Wanderings in crisis

Tag: Besluitvorming (Pagina 2 van 2)

De strategie van de toevallige kans

De strategie van de toevallige kans bestaat uit twee elementen, voorbereiding en momentum. Of zoals Seneca het zei: luck is what happens when preparation meets opportunity. Maar dat is allerminst een recht pad, eerder is het een manoeuvre, tussen bricoleren en kairos. En dat is hard werken.

Sinds een paar jaar gebruik ik notitieboekjes om gedachten, aantekeningen en ideeën in op te schrijven. Het begon met tamelijk grote dummy’s, want het leek me leuk om een dik eigen boek vol met aantekeningen te maken.

Dat bleek echter minder handig dan ik dacht. Na verloop van tijd vond ik het mogelijk verlies van al die aantekeningen een te groot risico worden. Daardoor verdwenen er allerlei half gevulde aantekenboeken in de kast en ging ik steeds weer met een nieuw dik boek op pad. Die dan ook weer grotendeels leeg bleef.

Inmiddels gebruik ik daarom kleine boekjes. Ze zijn lekker snel vol, makkelijk mee te nemen en het is niet erg als er eens eentje kwijt raakt op reis. Dat is makkelijk weer aan te vullen.

Enfin, in één van die boekjes staat al geruime tijd het voornemen om een blog over de strategie van de toevallige kans te schrijven. De strategie van de toevallige kans was één van de centrale leerstellingen van Don Berghuis, zo vertrouwde hij mij eens op een avond al sigaren rokend toe. Berghuis was toentertijd de commandant van Brandweer Rotterdam. We zaten in de bar van de oude brandweeracademie en een rookverbod was nog in geen velden of wegen te bekennen.

Ergens tegen 21.00 kwam Don opeens de bar binnen, noestig om zich heen kijkend en stevende direct op mij af. Sigaren vergeten, of hij uit mijn sigarendoos mocht meeroken. “In ruil voor sappige verhalen”, onderhandelde ik en hij schoof al op de barkruk met een eerste anekdote over het nut van zijn Gideonsbende en de strategie van de toevallige kans.

Ik luisterde met grote aandacht, alsof ik werd ingewijd in de geheimen van het genootschap De Oude Vos. Had ik toen mijn aantekenboekjes al maar gehad, dan had ik u er nog gedetailleerder over kunnen vertellen. Nu moeten we het doen met mijn herinnering, aangevuld met Youp en Joep. Het wordt vanzelf duidelijk.

Voorbereiding en momentum

De strategie bestaat grofweg uit twee elementen, voorbereiding en momentum. Want voor toeval moet je hard werken, zo leerde ik van Berghuis, het is niet alleen maar wachten totdat er een kans voorbij komt. In de voorbereiding moet je bezig zijn met reuring en variatie creëren. Wat zijn je doelen, hoe zien je plannen er uit, welke acties ga je uitzetten, wie ga je ontmoeten, welke artikelen ga je schrijven, aan welke congressen ga je meedoen, met wie ga je samenwerken, kortom je gaat van alles in het werk zetten in de richting van je Weg.

Naarmate je meer in beweging zet, neemt de kans toe dat één (of meer) van die bewegingen zich in jou richting gaat begeven. Dat is precies wat je wilt en daarmee de eerste fase van de strategie.

Movement Heartbeats

Belangrijker nog is dat alle elementen in die ingezette beweging gaan interacteren met elkaar en daarmee nieuwe elementen en gebeurtenissen gaan opleveren met een hoge mate van toevalligheid; fase twee van de strategie.

Dan is het tijd om toe te slaan: momentum, het woord zegt het al. Momentum is goed kijken wat er gebeurt en op het juiste moment acteren. Niet alleen zien, maar ook begrijpen en voorspellen. Waar de energie zit, daar zitten de mogelijkheden, de toevallige kansen. En dus is toeval toch gewoon logisch, zoals Cruyff al zei. Want een kans maak je zelf. Door een goede voorbereiding, interactie te creëren en momentum te herkennen.

Het complot van Kan

Dat je met goede voorbereiding en momentum niet alleen toevallige kansen maar ook theaterprogramma’s maakt las ik deze zomer in het NRC. In één van de zomeravondgesprekken vertellen Youp van ’t Hek en Kamagurka over de noodzaak van het magische moment. “Je mag de beste grap geven aan bepaalde mensen, die gaan er nooit een lach mee krijgen. En dan heb je andere mensen die de flauwste grap vertellen en iedereen lacht.”

Youp noemt dat het complot van Kan. “Wim Kan zei daarover: je doet de deuren dicht, het licht gaat uit en je smeedt een complot met de zaal. Het is vaak heel moeilijk na te vertellen voor wie er niet bij was. Daarom is cabaret op TV ook veel ingewikkelder. En het lekkere van véél spelen is dat je je voorstelling helemaal kan bijschaven tot een geoliede machine.”

Hier zie je de twee elementen voorbereiding en momentum uit de strategie van de toevallige kans ook weer voorbij komen, aangevuld met ervaring van het vele spelen. De strategie vraagt dus ook gewoon om vakmanschap, naast momentum en voorbereiding. En om het gebruik van de magie van het moment. Lees dit stukje van Youp uit de krant maar eens, over de eenmalige magie.

Youp over het complot van Kan
Vindingrijk in lastige situaties

Toen was het de beurt aan de andere Youp. Joep Schrijvers is bekend geworden door zijn boek ‘Hoe wordt ik een rat?’. Zijn tweede boek, ‘Maak er wat van’ is minstens net zo goed maar heeft veel minder aandacht gekregen. Het is mij niet duidelijk waarom dat zo is, maar de inhoud past uitstekend bij de strategie van de toevallige kans.

Ik bricoleer er voor dit blog de zaken uit die mij goed uit komen, waarschijnlijk onder instemmend geknik van Joep, maar leest u vooral het hele boek zelf. Er staat veel meer in dan hier nu even voorbij komt.

Wanneer worden situaties lastig, zo vraagt Schrijvers zich af. Als je ze niet meer aankunt met de middelen die je hebt, is het antwoord. “Er is een mismatch tussen wat je kunt en wat de situatie vraagt”, schrijft hij. Je hebt het dus lastig als je te simpel bent voor de complexiteit van de situatie. Schrijvers onderbouwt deze stelling met de wet van Ashby, de grondlegger van de systeemleer.

Een systeem kan alleen voortbestaan wanneer het dezelfde of meer variatie heeft als zijn omgeving.

William Ross Ashby

Het gaat er dus om dat je voldoende variatie hebt om oplossingen te verzinnen die de complexiteit van de situatie goed aan kunnen. Er is de laatste tijd veel geschreven over situational awareness. Dat is een belangrijke factor om de complexiteit van de situatie op de juiste manier in te schatten. Maar daarmee ben je er nog niet: je moet ook weten wat je er aan kan doen.

Wet van Ashby

Dat heet option awareness. Voor zover de geprepareerde oplossingen in de vorm van bijvoorbeeld plannen, kennis en materiaal je in de steek laten, geeft Schrijvers vier vuistregels om vindingrijk te zijn in lastige situaties. Vier regels die dus eigenlijk de option awareness vergroten. Dit zijn ze:

  1. Bricoleer: verzamel en herorden
  2. Bespeel het toeval
  3. Maak tijd tot je bondgenoot
  4. Herdefinieer je situatie.
Bricoleren: nieuwe functionaliteit maken met wat voor handen is

Bricoleren is een vorm van kennis ontwikkelen die voor een deel op toeval berust. Je verzamelt van alles wat je tegen komt onder het mom dat je het wellicht ooit nog eens kunt gebruiken. Daarmee vergroot je de variatie van je systeem: alles heeft mogelijkheden in zich, maar waar en wanneer je het kunt gebruiken blijft vooralsnog in het ongewisse.

Mijn aantekenboekjes zijn een vorm van bricoleren: het zijn ideeën, reflecties, beschrijvingen, verhalen, schema’s en modellen. Geen idee wanneer ik er wat mee ga doen, maar zo nu en dan kan ik er wat mee. Zoals nu, in een blog over de strategie van de toevallige kans.

Schrijvers zegt dat je ook mensen moet verzamelen; zorg voor een goed netwerk. En hij raadt aan je verzamelingen regelmatig te herordenen, zodat  je nieuwe verbanden en connecties ontdekt. Je verzamelingen zijn dus eigenlijk een rizoom, waarbij jijzelf de verbindende connector met alles bent.

