Wanderings in crisis

Categorie: Literatuur (Pagina 1 van 4)

De onwaarschijnlijke waarheid van Heinrich von Kleist

Is het niet waar, is het toch een mooi verhaal. Met die uitsmijter eindigt menig sterk verhaal in de brandweerkazerne. Verhalen die in de loop van de tijd steeds sterker worden, maar niet zo sterk als die van Heinrich von Kleist. Wat de vraag oproept op welke manieren je de waarheid allemaal kunt bewerken.

Heinrich von Kleist

Heinrich von Kleist was een tamelijk onsuccesvol schrijver die in 1811 toch enige roem verzamelde met zijn zelf opgerichte Berliner Abendblätter. Twee kwartalen lang was zijn rubriek met politieberichten over moord, brand en doodslag bijzonder populair. Toen Kleist werd geboycot en geen informatie meer kreeg stortte zijn eenmanszaakje in. Het liep uiteindelijk niet goed af met Heinrich.

Voor ‘Echt gebeurd is geen excuus’ verzamelde en vertaalde Jan Sietsma 43 van die politieberichten. Het zijn nogal onwaarschijnlijke vertellingen. Zoals die over een jongen die elke nacht wordt nagezeten door een geestverschijning. De geest vertelt dat hij begraven ligt op een veld in de buurt. Onder zijn geraamte zou een schat moeten liggen. Als de jongen zijn beenderen fatsoenlijk herbegraaft, is de schat voor hem, vertelt de geest.

Onwaarschijnlijke waarheid van Von Kleist

Vreemd genoeg wordt er op de bewuste plek inderdaad een skelet aangetroffen. Maar hoe diep ze ook graven, een schat vinden ze niet. Omdat het verhaal viral gaat (ja, toen ook al) komen veel mensen langs om met hun eigen ogen het graf te aanschouwen en het verhaal over de geest uit de eerste hand aan te horen. Daardoor worden de jongen en zijn moeder uiteindelijk toch rijk. De schat lag niet in het graf, het graf was de schat.

Anekdote

Er staan ook kortere anekdotes in, door Von Kleist een actueel voorval genoemd.

“Tegen kapitein Von Bürger, van het voormalig regiment Tauentzien, zei de op de Neue Promenade gevelde arbeiter Brietz dat de boom waaronder ze beiden stonden best wel klein was voor twee en dat hij best wel onder een andere kon gaan staan. Kapitein Bürger, die een rustige en bescheiden man is, ging daadwerkelijk onder een andere staan, waarop Brietz terstond daarop door de bliksem werd getroffen en om het leven kwam.”

De verhalen van Von Kleist deden mij denken aan een satirisch tijdschrift uit mijn studententijd, ik ben de titel helaas vergeten. Op één van die nummers stond met vette letters de volgende kop:

De hemel is vol; er kan niemand meer bij

Niet iedereen doorzag de satire en wat ik me ervan herinner hebben vele kerken verontruste telefoontjes gehad over hoe het nu verder moest. Dat stond dan weer in de echte krant. Waar de echte waarheid nog wel wordt nagestreefd, tenminste voor zover die waarheid bestaat.

Want de eerste eis die mensen aan de waarheid stellen, is dat ze waarschijnlijk is, maar zoals de ervaring leert, staat de waarschijnlijkheid niet altijd aan de kant van de waarheid

Heinrich von kleist

Waarheid

Wat kan een mens zoal uitspoken met de waarheid, vroeg ik me vervolgens af. Op welke manieren kun je het manipuleren? In een eerste poging kwam ik tot twee variabelen die van belang zijn: weten en vertellen. Als je die in een assenkruisje zet, krijg je zoiets als dit:

Huisvlijt aan de Waarheidsmatrix. Niet iedereen hier in huis kan even goed tekenen.

Dat was misschien toch te eenvoudig, omdat naar mijn gevoel de waarheid op veel meer manieren gemanipuleerd wordt dan slechts met bekennen, liegen, verzinnen of zwijgen.

Dus maakte ik nog een ander lijstje.

  • Je kan de waarheid verzinnen. Wat je zegt is gewoon niet gebeurd. Het is op z’n best een verhaal en op z’n slechtst een leugen. Zoals de Amerikanen deden om hun oorlogen te verantwoorden.
  • Verdraaien kan ook. Dan maak je van de waarheid iets anders. Da’s liegen, denk ik. Alhoewel het soms een leugentje om bestwil is. “Nee hoor, je schrijft best leuke blogs.”
  • Als je ontkent dat iets gebeurd is, lieg je trouwens ook.
  • De waarheid vergeten kan natuurlijk ook. Zoals we überhaupt veel vergeten en dat dan weer vergeten waardoor we vergeten hoeveel we vergeten.
  • Als je niet vertelt wat er wel is gebeurd verhul je de waarheid. Da’s een geheim.
  • Mooier maken van de waarheid gebeurt ook veel. Op LinkedIn, bijvoorbeeld. Opscheppen is het, bluf.
  • Bagatelliseren is de waarheid juist kleiner maken. Het is een vorm van verdraaien die de waarheid niet zozeer doet veranderen als wel minder belangrijk wil laten lijken.
  • Vergeten noemde ik al, maar dat was echt vergeten. Je kunt ook net doen of je het vergeten ben. Da’s ook liegen.
  • Je kunt de betekenis van de waarheid veranderen. Zoals in Het-met-de-kennis-van-nu-syndroom. “Ik zou het nu misschien anders doen.”
  • Maar ook met andere definities en andere woorden kun je van de waarheid iets anders maken. Dat varieert van beleving tot misleiding.
  • Je kunt deze vormen van manipulatie ook naar willekeur combineren. Je koppelt een paar wel of niet gebeurde feiten aan een verzinsel en een slechterik. Dan heb je een complot verzonnen dat als de waarheid wordt gepresenteerd.
  • Het rijtje was al klaar toen Rutte tijdens de parlementaire enquête naar de gaswinning met een nieuwe vondst kwam: “ik heb dat niet kunnen reconstrueren.”

Wat de waarheid lastig maakt is dat er minimaal twee van zijn; wat er objectief gebeurd is en dat wat mensen daarvan interpreteren of beleven als de waarheid. Dat ligt een beetje in het verlengde van dit blog over veiligheid als perceptie en de vraag of een omvallende boom geluid maakt als er niemand is om het te horen.

Ook de waarheid is dus perceptie.

Von Kleist vergrootte de waarheid, trok het in het absurde door. Sterke verhalen zijn het, waarbij de waarschijnlijkheid even wat minder belangrijk is. Ik heb daar goede herinneringen aan, sterke verhalen. Die werden opgedist na het eten op de brandweerkazernes waar ik dienst had, kop koffie erbij. Het waren vaak bekende verhalen en ze werden steeds mooier, tot grote lol van de ploeg. Met altijd die vaste uitsmijter: is het niet waar, is het toch een mooi verhaal.

Het leven van Von Kleist zelf was daarentegen een minder mooi verhaal. Eigenlijk had ie gewoon een rotleven. Weliswaar was hij van adel, maar omdat zowel zijn moeder als vader vroeg overleden was ie al op jonge leeftijd op zichzelf aangewezen. “Het was een bestaan van armoede en radeloosheid”, schrijft Sietsma in het nawoord van ‘Echt gebeurd is geen excuus.’

Als ik de waarheid moest opschrijven, dan was het deze: mensen staan me tegen

heinrich von kleist

Heinrich was veel op reis. Niet om ergens heen te gaan, maar om elders weg te blijven. Uiteindelijk belandt hij op zijn 34e in Berlijn. Daar pleegt hij zelfmoord, in gezelschap van een terminaal zieke vriendin die hij op haar verzoek eerst doodt. Maar niet nadat ze gezamenlijk over van alles en nog wat hadden zitten kletsen en eigenlijk best een leuke middag hadden, in de wetenschap dat de ellende straks allemaal voorbij zou zijn.

Het einde van Heinrich von Kleist is een onwaarschijnlijke waarheid op zichzelf. Alleen daarom al krijgt het een plek in de boekenkast als letterkundige curiositeit, in een rijtje met andere sterke verhalen.

Vuurtorenberichten. Een Boekrecensie

Tijdens een korte vakantie op Vlieland, in de nabijheid van de Rode Kabouter, de kortste vuurtoren van de Wadden, las ik Vuurtorenberichten. Een geweldig fijn boekje van Yazmina Barrera. Het telt zo’n 180 bladzijden en zes hoofdstukken, waarbij in elk hoofdstuk één vuurtoren centraal staat. Maar toen ik het nog eens goed gelezen had, zag ik dat het eigenlijk niet eens over vuurtorens gaat. Het gaat over heel wat anders. Over het belang van ervaringen.

