Wanderings in crisis

Tag: Schrijvers

Bluets – Maggie Nelson

Leestijd: 3 minuten

Bluets is een mooi vormgegeven klein boekje met een harde kaft. Alleen daarom zou je het al willen hebben. Maggie Nelson schreef het in 2009, maar de Nederlandse vertaling kwam pas in 2021, van Nicolette Hoekmeijer. Het was ook pas toen dat ik er lucht van kreeg. Bespiegelingen in blauw is de ondertitel en het verhaal, voor zover je het zo kan noemen, is opgezet in de vorm van proposities. In 240 stellingen, gevoelens dan wel overwegingen, neemt Maggie je mee in haar wereld. Een review in 16 stellingen.

  1. De beginzin van Bluets: ‘Stel dat ik begon met te zeggen dat ik verliefd was geworden op een kleur.’
  2. Verliefd worden op een kleur is wat anders dan je lievelingskleur. Sterker nog, het gaat niet over een kleur. Het gaat over blauw. En dat is niet zo maar. Blues, daar gaat het over.
  3. Eigenlijk kocht ik het boekje vanwege de recensie in het NRC, waarin werd gezegd dat het een essay was in de vorm van proposities over blauw. Dat, zo veronderstelde ik, was een manier van schrijven waar ik niet bekend mee was en die wellicht inspiratie zou kunnen opleveren voor mijn eigen blogs. Soms wil je immers iets nieuws uitproberen.
  4. Stelling 49: ‘In het neuken schuilt een kleur, maar het is geen blauw.’
  5. Andere woorden voor verwarring volgens synoniemen.net: chaos, confusie, consternatie, desorganisatie, disorde, drukte, implicatie, janboel, onduidelijkheid, onrust, ontdaanheid, ontreddering, ontsteltenis, opschudding, opwinding, paniek, verdwazing, verontrusting, verwardheid, wanorde, warboel.
  6. Wie is die ‘je’ die steeds voorbij komt? Is dat de lezer? Nee, dat is niet de lezer. Dat is haar ex-vriend. En soms is ze het zelf. Als het niet iemand anders is.
  7. Stelling 27: ‘Maar waarom zou je überhaupt een diagnose willen stellen, als een diagnose niets anders is dan een herformulering van het probleem?’
  8. Dat is een interessante gedachte. Even volhouden maar, met het boek.
  9. Soms vraag je je af wat je nou precies zit te lezen. Is dit een verhaal, een essay, een onderzoek, een afrekening, een reflectie, een afsluiting, wat is het? Of is het dat misschien allemaal? Is het een multipliciteit?
  10. Ongeveer op de helft ben ik er voor het eerst mee gestopt. Met het uitlezen.
  11. Stelling 200: ‘Je kunt niet twee keer in dezelfde rivier stappen’- een bemoedigende leuze, zonder meer. Maar in feite is dat maar één lezing van het fragment dat is nagelaten door Heraclitus, die de gepaste bijnamen ‘De Raadselachtige’ of ‘De Duistere’ droeg.’ Andere lezingen (..) ‘We stappen wel en niet in dezelfde rivier; we zijn en we zijn niet.’
  12. Toen ik het voor de eerste keer helemaal uit had, ben ik het daarna kris kras gaan herlezen omdat ik er geen bal van snapte. Random stellingen door elkaar. Dat maakt het een ander boek, Heraclitus voorspelde het al.
  13. Ik geloof niet dat ik eerder een boek las dat ik als vrouwelijk zou bestempelen. Ook niet als het door een vrouw geschreven is. Het is misschien ook niet eens vrouwelijk. Maar mannen denken en schrijven in ieder geval niet zo als Maggie. Niet als in Bluets.
  14. 240 faculteit = 240! = 6,7 x 10 E 459. Ik kan er een nulletje naast zitten, veel blijft het.
  15. Zoveel versies van het boek bestaan er als je alle 240 stellingen op alle mogelijke volgordes door elkaar leest. Dat krijg je dus nooit uit.
  16. Bluets blijft. In de boekenkast. Ik zal er zo nu en dan weer een paar stellingen uit lezen. Soms is de weg belangrijker dan de bestemming.