Seagul Rhizome

Ik zou daarnaast aanraden om ook regelmatig onbekende en onwaarschijnlijke crisissituaties te beoefenen en na te spelen. Al die scenario’s leveren een serie aan oplossingen en beheersmaatregelen op, die je wellicht ooit nog eens van dienst kunnen zijn bij een echte crisis of ramp.

Moderne hulpmiddelen, zoals virtual reality kunnen de kwaliteit van die vorm van bricolage alleen nog maar verder vergroten. Bij besluitvorming onder tijdsdruk, dat met name werkt op basis van herkenning, is je verzameling oplossingen dan een uitkomst waar je nog veel plezier van kunt hebben.

Bricoleren is onderdeel van de voorbereidingsfase in de strategie van de toevallige kans; je kunt er pas wat mee als je een verzameling hebt. Tijdens de crisis komt bricoleren te laat.

Kairos is het symbool van momentum

Bespeel het toeval is de tweede vuistregel van Schrijvers. De belangrijkste les daarbij is alert en voorbereid te zijn. “Wanneer je je steeds afvraagt wat je met nieuwe ideeën, mensen en ontmoetingen kunt, ga je kansen zien”. En dan moet je ook nog op het juiste moment toeslaan: als er momentum is.

De Griekse God Kairos is de belichaming van momentum. Hij is vaak afgebeeld met vleugels aan zijn voeten, een weegschaal en een scheermes. En hij heeft een opvallende haardracht. Aan de voorkant hangt een lange staart, en aan de achterkant is hij kaal. Als Kairos op je af komt moet je hem aan zijn staart pakken voor hij weer weg is, want aan zijn kale achterhoofd grijp je mis, dat is het symbool. Het verhaal gaat dat de Griekse beeldhouwer Lysippos een gedicht in het beeld van Kairos zou hebben gekerfd in de vorm van een Q&A avant la lettre:

And who are you? Time who subdues all things.

Why do you stand on tip-toe? I am ever running.

And why you have a pair of wings on your feet? I fly with the wind.

And why do you hold a razor in your right hand? As a sign to men that I am sharper than any sharp edge.

And why does your hair hang over your face? For him who meets me to take me by the forelock.

And why, in Heaven’s name, is the back of your head bald? Because none whom I have once raced by on my winged feet will now, though he wishes it sore, take hold of me from behind.

Why did the artist fashion you? For your sake, stranger, and he set me up in the porch as a lesson.

Kairos statue
Kairos uit het museum van Turijn

Kairos, the window of opportunity en momentum zijn andere woorden voor hetzelfde: in de strategie van de toevallige kans is ‘zien’ alleen niet genoeg, je moet het ook pakken. Op welk moment je echter iets pakt is nog een kunst op zichzelf.

Dat raakt vuistregel 3: maak tijd tot je bondgenoot.

Versnel of vertraag, verdeel taken en maak onderscheid tussen hoofd- en bijzaken. En kijk ook goed naast je, zegt Schrijvers, want de tijd werpt zijn schaduw niet alleen maar vooruit. “Wij staan in de schaduw van de mogelijkheden die ons omringen”.

In die zin is Kairos ook een vorm van bricoleren, maar dan met de toevallige omstandigheden die een situatie ons biedt. Kijk dus goed om je heen, en wees je bewust van de bijzonderheden van de menselijke waarneming, zoals in dit blog beschreven.

Het belangrijkste woord is ja

Door een goede voorbereiding, het creëren van interactie en het herkennen van momentum krijg je de strategie van de toevallige kans op de rit. Vakmanschap en alertheid spelen daarbij een belangrijke rol. En de kers op de taart is het zeggen van ‘ja’. “Hiermee erken je wat je situatie is en waar je het mee moet doen (..) omdat je geen slachtoffer, maar actor wil zijn”.

Schrijvers geeft ook nog het voorbeeld van acteurs die moeten improviseren. Ze weten dat ze alleen goed kunnen spelen als ze de bijdrage van hun medespeler accepteren. Nee zeggen is het begin van een doodlopende weg, het is de kortste route naar mislukking. Er ontstaat competitie, tegenwerking en angst, waardoor de creativiteit verdwijnt en er uiteindelijk weinig gebeurt.

Bus instappen

“Zegt je medespeler: Ik zat in een gele bus, dan zeg je niet: Nee, het was een zeppelin. Als je voortbouwt op wat er is, dan kunnen de sterren van de hemel worden gespeeld. Je gaat dus mee in de bus en improviseert van daaruit verder”.

Het is een mooi, haast poëtisch beeld om de strategie van de toevallige kans mee samen te vatten: Stap in de bus, ga op reis en improviseer van daaruit verder. En neem een klein notitieboekje mee.

Hoe effectief is frontlijnsturing tijdens repressie?

Helaas, helaas, helaas, ik kon er niet bij zijn op 29 juni 2015, de promotie van Jelle Groenendaal over frontlijnsturing. Zo veel onderzoek wordt daar niet naar gedaan, dus eigenlijk moet je dan wel bij zo’n gebeurtenis aanwezig zijn, vind ik. Maar goed, daar is dan gelukkig nog het boek. En het is een belangrijk boek. Niet eens zozeer door de antwoorden die Jelle geeft over de effectiviteit van frontlijnsturing, want daar valt nog wel wat over te discussiëren.

Het zijn vooral de vragen die Jelles onderzoek (impliciet) oproept die het een must read maken, en dan met name hoofdstuk 5 over ethisch leiderschap. Soms is een goede vraag stellen namelijk belangrijker dan een antwoord geven. Zeker in die gevallen waar er geen absolute waarheid bestaat, omdat elke situatie eigenlijk anders is en dat is frontlijnsturing natuurlijk. Niet voor niets zei Ricardo Weewer op elk dilemma uit zijn lectorale rede al: “het hangt er van af”.

Effectiviteit frontlijnsturing

Waar hangt het dan van af, die effectiviteit van frontlijnsturing, zo kan je je afvragen. Nou, het blijkt van alles af te hangen, als je Jelles boek ook tussen de regels door leest. Van de ploeg die toevallig in dienst is, van de vakbekwaamheid van de mensen ter plaatse, van de ervaring die er met het incident is en met de cultuur van de betrokken brandweerorganisatie.

rode-kroonjuwelen-2
Tekening over de lectorale rede van Ricardo Weewer komt van de website www.kielcreative.nl

Als bij mij één ding is blijven hangen bij het lezen van dit boek is het wel het belang van de organisatiecultuur en de ongeschreven regels. Hoe gaan mensen met elkaar om, hoe vertrouwen ze elkaar, hoe bereid zijn ze om te sturen en hoe bereid is de rest tegelijkertijd om te volgen?

In die zin schiet de bestuurskundige benadering van frontlijnsturing eigenlijk tekort en is een antropologisch onderzoek wellicht meer van toepassing. Ik kom daar later nog op terug. Eerst maar eens een paar definities. “Frontlijnsturing kan gedefinieerd worden als het nemen van beslissingen door leidinggevenden die zelf ook in de frontlijn staan (..) en die deze beslissingen door frontlijnwerkers moeten laten uitvoeren. Frontlijnsturing onder hoge tijdsdruk staat binnen organisaties zoals defensie en de brandweer beter bekend als commandovoering”.

In deze boekbespreking beperk ik me tot het deel commandovoering. Het onderzoek gaat ook in op rechercheteams in de frontlinie maar dat heb ik eerlijk gezegd een beetje voor kennisgeving aangenomen. Het deel over de brandweer is veel interessanter. De volgende hoofdvraag staat in het onderzoek centraal: “Hoe effectief is frontlijnsturing binnen de grootschalige politiële opsporing commandovoering binnen de repressieve brandweerorganisatie?” Om die vraag te beantwoorden zijn er in totaal vijf deelonderzoeken uitgevoerd, waarvan drie bij de brandweer.

Foto: Wiel van der Randen (1931)
Foto: Wiel van der Randen (1931)

Ethisch leiderschap

Deelonderzoek één bij de brandweer gaat over ethisch leiderschap van Officieren van Dienst (OvD). 97 bevelvoerders van één korps kregen een vragenlijst te beantwoorden over in hoeverre zij de OVD ethisch leiderschap vonden vertonen. De uitkomst van die vragenlijsten is aangevuld met interviews met OVD’s om de uitkomsten te interpreteren.

