maar een kleine stap naar Yogi Bear. Deze bekende beer met zijn groene hoedje en stropdas werd voor het eerst gelanceerd in 1958, precies op het hoogtepunt van de roem van Berra. Die was not amused bij de gelijkenis en dreigde met een rechtszaak, waarop Hanna en Barbera luidkeels ontkenden dat de twee iets met elkaar te maken zouden hebben. “We never thought of Yogi Berra when we named Yogi Bear.” Yeah right. De gelijkenis in de namen zou Berra tot na zijn dood blijven achtervolgen. Op zijn sterfdag, 23 september 2015, werden hij en de beer wederom door elkaar gehaald.

Wat te onthouden

Ja, inmiddels ben ik dus inderdaad heel ergens anders uitgekomen omdat ik niet wist waar ik precies heen moest schrijven. Yogi Berra had gelijk. En ik ga het niet meer rechttrekken ook, dus gelijk over naar de korte samenvatting: wat zou je over het getal van Dunbar moeten onthouden?

  • Mensen investeren tijd en energie in het onderhouden van verbanden met andere mensen. Dat doen ze vooral door roddelen. Hoe meer tijd mensen in elkaar stoppen, hoe homogener en hechter zo’n groep is. Maar het is wel een kleine groep: zo’n 5 mensen, ongeveer. En je kunt in niet veel van zulke groepen zitten. Geen tijd voor.
  • Hoe groter de groep, hoe losser de banden worden. In grotere groepen wordt het verhaal steeds belangrijker, de bestaansgrond van zo’n groep, om gezamenlijkheid te creëren. In theorieën over crisismanagement en besluitvorming wordt daar vaak de term sensemaking aan gehangen. Groepen gaan dan steeds meer rizomatisch van aard zijn en het belang van roddel neemt af.
  • Hoe groter de groep, hoe gevarieerder de samenstelling. Vanaf 150 mensen is de groep te groot om het van de onderlinge verbanden te hebben. Roddelen als bindmiddel is dan uitgewerkt. Er zijn aanvullende maatregelen noodzakelijk om de boel bij elkaar te houden, zoals een structuur, procedures, wetboeken. Omdat grote groepen minder tijd kosten, kun je er makkelijk in meerdere zitten.
  • Bovenal is een goed verhaal belangrijk als de groep cq het rizoom groter wordt, want dat is wat het rizoom verbindt. Het is wat Harari de legende van Peugeot noemde, maar wat je gemakkelijk uit kan breiden met allerlei soorten verhaal: Amsterdam verbindt Amsterdammers en geeft hen identiteit en verbinding. Overigens zal je dat in andere plaatsen ook wel hebben. Fans van voetbalclubs en rockbands over de hele wereld zijn met elkaar verbonden en zullen elkaar herkennen, ook al zien ze elkaar voor het eerst. En zo zijn er nog legio verhalen waarmee mensen zich met elkaar verbonden voelen.

Het mooie van het getal van Dunbar is dat het een andere invalshoek geeft aan organisaties en de wijze van groepsvorming. En dat het een nieuw licht laat schijnen op wat een rizoom is. Alleen daarom al mag dit blog over Dunbar niet op de website ontbreken.

Een ode aan de Boom Alone

Leestijd: 4 minuten

Zou er in een ieder van ons een kleine Bob Ross huizen? Een ieniemienie homunculus met kroeshaar en een schilderkwast, die zacht hummend in oneindige variaties hetzelfde schilderij maakt?

“A little bit of paint here, a little bit of paint there.”

Langzaam verschijnt er een boom in beeld, langs een riviertje met bergen op de achtergrond.

“I like painting trees, they’re the most beautiful things in nature.”

Het is met Bob als met een goochelaar. Ze hebben geleerd hoe je hersens kunt foppen, hoe je kunt doen of je iets laat verdwijnen of verschijnen. Hoe je de verf moet opbrengen, zodat het op een boom lijkt.

Of op een bos.

Of een rivier.

Bloemen.

Best mooi.

Maar mooier dan het schilderij is de boom zelf, in het echt. Zeker als ie in zijn eentje staat, een boom alone heeft altijd een eigen karakter omdat ie geen bos hoeft te zijn.

