Wanderings

Tag: Brandweercanon (Pagina 1 van 4)

De ereboog van Veenhuizen

Leestijd: 3 minuten

Wat doet een mens zoal in de zomer? Paar daagjes weg. Boeken en kranten lezen. Over dingetjes nadenken. En er een stukkie over schrijven.

Zo ging ik in de zomer van 2012 geheel bij toeval een weekend naar Veenhuizen. Een prachtig dorp in een prachtige omgeving. Bij de eerste wandeling kwamen we al langs een gebouw dat zo maar een brandweerkazerne kon zijn. Echt heel duidelijk was het niet, maar soms voel je die dingen gewoon aan. De volgende dag, het was inmiddels 16 juni geworden, kwamen we er weer langs.

Post Veenhuizen

Nu stonden de deuren open en liep er een aantal mannen rond. Bezig met shaggies draaien, pleintje aanvegen en een vlag ophangen. In zo’n typisch brandweersfeertje die ik u niet uit hoef te leggen.

Dat vlag hijsen viel trouwens nog helemaal niet mee, zag ik uit een ooghoek. Er bleken ingenieuze trucs noodzakelijk om de vlag op z’n plek te krijgen. Welke precies heb ik niet gezien, ik was ondertussen namelijk quasi geïnteresseerd een naastgelegen cadeauwinkeltje ingelopen, waardoor één en ander aan het oog onttrokken werd. Wel kon ik zo nu en dan een blik door het winkelraampje werpen, kijken wat ze allemaal aan het doen waren.

De voorbereidingen worden gestart

Dat werd al snel duidelijk. Post Veenhuizen was bezig zich voor te bereiden op de ereboog ter gelegenheid van de onthulling van het Brandweermonument. Hier ontvouwde zich een nieuw toeval. Want eigenlijk had ik besloten om niet naar de formele onthulling in Arnhem te gaan. Liever zou ik op mijn eigen manier gedenken, had ik bedacht.

Maar nu stond ik hier toch opeens bij een brandweereenheid die ging meedoen aan die formele herdenking. Door net als heel veel andere kazernes en posten op dezelfde tijd een ereboog te spuiten.

Zo veel toeval kon geen toeval meer zijn. We besloten te blijven kijken en op die manier verbonden te zijn met heel brandweer Nederland, ter herinnering aan gevallen collega’s.

Precies om 14.30 klonk in Veenhuizen het bevel ‘Water’. Waarna de ereboog tot stand kwam. Het was indrukwekkend om op deze onverwachte eigen manier aan de nationale herdenking deel te nemen.

De ereboog

Mijn gedachten dwaalden ondertussen af naar een intrigerende zin uit het gedenkboek van De Punt. ‘Dat wat geleerd moet worden, herhaalt zich’.

Laat ons van de geschiedenis leren en voorkomen dat dodelijke ongevallen zich herhalen. Laat ons tegelijkertijd van de geschiedenis leren dat dat niet vanzelf gaat. Leren is hard werken, vraagt om offers: tijd, verandering en opgeven van individuele standpunten, individuele meningen. Offers die soms kunnen voelen als het opgeven van een deel van je zelf. Bedenk dan dat het opgeven van een deel van je zelf altijd beter is dan het geven van het ultieme offer, je hele zelf, je leven.

Over dit en nog een paar dingetjes dacht ik na deze zomer, terwijl ik naar de ereboog van Post Veenhuizen keek.

Dit blog is onderdeel van het thema ‘herdenking en verlies.’ Het is in 2012 geschreven als column in de reeks Ome Ed / Punt Edu en licht aangepast voor de website. De laatste update is van 20 juni 2020.

Als de burger blussen gaat

Leestijd: 2 minuten

Vanuit het niets gaat de brandweer voorbij, ze stoppen, iedereen vliegt de auto uit. Luiken gaan omhoog, ze pakken slangen en gaan rollen. Ze kijken, zoeken naar een brandkraan die het nog doet. En ze gooien rode bundels in het rond, leggen de slangen neer voor gebruik. Eén, twee, veel slangen zijn er nodig, nog meer, het zijn er niet genoeg voor dit kolossale vuur, dit inferno. Er is te veel brand en te weinig weer. Dat is het moment dat de burger blussen gaat.

Kijkend naar al die mensen op het Damrak die bij Body World naar binnen gingen, dacht ik aan die beroemde brand uit 1963. Nu was het heet. Toen bij het C&A was het ijskoud, met een harde oostenwind. Het jaar van de zwaarste elfstedentocht ooit.

De Jan van der Heijden kon door de bevroren binnenwateren maar met moeite ter plaatse komen. In die omstandigheden kon de brandweer de hulp van de burgers goed gebruiken. Speuren naar vliegvuur, vertelt het verhaal, want het waaide zo hard en alles was zo droog.

Maar dat is niet het hele verhaal. Ook al veranderde de C&A langzaam in een ijspaleis door het bluswater, onder controle kwam de brand niet. De BB (Bescherming Bevolking) werd ingezet, maar nog meer handen waren nodig. Waardoor er nog maar één ding op zat: het is vijf uur in de ochtend als de burger blussen gaat.

De burger die blussen gaat. Brand bij C&A in Amsterdam, 15 / 16 februari 1963

Aanslagen in Brussel; Maalbeek en Zaventem

Leestijd: 5 minuten

Deze pagina over de aanslagen in Brussel is een combinatieblog uit the Museum of Accidents Het begint met een essay over de betekenis die het incident voor mij heeft. Daarna volgt een visual note met de leerpunten van ‘de mannen van ploeg C.’ Aansluitend vind je een feitelijke omschrijving van de gebeurtenissen, gevolgd door filmpjes die een goed beeld geven van de situatie ter plekke. Het wordt afgesloten met links naar andere informatiebronnen.

When evil men plot doen wij de deur op slot

De verhouding tussen safety en security wordt al sinds jaar en dag geïllustreerd met het verhaal van de nooduitgang. Vanuit safety zou je het liefst de deur open houden, zo vertelt men dan, terwijl je vanuit security de deur juist op slot wilt. Een regelrechte tegenstelling. Meestal verliest de security maatregel het dan van safety. Het voorkomen van criminaliteit scoort vanouds namelijk lager dan het voorkomen van slachtoffers door ongevallen. Een uitermate logische redenatie, zo vond ik ook altijd. Tot nu toe.

Natuurlijk is het zo dat de patstelling van de nooduitgang met allerlei technische hulpmiddelen opgelost kan worden. Maar daar gaat het mij nu even niet om. De vraag die ik heb is of we allerlei vanzelfsprekendheden in onze voorbereiding op rampen en ongevallen niet opnieuw tegen het licht moeten houden na de aanslagen in Parijs en Brussel? De laatste terroristische aanslagen zijn nietsontziend en veroorzaken een sterk onveiligheidsgevoel omdat het elke keer lijkt of er geen einde aan komt: nog een schietpartij, en nog één, en nog één, het houdt niet op. En dan ook nog eens door zelfmoordterroristen die al door hun laatste remming heen zijn en geen grens in hun wreedheid meer kennen.

Dat geeft de laatste aanslagen een nieuwe dimensie. Niet meer één klap en dan voorbij. En ook niet meer aangekondigd, wat bij Westerse terreurgroeperingen vroeger toch wel een soort erecode was. Gaat safety in deze nieuwe werkelijkheid dan nog steeds automatisch boven security? Of moet je in sommige situaties toch voor een andere invalshoek kiezen?

Kijk ter illustratie eens naar de openbaarheid van informatie op internet. In de voorbereiding op aanslagen is het verzamelen van informatie een belangrijke factor. Het internet is een zegen voor de terrorist. Alles wat hij nodig heeft staat online. Plattegronden, rampbestrijdingsplannen, schadecirkels, opslag gevaarlijke stoffen, positie en bereikbaarheid van risicovolle bedrijven, noem maar op. Ooit openbaar gemaakt vanuit het nobele streven om burgers meer inzicht te geven in de risico’s van hun woonomgeving en nu een factor die de kans en impact van een aanslag kan beïnvloeden.

De vraag is: moet echt alles op deze manier online, of moet je strategischer over planvorming en risico’s communiceren vanuit een nieuwe security awareness? Wees kritisch over al je openbare informatie-uitingen en kijk er nog eens naar met de blik van een terrorist, zoals je een ethische hacker je cybersecurity laat testen. Zou je dan nog steeds alles online zetten?

Visual note: de mannen van ploeg C

Korte omschrijving aanslagen in Brussel

  • Datum: 22 maart 2016
  • Locatie: Vertrekhal vliegveld Zaventem en metrostation Maalbeek.
  • Type incident: Explosie door bomaanslag, gevolgd door kleine restbranden. Veel glasscherven en weggeslingerd interieur.

