Wanderings in crisis

Tag: Black Swan (Pagina 1 van 2)

Een Black Swan is een onvoorspelbare gebeurtenis met een enorme impact die pas achteraf verklaard kan worden. Het is in één zin de falsificatie van je risicomanagement, voornamelijk veroorzaakt door wat je niet weet. Ook belangrijk: het is een relatief begrip. Als je meer weet, is de kans erop kleiner en/of de impact kleiner.
De essentie van de Black Swan vind je in het onderzoeken van de kwetsbaarheid van je organisatie. Black Swans hebben te maken met verwachtingspatronen. Je wordt verrast omdat je ze niet verwacht. Dat vraagt om onderzoek naar jouw verwachtingspatronen en verrassingen. Wat dit punt ook betekent: een Black Swan is niet voor iedereen hetzelfde. What normal is for the spider, is chaos for the fly.
Zorgwekkend is dat we er niet altijd bewust van zijn. Voor crisismanagement is het dus van belang te weten wat je gaat doen als er iets gebeurt wat je niet verwacht. Situation Awareness is daarbij van groot belang.
De meest essentiële vraag die je aan jezelf moet stellen is: waar heb ik het mis? Waar laat ik me door mijn zelfverzekerdheid om de tuin leiden? Als ik heb geleerd dat alles een normaalverdeling is, hoe laat ik die gedachte dan los? Als ik heb geleerd dat je altijd de deur moet dicht houden bij brand, wanneer weet ik dan dat het soms beter is om het niet te doen? Hoe weet ik dat dit een uitzondering is die de regel niet bevestigt?

Geelwassen

Leestijd: 3 minuten

Geelwassen is de concrete handeling om rode risico’s te verzachten, geel te wassen dus. Daardoor drijft een systeem langzaam richting onveiligheid en wordt het fragiel, zonder dat het wordt opgemerkt. En creëer je je eigen fundamental surprise.

Kan je het je nog herinneren, de eerste keer dat iemand je uitlegde dat er een formule bestond voor risico? Risico is kans maal effect. Walter schreef het op het bord, het was in een klein zaaltje ergens in Utrecht. R = K x E stond er en opeens ging het licht aan. Dat was nog eens een handig instrument.

Toch riep het wel allemaal vragen bij mij op over validiteit. Hoe ken je een getal toe aan een kans of een effect? Is kans dan gebaseerd op frequentie of op waarschijnlijkheid? Frequentie kun je uitrekenen, maar waarschijnlijkheid, was dat niet gewoon een gok? Weliswaar gebaseerd op expert judgement, maar hoe weet ik wat een expert is? Hoe bepaal je de kans van datgene wat je niet weet?

Het ene risicogetal is dus nog zomaar het andere niet, zoveel werd mij wel duidelijk. Maar ach, met het relative ranking model kreeg je een rijtje waar in ieder geval het grootste risico bovenaan stond. Daar kon je al best mee uit de voeten. En een mogelijk validiteitsprobleem gold voor alle risico’s in het rijtje hetzelfde, dus echt heel veel kwaad kon het ook weer niet.

Aan de slag! Veilig maken die hap.

Geelwassen
Geelwassen. Tekening Wendy Kiel

Dit was allemaal eind jaren negentig. Soms denk ik er nog wel eens aan terug, hoe veel makkelijker het toen was om een risicoanalyse op te stellen en daarna gewoon aan de slag te gaan. Want inmiddels is er van alles aan die simpele formule toegevoegd. Er kwamen risicomatrices, waarop de risico’s gescoord moesten worden. Dat wekte de indruk dat risico’s opeens absoluut waren geworden, in plaats van relatief. Waardoor dat validiteitsprobleem naar mijn mening alleen nog maar groter was geworden.

Plus dat alles in die heppiedepeppie management newspeak kleurtjes werd gegoten. De complexe werkelijkheid teruggebracht tot drie categorieën.

Groen, geel en rood; OK, misschien OK en niet OK.

Afdrijvende veiligheid

Ik denk dat daar het geelwassen is begonnen. Want die categorie rood, daar was het management nogal allergisch voor. Kon dat niet anders? Door er een kleinere waarschijnlijkheid aan toe te kennen?  Van bijvoorbeeld 10-6  naar 10-8 of zo, dat was allebei heel klein en dan werd het rode risico geel, donkergeel.

Of de criteria voor de matrix, misschien moesten die maar eens geëvalueerd worden. Oh, heet dat ook geelwassen? Rode risico’s geel maken? Waar staat dan dat dat niet mag?

Op zichzelf is het misschien niet eens zo’n probleem om van een lichtrood risico een keer iets donkergeels te maken. Dat hangt natuurlijk ook sterk van het betreffende risico dan wel kwetsbaarheid af. Nee, het grote gevaar is dat je met geelwassen je systeem corrumpeert als je teveel rode risico’s geel wast. Dan lijkt je systeem als geheel met al die groene en gele KPI’s redelijk op orde, terwijl er in werkelijkheid veel meer rode risico’s in zitten. Die niemand ziet.

Zo creëer je je eigen fundamental surprise.

Of zoals Sidney Dekker het noemt, drifting into failure, de normalisatie van afwijkingen. En Patrick Hudson formuleerde in dat verband ooit de regel van drie, drie keer geel is rood.

Ik voeg hier nu geelwassen aan toe. Niet als nieuw construct, maar als een hele concrete handeling die velen misschien niet herkennen als afdrijvende veiligheid, maar het wel is.

En zo ging het licht langzaam weer uit.


Dit blog verscheen onder de titel yellow washing in de NVVK Info 2022-2. Eerdere blogs over veiligheid en risicomanagement vind je hier. Speciaal aanbevolen zijn deze twee: Hoe risicomanagement kan leiden tot een fundamental surprise en Sturen we op kans of op effect bij risicosturing?

Blue Ocean Crisiscommunicatie

Leestijd: 5 minuten

Blue Ocean crisiscommunicatie gaat uit van crisis als proces, niet als eenmalig incident. Het betekent dat je proactief het antiverhaal vertelt: dat wat de mensen nog niet over je organisatie wisten. Zoek dus de blauwe oceaan op, waar de ruimte is en kom slechts in de rode oceaan als er over incidenten gecommuniceerd moet worden.

Ongewenste gebeurtenissen

Op 17 februari 2022 hield ik een lezing voor Zorgvisie over crisismanagement. Ik vertelde er onder andere over de kleine taxonomie van de ongewenste gebeurtenis. Naar mijn ervaring moet je namelijk onderscheid maken naar vier verschillende soorten incidenten. Ten eerste de emergency respons. Dat is het klassieke ongeval of verstoring en van alle vier is het de meest herkenbare.

Bijna altijd leidt een emergency tot een disruptie. Dat is een verlaging of vermindering van een functionaliteit waardoor je niet meer kunt leveren wat je normaal wel kan. Dit kan kort- of langdurend zijn, en in sommige gevallen zelfs structureel worden. Kijk bijvoorbeeld naar corona. Dat begon als een emergency, maar werd uiteindelijk een disruptie die zo lang duurde dat het de nieuwe werkelijkheid is geworden.

Dreigingen daarentegen dienen zich per definitie van tevoren aan, maar niet altijd met een datum erop zoals bijvoorbeeld bij een staking. Ook dreigingen kunnen lang duren of zelfs nooit meer voorbijgaan, denk aan cyberdreiging. Wel kan de intensiteit verschillen, waardoor het soms toch een incidenteel karakter kan hebben. In die zin lijkt dreiging nog het meest op crisis.

Crisis is een proces

Want naar mijn stelligste overtuiging is crisis geen incident. Het is een proces.

Ik hanteer een aangepaste definitie uit de NEN normen die een crisis omschrijft als een onstabiele situatie die de strategische doelen of zelfs de levensvatbaarheid van een organisatie bedreigt. Wat ik zie gebeuren in de praktijk is dat een incident, of het nu een emergency, disruptie of dreiging is, een crisis kan aanwakkeren maar dat maakt het incident zelf nog geen crisis.

Blue Ocean Crisiscommunicatie

Crisis is namelijk een sociaal construct. Het gaat over schurende opvattingen, het is een narratief over gepercipieerde incompetentie, die bewezen wordt geacht door de manier waarop er met ongewenste gebeurtenissen wordt omgegaan, of door de wijze waarop feitelijkheden uit de fysieke werkelijkheid worden geïnterpreteerd. Uiteindelijk wordt een crisis altijd op de persoon gespeeld. Daar kun je op wachten.

Crisiscommunicatie

Uit het publiek werd de vraag gesteld wat je hier aan kan doen. “Crisiscommunicatie”, antwoordde ik. “Wat voor crisiscommunicatie”, was de wedervraag. “Proactieve crisiscommunicatie”, zei ik, “want dan is er nog wat aan te doen. Bij reactieve crisiscommunicatie bepalen anderen de agenda en zit je dus in hun verhaal. Terwijl je in je eigen verhaal wilt zijn”. En toen was de tijd op.

Daarna kreeg ik de gedachte van de proactieve crisiscommunicatie niet meer uit mijn hoofd. Want hoe ziet dat er dan uit? Wat doe je dan?

Het belangrijkste is, zo bedacht ik mij, dat je moet aanhaken bij wat crisis is. Als crisis een proces is, dan is crisiscommunicatie dat dus ook. Wanneer je crisiscommunicatie versmalt tot incidentcommunicatie ben je te laat, want reactief. Dan wakkert het incident de crisis aan. Incidentcommunicatie moet dus altijd passen in je crisiscommunicatie strategie.

Daarin lopen korte- en lange termijn doelen door elkaar, is er altijd aandacht voor het vorige en volgende incident en ben je bewust van wat er in de omgeving van jouw organisatie nog meer gebeurt en wie wat verteld. Omdat altijd alles naar believen aan elkaar wordt geknoopt, verhalen gedragen zich in die zin rizomatisch.

Storytelling, collectief geheugen en crisismakelaars spelen daarbij een grote rol.

Karakteristieken

Storytelling is een vorm van journalistiek waarin het persoonlijke algemeen wordt gemaakt. Er wordt gezocht naar het meest schrijnende voorbeeld (wat ook vaak schrijnend is) en dat wordt exemplarisch voor hoe de boel in elkaar steekt. Storytelling raakt de emotie van mensen en is daardoor lastig te nuanceren. Het wakkert de crisis meestal verder aan.

Het collectief geheugen zorgt ervoor dat alles aan elkaar wordt verbonden. Incidenten worden met alle gemak van de wereld aan elkaar geknoopt, zowel die uit jouw organisatie als die van anderen, uit eigen land en uit het buitenland. Ongeacht de oorzaak en context, vaak gelardeerd met semi-wetenschappelijke concepten als ijsbergmodellen. Al dan niet verteld door (semi) wetenschappers die persoonlijk baat hebben bij de geboden zendtijd.

Er is een tendens dat ongewenste gebeurtenissen steeds meer naar disruptie en crisis neigen. Dit is een zichzelf versterkend proces dat vraagt om de meer proactieve benadering van de blauwe oceaan.

Dat raakt aan de derde karakteristiek, die van de crisismakelaars. Dat is voor het eerst geduid door Arjen Boin in een onderzoek naar institutionele crisis en als je het eenmaal hebt gezien kan je het niet meer niet zien. Er zijn altijd mensen die jouw crisis of incident kunnen gebruiken om hun agenda uit te voeren. De social media hebben dit fenomeen enorm versterkt, tot op het niveau van Extremistan. Oftewel, crisismakelaars kunnen een Black Swan veroorzaken. Wees dus geen kalkoen.

Blue Ocean Crisiscommunicatie

Wat de crisiscommunicado te doen staat is deze drie karakteristieken om te denken naar een eigen strategie. Die valt het meest makkelijk te typeren als Blue Ocean Crisiscommunicatie, geschoeid op de leest van de Blue Ocean Strategy. Chan Kim & Renée Mauborgne kwamen in 2005 met hun metafoor van de rode en blauwe oceaan. In rode oceanen concurreren organisaties elkaar dood in markten met minimale rendementen, terwijl in de blauwe oceaan nog alle kansen liggen op een goed product tegen normale kosten.

Met crisiscommunicatie is het net zo. In de rode oceaan cirkelen alle haaien met hun eigen narratief rondom hun prooi. In dat bloedige water moet je het gevecht aan met hun verhaal, in plaats van dat je je eigen verhaal kwijt kunt. Dus trek naar de blauwe oceaan en vertel daar over al die dingen die je ook bent, maar niet iedereen wil horen omdat het niet in hun kraam te pas komt. Vertel, kortom, het antiverhaal, het verhaal dat mensen nog niet weten over jouw organisatie.

Lange adem

Blue Ocean Crisiscommunicatie is een strategie voor de lange adem. Het begeleidt de proceskarakteristiek van crisis in jouw organisatie. In goede tijden bouw je krediet op, vult de kassa zich met wisselgeld als buffer voor tegenslag. Dat is het proactieve karakter ervan. Zo nu en dan zal deze strategie van de blauwe oceaan zich bij incidenten ook moeten verplaatsen naar rode oceanen. Je kunt immers niet altijd proactief zijn. Maar dan weet je wel waar je weer naar toe wil: de blauwe oceaan. That is the way.

Mocht ik op 17 februari dit allemaal paraat hebben gehad, ik had het zeker verteld. Mocht daar dan de vraag uit zijn gekomen om een voorbeeld te geven, dan zou ik ‘Ontmoeting met de werkelijkheid’ hebben gezegd. Dat is een film van de Veiligheidsregio Midden- en West- Brabant uit 2011, naar aanleiding van de brand bij Chemiepack.

De VRMWB was door een wat kwestieuze incidentcommunicatie tijdens en na de grote brand in het nauw geraakt. Geruime tijd was het stil, tot ze opeens met die film kwamen. Daarmee trokken ze het initiatief volledig naar zich toe, omdat ze het antiverhaal vertelden: dat wat de mensen nog niet wisten. In hun eigen blauwe oceaan.

De nutteloosheid van de Black Swan, behalve voor de crisismanager

Leestijd: 9 minuten

Wat moet je als crisismanager met De Black Swan? Met die vraag ging ik het beroemde boek van Nicholas Taleb voor de tweede keer te lijf. Een eerdere poging had ik namelijk jaren geleden al eens gestaakt wegens algehele taleberitus, een alsmaar groeiende moeheid bij elk nieuw hoofdstuk dat ik van hem opsloeg. Met een crisisbril op was het echter goed leesbaar en het leverde ook nog eens een mooi rijtje aandachtspunten op voor de crisismanager. Maar verder is het concept van de Black Swan vrijwel nutteloos en het boek een worstelpartij.

