Wanderings

Tag: Brandweercanon (Page 1 of 2)

Als de burger blussen gaat

Leestijd: 2 minuten

Vanuit het niets gaat de brandweer voorbij, ze stoppen, iedereen vliegt de auto uit. Luiken gaan omhoog, ze pakken slangen en gaan rollen. Ze kijken, zoeken naar een brandkraan die het nog doet. En ze gooien rode bundels in het rond, leggen de slangen neer voor gebruik. Eén, twee, veel slangen zijn er nodig, nog meer, het zijn er niet genoeg voor dit kolossale vuur, dit inferno. Er is te veel brand en te weinig weer. Dat is het moment dat de burger blussen gaat.

Kijkend naar al die mensen op het Damrak die bij Body World naar binnen gingen, dacht ik aan die beroemde brand uit 1963. Nu was het heet. Toen bij het C&A was het ijskoud, met een harde oostenwind. Het jaar van de zwaarste elfstedentocht ooit.

De Jan van der Heijden kon door de bevroren binnenwateren maar met moeite ter plaatse komen. In die omstandigheden kon de brandweer de hulp van de burgers goed gebruiken. Speuren naar vliegvuur, vertelt het verhaal, want het waaide zo hard en alles was zo droog.

Maar dat is niet het hele verhaal. Ook al veranderde de C&A langzaam in een ijspaleis door het bluswater, onder controle kwam de brand niet. De BB (Bescherming Bevolking) werd ingezet, maar nog meer handen waren nodig. Waardoor er nog maar één ding op zat: het is vijf uur in de ochtend als de burger blussen gaat.

De burger die blussen gaat. Brand bij C&A in Amsterdam, 15 / 16 februari 1963

Aanslagen in Brussel; Maalbeek en Zaventem

Leestijd: 5 minuten

Deze pagina over de aanslagen in Brussel is een combinatieblog uit het thema ‘herdenking en verlies.’ Het begint met een essay over de betekenis die het incident voor mij heeft. Daarna volgt een visual note met de leerpunten van ‘de mannen van ploeg C.’ Aansluitend vind je een feitelijke omschrijving van de gebeurtenissen, gevolgd door filmpjes die een goed beeld geven van de situatie ter plekke. Het wordt afgesloten met links naar andere informatiebronnen.

When evil men plot doen wij de deur op slot

De verhouding tussen safety en security wordt al sinds jaar en dag geïllustreerd met het verhaal van de nooduitgang. Vanuit safety zou je het liefst de deur open houden, zo vertelt men dan, terwijl je vanuit security de deur juist op slot wilt. Een regelrechte tegenstelling. Meestal verliest de security maatregel het dan van safety. Het voorkomen van criminaliteit scoort vanouds namelijk lager dan het voorkomen van slachtoffers door ongevallen. Een uitermate logische redenatie, zo vond ik ook altijd. Tot nu toe.

Natuurlijk is het zo dat de patstelling van de nooduitgang met allerlei technische hulpmiddelen opgelost kan worden. Maar daar gaat het mij nu even niet om. De vraag die ik heb is of we allerlei vanzelfsprekendheden in onze voorbereiding op rampen en ongevallen niet opnieuw tegen het licht moeten houden na de aanslagen in Parijs en Brussel? De laatste terroristische aanslagen zijn nietsontziend en veroorzaken een sterk onveiligheidsgevoel omdat het elke keer lijkt of er geen einde aan komt: nog een schietpartij, en nog één, en nog één, het houdt niet op. En dan ook nog eens door zelfmoordterroristen die al door hun laatste remming heen zijn en geen grens in hun wreedheid meer kennen.

Dat geeft de laatste aanslagen een nieuwe dimensie. Niet meer één klap en dan voorbij. En ook niet meer aangekondigd, wat bij Westerse terreurgroeperingen vroeger toch wel een soort erecode was. Gaat safety in deze nieuwe werkelijkheid dan nog steeds automatisch boven security? Of moet je in sommige situaties toch voor een andere invalshoek kiezen?

Kijk ter illustratie eens naar de openbaarheid van informatie op internet. In de voorbereiding op aanslagen is het verzamelen van informatie een belangrijke factor. Het internet is een zegen voor de terrorist. Alles wat hij nodig heeft staat online. Plattegronden, rampbestrijdingsplannen, schadecirkels, opslag gevaarlijke stoffen, positie en bereikbaarheid van risicovolle bedrijven, noem maar op. Ooit openbaar gemaakt vanuit het nobele streven om burgers meer inzicht te geven in de risico’s van hun woonomgeving en nu een factor die de kans en impact van een aanslag kan beïnvloeden.

De vraag is: moet echt alles op deze manier online, of moet je strategischer over planvorming en risico’s communiceren vanuit een nieuwe security awareness? Wees kritisch over al je openbare informatie-uitingen en kijk er nog eens naar met de blik van een terrorist, zoals je een ethische hacker je cybersecurity laat testen. Zou je dan nog steeds alles online zetten?

Visual note: de mannen van ploeg C

Korte omschrijving aanslagen in Brussel

  • Datum: 22 maart 2016
  • Locatie: Vertrekhal vliegveld Zaventem en metrostation Maalbeek.
  • Type incident: Explosie door bomaanslag, gevolgd door kleine restbranden. Veel glasscherven en weggeslingerd interieur.

Bijzonderheden

  • Op 22 maart 2016 gaat er omstreeks 08.00 een bom af in de vertrekhal van vliegveld Zaventem in Brussel. Een paar seconden later gaat een tweede bom af nabij een Starbucks filiaal. De aanslagen vinden plaats nog voor de securitycheck in het openbaar gebied van de luchthaven.
  • Een derde bom wordt later gevonden, nog niet afgegaan maar wel op scherp. Het blijkt de zwaarste bom van de drie te zijn, met grote nevenschade tot gevolg omdat besloten werd deze af te laten gaan in het terminal gebouw.
  • Er komen 14 mensen om het leven, inclusief twee daders en er raken ongeveer honderd mensen gewond. De verwondingen van de slachtoffers zijn heftig en doen denken aan oorlogsgebied.
  • Het schadebeeld in de Terminal is chaotisch. Veel glasscherven, zowel binnen als buiten. Plafonds en armaturen zijn naar beneden gekomen en maken het gebied moeilijk toegankelijk.
  • Ongeveer een uur later, om tien over negen, ontploft een bom in een metrostel dat net station Maalbeek had verlaten. Er komen 21 mensen om het leven, inclusief de dader. Zeventien mensen raken zwaar gewond. Veel reizigers brengen zich via de metrogangen in veiligheid.
  • In totaal komen er 35 mensen om het leven.
  • De dreigingsstatus van België wordt verhoogd naar 4, het zwaarste niveau. Veel openbare activiteiten worden stil gelegd. Mensen wordt gevraagd niet naar het centrum te komen. Twee weken later wordt het dreigingsniveau weer terug gebracht naar 3.
  • Communicatienetwerken raken overbelast, zowel portofoonkanalen als mobiele telefonie. Het publiek wordt gevraagd zo min mogelijk gebruik te maken van telefonie om de crisisbestrijding niet extra te belasten.
  • Op 3 april 2016 gaat de luchthaven beperkt in gebruik. Tentconstructie en extra controles leiden tot lange wachtrijen, waardoor veel mensen hun vlucht missen.
  • Pas op 2 juni is de herbouw gereed en kan Zaventem weer volledig open.
  • De metro rijdt weer vanaf 25 april dat jaar.

Effecten in Nederland

De bomaanslag op Brussel brengt ook in Nederland een schokgolf teweeg. Nu komt het opeens wel heel erg dichtbij. Niet iedereen is daar overigens direct van onder de indruk. Bij sommige directeuren van veiligheidsregio’s leeft de overtuiging dat een aanslag niets anders is dan normaal grootschalig optreden waar geen extra voorbereiding op nodig is. Na de eerste analyses kantelt dit beeld gelukkig en gaan diverse partijen van de Nederlandse brandweer en rampenbestrijding hard aan de slag om zich voor te bereiden op terrorismegevolgbestrijding (TGB).