Bijzonderheden

  • Op 22 maart 2016 gaat er omstreeks 08.00 een bom af in de vertrekhal van vliegveld Zaventem in Brussel. Een paar seconden later gaat een tweede bom af nabij een Starbucks filiaal. De aanslagen vinden plaats nog voor de securitycheck in het openbaar gebied van de luchthaven.
  • Een derde bom wordt later gevonden, nog niet afgegaan maar wel op scherp. Het blijkt de zwaarste bom van de drie te zijn, met grote nevenschade tot gevolg omdat besloten werd deze af te laten gaan in het terminal gebouw.
  • Er komen 14 mensen om het leven, inclusief twee daders en er raken ongeveer honderd mensen gewond. De verwondingen van de slachtoffers zijn heftig en doen denken aan oorlogsgebied.
  • Het schadebeeld in de Terminal is chaotisch. Veel glasscherven, zowel binnen als buiten. Plafonds en armaturen zijn naar beneden gekomen en maken het gebied moeilijk toegankelijk.
  • Ongeveer een uur later, om tien over negen, ontploft een bom in een metrostel dat net station Maalbeek had verlaten. Er komen 21 mensen om het leven, inclusief de dader. Zeventien mensen raken zwaar gewond. Veel reizigers brengen zich via de metrogangen in veiligheid.
  • In totaal komen er 35 mensen om het leven.
  • De dreigingsstatus van België wordt verhoogd naar 4, het zwaarste niveau. Veel openbare activiteiten worden stil gelegd. Mensen wordt gevraagd niet naar het centrum te komen. Twee weken later wordt het dreigingsniveau weer terug gebracht naar 3.
  • Communicatienetwerken raken overbelast, zowel portofoonkanalen als mobiele telefonie. Het publiek wordt gevraagd zo min mogelijk gebruik te maken van telefonie om de crisisbestrijding niet extra te belasten.
  • Op 3 april 2016 gaat de luchthaven beperkt in gebruik. Tentconstructie en extra controles leiden tot lange wachtrijen, waardoor veel mensen hun vlucht missen.
  • Pas op 2 juni is de herbouw gereed en kan Zaventem weer volledig open.
  • De metro rijdt weer vanaf 25 april dat jaar.

Effecten in Nederland

De bomaanslag op Brussel brengt ook in Nederland een schokgolf teweeg. Nu komt het opeens wel heel erg dichtbij. Niet iedereen is daar overigens direct van onder de indruk. Bij sommige directeuren van veiligheidsregio’s leeft de overtuiging dat een aanslag niets anders is dan normaal grootschalig optreden waar geen extra voorbereiding op nodig is. Na de eerste analyses kantelt dit beeld gelukkig en gaan diverse partijen van de Nederlandse brandweer en rampenbestrijding hard aan de slag om zich voor te bereiden op terrorismegevolgbestrijding (TGB).

In betrekkelijk korte tijd wordt onder andere een handreiking TGB opgeleverd, gevolgd door een ELO module voor de eerste inzet. Er worden diverse multidisciplinaire oefeningen georganiseerd om de afstemming tussen blauw, rood en wit te onderzoeken en protocoleren. Dat leidt onder andere tot een zonering van aanslagen waarop de taken van de verschillende hulpdiensten worden georganiseerd. Brandweermensen worden opgeleid voor optreden in de warm en cold zone. Bij de GHOR en ambulancediensten worden maatregelen genomen om het slachtofferbeeld van een aanslag adequaat te kunnen behandelen.

Ruim een jaar verder is goed zichtbaar dat de bomaanslag op Brussel ook in Nederland heeft gezorgd voor een verdere professionalisering van de hulpdiensten. In die zin zijn de explosies in Zaventem en Maalbeek echte veranderbranden en horen ze in de brandweercanon thuis.

Film

Links en nadere informatie:

Op Rizoomes verschenen al vanaf januari 2016 blogs over brandweeroptreden in vijandige en gewelddadige omgevingen, onder andere als gevolg van ongeregeldheden bij de jaarwisseling 2016. Zie bijvoorbeeld hoe word je brandweerbaar en het blog over tactische brandweerbaarheid. Geweld en agressie liggen volgens Rizoomes in een spectrum verdeeld over diverse kleurcoderingen, waarbij code black staat voor een terroristische aanslag. When evil men plot stelt vragen over de security kant van safety: misschien moet safety niet altijd meer leidend zijn, maar security. Om de safety te waarborgen. Het is inderdaad een paradox.

Dit gebeurde er in de laatste dagen voor de aanslag op Brussel. Reconstructie van wat er zich afspeelde bij de terroristen voordat ze hun aanslag pleegden

Wereld staat stil bij de aanslagen in Brussel. Liveblog van de NOS. Inmiddels gesloten, maar nog wel allemaal terug te zien.

Terrorismegevolgbestrijding. Site van Brandweer Nederland, met o.a. een link naar een documentaire over de eerste uitruk naar Zaventem.

Optreden na een aanslag. Site van Brandweer Nederland, met o.a. een link naar het kennisdossier Terrorisme. Daar moet je wel autorisatie voor hebben.

Special Operations Team van Ambulancezorg Amsterdam. Het S.O.R.T. wil op drie gebieden gespecialiseerde respons geven; Grootschalige Geneeskundige Bijstand (GGB), Terrorisme Gevolg Bestrijding (TGB) en Evenementen.

Aanslagen in Brussel. Wikipedia met een overzicht van de gebeurtenissen.

Dit blog is onderdeel van het the Museum of Accidents. Laatste update is van 3 juni 2020.

Brandweer in stripverhalen, verslag van een zoektocht

Leestijd: 6 minuten

Met Kees Plaisier deel ik zijn liefde voor stripverhalen en de brandweer. Na een bezoek aan het brandweermuseum Wassenaar, waar indertijd een tentoonstelling over strips en de brandweer werd georganiseerd, mocht een gastblog van zijn hand natuurlijk niet uitblijven. Over de zoektocht van brandweer in stripverhalen.

Het zal niet meevallen…

De eerste serieuze stap nam ik in Delft. In stripwinkel Bul Super vroeg ik: “Wat weet u van brandweer in stripverhalen? Ik ga fragmenten verzamelen namelijk.” “Dat zal niet meevallen, want er is eigenlijk weinig voor zover ik weet. Ach ja, Kuifje natuurlijk. De Zwarte Rotsen. Ik haal even wat”.

Hij kwam terug met twee edities van “de Zwarte Rotsen”. In de ene een handspuit en in de andere een tankautospuit, met bijbehorende brandweerlieden in de uniformen die bij de tijd horen. Dat was een hoopgevend begin. Ik wist echter niet wat me allemaal nog boven het hoofd hing op mijn zoektocht.

Nog meer Kuifje en veel Suske en Wiske

Toen ik Peter Snellen deelgenoot maakte van mijn plan om brandweer in stripverhalen te gaan verzamelen was hij meteen enthousiast. Hij wist nog meer uit Kuifje en hij had een neef die veel van Suske en Wiske wist. Zo kwam er geleidelijk aan van alles boven water.

Maar de echte zoektocht vond plaats in de Bibliotheek in Rotterdam. Daar bevindt zich een grote stripverzameling, vooral achter de schermen. (Nu voor het grootste deel in bruikleen gegeven aan het Rotterdamse Stripmuseum). Ik mocht daar achter de schermen op zoek. Ik mocht zelfs soms wat meenemen om te doorzoeken en waar nodig te scannen.

Natuurlijk heb ik ook mijn eigen verzameling doorgeploegd. Zo ontstond in de loop van anderhalf jaar een verzameling van meer dan 2500 fragmenten.

De Polaroids van Martin Lodewijk

Vanwege de prachtige tekeningen in Agent 327 heb ik Martin Lodewijk opgezocht. Toen hij nog in Dordrecht woonde was hij bezig met “Rookbom”. Hij had een redvoertuig nodig, dus ging hij, gewapend met zijn Polaroid camera naar de brandweer kazerne in het Oranjepark en maakte een hele reeks opnamen. Daarmee tekende hij een autoladder, die in het verhaal even indrukwekkend was als in werkelijkheid.

Zulke voorbeelden zijn er ook bij Theo van den Bogaard in zijn verhalen over Sjef van Oekel en bij Frans le Roux, een Groningse tekenaar.

Sjef van Oekel raakt op drift
Frans Le Roux

Dat zijn maar een paar voorbeelden. Ook in Franka, in Suske en Wiske, in Baard en Kale, bij Dan Cooper, in Uuterwaerdt en op veel andere plaatsen is te zien hoe zorgvuldig de tekenaars zich documenteren. Dat Martin Lodewijk dat deed met zijn Polaroid camera is een mooie historische bijzonderheid.

De brandweergeschiedenis in beeld gebracht

Met fragmenten uit stripverhalen kan de brandweergeschiedenis mooi worden geïllustreerd.

Van blussen met emmertjes tot blusvliegtuigen. Met aandacht voor helmen, voor springzeilen en voor draagbare blusmiddelen. De blusemmers zijn te zien in Robert en Bertrand: “De Toverlantaarn”. Ook Jan van der Heijden zelf wordt een keer ten tonele gevoerd: In van “Nul to Nu”. Dat is wel weinig aandacht voor deze grondlegger, kunstenaar, uitvinder en organisator.

Lucky Luke laat in “De zingende draad” een mooie stoombrandspuit voorbij komen.

De brandbestrijding op vliegvelden is vanzelfsprekend te zien in de verhalen van Buck Danny, maar dit fragment uit “Het geheim van Dan Cooper” is ook historisch uitzonderlijk.

Uit de groep “overige voertuigen” een fragment uit Kapitein Rob “Het mysterie van het zevengesternte”, compleet met het Paleis op de Dam, helmen en snorren.

Sommige stripverhalen hebben een relatie met werkelijke gebeurtenissen. Dat kan toevallig zijn of echt zo bedoeld. In het geval van het verhaal Van tekenaar Buth uit Gent : Thomas Pips “In de greep van Bulla Kos” waarin een grote brand in een warenhuis wordt beschreven.

Veel later was er de brand in L’Innovation. in dat verhaal tekent Buth mooie draagbare blustoestellen, die doen denken aan de beroemde Minimax.
In Suske en Wiske “Het geheim van de Kalmthoutse Heide” wordt een grote heidebrand beschreven. Het verhaal stamt uit 1981. Dertig jaar later, in 2011, was er weer zo’n enorme brand.

