Crisis Awareness

Tag: Bier

Elfstedenpad

Leestijd: 9 minuten

Het Elfstedenpad is een streekpad van zo’n 300 kilometer dat in grote lijnen de Elfstedentocht volgt. De wandeltocht der wandeltochten, meldt het gidsje dan ook trots. Wij zoeken het voor je uit, of dat echt zo is. In een serie onregelmatig verschijnende blogs doen we verslag van onze Friese belevenissen. Te beginnen in Leeuwarden.

Elfstedenpad

Men zou zich misschien af kunnen vragen, waarom aan het Elfstedenpad beginnen als het Waddenwandelen nog niet eens is afgerond? Welnu, daar zijn twee redenen voor. De eerste is dat wandelen op de Wadden tijdens het vakantieseizoen eigenlijk te druk is. Dus als je in die periode wilt lopen, moet je een alternatief achter de hand hebben. Tenzij je houdt van filelopen.

De tweede reden is toeval. We hadden een stukje op TV gezien van cabaretière Lisa Ostermann en wilden haar wel eens live zien spelen. De enige plek waar toen nog kaarten te koop waren was Leeuwarden. Zo dus begin je aan het Elfstedenpad.

Onze twee startroutes rondom Leeuwarden bleken zowel het eerste als laatste traject te omvatten. Virtueel zijn we nu klaar, het is af. Nou ja, niet echt natuurlijk, de rest vullen we langzamerhand in. Je komt het vanzelf een keer tegen ergens.

Verder volgt dit blog de opzet van het Zuiderzeepad Fotoboek: veel foto’s met kleine verhaaltjes. Om een indruk te geven. Je zal het zelf moeten lopen om het echt te ervaren. Overigens is het nu al een aanrader, na twee routes.

We kijken uit naar de rest.

Vergezicht

Wat vanaf het begin van het Elfstedenpad opvalt: de enorme weidsheid van Friesland. Gras en wolken zo ver het oog reikt. Met hier en daar een dorpje. Het kan er dus ook stevig waaien, alhoewel wij mazzel hadden met het weer. Net de enige droge midweek van april te pakken.

Het Elfstedenpad kwam in onze twee routes maar mondjesmaat langs de Elfstedentocht zelf. Je loopt vrij veel over voet- en fietspaden.

Normaal is dat wel eens jammer, maar met al die nattigheid van afgelopen maanden waren we blij dat we niet al te lang door hoog gras hoefden te lopen. De ervaring leert dat je dan toch vrij snel lekkage in de schoenen krijgt en dat wandelt niet prettig.

Helemaal als de afstanden iets langer worden. Onze eerste tocht was 21 km en de tweede 28. Daar zaten overigens ook reismetertjes naar het startpunt tussen, maar dat heb ik verder niet uitgesplitst; we gooien alles in de pot.

Kerken

Ondanks mijn agnostische achtergrond heb ik altijd een voorliefde voor kerkgebouwen gehad. Het zijn vaak monumenten van bouwkunst met een bijzondere, gewijde sfeer. Die je gelijk overvalt zodra je binnenkomt.

Knap hoe dat nog steeds zo werkt.

Wat dat betreft kon ik mijn hart ophalen. Veel dorpen onderweg met een kerk. Bijna allemaal op een terp, veel nog met een kerkhof eromheen. En ook veel met hetzelfde basisontwerp, zoals je op de foto’s kunt zien. Als je erop klikt worden ze groter.

Deuren

Helaas konden we niet overal naar binnen. Veel kerkjes waren nog dicht en hadden hun deuren gesloten. Het waren wel mooie deuren. De middelste is een oude kluisdeur die in Pos Plaza staat op het herentoilet. Overblijfsel van het voormalig postkantoor. Misschien een idee voor een nieuw Project & Probeersel.

Deuren, opeens moest ik denken aan Dikke Deur, de met een groot ego behepte circusdirecteur van Pipo de clown. Associaties brengen je soms waar je lang niet geweest bent.

Beesten

Ook altijd leuk onderweg: beesten. Beesten in het nieuws, zou Ko de Boswachter zeggen, maar er was weinig nieuws naast deze lammetjes en reiger. Ja, koeien. “Pipo, koeien,” zei Dikke Deur dan, mooi hoe nieuwe oude herinneringen gelijk van nut kunnen zijn. Veel koeien, maar er wilde er geen eentje een beetje fotogeniek gaan staan. Dus het blijft bij deze drie beesten.

Dorpjes

Rondom Leeuwarden liggen allemaal prachtige dorpjes, met monumentale panden die veelal goed opgeknapt zijn. Als je die dan met je rugzak op staat te bewonderen, was het eerder regel dan uitzondering dat er een vriendelijk iemand stopte die ons ongevraagd verder wilde helpen met de route.

Geen stugge Fries gezien.

Fries bier

Bier, ook in de Friese taal heet het bier. Daar kunnen dus geen misverstanden over ontstaan. Wij zaten een paar keer in Fire, een voormalige brandweerkazerne in Leeuwarden. Aanrader, je kan er ook prima eten. Ze hebben een eigen biertje, de Blondblusser. Fris blond en helder, van de tap. Gemaakt door de sympatieke brouwerij Maallust. Altijd goed.

In het hotel schonken ze diverse bieren van Kald Kletske. “Gewoan spesjaal bier” noemen ze het zelf. Ik had een blond, een saison en een tripel. Prima bier, sowieso moet je altijd streekbieren uitproberen als je ergens verblijft. Misschien lag het aan de batch, maar het schuimde niet heel erg en het ontbrak naar mijn smaak ook wel een beetje aan het koolzuur. Minor details.

Ja, een bezoek aan Friesland is natuurlijk niet compleet zonder een Grutte Pier tripel. Een citrusachtig bier, mooi droog met een flinke koolzuur prikkeling.

Gebouwen

Leeuwarden is een mooie stad met tal van karakteristieke gebouwen. Ik noem er hier drie die wij mooi vonden. Maar het hadden er veel meer kunnen zijn. Zoals het Fries Museum, waar ik dit blog over Escher op reis schreef.

De Blokhuispoort was tot 2017 één van de strengste gevangenissen van Nederland en volledig zelfvoorzienend. Nu is het een cultureel centrum waar o.a. de bibliotheek in is gehuisvest.

Het station van Leeuwarden is één van de negen opgeleverde Waterstaatstations der derde klasse. In de hal zit nog steeds het prachtige Jugendstil tegeltjestableau uit 1904.

Tot slot de scheve toren van Leeuwarden, Oldehove. Dat gebouw dateert uit 1529. Toen wij er langs liepen, stond er een steiger tegenaan. Beter kun je de scheefheid van de toren niet illustreren.

Nog slotter: ga even langs Van der Velden, boekverkopers. Die zitten ook in een gebouw. Een fijne winkel met een groot aanbod tweedehands. Ik kwam met een stapeltje van tien weer naar buiten. Het is dat ik mezelf begrens, want het hadden er met gemak twee keer zo veel kunnen zijn. Dit was 50 euri. Heel schappelijk. En de Komrij was nog gesigneerd ook.