In deelonderzoek twee zijn grootschalige oefeningen gefilmd en geobserveerd, aangevuld met interviews. En in deelonderzoek drie zijn tijdens echte incidenten OVD’s gefilmd met behulp van een helmcamera. “Gekeken is wat voor besluiten OVD’s genomen hebben, hoe zij deze besluiten tot uitvoering hebben gebracht en in welke mate deze besluiten door ondergeschikten zijn uitgevoerd”.

Uit het onderzoek van Jelle komt dat frontlijnsturing eigenlijk niet zo veel toegevoegde waarde heeft. “Frontlijnleidinggevenden lijken niet snel geneigd te zijn om beslissingen te nemen die afwijken van beslissingen die frontlijnwerkers meestal nemen. Daarnaast blijkt dat de uitvoering van de genomen beslissingen vaak gebrekkig is. De gedachte dat frontlijnleidinggevenden (kunnen) bepalen wat er allemaal in de frontlijn gebeurt, blijkt op basis van dit proefschrift een illusie te zijn”. Zo, laat die maar even op u inwerken.

Althans, dat was wel mijn eerste reactie toen ik de conclusie las. Zouden OVD’s echt zo weinig toegevoegde waarde hebben, zo vroeg ik mij af? Mijn eigen ervaring is namelijk wel anders, zowel toen ik nog zelf als OVD in de frontlijn stuurde als later in mijn rol als HOVD. Wat kan er hier aan de hand zijn, dat mijn ervaringen zo anders zijn dan de conclusie van het onderzoek? Laat ik eens een paar balletjes opgooien.

Sturingsdriehoek 2
  • De eerste vraag die je kan stellen is in hoeverre en hoe vaak leidinggevenden in de praktijk een afwijkende beslissing moeten nemen. Is het niet gewoon zo dat de meeste incidenten standaard zijn en dat er voor de OVD een coachende rol overblijft? Dat is in ieder geval wel de basis van mijn model over de sturingsdriehoek: er is vaak geen afwijkend besluit noodzakelijk en de rol van de OVD is dan simpelweg de ingezette lijn te bevestigen en te coachen, niet te sturen. Het is ook de centrale stelling van het recognition primed decisionmaking: onder tijdsdruk neemt men geen besluiten, maar doet men wat de ervaring uit het verleden heeft geleerd.
  • De tweede opmerking is dat de kwaliteit van de eerste inzet door bevelvoerders in de regel wellicht al zo goed is, dat afwijkende besluiten helemaal niet nodig zijn. Het is namelijk best lastig om objectief vast te leggen wat een goed besluit en / of een goede inzet is. Hoe zou je dat moeten beoordelen? Bij mijn weten is er geen objectief referentiekader voor een kwalitatief goede inzet beschikbaar. Want het hangt er van, toch? Van de situatie?
  • De derde opmerking gaat over het eventuele corrigeren van een gekozen inzet. Dat doe je niet door een inzet af te breken af te wijzigen, zo krijg je geleerd in de officiersopleiding en bevestigd in de praktijk, maar door aan te vullen en te compenseren op dat wat ontbreekt. Tenzij er acuut sprake is van risico’s voor de eigen veiligheid, dan breek je natuurlijk wel direct af. Maar die zijn er niet zo vaak.
  • De vierde opmerking legt een link naar het onderzoek ‘situationele commandovoering’ van de brandweeracademie. Daaruit komt dat er feitelijk geen sprake is van één commandosysteem, maar van drie: hiërarchisch, specialistisch en swarming. Toevallig is het korps waar de meeste onderzoeksgegevens vandaan komen dat van Amsterdam (dat riep bij mij wel een validiteitsdingetje op, maar die bewaar ik voor de liefhebbers). En Amsterdammers doen van nature aan swarming, waardoor de rol van de OVD inderdaad niet die van de sturende centrale leider is. En dat komt dan weer overeen met de aanbevelingen van het onderzoek naar situationele commandovoering. Dus dat past wel weer goed op elkaar.
browder2_jpg_opt372x580o0,0s372x580

Al met al zou ik de conclusie durven onderschrijven dat OVD’s inderdaad helemaal niet zo vaak (afwijkende) besluiten nemen, omdat dat in de praktijk ook helemaal niet nodig is, zie mijn vier balletjes in de lucht hierboven. Maar er is meer aan de hand, zo blijkt uit het onderzoek van Jelle.

Het onderzoek naar ethisch leiderschap toont namelijk aan dat het draagvlak van afwijkende beslissingen door een OVD in grote mate afhankelijk is van het draagvlak van de OVD zelf. Oftewel, een OVD die goed in het pulletje valt wordt beter gevolgd door de ploeg dan de OVD die niet geaccepteerd wordt. Om geaccepteerd te worden in de ploeg, moet je echter niet te veel afwijken van de standaards van de groep. Die twee eisen zijn eigenlijk niet te combineren.

Draagvlak paradox

Terecht laat Jelle hier een interessante paradox zien: om draagvlak te hebben voor een afwijkend besluit, mag een OVD eigenlijk niet afwijken van dat wat men normaliter acceptabel acht. De vanzelfsprekendheid van alledag. De kwaliteit van een OVD in de warme organisatie wordt dus vooral bepaald door zijn status in de koude organisatie, niet of hij het command and control model FABCM op de juiste wijze toepast of vaak traint.

Dat je je vak verstaat is een randvoorwaarde om de rol van frontlijnstuurman te mogen vervullen, het is echter geen legitimatie. In die zin is vakkennis een commodity: het is zo vanzelfsprekend dat je het hebt om überhaupt mee te kunnen doen, dat je er verder geen enkel leiderschapsrecht aan kan ontlenen.

Daarmee is de sturing die een OVD toe kan passen al bepaald voor hij ter plaatse komt. Zijn vrijheidsgraden heeft hij al eerder gewonnen of verspeeld in zijn reguliere verhouding tot de ploeg en zijn naam en faam in het korps. Het is de ultieme uiting van de brandweercultuur zoals ik  in dit artikel beschreef leren is ook verhalen vertellen en het is ook de grote vraag die het proefschrift van Groenendaal ons uiteindelijk stelt: hoe dichten we de paradox tussen de frontlijnstuurders en de frontlijnwerkers?

Zoals gezegd denk ik dat de antropologie op die vraag een passender antwoord kan geven dan de bestuurskunde. Het is de grote verdienste van dit boek van Jelle Groenendaal dat die vraag nu zo duidelijk op tafel ligt. Misschien een mooi thema om eens in de Wetenschappelijke Raad Brandweer (*) te tafelen. Tot die tijd moet u het doen met het boek Frontline Command en dat is zeker geen straf.

(*) als die nog bestaat.

Je kan het boek online downloaden en wel hier.

Whatsapp Crisismanagement

Laatste update 25 oktober 2020

Communicatie tussen teams is essentieel voor goed crisismanagement. Zeker als er sprake is van tijdsdruk gaat dat nog wel eens mis. Het is daarom belangrijk om gebruik te maken van systemen die je dagelijks inzet. Zoals Whatsapp.

Dit blog helpt je op weg met het invoeren van Whatsapp crisismanagement. We beginnen met de tucht van de vergaderklok en de dynamiek van incidenten. Daarna kom je automatisch op het gebruik van Whatsapp. Wat kom je verder nog tegen:

  • Tussenstand na twee jaar Whatsappen
  • Nut van Whatsapp als back up systeem bij uitval primaire systemen
  • Encryptie: is Whatsapp veilig te gebruiken?
  • Wet Openbaarheid Bestuur
  • Valkuil: information bias
  • Nogmaals back up: VNOG geteisterd door ramsonware

Tucht vergaderklok

Vrijwel alle systemen voor crisismanagement hanteren een combinatie van plenair vergaderen met ‘werktijd’ tussen de vergaderingen door. Ook over beeldvorming, oordeelsvorming en besluitvorming bestaan niet heel veel fundamentele verschillen. Iedereen tweakt een beetje richting zijn eigen stokpaardjes, al dan niet met ronkende benamingen, maar in de kern zijn het allemaal variaties op kijken, denken, doen. Niet zo spannend dus.

Er bestaan grote verschillen in opvattingen over de tucht van de vergaderklok. Sommigen menen bijvoorbeeld dat je elk kwartier moet vergaderen, om gestructureerd de laatste stand van zaken door te nemen. Mede gevoed door mijn praktijkervaring als officier van dienst bij de brandweer geloof ik daar niet zo in, zeker niet in de beginfase van een incident. Dan loopt alles nog zo chaotisch en onvoorspelbaar, als je dan strak elk kwartier de verbindingen staakt, raakt het veld het contact met het crisisteam kwijt en gaat iedereen zijn eigen ding doen. Weg coördinatie.