Literatuurblog 2021

Leestijd: 7 minuten

Het literatuurblog 2021 is een spinoff van het Boekenblog dat ik rond de zomer van 2021 vernieuwd heb. Hier neem ik stukjes op over literatuur en schrijvers, dingen die me opvielen dit jaar. Het is een verzamelblog, voor de liefhebber.


31 augustus 2021

Bluets – Maggie Nelson

Bluets is een mooi vormgegeven klein boekje met een harde kaft. Alleen daarom zou je het al willen hebben. Maggie Nelson schreef het in 2009, maar de Nederlandse vertaling kwam pas in 2021, van Nicolette Hoekmeijer. Het was ook pas toen dat ik er lucht van kreeg. Bespiegelingen in blauw is de ondertitel en het verhaal, voor zover je het zo kan noemen, is opgezet in de vorm van proposities. In 240 stellingen, gevoelens dan wel overwegingen, neemt Maggie je mee in haar wereld.

  1. De beginzin van Bluets: ‘Stel dat ik begon met te zeggen dat ik verliefd was geworden op een kleur.’
  2. Verliefd worden op een kleur is wat anders dan je lievelingskleur. Sterker nog, het gaat niet over een kleur. Het gaat over blauw. En dat is niet zo maar. Blues.
  3. Eigenlijk kocht ik het boekje vanwege de recensie, waarin werd gezegd dat het een essay was in de vorm van proposities over blauw. Dat, zo veronderstelde ik, was een manier van schrijven waar ik niet bekend mee was en die wellicht inspiratie zou kunnen opleveren voor mijn eigen blogs. Soms wil je immers iets nieuws uitproberen.
  4. Stelling 49: ‘In het neuken schuilt een kleur, maar het is geen blauw.’
  5. Andere woorden voor verwarring volgens synoniemen.net: chaos, confusie, consternatie, desorganisatie, disorde, drukte, implicatie, janboel, onduidelijkheid, onrust, ontdaanheid, ontreddering, ontsteltenis, opschudding, opwinding, paniek, verdwazing, verontrusting, verwardheid, wanorde, warboel.
  6. Wie is die ‘je’ die steeds voorbij komt? Is dat de lezer? Nee, dat is niet de lezer. Dat is haar ex-vriend. En soms is ze het zelf. Als het niet iemand anders is.
  7. Stelling 27: ‘Maar waarom zou je überhaupt een diagnose willen stellen, als een diagnose niets anders is dan een herformulering van het probleem?’
  8. Dat is een interessante gedachte. Even volhouden maar, met het boek.
  9. Soms vraag je je af wat je nou precies zit te lezen. Is dit een verhaal, een essay, een onderzoek, een afrekening, een reflectie, een afsluiting, wat is het? Of is het dat misschien allemaal? Is het een multipliciteit?
  10. Ongeveer op de helft ben ik er voor het eerst mee gestopt. Met het uitlezen.
  11. Stelling 200: ‘Je kunt niet twee keer in dezelfde rivier stappen’- een bemoedigende leuze, zonder meer. Maar in feite is dat maar één lezing van het fragment dat is nagelaten door Heraclitus, die de gepaste bijnamen ‘De Raadselachtige’ of ‘De Duistere’ droeg.’ Andere lezingen (..) ‘We stappen wel en niet in dezelfde rivier; we zijn en we zijn niet.’
  12. Toen ik het voor de eerste keer helemaal uit had, ben ik het daarna kris kras gaan herlezen omdat ik er geen bal van snapte. Random stellingen door elkaar. Dat maakt het een ander boek, Heraclitus voorspelde het al.
  13. Ik geloof niet dat ik eerder een boek las dat ik als vrouwelijk zou bestempelen. Ook niet als het door een vrouw geschreven is. Het is misschien ook niet eens vrouwelijk. Maar mannen denken en schrijven in ieder geval niet zo als Maggie. Niet als in Bluets.
  14. 240 faculteit = 240! = 6,7 x 10 E 459. Ik kan er een nulletje naast zitten, veel blijft het.
  15. Zoveel versies van het boek bestaan er als je alle 240 stellingen op alle mogelijke volgordes door elkaar leest. Dat krijg je dus nooit uit.
  16. Bluets blijft. In de boekenkast. Ik zal er zo nu en dan weer een paar stellingen uit lezen. Soms is de weg belangrijker dan de bestemming.