In betrekkelijk korte tijd wordt onder andere een handreiking TGB opgeleverd, gevolgd door een ELO module voor de eerste inzet. Er worden diverse multidisciplinaire oefeningen georganiseerd om de afstemming tussen blauw, rood en wit te onderzoeken en protocoleren. Dat leidt onder andere tot een zonering van aanslagen waarop de taken van de verschillende hulpdiensten worden georganiseerd. Brandweermensen worden opgeleid voor optreden in de warm en cold zone. Bij de GHOR en ambulancediensten worden maatregelen genomen om het slachtofferbeeld van een aanslag adequaat te kunnen behandelen.

Ruim een jaar verder is goed zichtbaar dat de bomaanslag op Brussel ook in Nederland heeft gezorgd voor een verdere professionalisering van de hulpdiensten. In die zin zijn de explosies in Zaventem en Maalbeek echte veranderbranden en horen ze in de brandweercanon thuis.

Film

Links en nadere informatie:

Op Rizoomes verschenen al vanaf januari 2016 blogs over brandweeroptreden in vijandige en gewelddadige omgevingen, onder andere als gevolg van ongeregeldheden bij de jaarwisseling 2016. Zie bijvoorbeeld hoe word je brandweerbaar en het blog over tactische brandweerbaarheid. Geweld en agressie liggen volgens Rizoomes in een spectrum verdeeld over diverse kleurcoderingen, waarbij code black staat voor een terroristische aanslag. When evil men plot stelt vragen over de security kant van safety: misschien moet safety niet altijd meer leidend zijn, maar security. Om de safety te waarborgen. Het is inderdaad een paradox.

Dit gebeurde er in de laatste dagen voor de aanslag op Brussel. Reconstructie van wat er zich afspeelde bij de terroristen voordat ze hun aanslag pleegden

Wereld staat stil bij de aanslagen in Brussel. Liveblog van de NOS. Inmiddels gesloten, maar nog wel allemaal terug te zien.

Terrorismegevolgbestrijding. Site van Brandweer Nederland, met o.a. een link naar een documentaire over de eerste uitruk naar Zaventem.

Optreden na een aanslag. Site van Brandweer Nederland, met o.a. een link naar het kennisdossier Terrorisme. Daar moet je wel autorisatie voor hebben.

Special Operations Team van Ambulancezorg Amsterdam. Het S.O.R.T. wil op drie gebieden gespecialiseerde respons geven; Grootschalige Geneeskundige Bijstand (GGB), Terrorisme Gevolg Bestrijding (TGB) en Evenementen.

Aanslagen in Brussel. Wikipedia met een overzicht van de gebeurtenissen.

Dit blog is onderdeel van het thema herdenking en verlies. Laatste update is van 3 juni 2020.

De negen scenario’s van de Brandweercanon

Leestijd: 7 minuten

Na de fatale brand op de Motorkade in Amsterdam in 1995 ben ik me gaan verdiepen in veilige repressie. Het is een zoektocht die inmiddels al 25 jaar duurt en ik denk eerlijk gezegd niet dat het ultieme antwoord snel gevonden wordt. Ik denk ook niet dat er slechts één antwoord is.

Veiligheid behelst een hele set aan maatregelen op het gebied van gedrag, techniek en organisatie die gezamenlijk de risico’s van repressie beheersbaar moeten maken. En in die gezamenlijkheid moeten ze een integraal onderdeel vormen van de normale bedrijfsvoering, van de dingen die je elke dag doet. Alles wat je maar zelden doet, doe je zelden goed; dan is het een afwijking en dus een risico.

De centrale vraag in deze opvatting is dus wat van iets een afwijking maakt. Wanneer onderscheiden scenario’s zich van de standaard, van de basisbrandweerzorg? En hoe weet je dat dan?

Over die vraag heb ik een serie blogs geschreven onder de noemer van de Sturingsdriehoek, een methodiek om scenario’s te classificeren als standaard, standaardafwijking en afwijking. Nog steeds geloof ik dat daar ergens de sleutel ligt: wat vinden we standaardscenario’s, wat is de gewenste uitkomst van die scenario’s en wat moeten je daarvoor kunnen en doen? Daar kun je een resultaatverplichting op plakken.

Alle andere scenario’s, die dus in meer of mindere mate afwijken van de standaard, kunnen slechts op hun inspanningsverplichting beoordeeld worden en vragen om een andere aanpak, met minder risico’s voor de hulpverleners.

Hoe kom je dan tot een verzameling standaards? Eigenlijk is dat een ordeningskwestie. Op welke manieren, via welke criteria kun je een verzameling scenario’s opbouwen? Hoe bepaal je dat? Daar zijn verschillende manieren voor. In de vorige alinea verwees ik al naar de Sturingsdriehoek.

Vanuit die optiek is de inzettijd tot ‘brand meester’ de belangrijkste factor om standaards te organiseren. Inzettijd en frequentie is dus het eerste criterium om te ordenen. In een ander blog, ‘waar de brandweerman valt’ heb ik juist gekeken naar de risicovolle scenario’s voor brandweermensen: waardoor sneuvelen ze tijdens repressie, wat is de doodsoorzaak?

Doodsoorzaak is dus een tweede criterium om scenario’s te ordenen. In het blog wat je nu leest analyseer ik de scenario’s vanuit de brandweercanon: welke maatschappelijke impact hebben de verschillende scenario’s en zit daar een rode draad in?

Dat is een derde criterium om tot standaards te komen: impact. Het interessante van die insteek is dat elk incident uit de brandweercanon daar op zijn eigen merites in staat en dat er vooraf geen expliciete andere criteria waren dan maatschappelijke impact.

Dat er dan toch negen standaards uit rollen vind ik in zekere zin een verrassing. Kennelijk zijn er impliciet toch een aantal factoren in geslopen die de afzonderlijke incidenten groeperen tot negen categorieën. In ieder geval zoals ik er naar kijk. Het is vast goed mogelijk om nog andere onderverdelingen te maken, maar dit is de mijne. Negen verhalen bij negen standaards, negen rode draden zonder SOP. Want dit is niet de plek voor een procedure.

Brand bij Cindu. Foto ANP

Minder Zelfredzamen

Spraakmakende incidenten uit de canon met minder zelfredzamen speelden zich af in hotels en cellencomplexen, maar daar beperkt het zich in de praktijk natuurlijk niet toe. Ooit maakte ik het onderscheid tussen verminderd en verhinderd zelfredzaam: verminderd zelfredzaam zijn bijvoorbeeld kinderen en bejaarden. Maar ook hotelgasten: ze zijn in een vreemde omgeving en kennen de weg niet goed.

Verhinderd zelfredzamen zijn opgesloten, om welke reden dan ook, en kunnen zichzelf dus niet redden. De maatschappelijke impact van ongevallen met verminderd en verhinderd zelfredzamen is groot. Het appelleert aan gevoelens van hulpeloosheid, overmacht en onrechtvaardigheid en legt een grote druk op hulpdiensten om te gaan redden. De vraag is of die daar goed genoeg op voorbereid zijn, getuige dodelijke ongevallen onder brandweerpersoneel bij dit soort incidenten.

Mensenmassa’s

Calamiteiten met grote mensenmassa’s zijn ontzettend lastig te managen. Hoe krijg je die hele crowd de juiste kant op? Welke acties moet je dan nemen? En zijn er escalatiefactoren die een rol spelen, zoals afgesloten nooduitgangen en trechters die de doorstroom belemmeren?

In de moderne bouw neemt de problematiek van mensenmassa’s alleen nog maar toe. Multimodale knooppunten, grootschalige evenementen en eeuwige drukte in de grote steden zorgen ervoor dat infrastructuur continu op de grenzen van de capaciteit gebruikt wordt. Wat is dan de preferente werkwijze voor de hulpdiensten? Hoe ondersteun je de zelfredzaamheid van de menigte?

De problematiek rondom mensenmassa’s is sinds enige tijd vergroot door terrorisme: de kans op aanslagen is sterk toegenomen, blijkt uit recente grote en kleinere incidenten in West Europa. Zaventem, Brussel, Parijs, Nice en Berlijn zijn enkele voorbeelden. En hoewel de modus operandi sterk verschilden, was er ook één grote overeenkomst: de aanslagplegers kozen voor mensenmassa’s.