Ikzelf geloof meer in het meebewegen met de flow van het incident. Een beetje wat een scheidsrechter doet: goed kijken in het veld wat er gebeurt en pas ingrijpen als het nodig is. En dat betekent dus soms heel veel fluiten, en dan opeens tijden weer niet.

Eén ding weet je wel zeker: het is altijd veel lopen en continu opletten. Goed fluiten is dus hard werken, net als goed crisismanagement, maar dan kunnen de teams ook boven zichzelf uitstijgen. Je inzet doet er in die gevallen echt toe, en dat maakt het mooi werk.

Minion Referee

Effectiviteit Whatsapp

Begin 2015 trainde ik een crisisteam waar ik voor het eerst tegen Whatsapp gebruik aanliep. De voorzitter had net de eerste snelle ronde beeldvorming afgesloten en iedereen gevraagd om informatie uit de eigen discipline te gaan verzamelen.

Ik keek in de rondte, wachtend op die kenmerkende hoogspanning van de simultane telefoongesprekken tijdens crisis, toen ik opeens merkte dat het doodstil bleef en iedereen druk typend in zijn smartphone verdween. Af en toe wisselden mensen wat informatie uit aan tafel, maar het bleef opmerkelijk rustig. Het bleek dat alle deelnemers Whatsapp groepen hadden met hun eigen achterban en netwerken. Die groepen gebruikten ze al in de dagelijkse praktijk, en stonden dus ook al klaar voor crisis.

Ik stond er eerst wat ambivalent tegen over: zo voelde crisis helemaal niet in het echt, het was veel te rustig, het moest gonzen. Maar al gauw stelde ik vast dat dat slechts mijn eigen achterhaalde routines waren: in een mum van tijd had iedereen de informatie boven tafel en kon de tweede plenaire ronde beginnen. Het was echt een heel effectief middel.

Het is wel belangrijk om Whatsapp alleen te gebruiken voor feiten en mededelingen. Informatie dus. Whatsapp is niet geschikt voor discussies, het poneren van stellingen of dilemma’s en meningsvorming. Dat moet je gewoon in de BOB blijven doen.

Parallelle communicatie, altijd bereikbaar

In de tweede ronde ontdekte ik een ander pluspunt van Whatsapp Crisismanagement: ondanks dat de vergadering plenair ging, kon iedereen contact blijven houden met het veld. Spoed kon gelijk worden afgehandeld, zonder dat het de vergadering stoorde. Daarmee konden de eenheden snel weer op het goede pad worden geholpen.

Handiger nog was dat in de discussie aan tafel er soms vragen werden gesteld die via Whatsapp direct beantwoord konden worden. Het maakte de vergadering daardoor veel effectiever. Ook breaking news kwam direct door, en het crisisteam kon gelijk bepalen of ze daar wat mee gingen doen of dat ze het lieten lopen.

breaking-news-current-news

Een derde voordeel van Whatsapp Crisismanagement is dat je parallel berichten kan ontvangen uit diverse groepen en accounts. Je bent dus nooit meer ‘in gesprek’ en altijd bereikbaar, terwijl je zelf kan bepalen welke berichten je wel of niet in behandeling neemt. Daarmee samenhangend voordeel is dat je alle accounts en groepen heel snel van dezelfde informatie kunt voorzien. Inclusief foto’s en filmpjes uit het veld om de beeldvorming te versterken.

Aansluiting op normale communicatiepatronen

De grote kracht van Whatsapp is dat het direct aansluit op de normale communicatiepatronen van mensen. Je kunt heel makkelijk contact leggen met wie je wilt, zonder moeilijke inlogprocedures en formele systeemvereisten. Er is geen opleiding voor nodig om Whatsapp te gebruiken.

Bovendien ben je in contact met je eigen netwerk, en weet je dus precies hoe je de berichten van je collega’s moet interpreteren. De zachte kant van informatie weegt dan ook gewoon mee in je communicatie, zoals je via de porto en de telefoon ook doet. Als bijvoorbeeld ‘Henk’, die een lekke band tijdens een fietstocht al de zwartste dag in zijn leven noemt, roept dat het uit de klauwen loopt, ben je eerder geneigd het met een korrel zout te nemen dan als ‘Willem’ zoiets zou zeggen.

Whatsapp Crisismanagement in één oogopslag. Visual note van Wendy Kiel.

Addertjes onder het gras

Er zitten ook wat kleine addertjes onder het gras natuurlijk. Gratis gaaf bestaat nu eenmaal niet. Whatsapp Crisismanagement leidt tot een soort gecolokeerde swarming, waardoor de voorzitter goed moet opletten dat het gezamenlijke beeld adequaat wordt opgebouwd. Iedereen is het centrum van zijn eigen Whatsapp groep en dreigt daardoor aansluiting met het fysieke team kwijt te raken. Onvolledige shared mental models zijn het gevolg en die zijn een bron van ellende gebleken in crisissituaties.

Daarnaast wordt de bekende vergaderstructuur doorbroken: plenair en niet-plenair lopen in elkaar over. Dat is niet erg, maar je moet dan wel nieuwe gedragscodes ontwikkelen en vast stellen.

Een laatste addertje zit in de security van Whatsapp: je data staan feitelijk op servers van Facebook company en het is de vraag hoe safe dat is. Tegelijkertijd heeft Snowden laten zien dat je data in essentie nergens veilig staan. Maar het is natuurlijk wel een overweging die je moet maken.

Alles bij elkaar zie ik Whatsapp Crisismanagement echter als een interessante nieuwe ontwikkeling die nog veel beloftes in zich heeft.

Tussenstand na twee jaar gebruik

Het is al weer enige tijd geleden dat ik de eerste versie van dit blog publiceerde. Een tijd waarin genoeg is gebeurd om een korte update te schrijven over de plussen en minnen van Whatsapp crisismanagement.

Tweet fire

Geen doel maar een middel

Over het algemeen kwamen er positieve reacties op het blog. Sommigen lieten weten het direct in de praktijk gebruikt te hebben en gaven aan dat het bij hen goed gefunctioneerd had. Sommigen meenden echter dat ik via Whatsapp een kritische noot wilde plaatsen tegen LCMS. Maar dat was geenszins mijn bedoeling.

Sterker nog, ik schreef het blog juist vanuit de context dat er geen LCMS wordt gebruikt; er wordt namelijk op meer plaatsen aan crisismanagement gedaan dan in het COPI – OT – BT. Ook bedrijven moeten soms opeens crises managen en voor hen is aansluiting op een common use technologie zeer aan te raden. Dat leidt tot minder fouten, je hoeft niet op te leiden of onderhoud te plegen. Ideaal.

En je krijgt er gratis een log bij van je berichtenverkeer, dus je kunt het ook nog eens gebruiken om mee te evalueren en van te leren. Een prima middel voor crisismanagement dus, dat Whatsapp, maar geen doel op zichzelf. Je kunt ook andere tools gebruiken, zo lang het maar past bij je doelen en je organisatie.

Back up systeem

Na de aanslagen op de Terminal van Zaventem verschenen er berichten in de pers dat het communicatiesysteem van de politie ‘Astrid’ was uitgevallen en dat men onder andere via Whatsapp moest communiceren. Het Nieuwsblad schrijft:

“Urenlang zou het systeem niet gewerkt hebben. Daardoor verliepen de reddingsoperaties van de politie op de luchthaven veel moeizamer en chaotischer dan zou mogen. “Het was om radeloos te worden”, zegt een agent. “Orders kwamen niet door en niemand wist eigenlijk wat gedaan. Het gsm-netwerk lag ook uit. Gelukkig werkte Whatsapp nog. Zonder die app hadden we helemaal niet kunnen communiceren.”

Dit sluit aan op ervaringen in Nederland van tijdens de grote stroomstoring in mei 2015. Toen vielen ook de GSM masten uit, omdat die niet voorzien zijn van noodstroom. Dat bemoeilijkte de communicatie zeer. Daar waar de Wifi nog functioneerde, bleek Whatsapp het ook nog te doen. Het maakt Whatsapp tot een prima back up systeem, zeker nu er ook versies van via de laptop te gebruiken zijn.