Bij de afbeeldingen van springzeilen is er niet altijd een relatie met de werkelijkheid. Je ziet bijvoorbeeld een springzeil dat door vier brandweerlieden wordt strak gehouden.

Maar een mooi voorbeeld van iets wat wellicht toch echt gebeurd kan zijn is het verhaal van Oom Wim In Robbedoes “Paniek in de schouwburg”, waarin de grote brand in het Ringtheater in Wenen in 1881 wordt beschreven. Het verhaal gaat dat de theaterdirecteur zich vanaf het dak in veiligheid moest brengen door te springen. De omstanders hadden een gordijn uit het theater als springzeil gereed gemaakt. Ook als het niet klopt is het een mooi plaatje.

Fantasie

In een verhaal van De Generaal wordt zijn tank waarmee hij altijd ten strijde trekt omgebouwd tot brandweerauto. Dat levert een mooi resultaat op.

Bij Paulus de Boskabouter (misschien niet echt een stripverhaal) komt in het verhaal “De Uitvinder” een blusapparaat voor dat er prachtig uitziet, maar helaas niet werkt.

Ook de knutselsmurf doet zijn best.

Het ligt voor de hand dat Jerom in een Suske en Wiske verhaal iets bijzonders doet. Hij tilt een olifant op, die net een grote hoeveelheid water heeft opgezogen en laat de olifant blussen. Zo wordt er meer onorthodox geblust: In FC De Kampioenen Het SEHKS -schandaal bijvoorbeeld.

Een zoektocht zonder eind

Omdat er nog steeds stripverhalen worden gemaakt en omdat lang niet alles uit het verleden is onderzocht is de zoektocht naar brandweer in stripverhalen voorlopig nog niet ten einde. Over wat er gevonden is kan overigens nog veel meer worden verteld. Zoals over de steeds opnieuw getoonde bovengrondse brandkranen in de verhalen van Donald Duck, over de bijna vergeten manschappenwagentjes die er op Schiphol waren en optraden in een Kuifje verhaal, over de humor van Guust Flater en andere personages. De verzameling van meer dan 2500 fragmenten is een “Fundgrube” voor de liefhebber.

De negen scenario’s van de Brandweercanon

Leestijd: 7 minuten

Na de fatale brand op de Motorkade in Amsterdam in 1995 ben ik me gaan verdiepen in veilige repressie. Het is een zoektocht die inmiddels al 25 jaar duurt en ik denk eerlijk gezegd niet dat het ultieme antwoord snel gevonden wordt. Ik denk ook niet dat er slechts één antwoord is.

Veiligheid behelst een hele set aan maatregelen op het gebied van gedrag, techniek en organisatie die gezamenlijk de risico’s van repressie beheersbaar moeten maken. En in die gezamenlijkheid moeten ze een integraal onderdeel vormen van de normale bedrijfsvoering, van de dingen die je elke dag doet. Alles wat je maar zelden doet, doe je zelden goed; dan is het een afwijking en dus een risico.

De centrale vraag in deze opvatting is dus wat van iets een afwijking maakt. Wanneer onderscheiden scenario’s zich van de standaard, van de basisbrandweerzorg? En hoe weet je dat dan?

Over die vraag heb ik een serie blogs geschreven onder de noemer van de Sturingsdriehoek, een methodiek om scenario’s te classificeren als standaard, standaardafwijking en afwijking. Nog steeds geloof ik dat daar ergens de sleutel ligt: wat vinden we standaardscenario’s, wat is de gewenste uitkomst van die scenario’s en wat moeten je daarvoor kunnen en doen? Daar kun je een resultaatverplichting op plakken.

Alle andere scenario’s, die dus in meer of mindere mate afwijken van de standaard, kunnen slechts op hun inspanningsverplichting beoordeeld worden en vragen om een andere aanpak, met minder risico’s voor de hulpverleners.

Hoe kom je dan tot een verzameling standaards? Eigenlijk is dat een ordeningskwestie. Op welke manieren, via welke criteria kun je een verzameling scenario’s opbouwen? Hoe bepaal je dat? Daar zijn verschillende manieren voor. In de vorige alinea verwees ik al naar de Sturingsdriehoek.

Vanuit die optiek is de inzettijd tot ‘brand meester’ de belangrijkste factor om standaards te organiseren. Inzettijd en frequentie is dus het eerste criterium om te ordenen. In een ander blog, ‘waar de brandweerman valt’ heb ik juist gekeken naar de risicovolle scenario’s voor brandweermensen: waardoor sneuvelen ze tijdens repressie, wat is de doodsoorzaak?

Doodsoorzaak is dus een tweede criterium om scenario’s te ordenen. In het blog wat je nu leest analyseer ik de scenario’s vanuit de brandweercanon: welke maatschappelijke impact hebben de verschillende scenario’s en zit daar een rode draad in?

Dat is een derde criterium om tot standaards te komen: impact. Het interessante van die insteek is dat elk incident uit de brandweercanon daar op zijn eigen merites in staat en dat er vooraf geen expliciete andere criteria waren dan maatschappelijke impact.

Dat er dan toch negen standaards uit rollen vind ik in zekere zin een verrassing. Kennelijk zijn er impliciet toch een aantal factoren in geslopen die de afzonderlijke incidenten groeperen tot negen categorieën. In ieder geval zoals ik er naar kijk. Het is vast goed mogelijk om nog andere onderverdelingen te maken, maar dit is de mijne. Negen verhalen bij negen standaards, negen rode draden zonder SOP. Want dit is niet de plek voor een procedure.

Brand bij Cindu. Foto ANP

Minder Zelfredzamen

Spraakmakende incidenten uit de canon met minder zelfredzamen speelden zich af in hotels en cellencomplexen, maar daar beperkt het zich in de praktijk natuurlijk niet toe. Ooit maakte ik het onderscheid tussen verminderd en verhinderd zelfredzaam: verminderd zelfredzaam zijn bijvoorbeeld kinderen en bejaarden. Maar ook hotelgasten: ze zijn in een vreemde omgeving en kennen de weg niet goed.

Verhinderd zelfredzamen zijn opgesloten, om welke reden dan ook, en kunnen zichzelf dus niet redden. De maatschappelijke impact van ongevallen met verminderd en verhinderd zelfredzamen is groot. Het appelleert aan gevoelens van hulpeloosheid, overmacht en onrechtvaardigheid en legt een grote druk op hulpdiensten om te gaan redden. De vraag is of die daar goed genoeg op voorbereid zijn, getuige dodelijke ongevallen onder brandweerpersoneel bij dit soort incidenten.

Mensenmassa’s

Calamiteiten met grote mensenmassa’s zijn ontzettend lastig te managen. Hoe krijg je die hele crowd de juiste kant op? Welke acties moet je dan nemen? En zijn er escalatiefactoren die een rol spelen, zoals afgesloten nooduitgangen en trechters die de doorstroom belemmeren?

In de moderne bouw neemt de problematiek van mensenmassa’s alleen nog maar toe. Multimodale knooppunten, grootschalige evenementen en eeuwige drukte in de grote steden zorgen ervoor dat infrastructuur continu op de grenzen van de capaciteit gebruikt wordt. Wat is dan de preferente werkwijze voor de hulpdiensten? Hoe ondersteun je de zelfredzaamheid van de menigte?

De problematiek rondom mensenmassa’s is sinds enige tijd vergroot door terrorisme: de kans op aanslagen is sterk toegenomen, blijkt uit recente grote en kleinere incidenten in West Europa. Zaventem, Brussel, Parijs, Nice en Berlijn zijn enkele voorbeelden. En hoewel de modus operandi sterk verschilden, was er ook één grote overeenkomst: de aanslagplegers kozen voor mensenmassa’s.

Herculesramp. Foto ANP

Binnenstadsbrand

Het fenomeen van de binnenstadsbrand staat sinds de minicrisis in de Kelders te Leeuwarden weer volop in de belangstelling. De voorspelbare onvoorspelbaarheid van dergelijke branden vraagt om een snel en gecoördineerd optreden, niet zelden onder tijdsdruk, met hoge temperaturen en kruip door – sluip door gangetjes. De brandpreventieve staat van dergelijke panden is vaak slecht en daarmee een groot risico voor bewoners en brandweermensen. Hoe voer je daar een veilige binnenaanval uit? En wat zijn je alternatieven als je niet naar binnen kunt?

Gevaarlijke stoffen groot

Grote incidenten met gevaarlijke stoffen vinden mensen eng. Ze snappen niet wat er gebeurt, vaak zijn er enorme rookwolken en bestaat er onduidelijkheid over de giftigheid en de gevolgen voor gezondheid en milieu. Het stelt hulpdiensten voor grote uitdagingen op zowel de bron- en effectbestrijding als de impactbeheersing. De snelheid waarmee informatie gevraagd wordt, verhoudt zich meestal slecht met de tijd die nodig is om de juiste antwoorden te vinden.

Dat geeft ruimte voor storybuilding op social media, voor complottheorieën en gedoe met witte pakken. Staat deze integraliteit van incidentbestrijding gevaarlijke stoffen voldoende op het netvlies van de hulpdiensten of wordt het toch nog vooral vanuit het technisch paradigma bekeken?

Grootschalige inzet

Sommige calamiteiten zijn voornamelijk complex omdat ze zo groot zijn, zo veel oppervlak bestrijken of er gewoon zo veel tegelijkertijd gebeurt. Dan interacteren allerlei variabelen met elkaar, die de onvoorspelbaarheid alleen nog maar groter maken. Hoe krijg je daar zicht op, hoe pak je zoiets aan? Past dit nog wel onder eenhoofdige aansturing?

