Leestijd: 5 minuten

Afro Blue wordt gezien als de eerste latin jazz standard, geschreven door Mongo Santamaria in 1959. Ikzelf ontdekte het toevallig, toen ik kort na elkaar de versies hoorde van Melanie de Biasio, Robert Glasper en Marc Copland. Steeds datzelfde thema in zulke verschillende muziek. Het maakte mij nieuwsgierig naar het verhaal achter Afro Blue. Dat begint in Cuba.

“When I play I don’t know how I do it, or what I do … I just play”

mongo santamaria

Cuba, 1898. Na ruim 400 jaar overheersing jaagt Amerika de Spanjaarden uit de Cubaanse kolonie en sticht er een onafhankelijke staat. Nou ja, onafhankelijk, het is eerder een protectoraat. De Verenigde Staten grijpen nog meerdere malen in en blijven lange tijd een vinger in de pap houden. Tot Fidel Castro de macht grijpt in 1959, maar dat is weer een heel ander verhaal.

In 1917 wordt Ramon Santamaria geboren in Havana. Zijn vader geeft hem de bijnaam ‘Mongo’. ‘Leider van de stam’ betekent dat in Mali, het land waar de voorouders van Ramon vandaan komen. Hij groeit in armoede op, tussen vriendjes van voornamelijk Afrikaanse komaf. Ze maken veel muziek op straat, met bongo en percussie. De jongens leren spelen van elkaar en door naar anderen te kijken. Ondertussen hopen ze allemaal op een carrière als muzikant. In 1937 is dat eindelijk zover voor Mongo: hij krijgt zijn eerste echte baan als percussionist bij het Septeto Balano en later het Orquesta Cubaney.

Mongo in 1969, toen al 52 jaar. Zijn hele leven zou hij een jonge uitstraling houden

Van Mexico naar New York

Ondertussen was het behoorlijk gaan rommelen in Cuba. Rond 1933 ontstaat er in het landsbestuur een hoop gedoe door de ‘Opstand der Sergeanten’. Een zekere Battista grijpt de macht, onder goedkeurend wegkijken van Amerika. Er worden stromannen benoemd, terwijl Battista zelf achter de schermen aan de touwtjes trekt en dubieuze samenwerkingsrelaties aangaat met de Amerikaanse maffia. Het is in deze onrust dat veel jazzmuzikanten het land verlaten. Santamaria gaat eind jaren veertig eerst nog naar Mexico, waar hij speelt met de danser Pablito Duarte. In 1950 vestigt hij echter zich in New York. Daar groeit hij uit tot een invloedrijke figuur in de latin-jazz.

”Mongo’s major contribution,” said the percussionist Bobby Sanabria, ”was that he applied the conversational aspect normally played on the bongo to the conga drums. But more importantly, Mongo always represented the close ties that Cuban music has to West Africa.”

Afro Blue

En dat is precies wat je hoort in zijn grootse jazz standard ‘Afro Blue’, die hij in 1959 opneemt met de band van Cal Tjader. De eerste vijf seconden beginnen met percussie in een typisch Afrikaans ritme. Dan valt de bas in en staat het basisframe van het nummer. Na 20 seconden komt er nog een ritme overheen en nog één en nog één, alles bij mekaar wordt het een vrolijk polyritmisch spektakel. Met daar tussendoor steeds die fluit, die keer op keer het wereldberoemde thema van Afro Blue inzet. Er spreekt hoop uit, geloof in een betere toekomst, maar tegelijkertijd ook een zekere melancholie. Het is die combinatie van sferen die het voor mij zo’n onweerstaanbaar muziekstuk maken.

Oscar Brown

In 1959 schrijft Oscar Brown een tekst voor Afro Blue, die hij een jaar later op zijn LP ‘Sin & Soul’ zet. “The album is regarded as a true classic for openly tackling the experiences of African Americans with songs such as ‘Bid ‘Em In’ and ‘Afro Blue’. Sin & Soul is also significant because Brown took several popular jazz instrumentals and combined them with self-penned lyrics on songs such as ‘Dat Dere’, ‘Afro Blue’ and ‘Work Song‘. Het oorspronkelijke Afro Blue is op Sin & Soul teruggebracht tot een kaal percussieritme waar Brown haast a-capella zijn tekst over uit spreekt.