De takken hebben alle ruimte en gaan waar ze kunnen. Als het moet buigt de boom alone mee met de wind, zoals de vier broers in Sondel, hieronder op de foto. Die tegelijkertijd illustreren dat een boom alone ook een multipliciteit kan zijn, een eenheid van meer, een combiboom. Zolang het maar geen bos wordt.

Elke boom heeft een klein vriendje nodig, zegt Bob. Dat vriendje ben ik. Met mijn Iphone maak ik tijdens mijn wandelingen foto’s van ze en zet die op rizoomes.nl. Als een ode aan de boom alone.

“Trees are poems that the earth writes upon the sky.”

Khalil Gibran, Sand and Foam

“Ik vind een boom wel een interessant ding, maar een heel bos vol…..”

Hans Aarsman

“The tree is a slow, enduring force, straining to win the sky.”

Antoine de Saint-Exupery

“There’s nothing wrong with having a tree as a friend.”

Bob Ross

Spiegeltje, spiegeltje aan de kant; Oude Kromme Rijn

Brandweer in stripverhalen, verslag van een zoektocht

Leestijd: 6 minuten

Met Kees Plaisier deel ik zijn liefde voor stripverhalen en de brandweer. Na een bezoek aan het brandweermuseum Wassenaar, waar indertijd een tentoonstelling over strips en de brandweer werd georganiseerd, mocht een gastblog van zijn hand natuurlijk niet uitblijven. Over de zoektocht van brandweer in stripverhalen.

Het zal niet meevallen…

De eerste serieuze stap nam ik in Delft. In stripwinkel Bul Super vroeg ik: “Wat weet u van brandweer in stripverhalen? Ik ga fragmenten verzamelen namelijk.” “Dat zal niet meevallen, want er is eigenlijk weinig voor zover ik weet. Ach ja, Kuifje natuurlijk. De Zwarte Rotsen. Ik haal even wat”.

Hij kwam terug met twee edities van “de Zwarte Rotsen”. In de ene een handspuit en in de andere een tankautospuit, met bijbehorende brandweerlieden in de uniformen die bij de tijd horen. Dat was een hoopgevend begin. Ik wist echter niet wat me allemaal nog boven het hoofd hing op mijn zoektocht.

Nog meer Kuifje en veel Suske en Wiske

Toen ik Peter Snellen deelgenoot maakte van mijn plan om brandweer in stripverhalen te gaan verzamelen was hij meteen enthousiast. Hij wist nog meer uit Kuifje en hij had een neef die veel van Suske en Wiske wist. Zo kwam er geleidelijk aan van alles boven water.

Maar de echte zoektocht vond plaats in de Bibliotheek in Rotterdam. Daar bevindt zich een grote stripverzameling, vooral achter de schermen. (Nu voor het grootste deel in bruikleen gegeven aan het Rotterdamse Stripmuseum). Ik mocht daar achter de schermen op zoek. Ik mocht zelfs soms wat meenemen om te doorzoeken en waar nodig te scannen.

Natuurlijk heb ik ook mijn eigen verzameling doorgeploegd. Zo ontstond in de loop van anderhalf jaar een verzameling van meer dan 2500 fragmenten.

De Polaroids van Martin Lodewijk

Vanwege de prachtige tekeningen in Agent 327 heb ik Martin Lodewijk opgezocht. Toen hij nog in Dordrecht woonde was hij bezig met “Rookbom”. Hij had een redvoertuig nodig, dus ging hij, gewapend met zijn Polaroid camera naar de brandweer kazerne in het Oranjepark en maakte een hele reeks opnamen. Daarmee tekende hij een autoladder, die in het verhaal even indrukwekkend was als in werkelijkheid.

Zulke voorbeelden zijn er ook bij Theo van den Bogaard in zijn verhalen over Sjef van Oekel en bij Frans le Roux, een Groningse tekenaar.

Sjef van Oekel raakt op drift
Frans Le Roux

Dat zijn maar een paar voorbeelden. Ook in Franka, in Suske en Wiske, in Baard en Kale, bij Dan Cooper, in Uuterwaerdt en op veel andere plaatsen is te zien hoe zorgvuldig de tekenaars zich documenteren. Dat Martin Lodewijk dat deed met zijn Polaroid camera is een mooie historische bijzonderheid.

