Wanderings in crisis

Categorie: Literatuur (Pagina 1 van 5)

Beter wordt het niet. Een boekrecensie

Leestijd: 7 minuten

Stabiliteit en verlicht bestuur stel je het meest op prijs als je het bent kwijtgeraakt

caroline de gruyter

‘Beter wordt het niet’ is een geweldig boek van Caroline de Gruyter op het grensvlak van journalistiek, geschiedenis, politicologie en, jawel, crisismanagement. Mocht er een verplichte leeslijst zijn voor een brede algemene ontwikkeling dan zou dit boek er zeker op staan. Niet al te dik en het leest nog lekker weg ook.

Caroline de Gruyter is één van mijn favoriete columnisten in het NRC. Zo lang als ik me kan herinneren lijkt ze daar over de Europese Unie te schrijven, maar wie goed leest ziet dat het eigenlijk over crisismanagement gaat.

Crisis als proces; de ene keer vol op het orgel en daarna juist weer teruggetrokken en voorzichtig. Altijd vanuit het gezichtspunt van de EU. Daar kan je van vinden dat het stroperig, traag en saai is. Maar je kan het ook zien als strategieën om alle kikkers in je kruiwagen te houden.

Dat laatste doe ik dus.

In ‘Beter wordt het niet’ graaft De Gruyter zich een weg in de geschiedenis van de Habsburgers en legt daarbij steeds linken met de huidige EU. Dat doet ze op een prettige manier. Als deelgenoot van haar zoektocht naar het eens zo machtige keizerrijk zit je op de eerste rang.

Ook keizerin Sissy komt in het boek natuurlijk voorbij, net als het begin van de Eerste Wereldoorlog. In dit blog ga ik daar verder niet op in.

Ze vertelt ons in geuren en kleuren wat ze onderweg allemaal hoort en ziet. Zo kom je en passant aan tafel met de nog levende Habsburgers, woon je in een appartement met krakende vloeren in Wenen, en zit je in een yoga klasje met de beau monde.

De Gruyter besteed verder weinig aandacht aan haar eigen rol in deze mysterieuze bovenwereld, maar het lijken mij kringen waar je niet gemakkelijk toegang tot krijgt. Hoe haar dat dan wel lukt houdt ze (misschien wijselijk) buiten beschouwing.

Dat doet aan haar verhaal in ‘Beter wordt het niet’ gelukkig weinig af. Als een volleerd antropoloog participeert ze lekker mee en doet daar verslag van in fragmentarische interviews die makkelijk weglezen, afgewisseld met meer verhalende stukken over de feitelijke geschiedenis.

Het hele boek leest trouwens soepel weg, omdat het in losse brokken steeds nieuwe onderwerpen aandraagt die je haast als vanzelf aan elkaar koppelt. Je kunt daardoor op elk moment in het boek beginnen en toch nog de rode draad vasthouden. Precies wat Deleuze bedoelde met zijn nomadisch lezen in Mille Plateaux. Het is een rizomatisch boek, durf ik te stellen.

Vanwege die rizomatische structuur is het ondoenlijk een samenvatting van ‘Beter wordt het niet’ te geven. Daarom heb ik er enkele hoofdpunten uitgepikt die ik in de volgende twee paragrafen nader uitwerk. Te beginnen met de boodschap van de Habsburgers en daarna specifieker over crisismanagement in de EU.

De Habsburgers

De Habsburgers waren een belangrijk Europees geslacht dat vanaf de 12e eeuw steeds verder uitbreidde. Begonnen in de plaats Habsburg in Oostenrijk groeide het eerst uit met de Elzas, Lotharingen en het Zwarte Woud. Daarna volgden Oostenrijk, Zwitserland, Hongarije, Spanje en Portugal.

Ook Nederland viel er zo’n 100 jaar onder, tot in 1582 het Plakkaat van Verlatinghe werd getekend en de Verenigde Nederlanden zich onafhankelijk verklaarden.

De eerste pagina van het Plakkaat van Verlatinghe

Net zoals de EU was het Habsburgse rijk nooit af. Continu werd er aan gesleuteld, al dan niet door ontwikkelingen in andere landen zoals Nederland en later de Franse revolutie aan het eind van de 18e eeuw.

Rond 1867 werd de dubbelmonarchie gesticht en bestond het Habsburgse Rijk uit Oostenrijk en Hongarije als ‘primaire’ landen, aangevuld met stukken uit de Balkan, Tsjechië, Slowakije, Polen en Italië.

Of ik dan helemaal compleet ben weet ik niet, maar zo was het ongeveer.

De dubbelmonarchie ging door op het werk dat onder andere door keizerin Maria Theresia in de daaraan voorafgaande eeuw al verricht was. Onder haar werd het gezag gecentraliseerd en gebureaucratiseerd. Er kwamen steeds meer regels, die actief werden gehandhaafd. Ambtenaren kregen veel te zeggen en er verschenen stevige instituties zoals de spoorwegen en de posterijen. 

Volgens Theresia was rechtszekerheid namelijk essentieel om de rust tussen de volkeren te bewaren.

Iedereen moest voor de wet in principe gelijk zijn, er was een vrije markt en dat vroeg om afspraken over muntwaarden, gewichten en prijzen. Die dus gecontroleerd moesten worden. Daarvoor waren speciale ambtenaren aangewezen, die door het keizerrijk trokken om de onafhankelijke metingen te verrichten en sanctioneren.

Maria Theresia van Habsburg op een schilderij van Martin van Meyens, 1742. Zij is toch wel één van de helden uit ‘Beter wordt het niet.’

De Gruyter haalt een boek aan van Joseph Roth, die in Het Valse Gewicht over de belevenissen van een IJkmeester in Galicië vertelt. Toen de Meester daar aankwam stond het Habsburgse Rijk al op instorten, iedereen voelde dat aan en kleurde steeds vaker buiten de lijntjes. Op zeker moment lijkt de IJkmeester nog maar de enige rechtschapen persoon te zijn. Hoe zeer hij zijn best ook doet om in te grijpen, het loopt hem van alle kanten door de vingers.

Hij heeft geen enkel gezag. Langzaamaan gebeurt het onvermijdelijke: hij geeft het op en gaat ook de kantjes er af lopen

caroline de gruyter

Precies zoals ook Tjeenk Willink beschreef, dat zonder gezag de rechtsstaat in crisis zal gaan. Dat is de boodschap van de Habsburgers. De hoofdboodschap. Want uit hun geschiedenis vallen nog veel meer goede leerpunten te halen. Veel ook over crisis.

Crisis in de EU

Gelijk vanaf het begin gaat het in ‘Beter wordt het niet’ over crisis. “Elke crisis, horen we steeds, is existentieel voor de EU. En crisissen, daar hebben we er nogal veel van.” De Gruyter vraagt zich vervolgens af of één van die crises de EU fataal kan worden. En hoe dat dan zou gaan. Net zoals bij de Habsburgers of anders?

Een interessante vraag. Want hij geldt denk ik niet alleen voor zo’n georganiseerd metastabiel evenwicht als de EU, maar voor elke federatie waar de deelnemers de samenwerking zouden kunnen verlaten als het hun niet meer bevalt.

Overigens nooit zonder kleerscheuren, want vertrekken moet pijn doen. Er moet een afweging plaatsvinden tussen kosten en opbrengsten, reputatiewinst en -verlies, strategische positionering en toekomstvastheid. Om maar eens wat te noemen.

Vertrekken zonder pijn leidt namelijk nooit tot een vast verband tussen partijen. Dat is een losse flodder samenwerking die slechts gedijt bij goed weer. En dan kan iedereen goed zeilen.

Dat zorgt er onder meer voor dat zo’n samenwerking, laat ik het verder federatie noemen, nooit af is. Continu zijn er ontwikkelingen, gebeurtenissen en situaties die vragen om bijvijlen, aanpassen, en hervormen.

De ene verandering leidt vervolgens automatisch tot een nieuwe en ga zo maar door. In termen van Casti zijn federaties daardoor structureel hun complexiteitskloof aan het dempen, om een X-event, een Black Swan te voorkomen.

Op 1 en 2 december 1969 vond de The Hague Summit plaats in de Ridderzaal. De 6 founding countries gingen akkoord met een monetaire en politieke unie en accepteerden vier nieuwe landen.

Tegelijkertijd is het timen en afwisselen van crises ook een overlevingsstrategie; crisis als doel, dus.

Voortmodderen, noemt de Gruyter dat in ‘Beter wordt het niet’. De kunst van het tijdrekken en vooruitschuiven. Nog zo’n kunst: Durchfretten, een vergelijkbare stoempstrategie: steeds weer op zoek naar al dan niet wisselende meerderheden om weer een stap te kunnen zetten.

Hetgeen vraagt om concessies te doen. Maar nooit zoveel als men vroeg, leren we van de Habsburgers, want dan blijven ze hopen op meer. Dat houdt de mogelijke samenwerkingspartijen in de buurt en bereid tot nieuwe coalities in een sfeer van ‘goedgehumeurde ontevredenheid’.

Daarom is het eigenlijk altijd crisis in de EU, is mijn conclusie. Meestal een kleine, zoals ik ook in dit blog over het failing forward framework beschreef, en soms een grote. Die grote moet dan eensgezind worden bezworen en daarna is de boel iets hechter georganiseerd. Al leidt dat zelden tot een grote koerswijziging; we modderden immers voort. Op weg naar de volgende crisis.

Eindoordeel

De Gruyter krijgt het voor elkaar om je vanaf de eerste zin het boek in te trekken en je niet meer los te laten. Persoonlijk ben ik ook zeer gecharmeerd van alle literaire verwijzingen die ze gebruikt om over de Habsburgers te vertellen. Dat maakt het een levendig en leuk boek.

Cijfer: 8,5.

Zou ik het bewaren als de boekenkasten vol zijn en er geruimd moet worden: Zeker!


Waar ik in dit blog niet over schreef was de terughoudendheid van de Habsburgers om oorlog te voeren. Zij hadden hun leger ingericht op een defensieve strategie, waardoor een offensieve houding tot de onmogelijkheden behoorde.

Een belangrijke reden daarvoor was de interne harmonie in het Keizerrijk. Men was bang dat bij een offensieve houding de loyaliteit van de samenstellende volken misschien eerder buiten het Keizerrijk zou liggen dan erin. Met alle interne ellende en onlusten van dien. Ik vond het opvallend dat Tooze over de Chinezen eigenlijk hetzelfde schrijft. Die doen er ook alles aan om te voorkomen dat externe onlusten overslaan naar de Chinese bevolking.