Herculesramp. Foto ANP

Binnenstadsbrand

Het fenomeen van de binnenstadsbrand staat sinds de minicrisis in de Kelders te Leeuwarden weer volop in de belangstelling. De voorspelbare onvoorspelbaarheid van dergelijke branden vraagt om een snel en gecoördineerd optreden, niet zelden onder tijdsdruk, met hoge temperaturen en kruip door – sluip door gangetjes. De brandpreventieve staat van dergelijke panden is vaak slecht en daarmee een groot risico voor bewoners en brandweermensen. Hoe voer je daar een veilige binnenaanval uit? En wat zijn je alternatieven als je niet naar binnen kunt?

Gevaarlijke stoffen groot

Grote incidenten met gevaarlijke stoffen vinden mensen eng. Ze snappen niet wat er gebeurt, vaak zijn er enorme rookwolken en bestaat er onduidelijkheid over de giftigheid en de gevolgen voor gezondheid en milieu. Het stelt hulpdiensten voor grote uitdagingen op zowel de bron- en effectbestrijding als de impactbeheersing. De snelheid waarmee informatie gevraagd wordt, verhoudt zich meestal slecht met de tijd die nodig is om de juiste antwoorden te vinden.

Dat geeft ruimte voor storybuilding op social media, voor complottheorieën en gedoe met witte pakken. Staat deze integraliteit van incidentbestrijding gevaarlijke stoffen voldoende op het netvlies van de hulpdiensten of wordt het toch nog vooral vanuit het technisch paradigma bekeken?

Grootschalige inzet

Sommige calamiteiten zijn voornamelijk complex omdat ze zo groot zijn, zo veel oppervlak bestrijken of er gewoon zo veel tegelijkertijd gebeurt. Dan interacteren allerlei variabelen met elkaar, die de onvoorspelbaarheid alleen nog maar groter maken. Hoe krijg je daar zicht op, hoe pak je zoiets aan? Past dit nog wel onder eenhoofdige aansturing?

Bijlmerramp. Foto Marcel Antonisse / ANP

De onderzoeken van de lector Brandweerkunde naar situationele commandovoering bieden daar mooie aanknopingspunten voor, zoals het idee van swarming. Het is hakken in vakken en zagen in lagen, maar dan bottom up in plaats van top down. Dit moet dan wel via vaste afspraken die vooraf goed zijn ingestudeerd. Verbinden vraagt om vaste protocollen, die tegelijkertijd de vrijheid bieden om dat netwerk te weven dat het incident het beste bestrijdt. Swarming is er niet om onvoorbereid maar wat aan te klooien. Improviseren is hard leren.

Verkeer en vervoer

Als er iets is wat de mens beweegt is het wel vervoer. Van A naar B en ’s avonds weer terug. En af en toe met het vliegtuig, op zakenreis of vakantie. Met zo veel verkeer is het geen wonder dat er zo nu en dan iets fout gaat, dat er een ongeval gebeurt. Ik zou haast zeggen en met mij vele anderen, het hoort erbij.

Tot daar opeens die hele grote klap zich openbaart, het vliegtuig dat neerstort of die enorme file in de mist. Het is dan niet zozeer de complexiteit die dergelijke incidenten zo lastig maakt, maar de intensiteit, de overdaad van het gewone naast het leed van de slachtoffers met hun stille getuigen. Verder zijn verkeerssystemen ook zeer gevoelig voor aanslagen, omdat ze zo zichtbaar zijn.

Loodsen en opslag

Soms zie je het pas als je het begrijpt. Pas na de brand in De Punt zag ik dat er steeds vaker gebouwen in brand staan in plaats van dat er brand is in een gebouw. Er is geen bron, het gebouw is de bron, het zit overal tussen de muren, het is de strategie van de voorspelbare afloop. De situational awareness zit dan al gauw op standje drie, die van voorspellen. Maar de option awareness redt het misschien net tot niveau 1: je ziet het, maar je begrijpt het niet. Laat staan dat je oplossingen kan genereren.

Brand op de Motorkade. Foto Rene de Caluwe

Duikongevallen

Lange tijd sneuvelde de brandweerman aan van alles, maar niet aan het water. Een enkeling daar gelaten uit vervlogen tijden, als er een autospuit onfortuinlijk te water ging. Vanaf midden jaren negentig was dat opeens anders. Ik heb geen idee waarom, het gebeurde gewoon en het gebeurt nog steeds. Is het een blinde vlek, een onvolkomenheid van het systeem? Of wordt er tegenwoordig meer gedoken dan vroeger? Het antwoord is nog lang niet boven water.

  • Kernhaven Utrecht
  • Terneuzen

Geen woning, geen redding, geen blussing

Ik geef het eerlijk toe, dit lijkt wellicht een restcategorie. Een categorie waar de rode draad is geweven van de inzet, van het proces, niet van het risico op zichzelf. Het is de categorie van de goede intentie met de foute afloop, van de keiharde inzet met een ongelukkig eind. Het zou vroeger misschien ook wel de categorie van de hindsight bias zijn geweest, van de koe in de kont kijken. Maar het is geen vroeger meer, het is nu.

Voor mij is het de categorie van het grote Waarom, met een hoofdletter W. De Waarom die je wilt weten voordat je begint met je inzet, in plaats van de waarom achteraf, als het mis is gegaan. Wij willen geen operatie òf patiënt, wij willen allebei: operatie geslaagd, patiënt tevreden. De rest ruimen we wel op.

Negen scenario’s uit de brandweercanon. Wat moet je er mee? Wat kan je er mee, is misschien een betere vraag. Je kan je er bijvoorbeeld door laten inspireren, om eens op een andere manier naar de brandweer te kijken. Je kan er van leren, want deze standaards komen uit betekenisvolle incidenten uit de geschiedenis.

Op de één of andere manier appelleren ze aan een maatschappelijk bewustzijn en laten ze zien wat mensen belangrijk vinden. Dat geeft richting aan wat de brandweer zou moeten kunnen en moeten doen om aan die gevoelens invulling te geven en zo invulling te geven aan public value.

En je kan bedenken hoe deze negen scenario’s kunnen bijdragen aan een veiliger brandweer. Want daar was het dit blog in eerste instantie om te doen: van welke afwijkingen maak je een standaard?

De brandweercanon zoals ik die tegenwoordig hanteer is anders dan de oorspronkelijke, kleiner. Daarom zijn enkele links niet meer online. Deze analyse is nog wel gebaseerd op de oorspronkelijke grote brandweercanon. Dit blog is op 20 mei 2020 voor het laatst aangepast. Het is onderdeel van het thema herdenken en verlies

Ostankino, de Towering Inferno van Moskou

Leestijd: 3 minuten

One tiny spark becomes a night of blazing suspense.

The tallest building in the world is on fire.

You are there with 294 other guests.

There’s no way down.

There’s no way out.

Zie daar de tagline van de Towering Inferno uit 1974. Die film vertolkte de nachtmerrie van veel Amerikanen en werd tegelijkertijd de melkkoe van Warner Bros. Het budget van 14 miljoen dollar werd maar liefst 10 keer terugverdiend. Wie zei er ook weer dat er aan rampen niets te verdienen viel? Uiteindelijk werd de brand in de wolkenkrabber cinematisch geblust door een dakreservoir op te blazen, waarna het water het gebouw in stroomde en de vlammen doofden.

Die Towering Inferno dus wel, maar die in de Ostankino Tower van Moskou niet. Die hadden niet zo’n handige wateropslag op het dak, ook niet in 2000. Daar moesten de 300 brandweermensen via de trap naar boven, met hun brandblusmateriaal in de hand. Vijfhonderd meter omhoog, twee keer de Eiffeltoren, naar het restaurant Seventh Heaven, waar een tiny spark a blazing suspense was geworden. Actieve blussing bleek gezien de omstandigheden onmogelijk. Daarom werd alles afgetimmerd en ingepakt met asbestplaten, 70 meter onder de brand, om verdere verspreiding van het vuur te voorkomen. Zo zie je maar, dat de realiteit vaak minder spectaculair is dan de verbeelding.