Want echt waar, de ondertoon die Taleb steeds weer in zijn boeken weet aan te slaan is een constante factor van irritatie. Daar moest ik mij toch regelmatig overheen zetten om te blijven doorlezen. Niet dat het alleen maar kommer en kwel is, dat niet. De inleiding over de antibibliotheek vind ik nog steeds geweldig. Daarom maakte ik er ook een apart blog over, net als over het antiboek, waarbij ik me later wel afvroeg hoe groot de antibibliotheek met ongelezen Black Swans zal zijn. Ik denk dat je er best nogal wat plankjes mee kunt vullen.

De nutteloosheid van de Black Swan, behalve voor de crisismanager
Ik kocht voor deze recensie de tweede editie, voor het postscript essay. Dat viel wat tegen, vooral omdat er weinig nieuws over redundantie werd gezegd.

Net als bij ‘Misleid door toeval’ voelt de Black Swan aan als één grote associatie. Doorheen het hele boek tovert Taleb aan de lopende band namen van mensen tevoorschijn. De meeste omdat hij ze verafschuwt, dom vindt of slechts belust op geld en macht. De rest, een minderheid, is in zijn ogen briljant tot geniaal zonder daar ooit erkenning voor te hebben gekregen. Daar gaat hij dan soms zo hard over te keer dat mijn psychoanalytische voelsprieten bijkans overbelast raakten.

Op bladzijde 106 lost Taleb het Freudiaans vermoeden van affectieve verwaarlozing in. Daar schrijft hij dat mensen die op Black Swans jagen vaak een gevoel van schaamte hebben omdat ze niets nuttigs bijdragen:

Het is mijn grote hoop dat de wetenschap en directeuren en bestuurders ooit herontdekken wat men in de Oudheid al wist, namelijk dat respect ons meest waardevolle betaalmiddel is.

nicholas taleb

Toen dat hoge woord er eenmaal uit was werd alles duidelijk en viel er tussen de therapeutische scheldpartijen door veel te leren over Black Swans. Mocht u zich afvragen waarom ik hier zo diep op in ga, dat kwam doordat iemand mij van de week vroeg of ik het boek zou aanraden. Daarop viel ik even stil, moet je dit boek lezen?

Ik zou daar nu, na herlezing, toch met ‘ja’ op willen antwoorden. Wel met de disclaimer erbij van Taleb’s dingetje over respect, zoals hierboven beschreven. Het is dus net zo’n worstelboek als ‘Misleid door toeval.’ Als je goed je best doet, valt er een hoop uit te halen. Hetwelk je dan direct op je eigen conto mag schrijven; respect, goed gedaan. Het lezen van een boek als karaktervorming.

Op naar de inhoud.

Het nut van de Black Swan

Volgens Taleb is een Black Swan een zeldzame gebeurtenis met een enorme impact die slechts achteraf verklaard kan worden.

Daar hangt hij de halve wereldgeschiedenis aan op. De Eerste Wereldoorlog was een Black Swan, de opkomst van Hitler, de instorting van het Oostblok, de effecten van internet, de beurskrach van 1987, eigenlijk alles wat belangrijk is in het leven is een Black Swan. Het maakt daarbij niet uit of het een flits is of een langzaam proces. Als het maar grote impact heeft.

“Rages, epidemieën, mode, ideeën, het ontstaan van kunststromingen en scholen. Al dit soort dingen verloopt volgens de dynamiek van de Zwarte Zwaan.”

Het riep bij mij de vraag op hoe zeldzaam een Black Swan nog is als alle belangrijke gebeurtenissen in de wereldgeschiedenis er één zijn.  

Naast de zeldzaamheid riep ook de onvoorspelbaarheid als criterium bij mij vragen op. Dat je ze niet kan voorspellen is omdat Black Swans veroorzaakt worden door wat we niet weten, schrijft Taleb. Het is bovendien grotendeels toeval wat er gebeurt, zo gaat hij verder, en dat wordt nog eens verhuld ook door het triplet van opaciteit. Dat bestaat uit:

  • De illusie van kennis. Je weet veel minder dan je denkt. Zie ook ‘Misleid door toeval.’
  • De retrospectieve vertekening. Zeg maar hindsight bias.
  • De overwaardering van feitelijke informatie en mening van deskundigen. Dat is wat Taleb platoniciteit noemt: dat we denken veel meer te weten en begrijpen dan we daadwerkelijk doen.

Toen ik dit zo allemaal zat op te schrijven kwam de onvermijdelijke vraag op wat je eigenlijk met de Black Swan moet. Je kunt ze niet voorspellen, je kunt ze alleen maar achteraf verklaren en eigenlijk zijn ze ondanks Taleb’s definitie niet eens zeldzaam.

Je hebt er dus helemaal niets aan, aan die Black Swan. In ieder geval niet op macro niveau.

Maar je kunt er wel wat mee als crisismanager. Want tussen alle zijstappen en associaties door vertelt Taleb genoeg leuke anekdotes om van te leren. Je moet ze alleen wel even zelf op een rijtje zetten, want aan structuur doet Taleb niet. Dus dat heb ik maar gedaan, met diverse linkjes ook naar eerdere blogs met vergelijkbare onderwerpen.

Voor de crisismanager

Laten we er in deze paragraaf van uitgaan dat je een serieus professional bent die zijn risico- en crisismanagement volgens (inter)nationale maatstaven op orde hebt.

Dan is een Black Swan de falsificatie van dat beleid.

Niet dat Taleb het zelf zo definieert, maar dat was hoe ik de Black Swan operationaliseerde voor een organisatie. Je hypothese dat je het goed voor elkaar had wordt ontkracht. Dat is de Black Swan voor de crisismanager.

Wat heb je aan die wijsheid? Het belangrijkste punt is dat je beter zelf je systeem falsifieert dan dat je het door een Black Swan laat doen. Niet dat het je systeem immuun maakt voor een Black Swan. Dat is sowieso de grootste denkfout die je kan maken. Maar je maakt het wel lastiger. Al helemaal als het je lukt naar een adaptief systeem te groeien dat zich continu ontwikkelt en aanpast.

Dat doe je onder andere door te testen, testen en testen. Met oefeningen, Red Teaming, Zombie Attack scenario’s, alles wat de boel op z’n kop zet. Installeer een cultuur van chronic unease: waar zitten de gaten? Wat zag je over het hoofd? Wat weet je niet, waar zit je antikennis in de woorden van Taleb.

Daarnaast: stel jezelf open voor je omgeving. Volg wat er gebeurt, zoek de onderstroom, wees beducht op crisisindicatoren. Waar gaat het schuren? Besef dat Black Swans altijd met mensen en technologie te maken hebben en zoek op dat kruispunt naar risico’s.

En bricoleer. Verzamel bizarriteiten, onmogelijke gebeurtenissen. Lees literatuur (je weet wel, boeken met een fictief verhaal). Bouw je eigen Museum of Accidents. Want accidents reveal the substance, zei Paul Virilio, ook die van de Black Swan. En lees alle blogs van Rizoomes 😊

Tips van Taleb

De kern voor de crisismanager zit in de vorige paragraaf, maar Taleb vertelt nog veel meer. Ik heb daar een rijtje tips van gemaakt, rijp en groen door elkaar. Conversation pieces.

  • Black Swans hebben te maken met verwachtingspatronen. Je wordt verrast omdat je ze niet verwacht. Dat vraagt om onderzoek naar jouw verwachtingspatronen en verrassingen. Wat dit punt ook betekent: een Black Swan is niet voor iedereen hetzelfde. What normal is for the spider, is chaos for the fly.
  • Of zoals Cruyff dat zo mooi zegt: ervaring is datgene wat je mist als je het voor de eerste keer nodig hebt.
  • De kern van Black Swans is dat ze gebeuren omdat je het niet aan zag komen. Je kende het risico niet, de samenloop van gebeurtenissen niet, niks. Black Swans gaan daarom over anti-kennis, dat wat je niet weet. Vandaar ook de gedachtenexperimenten over de antibibliotheek en het antiboek.
  • Het heeft dus in ieder geval te maken met kennis. Taleb adviseert dus om zwarte zwanen te verzamelen en er zo gevoel bij te krijgen. Dat is precies de gedachte achter het Museum of Accidents. En ook de gedachte achter bricolage.
  • Een essentiële factor is niet zozeer de fout in de voorspelling zelf, maar dat men er niet bewust van is. Sowieso is het lastig om een onverwachte gebeurtenis te voorspellen en op grond van het idee achter alternatieve geschiedenissen en steekproefpaden kun je het altijd wel toevallig goed hebben. Wees dus beducht op achterafvoorspellers.
  • Zorgwekkender is dat we er niet altijd bewust van zijn. Voor crisismanagement is het dus van belang te weten wat je gaat doen als er iets gebeurt wat je niet verwacht. Situation Awareness is daarbij essentieel.
  • Daarbij hoort ook inzicht in de menselijke denkfouten, zoals die van Kahneman’s systeem 1 en systeem 2. En de foutgevoeligheid van snelle expertise in niet valide omgevingen. Vertrouw bij voorspellingen niet op je ervaring bij dingen die bewegen, zegt Taleb. Oftewel, in niet valide omgevingen is het onmogelijk te voorspellen.
  • Wie kun je wel vertrouwen? Experts in valide omgevingen, oftewel stilstaande domeinen waarin een stimulus altijd dezelfde respons geeft. Dan hebben we het over vakmanschap.
  • Maak bij ervaring verschil tussen het voorspellen van black swans en het managen van black swans. Voorspellingservaring is waardeloos, manage-ervaring is waardevol. Hoe meer mensen ervaring hebben, hoe meer tegenslag ze overleefd hebben.
  • Waar het gaat om voorspellingservaring moet je wel onderscheid maken tussen de fast burning crisis, het plotselinge incident, en de creeping disaster. Zie de incubatieperiode van Barry Turner. Creeping crises awareness vraagt om goede situation awareness.
  • Platoniciteit is dat we meer denken te begrijpen dan we daadwerkelijk doen. Platoniciteit is dat we ook denken dat we meer kunnen dan dat we doen. De platonische breuklijn tussen de werkelijkheid en jouw verwachtingen is de wieg van de zwarte zwaan, schrijft Taleb. Dat is wat ik Fundamental Surprise noem.
  • Mensen zijn geneigd naar bevestiging te zoeken van hun hypotheses. Maar je moet het omgekeerde doen: zoeken naar waar het faalt. Dat is precies waar Chronic Unease over gaat: een gevoel aankweken dat je zoekt naar fouten, niet naar bevestiging.
Taleb gaat uitgebreid in op wat hij Mediocrestan noemt en Extremistan. In Mediocrestan komen nauwelijks Black Swans voor, in Extremistan heel veel. Mediocrestan is wat past bij de natuurlijk geëvolueerde mens, Extremistan is complexiteit en counter intuïtief.
  • Verder worden mensen bedot door verhalen. Narratieve misleiding noemt Taleb dat. Wij hebben de neiging om met verhalen de wereld begrijpelijk te maken. In de wereld waar wij uitkomen, door Taleb Mediocristan genaamd, is dat ook logisch. Daar komen ook geen Black Swans voor, in ieder geval nauwelijks. Misschien af en toe een vulkaanuitbarsting of zo. Onze biologische bedrading, gevormd door eeuwen van natuurlijke selectie, heeft ons zo ingericht dat we hebben leren te overleven in Mediocristan. Dat is wel een valkuil voor Extremistan.
  • Want in Extremistan komen wel Black Swans voor. En ook steeds meer. Volgens Taleb zal het aantal Zwarte Zwanen toenemen. Dit punt lijkt een paradox. Als je Zwarte Zwanen niet kunt voorspellen, hoe weet je dan het er meer worden? Eigenlijk omdat we steeds meer in Extremistan leven. Maar het aantal zegt verder niets over de verschijningsvorm. Die blijft onvoorspelbaar.
  • Onze aandacht is gericht op afwijkingen, voor afwijkingen wordt je biologisch beloond. Maar niet alle afwijkingen zijn relevant. Hoe meer afwijkingen zich voordoen, hoe minder relevant ze per stuk worden. Er ontstaat steeds meer ruis en minder informatie. Dit is wat social media met ons doet: al die posts zijn een afwijking, alles wordt opgevangen, alles strijdt om aandacht, jouw aandacht. Maar eigenlijk is het ruis. Daardoor verlies je het zicht op het geheel. Dat is wat Extremistan met je doet.
  • Die afwijking obsessie is gebaseerd op onze intuïtie van de lineariteit, zorgvuldig geboetseerd in Mediocristan. Maar niet-lineaire processen, zoals exponentiële ontwikkeling en kwadratenregels, passen niet bij ons buikgevoel. Daardoor maken mensen steeds fouten in het beoordelen van creeping disasters en disruptions. Wat begint als een kleine afwijking, slaat op zeker moment om naar een onbeheersbaar proces.
  • Taleb noemt ter illustratie vier zwarte zwanen van een groot casino in Las Vegas:
    • een schadevergoeding van 100 miljoen omdat bij de tijgershow van Siegfried & Roy iemand ernstig verminkt raakte
    • Een grote schade door een aanslag van een aannemer die het niet eens was met een schadevergoeding die hij had gerkegen
    • Een grote boete omdat een medewerker verplichte formulieren aan de toezichthouder jaren lang verstopte in een doos onder zijn bureau
    • Een eigenaar die geld verdonkeremaande om het losgeld van zijn ontvoerde dochter mee te betalen
Seneca

De meest essentiële vraag die je aan jezelf moet stellen is: waar heb ik het mis? Waar laat ik me door mijn zelfverzekerdheid om de tuin leiden? Als ik heb geleerd dat alles een normaalverdeling is, hoe laat ik die gedachte dan los? Als ik heb geleerd dat je altijd de deur moet dicht houden bij brand, wanneer weet ik dan dat het soms beter is om het niet te doen? Hoe weet ik dat dit een uitzondering is die de regel niet bevestigt?

Het zijn vragen die thuis horen bij prohairesis, de kunst van het je voorbereiden op jezelf. Ik voeg hem daarom toe als de twaalfde vraag aan het blog alle crises ben je zelf.