Maar omdat het eerste hoofdstuk is gewijd aan Yaquina Head Lighthouse wordt je een beetje op het verkeerde been gezet. Je verwacht van alles over die vuurtoren te weten te komen, in plaats daarvan meandert het verhaal van de partner van haar tante naar Moby Dick en de risico’s van water. Die vuurtoren komt daarna pas. Later.

Daar komen al de eerste vraagtekens. Is dit een essay, zoals de flaptekst suggereert, of is het toch een verhaal? Of een reisverslag, een dagboek misschien? Of is het een tekst in de stijl van Sebald, waarbij je eigenlijk niet weet wat fictie is en wat echt gebeurd, maar waarbij dat helemaal niet uitmaakt omdat het je sowieso aan het denken zet.

Alles wat je aan het denken zet is reëel, ook al is het misschien niet perse waar.

Verzamelen

Wat is Vuurtorenberichten dan wel? Nou, volgens mij vooral een boek over verzamelen. Meer specifiek nog het verzamelen van ervaringen, al had ik dat zelf eerst niet in de gaten. Pas toen het boek uit was drong het tot me door.

Terwijl Barrera daar zelf helemaal niet zo geheimzinnig over doet. Al op pagina tien schrijft ze dat ze wat verzamelingen betreft een hopeloos geval is. Ze geeft wat voorbeelden van haar mislukte collecties, zoals die van knikkers, edelstenen en droogbloemen.

Vuurtorenberichten

Daarna gaat het over haar bibliotheek, dat is de grootste verzameling van allemaal. De meeste boeken heeft ze niet gelezen, schrijft ze. “Nu kan ik onderscheid maken tussen twee verzamelingen: die van de boeken an sich – de fysieke voorwerpen – en die van de leeservaringen, die net zo begeerlijk zijn en zich evenzeer ophopen.”

Tsja, daar staat het gewoon, leeservaringen. Ervaringen.

Verderop in het boek benoemt Barrera de paradox van verzamelingen. De dingen leiden af van het eigenlijke gebruik ervan (de ervaring) en verleggen die naar het voorwerp zelf (het boek, of een vuurtoren). Het gaat dan niet meer om lezen, maar om het boek; niet meer om het loodsen en richting geven, maar om de vuurtoren zelf.

Ik denk trouwens dat ik ook even afgeleid was door haar verhaal over de ongelezen boeken. Bij mij triggerde dat gelijk de antibibliotheek en het antiboek. Daar ging toen mijn aandacht naar uit en daardoor miste ik, door tunnelvisie, wat ze eigenlijk wilde zeggen over ervaringen in Vuurtorenberichten. Het blijft een bitch, die tunnelvisie. Je kijkt ernaar, maar ziet het niet. Wonderlijk.

Vuurtorens

Terug naar de vuurtorens. Eigenlijk zijn die de kapstok (het ding) om haar verhaal over ervaringen te vertellen. Dat het vuurtorens zijn is min of meer toeval, denk ik.

Ik wist niet wat vuurtorens waren, maar ik had als kind al wel over eentje gedroomd; hij was verlaten en stond ver van de kust. Onder de toren stond een huis met een tuin waar ik met mijn ouders in woonde.

yazmina barrera

Had ze over bunkers gedroomd, dan had het boek over bunkers gegaan, misschien. Maar nu het over vuurtorens gaat lardeert ze haar verhaal logischerwijze met leeservaringen over vuurtorenboeken. Bijvoorbeeld ‘To the Lighthouse’, van Virginia Woolf. En de vuurtoren aan het eind van de wereld, van Jules Verne.

Maar ook een boek van Robert Louis Stevenson (ja, die van Schateiland) over de ingenieurs uit zijn familie die vuurtorens hebben gebouwd in de 18e eeuw. Daar vertelt ze interessante dingen over.

“Stevenson zegt dat zijn vader vaak urenlang de golven observeerde, ze telde, opschreef wanneer ze zich terugtrokken en wanneer ze braken. Het was zijn taak het onvoorspelbare te voorspellen: hoe de toren of de dam het tij zou weerstaan, de golven de loef af zou steken, het regenwater zou vasthouden of de bliksem zou aantrekken. En dat allemaal in weer en wind.”

Ervaringsleren

Dat zijn mooie observaties over wat ervaringsleren kan zijn. Kijken, ruiken en luisteren naar wat er gebeurt, om te begrijpen hoe een specifieke situatie in elkaar zit. Gewoon, van die plek. Niet om alles en overal te kunnen voorspellen, maar wel precies daar. Situation Awareness level drie. Bij die vuurtoren. Of bij dat station, die luchthaven of die installatie.

De Rode Kabouter, het korte vuurtorentje van Vlieland

Plaatselijke bekendheid, ik geloof daar heilig in. Een essentiële randvoorwaarde voor adequaat crisismanagement.

Mooi is dat Barrera daarna ook nog vertelt over het Spaanse woord voor logboek, bitacora. Dat betekent oorspronkelijk kompashuis. Het was de plek waar het scheepsjournaal werd bewaard, beschut voor stormen en andere rampen.

Het diende, net als de zwarte doos in een vliegtuig, om de wisselvalligheden van de reis bij te houden, om vast te stellen wie waar verantwoordelijk voor was en toekomstige fouten te voorkomen.

yazmina barrera

Een logboek is in die zin een boek met gestolde ervaring. Zo maak je van praktijk theorie, die je kunt gebruiken om onervaren mensen te scholen. Vuurtorenberichten gaat echter niet alleen over de bouw van vuurtorens, maar ook over het gebruik ervan. Inclusief de rol van ervaring.

Barrera citeert daartoe een vuurtorenwachter uit Mexico, één van de driehonderd die er nog over zijn. De dag begint voor hem met contact te leggen met de meldkamer, vertelt de man, om verslag te doen over de situatie ter plekke, hoe de zee eruit ziet en het weer. Om vast te stellen of we een standaard dag krijgen of een afwijkende.

Ze leren net als vissers de minutieuze verschillen in de golfslag te detecteren en stormen te duiden.

yazmina barrera

Weer zo’n trigger. Hoeveel woorden had een Inuit ook weer voor sneeuw, hoeveel een brandweerman voor rook en een nomade voor zand? Ervaringswoorden zijn niet altijd wetenschapswoorden.

Escapisme

Vuurtorenberichten is al met een prachtig boek over het belang van ervaringen. Het is wat een mens definieert, wat hem bindt aan plekken in deze wereld en wat hem drijft om andere dingen op te zoeken. Alleen daarom al zou iedereen dit boek moeten lezen.

Vuurtorentrap

Maar Vuurtorenberichten gaat naast ervaring ook over verzamelen in het algemeen. Want ergens tussen een paar regels door, ze blijft je graag op het verkeerde been zetten, schrijft Barrera opeens dit:

Verzamelen is een vorm van escapisme. Wie zijn aandacht, verlangen en wil steekt in iets vreemds, in zijn schoonheid, zijn volgorde, zijn classificatie en accumulatie voorkomt gebreken en leegtes. Het verzamelen van bijvoorbeeld vuurtorens geeft je een richting, hoe arbitrair ook. Op die manier wordt het niet alleen een vorm van vluchten, maar ook van construeren. Je kunt creëren via de vlucht.

yazmina barrera

Escapisme dus. Maar ook constructie. Iets maken van je fascinatie. Wie wil dat nou niet?

Ik had opeens heel veel zin om nog meer van dit soort boeken te gaan verzamelen.


Meer boekrecensies vind je hier. En blogs over WaddenWandelen hier.

Afgeboekt

Afgeboekt is een lijst met wat misschien beter niet te lezen; on-tips dus, als ware het een omgekeerde boekenbucketlist.

Ooit begon het boekenblog met de optimistische aanname dat ik er alleen goede boeken zou bespreken. Want het leven is te kort om crappy shit te lezen, zo was mijn stelling. Ik kom daar nu toch een beetje van terug.

Niet van dat stukje over een te kort leven om slechte boeken te lezen; dat is nog steeds zo. Wel dat ik er niets over zou schrijven.

Want erger nog dat ik een boek las dat eigenlijk niet de moeite waard was, is dat nog veel meer mensen dat gaan doen. Terwijl het niet had gehoeven als ze van tevoren gewaarschuwd waren.

Afgeboekt is een lijst in wording, met (korte) recensies van boeken die ik tegenkwam maar niet brachten waar ik op gehoopt had. Daarom boekte ik ze af.

Ik schreef de recensies als tip voor jou: beter is het een ander boek te pakken, want het leven is te kort om slechte boeken te lezen.

Afgeboekt
Foto ANP

14 oktober 2022

Elke Wiss – En ze filosofeerden nog lang en gelukkig

Op een mooie dag liep Ed door de boekenwinkel en zag daar het nieuwe boek van Elke Wiss liggen. ‘En ze filosofeerden nog lang en gelukkig’, heet het. Nou was Ed dol op filosoferen, maar echte filosofenboeken lezen vond ie vaak nog best lastig. Als hij weer wat over rizomen had geschreven moest hij altijd toch even bijkomen.