Bijlmerramp. Foto Marcel Antonisse / ANP

De onderzoeken van de lector Brandweerkunde naar situationele commandovoering bieden daar mooie aanknopingspunten voor, zoals het idee van swarming. Het is hakken in vakken en zagen in lagen, maar dan bottom up in plaats van top down. Dit moet dan wel via vaste afspraken die vooraf goed zijn ingestudeerd. Verbinden vraagt om vaste protocollen, die tegelijkertijd de vrijheid bieden om dat netwerk te weven dat het incident het beste bestrijdt. Swarming is er niet om onvoorbereid maar wat aan te klooien. Improviseren is hard leren.

Verkeer en vervoer

Als er iets is wat de mens beweegt is het wel vervoer. Van A naar B en ’s avonds weer terug. En af en toe met het vliegtuig, op zakenreis of vakantie. Met zo veel verkeer is het geen wonder dat er zo nu en dan iets fout gaat, dat er een ongeval gebeurt. Ik zou haast zeggen en met mij vele anderen, het hoort erbij.

Tot daar opeens die hele grote klap zich openbaart, het vliegtuig dat neerstort of die enorme file in de mist. Het is dan niet zozeer de complexiteit die dergelijke incidenten zo lastig maakt, maar de intensiteit, de overdaad van het gewone naast het leed van de slachtoffers met hun stille getuigen. Verder zijn verkeerssystemen ook zeer gevoelig voor aanslagen, omdat ze zo zichtbaar zijn.

Loodsen en opslag

Soms zie je het pas als je het begrijpt. Pas na de brand in De Punt zag ik dat er steeds vaker gebouwen in brand staan in plaats van dat er brand is in een gebouw. Er is geen bron, het gebouw is de bron, het zit overal tussen de muren, het is de strategie van de voorspelbare afloop. De situational awareness zit dan al gauw op standje drie, die van voorspellen. Maar de option awareness redt het misschien net tot niveau 1: je ziet het, maar je begrijpt het niet. Laat staan dat je oplossingen kan genereren.

Brand op de Motorkade. Foto Rene de Caluwe

Duikongevallen

Lange tijd sneuvelde de brandweerman aan van alles, maar niet aan het water. Een enkeling daar gelaten uit vervlogen tijden, als er een autospuit onfortuinlijk te water ging. Vanaf midden jaren negentig was dat opeens anders. Ik heb geen idee waarom, het gebeurde gewoon en het gebeurt nog steeds. Is het een blinde vlek, een onvolkomenheid van het systeem? Of wordt er tegenwoordig meer gedoken dan vroeger? Het antwoord is nog lang niet boven water.

  • Kernhaven Utrecht
  • Terneuzen

Geen woning, geen redding, geen blussing

Ik geef het eerlijk toe, dit lijkt wellicht een restcategorie. Een categorie waar de rode draad is geweven van de inzet, van het proces, niet van het risico op zichzelf. Het is de categorie van de goede intentie met de foute afloop, van de keiharde inzet met een ongelukkig eind. Het zou vroeger misschien ook wel de categorie van de hindsight bias zijn geweest, van de koe in de kont kijken. Maar het is geen vroeger meer, het is nu.

Voor mij is het de categorie van het grote Waarom, met een hoofdletter W. De Waarom die je wilt weten voordat je begint met je inzet, in plaats van de waarom achteraf, als het mis is gegaan. Wij willen geen operatie òf patiënt, wij willen allebei: operatie geslaagd, patiënt tevreden. De rest ruimen we wel op.

Negen scenario’s uit de brandweercanon. Wat moet je er mee? Wat kan je er mee, is misschien een betere vraag. Je kan je er bijvoorbeeld door laten inspireren, om eens op een andere manier naar de brandweer te kijken. Je kan er van leren, want deze standaards komen uit betekenisvolle incidenten uit de geschiedenis.

Op de één of andere manier appelleren ze aan een maatschappelijk bewustzijn en laten ze zien wat mensen belangrijk vinden. Dat geeft richting aan wat de brandweer zou moeten kunnen en moeten doen om aan die gevoelens invulling te geven en zo invulling te geven aan public value.

En je kan bedenken hoe deze negen scenario’s kunnen bijdragen aan een veiliger brandweer. Want daar was het dit blog in eerste instantie om te doen: van welke afwijkingen maak je een standaard?

De brandweercanon zoals ik die tegenwoordig hanteer is anders dan de oorspronkelijke, kleiner. Daarom zijn enkele links niet meer online. Deze analyse is nog wel gebaseerd op de oorspronkelijke grote brandweercanon. Dit blog is op 20 mei 2020 voor het laatst aangepast. Het is onderdeel van het thema herdenken en verlies

Fatale brand Arnemuiden

Leestijd: 3 minuten

Deze pagina over de brand in Arnemuiden is een combinatieblog uit the Museum of Accidents. Het begint met het kort essay ‘machteloosheid’ over de betekenis die het incident voor mij heeft. Daarna volgt een feitelijke omschrijving van de gebeurtenissen, gevolgd door een filmpje dat een goed beeld geeft van de situatie ter plekke. Het wordt afgesloten met links naar andere informatiebronnen.

Machteloosheid

Als hulpverlener wordt je soms geconfronteerd met je eigen emoties tijdens een heftige inzet. Daar hoort verlies bij, angst, ontzetting. Boosheid misschien ook wel. Maar de ergste emotie is misschien wel machteloosheid. En ik bedoel dan echte machteloosheid. Niet dat er een gebouw volledig afbrand of zo. Of een stuk bos.

Nee, ik bedoel echte machteloosheid, machteloosheid die de kern van je mens-zijn raakt. Vergaan in het zicht van de haven. Zoals de mislukte redding bij de Kelders in Leeuwarden. De brandweermannen in De Punt, die hun collega’s zochten maar niet meer konden vinden. Net als bij de Motorkade. Die machteloosheid.

Toevallig trof ik in twee verschillende boeken indrukwekkende verhalen over precies dat gevoel. Het gaat om een brand in een Chinees restaurant te Arnemuiden, kerstavond 2007. De brandweer kon de vier meisjes die er woonden niet meer bereiken, het vuur was te heftig geworden voor een binnenaanval. Ik schreef er in twee eerdere blogs over, in de brandweercanon komen ze hier bij elkaar als illustratie van wat machteloosheid is.

Uit het blog de kunst van het verliezen

Soms kom je voor een onmogelijk en ethisch dilemma te staan, zoals het staken van een redding. Aart van Oosten beschrijft dit probleem op overtuigende wijze in het boekje ‘Dat ene dilemma’ over een fatale brand in Arnemuiden op kerstavond 2007. “Het betekende dat we niet meer gingen inzetten op het redden van de kinderen. Die beslissing vond ik enorm lastig, temeer omdat de vader naast me stond. (…) Ik voelde me machteloos naar ze toe, omdat ik geen hoop kon bieden.”

Uit het blog verhalen van de brandweer

Het verhaal ‘Meisjes’ van Jaco uit Arnemuiden begint nietsvermoedend met het afhalen van een Chinese maaltijd bij het restaurant in het dorp, waar hij later die avond naar moet uitrukken. “Die zal het toch niet zijn, schiet nog even door me heen, maar ja, die was het dus wel.”

“Opgeven kunnen we nog niet. We rennen naar de achterkant, maar daar slaan de vlammen uit alle ramen. We raken door onze opties heen. Het pand is de hoek van een rijtje, maar ook via het naastgelegen woonhuis kunnen we niks. De tijd tikt verder.”

Uiteindelijk moet de brandweer machteloos toezien dat vier kinderen het leven laten op de dag voor kerstmis. Het werd dat jaar geen mooie kerst in Arnemuiden.

Korte beschrijving van het incident

Datum24 december 2007, Kerstavond
Locatie en type objectWoning boven Chinees restaurant aan de Noordstraat in Arnemuiden
Type incidentUitslaande brand in oude binnenstad
Bijzonderheden
  • 4 meisjes van 1, 3, 7 en 8 jaar komen om het leven
  • Uitslaande brand wordt in paniek gemeld aan de AC.
  • Vlammen zijn bij melding vanaf de kazerne te zien, waarop tijdens het aanrijden al wordt opgeschaald naar grote brand en GRIP 1.
  • Bij aankomst werd eerst het restaurant verkend, niemand was daar meer aanwezig.
  • De trap naar boven was al geblokkeerd door hitte en rook. Daarom moest die reddingspoging worden afgebroken.
  • Een tweede aanval werd verricht via een ladder buiten om. Na verkenning van de woonruimte liepen brandweermensen door naar de overloop. Die bleek echter volledig in de brand te staan en was zo heet dat een verdere inzet onmogelijk was geworden.
  • Verdere reddingspogingen waren niet meer mogelijk door hevig ontwikkelde brand.
  • Goede samenwerking en opleiding van het Forensisch Team Opsporing van de politie zorgde er voor dat direct met de berging van de kinderen en het brandonderzoek gestart kon worden.
  • De dag er na zijn voorlichtingsbijeenkomsten gehouden voor bewoners in de buurt.
  

Film

Meer informatie

Dit is een blog uit Museum of Accidents. Laatste update is van 5 juni 2020.

Ostankino, de Towering Inferno van Moskou

Leestijd: 3 minuten

One tiny spark becomes a night of blazing suspense.

The tallest building in the world is on fire.

You are there with 294 other guests.

There’s no way down.

There’s no way out.