Deze link met de Stoa is denk ik geen toeval. Feitelijk is het hele boek De Black Swan een vorm van prohairesis. Je wordt tijdens het lezen continu met jezelf geconfronteerd. Ik sluit dan ook graag af met de woorden van Seneca, zoals door Taleb opgetekend. Want Seneca ondertekende al zijn brieven met ‘vale’. Vale wordt vaak vertaald met gegroet, of tot ziens. Maar dat is niet terecht, zegt Taleb. Volgens hem betekent het wees waardig, wees sterk. Ik zeg dan ook: vale!


Dit is de tweede bespreking over de Incertoreeks. Taleb’s Toeval was de eerste. Eerdere blogs over Taleb’s gedachtengoed zijn het Antiboek van Yevgeni Krasnova, de Antibibliotheek, De strategie van de Hydra en Vulkaanuitbarstingen.

Het antiboek van Yevgeni Krasnova

Leestijd: 4 minuten

Misschien bestaat het antiboek niet eens, dacht ik toen ik dit stukje had geschreven. Maar eigenlijk gaat dit blog ook over wat anders. Over denken. Want dat is het belangrijkste gereedschap van de crisismanager, denken. En daar dan de scheppende variant van, met creativiteit en doelgerichtheid.

De schrijfmachine mijmert gekkepraat. Lees maar, er staat niet wat er staat.

martinus nijhoff

Zie jezelf eens als kok. Je belangrijkste doel is om een maaltijd op dat bord te krijgen binnen een redelijke tijdspanne. De ervaren kok doet het misschien uit zijn hoofd, anderen pakken er een recept bij. Maar altijd is er sprake van de twee hoofdbestanddelen uit de strategie van de toevallige kans, bricolage en momentum.

Met bricolage verzamel je de ingrediënten, spulletjes en de mensen die je nodig hebt om het gerecht te realiseren. En momentum is het op het juiste moment bij elkaar (laten) gooien van al die dingen. Dat is wat koken is, bricolage en momentum. Net als crisismanagement dus.

Het antiboek van Yevgeni Krasnova
Het antiboek van Yevgeni Krasnova

Helaas zijn er altijd mensen die koken verwarren met eten en het juiste bestek. Niet dat bestek onbelangrijk is, dat niet, maar het is geen koken. Wee de kok die complimenten krijgt voor zijn messen en lepels, niet voor de maaltijd. Nog nooit ging ik naar een restaurant terug voor de mooie bordjes.

Precies zo moet de crisismanager zich vooral bezig houden met het oplossen van het probleem en zich daarna pas afvragen of ie volgens de wet wel bindende aanwijzingen had mogen geven aan andere diensten als leider COPI. Leuk, beschouwingen over wet- en regelgeving, maar het zijn verhalen over bestek. Eerst maar eens leren koken.

Zelf ben ik een oude kok die kookboeken spaart en daar receptjes uit haalt om een stukje over te schrijven of te vertellen. Zo af en toe kook ik zelf ook nog wel eens wat, maar in de loop der jaren is mijn interesse daarin vooral gegroeid richting de uitzonderlijke verrassingsgerechten met veel impact. Zwart gevogelte, alhoewel je altijd pas achteraf weet of het dat was of niet.

Yevgeni Krasnova

Ik heb nog lang niet al mijn kookboeken gelezen, ze puilen ongelezen de planken van mijn boekenkast uit. Dankzij Taleb zie ik de antibibliotheek tegenwoordig als een onderzoeksinstrument. Daardoor weet je wat je niet weet, het is je known unknown. Hij schrijft er over in het eerste deel van The Black Swan en ik vond het voor crisismanagers zo’n interbolegerend concept dat ik er dit blog over maakte. Want dat is wat crisismanagers moeten doen, interbolegerende concepten bricoleren. Je weet maar nooit wanneer je er wat aan hebt.

In hoofdstuk 2 van The Black Swan begint Taleb vervolgens over de schrijfster Yevgeni Nikolayevna Krasnova (YNK). Zij zou een Frans Russische neurologe zijn die een bestseller had geschreven die door alle gerenommeerde uitgevers over het hoofd was gezien. Hier fronste ik mijn wenkbrauwen. Mijn known unknown is redelijk op orde, maar van Yevgeni Krasnova had ik nog nooit gehoord. Even googelen dus.

Al gauw ontdekte ik dat Yevgeni Krasnova inderdaad niet bestaat. Het is een fictief personage, verzonnen door Taleb die nogal geheimzinnig doet over zijn inspiratiebron. Grappig genoeg bleek haar boek, A Story of Recursion, wel te koop bij Amazon. Alleen is het geen echt boek, maar een zogeheten dummy; 153 pagina’s leeg papier, gelinieerd. Het is een antiboek, het antiboek van Yevgeni Krasnova.

Antiboek

Acht lezers hadden een beoordeling van het antiboek gegeven. Vier met vijf sterren, en vier met één. Daarmee werd het gemiddelde een drie, volgens Amazon, een getal waar Taleb zelf ook wel wat van zal vinden. De bijbehorende commentaren zijn heel grappig, vooral die van een zekere Sophie uit Duitsland. Al weten we niet of Sophie echt bestaat natuurlijk. You Never Know (YNK)

This is a scam. It’s a notebook and not the actual book.

Sophie

Goed.

Taleb zelf gebruikt de term antiboek trouwens niet. Mijn redenering was dat als een kast met ongelezen boeken een antibibliotheek is, een niet geschreven boek een antiboek is. Toch twijfelde ik daar na enige tijd weer over. Is een niet geschreven boek wel hetzelfde als een niet gelezen boek? Is niet-zijn hetzelfde als niet-weten? Is de absence of evidence de evidence of absence?

Bij die vraag aangekomen herinnerde ik me een oud artikel uit de liminale fase tussen de typemachine en de tekstverwerker in, ik geloof dat het van Hofstadter was. Het ging over leegte. Zeker weten doe ik dit trouwens niet. In mijn geheugen worden namelijk steeds meer letters vervangen door spaties.

Volgens Hofstadter is een leeg vel, een A4, niet meer leeg als je het in de tekstverwerker vol hebt getypt met spaties en daarna uitgeprint. Waar bij een typemachine de spatie namelijk echte leegte is, een fysieke verschuiving van de wagen zonder aanslag, is het bij een tekstverwerker een symbool voor leegte; een iets dat de uitdrukking is van niets.

Printscreen van de customer reviews. Mooie minimax verdeling.

Terug naar mijn antiboek van Yevgenia Krasnova. Ik bladerde er door heen, door al die lege pagina’s, en bedacht me dat een volledig ongeschreven boek een unknown unknown is. Je weet niet wat er niet geschreven is. Dit exemplaar daarentegen was wel bekend, het was The Story of Recursion, dat echter niet geschreven was. Dat maakte het een unknown known.

De kok in mij vond het inmiddels welletjes. Er zijn slechts twee soorten maaltijden, zo zei hij, de gegeten en de ongegeten. Zo zijn er ook maar twee soorten boeken, de gelezen en de ongelezen. Er zijn dingen die je weet en dingen die je niet weet. Dat wat je weet kun je gebruiken, wat je niet weet kun je niet gebruiken. De rest is geleuter.

Het antiboek van Yevgeni Krasnova paste overigens prima in mijn antibibliotheek, er waren nog genoeg lege planken over.

Taleb’s toeval. Een boekrecensie

Leestijd: 8 minuten

Taleb’s toeval is een bespreking van het eerste deel uit zijn Incerto reeks, ‘Misleid door toeval’. Ik las het 15 jaar geleden ook al eens en was benieuwd wat er was blijven hangen. Het antwoord daarop is paradoxaal: zowel heel veel als heel weinig. Veel, omdat het meeste wat ik las inmiddels wel gemeengoed is in het vakgebied. Weinig, omdat ik bij sommige stukken dacht het echt voor de eerste keer te lezen, zo onbekend kwam het mij voor. Zoals de waarschuwing van Solon. Een uitstekende metafoor voor Taleb’s toeval.

Wat me echter in het boek het meest van alles trof was de toon van de Stoa die tussen alle regels door naar buiten kiert. De kern van het Stoïcijns gedachtengoed is immers dat je beperkt invloed hebt op de dingen die gebeuren en dat je de rest maar moet accepteren. Zo kijkt Taleb ook naar toeval. De meeste dingen gebeuren gewoon; als het goed uitpakt heb je geluk, als het slecht uitpakt heb je pech.

Dat is geen boodschap om dan maar niets te doen en af te wachten wat er verder gebeurt. Dat er veel afhankelijk is van toeval betekent namelijk niet dat je een slachtofferrol moet aannemen en je alles maar moet laten overkomen. Dan eindig je zeker onderaan het rijtje.

Taleb's toeval

De boodschap van Taleb’s toeval is wel dat je niet veel anders kan doen dan je best, met de goede intenties als een solide basis. Mocht dat succes opleveren, denk dan niet dat het dankzij je geweldige strategie is gelukt. Er had net zo makkelijk een alternatieve geschiedenis kunnen plaatsvinden met een hele andere afloop. Ook dat was dan niet dankzij jou. Je kunt dus zowel pech als geluk aan niemand verwijten; het gebeurt gewoon. Zwarte eenden en grote ego’s daargelaten natuurlijk, maar daarin zitten niet de beste intenties. Dus die tellen niet bij Taleb’s toeval.

Solon’s waarschuwing

Maar laten we eerst nog eens kijken naar Solon’s waarschuwing, want daarin ligt de kern van Taleb’s toeval. In wat nu West Turkije is en vroeger Lydïe heette woonde een steenrijke koning, Croesus. En daar was ie maar wat trots op. Van iedereen wilde hij bevestiging dat zijn rijkdom hem tot de gelukkigste man op aarde maakte. Alleen van Solon kreeg hij die erkenning niet, tot zijn grote irritatie. Volgens Solon kon een mens namelijk op elk moment getroffen worden door tegenslagen, ook al was hij nu welvarend en gezien. Heb dus geen bewondering voor iemands geluk, dat in de toekomst nog kan veranderen. “Want de toekomst is onzeker en onberekenbaar, zodat alleen hij gelukkig mag worden genoemd aan wie de godheid tot aan zijn levenseinde voorspoed heeft geschonken.”

Daarmee was het verhaal nog niet afgelopen. Want later werd Croesus verslagen door Cyrus, de koning van Perzië. En terwijl de brandstapel in gereedheid werd gebracht riep Croesus luid: “Solon, je had gelijk.” Waarop Cyrus wilde weten wat dat te betekenen had en naar verluidt was Cyrus van dat verhaal zo onder de indruk dat hij Croesus in leven liet, in het besef hoe ongewis het lot van een mens is.

Ik denk dan ook dat Taleb’s toeval vooral het besef is dat je maar een klein radertje bent in een groot geheel, wiens leven meer door pech en geluk wordt bepaald dan je eigen superioriteit.

Of zoals Yogi Berra het zei: it ain’t over untill it’s over.

Dat zie je dan weer terug in de laatste paar minuten van een wedstrijd als het er om spant. Iedereen volle bak erin, druk opbouwen, het wordt een flipperkast, alles schiet alle kanten op, doelpunt! Toeval kun je afdwingen in de snelkookpan omdat je extra gebeurtenissen creëert door te versnellen en momentum pakt om te scoren. In dit blog over de strategie van de toevallige kans lees je er meer over.

Ongevallen

Terug naar Taleb’s toeval. Wie onderzoek heeft gedaan naar dodelijke ongevallen zal ongetwijfeld zijn aangelopen tegen alle toevallige omstandigheden die zich afgespeeld hebben vlak voor en tijdens het fatale incident. Mensen misten op het laatste moment het vliegtuig, ruilden hun plek met iemand voor een andere vlucht, liepen de dienst voor een collega; je kan het zo gek niet bedenken of er is altijd wel een persoon die toevallig wel of niet op de plaats des onheils was.

Een voorbereide geest heeft het geluk aan zijn zijde, zei Makaya McCraven op het North Sea Jazz. Een mooie interpretatie van één van Seneca’s regels: Luck is what happens when preparation meets opportunity.

Dat toeval ervaren de meeste mensen ook bij hun eigen near misses, bijvoorbeeld bij auto-ongevallen. ‘Als ik nou iets eerder of later was vertrokken, wat zou er dan gebeurd zijn?’ Taleb noemt dat alternatieve geschiedenissen: er hadden heel veel dingen kunnen gebeuren, ook dat wat niet is gebeurd. Sterker nog, er is meer niet gebeurd dan wel had kunnen gebeuren.

Het is soms aanleiding voor een filosofische bespiegeling over al die keren dat het net wel of net niet raak was en wat een geluk of pech je soms hebt. Daarna is het al weer gauw business as usual en pakt iedereen de controle over zijn leventje weer terug. Dat toeval was toeval.

Remember that all we have is “on loan” from Fortune, which can reclaim it without our permission—indeed, without even advance notice.

seneca

Er is wel een kleine nuancering nodig bij dat toeval. Als je besluit om naar de supermarkt te gaan en boodschappen te doen, dan zal in de meeste gevallen het succes niet heel erg van toeval afhankelijk zijn. Maar als je kijkt naar een geheel leven, in hoeverre ben je dan verantwoordelijk voor je succes? Is succes jouw eigen verdienste, of is het afhankelijk van toeval? Van wie je tegen kwam, wie je hielp, je een kans gaf? Van wat er toevallig voorbij kwam terwijl jij er net aanwezig was? Dat de economie net aantrok toen jij CEO was?  

Wat had er allemaal ook nog kunnen gebeuren? Welke levenslooppaden waren net zo goed mogelijk geweest? Taleb noemt dat steekproefpaden. Onzichtbare geschiedenissen die je kunt opvatten als scenario’s in de tijd, met wisselende uitkomsten, waarvan degene die is gerealiseerd de enige zichtbare is en daarom vaak als meest waarschijnlijke wordt gezien.

Alternatieve geschiedenissen en steekproefpaden zijn bij Taleb’s toeval eigenlijk hetzelfde. De eerste gaat over wat er had kunnen gebeuren, de tweede over wat er zou kunnen gebeuren. De eerste is te zien als een analyse, een reflectie op wat is gebeurd, een ongevalsonderzoek. En de tweede is een hypothese over wat er in een bepaalde situatie allemaal mogelijk is. Scenariodenken.