Kunst

Komen we bij de kunst. Vlakbij ons hotel ligt het Provinciehuis, en daar was toevallig net de Nationale expositie ‘Stilstaan bij Corona’ geopend. In dit blog over de Catharsis na Corona doe ik er kort verslag van. In het Provinciehuis zelf stond een prachtig glaswerk van Don Quichote. Waar ik verder niets vanaf weet.

Vlak voor de 11 stedenhal stond dit beeld. Als eerbetoon aan de deelnemers van de Elfstedentocht. Die kon natuurlijk niet missen in dit blog over het Elfstedenpad.

Vlakbij Bears troffen wij de Uniastate. Ooit, rond 1515, stond er een vesting van de familie Unia, die diverse keren is gesloopt en weer opgebouwd. In 1879 werd vrijwel alles gesloopt, op het poortgebouw na. Dat staat er nog steeds. Kunstenaar Bep Mulder maakte in 1994 een stalen replica van de Uniastate die al van grote afstand te zien is. Het spreekt ook dichtbij tot de verbeelding.

Altijd leuk als er een gezicht in een gebouw zit.

UKV (Ultrakort Verhaal)

Ik heb een jaar lang dagelijks een ultrakort verhaal gepubliceerd via Twitter. Elke dag een tweetje. Dat werd toen ook nog wel twitteratuur genoemd. Soms klopt de inspiratie weer aan, zoals bij dit scheve paaltje vlak bij Lekkum. Meestal zet ik die dan bij de Freubels, maar deze niet. Die staat hier. Scheef te zijn.

We liepen door het land langs een scheef paaltje. Dat nu was merkwaardig. Zou de wind hier altijd uit dezelfde hoek waaien? Was er misschien een auto tegen gebotst? Is het de ziekte van Oldehove? Of was het gewoon verzakt? Ik vroeg het paaltje of ie wel eens recht had gestaan. Maar het paaltje zei niets.

It sil heve

Het laatste stukje van dit blog gaat over het Elfstedenmonument bij Alddeel. In 2001 werd het eerste deel opgeleverd. Het bevat de foto’s van duizenden deelnemers, vastgelegd op tegeltjes. Die daarna op de brug zelf weer een nieuw patroon uitbeelden. Echt wel mooi.

Er zijn twee tableautjes die ik hier wilde laten zien. De eerste is die met Jitske Binnerts Douma, hier linksonder. Haar foto komt kennelijk uit 1909. Na wat googelen ontdekte ik dat ze geboren was in 1860 en in 1921 overleed. De Elfstedentocht was dus ook vroeger niet alleen voor mannen.

De tweede is van Fopke Fopma uit 1986. Even dacht ik dat dit een grap was. Twee keer fop in één naam en dan ook nog eens onherkenbaar op de foto. Maar hij is wel officieel geregistreerd, zag ik. In ieder geval voor deze brug over de Murk. Ik sluit nog steeds niks uit.

Waarmee het Elfstedenpad voor nu wordt afgesloten. Nieuwe verslagen vind je hieronder terug met een linkje, als het zover is. Deze eerste twee etappes smaken in ieder geval naar meer.

Niet alleen God verdween uit Jorwert.

Meer wandelingen? Kijk hier voor een lijstje met alle tochten op deze website, zoals het Pieterpad, WaddenWandelen en het Zuiderzeepad.

Wandelen op Schiermonnikoog

Leestijd: 8 minuten

Wandelen op Schiermonnikoog is het derde blog van het project Waddenwandelen. En hoewel het natuurlijk veel lijkt op Texel en Vlieland, lijkt het er net zo goed helemaal niet op. Eigenlijk kent elk eiland zo zijn eigen microcultuur. Wat je ergens ook wel weet, maar in de praktijk dan toch weer heel anders uitpakt.

Zo bleek ons in het laatste weekje van juni 2023. Want toen waren wij er namelijk.

Het terras bij Graaf Bernstorff wordt gekenmerkt door de vele musjes die op kruimels (en meer) hopen en brutaal over tafels huppen en op stoelleuningen gaan zitten. Tekening is van Wendy Kiel.

Op naar Schier

Op naar Schier kent twee fases: je vertrekt met de boot en je komt aan op het eiland. Voor het gemak laat ik dan de rit naar Lauwersoog er maar even buiten. Vanuit onze woonplaats was dat prima te doen en ook een parkeerplaats op P1 was snel gevonden zonder reservering. Maar we zaten dan ook wel net buiten het seizoen. Mogelijk is dat in de vakantieperiode een stuk krapper.

Wel jammer dat er bij terugkomst een flinke kras in het portier zat. Ik neem voortaan maar even een fotootje van de buurauto’s.

Vanuit P1 loop je zo de passagiersterminal van Wagenborg op. Alhoewel terminal groter klinkt dan het is. Het enige koffieapparaat was kaduuk en verder was er niets te beleven. Gelukkig zit er op loopafstand een aardige horecagelegenheid, Waddengenot.

Op de middelste foto hierboven zie je daar het terras van, met enkele toevallige passanten. Met links daarvan het uitzicht op de sluizen en rechts de boot zelf. Die doet er zo’n 45 minuten over om aan de overkant te komen.

De aankomst op Schiermonnikoog gaat lekker snel. Ons hotel had een taxi geregeld, maar met bussen gaat het ook prima. Het systeem is er duidelijk op ingericht. En een fiets huren kan er ook, het is allemaal heel dichtbij.

In ons hotelletje hadden ze een vluchtladder. Veel over gelezen, maar nog nooit in het echt meegemaakt. En hij zat er nog in ook :-). Of ie ook in de praktijk werkt heb ik gelukkig niet uit hoeven proberen.

Op Schier

Op het eiland is eigenlijk maar één dorp, daar speelt het zich allemaal af. Aan de westkust liggen nog wel enkele strandhotels, maar wat daar precies gebeurt hebben we niet echt uitgezocht.

Schiermonnikoog is verder een schattig dorpje, ruim opgezet en met veel bomen. De sfeer is er heel anders dan op Vlieland, misschien ook wel door al die schoolklassen die we steeds overal tegenkwamen.

In het midden van het dorp is een soort plein, niet te missen door de walviskaken. Iets verderop staat een bronzen beeld ter herinnering aan de naamgevers van het eiland: een monnik in een grijze pij.

Aan het eind van het plein liggen twee hotels. Hotel Pension van der Werff is de klassieker en ook nog net zo ingericht als vroeger. Hotel Graaf Bernstorff zit er een jaar of tien. De ene het café, de ander het terras. Je leest er meer over in dit artikel van Eric van der Berg.

Wij gingen een keertje naar Van der Werff en een keertje naar de Graaf. Allebei leuk en een ervaring op zichzelf. Soms is er geen beste.