En daar zit ie nou, de Russische brandweerman, kapot. Afgepeigerd. Helemaal stuk. Waar denk je aan, koene krijger? Denk je aan de broodjes en de salade, die nog onaangeroerd voor je staan? Die er uit zien of ze uit een oude film komen, met het roet er over gedrapeerd als ware het een door de jaren heen verzameld laagje stof.

Bij je rechter elleboog staat zelfs nog een drinkpakje,  Пожарный, waarschijnlijk van een kind dat de schrik van zijn leven kreeg toen het moest vluchten. Anderhalf uur duurde het, voordat alle gasten het pand verlaten hadden. Is het dat waar je aan dacht?

Of denk je aan je drie collega’s, die voor deze brand met hun leven moesten betalen? Omdat er sinds de jaren 60 niets meer aan de elektrische bedrading was gedaan was en alle veiligheidssystemen het verdomden te functioneren. Het is een hoge prijs die soms voor statussymbolen wordt betaald, Пожарный, maar dat wist je al, na Chernobyl, waar de liquidators geofferd zijn om erger te voorkomen. Rusland houdt van zijn helden, maar alleen als ze dood zijn.

Sometimes there is no way out, there is no way down. Het is waar, wij willen het net als in de film. Maar alleen in de bioscoop is het end happy.

Brandweer wachtte op Poetin bij Ostankino Toren

Update van 28 november 2017: De brand in de TV Toren van 27 augustus 2000 blijkt nog een vreemder staartje te hebben dan ik al dacht. Zie hieronder een artikel uit het NRC van 31 augustus 2000.

De brand die zondag uitbrak in de Moskouse televisietoren kon niet snel worden bedwongen omdat de brandweer drie uur moest wachten tot president Poetin zelf bevel gaf de elektriciteit naar de toren af te snijden.

Dat zei gisteren het hoofd van de Moskouse brandweer, Leonid Korotsjik. De brand brak uit door overbelasting van een kabel – het resultaat van de uitbreiding van het zendmateriaal in de 537 meter hoge toren zonder aanpassing van de veiligheidsmaatregelen: ,,Een kwestie van geld”, zoals Korotsjik zei. De brandweer was al na tien minuten ter plaatse.

De veiligheidsmaatregelen voorzagen in een onmiddellijke onderbreking van de stroomtoevoer naar de toren. Niemand durfde echter het besluit te nemen. Men ging te rade bij de loco-burgemeester van Moskou, die de beslissing doorschoof naar burgemeester Loezjkov, die op zijn beurt contact zocht met president Poetin. Deze gaf onmiddellijk opdracht de stroom naar de toren te kappen.

In de drie uur die toen waren verstreken, had de brand zich echter al aanzienlijk uitgebreid. Weliswaar was de brandweer erin geslaagd de driehonderd bezoekers van het restaurant op 330 meter hoogte te evacueren en waren de brandweerlieden doorgedrongen tot 450 meter hoogte, waar de brand was ontstaan, maar inmiddels hadden zich – als gevolg van de voortgaande stroomtoevoer – op talrijke punten nieuwe brandhaarden ontwikkeld door nieuwe kortsluitingen.

Volgens Korotsjik verkeerden zijn mensen in die eerste uren voortdurend in levensgevaar omdat zij poogden het vuur te doven terwijl de elektriciteit niet was afgesloten. De brand werd pas na 26 uur gedoofd; hij breidde zich uiteindelijk naar beneden uit tot een hoogte van zeventig meter. Bij de brand vielen drie doden.

De twee grootste tv-zenders, de publieke RTR en de semi-publieke ORT, zijn weer in Moskou te ontvangen, op beperkte schaal en met een gezamenlijk programma. ORT en RTR maken gebruik van een noodzender die op de romp van de Ostankino-toren is aangebracht. Omdat die maar van één frequentie gebruik kan maken, zijn de omroepen gedwongen een gezamenlijk programma te maken. Dat programma voorziet in nieuwsuitzendingen, documentaires en tv-series.

Dit blog is onderdeel van het thema herdenking en verlies. Laatste update is van 1 juni 2020

De drie principes van de Brandweercanon

Leestijd: 6 minuten

Opmerkzaamheid, onvergetelheid en nabijheid zijn de drie principes van de brandweercanon. Vanaf het voorjaar 2020 komt er een vierde principe bij: betrokkenheid. Hoewel dat misschien eerder een verbijzondering is van nabijheid.

“Why should we look at the past, in order to prepare for the future? Because there’s nowhere else to look.”

James burke

De Brandweercanon is een instrument om te voorkomen dat de brandweer een vergetende organisatie wordt. Dat we de lessen uit belangrijke gebeurtenissen en incidenten kwijt raken en pas weer tegen komen als we er opnieuw tegen aan lopen. Met al het onnodig leed en schade er bij.

Daarom kijken we dus terug, om beter voorbereid te zijn op de toekomst. En proberen we de belangrijke gebeurtenissen en verhalen vast te leggen in een collectief bewustzijn, dat we de Brandweercanon noemen.

De vraag is dan hoe je zo’n collectief bewustzijn opbouwt. Daarvoor zijn de drie principes van de brandweercanon bedacht: opmerkzaamheid, onvergetelheid en nabijheid. Voor we daar verder op in gaan, beschrijven we eerst kort onze visie op geschiedenis.

Geschiedenis is een rizoom

Geschiedenis is niet iets ouds van vroeger, het wordt dagelijks vers opnieuw gemaakt. Elke dag komt er een nieuwe gisteren bij. En elke dag kan een nieuwe ervaring het belang van het verleden in een ander daglicht zetten, waardoor belangrijke zaken opeens toch onbelangrijk worden en andersom. Geschiedenis ligt dus nooit helemaal vast en blijft mee veranderen met de manier waarop wij veranderen.

Daarnaast is de geschiedenis geen lineaire uitvoering van een groot masterplan. Het is niet zo dat er eerst fundamenten gelegd moeten zijn voordat je verder kunt bouwen. Er gebeuren allerlei zaken tegelijkertijd, die elkaar beïnvloeden en op hun beurt nieuwe gebeurtenissen veroorzaken. Tussen al die gebeurtenissen bestaan zwakkere of sterkere connecties, die gezamenlijk kunnen opbouwen tot een rizoom. Geschiedenis is een rizoom.

Achille Serre Ladies Fire Brigade London 1926
Female Firefighter Achille Serre Ladies Fire Brigade london, 1926

Zo kijkt ook James Burke, van het citaat uit de kop van dit blog, naar de geschiedenis in het algemeen en innovatie in het bijzonder.

“Burke contends that one cannot consider the development of any particular piece of the modern world in isolation. Rather, the entire gestalt of the modern world is the result of a web of interconnected events, each one consisting of a person or group acting for reasons of their own motivations (e.g., profit, curiosity, religious) with no concept of the final, modern result to which the actions of either they or their contemporaries would lead. The interplay of the results of these isolated events is what drives history and innovation.”

Het principe van opmerkzaamheid

Om het heden te begrijpen, moet je dus goed kunnen kijken naar de verschillende gebeurtenissen en hun onderlinge verbanden. Dat is het eerste principe van de brandweercanon: opmerkzaamheid. Opmerkzaamheid is een kwestie van kijken en begrijpen. Die opmerkzaamheid geldt zowel voor de hele verse geschiedenis (de betekenis van een incident dat net gebeurd is) als voor een hele reeks gebeurtenissen en hun onderlinge connecties (zoals we op basis van diverse branden het verschil tussen ‘brand in een gebouw en gebouw in brand’ hebben benoemd).

In een eerder blog benoemden we het ook als veranderbranden: welke branden hebben echts iets veranderd aan mensen, de brandweer en / of de maatschappij? Waarbij je grofweg onderscheid kunt maken in twee categorieën veranderbranden: de Black Swans, zoals de vuurwerkexplosie in Enschede en 9/11. En ‘de acceptatie voorbij’ branden, zoals asbestbranden, het gebruik van fluorhoudend schuim en onvoldoende preventieve voorzieningen in gebouwen.