Popper

Wat nu de cruciale denkfout bij dit soort analyses is volgens Taleb, is wat hij de survivor bias noemt. Mensen zien slechts het scenario wat overblijft of zich daadwerkelijk heeft afgespeeld. Wat er niet is gebeurd, zien ze niet. Wat je niet weet, betrek je niet in je scenario-analyse. Dat is de kern van de gedachte achter de Black Swan: dat wat je niet weet, bepaalt net zo goed wat er kan gebeuren.

Daarom is Taleb ook zo gecharmeerd van de antibibliotheek: die maakt zichtbaar wat je niet weet door de hoeveelheid ongelezen boeken die je hebt. Daarmee wordt de unknown unknown een known unknown en verklein je de kans op een verrassing.

Rizoomes Antibibliotheek
Mijn eigen antibibliotheek

De basis van dit gedachtegoed is gelegd door de wetenschapsfilosoof Karl Popper. Hij benoemde inductie als centraal probleem van de wetenschap. Je kunt niet op de waarneming van duizenden witte zwanen vaststellen dat er geen andere kleur zwaan is. Met één zwarte zwaan is de theorie van de witte zwaan dus gefalsifieerd.

Volgens Popper geldt dit uiteindelijk voor alles. Je kunt nooit met 100% vaststellen dat iets waar is, omdat je niet weet wat je niet weet. Er blijft dus altijd onzekerheid, incerto op z’n Latijns, en met die onzekerheid zullen we moeten leren leven. Maar door het leggen van een miljoen steekproefpaden maak je de onzekerheid wel kleiner.

Ergodiciteit

Dat laatste is ook de reden dat Taleb zweert bij gebruiken en gerechten die door de tijden heen overeind zijn gebleven. Van alle mogelijke dranken zijn koffie, thee, wijn en bier gebleven, om maar een paar voorbeelden te noemen. Als een geschiedenis maar lang genoeg duurt selecteert het vanzelf de scenario’s die overleven. Ergodiciteit, noemt Taleb dat.

“Mensen die ondanks hun kwaliteiten pech hebben in het leven zouden uiteindelijk boven komen drijven. (..) Elk van deze personen zou dus weer uitkomen bij zijn langetermijneigenschappen.”

Dit is waarom ervaring zo belangrijk is. Die mensen hebben al veel toevallige omstandigheden overleefd en weten hoe je daarmee om moet gaan. Nieuwe dingen moeten zich eerst nog maar zien te bewijzen; negen van de tien startups gaat failliet. De tien die het wel redden zijn dus niet de norm, maar omdat ze zichtbaar succesvol zijn denken mensen dat wel.

Vervolgens verschijnen er allerlei boekjes van ‘deskundigen’ met de tien beste tips voor start-ups, de zeven beste eigenschappen van succesvolle leiders en ga zo nog maar even door, die met hindsight bias zijn geschreven. Achteraf gereconstrueerd dus, op basis van een hele kleine kans. Een black swan. Over hen spreekt Taleb in weinig vleiende woorden, oplichting is nog een positieve kwalificatie.

Wat te vinden van Taleb’s toeval

Geen mens stapt twee keer in dezelfde rivier, zei Heraclitus, en dat is precies mijn ervaring bij herlezing van Misleid door toeval. Ik vond het eerlijk gezegd best een kluif om tot dit blog te komen. Steeds weer vroeg ik me af of ik het goed had begrepen, of Taleb het wel goed had begrepen en of we het samen eens dan wel oneens waren. Voor zover dat overigens relevant is.

Wat je nu op je beeldscherm hebt staan is wat ik er op dit moment van vind. Maar indachtig Popper, niet voor 100% omdat ik niet weet wat ik niet weet. In die zin heb ik beter begrip van de black swan gekregen en hopelijk heb ik dat ook in dit blog duidelijk kunnen maken. Hierna ga ik de Black Swan herlezen, dus daar kom ik zeker nog wel op terug.

Het lezen zelf vond ik geen onverdeeld genoegen. Taleb heeft een moeizame schrijfstijl met een belerend toontje, waar je je soms echt even overheen moet zetten. Daarbij knalt hij van de hak op de tak, zonder ook maar ergens iets samen te vatten of op een rijtje te zetten. Dat vraagt om zelfredzaamheid van de lezer en een actieve leeshouding. Dit boek lees je dus niet voor je lol op het strand. In ieder geval niet voor de tweede keer.

Maar, the obstacle is the way en in die zin is het toch een geweldig boek. Want Misleid door toeval vraagt ook iets van jou tijdens het lezen en dat alles bij elkaar is wat leren is. Je wordt uitgedaagd na te denken of je het begrijpt, maar ook om het te vertalen naar je eigen praktijk. Dat leidt dan soms tot leuke toepassingen. Bij onderzoek en evaluatie naar ongewenste gebeurtenissen vraag ik bijvoorbeeld expliciet naar waar we geluk en pech hadden: waar zat het toeval?

Als je dus zin hebt in een goede leerervaring dan is dit boek zeker een aanrader. Mocht je echter denken om dit voor de lol even door te lezen dan is het waarschijnlijk een tegenvaller, vooral het eerste en grootste deel. De delen twee en drie zijn makkelijker te lezen maar eigenlijk zit je dan een beetje de samenvatting te lezen van Kahneman’s ‘Onfeilbare Denken’.

Wat mij heel prettig verraste, ik schreef het al, was de Stoïcijnse inslag van het boek. Het heeft mijn begrip van de Stoa verdiept en dat was een onverwachte bijvangst. Ik eindig daarom met een uitspraak van Seneca. Die wist dit boek samen te vatten in één zin nog voor het geschreven was.

In short, the wise man looks to the purpose of all actions, not their consequences; beginnings are in our power but Fortune judges the outcome, and I do not grant her verdict upon me.


Dit is de eerste bespreking over de Incertoreeks. Recensies over The Black Swan en Antifragility gaan nog volgen. Eerdere blogs over Taleb’s gedachtengoed gaan over de Antibibliotheek, De strategie van de Hydra en Vulkaanuitbarstingen.

Dagboek van een detonatie

Leestijd: 7 minuten

Dagboek van een detonatie is een boekrecensie van ‘Beirut 2020’ en onderdeel van het Museum of Accidents. Collapse of a civilization is de ondertitel en dat is precies waar het over gaat: de langzame detonatie van een samenleving. Van binnen volledig uitgehold door corruptie en incompetentie, gesmoord door de corona epidemie, en aansluitend van buiten afgemaakt door de op twee na grootste niet-nucleaire explosie aller tijden. Als je wilt weten wat crisis is, moet je dit boek van Charif Majdalani lezen.

Libanon en de Levant

Nicholas Taleb, de schrijver van The Black Swan, komt van oorsprong uit Libanon. Al spreekt hij liever van de Levant. Voor hem is de landstreek namelijk belangrijker dan de staatkundige definitie, volgens welke Libanon pas bestaat sinds 1920. De inwoners van de Levant hadden daarvoor al honderden jaren in een multiculturele samenleving gewoond, grotendeels gebaseerd op een levendige handel in het Middellandse Zeegebied.

In de jaren zestig was het zelfs dé place to be.

dagboek van een detonatie
Beirut in 1950. Foto Willem van de Pol, ANP.

“It attracted a collection of spies (both Sovjet and Western), prostitutes, writers, poets, drugdealers, adventurers, compulsive gamblers, tennis players, apres-skiers and merchants – all professions that complement one another.”

Iedereen gedroeg zich of ie in een James Bond film speelde, schrijft Taleb. Tot 1975. Toen begon er een stadsoorlog in en rond Beirut die vijftien jaar zou duren.

The Lebanese ‘paradise’ suddenly evaporated, after a few bullets ad mortar shells. A few months after my jail episode, after close to thirteen centuries of remarkable ethnic coexistence, a Black Swan, coming out of nowhere, transformed the place from heaven to hell.

nicholas taleb

Dat is ook de herinnering uit mijn jeugd. Regelmatig was Libanon op het nieuws door nieuwe aanslagen, zo vaak zelfs dat de oorlog daar tot een soort van achtergrondruis verwerd. Het viel niet eens meer op, ook niet dat er vanaf 1990 een betrekkelijk rustige periode was begonnen. Libanon zat gewoon niet meer in mijn systeem, al wist ik nog wel dat de enige hoop op een hernieuwd paradijs, Rafic Hariri, in 2005 was vermoord door de Syriërs.

Tot die enorme detonatie in de haven van Beirut, op 4 augustus 2020, een nieuwe Black Swan was geland. Hoe was het zover gekomen?

Dagboek van een detonatie

Charif Majdalani schreef daar een dagboek over, met als voornaamste onderwerp de instorting van de maatschappij waarin hij leeft. Daar was hij trouwens al mee begonnen voor de detonatie plaatsvond. Het ging hem daarbij vooral om wat er in die zomer van 2020 allemaal gebeurde en wat hij zag als een collapse of a civilization. Ook al lijkt zijn relaas eerst nog vredig van start te gaan, met deze beginzin.

“We walked over to the olive trees, he and I. There were three of them, and some little holm oaks. On the horizon, to the east and the south, you could see mountain ridges, and in the two other directions it was so wide that you couldn’t make out the boundary of the plot. The fellow had offered me another one, with a sea view, and I had replied that I didn’t care. I can look at the sea often enough, every day at home, and if I’m going to be in the mountains I might as well gaze up at the peaks and the canopy of sky above them, with its ballet of stars at night.”

Majdalani vraagt zich af op 1 juli 2020 waarom iemand zo’n mooi stuk grond wil verkopen. Volgens een vriend van hem komt het door de schulden die de huidige eigenaar heeft. Het Libanese pond daalt zo hard in waarde dat iedereen zo snel mogelijk wil afbetalen. Wie geld heeft ziet het verdampen tot vrijwel niets, wie schulden heeft ziet ze stijgen tot onbetaalbare hoogtes.

Ook de banken hebben geen geld meer. Klanten die cash willen opnemen keren onverrichterzake huiswaarts. Wie aan dollars kan komen heeft nog iets, maar moet dat tegen zulke monsterlijke wisselkoersen inruilen in winkels dat ook die uiteindelijk weinig waarde meer hebben. Als er tenminste winkels open zijn, want de Covid epidemie zorgt voor lockdowns die de weinige bedrijvigheid die er is, ook nog eens smoort.

Alles, maar dan ook alles in Beirut is op of stuk. De elektriciteit valt continu uit, stroom is er alleen bij mensen die zelf een generator hebben aangeschaft. En daarvoor extra belasting moeten betalen. Lantarenpalen werken niet meer, net als de verkeerslichten. De Bombardiers voor de bosbrandbestrijding worden niet onderhouden en zijn niet inzetbaar, schoolboeken worden niet meer gedrukt, er wordt nauwelijks nog voedsel verbouwd, gebouwen worden niet afgemaakt.

Majdalani beschrijft de oplopende problemen in korte hoofdstukjes van twee tot drie bladzijden. Bij elkaar tellen de misstanden en het onheil op tot een volledige detonatie van de samenleving. Niet op de kunstmest manier met één grote klap, zo lijkt hij duidelijk te maken, maar langzaam elke dag een beetje. Elke dag gaat er iets nieuws stuk, verdwijnt of is opeens heel duur geworden. Alle bouwstenen van het systeem dat je vertrouwt vallen weg, stuk voor stuk, zodat je je gaat afvragen waar het ophoudt. Of het überhaupt ergens eindigt.

Is er wel een bodem onder ellende, zo vroeg ik me bij het lezen af. Kan het alsmaar slechter? Ja, dat kan, zo bleek, als er een pandemie over je heen rolt. De informele economie die de mensen zelf hadden opgericht, de handeltjes en klusbedrijfjes, allemaal bedoeld om te kunnen overleven in hun instortend systeem, het werd in één klap vermorzeld door de lockdown. Een detonatie komt niet zelden in tweeën, zo blijkt, ook niet als het maar heel langzaam ontploft.

Black Swan

En dat het langzaam ging is wat Majdalani in zijn boek beschrijft, met de natievorming van 1920 als startpunt. Toen was er nog sprake van hoop, van een samenleving die zich afficheerde als het dubbele niet: geen westers land, maar ook geen moslimland. Na de onafhankelijkheid in 1945 ging het langzaam bergafwaarts, misschien dat Barry Turner het een incubatieperiode zou noemen.

“At the time we were like people living at the foot of a volcano, cultivating our fertile land, working hard to get rich, enjoying the good times, while hearing the regular roars from the belly of the earth, feeling the tremors under our feet, and paying no heed, just shrugging and pretending that it had always been this way and will bef or a long time yet. Until the day it was all gone.

Zo bezien is de instorting van Libanon geen Black Swan, noch een fundamental surprise. Het is geen achteraf voorspelling, noch hebben te grote ego’s het zicht op de werkelijkheid ontnomen. Wel is er sprake van een langdurig ontkennen, het niet willen zien, negeren van wat er gebeurt. In de hoop dat het misschien vanzelf overgaat, terwijl ze ondertussen overleven met hun eigen informele economie.

“For several decades, they thought that this might also serve as a model, before they understood that a world where the banks and the super wealthy seek to manage the life of ordinary citizens bij depriving them of any official recourse to government was a complete disaster on all levels – be it social, economic, urban, or ecological. In this way as well, Lebanon’s recent history and collapse might serve as a forewarning and alarmbell fort he entire planet.”

In zo’n fragiel systeem is het wachten op de genadeklap. En die kwam op 4 augustus 2020. Eerst was er brand in een opslagloods, er lijkt vuurwerk opgeslagen te liggen als je de filmbeelden ziet. Dan, acht minuten later, detoneert de 2750 ton ammoniumnitraat. Een gigantische klap met een enorme drukgolf veroorzaakt meer dan 200 doden en 6000 gewonden. Duizenden gebouwen storten in. Alsof de instorting van de economie en corona nog niet genoeg was.

Niets gaat vanzelf over

Dat het ammoniumnitraat daar lag was al een verhaal op zich. Rond 2013 was het aangekomen in de haven in een Russisch schip met motorproblemen. Daarna werd het schip aan de ketting gelegd omdat het niet meer zeewaardig zou zijn. Vervolgens trokken de eigenaren al gauw hun handen er vanaf en lag het schip met zijn explosieve lading een jaar in de haven.

Na ingrijpen van een rechter werd het ammoniumnitraat in 2014 overgebracht naar een loods in de haven, die daar totaal ongeschikt voor was. Meer dan zes jaar bleef het er liggen en op enkele douanebeambten na, die brieven bleven schrijven over de onverantwoorde risico’s, deed niemand er wat aan. Alsof iedereen dacht dat het vanzelf wel weer weg zou gaan, zoals het ook vanzelf gekomen was.