Zie daar de tagline van de Towering Inferno uit 1974. Die film vertolkte de nachtmerrie van veel Amerikanen en werd tegelijkertijd de melkkoe van Warner Bros. Het budget van 14 miljoen dollar werd maar liefst 10 keer terugverdiend. Wie zei er ook weer dat er aan rampen niets te verdienen viel? Uiteindelijk werd de brand in de wolkenkrabber cinematisch geblust door een dakreservoir op te blazen, waarna het water het gebouw in stroomde en de vlammen doofden.

Die Towering Inferno dus wel, maar die in de Ostankino Tower van Moskou niet. Die hadden niet zo’n handige wateropslag op het dak, ook niet in 2000. Daar moesten de 300 brandweermensen via de trap naar boven, met hun brandblusmateriaal in de hand. Vijfhonderd meter omhoog, twee keer de Eiffeltoren, naar het restaurant Seventh Heaven, waar een tiny spark a blazing suspense was geworden. Actieve blussing bleek gezien de omstandigheden onmogelijk. Daarom werd alles afgetimmerd en ingepakt met asbestplaten, 70 meter onder de brand, om verdere verspreiding van het vuur te voorkomen. Zo zie je maar, dat de realiteit vaak minder spectaculair is dan de verbeelding.

En daar zit ie nou, de Russische brandweerman, kapot. Afgepeigerd. Helemaal stuk. Waar denk je aan, koene krijger? Denk je aan de broodjes en de salade, die nog onaangeroerd voor je staan? Die er uit zien of ze uit een oude film komen, met het roet er over gedrapeerd als ware het een door de jaren heen verzameld laagje stof.

Bij je rechter elleboog staat zelfs nog een drinkpakje,  Пожарный, waarschijnlijk van een kind dat de schrik van zijn leven kreeg toen het moest vluchten. Anderhalf uur duurde het, voordat alle gasten het pand verlaten hadden. Is het dat waar je aan dacht?

Of denk je aan je drie collega’s, die voor deze brand met hun leven moesten betalen? Omdat er sinds de jaren 60 niets meer aan de elektrische bedrading was gedaan was en alle veiligheidssystemen het verdomden te functioneren. Het is een hoge prijs die soms voor statussymbolen wordt betaald, Пожарный, maar dat wist je al, na Chernobyl, waar de liquidators geofferd zijn om erger te voorkomen. Rusland houdt van zijn helden, maar alleen als ze dood zijn.

Sometimes there is no way out, there is no way down. Het is waar, wij willen het net als in de film. Maar alleen in de bioscoop is het end happy.

Brandweer wachtte op Poetin bij Ostankino Toren

Update van 28 november 2017: De brand in de TV Toren van 27 augustus 2000 blijkt nog een vreemder staartje te hebben dan ik al dacht. Zie hieronder een artikel uit het NRC van 31 augustus 2000.

De brand die zondag uitbrak in de Moskouse televisietoren kon niet snel worden bedwongen omdat de brandweer drie uur moest wachten tot president Poetin zelf bevel gaf de elektriciteit naar de toren af te snijden.

Dat zei gisteren het hoofd van de Moskouse brandweer, Leonid Korotsjik. De brand brak uit door overbelasting van een kabel – het resultaat van de uitbreiding van het zendmateriaal in de 537 meter hoge toren zonder aanpassing van de veiligheidsmaatregelen: ,,Een kwestie van geld”, zoals Korotsjik zei. De brandweer was al na tien minuten ter plaatse.

De veiligheidsmaatregelen voorzagen in een onmiddellijke onderbreking van de stroomtoevoer naar de toren. Niemand durfde echter het besluit te nemen. Men ging te rade bij de loco-burgemeester van Moskou, die de beslissing doorschoof naar burgemeester Loezjkov, die op zijn beurt contact zocht met president Poetin. Deze gaf onmiddellijk opdracht de stroom naar de toren te kappen.

In de drie uur die toen waren verstreken, had de brand zich echter al aanzienlijk uitgebreid. Weliswaar was de brandweer erin geslaagd de driehonderd bezoekers van het restaurant op 330 meter hoogte te evacueren en waren de brandweerlieden doorgedrongen tot 450 meter hoogte, waar de brand was ontstaan, maar inmiddels hadden zich – als gevolg van de voortgaande stroomtoevoer – op talrijke punten nieuwe brandhaarden ontwikkeld door nieuwe kortsluitingen.

Volgens Korotsjik verkeerden zijn mensen in die eerste uren voortdurend in levensgevaar omdat zij poogden het vuur te doven terwijl de elektriciteit niet was afgesloten. De brand werd pas na 26 uur gedoofd; hij breidde zich uiteindelijk naar beneden uit tot een hoogte van zeventig meter. Bij de brand vielen drie doden.

De twee grootste tv-zenders, de publieke RTR en de semi-publieke ORT, zijn weer in Moskou te ontvangen, op beperkte schaal en met een gezamenlijk programma. ORT en RTR maken gebruik van een noodzender die op de romp van de Ostankino-toren is aangebracht. Omdat die maar van één frequentie gebruik kan maken, zijn de omroepen gedwongen een gezamenlijk programma te maken. Dat programma voorziet in nieuwsuitzendingen, documentaires en tv-series.

Dit blog is onderdeel van the Museum of Accidents. Laatste update is van 1 juni 2020

75 jaar brandweerinspectie; de stilstand van verandering

Leestijd: 9 minuten

Gerard Koppers noem ik al jaren de onvolprezen chroniqueur van de Nederlandse brandweer. Hij heeft een grote serie publicaties op zijn naam staan, waaronder een leuk boekje over 60 jaar Brandweer Schiphol. En nu ligt daar al weer een tijdje een uitgave over de geschiedenis van de brandweerinspectie, dat hij schreef samen met Mariska Peeters.

Het is gratis te downloaden van de website van de Inspectie Veiligheid en Justitie (IVJ), dat tegenwoordig toezicht op het brandweerwezen houdt. De brandweerinspectie als zodanig bestaat dus eigenlijk helemaal niet en heeft zelfs nooit onder die naam bestaan, zo weet ik nu na lezing van dit boek.

Brandweerinspectie

Ik kan me dan ook  voorstellen dat men in Den Haag de wenkbrauwen licht fronst bij het zien van de term brandweerinspectie in dit blog, een beetje zoals men bij Sociale Zaken al jaren tevergeefs van de term Arbeidsinspectie af probeert te raken. Ach ja, het is misschien niet de officiële naam, maar iedereen weet waar je het over hebt en het is voor mij wel zo makkelijk als ik niet alle door de jaren heen gevoerde namen van de inspectie hoef te beschrijven.

Brandweerinspectie dus, in deze boekbespreking, als geuzennaam voor alle betitelingen die het toezicht op de brandweer de afgelopen 75 jaar had. En om dan maar meteen met de deur in huis te vallen: dit boek is een must read. Als je een beetje wil begrijpen hoe de brandweer zich in de 20e eeuw ontwikkeld heeft en met welke erfenissen men heden ten dage eigenlijk nog loopt te stoeien, dan kan je niet zonder deze geschiedschrijving.

Ik wil in deze boekbespreking vooral de drie hoofdlijnen beschrijven die mij zijn opgevallen: de moeizame samenwerking van de korpsen op nationaal niveau, de overvleugeling van de brandweer door het lokaal bestuur en de bovengemiddelde noodzaak van persoonlijk draagvlak om veranderingen door te voeren. Het zijn 75 jaren waarin veel is gebeurd, maar waarin tegelijkertijd weinig echt is veranderd. De stilstand van verandering.

75 jaar toezicht

1e rode draad: samenwerking over het brandweervak op nationaal niveau verloopt moeizaam

Laat ik de eerste rode draad beginnen met een citaat van commandant Gordijn uit december 1940: “We staan aan de vooravond van een belangrijke reorganisatie op het gebied van het brandweerwezen. Wat wij in Nederland eigenlijk missen en toch zoo nodig hebben, dat is de eenheid van het brandweerwezen in de uitvoering van haar taak. Deze zal thans worden bevorderd door de instelling van een Rijksinspectie. Hierdoor komt er een centraal punt, waarvan veel kan uitgaan, zoodat in de toekomst niet ieder op eigen gelegenheid werkt, doch volgens een vooraf goed overwogen plan.” (p14)

In dit citaat spreekt Gordijn duidelijk de wens uit dat er een gezamenlijk beleid op nationaal niveau komt, waaruit een eensgezinde professionele brandweerzorg zou moeten ontstaan. Deze wens tot nationale eenheid blijkt de afgelopen 75 jaar een veelvuldig terugkerend issue te zijn.

Maar kennelijk is het niet eenvoudig te realiseren en zijn er zo nu en dan stevige wake up calls noodzakelijk. Zo verklaarde minister Struycken de brandweer tot achtergebleven gebied in 1959 tijdens een toespraak ter gelegenheid van de nieuwe brandweerkazerne in Breda. Die uitspraak werd breed opgepikt door de media.

“Het helpt enigszins, want de Brandweerraad, een typisch poldermodel-adviesorgaan van de regering over brandweerzaken, begint in 1961 en 1964 wat krachtiger aan te dringen op modernisering van de opleidingen en samenwerking in regionaal verband. Het leidt er toe dat in 1962 voor het eerst een rijksopleiding voor beroepsbrandweerofficieren kan worden opgestart, waardoor eindelijk professioneel topkader voor de branche in zicht komt.” (p30)

Gordijn inspecteert brand bij de Doelen.
Commandant Gordijn stelt zich persoonlijk op de hoogte van de brandbestrijding aan de Nieuwe Doelenstraat, 19 januari 1917. Foto komt van geheugen van Nederland.