Het grote verschil natuurlijk is dat China wel een offensieve macht heeft opgebouwd. Dat heeft de EU niet. Die komen er nu langzaamaan achter dat de defensieve strategie van de Habsburgers niet meer in deze tijd past. Hopelijk nog wel op tijd.

Preparatie volgens Prinsen

Leestijd: 7 minuten

Preparatie volgens Prinsen is een boekbespreking van ‘Een bevoorrecht mens’ met de bril van een crisismanager. Uit de honderd portretten die Joost schreef pikte ik er drie, die ieder een interessant aspect van ons vak belichten. Empathie, improvisatie en simulatie zijn daarbij de kernwoorden.

Preparatie volgens Prinsen

Vakantieboeken, je hebt ze in alle soorten en maten. Laat dat maar aan de uitgevers over, iets maken waarvan je niet wist dat je het wilde hebben. Maar na ruim vijftig jaar vakanties met boek durf ik te zeggen dat er eigenlijk maar twee typen vakantieboek zijn.

De grote dikke die je uren achtereen wilt lezen in enige afzondering, zonder allerlei onnodige vragen tussendoor. En de bundel met losse stukjes die je in gezelschap op een terras leest.

Zo eentje waaruit je na enkele bladzijden om je heen gaat zitten kijken, eventjes nadenkt, een slokje neemt, misschien nog wel iets opmerkt of opschrijft, waarna je een volgend stukje scant. En het proces weer van voren af aan begint.

Lekker.

Prinsen

Op een regenachtig Schiermonnikoog las ik zo ‘Een bevoorrecht mens’ van Joost Prinsen. Honderd mannenportretten, staat er op de kaft. Dat is precies wat het is. Een selectie van honderd columns over mannen die Prinsen schreef voor het Haarlems Dagblad in de afgelopen 25 jaar.

“Honderd mannen uit mijn leven. Mijn leven eigenlijk.”

Na een paar bladzijden keek ik dus uit het boek op, nam een slokje en dacht even na.

Joost Prinsen.

Wat was die man eigenlijk nauw verbonden met mijn leven. Als Erik Engerd in de Stratemakeropzeeshow. Met Aart Staartjes. En J.J. de Bom, voorheen de kindervriend. Het Klokhuis, natuurlijk, net als Met het mes op tafel. Hoe vaak ik dat niet gekeken heb.

Maar waar ik hem misschien nog het meest van zal herinneren is het gedicht Ben Ali Libi, de goochelaar. Een monument.

Portretten

En nu ligt daar dus die bundel met honderd portretten. Zoals dat gaat met teksten van Joost Prinsen hoor ik zijn stem in mijn hoofd voorlezen. Zelfs zijn karakteristieke dictie en timing wordt in mijn gedachten feilloos gereproduceerd. Ik hoor het wanneer hij iemand sympathiek vindt, wanneer hij bewondert en wanneer hij ons graag iets vertelt van achter de schermen.

“Niet om het één of ander, wat ik nog graag even zeggen wou, zou het misschien zo kunnen zijn….”

Dat soort zinnen hoor ik krakend tussen de regels door. Joost complimenteert graag en dat maakt het een optimistisch boek. Keken er maar mensen zo naar de wereld; niet zeiken over wat er fout gaat, maar applaudisseren voor dat wat lukt.

Het leukste vind ik de verhaaltjes over de leermeesters van Joost zelf. Mensen als Kees Brusse, Ton Lutz en Wim Sonneveld. Geschiedenis die persoonlijk wordt gemaakt door het vertellen van anekdotes uit een tijd die voor mij van horen zeggen is, ik was er (nog) niet bij.

Het kleurt vlakken in waarvan ik niet wist dat ze er waren, zonder dat het overigens iets fundamenteels verandert aan wat ik al wist. Ook wel eens fijn, iets wat toevoegt en verdiept zonder het te slopen.

Empathie

Toen las ik een stukje, geen idee na hoeveel slokjes, waarop ik dacht: dit gaat over crisismanagement. Je kunt ‘Een bevoorrecht mens’ dus ook lezen met de bril van de crisismanager, besefte ik. Da’s geen ingekleurd vlak, maar een nieuwe verdieping, een toevoeging.

Owen Schumacher doet een Weisglasje. Foto is van Wikipedia

Ik vond uiteindelijk drie stukjes over crisismanagement, beter nog, drie keer preparatie volgens Prinsen, die ik graag hier met je wil delen.

De eerste gaat over Owen Schumacher, je weet wel, die andere van Koefnoen. Prinsen was gevraagd om in een special over Balkenende in De Wereld Draait Door een quiz te presenteren. Die werd met overmacht gewonnen door Owen Schumacher, ondanks het feit dat onder andere Wouke van Scherrenburg ook mee deed.

Na afloop praatte Joost nog even na met Owen en vroeg hem hoe hij zo veel wist over Balkenende. “Nou”, zei Owen, “ik heb me afgevraagd wat de redactie van DWDD graag zou willen laten zien. Toen heb ik het internet afgestruind op zoek naar aardige filmpjes en foto’s over Balkenende. De kwestie Margarita, Mabel Wisse Smit, gestrande ministers en de voetinfectie, dat soort dingen. Daardoor wist ik eigenlijk alle vragen al voordat ze gesteld waren.”

Zo stond het er trouwens niet letterlijk, zie het maar als mijn samenvatting. Wel letterlijk is deze quote van Benjamin Disraeli, een oud premier van Engeland in de periode tussen 1868 en 1880: “Uiteindelijk winnen zij die zich het beste hebben voorbereid.”

Denk dus niet alleen vanuit wat jij wilt, maar ook vanuit wat anderen zouden vinden of zouden willen. Zeker bij crisismanagement is dat essentieel, want dat gaat immers over meningen en frames van anderen over jou. Al helemaal bij externe crisis.

Ton van Duinhoven tijdens opnames van Hadimassa in 1972. Met een nog frisse Joost Prinsen erbij. Foto Anefo ANP

Je zou het empathie kunnen noemen. Ja, we noemen het empathie.

Belangrijk om te beseffen dat het daarbij gaat om je open te stellen voor een ander zonder waardeoordeel over diens beweegredenen. Laat je ego dus thuis.

Simulatie en improvisatie

Ton van Duinhoven was een Nederlandse acteur en cabaretier die bekend werd door zijn rollen in Hadimassa. Een satirisch programma uit de jaren 70 waarin onder andere ook van Kooten en de Bie meededen. Toch was volgens Prinsen Van Duinhoven de ster van de show. We laten even Joost zelf aan het woord.

Wat zo mooi is aan dit voorbeeld is dat het gaat over hetzelfde scenario op een heleboel manieren uitgeprobeerd. Voor een emergency of een disruptie is dat misschien niet nodig. Maar bij crisismanagement, juist omdat het over framen gaat, is het helemaal niet zo’n gek idee om bepaalde situaties op een verschillende manier uit te proberen.

Zie het maar als live simulaties.

Dus steeds hetzelfde scenario, maar dan de ene keer offensief aangepakt en de andere defensief. Aarzelend, directief of juist coachend. Verzin het maar. Uiteindelijk pak je de manier van communiceren die bij jou past. Maar niet voordat je het enkele malen hebt uitgeprobeerd.

Johnny Kraaykamp tijdens TV opnames in 1963. Foto ANP

De laatste preparatie volgens Prinsen komt van Johnny Kraaykamp. Johnny was een stoute jongen, schrijft Prinsen, die zich niet aan zijn teksten hield. Stond hij bij een toneelstuk in de repetities op de Dam, of bij de Dom, begon hij in de echte voorstelling onverwachts bij de HondsBossche Zeewering. En daar moesten zijn tegenspelers zich dan ter plekke op aanpassen. Improviseren.

“Op een feestje speelde hij ooit een uur lang dat hij een hond bij zich had die maar niet koest wilde zijn.” En toen er ooit vier minuten tekort was in een programma over bizarre gebeurtenissen trok hij een jurk aan en een pruik, pakte een kussentje dat hij begon te aaien als een kat en vertelde een verhaal over het gehijg van twee mensen dat steeds scabreuzer werd en volgens Prinsen nog steeds als klassieke scene te boek staat.

Dat laatste was voor mij onbekend, maar ik kan me van alles voorstellen bij het improvisatietalent van Kraaykamp.

Niet onbelangrijk: ondanks zijn ervaring en improvisatievermogen repeteerde Kraaykamp dus wel. Alleen niet om zijn tekst uit het hoofd te leren en de procedure te volgen, maar om het improviseren uit te testen. Red Teaming in een gecontroleerde omgeving om het daarna in het echt op scherp te zetten, het voor het publiek spannend te maken en natuurlijk ook voor zichzelf. Want het moest wel leuk blijven.

Mintzberg schreef ooit dat management een vaardigheid is, een ambacht misschien wel, maar het is geen beroep en zeker geen wetenschap. Je leert het in de praktijk door ervaring op te doen, “which means that it is primarily a craft, although some of the best managers make considerable use of art.”

Met crisismanagement is het zeker niet anders, dat is immers management in extremis. Lees dus boeken met de bril van de crisismanager, kijk kunst en ga naar theater. Pik alles wat je kunt gebruiken en probeer uit. Maak het onderdeel van je Prohairesis.

Dan ben je een bevoorrecht mens.

Eindoordeel

Een bevoorrecht mens is een prettig vakantieboek voor op het terras. Ik las over mensen die ik van horen zeggen kende en dat bood mooie inkijkjes in een tijd die voorbij is. Daarnaast viel het me op hoeveel aspecten van cabaret en crisis overeenkomen. Boeiend.

Cijfer: 8

Zou ik het bewaren als de boekenkasten vol zijn en er geruimd moet worden: heel lang wel en als het niet anders kan verzin ik een list

Ogenblikken in Valois

Leestijd: 3 minuten

Ogenblikken in Valois is een klein en sympathiek boekje van Hella Haasse over de streek rondom haar toenmalige woning in Saint-Witz. Niet dat ik dat wist, trouwens, ik was sowieso vergeten dat ik het had. Het stond al jaren in mijn kast te wachten totdat het gelezen zou worden. Nu was het dan zover.