Majdalani’s dagboek van een detonatie laat echter zien dat niets vanzelf overgaat, vanzelf worden de dingen alleen maar slechter. Als je wilt dat er iets verandert, verbetert, dan moet je ingrijpen. Verantwoordelijkheid nemen.

Zijn verhaal is daarom een aanklacht tegen de corrupte overheid die dat allemaal naliet en tegen het recht van de sterkste die slechts zichzelf verrijken. Het is daarom ook een pleidooi voor de democratische rechtsstaat. Op een nog indringender wijze dan Tjeenk Willink al in zijn boek liet horen.

Beirut 2020 is al met al een indrukwekkend verhaal dat ook nog eens prachtig is geschreven. Elke crisismanager zou het moeten lezen omdat het ook over onszelf gaat en hoe wij omgaan met onze fragiele systemen. Met daarin die ene prangende vraag: wanneer dacht jij dat het vanzelf wel over zou gaan?

Update 18 april 2022

De oorlog in Oekraïne maakt de problemen van Libanon nog groter, schrijft de Volkskrant op 15 april. Door het graantekort moet het brood op rantsoen. De bakkers verkopen nog maar twee zakken per gezin. Toch is dat niet het hele verhaal, zo blijkt uit het artikel. De Volkskrant citeert een inwoner die in de rij bij de bakker staat.

“Deze propaganda is kunstmatig gecreëerd, zodat de regering de prijzen kan opdrijven. Het zijn allemaal leugenaars, en iedereen verdient eraan, ook de meelfabrieken en de bakkerijen.”

Wat er gebeurt is dat tussenhandelaren de prijzen opdrijven door de tussenvoorraden kunstmatig klein te houden en niet uit te leveren. De cynische wijsheid dat er in tijden van schaarste grof geld te verdienen valt, is in Libanon al jaren dagelijks zichtbaar.

“Vorige zomer stonden er urenlange rijen bij de pompstations: niet omdat de benzine op was, maar omdat lepe tussenhandelaren de voorraad opspaarden en zo de prijs kunstmatig opdreven.”

Niet dat ik twijfelde, maar het verhaal uit de Volkskrant maakt het boek van Majdalani nog urgenter dan het al was. Er is inderdaad niets vanzelf over gegaan.

De antibibliotheek

Leestijd: 7 minuten

Een antibibliotheek is een verzameling van ongelezen boeken, hoe groter hoe beter. De betekenis ervan moet je niet onderschatten, volgens Nicholas Taleb, want het wijst je op dat wat je niet weet. En dat is belangrijker dan de kennis die je wel hebt, als je tenminste het fenomeen van de Black Swan wil begrijpen.

De eerste update van dit blog is gedaan op 11 juni 2022 en staat onderaan de pagina. Over de Library of Unread Books en vergeten boeken als antibibliotheek. De tweede update is van 25 juni 2022: Post uit Singapore.

De wereld is vol dierbare boeken die niemand leest

umberto eco

Vanochtend werd er een stapeltje dichtbundels van Cees Nooteboom bezorgd. Het waren oude boekjes, stuk voor stuk al lang niet meer verkrijgbaar. En ook nog eens met een handtekening van de schrijver, wat wil een verzamelaar nog meer?

Nou, kastruimte. Er is een lineair verband tussen een overschot aan boeken en een tekort aan planken om ze op te bergen. Ik dook dus in mijn bibliotheek en met wat geschuif had ik weer een mooi plekje gecreëerd voor de dichtbundels van Cees. Nou moest ik alleen nog ‘Afscheid’ verplaatsen, van de Nooteboom-rij naar het nieuwe gedichtenplankje. Dan was de natuurlijke orde in de boekenkast weer hersteld.

En daar, aan het eind van de lange Nooteboom-rij, hervond ik tot mijn verrassing een ingepakt exemplaar van Philip en de anderen. Het is een 25 jarige jubileumeditie die zo’n 30 jaar in de magazijnen van de uitgever had gelegen en nu ruim een jaar in mijn bibliotheek staat.

Antibibliotheek

Of antibibliotheek, kan ik misschien beter zeggen. Want Philip en de anderen is niet het enige boek dat ik niet gelezen heb en waarschijnlijk nooit zal lezen.

Daar zit ook de schoonheid in van de antibibliotheek. Die confronteert ons letterlijk met wat we nog niet weten, met wat we misschien vergeten zijn maar wel weer terug kunnen vinden. Als je maar zoekt.

Tsundoku is de kunst van het opstapelen van ongelezen boeken. De term komt origineel uit de Meiji periode (1868-1912).

Volgens Taleb, die de term antilibrary heeft gemunt in zijn boek The Black Swan’, zegt het niet-gelezene meer over wat mensen weten dan al die boeken die ze wel uit hebben. Veel mensen overschatten daardoor hun kennis en onderschatten dat wat ze niet weten. Dat leidt er toe dat ze zich steeds opnieuw laten verrassen door ongewenste gebeurtenissen, die ze dan achteraf gaan verklaren: het met de kennis-van-nu-syndroom.

Taleb adviseert om zo veel mogelijk boeken te kopen als je financiële middelen toelaten. “The library should contain as much of what you do not know as your financial means allow you to put there. You will accumulate more knowledge and more books as you grow older, and the growing number of unread books on the shelves will look at you menacingly. Indeed, the more you know, the larger the rows of unread books. Let us call this collection of unread books an antilibrary.”

Rumsfeld Matrix

Via de Rumsfeld Matrix wordt de relatie tussen een Black Swan en de antibibliotheek in één klap duidelijk.

  • Known known. Dat zijn alle boeken die je hebt gelezen en onthouden. In ieder geval op hoofdlijnen. Laten we eens heel ruig rekenen: één boek per week is vijftig per jaar. In twintig jaar tijd lees je dan 1000 boeken. Is dat veel?
  • Unknown knowns zijn de boeken die je hebt gelezen maar bent vergeten. Wat stond er ook al weer in? Het goeie nieuws is dat het er altijd minder dan 1000 zijn. Het slechte nieuws kan je zelf raden.
  • Known unknown. Dat is de antibibliotheek, met alle boeken die je nog niet gelezen hebt. Het is kennis waarvan je weet dat je die nog niet hebt, maar wel zou kunnen hebben. Volgens Taleb moeten het er zo veel mogelijk zijn. Umberto Eco had er 30.000. Gary Hoover heeft er 60.000. Ik spaar dus nog even door.
  • Unknown unknown zijn alle boeken die niet in je antibibibliotheek staan en waarvan je bij veruit de meeste niet eens weet dat ze überhaupt bestaan. Dus daar ergens zwemt ook je zwarte zwaan, in die zee van onbekende boeken.

Boeken zijn niet gemaakt voor degenen die erin geloven, maar om onderzocht te worden. Als we een boek beschouwen, moeten we ons niet afvragen wat het zegt, maar wat het betekent

umbert eco

Regelmatig speur ik door de spelonken van het unknown unknown, op zoek naar nieuwe buit voor mijn antibibliotheek. Hoe ouder ik word, hoe meer ik er vind. Niet omdat het er meer zijn, maar omdat ik ze beter kan vinden.

De groeiende omvang van mijn verzameling laat de betekenis ervan steeds harder schijnen, als ware het een vuurtoren die de weg wijst tussen oneindige rijen ongelezen boeken. Hoe meer je weet, hoe minder je weet.

Hetwelk geen pleidooi is om dan maar te stoppen met lezen.

Dubbele update 11 juni 2022: Library of Unread Books en Vergeten Kennis

Soms dringen de updates zich op als dorstige kauwen bij een waterbak. Vandaag dus twee nieuwe updates. Er blijkt meer over de antibibliotheek te vertellen dan ik dacht.

Library of Unread Books

The Library of Unread Books (LUB) is een kunstinstallatie die in 2016 in Singapore is gestart door Herman Chong en Renée Staal. Ze vroegen mensen om hun ongelezen boeken te doneren aan de LUB, waarna ze daar op lange tafels tentoongesteld worden. Bezoekers mochten er in bladeren, in lezen, ze mochten ze ook ruilen of zelf boeken doneren. Daarna trok de installatie naar Manilla, Milaan en Dubai. En naar Singapore.

Bij de LUB ontbreekt elke directory, tag of indeling. De samenstelling wijzigt continu en aan het eind van de dag is de ongelezen bibliotheek totaal anders dan aan het begin. Maar in de kern nog steeds ongelezen. Daarover had Barthes, in zijn vraagstuk over de Argo al geconcludeerd dat als de naam en de functie hetzelfde blijven elke vernieuwing of verandering toch ook weer niets verandert.

Bladzijde uit het boek dat bij de tentoonstelling in Singapore is verschenen

De LUB deed in 2017 ook Nederland aan, zo vond ik op internet. En wel bij Casco Art Centrum in Utrecht. Daar las ik dat de enorme hoeveelheid ongelezen boeken ook over verdelingsvraagstukken gaat. Want de kennis die in een boek zit, is het bezit van de eigenaar en niet vrij toegankelijk voor mensen met minder geld. Dat is waar het de LUB dus ook omgaat: het beschikbaar maken van kennis.

In het geval van déze specifieke bibliotheek van ongelezen boeken hangt de toegang tot kennis niet af van financiën, en worden de boeken dus teruggebracht naar een gemeenschappelijk inzetbare bron.

Wat ik ook las: als je een boek doneerde kreeg je een bibliotheekpasje en ben je levenslang lid van de Library of Unread Books. Dat heb ik dan weer mooi gemist. Ik heb nog geprobeerd via het museum een wellicht overgebleven pasje te verkrijgen.

Tevergeefs.

Vergeten kennis

De bibliothecaris van de antibibliotheek heeft het in de praktijk net zo druk als die van een reguliere bieb. Er moeten nieuwe aanwinsten worden ondergebracht, random geplaatste boeken worden opeens een thema en sommige ongelezen boeken zijn zo verouderd dat ze weg kunnen. Ook ongelezen kennis veroudert.

Tijdens die werkzaamheden ontdekte ik boeken die ik wel gelezen had, maar waarvan ik totaal vergeten had wat er in stond. Bij sommigen kwam met wat bladeren en lezen wel weer iets boven drijven, maar bij anderen bleef het zwart.

Dat riep een aantal pregnante vragen op:

  • Vormen vergeten boeken ook een antibibliotheek?
  • Wordt uiteindelijk elke bibliotheek een antibibliotheek?

Niet dat zulks iets verandert. Bij dergelijke vraagstukken geldt altijd de wet van Barrie: vooral doorgaan. En dat deed ik.

Update 25 juni 2022: Post uit Singapore

Dit weekend was er post uit Singapore. Een essaybundeltje dat hoort bij de tentoonstelling en tweetalig is gedrukt. Engels en ik denk Maleis. Maar zeker weten doe ik dat niet.

Via het speurwerk van de vorige update had ik namelijk ontdekt dat het boekje bestond. En eigenlijk wilde ik het nu hebben ook, voor mijn mini-verzameling Black Swan boeken inclusief het Antiboek van Yevgeni Krasnova.

Maar hoe kom je daar dan aan? De vaste online leveranciers wisten in ieder geval van niks. Dus daar schoot ik weinig mee op. Via internet achterhaalde ik na enig zoeken twee verkopers. Eentje in Dubai en een andere in Singapore.

Die van Dubai viel al snel af, vanwege mij volledig onbekende manieren van betalen. Hebberigheid is prima, als je je er maar niet door laat verblinden. Daar ging ik mijn creditkaart niet aan wagen.

Dus werd het Singapore, bij een adres dat de STPI Gallery heet. Dat was eigenlijk best grappig, aangezien het STPI ook voor Schiphol Team Plaats Incident staat. Zeg maar een motorkapoverleg. Als je wilt kun je overal betekenis in zien.

Enfin, ik bestelde na lang aarzelen het boekje. Als spannend leven verworden is tot het wel of niet bestellen van een boekje in Singapore gaat er iets mis, bedacht ik mij. En bij twijfel niet twijfelen, dus gaan met die banaan.

Het boekje zelf kostte ongeveer 19 Singaporese Dollars, de verzendkosten waren nog eens het driedubbele ervan. Maar dan had ik waarschijnlijk wel het enige exemplaar van The Library of Unread Books in heel Nederland. Ik drukte op ‘Send’.

Een week bleef het volledig stil.

Toen was er opeens mail.

Dus dat was alvast gelukt. Daarna ging het boekje op reis.

De reis van The Library of Unread Books.

Uiteindelijk was het er dus razendsnel. Uit Singapore. Van Ming Ming.

En nu staat het boekje bij mij in de kast. Ik heb er doorheen gebladerd, beetje scannend wat bladzijden doorgelezen. Althans, de Engelstalige stukken. Die Maleise stukken zijn voor mij natuurlijk onleesbaar. Ik moet maar geloven dat er precies hetzelfde staat als in het Engelse deel.

Nieuw dilemma: is een bibliotheek met boeken uit een onleesbare taal ook een antibibliotheek? Of gaat het er juist om dat je weet wat je niet weet?

Ook interessant: als ik het Engelse deel heb gelezen, heb ik dan ook automatisch het Maleise stuk gelezen? Of is het dan maar voor de helft ongelezen?

Hoe dan ook, ik heb besloten het niet te gaan lezen. Ook het Engelse stuk niet. Net zoals ik ook niet zal schrijven in het antiboek van Yevgeni Krasnova. Sommige zaken moet je in stand houden, of het nu betekenisgeving is dan wel een illusie.

Umberto kan het in ieder geval niks meer schelen.


Aanvullend aan de antibibliotheek is er ook nog dit blog over het antiboek van Yevgeni Krasnova

Kwetsbaarheidsanalyse met de Rumsfeld Matrix

Leestijd: 9 minuten

De Rumsfeld Matrix is een interessant instrument om een kwetsbaarheidsanalyse mee uit te voeren. Elk kwadrant staat voor een categorie aan kwetsbaarheden die de strategische doelen en misschien zelfs wel de levensvatbaarheid van je organisatie kunnen bedreigen. Alles bij elkaar geeft het een beeld hoe je organisatie er voor staat. In ieder geval voor jezelf.