Natuurlijk, eigenlijk zou ‘Astrid’ niet uitgevallen mogen zijn. Maar ook in Nederland laat het vergelijkbare C2000 zien dat er bij piekbelastingen vaak delen van de communicatie uitvallen, zoals bij de crash met de Turkish Airlines in 2009. Dat stelt eerder vragen bij het ontwerp en invoering van specifieke Tetra systemen (Terrestrial Trunked Radio) voor crisismanagement dan dat het een diskwalificatie is voor Whatsapp.

De landelijke telefoonstoring van 24 juni 2019, waarbij ook 112 uitviel, liet eens te meer zien wat het nut van Whatsapp als back up systeem is. Zolang er WiFi is (of 4G met data) kun je via Whatsapp bellen en informatie uitwisselen.

Encryptie

Sinds april 2016 zijn ook IOS systemen voorzien van een end to end encryptie voor Whatsapp. Dat betekent dat niemand je berichtenverkeer meer kan onderscheppen of aflezen. Zelfs Whatsapp zelf niet, zo valt te lezen op allerlei onafhankelijke websites zoals deze van Iculture. Whatsapp heeft een extern bedrijf (Open Whisper Systems) ingehuurd om de encryptie te verzorgen. “(..) de mensen die bij het axolotl-protocol betrokken zijn, zijn grote voorstanders van privacy en encryptie. Edward Snowden gelooft er in ieder geval in: hij zegt dat je de beveiliging van Open Whisper Systems kunt vertrouwen”.

whatsapp encrypted

Nu Whatsapp ook nog eens encrypted is, zitten er weinig nadelen meer aan vast. Het sluit aan bij dagelijks gebruik, iedereen weet hoe het werkt en de kans op fouten is daardoor veel kleiner dan als je onder tijdsdruk opeens een dedicated system moet bedienen.

Ik vraag mij zelfs af of je nog wel gebruik zou moeten maken van dedicated systems als common use zo succesvol is. Dat is de grote vraag die Whatsapp crisismanagement nu opwerpt: moet je eigenlijk wel speciale systemen gebruiken als het ook met gewone kan?

De valkuil van Information Bias

Na twee jaar werken met Whatsapp crisismanagement zijn er nieuwe aandachtspunten die je bij invoering in de gaten moet houden. Zoals gezegd is het een snelle manier om ad hoc netwerken aan elkaar te linken en veel mensen direct van dezelfde informatie te voorzien. Dat maakt het een krachtig middel.

In sommige gevallen is Whatsapp eigenlijk zelfs te krachtig, zo heb ik ook gezien. Bij dynamische scenario’s, waar in de beeldvormingsfase steeds nieuwe informatie het lastig maakt om een oordeel te vellen en een besluit te nemen, zie ik sommige teams als een magneet aan hun beeldscherm geplakt zitten, in de hoop dat nieuwe informatie nu wel doorslaggevend zal zijn en er een besluit genomen kan worden. Die teams zijn in de valkuil van de information bias gelopen.

Information bias is één van de vele vormen van human bias die Kahneman beschreven heeft en waar ik in dit blog over informatiemanagement al eens aandacht aan schonk. Ook in het verhaal over de onbetrouwbaarheid van snelle expertise komt human bias theory voorbij. Information bias is steeds vaker een reële valkuil voor crisisteams nu er veel meer informatie via verschillende systemen beschikbaar komt.

Laten we daarom vooral niet vergeten wat ook weer de kern van crisismanagement was: het nemen van besluiten op basis van onvolledige informatie onder tijdsdruk.

Die vaardigheden moeten dus wel current worden gehouden in oefening en training, anders bestaat het gevaar dat al die extra informatie vooral leidt tot congestie en besluiteloze teams.

Whatsapp en de Wob

Een ander aandachtspunt is een uitspraak van de rechter over de Wet openbaarheid bestuur (Wob) en het gebruik van SMS en Whatsapp. Citaat van de website uitspraken.rechtspraak.nl:

“Sms- en WhatsApp-berichten vallen als object onder de documentdefinitie van de Wob in die zin dat het gaat om ‘een schriftelijk stuk of ander materiaal dat gegevens bevat’. De techniek van opslaan als zodanig mag niet bepalen of de Wob wel of niet op een document van toepassing is. Sms- en WhatsApp-berichten die staan op telefoons met een abonnement op naam van verweerders organisatie vallen naar het oordeel van de rechtbank daarom wel onder de term “berusten onder” verweerder, terwijl soortgelijke berichten die staan op privételefoons van ambtenaren niet vallen onder de term “berusten onder” verweerder.”

Oftewel: als je een telefoon van de baas hebt kunnen Whatsapp en SMS onder de Wob vallen. Dat lijkt mij geen overigens geen reden om geen informatiesystemen zoals Whatsapp te gebruiken, maar rondom LCMS heb ik ook al eerder ongeruste geluiden gehoord over het gebruik van gelogde informatie in relatie tot de Wob en incident-onderzoeken. Dat roept wel een heel pregnante vraag op:

Hoe moet je informatie achteraf interpreteren die in het heetst van de crisis is uitgewisseld om de zaak onder controle te krijgen?

Is dat informatie waar derden / externen achteraf een oordeel over kunnen vellen, of moet het gezien worden als wederzijdse afstemming onder tijdsdruk waar verder niets uit geconcludeerd moet (en mag) worden? Mij lijkt voorlopig dat laatste, maar dat is niet de tendens die ik in de maatschappij meen te bespeuren. Overigens staat dit dilemma verder los van Whatsapp en dient de discussie er over wel degelijk op de agenda te staan. De vraag is natuurlijk wiens agenda.

Al met al blijf ik een voorstander van het gebruik van Whatsapp crisismanagement. Je moet wel weten wat je doet, maar dat geldt voor alle tools die je gebruikt. Uit de ervaringen van de afgelopen vier jaar zie je wel dat de toepassing er van steeds volwassener wordt en dat zulks gepaard gaat met enkele fundamentele vragen. Dat zijn vragen die echter ook in andere contexten rondom crisismanagement een antwoord verdienen. Business as usual dus.

Containercalamiteit en gebruik Whatsapp

Op 20 juni 2019 verscheen een rapport van het IFV over het crisismanagement na de container calamiteit met de MSC Zoe in januari van dat jaar. Het IFV constateert dat Whatsapp zeer intensief gebruikt is. Ze bevelen aan om Whatsapp management toe te passen, zie pag 78 van IFV Rapport: Containercalamiteit, Crisisbeheersing in het Waddengebied.

“Een ander instrument dat hier genoemd moet worden is WhatsApp. Op zeer grote schaal is gebruikgemaakt van dit medium. Bestaande groepen en spontaan gevormde whatsappgroepen werden ingezet voor het snel delen van informatie en beelden. Voor wat betreft het gebruik van WhatsApp bevelen wij aan na te denken over WhatsAppmanagement (welke informatie te delen, wie zit in welke groep, koppeling met LCMS etc.).”

IT van Veiligheidsregio VNOG gekaapt

Op 12 september 2020 wordt bekend dat de Veiligheidsregio Noord Oost Gelderland is geraakt door een ransomware attack. Op hun website verschijnt het volgende bericht:

“Zaterdagmiddag 12 september is de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG) getroffen door gijzelsoftware. Interne systemen zijn geraakt en werken beperkt, ook e-mail kan niet worden gebruikt. Informatie die de eenheden van de brandweer nodig hebben bij een uitruk zijn beschikbaar. Meldingssystemen zoals P2000 en C2000 werken gewoon. De veiligheid is niet in het geding. Ook de rol van de veiligheidsregio bij de bestrijding van het coronavirus gaat gewoon door.”

Vijf dagen later is deze aanval nog niet afgeslagen en publiceert de VNOG een update:

“De VNOG heeft aangifte gedaan bij de politie van de aanval met cybersoftware.
Er is tijd nodig voor het veilig herstel en het op orde krijgen van de systemen. Met hulp van experts wordt hard gewerkt om data terug te krijgen. Daarin zijn we succesvol. Zorgvuldigheid en veiligheid gaan voor snelheid. Wanneer systemen of delen van systemen weer beschikbaar zijn is nog niet te zeggen.”

Maar in de tussentijd is gebruik gemaakt van Whatsapp, zo meldt Joost Schellevis op Twitter. Schellevis is journalist bij de NOS en schrijft veel over techniek en corona. Hieronder zie je zijn tweet:

Hoe vervelend ook voor de VNOG, het is wel weer een mooi voorbeeld van de kracht van Whatsapp crisismanagement. Het is beter je voor te bereiden op een generiek back up systeem dat iedereen weet te gebruiken, dan je te verliezen in ingewikkelde noodsystemen waar mensen geen ervaring mee hebben.