Begin jaren 90 trad Ien Dales aan als minister van Binnenlandse Zaken. Toevalligerwijze was zij aanwezig bij de installatie van de 30e officiersopleiding in Schaarsbergen, waar ik toen deel van uitmaakte. Bij die gelegenheid liet ze al duidelijk merken dat er van vrijblijvende samenwerking geen sprake meer kon zijn en dat de nieuwe officieren een belangrijke rol in de professionalisering van de brandweer moesten gaan spelen. In de nieuwjaarsrede van 1994 verwoordde ze het aldus:

“De eisen die aan de organisatie van de brandweer en rampenbestrijding worden gesteld zijn groot. Naast de authentieke taak van de brandweer is een toenemende betrokkenheid nodig bij vraagstukken als: hoe gaan we om met onze openbare ruimte, met locaties voor bedrijven en andere ruimtelijke investeringen. Dat vraagt een omslag en verdere professionalisering van de brandweer. Een omslag van een op sommige fronten nog technisch uitvoerend apparaat naar een spilorganisatie op het terrein van openbare veiligheidsvraagstukken. Daarvoor is een sterkere professionele organisatie op regionaal niveau nodig. Daarom is de tijd van vrijblijvend samenwerken tussen gemeentelijke brandweren wat mij betreft voorbij. Dat kunnen we ons met de huidige maatschappelijke ontwikkelingen niet meer veroorloven.” (p49)

De eerste rode lijn van de afgelopen 75 jaar brandweerinspectie zou ik willen omschrijven als het gevecht om te komen tot een professionele brandweer op regionaal niveau, die ook buiten repressie om weet hoe er samengewerkt moet worden om de vakinhoud op nationaal niveau te ontwikkelen en verbeteren. Dat dit gevecht niet door de brandweer zelf is beslecht blijkt wel uit de wet veiligheidsregio’s, waarmee op rijksniveau de regionalisering uiteindelijk afgedwongen is in 2010. Overigens nog altijd 26 jaar later dan Ien Dales had gewild.

Ien Dales laat zich na de explosie bij Cindu ter plaatse informeren door onder andere Gerard Herkemij (links op de foto) en commandant Ernst van Amsterdam. Foto komt uit het ANP archief.

2e rode draad: lokaal bestuur overvleugelt brandweer

Dat brengt ons bij de tweede rode lijn: de dominante houding van het lokale bestuur naar de brandweer. Die lijn begint in 1916, met de oprichting van de Nederlandse Brandweer Vereniging (NBV) door de commandanten van Leiden en Den Haag. Al snel volgen vele gemeentelijke brandweercommandanten hun voorbeeld en in 1920 mag de NBV het predicaat ‘Koninklijk’ toevoegen: de KNBV is geboren.

In de daarop volgende jaren worden er in veel provincies brandweerbonden opgericht, waarvan ook de gemeenten lid worden. “Die laten zich vertegenwoordigen door de burgemeesters, waardoor de bestuurlijke tak al snel de brandweercommandanten overvleugelt. Als tegenhanger wordt daarom een technische commissie opgericht, die adviezen geeft over de aanschaf van brandweermaterieel en overgaat tot het keuren van handbrandblussers.” (p10)

Deze bestuurlijke overvleugeling van de brandweer is het tweede terugkerende thema. Gedurende de oorlog en de jaren vlak er na is er feitelijk sprake van een genationaliseerde brandweer, die centraal aangestuurd wordt door de Inspectie van het Brandweerwezen.

In die periode is de invloed van gemeentes begrijpelijkerwijs minder. In 1952, in de aanloop naar een nieuwe brandweerwet, pakken de gemeentes het door hun gewenste lokale primaat echter weer volledig terug. “Na veel getouwtrek komt in 1952 eindelijk de Brandweerwet tot stand, die het primaat van de brandweer weer bij de gemeenten legt, maar via provinciale goedkeuring en advisering door de Inspectie toch probeert de kwaliteit hoog te houden.”(p25)

Treinbotsing bij Harmelen. Grootste treinramp uit de Nederlandse geschiedenis. Bij de botsing komen 93 mensen om en raken er 52 gewond. Een sneltrein (Leeuwarden-Roterdam) en een stoptrein (Rotterdam-Gouda-Amsterdam) komen met elkaar in botsing tijdens een dichte mist.

Begin jaren 60 zijn er enkele tot de verbeelding sprekende grote incidenten, zoals de overstroming van Tuindorp Oostzaan in 1960 en de treinramp bij Harmelen in 1962, die 93 doden tot gevolg had. De roep om bovenlokale brandweerzorg zwelt aan, maar de gemeentes hebben er geen geld voor (over), zo stellen Koppers en Peeters op pagina 34. Daarop moet de Rijksoverheid dus wel aan de bak. 

“In 1974 wordt de knoop door de minister van Binnenlandse Zaken doorgehakt en verschijnt de nota ‘Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen’, die in het daaropvolgende jaar door de Tweede Kamer wordt goedgekeurd. Daarin neemt het Rijk de medeverantwoordelijkheid voor de bovenlokale brand- en rampenbestrijding. Dat betekent vooral dat men daar geld voor beschikbaar stelt. De vorming van regionale brandweren wordt gestimuleerd door substantiële subsidies voor alarmcentrales, materieel en regionaal personeel. Ook voor gezamenlijke oefeningen en opleidingen komt veel geld beschikbaar, terwijl de Inspectie zelf hard aan de gang gaat met onderzoek, richtlijnen en de oprichting van een afdeling Ongevalsbestrijding Gevaarlijke Stoffen.” (p35)

De nota ‘Hulpverlening bij ongevallen en rampen’ werkt in de praktijk goed genoeg uit om een volgende stap in de besturing van de brandweer en rampenbestrijding te zetten. In 1979 worden twee wetsontwerpen ingediend, waarin er 26 mini provincies worden voorgesteld van waaruit de brandweer georganiseerd moet worden.

Dit valt op lokaal niveau niet in goede aarde. “Gemeenten en KNBV reageren als door een wesp gestoken en dezelfde heftige discussies als in 1950 spelen zich af. Het wetsontwerp over de miniprovincies wordt ingetrokken en er komt weer een Brandweerwet, waarbij de gemeenten verantwoordelijk blijven voor de brandweer, maar wel verplicht worden samen te werken in regionale brandweren op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen.”(p41)

Wiegel Van Agt 1980
De legendarische ‘geheime’ foto van Wiegel en Van Agt in een Haags etablissement waarin naar verluidt het fundament voor de nieuwe brandweerwet werd gelegd.

In 1985 is de nieuwe Brandweerwet er eindelijk, waarvan de basis naar verluidt tot stand is gekomen tijdens een bilateraal tussen Wiegel en Van Agt in een Haags etablissement. Die wet houdt ook al weer zo lang stand: 25 jaar, waar de voorgaande maar liefst 33 jaar van kracht was.

Pas in 2010 is er een nieuwe: de wet Veiligheidsregio’s. In die wet verschuift de brandweerzorg van de gemeenten naar de regio’s, waarbij de centrumgemeente als aanspreekpunt geldt. Optimistisch vermeldt het boekje dat de brandweerinspectie nu nog maar 25 aanspreekpunten heeft, in plaats van 400, waardoor het toezicht vergemakkelijkt wordt.

Het is de vraag of dat echt zo gaat uitpakken op de iets langere termijn. Nu de eerste en tweede rode draad bij elkaar zijn gekomen, kan het inderdaad zo zijn dat landelijke afspraken over de ontwikkeling van het brandweervak makkelijker te maken zijn en dat het bestuur minder overvleugelt.

Echter, het omgekeerde kan ook het geval zijn: als de regio’s sterke organisaties worden die grotendeels op eigen kracht kunnen opereren, zal het nog moeilijker zijn afspraken te maken op nationaal niveau waar iedereen zich vervolgens dan ook aan houdt. Daarnaast is het voor 25 gemeenten juist makkelijker geworden om samen te werken en Rijks bemoeienis verder buiten de deur te houden.

Mogelijk dat sommige gemeenten, zoals de G4, zich aan elkaar verbinden, waardoor een eensluidende nationale aanpak van het brandweervak nog verder van huis raakt. De hardnekkigheid van de eerste en tweede rode draad, die al decennia lang ingesleten is, doen mij persoonlijk vermoeden dat de toekomst er niet per se eenvoudiger op wordt.

3e rode draad: veranderingen komen door persoonlijk draagvlak tot stand bij de brandweer

Dan is er nog een derde rode draad in het boek van Koppers en Peeters te ontwaren, zij het dat die draad wat minder dik is dan de eerste twee. En dat is dat belangrijke veranderingen bij de brandweer die wel slagen vaak tot stand komen door persoonlijk draagvlak. 

Koppers Peeters uitreiking 75 jr inspectie
De uitreiking van het eerste exemplaar van 75 jaar toezicht op de brandweer tijdens het brandweercongres 3 oktober 2015

Mooi dat 75 jaar brandweerinspectie dan ook begint met het archetype van die derde rode draad, in de vorm van een afbeelding van Jan van der Heijden. Er zijn weinigen die zo veel ontwikkelingen tot stand brachten als Jan van der Heijden.