Ik heb eerlijk gezegd geen idee hoe dit boekje ooit in mijn antibibliotheek terecht is gekomen. Ik vermoed dat ik het ergens uit een antiquariaat heb gehaald, op de binnenzijde staat dat het €5,- heeft gekost. Het is ook al een oud boekje. Origineel is het uit 1982, mijn exemplaar is van 2018. Dit stukje is in die zin meer geschiedschrijving dan een recensie.

Het zou er overigens nog hebben gestaan als ik niet Siciliaanse brieven van Geerten Meijsing had gekocht en gelezen. Toen kreeg ik zin in een rijtje boeken over verhalen van Nederlanders in den vreemde.

Zo kwam ik tevens uit op Brieven uit Alvites van Gerrit Komrij, die ook al geruime tijd in de antibibliotheek moet hebben gebivakkeerd.

Ogenblikken in Valois sluit het serietje van drie. En het is weer een heel ander boekje dan de andere twee. Waar dat echt belevenissen zijn van de schrijver in een ander land, koos Haasse ervoor om van Ogenblikken in Valois een soort geschiedschrijving van de streek te maken.

Frankrijk begint voor mijn gevoel pas werkelijk, wanneer men van de immense golvende hoogvlakte der voedselcultures in het gebied van de Somme afdaalt naar de vallei van de Oise. Daar zijn de heuvels aan de overkant van de rivier bedekt met dicht en donker bos, het landschap verandert; het is niet langer noordelijk wijd en open, een wat weliger verlengstuk van de Lage Landen, maar grilliger, nu eens besloten, dan weer een plotselinge doorkijk biedend, liefelijk arcadisch, maar ook geheimzinnig, en onder bepaalde belichting – in de gele glans van de avond bijvoorbeeld, of wanneer de maan schijnt – geladen met afstand, een gebied dat men niet zomaar betreedt.

beginzin van Ogenblikken in Valois
Dit is de streek die Haasse beschrijft. Officieel heet het Val-d’Oise, maar zij blijft het Valois noemen, omdat dat beter aansluit bij haar gevoel over de streek. Het kleine spookje met de rode balletjes, vlak boven Parijs, is Senlis. Daar gaat een groot deel van het boekje over.

Dat maakt het uiteindelijk meer tot een soort reisgids dan een verhaal of essay. De geschiedenis wordt hier en daar wel wat aangevuld met eigen ervaringen uit de streek, met zo af en toe ook nog een mijmering, allemaal in prachtige taal met lange zinnen zoals ik nu ook aan het maken ben, maar toch verloor ik er op enig moment mijn aandacht bij. Zonder kaartjes en foto’s werd het te abstract.

Desondanks las ik het uit, wat met 174 bladzijden geen hele grote prestatie was. Haasse blijft hoe dan ook een groot schrijver; daar valt altijd iets van te leren. Het nawoord van Aleid Truijen maakt het tot een compleet document, als ware het een tijdscapsule uit de jaren 80 in Frankrijk.

Eindoordeel

Zoals gezegd een prettig leesbaar boekje waarbij je op sommige momenten wel je aandacht verliest als je de Valois niet kent. Dus ga je naar de omgeving van Senlis en Creil, neem het mee en lees het.

Cijfer: 8 in de Valois, een 7 als je er nog nooit was.

Zou ik het bewaren als de boekenkasten vol zijn en er geruimd moet worden: In ieder geval zolang ik geen ander boek van Hella Haasse in de kast heb staan. Iedereen zou een Haasse in de verzameling moeten hebben.

Schwung – Wilfried de Jong

Leestijd: 3 minuten

Schwung is het nieuwe boek van Wilfried de Jong. Tien verhalen en een blues, staat er op de kaft, bij wijze van ondertitel. Ik nam het mee op een paar vrije dagen en las het in een Limburgse kasteeltuin. Met de omgeving was in ieder geval al niets mis. Hoe zit het met Schwung zelf?

Wilfried de Jong is een tijdloos mens. Hij is er altijd geweest en voor wie het wil zien, zal hij er ook altijd zijn. Met die Rotterdamse energie van hem. Schwung heeft De Jong zeker.

Ikzelf keek hem ruim dertig jaar geleden eens recht in zijn gezicht aan, hij net iets boven mij met een pak vla onder zijn kin. Pas later leerde ik dat de betreffende sketch ‘Badmuts’ heette. Vol schwung.

Ook in Brommer op Zee, het boekenprogramma van de VPRO, zat de schwung er goed in. Enthousiast en een tikkeltje onvoorspelbaar vragen stellend knalde hij door de boekenwereld heen. Helaas sneuvelde het al na twee seizoenen. Toch nog te elitair. Stiekem hoop ik op een wederopstanding.

Nu is er dus ook het boek ‘Schwung.’ Het ziet er direct al aantrekkelijk uit, met een typische Wilfried foto op de harde kaft. Prima vakantieformaat en prettig leesbaar. Een boek is immers niet alleen inhoud, maar ook vorm. Anders kan je net zo goed digitaal lezen.

En dan ook nog eens zo’n intrigerend motto van Eric Dolphy helemaal in het begin. Dat beloofde veel goeds, ik had ook al gezien dat er een verhaaltje over Shepp in stond.

Zin in.

When you hear music, after it’s over, it’s gone, in the air. You never capture it again.

eric dolphy

Helaas bekoelde die zin direct al bij de eerste twee verhaaltjes. Met name ‘Caramba’, over een baby met maagkramp had er wat mij betreft wel uit mogen blijven.

Maar net als je de moed op wil geven is daar een juweel van een verhaal over Archie Shepp, de oude tenorsaxofonist. De Jong schrijft met enthousiasme en vererering zoals alleen hij dat kan. Een geweldig inkijkje bovendien in de muziekjournalistiek, heerlijk. Hier had ik graag een boek vol van gelezen.

Wie weet zit dat nog in het vat?

De rest van de verhalen is de moeite van het lezen ook zeker waard. Wolk is een lief verhaal over een zangeres die door De Jong wordt rondgereden tijdens een minitournee van één dag. Het stuk over de jacht op een zeldzame LP van Herbie Hancock is voor de verstokte verzamelaars zowel herkenbaar als grappig.

Stand by your man is een indrukwekkend verhaal van een vrouw die met een dramatisch dilemma zit en waarvan De Jong een klein deel meemaakt. Het laatste deel. Het zette toch even aan het denken.

Wat aan de verhalen opvalt is dat De Jong op zijn best is als observator, als hij als relatief buitenstaander in een nieuwe wereld terecht komt. De stukken waarin hij over zijn eigen belevenissen schrijft, zoals de eerste twee, gaan hem wat mij betreft minder goed af. Misschien te klein leed om het invoelbaar te maken.

Eindoordeel

Al met al is Schwung een goed boek voor op vakantie die ik zeker kan aanraden.

Cijfer: 7,5

Zou ik het bewaren als de boekenkasten vol zijn en er geruimd moet worden: niet als eerste, maar ook niet als laatste.

Brieven uit Alvites

Leestijd: 3 minuten

Brieven uit Alvites van Gerrit Komrij leest als een literaire variant van het populaire Tv-programma ‘Ik vertrek’. Het is de kroniek van een aangekondigd drama dat misschien niet alleen achteraf voorzienbaar was.

Veertig ben ik heden en een zwerfhond geworden

Dat is de beginzin van Brieven uit Alvites. Het is 1984 en Komrij is net veertig geworden. Hij is het leven in Amsterdam zat. “Het sjacheren, het kuipen en kruipen, mensen kunnen niet zonder”, zo schrijft hij “, maar ik leg me er niet bij neer.”

Dus vertrekt hij.

Naar Alvites, een gehucht in Portugal. Daar betrekt hij een Palaccio dat door de eigenaar is ondergebracht in een soort stichting, waarvan het vruchtgebruik is overhandigd aan Padre Fernando. Die verhuurt een deel van het kasteeltje aan Gerrit en zijn man. Komrij is helemaal weg van het pand.

Ons huis ligt als een witte fluwelen doos in de handpalm van het paradijs. Vanuit de verte bezien is het een soort schrijn, waarin alles is ondergebracht wat ik tot dusver in mijn leven heb meegesleept

Komrij doet zijn best om te integreren in de oude, rurale gemeenschap. Hij doet mee met de feesten, bezoekt als atheïst de kerkdiensten en legt veel bezoekjes af bij buren. Toch blijft hij een toeschouwer, merk je als lezer. Hoe enthousiast hij ook over de verschillende aspecten van het leven aldaar schrijft, het is met de blik van een observator, niet die van de deelnemer. Zoals Geerten Meijsing wel is in zijn Siciliaanse Brieven.

Misschien komt dat ook wel door de opzet van het boekje. “Bezorgd en van een nawoord voorzien door Mark Schaevers”, staat er geschreven. Wat betekent dat Schaevers uit een serie columns en toespraken dit verhaal heeft samengesteld.

Het is dus niet oorspronkelijk bedoeld als een integrale uitgave door Komrij zelf.

Toch vind ik zelf die fragmentarische opzet van Brieven uit Alvites wel lekker lezen. Er worden voldoende puzzelstukjes aangedragen om het geheel te zien, zonder dat alles is dichtgekleid met details. Het geeft de tekst lucht en ruimte en dat is gezien de gebeurtenissen wel net zo prettig. Want de sfeer voelt er af en toe behoorlijk beklemmend aan.

Zeker op het laatst, als er onmin ontstaat met Padre Fernando. Dat loopt zodanig uit de hand als de rest van het dorp ook vijandig wordt, dat Komrij besluit te vertrekken en Alvites achter zich te laten.

Alvites is een essentie van extremen. De armoede is er middeleeuwser. De nachten kennen er meer sterren dan elders. De vreugde is er geloviger. Het pittoreske is er wreder

Dat zegt het zo ongeveer wel, hoe het daar was. De rest kun je zelf lezen in Brieven uit Alvites. Van harte aanbevolen, al was het maar voor de prachtige taal. Overigens ook weer in een prettig formaat vormgegeven met een harde kaft, heerlijk om mee te nemen op vakantie.

Ter afsluiting een fragment van Komrij over wat hij Transmontaanse beelden noemt. Bewust of onbewust, dat kan ik nergens uit afleiden, raakt hij daar de kern van de Stoa. Die wilde ik jullie niet onthouden.

PS. Ik heb inmiddels Vila Pouca besteld via boekwinkeltjes.nl. Dat is waar Komrij zich vestigde na Alvites. Ik ben natuurlijk zeer benieuwd hoe het verder ging. Brieven uit Alvites is nog wel nieuw te koop.