Rumsfeld Matrix

Vorige week overleed Donald Rumsfeld op 88 jarige leeftijd. Twee keer was hij minister van Defensie in Amerika en daar gold hij als één van de haviken. Zo bereidde hij bijvoorbeeld de weg tot de invasie in Irak met de stelling dat daar massavernietigingswapens ontwikkeld zouden worden.

Tijdens een persconferentie op 12 februari 2002 verwoordde hij zijn claim als volgt:

Reports that say that something hasn’t happened are always interesting to me, because as we know, there are known knowns; there are things we know we know. We also know there are known unknowns; that is to say we know there are some things we do not know. But there are also unknown unknowns—the ones we don’t know we don’t know. And if one looks throughout the history of our country and other free countries, it is the latter category that tends to be the difficult ones.

donald rumsfeld

Deze quote over de unknown unknowns werd op slag wereldberoemd. Grote groepen risico-analisten gingen er mee aan de haal en in no time bestond er zoiets als de Rumsfeld Matrix: een assenkruis met twee variabelen over dingen die jij weet en dingen die anderen weten. Soms geparafraseerd als kennis (knowledge), bewustzijn (awareness), risico’s of gebeurtenissen (events).

Dan krijg je bijvoorbeeld zo’n figuur, die ik ook al eens in een eerder blog gebruikte:

Rumsfeld Matrix
Een vorm van de Rumsfeld Matrix

Het interessante was dat Rumsfeld het zelf helemaal niet over een matrix had. Dat was wat anderen er van maakten, waarschijnlijk heeft hij het zelf nooit zo bedoeld.

Er is daarna ook veel gespeculeerd of hij al dan niet expres de categorie unknown knowns in zijn uitspraak heeft vermeden. Dat gebeurde vooral door mensen die in de Rumsfeld Matrix een vorm van het Johari venster zagen. We doen daarom even een uitstapje. Want al dan niet zo bedoeld, ze worden aan elkaar gelinkt.

Johari venster

Het Johari venster is bedacht door Joseph Luft en Harry Ingham en was bedoeld om meer zicht op je eigen kwaliteiten te krijgen. Ook hier draait het om twee variabelen. De ene is wat je over jezelf weet en de tweede is wat anderen over jou weten. Dat levert vervolgens vier kwadranten op.

De open ruimte is vergelijkbaar met de known knowns van de Rumsfeld Matrix. Daar kun je vrij over spreken. De blinde vlek is wat anderen van jou weten, maar jij niet (bewust) over jezelf. Door het vragen en krijgen van feedback wordt die vlek kleiner en de open ruimte groter.

Johari Venster
Johari Venster

Iets soortgelijks geldt voor de verborgen plek. Door (zelf)onthulling wordt de open ruimte opnieuw groter. En dat is wat in veel theorieën over gedrag als belangrijk doel wordt gezien, het vergroten van de open ruimte en het verbeteren van een (werk)relatie.

Overigens kunnen verraad en geheimpjes verklappen ook gezien worden als vormen van onthulling. Dat draagt dan weer minder bij aan een goede relatie.

Het onbekende gebied tenslotte is een beetje een vreemde eend in de bijt. Hij volgt automatisch uit de techniek van een assenkruis maar dat maakt het niet persé logisch. Kan er wel een gebied bestaan dat voor beiden onbekend is? Het onbewuste gebruiken als verklaring vind ik in deze een moeizame oplossing. Ik ga er daarom hier ook niet verder op in.

Tijd om weer terug te gaan naar de Rumsfeld Matrix. Hoe zien de vier kwadranten er uit als je ze los laat voor een kwetsbaarheidsanalyse?

Unknown Unknowns: Terra Incognita

De terra incognita, het onbekende gebied, wordt door velen als de kern gezien van de Rumsfeld Matrix, door zijn uitspraak over de unknown unknowns. Het is echter de vraag of dat in de praktijk ook zo is in termen van rendement. Hoeveel tijd moet je stoppen in unknown unknowns en hoeveel minder kwetsbaar ben je daarna?

Voor Rumsfeld zelf was de unknown unknown gewoon een boef die in het geheim snode plannen zat te verzinnen. Dat was wat hem betreft genoeg reden om de snoodaard in zijn geheel te vernietigen. In de logica van Rumsfeld wordt onbekend gebied uiteindelijk altijd verschroeide aarde.

Toen Taleb kwam met zijn theorie over de black swans was de link met unknown unknown ook weer snel gelegd. Volgens Taleb heeft een black swan drie kenmerken:

  • Hij is onvoorspelbaar voor de beschouwer, er is geen precedent.
  • De impact is enorm.
  • Men probeert de black swan achteraf, met hindsight bias, als voorspelbaar te kwalificeren.

Dat maakt het echter niet zonder meer tot een unknown unknown. Iets niet weten is wat anders dan het onwaarschijnlijk achten. Die stelling categoriseert een black swan dus soms ook als een known unknown.

Dan de fundamental surprise, ik schreef er eerder over in dit blog. Een fundamental surprise is een verrassing die je niet hebt zien aankomen door een gebrekkig zicht op de werkelijkheid. Vaak door een te groot ego of zelfgenoegzaamheid.

In ieder geval ben je het contact met de werkelijkheid zodanig verloren dat je het kunt opvatten als onbekend gebied. Ook die kan je zien als unknown unknown, alhoewel sommige surprises ook een unknown known kunnen zijn. Dan weet je het eigenlijk wel, maar verdring je het. Daar kom ik zo meteen nog op.

Voor de kwetsbaarheidsanalyse met de Rumsfeld Matrix is het kwadrant van de unknown unknown eigenlijk samen te vatten als terra incognita. Je weet het niet, wat en wie zich daar afspeelt. Veel security risico’s, zoals sabotage en aanslagen, zijn daarom unknown unknown.

Toch kan je wel enigszins inschatten of het een groot dan wel klein gebied zal zijn, afhankelijk van je totale risicoprofiel. Voor een handelaar in schoolboeken zal het vermoedelijk kleiner zijn dan voor een luchthaven.

De omgang met unknown unknowns vraagt om creativiteit en innovatie. Misschien zelfs wel transformatie.

Unknown knowns: De biecht

De unknown knowns vormen een pikante categorie. Het bevat risico’s die je zou kunnen weten, maar je kent ze niet echt. Of je wil ze niet kennen. Misschien vindt een organisatie het zelfs onzin en bagatelliseert ze het gevaar.

Hoe dan ook, de unknown knowns maken een organisatie kwetsbaar voor onthullingen. Daarom gaan ze onder de titel van de biecht.

Washington D.C. (Oct. 2, 2003) — Secretary of Defense, Donald H. Rumsfeld responds to a reporter’s question during a Pentagon press briefing. Gen. Myers and Donald Rumsfeld gave reporters an operational update on Operation Iraqi Freedom. DoD photo by Tech. Sgt. Andy Dunaway. (RELEASED)

Waar kan je dan allemaal aan denken? Een onvolledige opsomming:

  • Informatieasymmetrie. Er wordt slecht gecommuniceerd binnen de organisatie. Informatie is handel, stroomt niet naar de juiste plekken, wordt achtergehouden of niet gekwalificeerd als belangrijk voor anderen.
  • Fundamental surprise. Zie hierboven.
  • Reason’s vulnerable organisations. Die hebben allemaal drie kenmerken: blame, denial and the blinkering pursuit of the wrong goals.
  • De zwarte eend. Onmogelijke gebeurtenissen met een grote impact die veroorzaakt worden door stommiteiten, het Dunning Kruger complex en/of failing upwards.
  • Insider threats zoals datadiefstal en spionage

Om een pijnlijke biecht te voorkomen moet je organisatie divers en eerlijk zijn.

Known Unknowns: Onzekerheid

Known unknowns zijn voorzienbare risico’s waarvan je desondanks niet goed kunt inschatten wat je wanneer kan verwachten. Dit kwadrant gaat over onzekerheid. Over dergelijke risico’s zegt men dat het niet de vraag is of het gebeurt, maar wanneer. Een paar voorbeelden:

  • Normal accidents. Conform Perrow. Complexe processen met strakke koppelingen zijn storingsgevoelig. Omdat ze onvoorspelbaar zijn. Maar omdat je kunt bedenken of jouw organisatie gevoelig is voor normal accidents, kun je er wel iets aan doen.
  • Klimaat. Het is bekend dat de klimaatverandering tot extremer weer leidt. Hoe extreem is nog onzeker.
  • Geopolitieke ontwikkelingen. Hoe gaat de wereldpolitiek eruit zien?
  • Afloop van pandemieën.
  • Beschikbaarheid van grondstoffen en energie.
  • Landelijke politieke ontwikkelingen
  • Cyber

Known unknowns bevat risicotypes die nu ook al bij veel organisaties in hun enterprise riskmanagement voorkomen. Om onzekerheid te managen moet je verbinding zoeken en nieuwsgierig zijn.

Known Knowns: De klassieken

Dit is in zekere zin de makkelijkste categorie. Het zijn risico’s die je kunt inventariseren en kwalificeren. Je kunt er getallen aangeven en je kunt er aan rekenen. Er zijn massa’s instrumenten bedacht om de known knowns onder controle te brengen: de Bow Tie, HAZOP en FMEA, om er maar eens drie te noemen. Dit kwadrant zou je ook kunnen zien als het reguliere risicomanagement. Als je dat goed uitvoert heb je het eigenlijk niet over kwetsbaarheden.

Knowns knowns worden wel kwetsbaarheden als je het risico management niet goed of onvolledig uitvoert. Door slechte bedrijfsvoering, onvoldoende kennis of onverschilligheid. Maar eigenlijk zit je dan al weer bij de unknown knowns.

Nog een gevaar: dat je de known knowns verwart met andere kwetsbaarheden en daarom denkt dat je de boel onder controle hebt.

Om de known knowns te managen moet je weten waar je het over hebt. Je moet zorgvuldig en vakbekwaam zijn.

Rumsfeld Matrix: de eerste afrekening

Het was tijdens het schrijven van dit blog dat een aantal ideeën zich pas voor de eerste keer vormde. Ik had eigenlijk gedacht een kort stukje te maken naar aanleiding van het overlijden van Rumsfeld, maar al schrijvende deden zich allerlei vragen voor die ik mij eerder niet gesteld had. Ik kom er dus zeker nog eens op terug. Wat kan ik nu al zeggen over de Rumsfeld Matrix?

  • Het idee van de kwetsbaarheidsanalyse komt uit het business continuity management. Tegelijk zie je hoe lastig het is een mooi scheidslijntje te maken tussen BCM, crisismanagement en risicomanagement. Ik denk dat de Rumsfeld Matrix verbinding kan leggen tussen die disciplines. Vooruit, doen we security en safety er ook bij.
  • Eigenlijk zie je dat alleen de known knowns volledig onder controle van de eigen organisatie kunnen staan. Het merendeel van de kwetsbaarheden uit de andere kwadranten ontstaat dus in interactie met anderen: in je sector, je eigen land, Europa en de rest van de wereld.
  • Kwetsbaarheden kun je, net als crises, alleen managen in interactie met anderen. Je moet je dus aanpassen. Adapt!
  • Een groot deel van de kwetsbaarheden veroorzaak je mogelijk zelf. Organisaties zijn niet alleen slachtoffer, maar ook dader.
  • Als je kwetsbaarheden wilt managen, dan is dit de vereiste capability van je organisatie: vakbekwaam, zorgvuldig, verbindend, nieuwsgierig, eerlijk, divers, creatief en innovatief.

I’ll be back!

Update: Kwetsbaarcoronabeleid zomer 2021

Nog geen vier dagen geleden postte ik een blog over kwetsbaarheidsanalyse met de Rumsfeld Matrix en nu al kwam het kabinet met een prachtige illustratie ervan over de kwetsbaarheid van het coronabeleid. Want het aantal besmettingen liep in een week nogal uit de hand na de versoepelingen van eind juni; het verzesvoudigde naar zo’n 52.000. Niet dat dit niet voorzienbaar was overigens.

Sterker nog, eind juni was de afloop van de pandemie op te vatten als een known unknown. Je hebt de data, de modellen en de kennis over risicomanagement om een realistisch scenario op te stellen. Het RIVM kan dat prima uitrekenen.

Known Unknown

Vervolgens gooi je er de mogelijke complicatie- en escalatiefactoren overheen. Daarmee probeer je in te schatten wat het objectieve beeld uit de modelberekeningen kan verstoren. En dat is nogal wat. Een paar voorbeelden:

  • Alle Field Lab experimenten zijn in een gecontroleerde omgeving uitgevoerd. De versoepelingen vinden plaats in een ongecontroleerde omgeving. Dat heeft dus een negatieve invloed op de betrouwbaarheid van het model.
  • De jongeren zijn ruim anderhalf jaar niet op pad geweest. Die gaan er natuurlijk en masse op uit. Klein dingetje: ze zijn niet gevaccineerd. Wat gaat er gebeuren als je een complete generatie uit de stal in de wei laat die niet gevaccineerd is?
  • Degenen die wel gevaccineerd zijn met Janssen mogen ver voor het bereiken van hun weerstandsgraad al gaan dansen. En zijn dus functioneel niet gevaccineerd.
  • Veel van de feesten en gelegenheden die open gaan hebben de potentie van een superspread event: veel mensen dicht op elkaar in besloten ruimtes.
  • De delta variant is veel besmettelijker dan de eerdere virusstammen.

Kortom, alle variabelen dragen negatief bij aan het besmettingsrisico. Veel reden dus om de teugels voorzichtig te lossen. Eerst maar eens kijken wat er gaat gebeuren en dan pas de volgende stap.

Ook dit is een bekende strategie uit het crisismanagement in complexe omgevingen: probing first. Kijken hoe het systeem reageert, aanpassen en vervolgens continu verbeteren. Net zo lang tot er voldoende kennis is om het vraagstuk als complicated te bestempelen. Ook niet makkelijk, maar wel beter voorspelbaar.

Unknown known

Alles bij elkaar is een gecontroleerde versoepelingsstrategie dus de meest rationele oplossing. Niet de hele bups in één keer lossen, maar stapje voor stapje. Toch is dat niet wat er gebeurd is. Het lijkt er daarom sterk op dat het kabinet in het unknown known kwadrant terecht is gekomen. Door tunnelvisie.