De verkeerde afslag

Onder die titel verscheen het onderzoeksrapport naar de demonstratie op de Dam van 21 juni 2020. Verscheidene tweeps waren benieuwd hoe dat rapport in dit blog verwerkt zou worden.

Wat beveelt de commissie aan over Whatsapp:

“Schaf besluitvorming per WhatsApp af. Het gebruik maken van een app op de smartphone om belangrijke strategische besluiten te nemen, blijkt niet goed te werken. Het gebruik van WhatsApp zou aan banden gelegd moeten worden. Wij adviseren de besluitvorming op een alternatieve, wellicht meer traditionele manier te effectueren.”

Het is een interessante aanbeveling. Die mijns inziens bezien moet worden in de context van dat incident op de Dam, waarbij er uiteindelijk niet opgeschaald is en er geen andere communicatielijn tot stand kwam dan de telefoon of Whatsapp. Niet Whatsapp was het probleem, maar de situational awareness van het bevoegd gezag. Als dezelfde besluiten waren genomen via de telefoon, de porto of LCMS, had dan de aanbeveling gevolgd om die systemen dan ook maar af te schaffen?

Ik schreef het hierboven al, Whatsapp of Telegram of Signal, het is maar een middel. Niet het middel zelf is het probleem, wel het ontbreken van een goede situational awareness en het ontbreken van goede afspraken over de wijze van besluitvorming en opschaling. Als op dat soort punten beleid is gemaakt, kan het gebruik van Whatsapp nooit een probleem zijn. In dit blog over de verstopte crisis bij de demonstratie op de Dam ga ik er uitgebreid op in.

De (ir)rationaliteit achter het kopen van tijd bij besluitvorming onder tijdsdruk

Het kopen van tijd klinkt als een logische oplossing voor besluitvorming onder tijdsdruk. Toch is er iets mee: het gaat er uit van uit dat de besluitvormer een rationele beslissing neemt. Maar is dat ook zo?

Ik hoor de laatste tijd uit allerlei hoeken en gaten discussies komen over het kopen van tijd als tactisch hulpmiddel bij commandovoering. Laat ik beginnen met te zeggen dat tijd kopen op zichzelf een goede tactiek is. Als je niet zeker weet wat je wilt gaan doen is het soms handig om een besluit uit te stellen en even af te wachten hoe het incident zich ontwikkelt.

Ik vergelijk het wel eens met oversteken over een weg met autoverkeer. Als het verkeer rijdt kan je goed inschatten wanneer het veilig genoeg is om over te steken. Maar als de auto’s stil staan, wachtend tot hun licht groen wordt, is het verstandiger om even te wachten tot de boel weer rijdt. Dan koop je even tijd dus.

Besluiteloosheid

Vroeger zou men tijd kopen wellicht als besluiteloosheid hebben gezien. Er werd vaak stevige taal gesproken in de trant van dat elk besluit beter is dan geen besluit. Dat gaf tenminste duidelijkheid, besluiten nemen, zo vonden velen. En ook daadkracht, dat gaf het ook. Alles beter dan uitstel en niets doen.

Ik zelf geloof dat als je begrijpt waarom je een besluit neemt, elk besluit goed is. In die zin is weloverwogen geen besluit nemen, ook een besluit. Wat gegeven de omstandigheden soms de beste oplossing is.

Maar helaas zijn onze besluiten niet altijd weloverwogen. Er zijn allerlei mechanismen die de rationaliteit van ons gedrag en onze besluitvorming bedreigen. Zo kan tijd kopen wel degelijk uitstelgedrag zijn, besluiteloosheid gebaseerd op incompetentie. Dat is wat anders dan tijd kopen.

Irrationaliteit

Het kan ook zijn dat besluiteloosheid wordt veroorzaakt door het vechten of vluchten syndroom. Bij hevige angst of acute stress neemt je autonoom zenuwstelsel de boel over. Dat is geen besluit, maar een fysiologische reactie die je gedrag stuurt. Met als resultaat vechten, vluchten of verstijven; bevriezen. Dat lijkt op tijd kopen, maar dat is het niet.

Daarnaast wordt steeds duidelijker hoe omgevingsfactoren een (onbewuste) rol spelen bij onze besluitvorming. Onlangs publiceerden wetenschappers een artikel over de invloed van veel licht op gedrag.

“Bright light intensifies the initial emotional reaction we have to different kinds of stimulus including products and people,” she says. The team pointed out that the majority of everyday decisions are being made under bright lights, such as in an office. They suggest turning down the light to potentially help make more rational decisions that aren’t as much based on emotion”.

Dit blog heeft toch maar mooi het Algemeen Woordenboek der Nederlandse taal gehaald.

Het is maar een voorbeeld van hoe je besluitvorming wordt beinvloed door factoren waar je geen eens erg in hebt. Tegelijkertijd publiceerden andere onderzoekers een studie waaruit blijkt dat mensen niet in staat zijn tot rationele besluitvorming zonder emotie. Dat klinkt tegenstrijdig: “effective decision making is not possible without the motivation and meaning provided by emotional input”.

Bovenstaande voorbeelden zijn alle drie fysiologische processen die ingrijpen op ons gedrag. Daarnaast zijn er nog diverse cognitieve verstoorders van rationele besluitvorming, zoals de confirmation bias.

De kernboodschap van dit blog gaat echter niet zozeer over wat ons gedrag verstoort, maar dat ons gedrag wordt verstoord onder tijdsdruk.

We kunnen dan ook niet volstaan met het verbeteren van personen alleen, want die blijven feilbaar. Er zijn organisatorische en technische maatregelen noodzakelijk om de kwaliteit van besluitvorming en commandovoering te verbeteren, om vermijdbaar falen te helpen voorkomen.

Ik denk dan bijvoorbeeld aan automatische opschaling bij overschrijden van tijdcriteria en het introduceren van een schaduw leidinggevende die meekijkt of de commandovoering nog klopt. En wie weet is er nog wel een of ander appje te bedenken? Om maar iets te noemen.

Wat niet meer kan is voorzienbare fouten onder tijdsdruk achteraf als louter menselijke fout weg te zetten. Net zo goed als niemand in zijn eentje de held kan spelen, dat kan meestal ook alleen maar dankzij de andere teamleden.

Tijd kopen onder tijdsdruk klinkt dus als een logische clausule, maar als dat het enige gereedschap is wat geboden wordt aan de besluitvormers in de frontlinie kun je wachten op nieuwe fatale ongevallen. Omdat we weten dat onder tijdsdruk besluitvorming soms irrationeel is, zonder dat de besluitvormer zelf het op dat moment doorheeft.

Je kunt de veiligheid (van repressief optreden bij incidenten) niet alleen maar waarborgen door de mensen te verbeteren: je moet het hele systeem verbeteren. Gedrag, techniek, organisatie en context.

Daar geen organisatorische oplossing voor willen bieden is pas echt irrationeel en klinkt als wat James Reason een kwetsbare organisatie noemt.

Dit blog is onderdeel van het thema ‘human factors’. Op de themapagina kun je nog meer blogs vinden met dat onderwerp.

BOB, OODA en FABCM zijn allemaal eender

Bevelvoering, commandovoering en besluitvorming zijn eigenlijk allemaal Plan Do Check Act cycli met haast. Het maakt dan niet zoveel uit of je BOB, IBOBBO dan wel FABCM gebruikt. Of OODA, om er nog maar eentje te noemen

In de Amerikaanse luchtmacht is John Boyd de held. Hij is een piloot die op basis van dogfights in Vietnam en Korea tot een besluitvormingsmodel kwam dat bekend staat als de OODA loop. Observe, Orient, Decide en Act. In een plaatje ziet dat er ongeveer zo uit:

OODA

Wat zijn status onder andere mythisch maakt, is het ontbreken van gedegen documenten achter de OODA-loop. Boyd had alles in een schriftje staan, en hij gebruikte een paar slides om zijn verhaal toe te lichten. Die handgeschreven teksten zijn inmiddels onderdeel van allerlei discussies over wie het bij het rechtste eind heeft. Ik ga daar nu niet verder op in, want ik wil het niet over de OODA loop zelf hebben.