18 juni 2021

Zeer Kort Blog voor A.L. Snijders

Het plankje van Snijders in mijn boekenkast.

A.L. Snijders is al jaren één van mijn favoriete Nederlandse schrijvers. Hij staat in een klein rijtje, met onder andere Cees Nooteboom, Maarten Biesheuvel, K. Schippers en Tommy Wieringa.

Het is een fragiel rijtje. Biesheuvel overleed in juli 2020. Schippers is ziek, Nooteboom al heel oud. En Snijders overleed afgelopen 7 juni. Het dreigt in afzienbare tijd een rijtje van één te worden.

Naar verluidt stierf Snijders in het harnas, boven zijn toetsenbord werkend aan een nieuwe ZKV (Zeer Kort Verhaal). Ik weet dat niet zeker, ik was er niet bij. Maar ik hoop dat het waar is.

Wat ik ook hoorde was dat onderstaand tekstfragment er in voorkomt. Zoals wij bij de brandweer vroeger zeiden: is het niet waar, is het toch een mooi verhaal. Of de brandweer dat nog steeds zegt, weet ik eigenlijk niet. Ik kom er niet meer zo vaak.

Wat ik wel weet is dat men zich hoede voor oude mannen die verklaren dat je niet bestaat. Vraag vooral niet wie je dan bent. Wees jezelf, dat is altijd goed, en ga.

“In de boekenweek ben ik op bezoek geweest in Zutphen t/m Nijmegen. Ik las voor in een boekhandel. Na afloop kwam er een oude man op me af die verklaarde dat ik niet bestond. Ik vroeg hem wie ik dan was. Dat kon hij me niet vertellen, dat was zijn zaak niet. Ik vroeg hem wat zijn zaak dan was, maar daar had hij geen antwoord op.”

A.L. Snijders

Ik moet op zoek naar een paar nieuwe favoriete schrijvers.


Ultrakorte verhalen over literatuur.

Gemompel in de marge

In 2010 stuurde Bernlef zijn gedichtenbundel Kanttekeningen aan Remco Campert. ‘Voor Remco, gemompel in de marge’, schreef hij erin. Nu Bernlef er niet meer is en Campert bijna, staat het boekje in mijn kast. Ik zal er goed voor zorgen, als barnsteen om fossiel.

Biesheuvel

Over de bibliotheek van Biesheuvel is veel geschreven, maar ik heb hem nooit zelf gezien. Dit verhaal van K. Schippers stond er naar verluidt in; nu staat het in mijn boekenkast. Het papier, een dubbelgevouwen A3, meer is het niet, verwerd daarmee van één van de vele tot de enige. Voor geluk is soms weinig nodig.

Bernlef

Het is 1997. Henk Bernlef zit achter zijn bureau, z’n nieuwe verzamelbundel voor zich, een pen in zijn hand. Wat moest ie er toch eens in zetten voor die ouwe Campert? Misschien hetzelfde als aan de rest, deze keer? Vooruit, gewoon doen: Poëzie is een daad, wordt wel gezegd

Boek

Je kunt boeken zoeken en vinden. Van het boek dat je zoekt, weet je dat je het wilt hebben. Van het boek dat je vindt, wist je dat niet.

Wat ik ook nog niet wist: boeken vinden is iets wat je verleert als je het niet genoeg doet. Snel weer inschrijven voor een nieuwe oefening.

(Dit schreef ik vlak na de opheffing van de tweede lockdown, in april 2021)

Verloren tijd

De verloren tijd van Proust. In deel 7, de hervonden tijd, zat een patiëntenkaart van de vorige eigenaar. Jurjen Vis heette hij, ik kende hem niet. Zijn website is nog online. Door het toeval waren hij en ik nu opeens verbonden, in tijd die zowel gevonden als verloren was.

Elburg

Het bovenste vak van mijn boekenkast is sinds kort een reservaat voor een rijtje poezie uit de verzameling van de dichter Jan Elburg. In 1981 zijn ze nat geworden van bluswater, brand bij de buren. Nu zijn ze weer vanouds bij elkaar, maar vaak gelezen zullen ze niet worden.