Eindoordeel

Brieven uit Alvites is een merkwaardig boek en ook nooit als boek bedoeld geweest, begreep ik achteraf. Toch ben ik blij dat ik het heb.

Cijfer: 7,5

Zou ik het bewaren als de boekenkasten vol zijn en er geruimd moet worden: ja, er moet meer Komrij in de kast en daar hoort deze bij.

De Wolf van Max Pam

Leestijd: 5 minuten

De Wolf van Nederland is een boek van Max Pam, dat bestaat uit een verzameling columns en toespraken uit de afgelopen twintig jaar. Hij schreef veel over wat mij ook bezig hield en houdt. Dat maakt De Wolf een aangename trip down memory lane. Herinneringen ophalen met een boek.

De Wolf van Max Pam
Ik las de Wolf van Max Pam voor een groot deel tijdens een wandelvakantie in Sluis. Een aanrader, net als het lokale blond ‘Jantje van Sluis’

Toen ik in 1991 aan de slag ging bij de brandweer in Amsterdam lukte het mij in betrekkelijk korte tijd er ook woonruimte te vinden. Toeval uit een spelonk in mijn netwerk, met een klein addertje onder het gras. Het aan mij verhuurde pandje had weliswaar de prijs van de vrije markt, maar niet het benodigde aantal punten.

Bijna had de huurcommissie mij er daarom weer uitgegooid, maar vond dat gezien mijn functie op dat moment niet ‘opportuun.’

Ik kon echter geen aanspraak maken op huurverlaging, dat dan weer niet. Zo gaan die dingen.

Maar goed, mijn Amsterdamse avontuur kon beginnen. Om mij helemaal onder te dompelen in mijn nieuwe stad nam ik ook een abonnement op het Parool en keek ik vaak AT5.

Zo leerde ik Max Pam kennen. Journalist, schaker en programmamaker.

Ik werd een trouwe kijker van De Woestijn Leeft. In dat programma liep Pam samen met Jeroen Henneman door de stad en liet op satirische wijze zien hoe slecht de boel werd onderhouden en wat voor troep het eigenlijk is. Toen ik dit blog schreef bleek er net een jubileumuitzending te zijn gemaakt. Kijk maar.

De originele reeks werd gemaakt onder regie van Theo van Gogh en ook Theodor Holman had er iets mee te maken, al weet ik niet meer wat. Voor mij was dit kwartet vrije geesten een openbaring. Ze gingen er in hun werk hard in, raakten met iedereen gebrouilleerd, maakten dat soms weer goed, maar altijd stonden ze voor het vrije woord.

Of het nu links of rechts was.

Ik was het lang niet altijd met ze eens, maar het ging wel ergens over. Er staat ook nergens geschreven dat je alleen kunt leren van mensen wiens mening je ondersteunt. Juist andere invalshoeken brengen je op andere gedachten. Daarom las ik Pam altijd graag. En nog steeds.

De Wolf van Nederland bevat een selectie uit zijn werk van de afgelopen twintig jaar. Het begint met de toespraak bij de dood van Martin van Amerongen, ook zo’n erudiet persoon die node gemist wordt en gaat dan via allerlei columns, overpeinzingen en redes naar zijn laatste zelfportret uit 2022.

Veel vrienden zijn dood. De overgeblevenen zijn me te dierbaar om ruzie mee te maken.

max pam

Vanaf het begin van het boek ervaarde ik het als een trip down memory lane. In elk stukje zit wel iets dat een herinnering oproept. De brand bij de TU Delft komt aan bod (vooral omdat Pam het zo’n afschuwelijk gebouw vindt), de rechtszaak tegen Mohammed B., fanstukjes over W.F. Hermans, mopperstukjes over Geert Mak, herinneringen aan Theo van Gogh en mooie eerbetonen aan A.D. de Groot, de schaakpsycholoog die ook op deze website terug te vinden is.

Zelfs Wagenaar komt voorbij, in de rechtszaak tegen Demjanjuk. Ook die staat al op Rizoomes, onder andere in dit blog over de gijzeling van het nieuws.

Ronduit hilarisch is een column uit 2004 over Godslastering. Die gaat over een poging van minister Donner om de wet op Godslastering aan te scherpen. Pam schrijft dat ze er bij de NCRV moeite mee hadden om het onderwerp te bespreken, met name omdat sommige woorden dan uitgesproken moesten worden die eigenlijk niet gezegd mochten worden.

Dat deed onweerstaanbaar denken aan de tijd dat een regisseur bij de NCRV geen ‘cut’ mocht roepen. Bij de NCRV riep men ‘pats’. Nederland verlangt terug naar het pats-tijdperk.

Martin Bril

Pam besteedt een paar columns aan Martin Bril, die ongeveer gelijktijdig met hem ziek werd in 2002. Waar Pam er weer bovenop kwam, was het voor Bril in 2009 einde wedstrijd. Ik weet dat nog goed, Bril was voor mij het voorbeeld hoe je columns moet schrijven. Ik heb menig verhaaltje op zijn stijl geschoeid, voor ik mijn eigen manier had gevonden.

Zouden mensen Martin Bril eigenlijk nog wel herinneren?

In Etalagebenen, een bundeltje van Bril uit 1998, staat zomaar een brand beschreven waar ik OvD was. Amsterdamse middelbrand in een illegaal Chinees gokhuis. Toen ik ter plaatse liep kwam ik Ad Smit tegen het lijf, commissaris van politie die ik kende uit de lange avonden wachten in de Arena. “Doe vandaag maar niet zo heel erg je best, Ed,” zei hij grijnzend, “van mij mag die keet tot de grond toe afbranden.” En weg was hij.

Dit vond Bril ervan:

“Adembenemend gezicht. De mannen die uit deuren vallen. Helmen op. Slangen die worden uitgerold. Het opgewonden schetteren van de mobilofoon. Het eerste water dat zich exploderend een weg baant door de nog platte slangen. Bam, daar is het. Spuiten maar. Nog meer brandweerwagens, nog meer mannen, steeds meer rook. Brandbestrijding in volle vlucht. Het gaat zo snel dat het een wonder mag heten dat af en toe nog eens iets helemaal uitbrandt.”

Kennelijk bleef Bril lang hangen. Aan het einde van zijn verhaaltje schrijft hij:

Het was in de loop van de dag dat de werkelijkheid uit het beeld begon weg te zakken. Een vreemde gewaarwording, maar niet onaangenaam. Aan het einde van de rit was het of er niets was gebeurd.

martin bril

Precies dat ervaarde ik bij het lezen van de Wolf van Max Pam. Na zo’n 400 pagina’s verleden in de herhaling was het net of de werkelijkheid uit beeld begon te zakken. Heel even was er alleen maar geschiedenis waar nog een hele toekomst aan vast zou zitten. Toen het boek uit was, was het weer keihard hier en nu.

Een vreemde gewaarwording. Maar niet onaangenaam.

Eindoordeel

Cijfer: 7,5

Zou ik het bewaren als de boekenkasten vol zijn en er geruimd moet worden: Hij zal heel lang blijven staan denk ik zo maar en eenmaal daar kijken we wel verder.

Siciliaanse Brieven – Geerten Meijsing

Leestijd: 4 minuten

Siciliaanse brieven van Geerten Meijsing is een fijn boekje dat het volgens mij ook op vakantie heel goed doet. Ik las het thuis, maar al na een paar bladzijden voelde het of ik daar op het eiland zat. Iets wat me met dat andere Siciliaanse boek, De Tijgerkat, ook al overkwam. Misschien moet ik er een keer echt heen.

Het mooie van kleine boekjes is dat ze per definitie incompleet zijn. Dat maakt ze vaak ook in de tekst lichter dan van die grote werken die wel volledig willen zijn, er zit nog lucht tussen de zinnen. Het reikt je flarden van gedachten aan, spinsels om je aan het denken te zetten. Geen hermetisch gesloten construct dat overrompelt.

Het liefst leze men kleine boekjes ergens buiten, met mooi weer. In een luie stoel. De Siciliaanse Brieven ligt daarbij lekker in de hand, mede door z’n harde kaft. De juiste tactiliteit van een boek wordt nog wel eens onderschat, maar niet bij dit compacte werkje.

Je leest een paar zinnen, neemt een slokje en staart dan aandachtig in de verte. Eens kijken waar de bovenkamer nu weer mee komt.

Siciliaanse brieven https://www.rizoomes.nl/literatuur/siciliaanse-brieven-geerten-meijsing/

Wat dat betreft zijn de Siciliaanse brieven van Meijsing helemaal perfect. Hij maakte 25 stukjes van een paar bladzijden, waarin hij steeds een onderdeel van het leven beschrijft uit zijn zelfgekozen ballingsoord Ortygia op Sicilië. Na een paar brieven voelde ik me er helemaal thuis en leek het wel of ik er zelf rondliep.

Being Geerten Meijsing. Maar dan zonder deurtje tussen de 7e en 8e verdieping.

Dus loop ik net als hem over de vismarkt en koop daar een inktvis, die ik zelf kook en vervolgens inwrijf met grof zeezout, peterselie, uitgeknepen citroen, olijfolie en peper, veel peper.

Rook ik sigaren, echte toscaners die je met een speciaal ritueel uit het cellofaan haalt en in een leren foedraaltje stopt, er passen er vijf in. Met een zilveren schaartje knip je ze doormidden, vlak voor je hem aansteekt, zodat je een halve sigaar rookt.

Niet dat het goed is voor je, maar zoals Geerten zegt, leven is niet zozeer lang leven, als wel goed leven.

Ook kijk ik uit naar het winterseizoen, als de verse sinaasappels er weer zijn, en nog beter, granaatappelsap, waarvan ik niet wist dat ik het zo lekker vond.

Bij Bar Apollo persen ze het sap vers voor je, een groot ruimhartig glas, soms aangevuld met bloedsinaasappel, waarlijk een bad voor het innerlijk.

Vale

Verder hoort er prestige bij, waardigheid. De juiste kleren, het juiste voertuig. Vale, noemde Nicholas Taleb dat in The Black Swan, naar de stoïcijn Seneca. Zo ook flaneren is vale, slenteren met de Panamahoed op en daar dan tegen tikken als Il Barone voorbij loopt, de enige andere op dit eiland die zo’n hoed draagt.