En sowieso, de filosofentaal was soms zo moeilijk dat je niet wist of het nou briljant was of bullshit. Maar een boekje met verhalen om je denken uit te dagen, dat was misschien wel wat. Kon mooi mee op vakantie: Boekje lezen, biertje drinken, denken uitdagen. Ed zag het wel voor zich. In the pocket.

Eenmaal op vakantie, het boekje en een biertje bij de hand, kon het denken beginnen. Laten we starten met het sprookje over falen, dacht Ed, want dat past mooi bij deze website. Elke had namelijk bedacht dat je met om het even welk sprookje kunt filosoferen. Deze heette dan Blunder. Zo begon het:

“Zijn naam was Blunder. Dat is best een rare naam, vond ie zelf ook. Het was niet eens echt een naam, maar gewoon een woord.”

Ed fronste zijn wenkbrauwen en schoof een paar regels op.

“Bij zijn geboorte deed hij het al verkeerd. Hij kwam achterstevoren ter wereld. Of eigenlijk deed hij het voor zijn geboorte al verkeerd. Zijn vader had eens gezegd dat hij een foutje was.”

Niet gelijk opgeven, Ed. Zuchtend las hij het sprookje uit en kwam bij de ‘Prikkelvragen.’

Vraag: Wat was jouw grootste blunder?

Antwoord: Dit boekje kopen en meenemen op vakantie.

Vraag: Waar ben jij heel goed in?

Antwoord: Rekening houden met een blunder en ook leuke boekjes meenemen, zoals Vuurtorenberichten. Dat is echt een tof verhaal.

Vraag: Welk toepasselijk citaat komt er nu in je op?

Alles moet zo simpel mogelijk worden gemaakt, maar niet simpeler dan dat

Albert einstein

Ed sloeg de uitdagende verhalenbundel dicht en stopte het in een buurtbieb. Misschien leuk voor de kinderen in de straat, dacht hij, en leefde nog lang en gelukkig.


26 augustus 2022

Ingo Piepers – De onvermijdelijkheid van een nieuwe wereldoorlog

It’s tough to make predictions, especially about the future,” zei Yogi Berra ooit. Precies daarom fronste ik een paar jaar geleden mijn wenkbrauwen op een uitspraak van Ingo Piepers dat we rond 2020 een nieuwe wereldoorlog konden verwachten. Toen begin dit jaar de oorlog in Oekraïne daadwerkelijk uitbraak plopte de voorspelling van Piepers weer op in het geheugen. Daarom las ik toch zijn boek met de titel ‘De onvermijdelijkheid van een nieuwe wereldoorlog.’ Had ik er naast gezeten met mijn scepsis?

Laat ik het zo zeggen: na het lezen van het boek is de scepsis in ieder geval niet weg. Piepers schreef een gortdroog boek over systeemleer dat gebaseerd is op zijn promotie onderzoek uit 2016. De tekst is lastig te volgen, er zit veel jargon in en weinig structuur. Plus veel herhalingen, heel veel herhalingen. Het leest dus niet echt lekker weg. Had ik al gezegd dat er heel veel herhalingen in zitten?

Systeem 1 en Systeem 2

Inhoudelijk is het daarentegen wel interessant, gedurfd. De kern van Piepers betoog is dat de wereld gestuurd wordt door twee systemen. Systeem 1 is het menselijke deel, met politiek, beleid, connecties, meningsvorming, et cetera. Gewoon de wereld zoals we hem zien eigenlijk. Systeem 2 is de onderliggende wereld van natuurwetten, principes en mechanismen die daarop van invloed zijn. Via terugkoppelingsmechanismen zijn die twee werelden met elkaar verbonden.

Ingo Piepers is een militair die al jaren onderzoek doet naar oorlogsdynamiek. Hij was ook enige tijd werkzaam op Schiphol, maar was al weer vertrokken vlak voor ik kwam. Omdat ik uiteindelijk zijn rol als trainer van ons crisisteam overnam ben ik toch altijd weer geïnteresseerd als hij in het nieuws is.

Omdat je niet alles op die manier kunt verklaren benoemt Piepers ook nog een contingente speelruimte. Daar ga ik hier verder niet op in. Dat brengt hem tot de volgende formule:

systeem 1 = systeem 2 + contingente speelruimte

Ik zal het verder zo eenvoudig mogelijk proberen uit te leggen. Systeem 2 is volgens Piepers een netwerk van staten dat zich gedraagt als een systeem. Elk systeem streeft naar een evenwicht, maar door menselijk gedrag in systeem 1 ontstaan er spanningen die in systeem 2 tot frictie leiden. Het systeem gaat zich daarom chaotisch gedragen, de entropie neemt toe en uit het systeem ontstaan emergente ordeningsstructuren die het evenwicht in het systeem terug moeten brengen.

Door oorlog.

Als de grootmachten betrokken worden in deze spanningsopbouw is er een kans op een wereldoorlog die de contouren van het hele systeem opnieuw vormgeven. Piepers benoemt vier van dergelijke systeemoorlogen, waarvan de Tweede Wereldoorlog de laatste is. Tot nu toe dan. Die leverde een nieuwe wereldorde op. Dat er daarna een Koude Oorlog was die de wereld in zijn greep hield legt Piepers uit als een uitzonderingsoorlog.

Validiteit

Eentje die de regel moet bevestigen, dacht ik dan maar. Want het past allemaal wel heel erg mooi in elkaar. Het voelt de hele tijd of de feiten bij de stelling zijn gezocht. Omdat de datasets die hij gebruikte niet in dit boek zijn opgenomen, is het lastig te controleren hoe valide zijn betoog is. Vandaar die resterende scepsis.

Overigens is Piepers zelf ook voorzichtig met zijn verhaal. Het is nog geen theorie, zegt hij, maar het is de moeite waard om er verder onderzoek naar te doen. Met name naar de koppelingsmechanismen tussen systeem 1 en 2. Want daar zit de link tussen de keuzes die wij maken en de effecten op de spanningen in het systeem die daar het gevolg van zijn.

Diagram uit het besproken boek

Wat het vooral moeilijk acceptabel maakt is de schijnbare onvermijdelijkheid van systeem 2. Alsof we er geen invloed op hebben dat er oorlog komt. De analyse van Piepers daarover ontnuchtert snel. Zo zegt hij over de Tweede Wereldoorlog dat die er zonder meer had gekomen. Want de spanning in het systeem was te groot geworden en een herordening was noodzakelijk. Dat is wat natuurwetten nu eenmaal doen.

Alleen niet per se in deze vorm met deze afloop. Als Churchill andere keuzes had gemaakt en was gaan samenwerken met Hitler had de wereld er nu totaal anders uit gezien. Maar ook dan had er dus een oorlog geweest, alleen met een andere uitkomst. Daar zit de invloed van Systeem 1 op Systeem 2 en daar moet meer onderzoek naar gedaan worden. Maar niet door mij.

Wel of niet lezen

Er zijn twee belangrijke redenen voor mij om tijd te stoppen in een boek. Je moet immers keuzes maken, aangezien er meer boeken zijn dan tijd. Dat geldt trouwens voor alle boeken, niet alleen voor deze.

Eén belangrijke reden is dat het lekker leest, met mooie zinnen en metaforen die doen mijmeren. Zoals Brieven aan Camondo. Dat doet Piepers boek niet. Zijn boek lezen is hard werken.

De andere reden is dat je er wat van leert waar je wat aan hebt in je werk of hobby. Bij mij zijn dat vaak boeken in de breedte van het crisismanagement. Daar valt dit boek echter buiten en ik denk dat dat ook zo is voor de meeste lezers van Rizoomes. Daarom staat ie in Afgeboekt.

Maar wie geïnteresseerd is in militaire wetenschappen of systeemleer moet misschien toch maar eens kijken. Want het zet wel aan tot denken in deze tijden van oorlog.

Niet dat je er na het lezen enige invloed op hebt trouwens.


14 augustus 2022

Roel Bentz van den Berg – De straatwaarde van de ziel

Afgeboekt

Zomaar een zin uit deze bundel essays van Roel Bentzen Berg (RBB): “In een bijna balorig soort mystiek ongeduld van mijn kant, voortgekomen uit een aangeboren wantrouwen jegens elke vorm van spirituele prestatiedrang: die rare streberigheid, bijna op het verbetene af, die nota bene in strijd is met precies het soort onthechte awareness waar het bij spiritualiteit om zou moeten gaan, maar er niettemin – denk aan het kleffe gedweep met ‘lange wegen’ en ‘hoge sferen’ en het glijerige gedoe om een wit voetje te halen bij de meester – maar al te vaak dus wel mee gepaard gaat”.