Schierbier

Dat gezegd hebbende, het terras van Bernstorff is wel heel prettig. Het ligt op een goede plek, met een klein afdakje voor als het regent. En ze hebben een eilandbiertje, Hippo. Licht zurig met een wat chocoladerig afdronkje. Voor de liefhebber, zal ik maar zeggen.

Op Vlieland had ik al eens een rijtje Fortuna’s uitgeprobeerd. Bij strandtent De Marlijn dronk ik deze Stortemelk Wit. Lekker fris met een klein bittertje tegen IPA aan. Goed te doen.

Maar de favoriet is Vienna bier van Maallust, door onze Spaanse ober overtuigd uitgesproken als bjenna. Ik kende het al van eerdere bezoeken aan Veenhuizen, waar de brouwerij staat. Het is een mooi koperrood bier met een ingetogen, moutige smaak. Tegen een ale aan.

Blikvangers

Wie eiland zegt, zegt vuurtoren. En dan heb je op Schier mazzel, daar staan er twee. De witte is buiten dienst en prijkt hoog boven het dorp uit. De rode is nog wel in gebruik en staat iets westelijker tegen de duinen aan. En voor de vuurtorenliefhebbers raad ik altijd vuurtorenberichten aan. Dus nu weer.

Iets voorbij het dorp en nog net niet bij paviljoen De Marlijn ligt de Wassermanbunker. Die moet je even bezoeken, je kan nog bijna overal in en het is helemaal gratis. Vlak daarbij ligt het bunkermuseum. Ook daar moet je even naar binnen, vind ik, voor drie euro weet je daarna meer dan genoeg over WOII op het eiland.

Sowieso geldt bij elke wandeltrip dat je er de plaatselijke bieren probeert, de bunker bezoekt en bij de vuurtoren gaat kijken. Dat is nu eenmaal de etiquette van de waarachtige wandelaar. Jaja.

Wandelen

Maar het was uiteindelijk om het wandelen te doen. Wij liepen twee stukken op Schiermonnikoog. De eerste wandeling bestond uit het derde kaartje en een stuk van de tweede. Het lange uitsteeksel gaat door een natuurgebied, waar je vrijwel niemand tegenkomt. In ieder geval niet met het weer dat wij hadden.

Deze panoramafoto laat het eerste stuk van de wandeling goed zien. Een kaarsrecht pad door het groen. Dat ik eerlijk gezegd wel wat saai vond. Kilometers alleen maar recht vooruit.

Aan het eind van het pad kom je de duinen in en zit je opeens op een reusachtige zandvlakte. Hier lopen al wel weer wat fietspaden, dus daar was het iets drukker. Nou ja, we zagen één ander stel verderop lopen. Dus nog steeds uitgestorven.

Omdat het eb was konden we makkelijk over het strand terug. En dat was natuurlijk wel weer heel leuk om te doen, zoals strand eigenlijk altijd de moeite waard is. Als het zand tenminste een beetje hard is….

Aan het eind van het strand zit De Marlijn. Een OK strandtent met een uitgebreide kaart en leuke sfeer. Zou ik zeker even aandoen tijdens de wandeling. Als afsluiting.

Daarna moet je nog wel 2 km naar het dorp. Die komen er dus nog bij. Uiteindelijk liepen we die dag 22 kilometer.

De tweede wandeling was een stuk levendiger. Die ging over kaartjes 1 en 2 en kruist meerdere fietspaden. Je komt er langs wat woonwijkjes in de duinen, de rode vuurtoren en een strandhotel wiens naam ik even kwijt ben. Maar je kan er prima lunchen.

Op dit stuk staan er veel meer bloemetjes dan bij de eerste wandeling. Hoe dat komt weet ik eigenlijk niet. Dit stuk was uiteindelijk zo’n 18 kilometer.

Uitgeschierd

Toen zat het er helaas al weer op. Hierboven zie je nog een kleine impressie van het dorp. En hieronder zie je het uitzicht als je het dorp uitloopt richting de jachthaven op het wad. Inderdaad hadden we niet al te best weer. Neem dus goede regenkleding mee, ook in de zomer.

De Rottum bracht ons ook weer thuis. Deze keer hadden we geen taxi naar de haven, maar waren we met de bus. Wat een semi-militaire operatie op zich is, om iedereen op tijd met de bus naar de haven te brengen. Maar voor wie denkt als een verslaggever is alles leuk. Daarop vormt wandelen in Schiermoonikoog dan ook geen uitzondering.

Op naar het volgende eiland.


Dit is het derde blog in de serie Waddenwandelen. De andere blogs vind je hier, de rest die nog moet komen zal je daar ook een keer aantreffen.

De eerste Texelwandeling

Leestijd: 6 minuten

Onze eerste Texelwandeling was in het tweede weekend van december 2022. Nog net voor kerst en een mooie manier om je verjaardag buiten de deur te vieren. Koud was het wel en daarom hielden we het deze keer bij één wandeling. Wel een lange, dat dan weer wel. Bericht van de tweede expeditie in een langzaam uitdijende serie Waddenwandelen.

Het vertrek

Het mooie van de boottocht naar Texel is dat ie maar kort duurt en zodoende vaak vaart. Reserveren voor een tijdstip is dan niet nodig, maar als je weet wanneer je gaat is het wel zeer handig om het toch te doen. Zodoende kent het systeem je nummerbord als je aan komt rijden en gaat de slagboom direct voor je open. Lekker makkelijk.

In de haven is altijd wat te zien, dus wachttijd is mooi kijktijd. Kijken naar de meeuwen, kijken naar de marineschepen en kijken naar de georganiseerde chaos die Den Helder is. Ik hou ervan, maar ik hou van elke haven.

Het zijn grensgebieden, liminaliteiten waar je overgaat van één gemeenschap naar een andere en dan tijdelijk verblijft in een tussengebied met een eigen systeem. Een soort van niemandsland met geheel eigen regels.

Eerste Texelwandeling

Onze eerste Texelwandeling bleef zoals gezegd de enige, voor dit weekend althans. Het was niettemin een stevige, 23 kilometer van Cocksdorp naar Koog. De wind hadden we flink tegen en de temperatuur zat onder het vriespunt. In de zon was dat al met al best goed te doen, maar aanpoten bleef het.

Daarna, eenmaal weer binnen, gratis fikkende oren en wangen. Voor uren.

Het eerste deel van de Texelwandeling ging van Cocksdorp naar de vuurtoren. Tamelijk recht toe, recht aan over half bevroren gras. Na een paar kilometer smolten ijsdelen daarvan vrolijk de schoenen in. Het laatste stuk deden we daarom over de weg. Sopsokken zijn al niet fijn, maar met vorst helemaal niet.

Eerste Texelwandeling

Het tweede deel van de wandeling liep over het strand naar de Slufter. Een prachtig leeg strand, vergezichten en veel wijdsheid met niets. Precies waarom je zo graag op de Wadden wilt zijn. Een ingeroosterde stop bij het paviljoen mislukte vanwege grote drukte door middagjesmensen die er met de auto kwamen lunchen.