Op weg naar de dagelijkse cocktail met rode Martini in Bar Minerva kijk ik vervolgens naar de blauwe vissersbootjes in de haven, de bloeiende mimosa en de amandelbloesems, de eenden die schommelen in de bronnen van Arethusa. Of misschien doe ik dat ook wel allemaal los van elkaar

Natuurlijk ben ik benieuwd naar de bibliotheek van Geerten, welke boeken hij daar om zich heen heeft. Vast veel over de oude Grieken, ik bestelde onlangs via boekwinkeltjes.nl zijn boek ‘De ongeschreven leer’ over Plato. Wat trouwens geen klein boekje is, waarschijnlijk belandt hij in mijn antibibliotheek, tussen de andere kloeke werken.

Ondertussen is Geerten alweer 72 geworden en heeft hij haast, lees ik in het Parool.

“Ik heb dat verschrikkelijke, zwakke hart en ik kan zomaar elk moment het loodje leggen. Er zijn een handvol boeken die ik echt bij leven uitgegeven wil zien. Het boek Wellevenskunst, over een groep geleerden die praten over politiezaken die niet zijn opgelost. Dan een boek over het leven van een van mijn lievelingsschrijvers, George Gissing. Een soort boek als Julian Barnes schreef over Gustave Flaubert, Flauberts papegaai. En een boek over beroemde, tragische heldinnen. Jean Seberg, Marie Trintignant. Twaalf in totaal.”

Maar als ik het goed begrijp komen er nu eerst twee nieuwe uitgaven. Dat zou al heel mooi zijn. Tot het zover is kan je elke dag op vakantie naar Sicilië met dit kleinood van Meijsing. Van harte aanbevolen.

Eindoordeel

Cijfer: 8

Zou ik het bewaren als de boekenkasten vol zijn en er geruimd moet worden: Ja, deze blijft al is het op een plankje vakantieboeken

De onwaarschijnlijke waarheid van Heinrich von Kleist

Leestijd: 6 minuten

Is het niet waar, is het toch een mooi verhaal. Met die uitsmijter eindigt menig sterk verhaal in de brandweerkazerne. Verhalen die in de loop van de tijd steeds sterker worden, maar niet zo sterk als die van Heinrich von Kleist. Wat de vraag oproept op welke manieren je de waarheid allemaal kunt bewerken.

Heinrich von Kleist

Heinrich von Kleist was een tamelijk onsuccesvol schrijver die in 1811 toch enige roem verzamelde met zijn zelf opgerichte Berliner Abendblätter. Twee kwartalen lang was zijn rubriek met politieberichten over moord, brand en doodslag bijzonder populair. Toen Kleist werd geboycot en geen informatie meer kreeg stortte zijn eenmanszaakje in. Het liep uiteindelijk niet goed af met Heinrich.

Voor ‘Echt gebeurd is geen excuus’ verzamelde en vertaalde Jan Sietsma 43 van die politieberichten. Het zijn nogal onwaarschijnlijke vertellingen. Zoals die over een jongen die elke nacht wordt nagezeten door een geestverschijning. De geest vertelt dat hij begraven ligt op een veld in de buurt. Onder zijn geraamte zou een schat moeten liggen. Als de jongen zijn beenderen fatsoenlijk herbegraaft, is de schat voor hem, vertelt de geest.

Onwaarschijnlijke waarheid van Von Kleist

Vreemd genoeg wordt er op de bewuste plek inderdaad een skelet aangetroffen. Maar hoe diep ze ook graven, een schat vinden ze niet. Omdat het verhaal viral gaat (ja, toen ook al) komen veel mensen langs om met hun eigen ogen het graf te aanschouwen en het verhaal over de geest uit de eerste hand aan te horen. Daardoor worden de jongen en zijn moeder uiteindelijk toch rijk. De schat lag niet in het graf, het graf was de schat.

Anekdote

Er staan ook kortere anekdotes in, door Von Kleist een actueel voorval genoemd.

“Tegen kapitein Von Bürger, van het voormalig regiment Tauentzien, zei de op de Neue Promenade gevelde arbeiter Brietz dat de boom waaronder ze beiden stonden best wel klein was voor twee en dat hij best wel onder een andere kon gaan staan. Kapitein Bürger, die een rustige en bescheiden man is, ging daadwerkelijk onder een andere staan, waarop Brietz terstond daarop door de bliksem werd getroffen en om het leven kwam.”

De verhalen van Von Kleist deden mij denken aan een satirisch tijdschrift uit mijn studententijd, ik ben de titel helaas vergeten. Op één van die nummers stond met vette letters de volgende kop:

De hemel is vol; er kan niemand meer bij

Niet iedereen doorzag de satire en wat ik me ervan herinner hebben vele kerken verontruste telefoontjes gehad over hoe het nu verder moest. Dat stond dan weer in de echte krant. Waar de echte waarheid nog wel wordt nagestreefd, tenminste voor zover die waarheid bestaat.

Want de eerste eis die mensen aan de waarheid stellen, is dat ze waarschijnlijk is, maar zoals de ervaring leert, staat de waarschijnlijkheid niet altijd aan de kant van de waarheid

Heinrich von kleist

Waarheid

Wat kan een mens zoal uitspoken met de waarheid, vroeg ik me vervolgens af. Op welke manieren kun je het manipuleren? In een eerste poging kwam ik tot twee variabelen die van belang zijn: weten en vertellen. Als je die in een assenkruisje zet, krijg je zoiets als dit:

Huisvlijt aan de Waarheidsmatrix. Niet iedereen hier in huis kan even goed tekenen.

Dat was misschien toch te eenvoudig, omdat naar mijn gevoel de waarheid op veel meer manieren gemanipuleerd wordt dan slechts met bekennen, liegen, verzinnen of zwijgen.

Dus maakte ik nog een ander lijstje.

  • Je kan de waarheid verzinnen. Wat je zegt is gewoon niet gebeurd. Het is op z’n best een verhaal en op z’n slechtst een leugen. Zoals de Amerikanen deden om hun oorlogen te verantwoorden.
  • Verdraaien kan ook. Dan maak je van de waarheid iets anders. Da’s liegen, denk ik. Alhoewel het soms een leugentje om bestwil is. “Nee hoor, je schrijft best leuke blogs.”
  • Als je ontkent dat iets gebeurd is, lieg je trouwens ook.
  • De waarheid vergeten kan natuurlijk ook. Zoals we überhaupt veel vergeten en dat dan weer vergeten waardoor we vergeten hoeveel we vergeten.
  • Als je niet vertelt wat er wel is gebeurd verhul je de waarheid. Da’s een geheim.
  • Mooier maken van de waarheid gebeurt ook veel. Op LinkedIn, bijvoorbeeld. Opscheppen is het, bluf.
  • Bagatelliseren is de waarheid juist kleiner maken. Het is een vorm van verdraaien die de waarheid niet zozeer doet veranderen als wel minder belangrijk wil laten lijken.
  • Vergeten noemde ik al, maar dat was echt vergeten. Je kunt ook net doen of je het vergeten ben. Da’s ook liegen.
  • Je kunt de betekenis van de waarheid veranderen. Zoals in Het-met-de-kennis-van-nu-syndroom. “Ik zou het nu misschien anders doen.”
  • Maar ook met andere definities en andere woorden kun je van de waarheid iets anders maken. Dat varieert van beleving tot misleiding.
  • Je kunt deze vormen van manipulatie ook naar willekeur combineren. Je koppelt een paar wel of niet gebeurde feiten aan een verzinsel en een slechterik. Dan heb je een complot verzonnen dat als de waarheid wordt gepresenteerd.
  • Het rijtje was al klaar toen Rutte tijdens de parlementaire enquête naar de gaswinning met een nieuwe vondst kwam: “ik heb dat niet kunnen reconstrueren.”

Wat de waarheid lastig maakt is dat er minimaal twee van zijn; wat er objectief gebeurd is en dat wat mensen daarvan interpreteren of beleven als de waarheid. Dat ligt een beetje in het verlengde van dit blog over veiligheid als perceptie en de vraag of een omvallende boom geluid maakt als er niemand is om het te horen.

Ook de waarheid is dus perceptie.

Von Kleist vergrootte de waarheid, trok het in het absurde door. Sterke verhalen zijn het, waarbij de waarschijnlijkheid even wat minder belangrijk is. Ik heb daar goede herinneringen aan, sterke verhalen. Die werden opgedist na het eten op de brandweerkazernes waar ik dienst had, kop koffie erbij. Het waren vaak bekende verhalen en ze werden steeds mooier, tot grote lol van de ploeg. Met altijd die vaste uitsmijter: is het niet waar, is het toch een mooi verhaal.

Het leven van Von Kleist zelf was daarentegen een minder mooi verhaal. Eigenlijk had ie gewoon een rotleven. Weliswaar was hij van adel, maar omdat zowel zijn moeder als vader vroeg overleden was ie al op jonge leeftijd op zichzelf aangewezen. “Het was een bestaan van armoede en radeloosheid”, schrijft Sietsma in het nawoord van ‘Echt gebeurd is geen excuus.’

Als ik de waarheid moest opschrijven, dan was het deze: mensen staan me tegen

heinrich von kleist

Heinrich was veel op reis. Niet om ergens heen te gaan, maar om elders weg te blijven. Uiteindelijk belandt hij op zijn 34e in Berlijn. Daar pleegt hij zelfmoord, in gezelschap van een terminaal zieke vriendin die hij op haar verzoek eerst doodt. Maar niet nadat ze gezamenlijk over van alles en nog wat hadden zitten kletsen en eigenlijk best een leuke middag hadden, in de wetenschap dat de ellende straks allemaal voorbij zou zijn.

Het einde van Heinrich von Kleist is een onwaarschijnlijke waarheid op zichzelf. Alleen daarom al krijgt het een plek in de boekenkast als letterkundige curiositeit, in een rijtje met andere sterke verhalen.

Vuurtorenberichten. Een Boekrecensie

Leestijd: 6 minuten

Tijdens een korte vakantie op Vlieland, in de nabijheid van de Rode Kabouter, de kortste vuurtoren van de Wadden, las ik Vuurtorenberichten. Een geweldig fijn boekje van Yazmina Barrera. Het telt zo’n 180 bladzijden en zes hoofdstukken, waarbij in elk hoofdstuk één vuurtoren centraal staat. Maar toen ik het nog eens goed gelezen had, zag ik dat het eigenlijk niet eens over vuurtorens gaat. Het gaat over heel wat anders. Over het belang van ervaringen.