Dream of a land my soul is from

I hear a hand stroke on a drum

Elegant boy, Beautiful girl

Dancing for joy, Delicate whirl

Shades of delight Cocoa hue

Rich as a night

Afro blue

Two young lovers dance face to face

With undulating grace

They gently sway, Then slip away

To some secluded place

Whispering trees, Echo their sighs

Passionate pleas, Tender replies

Shades of delight Cocoa hue

Rich as a night

Afro blue

Lovers on flight, Upward they glide

Burst at the height, Slowly subside

And my slumbering fantasy assumes reality

Until it seems it’s not a dream

The two are you and me

Shades of delight Cocoa hue

Rich as the night

Afro blue

Oh shades of delight Cocoa hue

Rich as the night

Afro blue

John Coltrane

Afro Blue wordt pas echt beroemd door de uitvoering van John Coltrane. Hij verschijnt op de LP ‘Live at Birdland’ uit 1964. Coltrane maakt van het vrolijk polyritmisch nummer een furieuze jazz wals, met McCoy Tyner aan de piano, Jim Garrison op bas en Elvin Jones achter de drums. Dit viertal zou een jaar later het meesterwerk ‘A Love Supreme’ opnemen en was hier al flink op stoom om dat topniveau te gaan halen. Toch laat ik niet die uitvoering van Afro Blue hier horen, maar eentje van McCoy Tyner uit 2001, van het album ‘Plays John Coltrane at the Village Vanguard.’ Tenslotte was McCoy Tyner er ook al bij in 1964, en deze uitvoering heeft zo’n mooie sound. Dat is ook wat waard.

The Doors

The Doors zijn weliswaar geen jazzband, maar pikken af en toe toch een stukje mee. Tijdens de live uitvoering van Universal Mind, van het album ‘Absolutely Live’ uit 1970, begint na zo’n 2,5 minuut Robbie Krieger met het themaatje van Afro Blue, waarna de rest enthousiast invalt. Het is één van de eerste crossovers van Afro Blue naar pop. Daar zouden er nog vele van volgen.

Melanie de Biasio

Zoals de versie van Melanie de Biasio uit België, van het album Lilies uit 2017. Volgens allmusic.com is het echter geen pop, maar jazz. Nou ja, als het maar goed klinkt. En dat doet het. De Biasio maakt met haar interpretatie een bloedstollende versie als uit een film noir, waar de grens tussen pop en jazz volledig in de schemer verdwenen is. Al helemaal op deze liveregistratie uit 2018.

Robert Glasper

Er zijn ook artiesten die de grens tussen pop en jazz juist door zonneschijn laten verdwijnen. Die het gewoon laten verbleken. Zo iemand is Robert Glasper, die samen met Erykah Badu op ‘Black Radio’ een heerlijk lui hip hop jazz funk nummer op de plaat heeft gezet. Ja, het is allemaal nog steeds dat liedje van Mongo uit 1959. Maar dan weer anders.

Marc Copland

Marc Copland wordt ook wel de piano whisperer genoemd, vanwege zijn techniek en het kristalheldere geluid. In 2019 verscheen ‘And I love her’, een prachtig album met Drew Gress en Joey Baron. Dat vond allaboutjazz.com ook:

What’s remarkable about this compelling album opener is that it was never planned to be a part of And I Love Her‘s recording session.”We were warming up,” Copland says [in the press sheet], “and as so often happens, Joey started a groove, in this case a 6/8 thing….and I heard ‘Afro Blue’ in my head, which I’m not sure I’d ever played before.”

Er zijn nog ontelbare andere versies van Afro Blue gemaakt. Die ga ik je niet allemaal laten horen, als je zin hebt kun je zelf door mijn Spotify Playlist scrollen. Ik heb er in dit blog zeven op een rijtje gezet die mij om verschillende redenen fascineren. Wat ze allemaal gemeen hebben is die combinatie van hoop en melancholie.

Dat is de kracht van echt goede muziek: het roept andere gevoelens bij je op dan alleen de herkenning van een leuke melodie of refrein. Precies de magie die je niet in woorden kunt vatten, zoals Mongo zelf ook al zei: “When I play I don’t know how I do it, or what I do … I just play”.

Afro Blue, De Playlist