De brandweergeschiedenis in beeld gebracht

Met fragmenten uit stripverhalen kan de brandweergeschiedenis mooi worden geïllustreerd.

Van blussen met emmertjes tot blusvliegtuigen. Met aandacht voor helmen, voor springzeilen en voor draagbare blusmiddelen. De blusemmers zijn te zien in Robert en Bertrand: “De Toverlantaarn”. Ook Jan van der Heijden zelf wordt een keer ten tonele gevoerd: In van “Nul to Nu”. Dat is wel weinig aandacht voor deze grondlegger, kunstenaar, uitvinder en organisator.

Lucky Luke laat in “De zingende draad” een mooie stoombrandspuit voorbij komen.

De brandbestrijding op vliegvelden is vanzelfsprekend te zien in de verhalen van Buck Danny, maar dit fragment uit “Het geheim van Dan Cooper” is ook historisch uitzonderlijk.

Uit de groep “overige voertuigen” een fragment uit Kapitein Rob “Het mysterie van het zevengesternte”, compleet met het Paleis op de Dam, helmen en snorren.

Sommige stripverhalen hebben een relatie met werkelijke gebeurtenissen. Dat kan toevallig zijn of echt zo bedoeld. In het geval van het verhaal Van tekenaar Buth uit Gent : Thomas Pips “In de greep van Bulla Kos” waarin een grote brand in een warenhuis wordt beschreven.

Veel later was er de brand in L’Innovation. in dat verhaal tekent Buth mooie draagbare blustoestellen, die doen denken aan de beroemde Minimax.
In Suske en Wiske “Het geheim van de Kalmthoutse Heide” wordt een grote heidebrand beschreven. Het verhaal stamt uit 1981. Dertig jaar later, in 2011, was er weer zo’n enorme brand.

Bij de afbeeldingen van springzeilen is er niet altijd een relatie met de werkelijkheid. Je ziet bijvoorbeeld een springzeil dat door vier brandweerlieden wordt strak gehouden.

Maar een mooi voorbeeld van iets wat wellicht toch echt gebeurd kan zijn is het verhaal van Oom Wim In Robbedoes “Paniek in de schouwburg”, waarin de grote brand in het Ringtheater in Wenen in 1881 wordt beschreven. Het verhaal gaat dat de theaterdirecteur zich vanaf het dak in veiligheid moest brengen door te springen. De omstanders hadden een gordijn uit het theater als springzeil gereed gemaakt. Ook als het niet klopt is het een mooi plaatje.

Fantasie

In een verhaal van De Generaal wordt zijn tank waarmee hij altijd ten strijde trekt omgebouwd tot brandweerauto. Dat levert een mooi resultaat op.

Bij Paulus de Boskabouter (misschien niet echt een stripverhaal) komt in het verhaal “De Uitvinder” een blusapparaat voor dat er prachtig uitziet, maar helaas niet werkt.

Ook de knutselsmurf doet zijn best.

Het ligt voor de hand dat Jerom in een Suske en Wiske verhaal iets bijzonders doet. Hij tilt een olifant op, die net een grote hoeveelheid water heeft opgezogen en laat de olifant blussen. Zo wordt er meer onorthodox geblust: In FC De Kampioenen Het SEHKS -schandaal bijvoorbeeld.

Een zoektocht zonder eind

Omdat er nog steeds stripverhalen worden gemaakt en omdat lang niet alles uit het verleden is onderzocht is de zoektocht naar brandweer in stripverhalen voorlopig nog niet ten einde. Over wat er gevonden is kan overigens nog veel meer worden verteld. Zoals over de steeds opnieuw getoonde bovengrondse brandkranen in de verhalen van Donald Duck, over de bijna vergeten manschappenwagentjes die er op Schiphol waren en optraden in een Kuifje verhaal, over de humor van Guust Flater en andere personages. De verzameling van meer dan 2500 fragmenten is een “Fundgrube” voor de liefhebber.

« Oudere berichten

© 2021 Rizoomes

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