Nou ja, die lieten ze wel buiten staan, die auto, maar daarom waren er zo veel mensen. Want verder is er vrijwel geen wandelaar te bekennen op dit stuk Texel.

Doorlopen dus. Anderhalf uur later hadden we meer succes bij de brasserie van een vakantiepark, vlak voor de Slufter. Sowieso was een overdekte tussenstop toen een welkome opwarmer. Het was niet eens zozeer de temperatuur zelf, maar wel de combinatie met tegenwindkracht vijf tot zes die het koud maakte.

Eerste Texelwandeling

Het laatste stuk van onze eerste Texelwandeling liep door het Nationaal Park Duinen van Texel waar de Slufter in ligt. Een prachtig stuk natuur waar je om de paar honderd meter steeds weer ander landschap ervaart. Verder niemand te bekennen overigens, tot vlak aan Koog. Daar komen met de vakantieparken ook de middagwandelaars op je pad.

Al met al een fijne wandeling die je wel even goed moet plannen met belbusjes, vertrektijden en uitrekenen hoe je voor donker weer binnen bent in de winter.

Herdenkingplaatjes

Een opvallend fenomeen tijdens deze wandeling waren de talloze herdenkingsplaatjes die nabestaanden op bankjes hadden geschroeft, dan wel op bomen, strandpalen of richtingaanwijzers. Ter herinnering aan ouders, tantes, kinderen en honden, heel veel honden.

Of dat op de rest van het eiland ook zo geldt checken we de volgende keer. U hoort.

Weer

Het Strandhotel in Koog heeft een klein balkonnetje van waaruit je precies op zee kan kijken. Dat deden we minimaal vijf keer; vijf foto’s van dezelfde plek op een verschillend moment. Net als op Vlieland zijn de verschillen groot en groots.

Impressies

Met nog een korte impressie van wat er verder zoal te zien was in Koog. Wij waren prettig verrast door Café Beer, Burgers en Blues vanwege de beer, burgers en blues. Dan weet je tenminste wat je krijgt.

Al namen we geen burger maar een stoofpotje. Voor de liefhebbers: ze hadden er zelfs trappist van Westvleteren. Toptent. Maar natuurlijk was er ook Texels bier.

Texels Bier

Deze eerste Texelwandeling was niet het eerste bezoek aan dit eiland. Eerder waren we al eens wezen kijken bij de Texelse Bierbrouwerij. Daar schrijf ik hier dus verder niets over op. Maar over deze drie moet ik het wel even hebben.

De TX Brouwerij maakt diverse craft bieren op het eiland zelf. Ik probeerde de Island Pale Ale. Een straffe IPA, lekker fris met een klein ziltje boven op bergen hop. Prima bier, maar machtig. Daar ga je geen rijtje van achterover slaan.

Ouwe Skilder Brouwerij fabriceert kleine one-off batches. Genummerd per fles uit een serie. Ik had een hoppig blond, met ‘verse Texelse hop uit de tun van Netty’. Nummer 169 van 263, als ik me goed herinner. Lichtelijk IPA, maar vooral zeer blond. Niet dat het wat uitmaakt, want ze zijn op.

De Ruuge Monnik is een bier dat alleen voor de horeca op Texel is gebrouwen. Toevallig nog net verkrijgbaar van het laatste vat in ons hotel. Zo moeten de monniken in de 14e eeuw het bier ook geproefd hebben. Zwartmoeskervel maakt dit een zeer kruidige ale van 6,5%, maar ja, ook op.

Zo kom je vanzelf terug voor een tweede Texelwandeling; kijken wat er dan nog net niet op is.

Wandelen op Vlieland

Leestijd: 8 minuten

Vlieland is het eerste eiland dat we aandoen op ons nieuwe project WaddenWandelen. Het plan was om twee dagen te wandelen en twee dagen te nemen om te reizen en de boel te verkennen. En zo liep het ook ongeveer. Maar toch net een beetje anders.

Deels kwam dat door het weer. Op de eerste dag hadden we een heerlijk zonnetje, maar voor de dag erna werd veel wind en regen voorspeld, met zelfs een code geel voor het Noordelijk kustgebied. Dat loopt toch minder lekker, 17 km met een windkracht zeven op je voorhoofd.

Posthuys

Bovendien bleek de eerste wandeling van 20 km veel overlap te vertonen met de tweede. Daar kwam bij dat het startpunt voor beide wandelingen, het Posthuys, met de bus moest worden aangereisd vanaf Oost Vlieland. En die bus ging alleen om 12.30, deed er een half uur over en daardoor konden we pas betrekkelijk laat starten. (OK, er gaat ook een bus om 09.00, maar dat vond ik dan weer net te vroeg voor de vakantie).

Vlieland
Het deel van Vlieland dat voor iedereen toegankelijk is. De Vliehors op West is een militair oefenterrein. Onze eerste wandeling liep vanaf het Posthuys richting Noordzee en daarna rechtsom richting Vlieland Oost. Niet alles ging over het strand, enkele stukken maakten gebruik van fiets- en wandelpaden. Uiteindelijk werd het 24 km. De tweede wandeling ging vanaf het Posthuys naar het strand en daarna linksom, tot aan de Vliehors en dan om de Kroon Polders terug. Dat was ongeveer 11 km.

Toevallig hadden we ook een dagje gratis fietsen in ons arrangement, dus uiteindelijk besloten we om de tweede dag de fiets te nemen naar het Posthuys, daar de wandeling door de Kroonpolders te lopen en vervolgens nog even het bunkermuseum aan te doen. Zo zagen we ook nog wat anders van Vlieland.

Je kan natuurlijk ook drie dagen gaan. Of vier. Maar soms komen goede ideeën nu eenmaal te laat.

Dit blog is verder opgezet zoals het Zuiderzeepad Fotoboek. Een paar thema’s met foto’s die het verhaal van wandelen op Vlieland vertellen. Een soort dia-avondje van andermans vakantiefoto’s, alleen mag je deze wel zelf doorklikken.

Het vertrek

De veerboot naar Vlieland vertrekt vanuit Harlingen. Een half uur voor de afvaart verzamelt iedereen zich in de Terminal, als een onrustige kudde schapen die bijna van stal mag. Er zijn de voordringers, degenen die er al een uur staan, de-in-de-weg-staanders en de we-zien-het-wel-komt-goed-types. Maar bijna allemaal zijn ze grijs.

Na de kaartjescontrole stroomt de grijze golf omhoog, de trappen op. Richting de mooiste stoelen op het dek, naar de kantine of een rustige stoel aan het raam. En er zijn de mannetjes, zoals ik, die alles willen zien. Hoe het werkt, wat er gebeurt en die bijvoorbeeld opmerken dat het walpersoneel eerst een reddingsvest aantrekt voor ze de trossen lossen.

Waarop ik me natuurlijk moest afvragen of dat uit een RIE kwam of uit een analyse van een ongeval. Van sommige dingen kom je nooit meer af.