Büch

Zaterdagmiddag. Eindelijk weer tijd voor boeken, bier en bitterballen. De ober serveert en kijkt onderwijl met opgetrokken wenkbrauw naar de stapel. “Hier komt mij niets bekend van voor,” zegt hij en verdwijnt weer. Boudewijn Buch is sneller vergeten dan ik had gedacht

Notting Hill

In de film Notting Hill figureert een slechtlopend reisboekenwinkeltje. Ik was er enkele jaren geleden. Op de deur hing een briefje met het verzoek evenveel boeken te kopen als foto’s te maken. Ik had er dolgraag één gekocht, met handtekening, maar de winkel was helaas dicht

Veranderingen

Ik hoorde iemand zeggen dat ie aan veranderingen niks kon veranderen. Dat was dieper dan hij dacht. Eerder had Thomas de Lampedusa in de Tijgerkat het al fraai gezegd: ‘Als we willen dat alles blijft zoals het is, moet er veel veranderen’. Het maakte voor de ruine niets uit.

Boekenkast

Toen hij studeerde kocht hij zo veel mogelijk boeken van wat er zo nu en dan overbleef. Aanstonds zou hij werkloos zijn en dan had hij genoeg verzameld om te blijven lezen. Zonder werk kwam hij nooit. Maar de boekenregel bleef en nog steeds heeft hij meer boeken dan tijd.

K. Schippers

In mijn boekenkast staan de werken van A.L. Snijders en K. Schippers gebroederlijk naast elkaar met zijn zesentwintigen. De boeken van Snijders waren al wees, die van Schippers werden dat vandaag. Langzaam maar zeker wordt mijn kast een verzameling van nogal dode schrijvers.

Twintig keer de beste beginzin

Leestijd: 7 minuten

Hoe ziet de beste beginzin er uit? Met die gedachte begon ik in 2020 dagelijks een beginzin uit mijn boekenkast te posten. En toen ik ze allemaal op een rijtje had staan moest ik de beste er uit halen. Dat viel echter nog helemaal niet mee.

‘Call me Ishmael’. Dat is volgens de American Book Review de beste beginzin aller tijden. En ik vind hem ook erg goed; lekker kort, heel krachtig en je bent gelijk voorgesteld aan een belangrijk personage. Zo’n beste beginzin als die van Herman Melville legt de lat hoog voor andere schrijvers. Die willen er ook zo één.

Dus is er een hele cultus ontstaan over de wetenschap van de beginzin. Je mag niet beginnen met ‘ik’ of het weer. Hij moet kort zijn. Je begint met een personage plus een gevoel, een plaats, een tijd en/of karakteristiek. Beloof iets. Flirt met spreektaal. Zorg dat er wat op het spel staat. En schrijf beeldend. Er zijn kortom meer regels dan je in één beginzin kwijt kunt.

De vraag is natuurlijk hoe belangrijk zo’n goede beginzin echt is. Ik bedoel maar, hoeveel beginzinnen ken je uit je hoofd? Noem er eens een paar op. Ja, dan kom je vanzelf op ‘Call me Ishmael’: dat zijn slechts drie woorden, die onthoudt iedereen wel. Ken je echter ook de twee volgende zinnen van Moby Dick? Hier komen ze:

Call me Ishmael. Some years ago—never mind how long precisely—having little or no money in my purse, and nothing particular to interest me on shore, I thought I would sail about a little and see the watery part of the world. It is a way I have of driving off the spleen and regulating the circulation.

En dan gebeurt er wat mij betreft opeens iets geks met die beste beginzin. Er zit namelijk een breuk tussen met het vervolg. ‘Call me Ishmael’ is een three word story op zichzelf. Daarna begint het grote verhaal pas echt. Moby Dick was naar mijn bescheiden mening dus net zo’n klassieker geworden als ie was begonnen met ‘Some years ago—never mind how long precisely—having little or no money in my purse, and nothing particular to interest me on shore, I thought I would sail about a little and see the watery part of the world.’

Ultra Kort Verhaal

Omdat ik zelf ook altijd loop te hannessen met de beginzin leek het mij in 2020 een prima plan om gedurende een jaar dagelijks een beginzin uit mijn boekenkast te posten. Een mooie aanleiding om er elke dag eentje te bestuderen en af te kijken hoe je nou die beste beginzin schrijft. Het resultaat van die verzameling vind je hier terug in de Galerij der Beginzinnen.