Geen idee waar het over gaat. Echt helemaal niet, ik deed nog zo mijn best. Zo staat dit boek vol met onbegrijpelijke dikdoenerij. Lange zinnen over meerdere regels, veelal opgebouwd uit diverse tangconstructies achter elkaar. En dat is jammer, heel jammer.

Want ik hield van RBB’s radioprogramma Heartlands. Ik hield zelfs van een eerder boek, Engelen in Regenjas. En ik had heel graag gehouden van het essay uit dit boek, waarin Bob Dylan het oude huis van Neil Young bezoekt om te zien wat Neil zag. ‘What Neil saw.’ Dat had ik willen weten.

Maar ja, toen schreef RBB dit: “Geen afbeeldingen, die beelden, geen plaatjes, geen symbolen of metaforen voor iets anders, maar het echte werk, waarvan de oorsprong ergens vóór het punt ligt waar het bewustzijn zich opsplitst in aparte zintuigen en functies: op de vrije vloer van de verbeelding zelf, als levende uitdrukking van de manier waarop de ziel zichzelf het beste begrijpt, zoals de danser de muziek aanvoelt.”

Toen gaf ik het op. Teleurgesteld. Ik weet nog niet in wie.


Het schemeren van de wereld. Een boekrecensie

Het schemeren van de wereld gaat over Hiroo Onoda, de Japanse soldaat die bijna dertig jaar lang een guerrilla voerde op Lubang omdat hij weigerde te geloven dat de Tweede Wereldoorlog was afgelopen. Werner Herzog schreef er geheel in stijl met zijn cinematografische achtergrond een filmisch verhaal over, dat eigenlijk gaat over het begrip waarheid. Dat maakt het een intrigerend boek.

In 1997 had Werner Herzog een klus in Japan met de componist Saegusa. De verwachtingen waren zo hoog gespannen over de opera die ze gingen uitvoeren, dat de Keizer himself had laten weten dat hij de beide heren zou willen uitnodigen op een privé-audiëntie. Als dat uitkwam in hun drukke werkzaamheden.

Onoda

Schemeren van de wereld

Tot grote ontzetting van Saegusa weigerde Herzog de ontmoeting. Wat volgde was een beklemmende stilte, zo schrijft hij schuldbewust in ‘het schemeren van de wereld’, het leek erop of Japan was gestopt met ademen. Iedereen hield zijn adem in.

Toen, in die stilte, een stem. “Oké, als u de Keizer niet wilt ontmoeten, wie dan?” Zonder na te denken zei ik: “Onoda”.

werner herzog

Het is december 1944. Op het eiland Lubang krijgt Hiroo Onoda zijn nieuwe opdracht. Hij moet het eiland bezet houden met een guerrilla oorlog totdat het Japanse leger terugkeert. Majoor Tanigucha legt hem uit dat hij op zichzelf is aangewezen.

“Er zijn geen regels, je maakt de regels.”

Op één uitzondering na. Nooit mag hij zichzelf van het leven beroven, ook niet als hij gevangen wordt genomen. Want dan moet hij misleidende informatie aan de vijand geven. De waarheid mag niet aan het licht komen.

Waarheid

En de waarheid, dat is het thema van dit heerlijk handzame boekje. Natuurlijk gaat ‘het schemeren van de wereld’ ook over de ervaringen van Onoda en zijn drie mannen in de jungle. Maar dat is niet de kern, zoals Herzog al bij wijze van inleiding schrijft.

Veel details kloppen, veel kloppen er niet. Iets anders was belangrijk voor de schrijver, iets wezenlijks, zoals hij het tijdens een ontmoeting met de protagonist van dit verhaal meende te zien.

werner herzog
Hiroo Onoda in 1944. Hij is dan 22.

Enkele maanden nadat Onoda zijn opdracht heeft ontvangen capituleert het Japanse leger. Die berichten bereiken Lubang echter niet, zodat Onoda zijn strijd voortzet. Diverse keren wordt geprobeerd hem te informeren dat de oorlog is afgelopen. Maar steeds denkt Onoda dat het nepinformatie is.

Hij meent taalfouten te zien in de pamfletten die worden afgeworpen, hij gelooft niet dat het zijn broer is die hij hoort roepen, hij wantrouwt de kranten omdat er zoveel reclame in staat, elke poging hem over te halen strandt omdat hij alles uitlegt naar zijn opdracht: Lubang bezet houden totdat het leger arriveert. Pas als zijn oude majoor, inmiddels dik in de 80, hem verzekert dat het echt over is gelooft hij het. De schok van de waarheid is groot voor Onoda, vertelt hij desgevraagd.

“Hij antwoordt met een ijzig gezicht: Majoor, er woedt een storm in mij.”

Het schemeren van de wereld

Dit is de ene kant van waarheid die wordt besproken in het schemeren van de wereld. De kant die gaat over feiten. Wat is er aan de hand, wat is er gebeurd, wat is er van waar en word ik niet misleid? De opdracht aan Onoda maakt hem tot een Conflictdenker, zoals ik in een vorig blog beschreef. Er is een vijand en die moet bestreden worden. Dat is de enige waarheid. Maar die bleek dus niet waar. Voor de echte Conflictdenker is dat onverdraaglijk. Dan woedt er een storm in je.

Op 11 maart 1974 overhandigt Onoda zijn zwaard aan de Filipijnse president Marcos.

Er is echter nog een vorm van waarheid en die gaat over bewustzijn. Hoe weet ik dat wat ik zie ook echt zo is? Is het geen illusie, geen droom? Het zijn vragen die de vier mannen bezig houden, tijdens lange gesprekken in het regenseizoen. Dat is een slechte tijd voor guerrilla en dan doen ze rustig aan. Onoda vraagt zich bij een kampvuurtje af of hij de oorlog niet droomt. Het is dan 1954.

“Is het mogelijk dat ik gewond in een lazaret lig en uiteindelijk na jaren ontwaak uit bewusteloosheid en dat iemand me vertelt dat het maar een droom was. Is dit oerwoud, de regen, alles, een droom?”

Wat Onoda ook ontdekt in de jungle, tijdens de vele tochten daar: het heden bestaat niet.

Elke stap van hem was al verleden en elke volgende toekomst. (..) En dan steeds kleiner, in millimeters, in niet meer waarneembare fracties van millimeters. We denken dat we in het heden leven, maar dat kan helemaal niet bestaan. Ga ik, leef ik, voer ik oorlog?

onoda
Schemeren van de wereld
De droom van de vlinder is een klassieker uit de Taoïstische literatuur. Daarin droomt Chang Tzu dat hij een vlinder is die vrij kan vliegen van bloem tot bloem. Maar als hij wakker wordt vraagt hij zich af of hij niet een vlinder is die droomt dat hij Chang Tzu is. De vraag achter de vraag is: hoe weet ik dat ik besta?

Het schemeren van de wereld is een geweldig boek. Herzog vertelt er, als je het wilt zien, meer dan één verhaal in en alleen van Onoda weten we hoe het afloopt als het boek uit is. Alle andere vragen blijven onbeantwoord achter en dat is precies wat dit boekje, ik zei het al, zo intrigerend maakt. Van harte aanbevolen.

Tijdelijk Verblijf. Een Boekrecensie

Tijdelijk Verblijf van Vrouwkje Tuinman is een meeslepend verhaal over een moeder met haar drie zonen in het Eindhoven van 1956. Aan het eind blijf je achter met heel veel vraagtekens. Wat is daar in hemelsnaam gebeurd?

Pas na een nacht of drie begreep Amelia waarom ze in het pension aan het plein nauwelijks een oog dicht deed. Terwijl ze toch echt wel wat gewend was; het was bij elke klus de vraag wat ze nu weer voor logies zou treffen.

beginzin tijdelijk verblijf

Zo raadselachtig begint ‘Tijdelijk Verblijf.’ Waarom deed ze geen oog dicht? Wat begreep ze dan na drie dagen? En wie is Amelia eigenlijk?

Een paar regels verder verschijnt het eerste omineuze teken van wat eigenlijk een detective is, maar dan zonder detective: “Toen ze haar kleding in de kast hing, waren haar de streepjes opgevallen die aan de binnenkant van de deur stonden. Drie stuks, met elk een letter ernaast en een jaartal, 1958.”

Tijdelijk Verblijf, een boekrecensie

Hierbij dacht ik gelijk aan de beroemde six word story, toegeschreven aan Hemingway: “For sale, babyshoes, never worn.”

Drie streepjes, elk met letter, 1958.

Eigenlijk viel me dit pas op toen ik stukken uit het boek teruglas, om deze recensie te kunnen schrijven. Zo vergaat het de lezer natuurlijk vaker in een spannend boek; de aanwijzingen volgen elkaar op en het gissen naar de afloop is onderdeel van de lol van een detective lezen. Al maakt Vrouwkje Tuinman er wel een heel bijzondere detective van. Eentje die je meer vragen oplevert dan antwoorden.