Ik ga het ook niet echt hebben over de Plan Do Check Act cyclus van Deming, hoewel ik het toch niet kan laten om te zeggen dat ‘Act’ een afkorting is van ‘actualize’ en dus niet ‘handelen’ betekent. Daar was de ‘Do’ al voor bedoeld.

De ouwe getrouwe eenheden bevelvoeringsprocedure ga ik ook niet inhoudelijk uitdiepen. In dit blog heb ik alle stappen al eens opgesomd. BOB, ook zoiets: Beeldvorming, Oordeelsvorming, Besluitvorming. Niks meer over zeggen. Kijken, denken, doen, ook klaar. Allemaal klaar.

Want eigenlijk zijn al die loops hetzelfde. Informatie verzamelen, er iets van vinden in het licht van je opdracht of doel, een besluit nemen en lekker gaan (laten) uitvoeren. Met de speelknop op repeat.

Het Recognition Primed Decision model (RPD) van Klein daarentegen is anders. De beslisser onder tijdsdruk slaat intuïtief een paar stapjes over en baseert zijn handelen op eerdere ervaringen. Dat is dus de recognition component.

Het key-woord hier is intuïtief. Het is dus geen rationeel besluitvormingsmodel, eerder een stimulus – respons. RPD is geen techniek, maar een eigenschap van mensen. Op zijn best is het ervaring, normaliter zijn het gewoontes en op zijn slechts is het een valkuil. Dan zit je gewoon faliekant verkeerd te herinneren of heb je de ervaring niet die benodigd is voor de situatie waar je in zit.

Dikke BOB

Wat doe je als je geen ervaring hebt met een incidenttype volgens de RPD? Ik denk dat je dan toch heel dicht tegen deze uitspraak van Cruyff aan komt: “ervaring is datgene wat je mist als je het voor de eerste keer nodig hebt”.

Situational awareness is van essentieel belang om gevaarlijke situaties door RPD te voorkomen. Elk brandweermens moet een afwijking van de standaard kunnen herkennen en vervolgens aan de rem (durven) trekken. Om te voorkomen dat je met zijn allen in het ravijn stuitert.

En dat ravijn moet je al van enige afstand kunnen herkennen. Niet doorlopen tot de rand om daar naar beneden te kijken of het echt zo diep is. Je weet nooit welke onverwachte gebeurtenis je kan overkomen waardoor je opeens in het dodelijke gat verdwijnt. Aan het eind van je ervaring begint namelijk je dodelijk ongeval. Hou daarom altijd een extra line of defense in reserve.

Besluitvorming en bevelvoering op zichzelf zijn wat mij betreft wel uitontwikkeld. Een nieuwe loop gaat het verschil niet maken, denk ik. De echte winst zit volgens mij in het ontwikkelen van situational awareness, het vullen van mentale modellen met al dan niet virtuele ervaring en het bespreekbaar maken van de cultuur die maakt dat we eigenlijk te vaak te ver gaan, waardoor we tijdens moeilijkheden niet meer gered kunnen worden.

Resilience is er ook voor de brandweer, maar dat komt niet vanzelf. Improvisatie is namelijk meer dan niks vooraf regelen en het er op gokken dat je wel een list verzint als het er op aan komt. Want van die loop staat de repeatknop soms onverwachts uit.

Besluitvorming onder tijdsdruk wordt beter door reflectie

Besluitvorming onder tijdsdruk verwordt al gauw tot improvisatie gebaseerd op intuitie. Zo groeit de ervaring, denkt iedereen, en dat is goed. Uit onderzoek blijkt nu dat artsen veel minder fouten maken als ze reflecteren op hun acties. Dat sluit aan op de leercyclus van Kolb. Maar dan moeten ze wel op tijd naar bed.

In het NRC van 9 november 2013 staat een interview met Noreena Hertz, onder de kop ‘we zijn irrationeler dan we denken’. Hertz is hoogleraar economie die vooral bekend is geworden door haar publicaties over globalisering.

Een paar jaar geleden kreeg ze last van een mysterieuze aandoening waardoor ze langs veel artsen kwam. Het viel haar daarbij op dat al die artsen er nogal verschillende manieren van besluitvorming op na hielden en ze besloot zich te verdiepen in besluitvorming en dan met name de irrationaliteit ervan. Dat leidde uiteindelijk tot het boek “Eyes wide open”.

20HERTZ-popup
Deze tekening komt uit een artikel van Hertz in The New York Times, why we make bad decisions.

Reflectie

Kern van het boek is dat je experts niet altijd op hun woord moet geloven. Volgens Hertz wordt er bij 1 op de 5 patiënten een foute diagnose gesteld, dat is dus 20% fout. (Tegelijkertijd gaat dan ook wel weer 80% goed, dus we moeten niet overal een probleem van maken)

De vraag is natuurlijk hoe die fouten ontstaan. Daarover zegt Hertz dat ze deels ontstaan omdat artsen onder tijdsdruk ter plekke moeten beslissen. “Artsen die op de spoedafdeling van een ziekenhuis werkten, vertelden me allemaal dat ze in één oogopslag belangrijke beslissingen moeten nemen en dus geen tijd hebben om na te denken”.

Tot zover lijkt het verhaal van RPD en Klein dus op te gaan over intuïtie. Maar daarna komt iets interessants: “Artsen die nadien nog reflecteren over hun beslissingen, maken minder vaak foute inschattingen. Overmoedige artsen maken vaker fouten”.  

Oftewel, om het mentaal model te verrijken en te verbeteren is een evaluatie annex reflectie noodzakelijk. Leren uit ervaring an sich is dus niet genoeg om structureel te verbeteren.

Leercyclus van Kolb

Eigenlijk wisten we dat al uit de leercyclus van Kolb. Kolb beschrijft vier leerstijlen: concreet ervaren, reflecteren, theoretiseren, experimenteren en weer ervaren. Om structureel te leren uit ervaring moet eigenlijk de hele cyclus doorlopen worden, ook al heeft iedereen kennelijk zijn eigen favoriete leerstijl.

Hier zit dus ook gelijk het probleem: een theoreticus heeft niet zoveel zin om zijn gedachten in de praktijk uit te proberen. En voor veel operationele mensen is reflecteren en theoretiseren geen aangeboren behoefte. Zaken als after action review, toolboxmeetings en debriefings zijn dus onmisbaar om een operationele dienst continu te laten verbeteren en minder risico’s te laten lopen door foute besluitvorming. Omdat daarmee een reflectiemoment wordt ingebouwd.

Leercyclus Kolb
De leercyclus van Kolb

Het is wetenschappelijk een beetje onduidelijk wat er nu allemaal bewijsbaar is van Kolb’s ideeën. Bestaan die leerstijlen wel? Hoe meet je dat dan? Wat is oorzaak en wat is gevolg: leert de doener door de praktijk, of is iemand die in de praktijk werkt een doener? Leest een theoreticus veel, of wordt je door veel te lezen een theoreticus? Zeg het maar.

Toch is er wel iets meer over te zeggen vanuit de praktijk. Want uiteindelijk stond Kolb zich voor op het stimuleren van ervaringsgericht leren. Leren van concrete situaties dus. En daar kun je als trainer in de praktijk best veel mee.

Wat ik gemerkt heb in al die jaren is dat er een groot verschil bestaat tussen hen die reflecteren en zoeken naar algemene uitgangspunten (theoretiseren) en hen die dat niet doen. Dat is echter geen aangeboren automatisme, wel of niet reflecteren. Je kunt mensen daarbij helpen. En daarna is er vrijwel geen verschil meer tussen beide leerstijlen, omdat je er gewoon één leerstijl van maakt. Die van Kolb.

Ervaringsgericht leren

Dus, voor succesvol ervaringsgericht leren zijn de volgende stappen onmisbaar:

  • Ervaring opdoen
  • Reflecteren op die ervaringen: wat zie je als rode draad?
  • Vertalen van die rode draad naar algemene uitgangspunten (theoretiseren)
  • Testen van de uitgangspunten in de praktijk en oefeningen (experimenteren)

Nieuwe mensen moeten altijd beginnen met ervaring opdoen. Een basisopleiding doen en dan de praktijk in. Meters maken. Theoretiseren of reflecteren zonder concrete gebeurtenissen uit het wild is zinloos. Daar leer je als nieuweling te weinig van.

Met ervaren mensen kun je overal in de leercyclus instappen. Bij reflecteren, bijvoorbeeld met een evaluatie van betekenisvolle inzetten. Of met theoretiseren, waarbij je gezamenlijk zoekt naar betere manieren van werken en die gaat uitproberen.