Wat uiteindelijk de beste beginzin van die 365 exemplaren is, vond ik lastig vast te stellen. Toen ik ze allemaal zat door te lezen om er een longlist en daarna een shortlist van te maken, viel me op dat het niet zozeer de eerste zin zelf is die bepalend is voor de kwaliteit, maar het setje van de eerste paar regels in zijn geheel.

Hoe meer die eerste paar regels een ultra kort verhaaltje (UKV) op zichzelf vormden, hoe beter ik ze vond. Omdat er een vraag werd geponeerd, of een dilemma, een raadsel. Omdat ik ze grappig vond, ontroerend soms. Of gewoon omdat het mooie zinnen waren die een overdenking, een mijmering bij me teweeg brachten.

Wat me verder opviel: het lukte me niet om zonder spijtgevoelens de longlist in te korten tot een shortlist, noch kon ik er één als de beste beginzin aanwijzen, zoals ik vooraf had bedacht. Maar da’s dan weer het mooie van je eigen website volschrijven, dat je gewoon de regels aanpast tijdens het spel. Niemand die klaagt.

Twintig keer de beste beginzin

Uiteindelijk zijn dit de twintig beste beginzinnen geworden, in willekeurige volgorde. Die van Moby Dick zit er trouwens niet bij. Niet omdat ik hem niet mooi vond, maar het boek staat niet in mijn kast.

De ene dag is er leven. Een man bijvoorbeeld, in goede gezondheid, niet eens zo oud, zonder ziektegeschiedenis. Alles is zoals het was, zoals het altijd zal zijn.

Een van de dingen die je meemaakt als je ouder wordt, is dat je een heleboel nieuwe manieren vindt om je te bezeren.

Geachte mevrouw Davis, Wij hebben elkaar nimmer ontmoet en die situatie moeten we vooral handhaven. Er is al ellende genoeg in de wereld.

Beste Kees, Er is een moment. Momenten zijn er altijd. We vullen ons leven ermee. Elk moment is anders. Op een bepaald moment doen we iets. Kiezen wij dat moment of kiest het moment ons?

Hou het stevig vast, zegt mijn vader. Met beide handen. Ik omklem het stokje. Vader loopt langzaam achterwaarts, de haspel met vliegertouw afwindend. Bij elke stap voel ik een klein rukje. Ik zet me schrap.

We stonden tegenover elkaar, mijn moeder en ik. Zij aan de ene kant van de kist, ik aan de andere. We rukten aan de hengsels. Zij droeg sloffen, ik schoenen. Ze gleed weg en ik zette haar klem. Gewonnen.

He was an old man who fished alone in a skiff in the Gulf Stream and he had gone eighty-four days now without taking a fish. In the first forty days a boy had been with him.

Die zondagmorgen liep Van Kempen de bijkeuken in om zijn klompen aan te doen en een kijkje op de dijk te gaan nemen. Maar toen zag hij daar een geweldige kat liggen. Dat is eigenaardig, zei hij bij zichzelf, die was er gisteren nog niet.

Het gebeurde in februari 1969 in Cambridge, ten noorden van Boston. Ik heb het niet onmiddellijk opgeschreven omdat ik eerst van plan was het te vergeten, om niet gek te worden.

Hoe meet je de zwaarte van een klap die nooit kwam, zoek je de fiets waar niets mee is, die er nog staat? De brand in een leegstaand schoolgebouw, nooit uitgebroken, laat geen sporen na.

In een plaatsje in La Mancha, waarvan de naam mij niet te binnen wil schieten, leefde niet lang geleden zo’n edelman met een lans in zijn wapenrek, een antiek leren schild, een magere knol en een hazewind.

Was het hem? Was het hem niet? Vanmorgen, op dat stampvolle perron 12b van Amsterdam-Centraal had ik even dat sterke gevoel dat ik Stan van Leer zag.

De dag waarna in het leven van Raimund Gregorius niets meer zou zijn als ervoor, begon als talloze andere dagen

In juni 1885 arriveerden er drie Fransen in Londen. De ene was een prins, de andere een graaf en de derde een gewone burger met een Italiaanse achternaam. De graaf omschreef het doel van hun bezoek later als intellectueel en decoratief winkelen.