Het principe van onvergetelheid

Zien en begrijpen is één, er wat mee doen om de lessen te bewaren voor het nageslacht is twee. Daar gaat het principe van opmerkzaamheid over in het principe van de onvergetelheid. Hoe voorkom je dat gebeurtenissen worden vergeten, dat de lessen van incidenten vergaan en verdwijnen in de vergetelheid?

Laat ik voorop stellen dat wat belangrijk is, per persoon en doelgroep kan verschillen. Om dat verschil goed te kunnen maken is opmerkzaamheid van belang. Hier raakt de Brandweercanon aan het programma lerend vermogen, aan de kennisregisseurs en de brandonderzoekers.

  • Is een incident belangrijk voor persoonlijk leren, voor een ploeg? Dan is de After Action Review een mooi middel.
  • Was er een bijzonder brandpatroon zichtbaar? Dan is een brandonderzoek op zijn plaats.
  • Was er sprake van een grote inzet met bijzondere situaties? Dan is een evaluatie of een leertafel een goede manier om de lessen voor een korps of een regio vast te leggen.
  • Had het incident betekenis voor het brandweervak in zijn algemeenheid, en gelden de lessen voor veel meer collega’s dan uit je eigen regio? Dan is een leerarena of een extern onderzoek van belang om de lessen aan de vergetelheid te ontrukken.

De essentie van onvergetelheid is dat je waarde toevoegt aan een gebeurtenis door analyse en duiding en dat vervolgens op een geëigende manier registreert en vast legt. Wat die geëigende manier is, wordt bepaald door het principe van de nabijheid.

Het principe van de nabijheid

Het principe van nabijheid gaat er van uit dat mensen de gebeurtenissen in hun nabijheid het beste onthouden. Nabijheid moet je in dit kader zien als een zeer fluïde principe: het kan gaan om nabijheid in plaats, in tijd, in vorm en inhoud.

  • Nabijheid in plaats is letterlijk en figuurlijk nabij: dat wat dichtbij huis gebeurt blijft het beste hangen. Een incident in je eigen ploeg of korps is van groter belang dan het zelfde incident bij een korps aan de andere kant van het land of uit het buitenland. We zien dit ook bij onze tweets van het incident van de dag: gebeurtenissen bij korpsen in het land worden vooral geretweet door leden van betreffend korps en / of regio.
  • Nabijheid in tijd gaat over het kiezen van momentum. Nieuwe kennis valt bijvoorbeeld beter op zijn plek als iemand aan een nieuwe opleiding of functie begint dan bij zittende functionarissen. Maar ook bepaalde gebeurtenissen, ongevallen, rapporten of onderzoeken die veel aandacht krijgen kunnen het urgentiebesef zodanig verhogen dat men meer open staat voor nieuwe kennis. Als je het maar op het juiste tijdstip aanbiedt.
  • Nabijheid in vorm gaat over de manier waarop je kennis aanbiedt. Benjamin Franklin zei daarover: Tell me and I forget, teach me and I may remember, involve me and I learn. Bij het rapport van de brand in de Koningkerk te Haarlem werd een filmpje verstrekt, dat zorgde voor een hele snelle verspreiding van de kennis over die brand. En we weten dat brandweermensen leren door het vertellen van verhalen. Storytelling is dus ook een vorm van nabijheid.
  • Nabijheid van inhoud gaat over het vak zelf. Een incident dat op de één of andere manier de kern van het vak raakt, leidt eerder tot belangstelling en verandering dan incidenten die zich slechts langs de grenzen van de brandbestrijding bewegen. Ook dat zien we terug in de aantallen retweets van het incident van de dag. Het aantal doden en gewonden door een ramp is minder leidend voor het aantal retweets dan het appellerend karakter van de ramp aan het brandweervak.

Het kweken van een collectief bewustzijn met behulp van de brandweercanon is geen eenmalige gebeurtenis. Feitelijk blijf je steeds weer opnieuw naar de geschiedenis kijken, met behulp van de drie principes van de brandweercanon. Op zoek naar nieuwe verbanden en betekenis, naar nieuwe kennis en naar nieuwe manieren om ons voor te bereiden op de toekomst. “Because there’s nowhere else to look.”

Deze foto van Hans Peters (ANP) is één van de redenen waarom ik mij persoonlijk bij de brand in het Silveren Seepaerd betrokken voel

Nieuwe invulling van de brandweercanon.

De drie principes van de brandweercanon zijn vanaf 2014 door het team Brandweercanon als uitgangspunt genomen om de canon te ontwikkelen. Veel is in de loop van de tijd op deze website gepubliceerd. Na een paar jaar merkten we echter dat het concept nauwelijks door het brandweerveld werd overgenomen en is het team ontbonden.

Wat er nu nog van over is, is eigenlijk mijn persoonlijke brandweercanon. Met een nieuw principe erbij: betrokkenheid. Of misschien is dat wel eerder een verbijzondering van het nabijheidsprincipe.

Hoe dan ook, de canon die nu nog op rizoomes.nl staat is mede gebaseerd op mijn betrokkenheid. Omdat ik er bij was, ik er onderzoek naar heb gedaan of omdat het mij ergens persoonlijk heeft geraakt.

Die persoonlijke betrokkenheid zal ik langzamerhand gaan toevoegen aan de incidenten uit de canon, door het schrijven van een kort essay per incident. De eerste staat inmiddels online, over de brand in de Innovation: het perpetuum mobile van de goede voornemens. En zo verandert dus ook de canon van vroeger mee met wat er in de werkelijkheid van nu gebeurt.

Dit blog is op 20 mei 2020 voor het laatst aangepast. Het is onderdeel van het thema herdenken en verlies

De Brandweercanon in het brandweeronderwijs

Leestijd: 4 minuten

Het brandweeronderwijs heeft een enorme rijkdom aan inhoud liggen: de brandweercanon. Hoe kan je de lessen van het verleden inzetten om de scenario’s van de toekomst te bestrijden?

“Autospuit Hendrik, autospuit Hendrik, wilt u gaan naar de Kalverstraat, eh, we hebben diverse meldingen, het zou gaan om boekhandel De Slegte”.

Het is een moment stil en dan klinkt het tweede bericht:

“Autospuit Rudolf, gaat u naar het Rokin, het zou gaan om de steeg tussen het Rokin en de Kalverstraat”.

Het is weer even stil en dan meldt Rudolf zich ter plaatse, al snel gevolgd door een nader bericht.

“AC, Autospuit Rudolf verzoekt met spoed een ladder op het Rokin en eh nog een autospuit, nog een autospuit”.

Dan klinkt de bevelvoerder er over heen:

“AC autospuit Rudolf maakt middelbrand”.

Oefening

Werk aan de winkel voor de OvD.

“OK, wat ga je nu doen”?

In een wereld waarin scenario’s uit de brandweercanon in het brandweeronderwijs zijn geïntegreerd, stelt de instructeur deze vraag aan de cursist. Die kijkt onrustig om zich heen. Het scenario komt hem vaag bekend voor en hij ruikt onraad.

“Eh, ik ga ter plaatse”.

“Goed, stap maar in. Weet je waar het is”?

Nog voor de cursist iets heeft kunnen bedenken is er nieuws van autospuit Nico.

“AC, stuur een ladder naar het Rokin, want de mensen staan en hangen hier voor de ramen”.

Hotel Polen. Foto ANP

De OvD in opleiding kijkt de instructeur vragend aan. En daar is alweer een bericht van het Rokin.

“AC, stuur diverse GGD wagens voor slachtoffers, die gesprongen zijn etcetera”.

“Ja de GGD is gewaarschuwd, alles is geregeld”.

De OvD kijkt nu bozig voor zich uit. “Ja jeetje, dit gaat veel te snel zo. Zo kan ik geen plan maken, laat staan een plan plus”.

De instructeur kijkt stoïcijns voor zich uit. “Ja jongen, regel het maar; dat moesten ze toen destijds bij Hotel Polen ook. Niemand die zich afvroeg of de OvD wel tijd had voor zijn plan. Actie, nu. Wat ga je nu doen”?