Maar omdat het eerste hoofdstuk is gewijd aan Yaquina Head Lighthouse wordt je een beetje op het verkeerde been gezet. Je verwacht van alles over die vuurtoren te weten te komen, in plaats daarvan meandert het verhaal van de partner van haar tante naar Moby Dick en de risico’s van water. Die vuurtoren komt daarna pas. Later.

Daar komen al de eerste vraagtekens. Is dit een essay, zoals de flaptekst suggereert, of is het toch een verhaal? Of een reisverslag, een dagboek misschien? Of is het een tekst in de stijl van Sebald, waarbij je eigenlijk niet weet wat fictie is en wat echt gebeurd, maar waarbij dat helemaal niet uitmaakt omdat het je sowieso aan het denken zet.

Alles wat je aan het denken zet is reëel, ook al is het misschien niet perse waar.

Verzamelen

Wat is Vuurtorenberichten dan wel? Nou, volgens mij vooral een boek over verzamelen. Meer specifiek nog het verzamelen van ervaringen, al had ik dat zelf eerst niet in de gaten. Pas toen het boek uit was drong het tot me door.

Terwijl Barrera daar zelf helemaal niet zo geheimzinnig over doet. Al op pagina tien schrijft ze dat ze wat verzamelingen betreft een hopeloos geval is. Ze geeft wat voorbeelden van haar mislukte collecties, zoals die van knikkers, edelstenen en droogbloemen.

Vuurtorenberichten

Daarna gaat het over haar bibliotheek, dat is de grootste verzameling van allemaal. De meeste boeken heeft ze niet gelezen, schrijft ze. “Nu kan ik onderscheid maken tussen twee verzamelingen: die van de boeken an sich – de fysieke voorwerpen – en die van de leeservaringen, die net zo begeerlijk zijn en zich evenzeer ophopen.”

Tsja, daar staat het gewoon, leeservaringen. Ervaringen.

Verderop in het boek benoemt Barrera de paradox van verzamelingen. De dingen leiden af van het eigenlijke gebruik ervan (de ervaring) en verleggen die naar het voorwerp zelf (het boek, of een vuurtoren). Het gaat dan niet meer om lezen, maar om het boek; niet meer om het loodsen en richting geven, maar om de vuurtoren zelf.

Ik denk trouwens dat ik ook even afgeleid was door haar verhaal over de ongelezen boeken. Bij mij triggerde dat gelijk de antibibliotheek en het antiboek. Daar ging toen mijn aandacht naar uit en daardoor miste ik, door tunnelvisie, wat ze eigenlijk wilde zeggen over ervaringen in Vuurtorenberichten. Het blijft een bitch, die tunnelvisie. Je kijkt ernaar, maar ziet het niet. Wonderlijk.

Vuurtorens

Terug naar de vuurtorens. Eigenlijk zijn die de kapstok (het ding) om haar verhaal over ervaringen te vertellen. Dat het vuurtorens zijn is min of meer toeval, denk ik.

Ik wist niet wat vuurtorens waren, maar ik had als kind al wel over eentje gedroomd; hij was verlaten en stond ver van de kust. Onder de toren stond een huis met een tuin waar ik met mijn ouders in woonde.

yazmina barrera

Had ze over bunkers gedroomd, dan had het boek over bunkers gegaan, misschien. Maar nu het over vuurtorens gaat lardeert ze haar verhaal logischerwijze met leeservaringen over vuurtorenboeken. Bijvoorbeeld ‘To the Lighthouse’, van Virginia Woolf. En de vuurtoren aan het eind van de wereld, van Jules Verne.

Maar ook een boek van Robert Louis Stevenson (ja, die van Schateiland) over de ingenieurs uit zijn familie die vuurtorens hebben gebouwd in de 18e eeuw. Daar vertelt ze interessante dingen over.

“Stevenson zegt dat zijn vader vaak urenlang de golven observeerde, ze telde, opschreef wanneer ze zich terugtrokken en wanneer ze braken. Het was zijn taak het onvoorspelbare te voorspellen: hoe de toren of de dam het tij zou weerstaan, de golven de loef af zou steken, het regenwater zou vasthouden of de bliksem zou aantrekken. En dat allemaal in weer en wind.”

Ervaringsleren

Dat zijn mooie observaties over wat ervaringsleren kan zijn. Kijken, ruiken en luisteren naar wat er gebeurt, om te begrijpen hoe een specifieke situatie in elkaar zit. Gewoon, van die plek. Niet om alles en overal te kunnen voorspellen, maar wel precies daar. Situation Awareness level drie. Bij die vuurtoren. Of bij dat station, die luchthaven of die installatie.

De Rode Kabouter, het korte vuurtorentje van Vlieland

Plaatselijke bekendheid, ik geloof daar heilig in. Een essentiële randvoorwaarde voor adequaat crisismanagement.

Mooi is dat Barrera daarna ook nog vertelt over het Spaanse woord voor logboek, bitacora. Dat betekent oorspronkelijk kompashuis. Het was de plek waar het scheepsjournaal werd bewaard, beschut voor stormen en andere rampen.

Het diende, net als de zwarte doos in een vliegtuig, om de wisselvalligheden van de reis bij te houden, om vast te stellen wie waar verantwoordelijk voor was en toekomstige fouten te voorkomen.

yazmina barrera

Een logboek is in die zin een boek met gestolde ervaring. Zo maak je van praktijk theorie, die je kunt gebruiken om onervaren mensen te scholen. Vuurtorenberichten gaat echter niet alleen over de bouw van vuurtorens, maar ook over het gebruik ervan. Inclusief de rol van ervaring.

Barrera citeert daartoe een vuurtorenwachter uit Mexico, één van de driehonderd die er nog over zijn. De dag begint voor hem met contact te leggen met de meldkamer, vertelt de man, om verslag te doen over de situatie ter plekke, hoe de zee eruit ziet en het weer. Om vast te stellen of we een standaard dag krijgen of een afwijkende.

Ze leren net als vissers de minutieuze verschillen in de golfslag te detecteren en stormen te duiden.

yazmina barrera

Weer zo’n trigger. Hoeveel woorden had een Inuit ook weer voor sneeuw, hoeveel een brandweerman voor rook en een nomade voor zand? Ervaringswoorden zijn niet altijd wetenschapswoorden.

Escapisme

Vuurtorenberichten is al met een prachtig boek over het belang van ervaringen. Het is wat een mens definieert, wat hem bindt aan plekken in deze wereld en wat hem drijft om andere dingen op te zoeken. Alleen daarom al zou iedereen dit boek moeten lezen.

Vuurtorentrap

Maar Vuurtorenberichten gaat naast ervaring ook over verzamelen in het algemeen. Want ergens tussen een paar regels door, ze blijft je graag op het verkeerde been zetten, schrijft Barrera opeens dit:

Verzamelen is een vorm van escapisme. Wie zijn aandacht, verlangen en wil steekt in iets vreemds, in zijn schoonheid, zijn volgorde, zijn classificatie en accumulatie voorkomt gebreken en leegtes. Het verzamelen van bijvoorbeeld vuurtorens geeft je een richting, hoe arbitrair ook. Op die manier wordt het niet alleen een vorm van vluchten, maar ook van construeren. Je kunt creëren via de vlucht.

yazmina barrera

Escapisme dus. Maar ook constructie. Iets maken van je fascinatie. Wie wil dat nou niet?

Ik had opeens heel veel zin om nog meer van dit soort boeken te gaan verzamelen.


Meer boekrecensies vind je hier. En blogs over WaddenWandelen hier.

Afgeboekt

Leestijd: 16 minuten

Afgeboekt is een lijst met wat misschien beter niet te lezen; on-tips dus, als ware het een omgekeerde boekenbucketlist.

Ooit begon het boekenblog met de optimistische aanname dat ik er alleen goede boeken zou bespreken. Want het leven is te kort om crappy shit te lezen, zo was mijn stelling. Ik kom daar nu toch een beetje van terug.

Niet van dat stukje over een te kort leven om slechte boeken te lezen; dat is nog steeds zo. Wel dat ik er niets over zou schrijven.

Want erger nog dat ik een boek las dat eigenlijk niet de moeite waard was, is dat nog veel meer mensen dat gaan doen. Terwijl het niet had gehoeven als ze van tevoren gewaarschuwd waren.

Afgeboekt is een lijst in wording, met (korte) recensies van boeken die ik tegenkwam maar niet brachten waar ik op gehoopt had. Daarom boekte ik ze af.

Ik schreef de recensies als tip voor jou: beter is het een ander boek te pakken, want het leven is te kort om slechte boeken te lezen.

Tenzij je een veellezer bent, natuurlijk. Lees dan ook af en toe een boek aan de periferie van de logica. Men kan immers van alles leren.

Afgeboekt
Foto ANP

25 juni 2023

A Hunter-Gatherer’s guide to the 21st Century

Heather Heying en Bret Weinstein zijn evolutiebiologen en ook nog eens met elkaar getrouwd. Samen schreven ze dit boek over de evolutionaire uitdagingen van deze eeuw.

Eigenlijk had ik toen al gewaarschuwd moeten zijn. Maar nee, eigenwijs als ik ben, kocht ik het toch. En zat toen op vakantie met de gebakken peren en een k*tboek.

Uiteindelijk heb ik me laten neppen door mijn verwachting dat dit zou gaan over de jager verzamelaars theorie uit de antropologie. Want die beschrijft hoe groepen zich ontwikkelen in hun natuurlijke omgeving, wat leiderschap is, waarom er zoveel woorden zijn voor sneeuw of zand (vreemd genoeg niet voor rook) en hoe mensen zich orïenteren in onbekend terrein. Zeer interessant voor crisismanagers en operationele teamleads.

In plaats daarvan kreeg ik een boek dat zegt dat we de code van onze genen moeten volgen. En ook hele oude tradities, die ook. Voor altijd.

Want dat is de oplossing voor hyper novelty, de ultra snelle verandering die wij als mensen niet meer bij kunnen houden en waaraan onze samenleving kapot gaat.

Ook al zijn we de best adapterende soort op deze planeet en wonen we in de WEIRD landen (Western, educated, industrialized, rich, and democratic). Want WEIRD landen zijn ziekmakend, stellen de schrijvers. Interessant is dat juist in die landen de gemiddelde leeftijdsverwachting nog steeds stijgt.