1986. Het was aan het begin van mijn reis naar Santiago dat Borges stierf. Dat was vreemd, want je had het vreemde idee dat hij nooit kon sterven, of dat hij al lang dood was, dat kon ook.

Ooit bezat ik het volmaakte ei. Het was ongeveer zo groot als dat van een merel en had als bijzondere eigenschap dat het leeg was – niets dan een schaal rondom eivormige lucht.

De bomen buigen. Het zijn langwerpige bladervrachten die wapperen zoals de wind het aangeeft. De wolken zeilen eroverheen, genoeg verlangens op zo’n dag, maar als je het beleeft weet je er geen raad mee.

Rechts van me staat een vlekkerig grenen boekenkastje. Het bevat onder meer mijn jeugd.

Ze stapten uit bij het eindpunt, en toen ze bij de straathoek kwam, zag ze tot haar verbazing dat ze in de straat was waar ze woonde, op een paar passen van haar huis. Ze bleef staan.

Er zit een geheim in alles wat je ziet en zelfs als je dat geheim oplost blijft er het geheim van je vermogen om het te zien en op te lossen.

Nico Dijkshoorn – Ooit gelukkig

Leestijd: 2 minuten

Nico Dijkshoorn schreef in 2012 ‘Nooit ziek geweest’. Een boek dat over zijn vader lijkt te gaan. In 2019 verscheen ‘Ooit gelukkig’. Wat op het eerste gezicht over zijn moeder is geschreven. Maar eigenlijk gaan beide boeken over Dijkshoorn zelf. Ik maakte er onderstaande Twitterboekrecensie van.

In ‘Ooit gelukkig’ pleegt Dijkshoorn zijn tweede vadermoord. Op Freek de Jonge. En die had daar wel een beetje om gevraagd. Van nar naar narcist is immers maar een klein stapje. Zodra iedereen de nar gelooft wordt ie vanzelf een narcist. Dan is het gedaan met geloofwaardig schoppen.

Narcisme is dus lang niet altijd als karakter aangeboren. Bij de meesten is het gewoon hun gedrag, gebaseerd op hoe ze denken dat iemand in hun positie behoort te doen. Het is als een meme, die van Richard Dawkins dan om precies te zijn. Het erft cultureel over.

Voor een opgroeiend kind maakt dat in eerste instantie niet heel veel uit. Hij heeft er maar mee te dealen, zeker de oudste. Daarom ontwikkelt hij in de loop der jaren een soort van anti-gedrag; hij wordt de anti-narcist, zoals twee golven in tegenfase elkaar ook uit kunnen doven.

Whoever fights with monsters should see to it that in the process he does not himself become a monster.

NIETZSCHE

Maar je bent alleen anti-narcist bij de gratie van de narcist. Zodra die wegvalt wordt je er zelf één. Zoals ook slachtofferschap daderschap kan worden. Vanaf dat moment maakt het voor een kind wel uit of zijn narcisme karakter is of slechts gedrag.

De stap van anti-narcist naar narcist gaat vanzelf, je hoeft er niets voor te doen. Het duurt alleen even voor je het door hebt. Er is een heftige gebeurtenis voor nodig, een catharsis, om het besef te laten doordringen dat je zelf een narcist geworden bent.

Je moet het eerst zien. Dan is er de ontkenning, die hardnekkig kan zijn. Sommigen komen daar nooit meer uit. Als het wel goed gaat volgt aanvaarding, er kan worden begonnen met de deconstructie van de narcist. Wie je echt bent zit gewoon onder het harnas van ongewenst gedrag.

Dit alles had ik opgeschreven voor ik aan deel III, ‘Rode letters’ was begonnen. Daarin pleegt Dijkshoorn uiteindelijk zijn derde vadermoord: die op zichzelf. Hij deconstrueert de narcist in zichzelf. “Ze zien mij zoals ik mijn ouders nooit heb gezien. Ik heb van alles fout gedaan, maar ze willen weten waarom. Ik heb nooit iets willen weten, maar het is nog niet te laat.”

Een intrigerend boek. Maar lees wel eerst ‘Nooit ziek geweest.’

Brood, Bakker, Bernlef en Brandweer; Rizoom van een herinnering.