Starik

Ik kende haar voor dit boek vooral als de partner van F. Starik, de schrijver / dichter / kunstenaar en oprichter van De Poule des Doods. Dat is een collectief van dichters die op de uitvaart van eenzame overledenen een passend gedicht schrijven en voordragen.

Landelijke bekendheid kreeg hij met ‘Moeder Doen’, een boek over de verzorging van zijn dementerende moeder. Tijdens het schrijven van ‘Klaar’, het vervolg op ‘Moeder Doen’, kreeg Starik een hartstilstand en overleed. Veel en veel te jong.

Tuinman zorgde ervoor dat ‘Klaar’ alsnog kon worden uitgegeven. Bovendien maakte ze een prachtig herdenkingsboek, ‘Leven als Museum’, waarmee je een goede indruk krijgt van Starik als mens en kunstenaar met foto’s, gedichten, brieven en zelfs een losse pop-up. Een koesterboek.

Dat kun jij

In de dichtbundel ‘Lijfrente’ schrijft ze het verlies van Starik van zich af met indrukwekkende gedichten, waarmee ze terecht de Grote Poëzieprijs van 2020 won. Uit die bundel komt ‘Dat kun jij.’

En nu is er dus ‘Tijdelijk Verblijf.’ Ik kocht het ongezien, vanwege het bovenstaande, om er thuis achter te komen dat dit al de derde druk was. Wat ik had gemist was dat dit boekje in 2021 als presentje was uitgereikt voor Brabants Boek 2021. Een soort Boekenweekgeschenk voor Brabanders, zo stel ik me dat voor, want ik had er nog niet eerder van gehoord.

Gelukkig voor de rest van Nederland heeft uitgever Cossee besloten om er een handelseditie van te maken. ‘Tijdelijk Verblijf’ gaat over een moeder, Door, die er na het overlijden van haar man alleen voorstaat met drie zonen. Eerst gaat ze terug naar de ouderlijke boerderij, maar daar is ze niet echt welkom. Uiteindelijk begint ze een pension in Eindhoven met een zekere Ome Piet en dan begint de ellende pas echt. Eén voor één overlijden de jongens onder geheimzinnige omstandigheden.

Drie streepjes, elk met letter, 1958.

Wat dit verhaal extra bijzonder maakt is dat het gebaseerd is op ware gebeurtenissen. Om de één of andere reden maakt dat het relevanter, lijkt het wel. In ieder geval zat ik te googelen op radium en verlichte horloges en vroeg ik me af waarom in het boek het vertellersperspectief bij veel mensen langskomt, maar niet bij Ome Piet. Het is drommels een echte whodunnit waar ik nog dagen over zat te piekeren. Dit verhaal laat mij in ieder geval nooit meer los. Meesterlijk gedaan.

“Dat kun jij”, zei Starik tegen Tuinman, en hij had gelijk.

Grensverkenningen. Een boekrecensie

Grensverkenningen van Kester Freriks en Martijn Storms is een lekker boekje voor op vakantie. Neem dan ook wel wat anders te lezen mee, iets met een plot of zo, want na elke twee hoofdstukken is de spanning er wel weer even van af. Ik vond het dan ook vooral een naslagwerkje, dat mooi past bij alle andere kaartenboeken in de kast.

Onlangs hield ik een weekje vakantie in Zuid Limburg, een paar dagen wandelen over het Krijtlandpad. Het Drielandenpunt in Vaals is één van mijn heimelijke genoegens uit die streek. De sensatie dat je met een paar stappen door drie landen kunt lopen is sinds mijn kindertijd niet kleiner geworden. Ik word daar nog steeds vrolijk van.

Ik kon mijn geluk dan ook niet op toen bleek dat Kester Freriks en Martijn Storms een boek hadden geschreven onder de titel Grensverkenningen. Hoe toepasselijk was dat. Vol verwachting sloeg ik het op in de zonnige kasteeltuin van ons hotel. Natuurlijk als eerste bij het hoofdstuk over Limburg. Wat zou er in staan over Vaals?

Nou, niets. De grensverkenningen in Limburg gaan namelijk over de bufferzone die in 1815 werd getrokken ten oosten van de Maas om Pruisen en Frankrijk uit elkaar te houden. Het was zowel de oprichting van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden als die van de provincie Limburg. Daarna volgt in het hoofdstuk een impressie van de streek rondom Sittard en dan met name over de Kollenberg en het van origine Duitse gebied Selfkant.

Kleine historiën

Selfkant werd na de oorlog door Nederland geannexeerd als oorlogscompensatie. “In de verhalen van de mensen die hier wonen en leven was dat een nachtmerrie”, schrijft Freriks. Volgens hem ontlenen mensen hun identiteit aan een grens. Ze voelen zich ermee verbonden, al wordt de eenheid vaak bedreigd. In 1969 werd Selfkant weer teruggegeven aan Duitsland, al ligt het nog steeds als een kartel, ‘een wespentaille’ diep Nederland in.

Het verhaal over Selfkant is één van de vele kleine historiën uit Grensverkenningen. Achttien staan er in, allemaal opgehangen aan één van de vele kaarten uit de oude verzameling van Tiberius Bodel Nijenhuis. Bij zijn overlijden in 1872 schonk hij zijn collectie van kaarten en atlassen aan de universiteit van Leiden. Tot op de dag van vandaag zijn die daar nog steeds te vinden.

Buskruitramp Leiden
De kaart van Leiden is officieel uit 1675, maar door vader Nijenhuis in 1807 ingekleurd na de Buskruitramp. Foto uit het boek.

De verzameling van Nijenhuis bevat veel kaarten en prenten van de Buskruitramp uit 1807. Die had hij meegemaakt als jongen van elf, het ouderlijk huis stond op 500 meter afstand van de grens van het rampgebied. “Op zijn twaalfde verjaardag kreeg hij een kastje met kaarten cadeau van zijn vader. Zou de kaart van Leiden met het door vader Bodel Nijenhuis ingetekende rampgebied daarin hebben gezeten”? Freriks weet het niet zeker, maar tussen de regels door hoopt hij het van harte en ik hoop dat met hem mee.

The map is not the territory

Het is mooi om te zien waar je allemaal grenzen aan kunt trekken. Aan vaargeulen, verdedigingslinies, afwateringsgebieden, zandverstuivingsgebieden, van alles. Misschien is de mooiste grens nog wel die van de klokslag in Leeuwarden. Tot waar je de kerkklokken kon horen, gold het rechtsgebied van de betreffende stad. Keurig ingetekend op de klokslagkaart.

Grensverkenningen is niet een boek om in één keer uit te lezen, daarvoor zijn de verhalen te verschillend. Het springt daardoor logischerwijze van de hak op de tak. En ondanks dat Freriks zijn hoofdstukken dapper essays noemt, is het nu juist dat wat ik miste: de wat diepere gedachten over de betekenis van grenzen. Zelfs de meest beroemde uitspraak over kaarten, The map is not the territory, ben ik niet tegen gekomen.

Desondanks is het heerlijke vakantielectuur, af en toe een hoofdstukje tussen twee drankjes door is een geweldige tijdsbesteding. Eenmaal weer thuis kan Grensverkenningen prima in de kast als naslagwerkje, tussen alle andere kaartenboeken in. Een grenzeloze verzameling.

Het licht aan het einde van de loop

Het lezen van ‘Het licht aan het einde van de loop’ duurt ongeveer net zo lang als twee keer naar het nieuwe album van Seth Walker luisteren, I hope I Know. Die muziek past uitstekend bij dit boek van Martin Michael Driessen. Het boek gaat over een kogel die vertelt wat ie allemaal meemaakt, een tamelijk uniek gezichtspunt in de literatuur. Waarom niet veel meer mensen dat geprobeerd hebben is na lezing wel duidelijk. Hardleers als we zijn vroegen we het boek zelf ook naar zijn ervaringen.

“Ik zag hem voor het eerst bij boekhandel Voorhoeve, in Hilversum. Een grijzende man met een baardje. Hij pakte me op van de stapel, keek naar me en zei toen, vooral tegen zichzelf: “Kijk nou wat geinig, er zit echt een gat in ‘Het licht aan het einde van de loop’. Driessen, was die niet ook van Rivieren?”

Daarna bladerde hij wat, las hier en daar een stukje, mompelde iets wat klonk als OK en perste me tussen twee andere boeken in. Als ik me goed herinner waren dat de verzamelde brieven van Rainer Maria Rilke en een vertaalde essaybundel van Fran Leibowitz. Hooghartig geteisem, als je het mij vraagt, er kon geen groet van af. Ken je dat, de hele weg terug in zo’n linnen tas en niemand die wat zegt? Terwijl ze allemaal tot hun nok toe vol met woorden zitten?