Brandweeronderwijs

Tot we met de brandweercanon aan de slag gingen heb ik me eigenlijk nooit afgevraagd waarom er geen serie leerzame scenario’s uit het verleden was geanalyseerd en verwerkt tot les- en leerstof voor repressief leidinggevenden. Maar opeens viel het kwartje, toen we de betekenisvolle incidenten uit de geschiedenis in de brandweercanon gingen plaatsen.

Waarom zou je als instructeur eigenlijk steeds zelf nieuwe scenario’s verzinnen, terwijl er zo veel te leren valt van de realiteit? En sterker nog, van veel grote incidenten zijn onderzoeksrapporten beschikbaar. Nadat je zelf de inzet hebt gedaan, kun je nalezen wat er in de praktijk is gebeurd. Misschien zijn er zelfs beelden beschikbaar, zodat je ook kunt zien hoe het er uit zag. Zeker van moderne incidenten kun je de film en video gebruiken als ware het je eigen verkenning.

Foto ANP

En dan is er ook nog de virtual reality: je kunt beelden van echte incidenten opnemen in scenery en de (al dan niet ontbrekende) rest er bij ontwerpen, op basis van rapportages en analyses. Zo maak je de simulatie van oude incidenten extra realistisch.

Ook kun je elementen aanpassen aan de huidige situatie, zoals voertuigen en ander materieel. Je kunt variaties in het scenario inbouwen, bijvoorbeeld beginnen met één of enkele slachtoffers en dat opbouwen naar de uiteindelijke 33 doden en 21 gewonden van Hotel Polen. Je zou zelfs het RSTV kunnen integreren in oude scenario’s en je daarna afvragen of je het met de kennis van nu anders zou doen dan toentertijd gedaan is.

Daarnaast kun je denken aan project onderwijs rondom incidenten. Als je weet hoe de repressie verlopen is, kun je ook andere factoren onderzoeken. Hoe was de preventieve toestand van het pand? Is dat nu nog steeds zo? Waar zitten de risico’s? En als je dat weet, is het dan misschien verstandig een aanvalsplan te hebben voor dergelijke gebouwen? Zo ja, hoe moet het aanvalsplan er dan uit zien? Wat zegt dat over opkomsttijd en slagkracht?

Vanuit de eindtermen van een opleiding gezien, zou je bijvoorbeeld alle OvD’s kunnen opleiden met een aantal standaardscenario’s die gezien worden als de kern van het vak. Bijvoorbeeld allemaal Hotel Polen, Huis ter Duin, de Motorkade, Harderwijk en De Punt. Dat wordt tot op skillbased niveau ingetraind. En daarnaast, ook uit de sturingsdriehoek, leidt je mensen tot rulebased nivo op voor de Marbon, de Bijlmerramp, de Hercules– en de Vuurwerkramp.

Natuurlijk, er vloeit nog heel wat water door de Amstel voordat je zo’n plan volledig opgetuigd hebt. Maar je kunt morgen al beginnen, om de scenario’s uit de brandweercanon te pakken, de stukken te analyseren en te vertalen naar brandweeronderwijs.

Dan kan je er ervaring mee opdoen en het langzaam aan verbeteren en verder ontwikkelen. Want niet alleen de cursisten kunnen leren van de brandweercanon: het brandweeronderwijs moet zelf ook een lerende organisatie zijn, en zich aanpassen aan de mogelijkheden van deze tijd.

Foto ANP

Door te kijken naar het verleden en te ervaren wat er toen gebeurd is. Zodat je in je opleiding al eens dit nader bericht van de OvD bij Hotel Polen hebt meegemaakt:

“AC, hier C-Wagen 1, wilt u trachten al het mogelijk materieel dat ter beschikking is naar het Rokin te sturen want het zit op dit moment ook overal in het pand nummer 12, boekhandel De Slegte over”.

Niemand die dan nog kan zeggen dat het een overtrokken scenario is. Het is gewoon gebeurd.

Dit blog is op 20 mei 2020 voor het laatst aangepast. Het is onderdeel van het thema herdenken en verlies

Darmok

Leestijd: 4 minuten

“Captain’s log, stardate 45047.2. The Enterprise is en route to the uninhabited El-Adrel system, its location is near the territory occupied by an enigmatic race known as The Children of Tama.”

Zo begint Darmok, de meest intrigerende aflevering van Star Trek The Next Generation. The Children of Tama blijkt een volk te zijn dat communiceert in metaforen, opgebouwd uit hun lokale geschiedenis. Zodoende wordt Captain Picard niet begroet met een “welkom, hoe gaat het met u”, maar met “Rai and Jiri at Lungha”.

Uiteindelijk blijkt het de bedoeling te zijn dat Picard en de baas van de Tama een gezamenlijk avontuur aangaan, aangekondigd met “Darmok and Jalad at Tanagra”.

Darmok

Metaforen

Langzamerhand wordt duidelijk hoe de metaforen werken. Zo betekent “Shaka, when the walls fall” dat er iets nogal is mislukt en is “the River Temarc in winter” een verzoek om het kalm aan te doen. “Temba, his arms wide” betekent een gift en “Kira at Bashi” is verhalen vertellen.

De overeenkomst tussen al die metaforen is dat ze bestaan uit een naam of een plaatsaanduiding met een centrale activiteit, die gezamenlijk de hele boodschap omvat die moet worden overgebracht. Dus met één zinnetje kan je een heel verhaal vertellen, met alle nuances die daar bij horen.

Maar dan moet je natuurlijk wel die geschiedenis kennen, anders begrijp je er geen barst van. Dat Kira vooral bekend was omdat hij altijd verhalen zat te vertellen op Bashi zal niet iedereen bekend voorkomen.

Darmokdarmok-en-de-brandweer4

Op dezelfde manier heeft de brandweer in Nederland ook een gezamenlijke geschiedenis, opgebouwd uit de verhalen van grote incidenten. Als je ergensMoerdijkofDe Punt’ laat vallen, weet iedereen waar je het over hebt. Maar het is nog niet zo ver dat deze plaatsaanduidingen ook al een metafoor zijn. Daarvoor is er nog een centrale boodschap nodig die aan de plaatsaanduiding moet worden toegevoegd.

Laat ik zo’n plaatsaanduiding – boodschap combinatie eens een Darmok noemen. Dan presenteer ik ter overdenking vervolgens acht brandweer Darmoks waar ik op de één of andere manier bij betrokken ben geweest, en die voor mij de boodschap vormen die er bij hoort.

Brandweer Darmok

  • Haarlem, de muur viel om. Tijdens de brandbestrijding in een kerk in Haarlem, stort opeens de muur in en bedelft drie brandweermannen die dat niet overleven. Sinds die tijd is er extra aandacht voor het begrip valschaduw en voor de psychologische kenmerken van besluitvorming onder tijdsdruk (zoals tijdcompressie en tunnelvisie).
  • Moerdijk, de blussing conflicteert. Koelen en blussen met water, tegelijkertijd met schuimblussing, is geen goede combinatie. Verschillende bestrijdingsmethoden conflicteren met elkaar op een manier zoals niet eerder zo grootschalig voorkwam.
  • De Punt, gebouw in brand. De brand in een loods in De Punt leverde voor het eerst het besef op dat er naast brand in een gebouw, ook gebouw in brand bestaat. En dat dat levensgevaarlijke situaties voor brandweermensen veroorzaakt.
  • Enschede, het vuurwerk detoneert. Het vuurwerk dat lag opgeslagen in containers blijkt onverwacht te detoneren tijdens een brand, met enorme schade en slachtoffers tot gevolg. Er is daarna veel veranderd aan opslag en vergunningverlening, er staat me even niet bij wat er op nationaal nivo repressief veranderd is.
  • Kijfhoek, kleine kans wordt groot effect. Dankzij de leerarena wordt het maar weer eens duidelijk dat een kleine kans op een groot incident niet betekent dat het risico nul is. Niet erg, maar onze repressieve scenario’s houden daar onvoldoende rekening mee. Het kan niet zo zijn dat de brandweer levens moet wagen om falende preventie en preparatie te compenseren bij groot effect incidenten. Kijfhoek en De Punt zijn goede Darmoks waarom het Kwadrantenmodel er moest komen.
  • Motorkade, de rook explodeert. Dit incident, waarbij drie brandweermannen omkwamen, is de start geweest van veel onderzoek naar brandontwikkeling, risico’s bij repressie en besluitvorming onder tijdsdruk. Dat plotselinge branduitbreiding zo’n effect kon hebben was tot de Motorkade nauwelijks gedocumenteerd, laat staan bekend of in leerstof verwerkt.
  • Marbon, het schuim is geen schuim. Bij een incident op het terrein van de Marbon vindt een lekkage plaats van butadieen, een ontplofbare stof die er uit ziet als een schuimblussing. Dat blijkt niet zo te zijn en het schuim explodeert onverwachts, waardoor er negen mensen om het leven komen. Het is de start geworden van de OGS in Nederland.
  • Cindu, opeens ontploft de tank. Door een onopgemerkte foutieve menging van twee chemische stoffen ontstaat er een runaway reactie die de temperatuur van de tank hoog laat oplopen. Aanvullende koeling door de bedrijfsbrandweer blijkt niet te helpen en de tank explodeert, met drie slachtoffers onder de bedrijfsbrandweer tot gevolg.
Sokath Darmok
Sokath heeft het begrepen