Wat je als trainer / evaluator in een operationele organisatie moet beseffen is dat het nooit uit zichzelf goed komt. Je moet het monitoren en blijven begeleiden. Ervaring is belangrijk, maar kennis ook. Je hebt allebei nodig om je operatie goed te kunnen draaien en de kans op fouten zo klein mogelijk te maken.

Nachtrust

Over foute beslissingen gesproken dan tot slot nog een interessante quote over nachtrust en de relatie met besluitvorming. Onvoldoende slaap leidt namelijk tot slechtere besluiten. Fysiek gesproken gedraag je je dan alsof je twee of drie glazen alcohol gedronken hebt.

De Britse geheime dienst had deze wetenschap volgens Hertz in haar bedrijfsvoering geïnstitutionaliseerd. “Het voormalig hoofd van de Britse geheime dienst vertelde dat telkens als er crisis uitbrak, van gijzeling tot terrorismedreiging, een paar mensen uit de top direct het bevel kregen om te gaan slapen totdat zij moesten aantreden. Voor belangrijke beslissingen moet je kunnen rekenen op iemand die helder een beslissing kan nemen”.

De conclusie is helder: als je de besluitvorming onder tijdsdruk wilt verbeteren moet je meer reflecteren en op tijd naar bed. Wie weet valt het te combineren.


De laatste update van dit blog is van 18 juli 2022.

De keerzijde van intuïtie

Intuitie is een belangrijk wapen tijdens besluitvorming onder tijdsdruk. Maar die kent ook een keerzijde en daar moet je je als organisatie wel terdege bewust van zijn. Anders kon je nog wel eens voor een verrassing komen te staan.

Gary Klein is in psychologenland inmiddels geen onbekende meer. Als grondlegger van het Naturalistic Decision Making (NDM) en in het bijzonder de Recognition Primed Decisionmaking (RPD) zette hij de non-lineaire besluitvorming op de kaart.

Daarmee werd het primaat van de ‘kijken – denken –doen besluitvorming’ doorbroken en aangevuld met kijken – herkennen – doen in situaties waar tijdsdruk een belangrijke factor is.

Het is misschien goed om hier nog eens te benadrukken dat tijdsdruk in de zin van RPD niet persé betekent dat er objectief gezien weinig tijd is. Tijdsdruk is vooral de psychologische connotatie dat er snel gehandeld moet worden om erger te voorkomen en dat jij degene bent die daar voor moet zorgen.

Dat betekent dus ook dat het gevoel van tijdsdruk kan verschillen per persoon, afhankelijk van de ervaring die iemand heeft. En omdat de eigen ervaring zo’n belangrijke rol speelt, verschilt het dus ook per situatie. Waar iemand de ene keer in alle rust te werk gaat en precies weet wat te doen, kan hij bij een andere type klus zich opgejaagd voelen en met een schot hagel proberen zijn doel te bereiken.

Ervaring

Ervaring, zegt Johan Cruyff dan, is datgene wat je mist als je het voor de eerste keer nodig hebt. Ervaring, zegt Gary Klein op zijn beurt, is datgene wat een goede bevelvoerder onderscheidt van een minder goede. Althans, in situaties getypeerd onder tijdsdruk.

In het boek ‘Sources of Power’ werkt Klein dit ervaringsbegrip verder uit. Hij definieert een aantal vaardigheden die in zijn ogen cruciaal zijn voor intuïtieve besluitvorming en die hij op pagina 289 van zijn boek als volgt visualiseert:

Naamloos
Sources of Power, 1998

De twee meest primaire sources of power zijn patroonherkenning (power of intuition) en mentale simulatie. Gelieerd aan mentale simulatie is storytelling, terwijl metaforen en analogieën van dezelfde denkprocessen gebruik maken als patroonherkenning.

Intuïtie is volgens Klein dus patroonherkenning gebaseerd op veel ervaring. Ervaring maakt je een expert, en experts kunnen door al die ervaring veel betere besluitvorming plegen, al dan niet onbewust.

In Nederland heeft bijvoorbeeld Ap Dijksterhuis hier onderzoek naar gedaan (Het slimme onbewuste, 2007) en Gerd Gigerenzer is ook internationaal vermaard om zijn onderzoek naar onbewuste besluitvorming (De kracht van je intuïtie, 2007). Uiteindelijk is er psychologisch gezien geen verschil tussen een expert in het algemeen en goede besluitvorming bij brandbestrijding.

Tot zover het goede nieuws. Er is namelijk ook een downside aan RPD die ik niet onvermeld wil laten, aangezien heel veel mensen dat wel doen. Die roemen vooral de intuïtie van het vakmanschap en dat dergelijke leerprocessen automatisch door professionals worden uitgevoerd. Daar moet je niet te veel bureaucratie omheen zetten, zeggen zij.

Wat als je geen ervaring hebt?

Voor een groot deel ga ik daar in mee. Maar er zijn op zijn minst twee vragen die ook beantwoord moeten worden en waar de organisatie (management dus) een verantwoordelijkheid heeft en die ook moet nemen.

In de eerste plaats is daar de ervaring zelf. Hoe ga je om met situaties onder tijdsdruk waar geen ervaring mee is? Als herkenning de basis is van RPD, wat doe je dan als er niets te herkennen valt?

Hier komt de noodzaak van goede preparatie aan bod: welke scenario’s wil je als organisatie aan kunnen en tot op welk nivo gaat de inspanning dan? De kleine kans groot gevolg scenario’s die je zou willen kunnen bestrijden kun je vervolgens aanbieden in een (al dan niet virtueel) trainingsprogramma waarmee je feitelijk geleende ervaring opbouwt.

Goed nieuws bij deze vraag is dat uit onderzoek blijkt (Margriet Sitskoorn ‘Ik wil iets van jou’ 2012) dat mensen neurologisch gezien hetzelfde reageren op virtuele situaties als echte situaties. Dat duidt er op dat leerprocessen niet persé in real life ondergaan hoeven zijn om mee te tellen als ervaring. Ik kom hier een andere keer nog wel op terug, voor nu volstaat het om te concluderen dat de organisatie (het management) op basis van de gewenste output van de organisatie, scenario’s moet definiëren en die moet verpakken in een adequaat trainingsprogramma om de ervaring van alle relevante medewerkers op vergelijkbaar nivo te krijgen.

Lodewijk XIV, de Zonnekoning.

Zonnekoning

Een tweede probleem wordt aangesneden door Harald Merckelbach in het NRC van 21 september 2013 onder de kop ‘Weg met medische intuïtie’. Daarin haalt hij de casus Jansen Steur aan, de neuroloog die mensen structureel foutief diagnosticeerde met ziekten als MS, Parkinson en Alzheimer. Jansen gaat zich gedragen als een zonnekoning, de alwetende die niet gecorrigeerd wordt door anderen omdat zijn kennis immers die van de expert is. Wat kunnen zij daar tegen in brengen?

“Ergens in het traject moet Jansen zijn gaan geloven dat hij over een feilloos timmermansoog beschikte. Hij moet hebben gedacht dat hij het zonder aanvullend onderzoek kon stellen. Een hersenscan laten maken en allerlei tests afnemen bij je patiënt is immers een hoop gedoe. En wat als dat aanvullend onderzoek je intuïtieve diagnose tegenspreekt? Wie heeft er dan gelijk? Jansen zal hebben gemeend dat hij het altijd bij het rechte eind had”. (Merckelbach, NRC 130921)

Het is dit type gedrag dat binnen een organisatie gecorrigeerd moet worden.  Daarvoor zijn de kenmerken van een safety culture noodzakelijk. Open dialoog, goed voorbeeld gedrag, discussie op feiten in plaats van meningen, dat soort dingen. Alles om te voorkomen dat een expert verwordt tot een zonnekoning, of nog erger, psychopaat die de boel terroriseert omdat hij de wijsheid van de ervaring in pacht heeft.

Ervaring, vakmanschap en lol in je werk zijn zaken die bij elkaar horen. Het is mooi dat je intuïtie daar dan zodanig in mee groeit dat je ook echt aantoonbaar beter wordt in je vak. Maar intuïtie kent ook een keerzijde die we niet moeten vergeten, maar waar wel wat aan gedaan kan worden. Ook dat is een Source of Power.

Dit blog is onderdeel van het thema human factors. Op die pagina staan meer blogs over expertise en ervaring.

Nieuwere berichten »

© 2022 Rizoomes

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