Leestijd: 5 minuten

Herinneringen zijn nooit af. Er is altijd wel iets waardoor een oude gebeurtenis levend wordt en connectie maakt met iets nieuws. Mij overkwam dat laatst bij het boek van Jet Steinz, met de 150 opmerkelijkste Nederlandse brieven. Opeens koppelde een aantal ervaringen zich aan elkaar tot een Brood Bakker Bernlef Brandweer Rizoom. Dat ging zo.

Rizoom

Als je dit leest zit ik in je rizoom. Misschien kende je me al en was je benieuwd of ik een nieuw blog had geschreven. Of misschien heb je gegoogeld, en kwam je zo op deze pagina terecht. Hoe dan ook, wij hebben een connectie, in ieder geval zolang je je dit blog herinnert.

Jij zit ook in mijn rizoom, als een lezer. Ik schrijf dit blog voor jou. Iemand die ik waarschijnlijk helemaal niet ken, maar waarvan ik veronderstel dat je net als ik in dit onderwerp geïnteresseerd bent. Anders was je hier nu niet. Je bent vast nieuwsgierig, wil graag zien hoe andere mensen naar de wereld kijken. Je hebt wel eens van rizoom gehoord, en net als ik zoek je naar voorbeelden van wat je er mee kan doen. Want echt simpel heeft die Deleuze het niet gemaakt.

Maar wellicht ken ik je wel, weet ik je naam en zit je al in mijn rizoom. Als je me dat laat weten, gebeurt er opeens van alles. In dat geval verandert namelijk ons rizoom, wordt er iets toegevoegd; op zijn minst deze tekst en onze mening daarover. Want rizomen zijn ‘becomings’, dingen die worden, die constant in verandering zijn. Die steeds connecties maken, zich aanpassen, meebewegen.

Het laat zien hoe makkelijk een rizoom zich vormt, hoe makkelijk het is om verbindingen te maken. Ze ontstaan helemaal uit zichzelf, je hoeft er niets bijzonders voor te doen. Misschien hoef je ze zelfs alleen maar te herinneren, dat weet ik niet. Zou je in een rizoom kunnen zitten zonder dat je het nog weet, zonder geheugen? De wesp en de orchidee vormen een rizoom, schrijft Deleuze. Zouden die zich dat herinneren? Hebben een wesp en een orchidee een geheugen?

Kaft van het boek Gedroomde Ruimte uit 2012
Bernlef

Ik herinner me niet wat ik ben vergeten. “Alles gaat verloren en alles blijft bewaard”, zegt Bernlef daarover, maar hij was dan ook uitzonderlijk bezorgd om te vergeten. Omdat het dan zijn betekenis zou verliezen, het een verweekt rizoom zou zijn. Zijn hele werk draait er eigenlijk om, om verdwijnen en vergeten. Niet alleen in ‘Hersenschimmen.’ In de jaren tachtig bezocht hij met Siet Zuyderland, een beeldend kunstenaar, Coney Island. Samen maakten ze een prachtig boek, ‘Gedroomde Ruimte, waarin Bernlef Bait ‘n Tackle schreef. Daaruit dit fragment:

Vergeten is nog weer iets anders dan slapen. Niet alle rizomen zijn even actief of emergent. Er zijn er in ruste, onder de oppervlakte. Wachtend op een moment om weer op te lichten, een trigger om wakker te worden. Soms is het een geur, bijvoorbeeld van een madeleine gedoopt in bloesemthee. Of een geluid, de eerste klanken van een oud liedje. Wie weet zelfs een reclame;

Mexicaantje, oranje hoed

Caraco ijs, geweldig goed

Brood

Het kan ook door een boek komen dat een slapend rizoom ontwaakt. Onlangs publiceerde Jet Steinz haar brievenboek P.S.. ‘Van liefdespost tot hatemail: de 150 opmerkelijkste Nederlandse brieven’ staat er op een wikkel om de kaft. Ze zat bij De Wereld Draait Door (DWDD) en daar ging het precies om die ene brief waar ik het boek later voor kocht. Aan de andere 149 hoop ik later een keer toe te komen.

De afscheidsbrief van Herman Brood, daar was het mij om te doen. Het is de laatste in het boek. Een goede plek voor een afscheidsbrief.

