Leestijd: 3 minuten

Gaarne maak ik u deelgenoot van één van de grote raadsels van dit millenium. Heeft u zich ook wel eens afgevraagd waarom er voorjaarsmoeheid optreedt na de winterslaap? Waarom men in de lente niet gewoon fris en monter is, zoals de bloemetjes en de bijtjes, die zich na drie maanden rust te buiten gaan aan topsport? Heeft het sowieso nog wel zin om te gaan slapen, of kunnen we beter wakker blijven?

U begrijpt, slapeloze nachten houd ik er aan over en op grond daarvan kan ik u verzekeren dat geen slaap ook niet fris en monter maakt. Na weer een nacht getob worstel ik me met rode ogen en veel koffie door de krant, als mijn oog op de volgende kop valt. “Nederland bereikt doorbraak in zomertijd”. Een half jaar lang is Nederland voorzitter van de Europese Unie, en wat houden we er aan over? Zomertijd, hoera! Haalt allen opgelucht adem, de zomertijd is binnen.

De krant is tevens niet te beroerd om deze mijlpaal te vieren met een enquete. Op de vraag of men verwacht hinder te ondervinden van de zomertijd, antwoordt negentig procent met ‘nee’. Dat hoge percentage is verdacht, onder de bevraagden moeten zich een paar jokkebrokken bevinden. Want uit ongevalsstatistieken blijkt namelijk wat anders. De overgang van zomertijd naar wintertijd gaat gepaard met 20% meer ongevallen die het gevolg zijn van slaapproblemen. In buitenlanden is er op dergelijke dagen zelfs een absolute ongevalsstijging van 20% te meten, als gevolg van slaapgebrek. Laboratoriumexperimenten wijzen ook in die richting. Bij een experiment onder ervaren vrachtrijders bleek dat rijgedrag ‘s nachts onzekerder was dan overdag. De bestuurder wisselde vaker van snelheid, remde te laat en slingerde meer. Analyse van ongevalsgegevens bevestigen het beeld. Hoewel er ‘s nachts in totaal minder ongevallen gebeuren, is het percentage ongevallen veroorzaakt door slaap vier keer zo hoog als overdag.

Opvallend is dat met name jongeren ‘s nachts in slaap vallen, terwijl ouderen (boven 45 jaar) meer ongevallen aan het eind van de middag veroorzaken als gevolg van slaap. Al met al blijkt dat mensen met slaapgebrek een twee keer zo grote kans hebben een ongeval te veroorzaken. Als nuchtere Hollanders malen we niet om een uurtje slaap minder, maar het is de vraag of dat terecht is. Uit experimenten blijkt dat een slaaptekort van een uur na één nacht al tot een achteruitgang in stemming, concentratie en prestatie leidt. Uw bioritme protesteert dan luidkeels.

Alle mensen hebben bioritmes. Een halfjaarlijks ritme, een maandelijks ritme (mannen ook, vraag maar aan topsporters) en een dagelijks ritme. Dit dagelijkse ritme is een beetje tegendraads: het duurt 25 uur. Bovendien past het zich makkelijker naar voren aan dan naar achter. Met wat duw- en trekwerk (wekkers, verkeersgeluid, ochtendgloren, buurthaan) past het zich wel aan een 24-uursritme aan. Maar 23 uur, dat wordt te gek, daar werkt het ritme niet aan mee. Het gevolg is dat u een week nodig heeft om weer af te stemmen. Iets soortgelijks ervaart u bij een jetlag.

Ook slaap heeft een ritme, en wel in blokken van vier uur. bij een sanitaire noodstop in de nacht voelt u zich soms wakkerder dan een paar uur later, wanneer de wekker is gegaan. Vandaar ook dat u geadviseerd wordt 8 uur per nacht te slapen. Bekend verhaal is de dubbeltelling van slaapuren voor twaalven, maar dat is slechts schijn. Als u vroeg naar bed gaat, correspondeert uw slaap meer met daglicht en nachtdonker, waardoor uw biortime minder energie nodig heeft om zich af te stemmen. U heeft dan minder energie verbruikt, en voelt zich fris en monter. Bij de overgang van zomertijd naar wintertijd voelt men zich ook fris en monter. De eerste maandagochtend na de overschakeling vinden er zelfs minder verkeersongelukken plaats. Wat mij op het volgende idee brent: Laten we na de voorjaarsmoeheid een zomerslaap houden, zodat we fris en monter het najaar ingaan en ons in de winter uit de naad kunnen werken om voldoende moe in het voorjaar een zomerslaap voor te bereiden. enzovoorts. Ome Ed gaat even een dutje doen