Ook die tunnelvisie is voorspelbaar, zoals ik in dit blog beschreef. Er zijn namelijk vier situaties waarin je bijzonder gevoelig bent voor stress, het verlies van metacognitie en verminderen van je belastbaarheid. Zeg maar slecht zicht en starheid. Daar knap je meestal niet van op. Het gaat om deze vier situaties en ja, die zijn typerend voor crises:

  • Als je iets verwacht
  • Als je iets graag wilt of een heel sterk doel hebt gezet
  • Als je ergens volledig door in beslag wordt genomen
  • Als je iets aan het afmaken bent

Het kabinet is en groupe in die tunnel terecht gekomen, mede onder zware druk van de Tweede Kamer en belangengroeperingen. En dat hebben ze niet door gehad. Ze zijn zichzelf kwijt geraakt. Met als meest overtuigend bewijs dit optreden van minister Grapperhaus.

Ook de persconferentie van Rutte en De Jonge van vrijdag 9 juli vloog gierend uit het spoor. Ze waren kort door de bocht, geïrriteerd en niet bereid tot reflectie.

Maar, zoals ik over de unknown knowns schreef, het is het kwadrant van de biecht. Je moet naar jezelf kijken, naar je ego, je zwakheden en je vooringenomen aannames. De invloed van verzwarende omstandigheden. En dan misschien excuses aanbieden, terugkomen op eerdere standpunten. Dat deed Rutte op maandag 12 juli als volgt.

Ik vond het zelf niet heel overtuigend, deze biecht. Geen maatregelen om het probleem te voorkomen, gewoon door op de ingeslagen weg. Met de kennis van nu zou hij het zo niet gedaan hebben. Maar die kennis om het wel anders te doen was er al die tijd al. Een known unknown. Alleen niet bij het kabinet, kennelijk. Daar was en is het een unknown known. Kwetsbaar.


Dit is deel 9 in een serie over disruptie- en crisismanagement

  1. Kleine taxonomie van de ongewenste gebeurtenis
  2. Dikke BOB is voor Disruptie
  3. De zes B’s van de Dikke BOB
  4. De ellende van complicatie- en escalatiefactoren
  5. Beginselen van disruptiemanagement
  6. Beeldvorming trainen voor de Dikke BOB
  7. De onderstroom van crisis
  8. De VUCA vinklijst voor disruptie en crisis
  9. Kwetsbaarheidsanalyse met de Rumsfeld Matrix

De zwarte eend

Leestijd: 8 minuten

In de wereld van vandaag lopen de domkoppen over van zelfverzekerdheid, terwijl de slimmeriken één en al twijfel zijn

bertrand russel, 1933

De zwarte eend is familie van de zwarte zwaan, beter bekend als de black swan van Taleb. Waar de zwarte zwaan vooral verklaard wordt uit de long tail, onmogelijke incidenten die achteraf toch mogelijk bleken, daar is de zwarte eend met name schatplichtig aan het Dunning Kruger Effect. Het is een stommiteit met een enorme impact, blijkt achteraf.

In 2015 werd een gloednieuw zwembad geopend in Amsterdam, het Noorderparkbad. Zes jaar later gaat het al weer voor een paar maanden dicht. De tegelvloer kan namelijk niet tegen chloor en water. Foutje, bedankt.

Nog zo’n voorbeeld. In 2014 bestelde de Franse spoorwegen 2000 nieuwe Bombardiers die op regionale netten zouden gaan rijden. Helaas bleken de voertuigen te breed voor veel stations. Daarom moesten nogal wat perrons worden versmald, a raison de 50 miljoen euro. En oh ja, hij was ook nog te hoog voor passage door de tunnel naar Italië. Daarom stappen de passagiers daar nu over op een lagere trein.

Twee willekeurige voorbeelden van wat ik de zwarte eend noem, een verwant van de zwarte zwaan van Nicholas Taleb. Taleb heeft zwarte zwanen ooit gedefinieerd als onvoorspelbare incidenten met een enorme impact, die achteraf verklaarbaar worden gemaakt door deskundigen die er verder niets mee van doen hadden.

Zwarte eend
Deze foto van een zwarte eend is genomen tijdens een wandeling van Woerden naar Oudewater op 31 januari 2021. De eend zwom zich luid snaterend steeds opnieuw vast in het ijs, terwijl achter hem een open vijver was.

Zwarte eenden daarentegen zijn ongelooflijke incidenten met een grote impact, die achteraf verklaarbaar kunnen worden gemaakt door dom gedrag van mensen.

Waar de zwarte zwaan zich dus manifesteert door complexiteit en onvoorspelbaarheid, daar is de zwarte eend een uiting van stupiditeit, onwetendheid en / of hooghartigheid.

Alle ellende veroorzaakt de zwarte eend zelf, maar hij verwijt het anderen, luid snaterend. Alhoewel sommige zwarte eenden zich ook angstvallig stil houden, in de hoop dat niemand het ziet. Wie weet, waait het over.

Bij veel zwarte eenden komt er achteraf een memo of notitie tevoorschijn waarin een (echte) deskundige al voor de situatie gewaarschuwd heeft. In dat soort gevallen besliste het management vaak anders en heeft daar dan achteraf geen actieve herinnering meer aan of zou het met de kennis van nu anders gedaan hebben.

Dunning Kruger

De onderligger van de zwarte eend staat ook wel bekend als het Dunning Kruger effect. Op zijn allerkortst door de bocht: het fenomeen dat je te dom bent om te beseffen hoe dom je bent.

Overigens hebben Dunning en Kruger het zelf nooit zo benoemd. Zij deden onderzoek naar metacognitie en competentie, en veronderstelden dat mensen met een hoge metacognitie (dat wil zeggen dat je weet wat je weet) ook echt competenter zijn.

In diverse experimenten, variërend van grammatica tot autorijden en schaken, toonden zij aan dat incompetente mensen vaker de neiging hebben hun eigen vaardigheden te overschatten en die van anderen te onderschatten. Ze hadden niet eens door hoe ernstig ze eigenlijk tekort kwamen.

The first rule of the Dunning Kruger Club is that you don’t know you’re in the Dunning Kruger Club

david dunning

Mensen met een hoge metacognitie daarentegen zaten vol twijfel over wat ze wisten en hadden de neiging zich te onderschatten. Daarom dachten ze vaak dat de testvragen die zij konden beantwoorden voor de meeste mensen ook makkelijk te doen waren. Niet dus.

Het is mijn stellige indruk dat het aantal zwarte eenden eerder toe- dan afneemt. Ik geloof dat zulks niet komt omdat mensen dommer worden. Ik denk wel dat mensen steeds minder goed zijn om te erkennen dat de situatie hen boven de pet gaat. En ik denk ook dat dergelijke situaties steeds vaker zullen voorkomen omdat de maatschappij steeds complexer, steeds meer VUCA wordt.

Net als bij crises zijn er gebeurtenissen die plotseling en onverwacht optreden en zijn er creeping ducks: ellende die zich langzaam maar zeker ontwikkelt tot het te groot geworden is om er nog zonder kleerscheuren van af te komen. Al is het niet duidelijk wiens kleren gescheurd zullen worden. Om maar eens een paar recente cases te noemen:

  • De toeslagaffaire bij de belastingdienst;
  • Grapperhaus die zich op zijn bruiloft niet aan de eigen coronaregels houdt;
  • Traag acteren van Nederland en de EU op het gebied van vaccineren, zowel bij het afsluiten van contracten als het zetten van de prikken;
  • Het bouwen van biomassacentrales als groene maatregel;
  • Afstappen van aardgas voordat er een realistisch alternatief beschikbaar is;
  • Het optreden van de Inspectie Gezondheidszorg bij de huisarts van Tuitjenhorn
  • Het aanleggen van een ketting onderaan de schans van je BMX baanl;
  • Geheime stukken zichtbaar onder je arm naar buiten dragen waar alle fotografen gewoon omheen staan

Het meest schokkende van de zwarte eend bewaarde ik tot het laatst: hij schuilt in ons allen. Wie dat niet gelooft is echt een hele grote zwarte eend. Wie het wel gelooft, kan ik helaas niet verzekeren dat-ie niet toch een zwarte eend is. Als u dat niet snapt, bewijst u sowieso mijn stelling.

The second rule of the Dunning-Kruger club is, if you’re certain you’re not a member, then you probably are.

Rizoomes

Update 29 mei 2021

Naar aanleiding van de tegelproblemen in het Noorderparkbad zijn er vragen gesteld in de gemeenteraad van Amsterdam. Het Parool van 29 mei bericht er over en meldt dat de gemeente na een evaluatie belangrijke lessen heeft getrokken:

“De getrokken les uit dit project is dat bij de selectie van de aannemer en architect specifieke ervaring in de bouw van zwembaden noodzakelijk is, afwijken van bestek of kiezen voor goedkopere alternatieven niet ten koste mag gaan van de duurzaamheid van het zwembad en dat functionaliteit altijd voor uitstraling gaat.”

Laat het even tot u door dringen.

Hier staat dat de gemeente na evaluatie heeft geleerd dat als je een zwembad laat bouwen, de aannemer verstand moet hebben van zwembaden bouwen. Hier komen zoveel voor de hand liggende vragen achter vandaan, die ga ik hier niet stellen, dat kunt u heel goed zelf. Maar Dunning Kruger is niets te veel gezegd.

Er is nog wel een belangrijke vraag waarmee ik deze eerste update van de zwarte eend wil afsluiten: welke (bouw)projecten is de gemeente Amsterdam nog meer aangegaan waar men kennelijk niet vooraf de meest basale deskundigheid voor dat project als basiseis heeft gesteld?

En ja, we hebben het hier over fundamental risk.

Update 23 juli 2021: Failing Upwards


Hans de Bruijn heeft een meer dan lezenswaardige column in de Trouw. Regelmatig komt hij met creatieve invalshoeken die bekende fenomenen in een ander daglicht zetten.

Zoals op 4 juli met deze column over omhoog falen: het verwerven van een hogere positie door het eigen falen.

Oftewel hoe je van een zwarte eend mogelijk een zwarte zwaan in je bedrijf maakt.

Nog erger wordt het als je hiermee je eigen fundamental surprise aan het organiseren bent. Daarmee loopt een organisatie schade op die niet snel te herstellen is. Misschien wel nooit.

Het kan ook zijn dat het betreffende bedrijf voldoende tegenmacht heeft om zo’n koekoeksjong er vrij snel weer uit te werken. Ik denk dan bijvoorbeeld aan Camiel Eurlings. Kroonprins bij het CDA, minister van Verkeer & Waterstaat en daarna omgehoog gefaald naar de KLM. Uiteindelijk werd hij er de kortst zittende CEO, één jaar en drie maanden. Een goed politicus maakt je nog geen goede bestuurder. Andersom trouwens ook niet, zoals Job Cohen liet zien in zijn rol als partijleider van de PvdA.

Peter principle

In a hierarchy every employee tends to rise to his level of incompetence.

Laurence peter

Omhoog falen is gelieerd aan het Peter Principle: het fenomeen dat elke medewerker wordt gepromoveerd tot boven het niveau van zijn bekwaamheid. Hoewel dit ooit als een satire is begonnen, leverde het zoveel herkenning op uit de praktijk dat er behoorlijk wat onderzoek naar is gedaan. Met wisselend resultaat, zoals vrijwel altijd in de sociale wetenschappen.

Hetgeen niet betekent dat het niet waar is.

Update: als de zwarte eend een gele jas draagt

Op de eerste dag van de Tour de France rijdt de karavaan 198 km van Brest naar Landerneau. In Nederland zijn de verwachtingen hoog gespannen, Van der Poel wordt gezien als favoriet voor de overwinning van de eerste etappe.

Het onmogelijke ongeval. Still uit een filmpje van de NOS

Dan gaat het op 43 km voor de finish echter volledig mis: een toeschouwer staat met een kartonnen bord midden op de weg. Tony Martin kan haar niet meer ontwijken. Een massale valpartij is het gevolg.

Eigenlijk geloof je niet dat iemand zoiets kan doen, zo stom is het. Maar dat is precies wat een zwarte eend is, zoals ik eerder in dit blog schreef.

Zwarte eenden zijn ongelooflijke incidenten met een grote impact, die achteraf verklaarbaar kunnen worden gemaakt door dom gedrag van mensen. Waar de zwarte zwaan zich manifesteert door complexiteit en onvoorspelbaarheid, daar is de zwarte eend een uiting van stupiditeit, onwetendheid en / of hooghartigheid.

Het lijkt ook wel op wat W.A. Wagenaar, de inmiddels overleden nestor van de Nederlandse organizational safety, het onmogelijke ongeluk noemde. “Juist onmogelijke ongelukken gebeuren”, zei hij in een interview met Trouw, “omdat niemand ze verwacht.”

Een zwarte eend in een gele jas, die had ik inderdaad niet verwacht. Tenminste, niet vandaag. Een Hollander in de bergtrui had ik trouwens ook niet verwacht.

Maar Wagenaar zei nog meer. Bij de meeste ongevallen is er sprake van structurele oorzaken, die door een toevalligheid op de dag zelf tot een ongewenste gebeurtenis leiden. Vaak is er geen oog voor die structurele oorzaken bij organisaties. Ook niet in het wielrennen, lijkt het op het eerste gezicht.

Maar als je even googelt op ‘valpartijen wielrennen’ vliegt het aantal hits je om de oren. Het structurele probleem van valpartijen staat sinds 2020 wel degelijk hoog op de agenda van de UCI. Lappartient, de voorzitter, laat daarom voor dit jaar alle ongevallen onderzoeken. “Er moeten dingen structureel verbeterd worden, maar daarvoor is samenwerking noodzakelijk. Er zullen meer regels moeten komen, betere hekken ook bijvoorbeeld. Maar ook het gedrag van renners in bepaalde situaties zal moeten veranderen.”

Veel meer dan deze belofte kon de UCI kennelijk niet doen. Het is dus afwachten wat er aan de structurele oorzaken van valpartijen gedaan gaat worden. Incidentele en toevallige ellende voorkomen is echter onmogelijk. Deze keer droeg de zwarte eend een gele jas. Wat ie de volgende keer draagt is volledig onvoorspelbaar.

Update 9 februari 2022: De Ultrakrepidariaan

Sutor, ne supra crepidam

Plinius de oudere

Geen idee meer waar ik het woord ultracrepidarian nou tegenkwam, maar ik had het aan mezelf gemaild. ‘Voor in het blog over de zwarte eend’, had ik erbij geschreven. Verder niets.

Goed.

Ten eerste: het komt uit het Engels. Er is geen Nederlands woord voor. Maar wel een gezegde.