In de haven van Harlingen ligt een grote walvis. Die zie je pas als je er langs vaart. Het is één van de elf fontijnen die in Friesland zijn gebouwd ter ere van Leeuwarden culturele hoofdstad van Europa. Ik schreef er al eens over in dit blog over Escher op Reis.

Aankomst

Vlieland is een betrekkelijk klein eiland. Er is één aanmeerplek voor de veerboot, waar ook de Koegelwieck gebruik van maakt. Wij hadden een kamer in Zeezicht, met inderdaad uitzicht op zee. En de haven. Drie foto’s, één panorama.

Dat het eiland klein is merk je ook aan het feit dat je overal steeds dezelfde koppen weer tegenkomt, van de mensen die ook al aan boord zaten. Je bent als het ware een ongekozen bubbel met elkaar die over het eiland vloeit, in de restaurants en op de terrassen. Alleen niet tijdens het wandelen, dan zie je haast niemand. Of het moet op het strand zijn. Maar dat zijn zelden wandelaars.

Noordzeestrand

Beide wandelingen gaan over het Noordzeestrand. Dat was grotendeels leeg toen wij er liepen, zeker op de tweede dag. Toen waaide het hard en was de zee behoorlijk ruig. Dat zie je op de derde foto. De eerste foto is de opgang naar het strand vlak bij het Posthuys. En op de middelste foto, genomen ter hoogte van het Badhuys, zie je nog net de veerboot voorbij komen.

Het is precies die leegte en de onstuimigheid van de Noordzee die het wandelen over Vlieland zo aantrekkelijk maakt.

Vuurtoren Vuurduin

Geen waddeneiland zonder vuurtoren, dus ook Vlieland niet. Al is die van hun wel de kortste van alle waddentorens. Hij is precies 16,8 meter hoog, geopend in 1909 en wordt door de Eilanders liefkozend de Rode Kabouter genoemd. Omdat het torentje op een hoog duin is geplaatst, steekt ie toch boven alles uit. Voor €3,50 mag je naar boven, cash te betalen aan de vuurtorenpachter. Altijd doen.

De kleuren van het wad

Zes verschillende momenten zeezicht over vier dagen. Je zou er een fotoboek van kunnen maken. Een jaar lang elke dag een foto, ik heb er nu al zin in.

Bunkermuseum

Vaste prik op vakantie: vuurtorens en bunkers. Het bunkermuseum Wn 12H is een bezoek zeker waard, al is het nog lang niet af.

Vogels

Massa’s vogels, op Vlieland. Zoals deze zwerm scholeksters, die besloot onze komst niet af te wachten. Langs de vloedlijn zagen we verder heel veel strandplevieren, kleine snelle vogeltjes op zoek naar lekkere hapjes. Maar vooral waren er veel meeuwen, heel veel meeuwen. En ook heel veel dode meeuwen, dat ook. Maar dat bleek volkomen normaal. Wisten wij veel.

Impressies

Impressies. Zonder commentaar. Klik op de foto voor een vergroting.

Bier

Niet onbelangrijk: plaatselijk bier. Vlieland is gezegend met een eigen brouwerij, Fortuna Vlieland. Waren we er langer geweest, hadden we er zeker even een bezoekje gebracht. Ik heb zo’n beetje de hele selectie uitgeprobeerd en daarvan beviel de Monnicke Weizen mij het best. Donker tarwebier, fris kruidig en ongefilterd. Met dennetoppen, jawel. De Island Ale is trouwens een goede tweede

Bries werd speciaal gebrouwen door Fortuna voor het Badhuys. Het is zomers bier van zo’n 4.4% dat veel doet denken aan Desperado. Met op de achtergrond een klein ziltje dat wordt verstopt door de limoen. Limoen dus niet doen.

The Captain’s Daughter is van Brouwdok uit Harlingen. Een mooie rode Ale, vol van smaak en bitterzoet met zilt. Mooi dat er na de eerste hoppige IPA golf nu ook ambers met elegantere smaken ontstaan.

Aan het eind

En zo kwam er met een biertje een einde aan de eerste van zes keer WaddenWandelen. Benieuwd wat de volgende vijf ons gaan brengen. Van deze kon ik in ieder geval zeggen: het waren twee fantastische dagen.

Ferdinand Hart Nibbrig was een schilder die leefde van 1866 tot 1915. Het grootste deel van zijn leven woonde en werkte hij in Laren. In de zomer trok hij veel naar de kust, voornamelijk Zoutelande en Vlieland. Dit schilderij is uit 1902 en toont de vuurtoren van Vlieland. Ik kwam het tegen op de expositie Liefde voor Kleur in het Singer Laren, mei 2023.

Er staan nog meer wandelblogs op Rizoomes. Bijvoorbeeld dit Zuiderzeepad Fotoboek. En acht verhalen over het Pieterpad vind je hier.

Bier na de tweede lockdown

Leestijd: 5 minuten

Bier na de tweede lockdown brengt u op de hoogte van onze laatste wandeltochten die we afsloten op een terras. Inmiddels het vierde blog in een serie over bierwandelen. Met in dit rijtje van acht veel dubbels. Vast toeval.

Eén van de grote genoegens van de boer is dat hij na een lange donkere winter zijn koeien weer los kan laten in de wei. Dat is feest. De beesten weten van gekkigheid niet meer hoe ze zich moeten verplaatsen, het springt, hobbelt en hoekt alle kanten uit. Precies zo voelde wij ons na het opheffen van de tweede lockdown. Alleen wisten wij wel wat we moesten doen. Lopen en naar het terras.

Isid’or

Het eerste bier na de tweede lockdown dronken we op een terras in Kampen. Het was 9 mei en we hadden er net een route opzitten van het Hanzestedenpad. Die eerste werd een Isid’or van La Trappe. Geen onbekende voor ons, alhoewel je hem opvallend weinig op de kaart ziet staan. Mooi amberkleurig bier met een gelaagde smaak, kruidige fruitigheid die overgaat in een karamelletje. En koop voor thuis die fijne fles van drie kwart liter. Voor de broodnodige bezinning.

Redenaar

Natuurlijk gingen we tijdens de lockdown ook niet helemaal op water en brood. Wel op hop, mout, water, tarwe, gist en rietsuiker. Op de juiste manier schudden en je hebt een Redenaar, die we aanschaften bij de plaatselijke Barbier. Donkerblond met een schitterende schuimkraag. Lekker droog, troebel en ietwat zoetig door z’n acht procentjes alcohol. Goed doordrinkbaar, zegt de brouwer, maar er staat niet bij wat dat voor de day after betekent. Ook al deden we er slechts één, wij zeggen: remember die Duvel Doorzak Dag, dan weet je het.

Kou van Jou

Op het Blauwspoorplein in Dordrecht bestelden we een Kou Van Jou van de Blauwe IJsbeer. Een geweldige naam die aanleiding geeft tot fijne flauwe grappen (‘Ik ook van jou’) als de beschikbare tapbiertjes worden opgesomd. Het biertje zelf is ook geweldig. Gembertje er in, niet overheersend, maakt het een fris bier. Rood van kleur, eerder een ale dan een blond, maar daar kniezen wij heel weinig oor over. Aanrader.