Het licht aan het einde van de loop

Bij hem thuis legde hij me bovenop Des Duivels Woordenboek, van Ambrose Bierce. Dat boek is echt knettergek. Deed niets anders dan de hele tijd ongevraagd woorden uitleggen. Riep ie opeens: “Hel. Zelfstandig naamwoord. De woonstee van wijlen dr. Noah Webster, woordenboekmaker.” Ja, zo gek was ie. Ik ging er gewoon slecht van slapen.

Achteraf heb ik er niet eens zo lang gelegen, een week of twee denk ik. Dus dat viel reuze mee. Sommige boeken stonden er al meer dan twintig jaar, zeiden ze, en waren nog nooit gelezen. Dat is de antibibliotheek, zei hij dan. “De boeken die je niet gelezen hebt zijn waardevoller dan die je wel hebt gelezen.” Mooi verhaal, maar ‘Dromen, sprookjes en Mythen’ van Erich Fromm staat nu al sinds 1995 te verstoffen en het arme ding wordt er helemaal depressief van. Die vorige eigenaar, A. Lemmens, had haar nooit weg moeten geven. Maar goed, soms is het niet anders. Als het buiten je invloed ligt, moet je het accepteren.

Ben jij wel eens voor de eerste keer gelezen? Toen het eenmaal zover was werd ik er toch nog zenuwachtig van. Dat bleek helemaal niet nodig. Hij sloeg mijn bladzijden keurig om en deed geen enge dingen, zoals ruggetjes breken om makkelijker te lezen. Ik zag zijn rode leesbril en daarachter die blauwgrijze ogen heen en weer gaan. Af en toe glimlachte hij, maar hij keek ook behoorlijk kritisch. Soms sloeg ie zelfs zuchtend een stukje over. Daar werd ik dan wel weer onzeker van.  

Een paar keer schreef ie wat in me, met een potlood. Ken je dat gevoel? Het kriebelt heel erg, best wel lekker eigenlijk. Dat soort zinnen vond ie leuke vondsten, voor een boek over kogels in oude Colt. Zoals deze vier.

Je moet gelukkig zien te worden met wie je krijgt.

Je eindigt liever in het hoofd van Hitler dan in een boomstam.

Ik begin hoop te koesteren dat er een wereld bestaat die mij niet meer nodig heeft.

Elk bestaan komt tot een einde, maar zolang het duurt schijnt het nooit voltooid te zijn.

Wat ie ook grappig vond was een stukje over de laatste verblijfplaats van de kogels en de Colt. Achter Moby Dick in de boekenkast, van Herman Melville. Zegt die kogel: “Ik overweeg mezelf een naam te geven, Ishmael misschien.” Nou goed, het was misschien geen geschater, maar grinniken deed ie wel. Dus echt slecht vond ie het niet.

Maar hij was ook niet laaiend enthousiast over het licht aan het einde van de loop. “Een gekunsteld onderwerp leidt tot een gekunsteld boek,” mompelde hij toen hij me sloot. “Maar wel leuk voor op het strand, of in de trein. En laat het daar dan liggen, voor iemand die het toevallig zal vinden, lezen en weer doorgeven. Net zoals de kogels steeds weer ergens terecht komen en niet weten hoe het eindigt.”

Brieven aan Camondo. Een boekrecensie

Brieven aan Camondo is een prachtig boek van Edmund de Waal over de Joodse bankiersfamilie Camondo, die zich rond 1870 in Parijs vestigde. Moïse Camondo liet er zijn stadspaleis bouwen, dat na zijn overlijden in 1935 in vrijwel originele staat behouden is gebleven. Het is nu een museum. Edmund dwaalde wekenlang door dat huis en componeerde brieven aan Camondo, over wat hij er zag en dacht. Bij wijze van boekrecensie schreef ik een brief aan Edmund.

Beste Edmund,

Ik geloof niet dat wij elkaar kennen. Althans, jij kent mij niet, in ieder geval niet bewust. Misschien dat we elkaar ooit toevallig ergens troffen. We schelen slechts een jaar in leeftijd, zag ik, en allebei hebben we banden met Amsterdam. Dus je weet maar nooit. Nadat ik brieven aan Camondo las meen ik jou nu een beetje te kennen. Dat is het mooie van brieven. Die zeggen misschien wel meer over de schrijver dan over de geadresseerde. Het bracht mij op de gedachte om deze brief aan jou te schrijven. Dan leer je mij ook een beetje kennen.

Brieven aan Camondo

Allereerst wil ik je complimenteren met Brieven aan Camondo. Het is een prachtig boek dat in een mooie, elegante stijl tamelijk zware onderwerpen aansnijdt. Dat moet je ook maar kunnen en durven, dacht ik toen ik het uit had, de geschiedenis van een uitgestorven familie beschrijven in 58 persoonlijke brieven.

Die overigens prettig zijn vertaald door Reintje Ghoos en Jan Pieter van der Sterre. Kun je trouwens zelf ook Nederlands lezen? Je grootvader was immers een Amsterdammer, misschien dat je er nog iets van meegekregen heb.

Ik vraag dat ook omdat veel van je brieven over stof gaan. Het viel me eerst niet eens zo heel erg op, tot ik me op enig moment afvroeg of ik iets over het hoofd zag. Gelijk rinkelde het kwartje: as / ashes en stof / dust. Denk je dat ik eerder getriggerd zou zijn geweest door ashes to ashes, dust to dust in een Engelstalige versie van je boek?

Ik las er in het Nederlands in brief VIII volledig overheen. Daar citeer je W.G. Sebald, één van mijn favoriete schrijvers. Kennelijk ook van jou dus.

As, het allerlaatste product van verbranding, dat geen weerstand meer heeft, de grens tussen zijn en niets. As is een bevrijde substantie, net als stof.

W.G. Sebald

Stof zijt gij, en tot stof zult gij wederkeren. Is het dat waarom je Sebald citeert? Maak ik het dan te zwaar? Of zie je stof echt alleen als indicatie van tijd, dat er iets gebeurd is in de wereld?

“Zonder stof, Monsieur, is het moeilijker sporen terug te vinden”, schrijf je. Je noemt het zelfs een staatsiemantel, dat als vilt over de meubels ligt. Alleen niet in het huis van Moïse Camondo. Daar is alles brandschoon.

Je komt er later weer op terug in brief 51, na de lege brief 50. Leeg, omdat er geen woorden zijn voor wat je daarvoor in brief 49 beschrijft over het lot van Beatrice, de dochter van Camondo. Zij werd vermoord in Auschwitz.

Wat er behalve het stof overblijft is leegte, zeg je, als in de geheime laden die je noemt in brief XIX. “U deed het open en trof leegte aan”.

Stof en leegte, zou dat alles zijn wat er overblijft?

Nissim

In dit citaat uit brief LI heb je het ook over Nissim, de zoon van Camondo. Daar hebben we het nog niet over gehad. Je schrijft er met veel liefde over, is dat omdat je zelf een zoon hebt? De foto op pagina 89 van Moïse en Nissim was mij ook opgevallen, al heb ik hem niet in mijn atelier opgeprikt. Hij komt uit de tijd van de Eerste Wereldoorlog, Nissim in uniform omdat hij als piloot in het leger diende.

“U zit beiden op dezelfde manier,” schrijf je aan Camondo. “Ik vind deze foto van een vader en een zoon roerend. Uw voeten raken elkaar bijna. U moet zesenvijftig zijn en bent wat gezetter geworden.”

Foto van Nissim en Moïse uit het boek Brieven aan Camondo

Mij deed de foto denken aan Giuseppi Tomaso de Lampedusa, de schrijver van De Tijgerkat. Dat was ook al zo’n mooi boek. Ken je zijn werk? De overeenkomst tussen jouw foto van Nissim en Moïse en die van Giuseppi met zijn neef Lucio Piccolo vind ik treffend. Verbeeld ik het me of lijken Giuseppi en Moïse zelfs op elkaar? Ik moet er nog maar eens een keer goed naar kijken.

Weet je trouwens dat ik ook 56 ben? Mijn zoon is bijna 21, iets jonger dan Nissim op de foto is. Misschien daarom raakte het tafereel me, mijn sentiment groeit met de jaren. Ik denk wel eens dat mannen in hun jeugd gevoelig zijn, in de volwassenheid ongevoelig en op latere leeftijd overgevoelig. Al zal dat wel per persoon verschillen.

Camondo bewaarde alle 268 brieven en ansichtkaarten die Nissim hem stuurde, vertel je in brief XXVI. Je classificeert ze als grappig, hartelijk en vertederend.

“Hij schreef om te zeggen dat hij geen nieuws had.”

Dat herken ik in het appverkeer met mijn zoon, hij studeert kunstmatige intelligentie in Utrecht. Laatst stuurde ik hem een artikeltje over iemand die zijn magnetron een persoonlijkheid had gegeven met een AI-algoritme en dat het apparaat zijn maker vervolgens wilde vermoorden. Daarop reageerde mijn zoon koeltjes: “Dat is waar Terminator ons voor waarschuwde.”