De afscheidsbrief van Brood uit PS.

Het gebeurde op 11 juli 2001, en ik had dienst als Officier van Dienst (OVD) in Amsterdam. We reden ergens in Amsterdam Noord, de chauffeur van de commandowagen 1 en ik, toen de Alarmcentrale over de mobilofoon vroeg om telefonisch contact met hen op te nemen. Een typisch relict uit de tijd dat er nog louter vaste telefoons bestonden, want ze hadden mij natuurlijk zelf ook even kunnen bellen op de mobiel. Enfin. Er kwam de mededeling van een springer van het Hilton. Bij aankomst van de autospuit reeds overleden. Conform protocol aan mij ter kennis gesteld. Ik besloot er verder op dat moment niets mee te doen, het was een eind rijden zonder blauwe pit en het slachtoffer was al overleden. Ik zou later wel even bellen met de bevelvoerder ter plaatse, hoe het was gegaan.

Een mens is in de eerste plaats een gebeurtenis, en pas daarna een naam, zegt Deleuze. Dat het slachtoffer Herman Brood was, werd mij later duidelijk. Eerst was het een uitrukbericht en een voornemen om met de bevelvoerder te bellen, voor het een persoon werd. Gek genoeg vroeg ik mij toen opeens af of ik er toch niet heen had moeten gaan. Het voelde alsof ik verzaakt had, of ik hem daar in zijn eentje had laten liggen. Irrationaliteit manifesteert zich op de vreemdste momenten en dit was er kennelijk één.

Maar ik begreep gelijk heel goed waarom veel brandweermensen na de redding, of die nu gelukt was of niet, geen naam meer hoefden te weten, zoals Ludo mij ooit had verteld. De mens als gebeurtenis is meer dan genoeg om een rizoom te vullen, laat het vergeten maar beginnen. Laat het los raken van de betekenis die het eens is geweest. Alleen dan kan je vrij leven.

Bakker

En het ging nog verder, met die irrationaliteit. Er drong zich direct een oude, hele flauwe grap aan mij op.

Vraag: Wie is de vader van Herman Brood?

Antwoord: Marco Bakker.

Grap? Ja, tsjonge, het overkomt je soms.

Dit is een foto van ‘Zonked’, een schilderij van Brood dat boven de TV hangt. Misschien is het echt echt, dat weet je nooit zeker bij zijn werk. Zelfs niet met een certificaat van echtheid. Maar voor mij is het hoe dan ook echt.

Alhoewel in dit geval de connectie niet zo heel vreemd was: bij het auto-ongeval waar Marco Bakker iemand had overreden, had ik ook dienst gehad als OVD. Daar was ik wel heen gegaan, sterker nog, ik was er al, omdat de Amsterdamse OVD’s toen bij elke volle Arena in de commandoruimte aanwezig moesten zijn.

Ik herinner me dat ik naar de plaats incident liep, omringd door allerlei types die me op het hart drukten om hier zo weinig mogelijk ruchtbaarheid aan te geven. Ik herinner me dat ik me afvroeg wat ik daar in Godsnaam ging doen. En ik herinner me dat het conform protocol was, aan mij ter kennis gesteld en dus ging het zoals het ging. Maar ik herinner me vooral dat dit een gebeurtenis was die ik nooit zou vergeten, door de naam die er in tweede instantie aan gegeven werd. En ik wist dat Bakker waarschijnlijk nooit meer vrij zou kunnen leven.

Dit alles kwam naar boven toen ik naar DWDD zat te kijken. Mijn Brood Bakker Brandweer rizoom was wakker geworden en had en passant ook Bernlef ingelijfd, het was immers een becoming. Daar moest natuurlijk een blog over komen. Deze.

En die zit nu ook in jouw rizoom. Nooit krijg je die er meer uit, want ook al gaat alles verloren, het blijft toch bewaard. Hooguit gaat ie slapen, om onherroepelijk te ontwaken op de dag dat Marco Bakker overlijdt. Dan zal je denken aan die brandweerman die bij de fatale ongevallen van Herman Brood en Marco Bakker was geweest en daar later Bernlef aan had toegevoegd, gewoon omdat het kon. En om het te bewaren, dat ook.

© 2021 Rizoomes

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