Giulia Ovest

Deze Giulia Ovest troffen we op een koud en winderig terras van een Italiaans restaurant nabij het station in Maarssen. We hadden er net een stuk Waterliniepad opzitten vanaf Utrecht en een kleine evaluatie met onze wandelgast was op zijn plaats. En dat ging uitstekend met dit amberkleurig bier uit Italie. Beetje notig van smaak, ik vind het verrassend lekker. Zou ik zeker weer bestellen, als het dan tenminste niet zo hard waait.

Fourchette

De Fourchette is een bijzonder bier, omdat hij niet zozeer gebrouwen is als wel samengesteld. Het is een blend. Jawel, een mengsel van witbier en tripel. Speciaal om te drinken bij de de meer culinaire gerechten dan een sateetje friet. De Fourchette zit stevig in zijn koolzuur, is droog kruidig met citrustonen, koriander en kruidnagel. Ik vond hem zwaar smaken, bijna traag. Eerder de feel van een wijn dan een bier. Dus kleine slokken in plaats van grote klokken. Maar wel eentje die de liefhebber geproefd moet hebben.

Leerdams Klokke Bier

Tussen de regenbuien door arriveerden we opmerkelijk droog op de Noorderwal in Leerdam, na zo’n 24 kilometer lopen op het Waterliniepad. Tijd voor een stevige opfrisser dus, die wij vonden in deze dubbele Leerdammer. Hij komt uit de brouwerij Steenberge, smaakt bitter bruin met kandij en lijkt wel wat op de Tongerlo. Dus when in Leerdam….

Meester Dubbel

Ook de Meester Dubbel dronken we tijdens de tweede lockdown gekluisterd aan huis. Heel erg donker bruin met ook een bruinig kraagje. Goed in de kandijsuikers, maar tegelijk ook bitter en fris. Leek sterk op het Leerdams Klokke bier. Kan je een mooie avond mee vullen als je er meer hebt dan één. Maar dat hadden we niet. Voortaan anders inkopen voor de thuisproeverij, zoveel werd mij duidelijk tijdens deze afzondering.

Postel

De Postel Dobbel wordt gebrouwen door Affligem. Het is een klassiek Belgisch dubbel bier, naar oud recept van de abdij van Postel. Die doen trouwens tegenwoordig vooral in de verkoop van kruiden uit eigen tuin. Het is een tamelijk zoetig bier, rozijntjes met bruine suiker. Voor op het terras prima te doen maar in de thuisfrigidaire ligt er dan toch eerder een Westmalle Dubbel.


Alle bierwandelblogs op een rijtje:

Verrassend bier na de drooglegging van 2020

Leestijd: 5 minuten

Eén van de grootste genoegens in dit leven is misschien wel een lekker bier op een terras na een lange wandeling. Het liefst eentje uit de streek zelf. Dat je ergens bent wezen lopen, de omgeving hebt verkend en bekeken, wie weet zelfs interessante gesprekken hebt gevoerd met mensen die je er tegenkwam. En dan als kers op de appelmoes een streekbier; de smaak van die buurt. Hoe veel mooier kan het zijn?

Sinds de intelligente lockdown weten we dat: niet. Mooier wordt het niet. Lopen, dat gaat nog wel. Rondjes om de kerk, klompenpaden, trage tochten, zolang het maar van A naar A gaat en met eigen auto, dan komt het goed. Maar die bieren, die werden node gemist. Dat dan de Stoa zegt dat de objectieve feiten niet het probleem zijn, maar wel je reactie er op maakt het niet veel beter: geen bier is geen bier, Seneca en Marcus Aurelius. Moet een mens dan alles maar accepteren?

Maar voor het echt nijpend werd was daar gelukkig de versoepeling. Na gedane wandeling is er weer open terras, met bier. Zoveel vreugd moet worden gevierd met zeven verrassende biertjes, de ervaring van afgelopen weken. Het is nog niet helemaal als de beste bieren van het Pieterpad, maar het herbegin is hier; verrassingen na onderweg.

Vlak bij ons huis, aan de Laarder Wasmeerroute, ligt Bluk. Theehuis op de hei, met genoeg empatisch vermogen er fijne bieren te schenken zonder te vragen of de betreffende wandelaar wel genoeg kilometers heeft gemaakt voor zijn beloning. Want die beloning is groot: een Gerardus Kloosterbier van de tap. Een Gulpener dubbelbier van 7%, beetje bitter, notig, cederhoutje. Maar niet zoet, helemaal niet zoet. En dus, als we niet braaf zijn maar dorstig, lopen we slechts de anderhalve kilometer van de route die nodig zijn om bij Bluk te komen. Ja, u leest het goed: met die anderhalve kilometer maatschappij gaan we het gewoon helemaal sjeffen.
Het allernieuwste klompenpad is het Ambts- en Rijkspad. Wij liepen er toevallig op de dag dat het officieel werd geopend en het is één van de leukste klompenpaden die er is. Gasterij De Arend ligt zowel aan het begin als aan het eind van de route. Hoe vriendelijk is dat: dat je vanaf de start weet waar je aan het eind een bier kunt kopen. Aldaar raden wij de Scotch Crowned Trees Stout aan. Een ale van 7,2%, al in 1921 gebrouwen door Wielemans uit het Brusselse Vorst en sinds kort weer terug in de AB Inbev stal. Zacht zoetig en mooi roodbruin van kleur. Eigenlijk is er maar één nadeel aan: de flesjes zijn slechts 25 centiliter. Zo zou Wielemans het vast niet gewild hebben.
When in Dokkum, do as the Dokkumers do: drink a Bonifatius bier. Wij deden het Wad Wit. Inderdaad, een wit bier, van 5,2 % maar dan met zeewier er in. Ja, zeewier. Lekker ziltig. En dan ook nog eens met water uit de bron die Bonifatius daar volgens de legende ergens tussen 675 en 754 ontdekte. Verder met koriander en sinasappelschil. Wel lekker, maar ook heftig. Twee achter elkaar bleek eentje te veel.
Ook in Dokkum gedronken: It Lulke Wiif van brouwerij de Freonskip. Een hoogblond bier van 7%, met een bijzondere smaak door toevoeging van de Wichter, een pruim die slechts in de Friese Wouden voorkomt. Het was een prettige kennismaking, althans de eerste paar slokken. Daarna werd het wiif kennelijk echt lulk en trok ze alle belletjes eruit. Wat overbleef was een kruidendrankje zonder prik.
Op het terras van Wad Oars in Anjum bestelden we een koude klets: Kald Kletske. Gewoon spesjaal bier van brouwerij Dockum. Een echte blond, hoog in het koolzuur en zoals wij dat bij tropische temperaturen graag hebben, goed doordrinkbaar. Doe er nog maar één.
Nuchtere Heit. Alcoholvrij. Omdat je soms ook nog moet rijden. Omdat je na een halve dag Spa Rood wel eens wat anders wil. Omdat het hitteprotocol zegt dat je veel moet drinken. Omdat het toevallig op de kaart stond. Omdat je om 15.00 geen zin meer hebt in koffie. Omdat thee voor vroeg is en voor laat, niet voor er tussenin. Daarom.
U wist dat natuurlijk, maar ik stond er nooit bij stil: ook het Lauwersmeer was ooit een zee. Met vissersplaatsjes erlangs, zoals Zoutkamp. En daar hebben vijf mannen Solt opgericht: “wij dromen van een erfenis voor onze kinderen- en kleinkinderen, waarin ook zij op een duurzame manier kunnen blijven oogsten uit een vruchtbare zee en smaakvolle levensmiddelen ontwikkelen vanuit één passie. Smaak!” Eén van die smaken is de Seeratt: een blond bier van 5,8% dat neigt naar Ipa, met een mooie dot gist in het glas dat het lekker troebel maakt. Wat ik ook niet wist: een seeratt komt nooit alleen.