Nog zo’n paar tips uit dit boek:

  • We moeten zoveel als mogelijk op blote voeten lopen
  • Ga naar de equator in de winter
  • Vermijd occasional sex
  • Mensen zijn in de kern nog steeds vissen
  • En vogels nog steeds dino’s
  • Vermijd dating apps
  • Kijk niet teveel op je telefoon
  • Let niet teveel op je kinderen en laat ze zoveel mogelijk zonder toezicht

En zo gaat het maar door. Het toontje tussen de regels is betweterig en daardoor irritant. Als je nu maar goed luistert naar Ome Bret en Tante Heather komt alles goed. Dat je daarvoor moet accepteren dat vrouwen nu eenmaal zorgen en mannen jagen hoort er dan vanzelf bij.

Naast allerlei onwetenschappelijke bulshit over beter luisteren naar je lichaam, het bagatelliseren van Covid en het promoten van Ivermectine.

Daar komt nog bij dat alle tips, of ze nu goed of slecht zijn, alleen haalbaar zijn voor hen die het kunnen betalen. Deze gids naar de 21e eeuw werkt alleen als je geld hebt en je het je kan veroorloven een commune op te richten in Zuid Europa en daar blootsvoets je kinderen thuisonderwijst rondom een kampvuur.

Toen gaf ik het op. Ook al liep ik daardoor het risico een geweldige onthulling mis te lopen, ik ben niet verder gegaan dan de eerste paar hoofdstukken.

Gelukkig had ik genoeg andere boeken me, zoals Schwung van Wilfried de Jong.


21 mei 2023

Gerben Bakker – Dansen met de Hydra

Gerben Bakker is docent wijsbegeerte aan de Haagse Hogeschool en onderzoeker op het gebied van ethiek en veiligheid. Als ik het goed heb begrepen is ‘Dansen met de Hydra’ de publieksuitgave van zijn proefschrift. Kennelijk is hij hier op gepromoveerd.

Om maar gelijk met de deur in huis te vallen: van mij had hij dat niet hoeven te doen, die publieksuitgave.

In de winkel was het nog veelbelovend. Gevaren van onze veiligheidsbegeerte, zo roept het onderschrift ons toe. Daar wilde ik wel meer over weten. Maar na een paar bladzijden was ik het spoor al volledig bijster. In de eerste paar bladzijden vliegen we van de risico’s van knakworstjes naar utopische gevarenoplossing, van Ulrich Beck naar Anthony Giddens. Gooien we veiligheid op één hoop met risicomanagement, is alles een streven naar controle en compliance en bovenal een miljardenbusiness. Dat kan natuurlijk niet goed wezen, lees ik tussen de regels door.

“De voorstelling dat gevaren totaal opgelost kunnen worden door technische en wetenschappelijke inspanning beschouw ik als utopisch. Vooraf wil ik stellen dat deze utopische ambitie niet altijd doelbewust is. Soms is dat wel het geval, en dan is er sprake van een case in point voor de opmerkelijke geloofsopvatting dat absolute uitbanning van gevaar in de toekomst tot de mogelijkheden behoort. Doorgaans echter blijkt de genoemde ambitie eerder uit de stilzwijgende maar ongebreidelde aanscherping van veiligheidsnormen en -maatregelen.”

Bent u daar nog?

Ook doorheen de rest van het boek is het of het veiligheidsmanagement van bedrijven dezelfde drivers kent als die van de samenleving en diens inwoners. Terwijl daar natuurlijk zeer grote verschillen achter zitten. Zelfs al binnen Europa. In Noord en Zuid denkt men anders over veiligheid en gezondheid, zo ook verschillen de Angelsaksen van de Rijnlanders.

Los daarvan zijn er grote verschillen tussen de gevaren en gevaaracceptatie zelf. Als je werknemer bent en moet werken met Chroom 6 is dat een andere gevaarservaring dan als je zelf besluit om te gaan bergbeklimmen. Lozingen van gevaarlijke stoffen in het milieu, zoals PFAS en stikstof, veroorzaken risico’s die je opgedrongen krijgt en waartegen logischerwijze bezwaar wordt gemaakt. Dat maakt het nog geen gevaarsaversie.

Dat tegelijkertijd ook kinderen geen kras meer mogen oplopen en beschermd moeten worden tegen elk leed, is volgens mij meer het gevolg van tomeloze ambities en het grote project ‘ik’ dan dat het een veiligheidsbegeerte is.

Theoretisch

Desalniettemin worden vooral die voorbeelden uit kranten en onderzoeken gevonden die de redenatielijn van Bakker ondersteunen. Daarbij beroept hij zich vrijwel uitsluitend op boeken en kranten. Ik heb niet de minste notie van een onderzoek dan wel gesprek met experts kunnen afleiden. Maar wie weet zag ik die over het hoofd.

Ondertussen switcht Bakker nogal makkelijk van allerlei voorbeelden uit de Covid jaren naar de manier waarop bedrijven omgaan met unknown unknowns in een steeds complexere omgeving en het verplicht stellen van autogordels en fietshelmen.

Dat zijn grootheden die je absoluut niet met elkaar kunt vergelijken. Al was het maar omdat Covid een nogal atypisch veiligheidsvraagstuk was, als je het vergelijkt met productaansprakelijkheid van bedrijven en de wens van ouders om hun kinderen te beschermen in een VUCA samenleving.

Met deze drie narratieven illustreert Bakker de ontwikkeling van de menselijke veiligheidsbegeerte. In de praktijk heb je er niet heel veel aan.

Naar mijn mening kan je dat niet op één hoop gooien. Ook niet als je met de filosofie van Hannah Ahrendt een alternatief probeert te formuleren. Al ben ik daar halverwege afgehaakt; ik vond er weinig waar ik in de praktijk wat aan zou kunnen hebben en ik begreep niet zo goed wat ie er nu allemaal mee wilde. Belangrijker nog, het lezen voelde vooral als corvee, theoretisch geneuzel. En dan moet je er mee stoppen, vind ik.

Het kan natuurlijk zijn dat ik de achtergrondkennis ontbeer om dit boek op zijn waarde in te schatten. Waarvoor dan mijn excuses. Mocht je echter Snapshots of the Mind nog niet gelezen hebben, de Incertoreeks van Nicholas Taleb of Shutdown van Adam Tooze, dan wel Disaster by Choice, dan zou ik daar mee beginnen. Kan je later altijd nog dansen met de Hydra.

Waarop dit blog eigenlijk af was, ware het niet dat ik de inhoud ervan onlangs besprak met een paar vrienden. Die meenden dat je soms ook boeken moet lezen die je niet leuk vindt, die aperte onzin verspreiden of gewoon nauwelijks te volgen zijn.

Da’s ook waar. Klopt dat verhaal van die afgehakte koppen toch.

Of nee, het is alleen waar als je veel leest. Dan mag er best zo nu en dan een misser tussen zitten. Lees je niet zo veel, pak dan de goede boeken. Da’s precies waarom ik ze in het boekenblog recenseer. Om een overwogen keuze te kunnen maken.

Waarop die laatste hydrakop alsnog sneuvelde. Gewoon een kwestie van goed doorhakken.


16 april 2023

Mark Elchardus – Vrijheid Veiligheid

Mark Elchardus is hoogleraar sociologie aan de universiteit van Brussel. Eerlijk gezegd had ik nog nooit van hem gehoord, totdat ik via het twitteraccount van Boudewijn Steur werd getipt over een uitgave waar hij erg naar uitkeek: Vrijheid Veiligheid. Dat leek mij indertijd reden genoeg om het boek te bestellen.

Vrijheid Veiligheid is een verzameling columns die Elchardus schreef voor De Morgen tussen 2017 en 2022. Een van de eerste zinsnedes waar mijn oog op viel in het doorbladeren is deze:

Onlangs ging ik wandelen langs de vijvers van Tervuren. De herfst was oogverblindend mooi. Twee keer kruiste ik een familie met kleine kinderen op driewielertjes. De peuters hadden een helm op. Een helm op een peuter van drie of vier, die op een rustig wandelpad vastbesloten, maar ontroerend traag op zijn driewielertje trapt

mark elchardus

Dat beeld herkende ik zeer. Langzamerhand zijn we een tijdsgewricht in geschoven waar de zielen alsmaar teerder lijken. Mensen moeten voor van alles beschermd worden. En ook gewaarschuwd voor schokkende beelden, gevaren voor de gezondheid en onwelgevallige meningen, dat ook.

Ieder wil zijn eigen intellectuele safe space. Kennelijk gaat tegenwoordig de veiligheid voor vrijheid.

Het was dan ook niet voor niets dat ik cancellen, aanklagen en talkshows zie als de crises van de toekomst. Van een democratie verworden we tot een gecombineerde emocratie, mediacratie en juristocratie. Men vindt van alles, roept dat rond in talkshows en als het dan nog niet naar de zin gaat spant men een rechtszaak aan.

Ik was het dan ook zeer eens met de constatering in de inleiding van Vrijheid Veiligheid dat het moderne recht te vaak op de stoel gaat zitten van de politiek en daarmee feitelijk de rechtsstaat geweld aandoet. De vrijheid van meningsuiting dreigt het te verliezen van hen die in alles een aanval op veiligheid en welzijn zien.

Dat betreft zowel links als rechts.

Net als Elchardus frons ook ik af en toe mijn wenkbrauwen bij de manier waarop de media het publiek soms eerder lijkt te willen beïnvloeden dan te informeren. Het is een stelling waar de journalistiek doorgaans nogal geprikkeld op reageert met de jij-bak van witte oude man. Daar laten we ons niet door weerhouden.

Aldus toog ik opgewekt aan het lezen. Een opgewektheid die bij elke column iets verder afnam. De ene na de andere misstand trok aan mij voorbij en ging zwaar op de schouders zitten, die alsmaar verder gingen hangen totdat ook mijn mondhoeken als een omgekeerde maan omlaag schenen. Wat een ellende.

Waarop ik afhaakte, vlak na een verhaal dat we de Gouden Eeuw moesten behouden.

Niet omdat ik het niet met Elchardus eens was. Wel omdat het allemaal zo loodzwaar was. Nergens een kwinkslag, geintje noch gebbetje. Dat je na een uurtje het boek naast je neer legt en constateert dat je bijkans doodmoe bent. Want daar is boeken lezen niet voor bedoeld.

Zelfs al is het onderwerp niet leuk of licht, dan nog kan je het wel leuk brengen. Ik concludeerde dat deze uitgave louter voor de fans van Elchardus een genoegzame ervaring zal opleveren. De rest raad ik een ander boek aan om de kostbare tijd aan te besteden, bijvoorbeeld Doe zelf normaal. Of Brieven aan Camondo.