Helaas loopt het met Nissim niet goed af. Tijdens de Eerste Wereldoorlog sneuvelt hij, op 5 september 1917 werd zijn vliegtuig door de Duitsers neergeschoten tijdens één van zijn vele verkenningsvluchten. Camondo is er kapot van, zo blijkt uit je brieven. Het gekke is dat een echt persoon die sterft in een boek me harder raakt dan een fictieve. Kennelijk maken onze hersens daar toch onderscheid in, ook al zijn het in beide gevallen allemaal dezelfde letters op papier.

Deze ramp heeft me gebroken en al mijn plannen doorkruist.

Ik denk dat de schok voor Camondo zo groot was, dat hij de rest van zijn leven volledig onder controle wilde houden. Daarin paste het decimeren van zijn verzamelingen, het zorgvuldig plaatsen van objecten en voorwerpen, alle kleuren op elkaar laten afstemmen en het bijhouden van een correcte boekhouding. Het komt allemaal in je brieven voorbij.

Daarin paste ook het volledig willen verwijderen van stof, alle stof. De fysieke ontkenning van wat er in zijn wereld was gebeurd, als daad van verzet. Voor Moïse was er helemaal niets bevrijd; daarom geen stof en geen leegte.

Daarom ook zijn museum. Ik moet er echt eens een keer heen.

Het is een indrukwekkend verhaal dat je ons vertelt in de Brieven aan Camondo, Edmund. Dank je wel.

Groet van Ed

Freubels

Op de freubels pagina vind je eh.. freubels. Ultrakorte verhaaltjes, de UKV. En beginzinnen, die ook, uit nieuwe boeken die ik las. Zen TV, natuurlijk, filmpjes over niets. Met zo nu en dan een quote, als ik ergens weer iets moois tegenkwam.

Ooit waren het de twitter jaarprojecten en nu is het een verzameling, nou ja, freubels. Met sinds de zomer ook af en toe galerijtje feauteaux.

Voor de liefhebber van de snelle slimme mindsnack.


Quotes

Twee zielen hecht aaneengesmeed zullen op den duur ook hun boeken bij elkaar in de kast zetten

renate rubinstein

When we are not sure, we are alive

graham greene


Septemberfeauteaux


Quotes

The answer to the ultimate question of life, the universe and everything is 42

Douglas Adams

Want iets wat in de jeugd gebeurd is, is dikwijls het gevolg van een voorval op latere leeftijd.

Marten Toonder

Freubels in de zomer


Zen TV Baby Meeuw


Quotes

It is possible to commit no mistakes and still lose. That is not a weakness. That is life.

Captain Jean-Luc Picard

Het zijn slechte tijden, het zijn moeilijke tijden. Zoals we zijn, zo zijn de tijden. Wíj zijn de tijden en de tijden veranderen door ons.

augustinus

Zen TV: Roltrap


Beginzin ‘Het schemeren van de wereld.’

In 1997 ensceneerde ik in Tokio de opera Chusingura. Shigeaki Saegusa, de componist, had er lang op aangedrongen dat ik de wereldpremière op me zou nemen. Chusingura is het meest Japanse van alle Japanse verhalen: een feodale heer wordt tijdens een ceremonie geprovoceerd en beledigd. Hij trekt zijn zwaard. Daarvoor wordt hij gedwongen seppuku, rituele zelfmoord te plegen. Zevenenveertig van zijn volgelingen wreken hem twee jaar later door de edelman die hun heer ten onrechte beledigde ‘s nachts te overvallen en te doden. Ze weten dat ze voor deze daad zullen sterven. Zonder uitzondering begaan alle zevenenveertig getrouwen op dezelfde dag zelfmoord.


Freubels

De regel van Hermans

Van de Wet van Murphy had ik ooit geleerd dat alles wat mis kan gaan, ook mis zal gaan. Er sprak desondanks een bepaalde geruststelling uit; als het niet mis kan gaan, gaat het goed. Tot ik vandaag las over de Regel van WF Hermans: Alles wat niet mis kan gaan, zal ook mis gaan. #UKV


Quote

Leest en neempt vry dit inder handt;

Gheeft gheen oordeel sonder verstandt.

justus lipsius

Zen TV: Reigert


Beginzin ‘De Tijgerkat’

‘Nunc et in hora mortis nostrae. Amen’

De dagelijkse rozenkrans was afgebeden. Een half uur lang had de kalme stem van de prins de smartelijke geheimenissen gememoreerd.


Beginzin ‘Het licht aan het einde van de loop’

Ik sta rechtop in een kartonnen doosje, in het gelid met negen collega’s. Het is donker, we bevinden ons in het nachtkastje van een tandarts in Palm Beach.


Beginzin ‘Tijdelijk Verblijf

Pas na een nacht of drie begreep Amelia waarom ze in het pension aan het plein nauwelijks een oog dicht deed. Terwijl ze toch echt wel wat gewend was; het was bij elke klus de vraag wat ze nu weer voor logies zou treffen.


Zen TV: Stampert


Freubels voor de zomer


Freubels

Gopher

30 jaar geleden, ik stapte bij de molen in Schiedam mijn auto uit. Met mijn gloednieuwe uniform, zomertenue. Een oud vrouwtje kwam op me af en zei verrukt: “weet u wel dat u op Gopher lijkt. Die van Loveboat?” Glunderend gaf ze me een handje en liep neuriënd verder. #UKV


Dode schrijvers

Op de dag dat Jeroen Brouwers overleed kwam er bij mij een boekje van hem binnen. Hij zal het ooit aan Gerrit Krol hebben gestuurd. Nu staat het in mijn kast, alwaar het aantal dode schrijvers inmiddels gestaag toeneemt. Maar dat komt misschien ook omdat ik vooral achteruit lees. #UKV


Ja-knikkers

Nodding donkey, thirsty bird, rocking horse, grasshopper. Dat zijn de namen die ze in Amerika aan hun oliepompen geven, zo lees ik. Hier in Nederland noemen we het Jaknikkers. Ja-Knikker. Wat zegt dat over het verbeeldingsvermogen van een volk? Mijn hoofd schudt zachtjes nee. #UKV


Zen TV: Sjokt


Beginzin ‘Brieven aan Camondo’

Beste vriend,

Ik heb weer een tijd in archieven gezeten. Het is vroeg in het voorjaar en ochtend; in de bomen van het park doet zich een nauwelijks onderdrukte innerlijke drang gelden.


Justus Lipsius

Ik kocht ‘twee boecken vande stantvasticheyt’. Origineel geschreven in 1584 door één van Neerlands meest bekende stoïcijnen, Justus Lipsius. Herdrukt in 1948 in 730 exemplaren, ik heb nummer 284. Je doet een half uur over een bladzijde, maar wel met een grote grijns.


Zen TV: Verkeerslicht


Freubels

Vuistbijl

Iemand vertelde mij dat hij nooit meer een Duitse Herder op straat zag. Tot hij er zelf één had. Toen bleken het er opeens heel veel te zijn. Vandaag kreeg ik een mini-vuistbijl binnen. Uit de neolithische periode. Ik ben benieuwd of ik er daar binnenkort ook heel veel van zie.


Freubels

Ultrakort Verhaal

In het museum Singer Laren, de prachtig nieuwe vleugel is net open. Dus even poolshoogte nemen. Bij het werk van Paul de Lussanet hoor ik opeens achter me: “En als dat The Beatles niet zijn, dan weet ik het niet meer.”

#UKV


Spijt is verstand dat te laat komt

britt dekker

Beginzin

Een vrouw met wie ik één keer naar bed ben geweest (niet dat de rest van ons contact verwaarloosbaar was) schreef me, toen ze hoorde dat ik een kind zou krijgen, een lief berichtje dat eindigde met dit ps: ‘Geniet van je nachtrust nu het nog kan. Serieus..!’


Zen TV: Windmolen


Prins Tijgerkat en de Rode Koningin

De Tijgerkat is de enige roman van Giuseppi Tomasi di Lampedusa, maar wel eentje die een (crisis)manager zich ter harte moet nemen. Vooral voor die crises die langzaamaan een omwenteling veroorzaken en systemen opschudden. Maar toch ook voor de snelle varianten. Dan heet de stelling van de Tijgerkat opeens het Rode Koningin effect.

Beginzin: “De dagelijkse rozenkrans was afgebeden. Een half uur lang had de kalme stem van de prins de smartelijke gebeurtenissen gememoreerd. Een half uur lang hadden allerlei andere stemmen voor een weefsel van golvend gonzen gezorgd waarin ongewone woorden opklonken als gouden bloemen: liefde, maagdelijkheid, dood.”