Alle bierwandelblogs op een rijtje:

De beste bieren langs het Pieterpad deel 2

Leestijd: 5 minuten

En toen was hij opeens af, het Pieterpad. Bovenop de Pietersberg zaten de 498 kilometers er op, het zwarte gat nakend aan de einder. Wat nu te lopen?

Gelukkig hadden we de biertjes nog. Wijzer geworden door het eerste blog over de streekbieren van het Pieterpad, hebben we in deel twee àlle speciaal bieren die we tegen kwamen gerecenseerd. Lekker. De meeste wel, nochthans.

Serafijn

Serafijn van brouwerij de Hemel uit Nijmegen. Gedronken bij pannenkoekenrestaurant de Duivelsberg in Berg en Dal. Witbier van 5% dat in een onprettig limonadeglas kwam. Enigszins laffige smaak, koriander en sinaasappel node gemist. Geen hoogvlieger. Maar dat zijn eigenlijk alle witbieren niet. Nee, een weizen is echt wat anders dan witbier. Dat u het maar weet. En hou ook eens op met die citroentjes er in te gooien. Niet meer doen.

Wolf

Wolf bij de Wolfsberg in Groesbeek. Van brouwerij Wolf uit Aarschot, België. Stevig bier van 7,4%, licht aromatisch zoet, beetje de smaak van Duvel. Lekker bier met enorme schuimkraag die de hele kelk vulde. Nectarine met witte peper. Prachtig terras, vol nogal koude kak. Die gingen weer, het mooie uitzicht bleef.

Tortel Weizen

Tortel Weizen van Genneper Tortelduiven brouwerij. Mooie plek bij Hotel de Kroon in Gennep. Wel een weizen, but not as we know it, captain. Ietwat vlakke smaak, maakt geen grote indruk. Snel overgestapt op Gerardus van Gulpen. Is dat een streekbier eigenlijk? Vast wel, hij past bij elke streek namelijk heel goed. Zoals bij Bluk op de hei in Laren, op slechts 1,5 kilometer lopen hier vandaan in Hilversum.

Tre Fontana

Tre Fontana komt uit Rome en is het elfde Trappistenbier. Voorheen slechts aan het klooster ter plaatse te verkrijgen en enkele speciaalzaken in de Eeuwige stad. Een heerlijke tripel met eucalyptus die het een frisse afdronk geeft op het zachte zoet van de 8,5% alcohol. Niet uit de streek, maar wel gedronken bij Brouwersplaats in Venlo. Café voor de bierliefhebber en dat zijn we. Het zou een zonde zijn dit goddelijke bier niet te noemen in deze lijst. Dus doen we dat, maar neem voldoende zilverlingen mee, goedkoop is het niet.

Venloosch Alt

Venloosch Alt wordt tegenwoordig gebrouwen door Lindeboom. Het roept dezelfde vraag als bij de Gerardus: is het een streekbier? Lekker is het wel. Een licht kruidige smaak op 5,2% alcohol. Mooie amberkleur, klein zoetje en moutig. Gaat makkelijk van de één naar nog één en toch gezond weer op. Het is een kwestie van geduld dat heel Holland met Venloosch Alt zijn glaasje vult.

Gouverneur Blond

De Gouverneur Blond is ook van Lindeboom. Een lekker blond bier, kruidig met een stevige afdronk. Die 6,5% zitten zeker niet in de weg en het is daarom het vermelden zeker waard. Ook al zit het in de categorie Leffe, Affligem en La Trappe: wel speciaal bier, geen streek. Staat dus niet in de top 5 Pieterpad deel 2. (Geintje, wel hoor)

Flandrien

Flandrien Super 8 is een blond bier uit België. Ze lonken naar de wielersport en dat was ook precies de reden dat ie op de kaart stond bij restaurant Saga in Geulhem. Flandrien beschrijft het zelf als volgt: “Een kopman zonder een sterke ploeg achter zich pakt geen enkele prijs. Daarom hebben we die van ons omringd met kruidige knechten zoals eik, vanille, koriander en verschillende soorten hop waaronder Saazhop, Belgische hop, kruidige en bloemige hop. Straffe smaakmakers die elke bierliefhebber moeiteloos over de streep trekken.” En zeau is het.

Tongerlo Bruin

Tongerlo Bruin wordt net als Flandrien gebrouwen bij Haacht in Bortmeerbeek. Al 120 jaar een onafhankelijke familiebrouwer en alleen daarom al zouden wij allen aan de Tongerlo Bruin moeten. Maar het is ook gewoon een lekker bier, zij het wat aan de zoete kant met zijn karamel en bruine suiker smaken. Gelukkig stijgt er na elke slok een licht kruidig bittertje op, want biertjes moeten ook niet te braaf zijn, zelfs niet als ze uit een klooster komen.

Gerardus

En dan de hamvraag: welk bier is het beste van het Pieterpad? Eigenlijk is daar maar één antwoord op te geven: ga het vooral zelf proeven. Dan kom je er vanzelf achter. Wij vinden een Gerardus van de tap op dit moment het lekkerst. Al was het maar omdat ie op loopafstand van ons huis verkrijgbaar is, met uitzicht op de hei. Zodat wij vrij naar Kloos kunnen zeggen: de natuur is prachtig, helemaal als je er wat te drinken bij hebt.


Alle bierwandelblogs op een rijtje:

Een beeldverslag van de Dinner Train

Leestijd: 4 minuten
29 juli 2019

Sommige belevenissen zijn alleen maar leuk omdat je er achteraf over kunt bloggen. Dan is het eigenlijk te erg wat er gebeurt, maar krijg je door het vooruitzicht van een verhaal toch nog een goed humeur. Zoals de 27e juli, toen wij hadden ingecheckt op de Dinner Train. Een beeldverslag van meer Train dan Dinner.