Acht Darmoks, acht plaatsen met een verhaal. Met als rode draad dat een onverwachte gebeurtenis tijdens brandbestrijding funeste gevolgen heeft. Zoals ik in de ‘Vanzelfsprekendheid van alledag’ betoogde, is het adequaat leren omgaan met de uitzondering de aangepaste regel. Live long and prosper.

Station Nightclub Fire

Leestijd: 2 minuten

Op 20 februari 2003 begon Great White, een Amerikaanse glamrock band, hun concert in de Station Nightclub met het nummer Desert Moon. Net als in de clip hieronder werd er flink met vuur gestunt, te flink. Het podium vloog in brand en in een mum van tijd was de ruimte gevuld met dikke zwarte rook.

Honderd mensen kwamen om het leven, waaronder de gitarist van de band, Ty Longley. In dit combinatieblog vind je een korte omschrijving van de calamiteit, twee youtube filmpjes over de brand en een link naar het onderzoeksrapport van de NIST. Ter afsluiting nog een link naar ‘Face the Day’ met de lyrics. Een toepasselijker nummer dan Desert Moon.

Korte omschrijving incident Station Nightclub Fire

Datum 20 februari 2003
Locatie en type object

The Station Nightclub, Rhode Island, USA

Type incident Brand in een nachtclub ontstaan door vuurwerk
Bijzonderheden
  •  Op 20 februari 2003 zou rockband Great White een concert geven in The Station Nightclub.
  • De pyrotechniek veroorzaakte een brand in het akoestisch isolatiemateriaal dat overal was opgehangen. Het gebruikte buitenvuurwerk mocht niet binnen gebruikt worden.
  • In het begin dacht iedereen dat dat de brand bij de show hoorde, zie ook de foto’s. In 5,5 minuut was de hele ruimte gevuld met vette zwarte rook.
  • Behalve de buitengewone snelheid van brandontwikkeling door een combinatie met hoogst brandbaar materiaal op een podium en onachtzaam gebruik van vuur is ook het gedrag van mensen bij brand goed zichtbaar (zie youtube filmpje).
  • NIST heeft onderzoek gedaan naar de Station Nightclub Fire, een computersimulatie gemaakt en een rapport opgeleverd. Op pagina 12 staan aanbevelingen om nachtclubs veiliger te maken.
  • Uiteindelijk kwamen 100 mensen om en raakten er 230 gewond. Ongeveer 130 mensen kwamen er zonder fysieke klachten vanaf, maar een groot aantal onder hen ontwikkelde PTST.
  • Er zijn jarenlange rechtszaken gevoerd tegen zowel het management van de band als de Nightclub. Uiteindelijk is er voor ongeveer 115 miljoen dollar geschikt.

Foto & Film

Plattegrond van de Station Nightclub Fire

Meer informatie

Rapport NIST

Face the Day

Face the Day is een nummer van Great White (cover van The Angels), die zou optreden in de Station Nightclub

I don’t wanna face the day, the day, today
I don’t wanna face the day, the day, today
Long night leaves me stranded
Black visions, danger signs
No love, need protection
Feels like I’m on production line
Daggers of dawn, cold hearted-day
Why does it have to be morning?
Cover my head, stayin’ in bed
Too late, the luckless warning
I don’t wanna face the day, the day, today
I don’t wanna face the day, the day, today
Outside, screaming city
Red lights and hungry eyes
Sucks like a space invader
The vacuum of its lies
Stealing my strength, stealing my time
It’s raining in a world of traders
I don’t wanna face the day
I don’t wanna face the day
Let me keep on sleeping
Forget that I’m alone
One day of faceless living
Is 24 hours too long!
I don’t wanna face the day
I don’t wanna face the day
I don’t wanna face the day, the day, today
I don’t wanna face the day, the day, today
Give the night, it’s more forgiving
Hold back the light from my eyes
Please stay invisible darkness
Can’t see the tears I cry
I know it’s coming loaded with nothing
Trapped in a tunnel of time
I don’t wanna face the day

Bosbrand Rozendaalse Veld

Leestijd: 5 minuten

Deze pagina over de bosbrand op de Rozendaalse Veld is een combinatieblog uit het thema ‘herdenking en verlies.’ Het begint met een kort essay over de betekenis die het incident voor mij heeft. Kort gezegd is de Rozendaalse Veld voor mij synoniem met bosbrand en het verhaal Young men in fire, ook al waren er gelukkig geen slachtoffers te betreuren in 1976

Aansluitend beschrijf ik de feitelijke gebeurtenissen, gevolgd door filmpjes die een goed beeld geven van de situatie ter plekke. Het wordt afgesloten met een paar links naar andere informatiebronnen.

Smokejumpers

Je zou de US Forest Service kunnen vergelijken met Staatsbosbeheer, hoewel de verschillen tussen deze organisaties misschien wel groter zijn dan de overeenkomsten. Maar vooruit, het geeft richting en ze gaan allebei over bos.

De Forest Service is opgericht in 1905, met als belangrijkste taak het beschermen van natuurgebieden. In 1910 vond er een mega bosbrand plaats in Montana over een gebied van 1,2 miljoen hectare, waarbij 78 burgers de dood vonden. Sindsdien is de preventie en de bestrijding van bosbranden de belangrijkste activiteit van de Forest Service.

In 1917 werd gestart met luchtpatrouilles: vliegtuigen cirkelden boven de uitgestrekte bosgebieden om zo snel mogelijk brandhaarden te kunnen opsporen. Vanaf 1929 werden vliegtuigen ook gebruikt om materiaal af te zetten voor brandbestrijders ter plaatse. In 1935 werden de eerste parachutisten ingezet bij de bosbrandbestrijding: de smokejumpers waren geboren.

Doelstelling van de smokejumpers is om zo snel mogelijk de vuurhaard aan te pakken, ten einde grote branden te voorkomen. Dat is hard werken. Meestal bestaat de brandbestrijding uit het maken van een brandgang, zodat het zogenaamde grondvuur een richting uit wordt geduwd waar de schade beperkt blijft. Groot risico voor de smokejumpers is het oplaaien van het grondvuur tot kroonvuur. Dan slaat de vuurhaard over via boomtoppen en heeft een brandgang geen zin meer.

Bovendien ontstaan er spotfires, nieuwe brandkernen, waardoor de vuurhaard zich in allerlei richtingen gaat voortplanten. Als de brandoppervlakte groot genoeg is ontwikkelt de vuurhaard zijn eigen wind, waarbij de temperaturen steeds hoger worden. Op zeker moment is de zuurstoftoevoer onvoldoende en lijkt de vuurhaard te gaan doven. Maar de temperatuur is dan al vaak tot boven zelfontbrandingstemperatuur gestegen en een draaiende wind kan plotseling tot een explosieve branduitbreiding leiden, vergelijkbaar met een backdraft.

Dat wordt een blow-up genoemd en de snelheid van de uitbreiding is gigantisch. Normaal gesproken is de uitbreiding van bosbrand ongeveer 1,5 kilometer per uur, maar bij een blowup zijn uitbreidingen gemeten van 2 vierkante kilometer in 2 minuten.