Gelukkig komen er in het boekje diverse andere namen voorbij die ook cruciaal zijn geweest voor vernieuwingen, zoals die van commandant Gordijn. “Hij benadert onmiddellijk de charismatische commandant van de Amsterdamse beroepsbrandweer, C. Gordijn, om de leiding van de Inspectie en daarmee van de brandweer in Nederland op zich te nemen.” (p13)

Gordijn blijkt voor de Duitsers echter een ongeschikte kandidaat voor die positie, maar hij mag wel de eerste nationale opleiding voor brandweerleiders organiseren. Na zijn overlijden in 1941 stopt die opleiding en het zal nog tot 1962 duren voor een volgende officiersopleiding in Nederland tot stand komt.

“Door zoveel mogelijk bekende brandweerofficieren te betrekken bij de Inspectie wordt getracht om zich van draagvlak binnen de branche te verzekeren. De districtsinspecteurs zijn dan ook niet geheel vreemd in brandweerland.”(p15)

Die tactiek van de brandweerinspectie illustreert ook treffend het bestaan van die derde rode draad. Andere namen die mij al bekend waren in het brandweerveld voor lezing van dit boek waren onder andere Van Boven, Van Tiel, Husman en Herkemij. Van recenter datum zou ik dan nog Don Berghuis willen noemen als verpersoonlijking van de derde rode draad, maar die is niet in de tekst van de publicatie opgenomen.

Jan van der Heijden
Jan van der Heijden

De noodzaak van een sterke persoonlijkheid om tot veranderingen te komen past naadloos in de jagers- verzamelaars cultuur die de brandweer is. Onder jagers wordt de leider gezien als één van de beste vakmensen uit de groep, en hij wordt geaccepteerd als leider zo lang hij ook de belangen van de groep op de juiste manier behartigt.

Dat geeft gelijk de beperking aan van die leiderschapscultuur: buiten je eigen groep wordt je leiderschap niet zo maar aanvaard, om nog maar te zwijgen over de baas van de bazen. Het is in dat licht bezien niet zo vreemd dat slechts enkelen in de geschiedenis van de brandweer voldoende draagvlak hadden om ook op nationaal niveau de doorslag te kunnen geven.

En op dat punt raken de drie rode draden elkaar: veranderingen en ontwikkelingen binnen de brandweer worden afgedwongen door nationale wet- en regelgeving, argwanend bewaakt en geremd door lokaal bestuur. Of ze worden tot stand gebracht door persoonlijk leiderschap van brandweercommandanten, maar dan slechts op de technische en interne onderwerpen zoals treffend beschreven werd op pagina 10.

Als ik het zo opschrijf lijkt het allemaal heel logisch, maar dat is de hindsight bias die het lezen van 75 jaar toezicht op de brandweer me heeft opgeleverd. Koppers en Peeters hebben een prettig leesbaar boekje geschreven over de moderne brandweergeschiedenis.

Wat mij betreft onmisbaar leesvoer voor brandweermensen in het algemeen en voor de 50e officiersopleiding in het bijzonder. Mocht er dan toch nog een 51e opleiding komen, je weet het immers maar nooit bij brandweer Nederland, dan hoort dit boekje ook daar op de verplichte literatuurlijst. Daarna is er vast al weer een nieuw werk van Koppers beschikbaar, dat mogelijk nog relevanter is.

De drie principes van de Brandweercanon

Leestijd: 6 minuten

Opmerkzaamheid, onvergetelheid en nabijheid zijn de drie principes van de brandweercanon. Vanaf het voorjaar 2020 komt er een vierde principe bij: betrokkenheid. Hoewel dat misschien eerder een verbijzondering is van nabijheid.

“Why should we look at the past, in order to prepare for the future? Because there’s nowhere else to look.”

James burke

De Brandweercanon is een instrument om te voorkomen dat de brandweer een vergetende organisatie wordt. Dat we de lessen uit belangrijke gebeurtenissen en incidenten kwijt raken en pas weer tegen komen als we er opnieuw tegen aan lopen. Met al het onnodig leed en schade er bij.

Daarom kijken we dus terug, om beter voorbereid te zijn op de toekomst. En proberen we de belangrijke gebeurtenissen en verhalen vast te leggen in een collectief bewustzijn, dat we de Brandweercanon noemen.

De vraag is dan hoe je zo’n collectief bewustzijn opbouwt. Daarvoor zijn de drie principes van de brandweercanon bedacht: opmerkzaamheid, onvergetelheid en nabijheid. Voor we daar verder op in gaan, beschrijven we eerst kort onze visie op geschiedenis.

Geschiedenis is een rizoom

Geschiedenis is niet iets ouds van vroeger, het wordt dagelijks vers opnieuw gemaakt. Elke dag komt er een nieuwe gisteren bij. En elke dag kan een nieuwe ervaring het belang van het verleden in een ander daglicht zetten, waardoor belangrijke zaken opeens toch onbelangrijk worden en andersom. Geschiedenis ligt dus nooit helemaal vast en blijft mee veranderen met de manier waarop wij veranderen.

Daarnaast is de geschiedenis geen lineaire uitvoering van een groot masterplan. Het is niet zo dat er eerst fundamenten gelegd moeten zijn voordat je verder kunt bouwen. Er gebeuren allerlei zaken tegelijkertijd, die elkaar beïnvloeden en op hun beurt nieuwe gebeurtenissen veroorzaken. Tussen al die gebeurtenissen bestaan zwakkere of sterkere connecties, die gezamenlijk kunnen opbouwen tot een rizoom. Geschiedenis is een rizoom.

Achille Serre Ladies Fire Brigade London 1926
Female Firefighter Achille Serre Ladies Fire Brigade london, 1926

Zo kijkt ook James Burke, van het citaat uit de kop van dit blog, naar de geschiedenis in het algemeen en innovatie in het bijzonder.

“Burke contends that one cannot consider the development of any particular piece of the modern world in isolation. Rather, the entire gestalt of the modern world is the result of a web of interconnected events, each one consisting of a person or group acting for reasons of their own motivations (e.g., profit, curiosity, religious) with no concept of the final, modern result to which the actions of either they or their contemporaries would lead. The interplay of the results of these isolated events is what drives history and innovation.”

Het principe van opmerkzaamheid

Om het heden te begrijpen, moet je dus goed kunnen kijken naar de verschillende gebeurtenissen en hun onderlinge verbanden. Dat is het eerste principe van de brandweercanon: opmerkzaamheid. Opmerkzaamheid is een kwestie van kijken en begrijpen. Die opmerkzaamheid geldt zowel voor de hele verse geschiedenis (de betekenis van een incident dat net gebeurd is) als voor een hele reeks gebeurtenissen en hun onderlinge connecties (zoals we op basis van diverse branden het verschil tussen ‘brand in een gebouw en gebouw in brand’ hebben benoemd).

In een eerder blog benoemden we het ook als veranderbranden: welke branden hebben echts iets veranderd aan mensen, de brandweer en / of de maatschappij? Waarbij je grofweg onderscheid kunt maken in twee categorieën veranderbranden: de Black Swans, zoals de vuurwerkexplosie in Enschede en 9/11. En ‘de acceptatie voorbij’ branden, zoals asbestbranden, het gebruik van fluorhoudend schuim en onvoldoende preventieve voorzieningen in gebouwen.

Het principe van onvergetelheid

Zien en begrijpen is één, er wat mee doen om de lessen te bewaren voor het nageslacht is twee. Daar gaat het principe van opmerkzaamheid over in het principe van de onvergetelheid. Hoe voorkom je dat gebeurtenissen worden vergeten, dat de lessen van incidenten vergaan en verdwijnen in de vergetelheid?

Laat ik voorop stellen dat wat belangrijk is, per persoon en doelgroep kan verschillen. Om dat verschil goed te kunnen maken is opmerkzaamheid van belang. Hier raakt de Brandweercanon aan het programma lerend vermogen, aan de kennisregisseurs en de brandonderzoekers.

  • Is een incident belangrijk voor persoonlijk leren, voor een ploeg? Dan is de After Action Review een mooi middel.
  • Was er een bijzonder brandpatroon zichtbaar? Dan is een brandonderzoek op zijn plaats.
  • Was er sprake van een grote inzet met bijzondere situaties? Dan is een evaluatie of een leertafel een goede manier om de lessen voor een korps of een regio vast te leggen.
  • Had het incident betekenis voor het brandweervak in zijn algemeenheid, en gelden de lessen voor veel meer collega’s dan uit je eigen regio? Dan is een leerarena of een extern onderzoek van belang om de lessen aan de vergetelheid te ontrukken.

De essentie van onvergetelheid is dat je waarde toevoegt aan een gebeurtenis door analyse en duiding en dat vervolgens op een geëigende manier registreert en vast legt. Wat die geëigende manier is, wordt bepaald door het principe van de nabijheid.

Het principe van de nabijheid

Het principe van nabijheid gaat er van uit dat mensen de gebeurtenissen in hun nabijheid het beste onthouden. Nabijheid moet je in dit kader zien als een zeer fluïde principe: het kan gaan om nabijheid in plaats, in tijd, in vorm en inhoud.