Het leek vooraf zo’n leuk idee; eten met de Dinner Train. Je stapt op in Hilversum (of een andere plaats), rijdt twee uur rond en krijgt ondertussen een vier gangen menu geserveerd. Voor 49 euro, en als je een tafel voor twee wilt kost het een tientje meer. Dat deden wij dus.

Dit is de restauratie wagon. Wij liepen zo’n beetje als laatste naar binnen en hoorden onderweg van tafeltjes die al bezet waren dat het niet zo goed schoon was gemaakt. “It’s sticky”, klonk er. En dat klopte, alles was plakkerig. Links achter in de hoek zie je ovens waarin de maaltijd werd opgewarmd. Ja inderdaad, opgewarmd, niks kokkie of keuken. Dat stond er op de website niet bij. Enfin. Op de meest linkse oven zie je een papiertje hangen: dat was de gebruiksaanwijzing van het diner. Regelmatig dromden de drie obers er samen om het lijstje na te lopen en de acties te verdelen.

De amuse stond al op tafel toen we gingen zitten, zonder verdere toelichting. Geen idee hoe lang het er al stond. Op deze foto had ik al twee hapjes genomen. Het was couscous met wat kikkererwten (vier stuks) en iets vaags boterigs. Later heb ik terug gerekend dat het de eerste van vier gangen was.

Leffe is sponsor van de Dinner Train. Met voor mij nieuwe biertjes, zoals deze Radieuse. Een mooi amberkleurig bier van 8,2%. Moutig, koriandersmaakje erbij, op zich niks mee behalve dat ie lauw was. Zeg maar gerust huiskamer temperatuur. Ze hadden een storing gehad, waardoor alle koelkasten waren opgewarmd, vertelde een van de obers. Maar toen reed de trein al, richting Utrecht. Te laat voor een early leave.

Het voorgerecht kwam niet uit de oven en werd geestdriftig ontdaan van zijn cellofaantje op weg naar ons tafeltje: twee zalmplakjes met opgerolde komkommer. Ook twee, per persoon. Dat dan weer wel.

Niet zomaar zalmplakjes: een smaakexplosie! Sashimi! Volgens het menu althans. Gelukkig reed de trein nog wel gewoon door. Ja, je weet het niet, een mens wordt toch achterdochtig.

Keerpunt Heidestein. Hier stond de trein geruime tijd stil en reed daarna weer terug. Zonder toelichting overigens. Da’s het mooie van lokatiebepaling, kun je later zien waar je geweest bent door op je foto’s te kijken. Hieronder volgt een korte impressie van de rest van de route.

Drama

Hoofdgerecht: dubbele halve mul met een aardappelstapeltje. En een slice radijs. Met nog net in beeld een courgetteplakje. Grasje erop, klaar is de Train met z’n Dinner. Er was ook nog een toetje, maar die wilde niet op de foto.

Hilversum

Eenmaal uitgestapt en op weg naar huis bleken alle snackbars ook nog eens dicht. Of al dicht, hangt er van hoe je het bekijkt. Het was in ieder geval goed voor de lijn. Zoals ik eerder zei, soms zijn dingen alleen maar leuk omdat je er over kunt bloggen.

Naschrift 7 augustus 2019

Op 7 augustus bereikte ons het bericht dat de Dinner Train failliet is. Geen al te grote verrassing, maar wel jammer voor alle betrokken medewerkers en bezoekers die al een kaartje hadden gekocht. Het blijft natuurlijk een geweldig concept, nu nog een goede uitvoering.

De beste streekbieren van het Pieterpad deel 1

Leestijd: 4 minuten

De laatste route van het eerste boekje: van Laren naar Vorden

Eenmaal in Vorden kon het boekje dicht: de eerste dertien etappes en 236 kilometer zaten er op. Overwinningen moet je vieren en bij een feestje hoort een biertje. In dit Pieterpadblog vindt je daarom de vijf beste streekbieren die wij tegenkwamen onderweg. Geheel subjectief en op niets anders gebaseerd dan de eigen smaak. Met als definitie van streekbier ‘ongeveer in de buurt gebrouwen van waar het gedronken werd.’ Ja, dat is weids. Houden we van.

Conclusie: allemaal proberen! Het waren tevens de enige vijf streekbieren, dus acht keer moesten we het met wat anders doen. Zoals een Weizen of een Dubbel. Weet je gelijk een beetje wat we lekker vinden. Hopelijk vinden we in deel twee van het Pieterpad wat meer plaatselijk vakmanschap, kansen genoeg zou ik zeggen.

5. Martinus Nuchter Pale Ale

De Martinus Nuchter dronken wij bij de Drie Gezusters op de Grote Markt in Groningen. Het is een biertje met een mooi verhaal. Het recept is mede ontwikkeld door de supercomputer ‘Watson’ van IBM. Die maakte een analyse van de karaktereigenschappen van de Groninger en koppelde dat aan duizenden bierrecensies. Het resultaat is een pale ale van 6,1%, gebrouwen met 50% haver. Ik vond het een OK bier. Niet heel IPA, toch wel met een citrusje erin op een verder ietwat vlakke smaak. Maar ik ben dan ook geen Groninger.

4. Groninger Spelt Pale Ale

De Groninger Spelt Pale Ale werd geschonken op een zonnig terras in de haven van Winssum, op de eerste dag van het Pieterpad. Dat maakt alles lekker. Deze Pale Ale is mild hoppig en schuimt er vrolijk op los. Lekker fris met 5%. Daar doen we er nog maar eentje van dan, daar in dat kleine café aan de haven.

3. Veluwse Schavuit

Eigenlijk is het geen schavuit, maar Schavuyt. Gebrouwen door brouwerij de Vlijt uit Apeldoorn. Die hebben hun best gedaan er een mooi amberkleurig bier van te maken en dat is goed gelukt. Volle smaak met caramel, beetje hoppig en ja drommels, in de nasmaak nog wat honing ook. Hij doet 6,5% en vooruit, wij er ook nog één.

2. Groninger Oerspelt Weizen

De Oerspelt Weizen is een broertje van de Spelt Pale Ale van nummer vier. Waar die al flink aan het koolzuur was, schuimt deze helemaal door. Flinke kragen heb je zo te pakken, die heerlijk geuren naar fruit en dan natuurlijk vooral naar banaan. Hij doet 6% en kreeg een vetleren medaille op het bierfestival van Lyon in 2018. Kijk, dan kan je wel wat.

1. Dalfs Blauw

Het Dalfsblauw van de Vechtdal Brouwerij kon ons het meest bekoren. Niet alleen door de prachtige plek op het terras van Grand Cafe de Veghte in Ommen, maar vooral door die diepe smaak van deze haast Belgische Dubbel. Koffie, caramel, mout, hop, het komt allemaal voorbij in een prachtige lichtbruin bier met een fijne schuimlaag. Hij schrijft 7,5% en oom agent een bon als je er drie neemt voor het autorijden. De volgende keer gaan we dus met de trein.


Alle bierwandelblogs op een rijtje:

© 2024 Rizoomes

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