Laten we beginnen met de betekenis: een ultracrepidarian is iemand die zich bemoeit met zaken die ver voorbij zijn deskundigheid gaan. Hij meent van alles beter te weten op het vakgebied van iemand anders. Mag ik zeggen dat het aantal ultracrepidarianen de afgelopen twee jaar flink is toegenomen? Ja, dat mag ik.

Mag ik als niet-neerlandicus er toch een Nederlands woord van maken? Ja, dat mag ook. En het wordt: ultrakrepidariaan. Niet heel origineel, trouwens.

Komen we bij het gezegde: Schoenmaker, blijf bij je leest

De ultrakrepidariaan in het blog over de zwarte eend.
Schoenmaker weet het beter. Deel van een schilderij uit de Kunsthal in Florence, Casa Vasari. Foto Sailko

Waar komt dat woord ultrakrepidariaan vandaan? Welnu, Plinius de Oudere schreef er over in zijn werk Naturalis Historiae. Dat is het grootste geheel overgeleverde boekwerk van de Romeinen, uit 77 voor Christus.

Plinius vertelt dat schilder Apelles van Kos er door de schoenmaker (sutor) op was gewezen dat de sandaal op één van zijn kunstwerken niet klopte. Toen de dag erop Apelles het schilderij had verbeterd, werd de schoenmaker overmoedig en begon hij overal kritiek op te geven. Tot grote irritatie van Apelles, die uiteindelijk uitriep “Sutor, ne supra crepidam.” Schoenmaker, ga niet hoger dan uw sandaal.

Wat ik denk: de zwarte eend begint als ultrakrepidariaan. Iemand die zich overmoedig begeeft waar hij geen bekwaamheid heeft. En Plinius zag het ‘t eerst.


Dit blog is eerst verschenen als column in de NVVK Info 2021-2. Daarna is het uitgebreid met enkele updates. Het fenomeen van de zwarte eend raakt tevens aan deze blogs over fundamental risk, het met de kennis van nu syndroom en de helikopters van de kustwacht.

De verstopte crisis bij de demonstratie op de Dam

Leestijd: 7 minuten

Over de demonstratie op de Dam van 1 juni 2020 verscheen onlangs een rapport onder de titel ‘De verkeerde afslag.’ Het is in het Regionaal Beleidsteam van de Veiligheidsregio Amsterdam Amstelland te prijzen dat zij deze kans om te leren niet voorbij heeft laten gaan. Graag draag ik daar mijn steentje aan bij door in dit blog te beschrijven hoe je met een andere bril op ook nog iets over VUCA, situational awareness en fundamental surprise uit het rapport kunt halen.

“Ik voel een update van de blog van @Rizoomes over Whatsapp crisismanagement aankomen.” Een tweetje van één regel, op 21 oktober verzonden. Ik fronste mijn wenkbrauwen. Ze zullen toch niet naar mijn blog verwezen hebben in een onderzoeksrapport, ging het door mij heen. Dat moest ik maar eens snel uitzoeken.

En zo kon ik gelukkig al gauw vaststellen dat ze dat niet hadden gedaan, naar mijn blog verwijzen. Wat er wel was geadviseerd in het rapport ‘De verkeerde afslag’ was om Whatsapp af te schaffen. Laat dat nu precies de enige aanbeveling zijn die ik niet goed begrijp in een verder zeer informatief rapport, waar net zo veel te leren valt van wat er in- als tussen de regels is geschreven. Alleen daarom al een aanrader.

Enkele van de tweetjes die mij op het verschijnen van ‘De verkeerde afslag’ hebben gewezen

Ook interessant: de bestuurlijke reactie. Al in de tweede alinea steekt het met-de-kennis-van-nu syndroom de kop op. “In het rapport staat goed beschreven hoe in de voorbereiding, naar achteraf bleek, een verkeerde inschatting van het aantal deelnemers is gemaakt en hoe die heeft doorgewerkt tijdens en na de demonstratie.”

Mijn persoonlijke mening is dat er vooraf wel zeker een betere analyse te maken was geweest, maar dan moet je wel een iets andere bril opzetten dan die van ‘foutje, bedankt.’ Die andere bril haal ik uit een aantal blogs die ik de laatste maanden geschreven heb. Het rapport ‘De verkeerde afslag’ is mooie input om een paar van die concepten te illustreren. Zie dit blog dan ook niet als een correctie op het rapport, maar als een illustratie van wat je er nog meer uit kunt halen. Met een andere bril.

VUCA

Zoals in dit blog beschreven is VUCA een afkorting van Volatile, Uncertain, Complexity en Ambiguity. Het is een mini-checklist die je naast elke situatie kunt leggen. Hoe hoger je scoort, hoe groter de kans dat je gebeurtenis ontspoort. De (incomplete) analyse hieronder laat zien hoe crisisgevoelig de demonstratie was:

  • De organisatie van de demonstratie verliep al zeer volatiel. Sowieso veranderde het organisatiecomité enkele keren van samenstelling en van mening, ook het aantal deelnemers bleef in de aanmeldingen stijgen. Er was veel aandacht voor in de pers en Groen Links riep op om naar de demonstratie te komen. De volatiliteit was dus tamelijk groot. Zie het feitenrelaas uit het rapport voor meer voorbeelden
  • De onzekerheid over de uitkomst van de demonstratie was ook hoog. In andere landen waren er plunderingen en rellen uitgebroken die het onzeker maakte wat er in Nederland zou gaan gebeuren. Sowieso was het uiteindelijk aantal deelnemers aan de demonstratie onzeker.
  • De complexiteit was zo mogelijk nog hoger. Er is natuurlijk sprake van de anderhalve meter maatregel, die elke bijeenkomst al standaard ingewikkeld maakt. Maar dan was het ook nog een zondag, Pinksteren, mooi weer en de eerste dag dat de horeca na twee maanden sluiting weer open mocht. Daarnaast was er uit medische, toen nog totaal onverdachte hoek, onbegrip gekomen over de demonstratie op de Dam. Het is zeer onvoorspelbaar hoe die variabelen met elkaar zullen interacteren. In dit blog over escalatie- en complicatiefactoren zie je nog meer voorbeelden die de complexiteit van een incident vergroten.
  • Tot slot de ambiguïteit. Gezien alle discussie die er in de pers en op social media al vooraf plaatsvond over de demonstratie was het duidelijk dat je het nooit goed kon doen. Er is altijd minimaal één partij die zich zal opwinden en zich als crisismakelaar op kan stellen. Niet alleen over de wijze waarop de demonstratie is verlopen maar ook hoe die had kunnen verlopen.

Wat er in deze korte analyse goed uit elkaar moet worden gehaald is de demonstratie als dreiging voor openbare en publieke gezondheid en de demonstratie als institutionele crisis voor het bevoegd gezag. Het is mijn stellige overtuiging na het lezen van ‘De verkeerde afslag’ dat zo’n onderscheid in Amsterdam niet goed op het netvlies heeft gestaan. Dat brengt mij bij de tweede bril, de kleine taxonomie van de ongewenste gebeurtenis.

Kleine taxonomie van de ongewenste gebeurtenis

Laat ik beginnen met te zeggen dat de demonstratie zelf natuurlijk geen ongewenste gebeurtenis is. Het is een grondrecht en in die zin een legale gebeurtenis. Voor hulpverleningsdiensten en het bevoegd gezag is het vervolgens wel hun taak ervoor te zorgen dat het geen ongewenste gebeurtenis wordt.

Om dat goed te kunnen doen moet je in deze VUCA-tijden over duidelijke definities beschikken van de verschillende soorten incidenten. Elk type kent zijn eigen karakteristieken en vraagt om andere competenties. In dit blog ben ik daar uitgebreid op ingegaan.

Emergency, disruptie, dreiging en crisis zijn met elkaar verbonden. Elke ongewenste gebeurtenis scoort in meer of mindere mate op elk van de vier basisvormen, maar ontwikkelt zich soms ook van de ene naar de andere vorm. Dat is niet altijd direct zichtbaar, ik noem dat een verstopte gebeurtenis. Voor de overheid geldt dat emergency, disruptie en dreiging fysieke incidentvormen zijn waar zij in optreedt. Zie het maar als het product of de taak van de hulpverleningsdiensten. Echter, crisis is een verhaal en slaat terug op de uitvoerder zelf. Op de reputatie, het gezag, gepercipieerde competentie of het vertrouwen, soms ook wel insitutionele crisis genoemd. Die kan volgen uit een fysiek incident, maar het hoeft niet.

Voor de demonstratie op de Dam geldt dat de risico-inschatting is gebaseerd op een dreigingsscenario voor openbare orde en publieke gezondheid. Daarbij was het aantal deelnemers de leidende risico maatstaf. ‘De verkeerde afslag’ beschrijft waarom die inschatting niet goed gemaakt is en welke problemen dat met zich meebracht.

Maar naast die foute dreigingsinschatting zat in de demonstratie ook de (institutionele) crisis nog verstopt. Als je er niet naar kijkt, zal je hem echter niet zien. Dat is wat ik in dit blog situational awareness level nul heb genoemd. En als je situational awareness nul is, dan is je option awareness ook nul. Je valt dan terug op wat je nog wel hebt, maar wat daar niet altijd geschikt voor is. Whatsapp bijvoorbeeld.

Uit het rapport blijkt dat Halsema wel aanvoelde dat er iets aan de hand was, maar dat ze geen andere opties zag. “Achteraf denk ik dat we wel degelijk andere middelen hadden moeten proberen in te zetten. Die waren op dat moment niet voorhanden vanwege de strategie die we hadden gekozen. Dat vind ik jammer.”

Hier wreekt zich dat er na de Wet op de Veiligheidsregio’s ‘crisis’ is gemaakt van dat wat vroeger nog gewoon een ramp, ongeval of incident heette. Bij alles wordt de GRIP uit de kast getrokken, maar daar heb je voor een institutionele crisis helemaal niets aan. Wat de demonstratie op de Dam goed laat zien is dat je naast een incidentkwalificatie voor spoedeisende hulpverlening, dreiging en disruptie, ook een kwalificatie en opschaling nodig hebt voor crisis. Inclusief een dedicated structuur met teams en de daarbij horende capabilities en competenties. Dat zal zowel de situational- als option awareness vergroten.

Fundamental surprise

Ik denk dat iedereen er rekenschap van zal moeten nemen dat in deze polariserende tijden de geloofwaardigheid van het bevoegd gezag (en eigenlijk van iedereen wel) structureel ter discussie wordt gesteld. Niet alleen meer na een incident, als er iets mis is gegaan, maar ook al vooraf en tijdens, wanneer er nog niets is gebeurd.

Verantwoording afleggen is dus niet meer zoals vroeger iets van achteraf, na een ontsporing, maar van altijd. Crisis is een proces, een kloof tussen partijen die door een ongewenste gebeurtenis voor iedereen zichtbaar wordt. Maar die zolang hij nog verstopt zit, alleen wordt gezien als je ernaar zoekt. Dat is precies wat Zvi Lanir een fundamental surprise noemt. Ik schreef er in dit blog over.

Het hoofdstuk ‘beschouwing’ van het rapport beschrijft in een aantal alinea’s zinsneden die op zijn minst rieken richting een fundamental surprise.

“Betrokkenen wezen op excuserende factoren. Zo was er volgens hen geen precedent van demonstraties die onverwacht heel veel meer mensen hadden aangetrokken. De organisator zou zorgdragen voor het volgen van de RIVM-richtlijnen (wat ook de verantwoordelijkheid van de organisator is). Het plunderscenario was veel dominanter dan het scenario van te veel mensen. De voorbereidingstijd was heel kort (waardoor het onwaarschijnlijk is dat de organisatie veel mensen op de been zal kunnen brengen, zo leerde de ervaring). De Dam had ruimte voor duizend mensen die zich 1,5 meter van elkaar konden bewegen (en de schatting van het aantal demonstranten was altijd lager dan 1000). De informatie-uitwisseling was beperkt rond de Dam (het mobiele netwerk was overbelast), waardoor agenten niet via WhatsApp konden communiceren. Het was, met andere woorden, een ‘perfect storm’. De kans dat zo’n storm opnieuw opsteekt, is verwaarloosbaar, zo lijkt het idee.”

Visual note van Wendy Kiel over institutionele crisis zoals beschreven door Arjen Boin.
(via rechter muisknop ‘afbeelding bekijken’)

Deze opsomming bevat in vrijwel elke regel een andere human bias die het zicht op de werkelijkheid ontneemt, zoals Kahneman die in Thinking Fast and Slow zo mooi beschreven heeft. Maar er is meer:

“Veel van onze respondenten vertelden ons dat ze weinig redenen zien de bestaande werkwijze aan te passen. Wij hebben 1500 demonstraties per jaar waarover u nooit iets hoort omdat ze altijd goed gaan.”

En ook nog:

“Het is, ook achteraf, nog niet helemaal duidelijk onder welke condities de driehoek wel fysiek bij elkaar zou zijn gekomen.”

Verstopte gebeurtenis

Deze en nog enkele andere observaties uit het rapport wijzen op een zelfbeeld die in de veiligheidskunde als complacent te boek staat, zelfgenoegzaamheid. Bij onder andere Shell is het risico van een complacent veiligheidscultuur al langer onderkend en dat heeft geleid tot programma’s als ‘chronic unease.’ Juist om een fundamental surprise te voorkomen.

Het zal ook om die reden zijn dat ‘De verkeerde afslag’ aanraadt om op zoek te gaan naar de Black Swan bij risico-analyses, alhoewel ik daarbij zelf dacht dat het zoeken naar een unknown known met behulp van goede checklisten al heel mooi zou zijn.

Dat in de bestuurlijke reactie eigenlijk alleen wordt gesproken over enkele technische zaken, zoals een herziening van de crisiscommunicatie, geeft aanleiding te denken dat de fundamental surprise door de gemeente nog niet helemaal herkend is.

Die institutionele crisis zit daarom nog steeds ergens verstopt, zij het niet meer bij de demonstratie op de Dam. Op enig moment zal hij zich weer openbaren, in een nieuwe dreiging of disruptie, het verbod op Whatsapp ten spijt. Dat is althans wat ik van het rapport het geleerd.

Dit is het zesde deel van de surprise dagboeken. Eerdere afleveringen vind je hier. Het blog is ook gelinkt aan ‘Human Factors’. Daarover vind je hier meer blogs.

« Oudere berichten

© 2022 Rizoomes

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