  • Nabijheid in plaats is letterlijk en figuurlijk nabij: dat wat dichtbij huis gebeurt blijft het beste hangen. Een incident in je eigen ploeg of korps is van groter belang dan het zelfde incident bij een korps aan de andere kant van het land of uit het buitenland. We zien dit ook bij onze tweets van het incident van de dag: gebeurtenissen bij korpsen in het land worden vooral geretweet door leden van betreffend korps en / of regio.
  • Nabijheid in tijd gaat over het kiezen van momentum. Nieuwe kennis valt bijvoorbeeld beter op zijn plek als iemand aan een nieuwe opleiding of functie begint dan bij zittende functionarissen. Maar ook bepaalde gebeurtenissen, ongevallen, rapporten of onderzoeken die veel aandacht krijgen kunnen het urgentiebesef zodanig verhogen dat men meer open staat voor nieuwe kennis. Als je het maar op het juiste tijdstip aanbiedt.
  • Nabijheid in vorm gaat over de manier waarop je kennis aanbiedt. Benjamin Franklin zei daarover: Tell me and I forget, teach me and I may remember, involve me and I learn. Bij het rapport van de brand in de Koningkerk te Haarlem werd een filmpje verstrekt, dat zorgde voor een hele snelle verspreiding van de kennis over die brand. En we weten dat brandweermensen leren door het vertellen van verhalen. Storytelling is dus ook een vorm van nabijheid.
  • Nabijheid van inhoud gaat over het vak zelf. Een incident dat op de één of andere manier de kern van het vak raakt, leidt eerder tot belangstelling en verandering dan incidenten die zich slechts langs de grenzen van de brandbestrijding bewegen. Ook dat zien we terug in de aantallen retweets van het incident van de dag. Het aantal doden en gewonden door een ramp is minder leidend voor het aantal retweets dan het appellerend karakter van de ramp aan het brandweervak.

Het kweken van een collectief bewustzijn met behulp van de brandweercanon is geen eenmalige gebeurtenis. Feitelijk blijf je steeds weer opnieuw naar de geschiedenis kijken, met behulp van de drie principes van de brandweercanon. Op zoek naar nieuwe verbanden en betekenis, naar nieuwe kennis en naar nieuwe manieren om ons voor te bereiden op de toekomst. “Because there’s nowhere else to look.”

Deze foto van Hans Peters (ANP) is één van de redenen waarom ik mij persoonlijk bij de brand in het Silveren Seepaerd betrokken voel

Nieuwe invulling van de brandweercanon.

De drie principes van de brandweercanon zijn vanaf 2014 door het team Brandweercanon als uitgangspunt genomen om de canon te ontwikkelen. Veel is in de loop van de tijd op deze website gepubliceerd. Na een paar jaar merkten we echter dat het concept nauwelijks door het brandweerveld werd overgenomen en is het team ontbonden.

Wat er nu nog van over is, is eigenlijk mijn persoonlijke brandweercanon. Met een nieuw principe erbij: betrokkenheid. Of misschien is dat wel eerder een verbijzondering van het nabijheidsprincipe.

Hoe dan ook, de canon die nu nog op rizoomes.nl staat is mede gebaseerd op mijn betrokkenheid. Omdat ik er bij was, ik er onderzoek naar heb gedaan of omdat het mij ergens persoonlijk heeft geraakt.

Die persoonlijke betrokkenheid zal ik langzamerhand gaan toevoegen aan de incidenten uit de canon, door het schrijven van een kort essay per incident. De eerste staat inmiddels online, over de brand in de Innovation: het perpetuum mobile van de goede voornemens. En zo verandert dus ook de canon van vroeger mee met wat er in de werkelijkheid van nu gebeurt.

Dit blog is op 20 mei 2020 voor het laatst aangepast. Het is onderdeel van het thema herdenken en verlies

De Brandweercanon in het brandweeronderwijs

Leestijd: 4 minuten

Het brandweeronderwijs heeft een enorme rijkdom aan inhoud liggen: de brandweercanon. Hoe kan je de lessen van het verleden inzetten om de scenario’s van de toekomst te bestrijden?

“Autospuit Hendrik, autospuit Hendrik, wilt u gaan naar de Kalverstraat, eh, we hebben diverse meldingen, het zou gaan om boekhandel De Slegte”.

Het is een moment stil en dan klinkt het tweede bericht:

“Autospuit Rudolf, gaat u naar het Rokin, het zou gaan om de steeg tussen het Rokin en de Kalverstraat”.

Het is weer even stil en dan meldt Rudolf zich ter plaatse, al snel gevolgd door een nader bericht.

“AC, Autospuit Rudolf verzoekt met spoed een ladder op het Rokin en eh nog een autospuit, nog een autospuit”.

Dan klinkt de bevelvoerder er over heen:

“AC autospuit Rudolf maakt middelbrand”.

Oefening

Werk aan de winkel voor de OvD.

“OK, wat ga je nu doen”?

In een wereld waarin scenario’s uit de brandweercanon in het brandweeronderwijs zijn geïntegreerd, stelt de instructeur deze vraag aan de cursist. Die kijkt onrustig om zich heen. Het scenario komt hem vaag bekend voor en hij ruikt onraad.

“Eh, ik ga ter plaatse”.

“Goed, stap maar in. Weet je waar het is”?

Nog voor de cursist iets heeft kunnen bedenken is er nieuws van autospuit Nico.

“AC, stuur een ladder naar het Rokin, want de mensen staan en hangen hier voor de ramen”.

Hotel Polen. Foto ANP

De OvD in opleiding kijkt de instructeur vragend aan. En daar is alweer een bericht van het Rokin.

“AC, stuur diverse GGD wagens voor slachtoffers, die gesprongen zijn etcetera”.

“Ja de GGD is gewaarschuwd, alles is geregeld”.

De OvD kijkt nu bozig voor zich uit. “Ja jeetje, dit gaat veel te snel zo. Zo kan ik geen plan maken, laat staan een plan plus”.

De instructeur kijkt stoïcijns voor zich uit. “Ja jongen, regel het maar; dat moesten ze toen destijds bij Hotel Polen ook. Niemand die zich afvroeg of de OvD wel tijd had voor zijn plan. Actie, nu. Wat ga je nu doen”?

Brandweeronderwijs

Tot we met de brandweercanon aan de slag gingen heb ik me eigenlijk nooit afgevraagd waarom er geen serie leerzame scenario’s uit het verleden was geanalyseerd en verwerkt tot les- en leerstof voor repressief leidinggevenden. Maar opeens viel het kwartje, toen we de betekenisvolle incidenten uit de geschiedenis in de brandweercanon gingen plaatsen.

Waarom zou je als instructeur eigenlijk steeds zelf nieuwe scenario’s verzinnen, terwijl er zo veel te leren valt van de realiteit? En sterker nog, van veel grote incidenten zijn onderzoeksrapporten beschikbaar. Nadat je zelf de inzet hebt gedaan, kun je nalezen wat er in de praktijk is gebeurd. Misschien zijn er zelfs beelden beschikbaar, zodat je ook kunt zien hoe het er uit zag. Zeker van moderne incidenten kun je de film en video gebruiken als ware het je eigen verkenning.

Foto ANP

En dan is er ook nog de virtual reality: je kunt beelden van echte incidenten opnemen in scenery en de (al dan niet ontbrekende) rest er bij ontwerpen, op basis van rapportages en analyses. Zo maak je de simulatie van oude incidenten extra realistisch.

Ook kun je elementen aanpassen aan de huidige situatie, zoals voertuigen en ander materieel. Je kunt variaties in het scenario inbouwen, bijvoorbeeld beginnen met één of enkele slachtoffers en dat opbouwen naar de uiteindelijke 33 doden en 21 gewonden van Hotel Polen. Je zou zelfs het RSTV kunnen integreren in oude scenario’s en je daarna afvragen of je het met de kennis van nu anders zou doen dan toentertijd gedaan is.

Daarnaast kun je denken aan project onderwijs rondom incidenten. Als je weet hoe de repressie verlopen is, kun je ook andere factoren onderzoeken. Hoe was de preventieve toestand van het pand? Is dat nu nog steeds zo? Waar zitten de risico’s? En als je dat weet, is het dan misschien verstandig een aanvalsplan te hebben voor dergelijke gebouwen? Zo ja, hoe moet het aanvalsplan er dan uit zien? Wat zegt dat over opkomsttijd en slagkracht?

Vanuit de eindtermen van een opleiding gezien, zou je bijvoorbeeld alle OvD’s kunnen opleiden met een aantal standaardscenario’s die gezien worden als de kern van het vak. Bijvoorbeeld allemaal Hotel Polen, Huis ter Duin, de Motorkade, Harderwijk en De Punt. Dat wordt tot op skillbased niveau ingetraind. En daarnaast, ook uit de sturingsdriehoek, leidt je mensen tot rulebased nivo op voor de Marbon, de Bijlmerramp, de Hercules– en de Vuurwerkramp.

Natuurlijk, er vloeit nog heel wat water door de Amstel voordat je zo’n plan volledig opgetuigd hebt. Maar je kunt morgen al beginnen, om de scenario’s uit de brandweercanon te pakken, de stukken te analyseren en te vertalen naar brandweeronderwijs.

Dan kan je er ervaring mee opdoen en het langzaam aan verbeteren en verder ontwikkelen. Want niet alleen de cursisten kunnen leren van de brandweercanon: het brandweeronderwijs moet zelf ook een lerende organisatie zijn, en zich aanpassen aan de mogelijkheden van deze tijd.

Foto ANP

Door te kijken naar het verleden en te ervaren wat er toen gebeurd is. Zodat je in je opleiding al eens dit nader bericht van de OvD bij Hotel Polen hebt meegemaakt:

“AC, hier C-Wagen 1, wilt u trachten al het mogelijk materieel dat ter beschikking is naar het Rokin te sturen want het zit op dit moment ook overal in het pand nummer 12, boekhandel De Slegte over”.

Niemand die dan nog kan zeggen dat het een overtrokken scenario is. Het is gewoon gebeurd.

Dit blog is op 20 mei 2020 voor het laatst aangepast. Het is onderdeel van het thema herdenken en verlies

« Oudere berichten

© 2020 Rizoomes

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