14 oktober 2022

Elke Wiss – En ze filosofeerden nog lang en gelukkig

Op een mooie dag liep Ed door de boekenwinkel en zag daar het nieuwe boek van Elke Wiss liggen. ‘En ze filosofeerden nog lang en gelukkig’, heet het. Nou was Ed dol op filosoferen, maar echte filosofenboeken lezen vond ie vaak nog best lastig. Als hij weer wat over rizomen had geschreven moest hij altijd toch even bijkomen.

En sowieso, de filosofentaal was soms zo moeilijk dat je niet wist of het nou briljant was of bullshit. Maar een boekje met verhalen om je denken uit te dagen, dat was misschien wel wat. Kon mooi mee op vakantie: Boekje lezen, biertje drinken, denken uitdagen. Ed zag het wel voor zich. In the pocket.

Eenmaal op vakantie, het boekje en een biertje bij de hand, kon het denken beginnen. Laten we starten met het sprookje over falen, dacht Ed, want dat past mooi bij deze website. Elke had namelijk bedacht dat je met om het even welk sprookje kunt filosoferen. Deze heette dan Blunder. Zo begon het:

“Zijn naam was Blunder. Dat is best een rare naam, vond ie zelf ook. Het was niet eens echt een naam, maar gewoon een woord.”

Ed fronste zijn wenkbrauwen en schoof een paar regels op.

“Bij zijn geboorte deed hij het al verkeerd. Hij kwam achterstevoren ter wereld. Of eigenlijk deed hij het voor zijn geboorte al verkeerd. Zijn vader had eens gezegd dat hij een foutje was.”

Niet gelijk opgeven, Ed. Zuchtend las hij het sprookje uit en kwam bij de ‘Prikkelvragen.’

Vraag: Wat was jouw grootste blunder?

Antwoord: Dit boekje kopen en meenemen op vakantie.

Vraag: Waar ben jij heel goed in?

Antwoord: Rekening houden met een blunder en ook leuke boekjes meenemen, zoals Vuurtorenberichten. Dat is echt een tof verhaal.

Vraag: Welk toepasselijk citaat komt er nu in je op?

Alles moet zo simpel mogelijk worden gemaakt, maar niet simpeler dan dat

Albert einstein

Ed sloeg de uitdagende verhalenbundel dicht en stopte het in een buurtbieb. Misschien leuk voor de kinderen in de straat, dacht hij, en leefde nog lang en gelukkig.


26 augustus 2022

Ingo Piepers – De onvermijdelijkheid van een nieuwe wereldoorlog

It’s tough to make predictions, especially about the future,” zei Yogi Berra ooit. Precies daarom fronste ik een paar jaar geleden mijn wenkbrauwen op een uitspraak van Ingo Piepers dat we rond 2020 een nieuwe wereldoorlog konden verwachten. Toen begin dit jaar de oorlog in Oekraïne daadwerkelijk uitbraak plopte de voorspelling van Piepers weer op in het geheugen. Daarom las ik toch zijn boek met de titel ‘De onvermijdelijkheid van een nieuwe wereldoorlog.’ Had ik er naast gezeten met mijn scepsis?

Laat ik het zo zeggen: na het lezen van het boek is de scepsis in ieder geval niet weg. Piepers schreef een gortdroog boek over systeemleer dat gebaseerd is op zijn promotie onderzoek uit 2016. De tekst is lastig te volgen, er zit veel jargon in en weinig structuur. Plus veel herhalingen, heel veel herhalingen. Het leest dus niet echt lekker weg. Had ik al gezegd dat er heel veel herhalingen in zitten?

Systeem 1 en Systeem 2

Inhoudelijk is het daarentegen wel interessant, gedurfd. De kern van Piepers betoog is dat de wereld gestuurd wordt door twee systemen. Systeem 1 is het menselijke deel, met politiek, beleid, connecties, meningsvorming, et cetera. Gewoon de wereld zoals we hem zien eigenlijk. Systeem 2 is de onderliggende wereld van natuurwetten, principes en mechanismen die daarop van invloed zijn. Via terugkoppelingsmechanismen zijn die twee werelden met elkaar verbonden.

Ingo Piepers is een militair die al jaren onderzoek doet naar oorlogsdynamiek. Hij was ook enige tijd werkzaam op Schiphol, maar was al weer vertrokken vlak voor ik kwam. Omdat ik uiteindelijk zijn rol als trainer van ons crisisteam overnam ben ik toch altijd weer geïnteresseerd als hij in het nieuws is.

Omdat je niet alles op die manier kunt verklaren benoemt Piepers ook nog een contingente speelruimte. Daar ga ik hier verder niet op in. Dat brengt hem tot de volgende formule:

systeem 1 = systeem 2 + contingente speelruimte

Ik zal het verder zo eenvoudig mogelijk proberen uit te leggen. Systeem 2 is volgens Piepers een netwerk van staten dat zich gedraagt als een systeem. Elk systeem streeft naar een evenwicht, maar door menselijk gedrag in systeem 1 ontstaan er spanningen die in systeem 2 tot frictie leiden. Het systeem gaat zich daarom chaotisch gedragen, de entropie neemt toe en uit het systeem ontstaan emergente ordeningsstructuren die het evenwicht in het systeem terug moeten brengen.

Door oorlog.

Als de grootmachten betrokken worden in deze spanningsopbouw is er een kans op een wereldoorlog die de contouren van het hele systeem opnieuw vormgeven. Piepers benoemt vier van dergelijke systeemoorlogen, waarvan de Tweede Wereldoorlog de laatste is. Tot nu toe dan. Die leverde een nieuwe wereldorde op. Dat er daarna een Koude Oorlog was die de wereld in zijn greep hield legt Piepers uit als een uitzonderingsoorlog.

Validiteit

Eentje die de regel moet bevestigen, dacht ik dan maar. Want het past allemaal wel heel erg mooi in elkaar. Het voelt de hele tijd of de feiten bij de stelling zijn gezocht. Omdat de datasets die hij gebruikte niet in dit boek zijn opgenomen, is het lastig te controleren hoe valide zijn betoog is. Vandaar die resterende scepsis.

Overigens is Piepers zelf ook voorzichtig met zijn verhaal. Het is nog geen theorie, zegt hij, maar het is de moeite waard om er verder onderzoek naar te doen. Met name naar de koppelingsmechanismen tussen systeem 1 en 2. Want daar zit de link tussen de keuzes die wij maken en de effecten op de spanningen in het systeem die daar het gevolg van zijn.

Diagram uit het besproken boek

Wat het vooral moeilijk acceptabel maakt is de schijnbare onvermijdelijkheid van systeem 2. Alsof we er geen invloed op hebben dat er oorlog komt. De analyse van Piepers daarover ontnuchtert snel. Zo zegt hij over de Tweede Wereldoorlog dat die er zonder meer had gekomen. Want de spanning in het systeem was te groot geworden en een herordening was noodzakelijk. Dat is wat natuurwetten nu eenmaal doen.

Alleen niet per se in deze vorm met deze afloop. Als Churchill andere keuzes had gemaakt en was gaan samenwerken met Hitler had de wereld er nu totaal anders uit gezien. Maar ook dan had er dus een oorlog geweest, alleen met een andere uitkomst. Daar zit de invloed van Systeem 1 op Systeem 2 en daar moet meer onderzoek naar gedaan worden. Maar niet door mij.

Wel of niet lezen

Er zijn twee belangrijke redenen voor mij om tijd te stoppen in een boek. Je moet immers keuzes maken, aangezien er meer boeken zijn dan tijd. Dat geldt trouwens voor alle boeken, niet alleen voor deze.

Eén belangrijke reden is dat het lekker leest, met mooie zinnen en metaforen die doen mijmeren. Zoals Brieven aan Camondo. Dat doet Piepers boek niet. Zijn boek lezen is hard werken.

De andere reden is dat je er wat van leert waar je wat aan hebt in je werk of hobby. Bij mij zijn dat vaak boeken in de breedte van het crisismanagement. Daar valt dit boek echter buiten en ik denk dat dat ook zo is voor de meeste lezers van Rizoomes. Daarom staat ie in Afgeboekt.

Maar wie geïnteresseerd is in militaire wetenschappen of systeemleer moet misschien toch maar eens kijken. Want het zet wel aan tot denken in deze tijden van oorlog.

Niet dat je er na het lezen enige invloed op hebt trouwens.


14 augustus 2022

Roel Bentz van den Berg – De straatwaarde van de ziel

Afgeboekt

Zomaar een zin uit deze bundel essays van Roel Bentzen Berg (RBB): “In een bijna balorig soort mystiek ongeduld van mijn kant, voortgekomen uit een aangeboren wantrouwen jegens elke vorm van spirituele prestatiedrang: die rare streberigheid, bijna op het verbetene af, die nota bene in strijd is met precies het soort onthechte awareness waar het bij spiritualiteit om zou moeten gaan, maar er niettemin – denk aan het kleffe gedweep met ‘lange wegen’ en ‘hoge sferen’ en het glijerige gedoe om een wit voetje te halen bij de meester – maar al te vaak dus wel mee gepaard gaat”.

Geen idee waar het over gaat. Echt helemaal niet, ik deed nog zo mijn best. Zo staat dit boek vol met onbegrijpelijke dikdoenerij. Lange zinnen over meerdere regels, veelal opgebouwd uit diverse tangconstructies achter elkaar. En dat is jammer, heel jammer.

Want ik hield van RBB’s radioprogramma Heartlands. Ik hield zelfs van een eerder boek, Engelen in Regenjas. En ik had heel graag gehouden van het essay uit dit boek, waarin Bob Dylan het oude huis van Neil Young bezoekt om te zien wat Neil zag. ‘What Neil saw.’ Dat had ik willen weten.

Maar ja, toen schreef RBB dit: “Geen afbeeldingen, die beelden, geen plaatjes, geen symbolen of metaforen voor iets anders, maar het echte werk, waarvan de oorsprong ergens vóór het punt ligt waar het bewustzijn zich opsplitst in aparte zintuigen en functies: op de vrije vloer van de verbeelding zelf, als levende uitdrukking van de manier waarop de ziel zichzelf het beste begrijpt, zoals de danser de muziek aanvoelt.”

Toen gaf ik het op. Teleurgesteld. Ik weet nog niet in wie.


« Oudere berichten

© 2024 Rizoomes

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