Een blow-up kan smokejumpers behoorlijk in de problemen brengen, zoals een klassiek geworden ongeval uit Amerika laat zien. Op 5 augustus 1949 werden 15 smokejumpers gedropt op de bovenloop van de Mann Gulch, in de buurt van een brand die door de spotter als een routineklus was geklassificeerd.

Vanaf het begin gaat er van alles mis: de vracht komt verkeerd terecht, de zendapparatuur doet het niet en de ploeg kent elkaar eigenlijk niet goed. Dodge, de bevelvoerder, stuurt de mannen bergafwaarts richting het vuur om in de flank een brandgang aan te leggen.

Al na 20 minuten wordt het plan aangepast omdat de brandontwikkeling niet naar de zin van Dodge verloopt en hij besluit van achter aan te vallen. Dit tot groot leedwezen van de ploeg, die liever een frontale aanval doet. Nog voor de club ter plaatse is besluit Dodge om terug te trekken. Hij mompelt iets over een death trap, maar legt verder niets uit aan de verbaasde mannen, die steeds minder van hun bevelvoerder begrijpen.

Na zo’n 700 meter de berg te zijn opgelopen is de vuurhaard verandert in een kolkende massa zwarte rook, waar af en toe vlammen uit schieten. Overal verschijnen spotfires en de branduitbreiding gaat sneller en sneller.

Ondertussen heeft de berghelling een stijgingspercentage van 76% bereikt en is het bos overgegaan in grasland. Dodge geeft opdracht al het zware gereedschap achter te laten, nog steeds zonder uitleg. Het draagvlak voor zijn besluiten is inmiddels nihil, maar wat erger is, de ploeg is te onervaren om het risico goed in te schatten en verbreekt de formatie.

In een lange sliert lopen ze achter Dodge aan. Opeens knalt een blow-up de berghelling op en pas dan wordt de ernst van de situatie voor iedereen duidelijk. De groep gaat nu in gestrekte galop, maar alleen de voorste twee redden het tot de bergtop. Ze springen door een gat in de rotswand hun veiligheid tegemoet.

De rest lijkt te ver af om het te redden. Dodge steekt voor de verwonderde ogen van de ploeg een nieuw vuur aan in het grasland. Hij geeft opdracht hem te volgen en gestrekt in de as te gaan liggen. “To hell with that” is de reactie en de ploeg rent verder richting bergtop, tevergeefs: 12 man worden gegrepen door de bosbrand. Dodge overleeft de vuurhaard wel, dankzij zijn ‘escapefire’, een ter plekke uitgevonden techniek.

Het escapefire is tegenwoordig standaard onderdeel van de smokejumperstraining, maar kon bij zijn eerste inzet niet voorkomen dat er 12 slachtoffers vielen. Niet omdat het geen goed besluit was, maar omdat het niet goed werd uitgelegd. Er waren nog heel veel andere redenen, lees het na in “Young men and fire van Norman Mclean”, maar het ging toch vooral om communicatie en duidelijkheid, er ontbrak een gezamenlijk beeld, een gedragen verwachtingspatroon. En vandaag de dag zijn die punten nog steeds het moeilijkste van brandbestrijding.

(Deze inleiding is gebaseerd op een essentieel artikel voor de brandweer: The collapse of sensemaking van Karl Weick)

Korte omschrijving bosbrand Rozendaalse Veld

Datum7 juli 1976
Locatie en type objectRozendaalse Veld / Deelense Heide; 370 hectare bos
Type incidentBosbrand
Bijzonderheden
  • De brand werd rond 10.50 ontdekt en was omstreeks 17.43 brand meester. Gedurende de nacht zijn er 10 voertuigen wezen nablussen. Defensie heeft geassisteerd tot 13 juli. De inzet is uiteindelijk afgebouwd op 23 juli.
  • Hoge temperaturen en harde wind maakte de brandbestrijding welhaast onmogelijk; bovendien was er nauwelijks compartimentering aangebracht, waardoor grote percelen bos elkaar konden aansteken.
  • Er zijn 59 voertuigen ingezet. Daarnaast 13 particuliere tankwagens. En 2000 militairen, die overigens ook nog 2 helikopters ter beschikking stelden. De  luchtverkenning was onmisbaar.
  •  Er was al sprake van intergemeentelijke samenwerking op de Veluwe middels het Veluws bosbrandweer comité. Dit hielp bij de organisatie van de interregionale inzet. Desondanks waren er veel coördinatie problemen door gescheiden en onvolledige verbindingsnetten. De aanbevelingen over de verbindingsnetten komen anno 2016 nogal achterhaald over, ze zijn hier verder niet opgenomen. We leren gelukkig dus wel van incidenten.
  • Ook deze aanbeveling van de toenmalige commandant van brandweer Arnhem, dhr Laven,  is inmiddels gemeengoed: “In de commandowagen moet een functionaris van de politie en het leger aanwezig zijn alsmede verbindingsmiddelen voor deze disciplines.”
  • Er was sprake van een misverstand in de pers. De indruk bestond daar dat er burgers om hulp waren gevraagd maar dat bleek niet zo te zijn, blijkt uit dit citaat van de heer Laven: “De waarheid is dat wij niet goed raad wisten met de overigens goed bedoelde hulp van honderden burgers. De gevaren om deze mensen aan de bestrijding te laten deelnemen acht ik (te) groot. Hun schoeisel en kleding, sportkleding of zelfs in een zwembroek, is niet geschikt. Bovendien is niet bekend of zij tegen de inspanningen en emoties zijn opgewassen. Zij treden veelal ongecoördineerd op waardoor de kans om door vuur ingesloten te raken toeneemt. Nogmaals, goed bedoelde maar naar mijn mening niet of slechts in beperkte mate bruikbare hulp.”
  • De schade werd in 1976 geschat op 1.4 miljoen gulden
  • Twee tankautospuiten kwamen vast te zitten en zijn verbrand. Ook twee tanks zaten vast en raakten zwaar beschadigd. De bezetting kon er zich in alle gevallen gelukkig uit redden.
It was a few days after the tenth of August, 1949, when I first saw the Mann Gulch fire and started to become, even then in part consiously, a small part of its story. #beginzin

Meer informatie

Dit blog is onderdeel van het thema ‘herdenking en verlies’. De laatste update is van 1 juni 2020

Paardenstraat Amsterdam

Leestijd: 2 minuten

Korte omschrijving incident Paardenstraat

Datum 5 december 1970
Locatie en type objectEen pension aan de Paardenstraat in Amsterdam. Pand van vier verdiepingen, waarin ook een cafe gevestigd was. Typische Binnenstadbrand: voorspelbaar onvoorspelbaar, slechte preventie, snelle branduitbreiding en moeilijke toegang en bereikbaarheid.
Type incidentOp 5 december 1970 kwamen 9 gastarbeiders om, toen op de eerste etage van het pand Amstelstraat 9-11, in Club 9-11, brand werd gesticht. Het armetierige gastarbeiderpension op de bovenste etages had geen vluchtwegen; de 40 bewoners zaten als ratten in de val. 18 pensiongasten konden door de brandweer met ladders en springzeilen worden gered. De daders van de brandstichting zijn nooit gevonden.
Bijzonderheden
  •  Pension voor gastarbeiders. 16 Kleine houten kamertjes. Gemiddeld delen 6 a 7 personen een kamer. Geen brandwerende voorzieningen en smalle trap is enige vluchtweg.
  • Brandstichting. Brand gaat via trap razendsnel naar boven waar de bewoners geen kant meer op kunnen.
  • Een van de bewoners verbrandt levend in het raam. Later blijkt dat twee lotgenoten zich vast geklemd hadden aan zijn benen, waardoor hij geen kant meer uit kon.
  • De brandweer was met 16 voertuigen ter plaatse, die in de kleine smalle binnenstad al gauw alle logistiek onmogelijk maakte.
  • 18 Mensen worden gered door de brandweer.
  • Op dit moment zijn er vier appartementen gevestigd in het pand

Foto’s

Meer informatie

Dit blog is onderdeel van het thema ‘herdenking en verlies’. De laatste update is van 1 juni 2020

« Oudere berichten

© 2020 Rizoomes

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