“Ik heb het heel goed begrepen: jullie willen ons, jullie ‘vaders’, niet vernietigen: jullie willen alleen onze plaats innemen.” Het is 1860 en we zijn op Sicilië. Aan het woord is don Fabrizio, bijgenaamd de Tijgerkat. Tevens de prins van Salina en de oudste nazaat van een dynastie die op zijn laatste benen loopt.

Garibaldi

Generaal Garibaldi heeft zojuist met zijn roodhemden het eiland geënterd en vecht de oude kaste van edellieden de deur uit, om uiteindelijk in 1861 de eenheidsstaat Italië te kunnen uitroepen. Het zou overigens nog tot 1870 duren voordat Rome zich bij het nieuwe land voegde. En nog veel langer voor Italië het land zou zijn wat het nu is.

In de Tijgerkat gaat het nauwelijks over die landing en de bijbehorende oorlog. Dat zijn slechts de randverschijnselen waarbinnen het echte verhaal zich afspeelt: de instorting van de oude adelstand.

En dat heeft Fabrizio drommels goed in de gaten, in een gesprek met pater Pirrone, de paleisgeestelijke: “We zijn niet blind, beste pater, we zijn slechts mensen. We leven in een werkelijkheid die in beweging is en waaraan wij proberen ons aan te passen, zoals de algen meebuigen met de stromingen in de zee.”

Giuseppi Tomasi di Lampedusa kwam zelf uit de Siciliaanse adel. Zijn grootvader had de omwenteling na Garibaldi meegemaakt. Fabrizio is naar zijn beeld gemodelleerd.

Aanpassing aan de omgeving vindt Fabrizio via Tancredi, zijn neef. Die kiest namelijk de samenwerking met de roodhemden van Garibaldi en dient ook enige tijd in zijn leger. Wat de vraag oproept of hij een opportunist is, een overloper of een strateeg. Of misschien wel alle drie?

Tancredi

Tancredi laat de oude familiebanden niet vallen, ondanks zijn flirt met het opkomende regime. Gedurende het boek zal hij zijn oompje, zoals hij Fabrizio liefkozend noemt, met alle egards behandelen en er ook voor zorgen dat de nieuwe machthebbers eerbiedig blijven omgaan met de laatste der Salina’s.

Het is ook Tancredi die de beroemdste stelling van dit boek uitspreekt. Een stelling die de directe aanleiding vormde om de Tijgerkat te gaan lezen, omdat hij nieuwsgierig maakte naar de context van het verhaal. Hoe breed zou je de uitspraak kunnen interpreteren?

“Als we willen dat alles blijft zoals het is, moet alles anders worden.”

Dat Tancredi dit zegt betekende voor mij dat hij in de eerste plaats een strateeg is. Hij wist dat je alleen kunt overleven als je in staat bent je aan te passen aan wat er in je omgeving gebeurt. Liefst nog een stapje meer, want de concurrentie zit niet stil. En dat is keihard werken, om niet te verliezen.

Rode Koningin

Dit fenomeen, waarbij concurrerende soorten steeds moeten veranderen om te behouden wat ze hebben, is afkomstig uit de evolutiebiologie en wordt wel het Rode Koningin Effect genoemd, vernoemd naar de rode koningin uit het boek Alice in Wonderland.

Now, here, you see, it takes all the running you can do, to keep in the same place.

red queen
Rode koningin effect en de stelling van de Tijgerkat
Rode Koningin, tekening Wendy Kiel

Als een soort niet in staat is om voldoende mee te verbeteren met de concurrentie, zal het uiteindelijk verdwijnen. Door de evolutiebiologie is het Rode Koningin effect beschreven voor soorten, organismen die zich met elkaar kunnen voortplanten tot nieuwe nakomelingen.

Maar als je breder kijkt, geldt het ook voor koninkrijken en dynastieën. Zoals die van don Fabrizio, de Tijgerkat. Wat hij beschrijft, wat hij beleeft, is een topzware adelstand, verworden tot een doel op zichzelf dankzij de overvloedige rijkdom en nutteloosheid.

“De rijkdom was in de vele eeuwen van haar bestaan omgezet in ornament, weelde, genoegens, louter hierin. (..) De rijkdom had, als oude wijn, onderin het vat de droesem achtergelaten van de hebzucht, van de goede zorgen, van de voorzichtigheid ook, zodat alleen de gloed en de kleur bewaard waren gebleven.”

Implosie

Door de jaren heen waren de Salina’s en de andere adellijke families een eigen biotoop gaan vormen. Ze ontwikkelden hun eigen regels, omgangsvormen en gedragsvoorschriften, die geen enkele relatie met de werkelijke wereld meer had. Ze hebben zichzelf geïmplodeerd, zonder dat ze het doorhadden. Op een enkeling na dan, zoals de Don. Maar die had er de kracht niet meer voor om er nog wat aan te veranderen.

Niet dat de implosie voor een vacuüm zorgt, trouwens. De nieuwe machthebbers dienen zich al aan, ziet Fabrizio. En hij weet dat dit niet de laatste keer zal zijn dat de bestuurlijke elite zichzelf vernietigt.

“Mocht deze klasse verdwijnen, zoals dat al zo vaak is gebeurd, dan zou er dadelijk een andere opstaan die net zo is, met dezelfde feilen en kwaliteiten. Die zou zich dan wellicht niet meer beroepen op het bloed, maar op, wat zal het zijn, ….op het feit dat iemand langer op een bepaalde plek woont dan iemand anders, of op zogenaamde diepgaandere kennis van de een of andere voor heilig gehouden tekst. (..) Dit alles zou niet zo mogen blijven, maar het blijft zo, altijd: wat de mens altijd noemt, welteverstaan, een eeuw, twee eeuwen. Daarna zal het anders zijn, maar erger.”

Tomasi met zijn neef Lucio Piccolo, omstreeks 1930.

Het is verleidelijk om de stelling van de Tijgerkat nog breder te interpreteren en te vertalen naar de huidige tijd, de situatie nu, merkte ik tijdens het lezen.

Te vertalen naar de grote bedrijven, die zich misschien overleefd hebben in een uitgerangeerd en achterhaald businessmodel.

Naar de politieke partijen, die drukker met zichzelf zijn geweest dan met hun opdracht en nu de aansluiting met het volk dreigen te missen.

Of naar de televisieprogramma’s, waar de sterren begonnen te geloven dat ze goden waren en boven de wetten stonden uit de gewone mensen wereld.

Naar vul maar in. Zelfs naar jezelf, als je maar oud genoeg bent.

Wie dit prachtige boek van Tomasi eenmaal heeft gelezen weet dat uiteindelijk alles anders zal worden zonder dat het blijft als het was. Maar ook met melancholie valt prima te leven, tot “de bulderende zee opeens volkomen stil valt.”

De smaak van pils. Update 5 augustus 2022

“Als we willen dat alles blijft zoals het is, moet alles anders worden.” Als je eenmaal bewust bent van deze uitspraak kom je hem opmerkelijk vaak tegen. Het is een beetje de vraag of alle gebruikers de Tijgerkat ook daadwerkelijk gelezen hebben, maar het is in ieder geval geen obscuur aforisme meer.

Waar ik de uitspraak wel verwacht had, maar niet tegenkwam was in een reportage over pils brouwen. “Om altijd exact hetzelfde pilsje te krijgen, moet de brouwer constant vernieuwen,” kopte het artikel. Daarin legt brouwer Emiel Hendrikx uit dat pils een lastig bier is om te brouwen.

Het recept van Martinus Nuchter is uitgedokterd door de supercomputer Watson om goed aan te sluiten bij het karakter van Groningen.

Dat komt vooral omdat pils valt onder het Bierbesluit 1926. Daarin staat precies beschreven waaraan een pils moet voldoen. Het is daardoor heel lastig om smaakverschillen te camoufleren, wat met speciaalbieren wel kan. Bovendien is de pilsdrinker gehecht aan zijn merk met diens karakteristieke smaak.

Het gevolg is dat de receptuur wekelijks wordt aangepast om maar dezelfde kwaliteit te behouden. Zelfs tussen twee verschillende installaties wordt anders gebrouwen om hetzelfde resultaat te bereiken. Alleen het gist is altijd hetzelfde.

“Bijna elke brouwronde kijkt Hendrikx daarom of hij minuscule aanpassingen moet doen – in de doseringen van mouten, of de hoppen bijvoorbeeld – om telkens een constant resultaat te krijgen. Ook investeringen in bijvoorbeeld nieuwe brouwketels en gistmanagementsystemen zijn daarop gericht. Kortom: innoveren om dat pilsje zoveel mogelijk gelijk te houden.”

En zo keek ik toch opeens weer anders naar mijn glaasje pils; nooit geweten dat er zo veel moest veranderen om alles te houden zoals het was.


Dit is het tweede blog over literatuur en crisis. Eerder schreef ik over Stijn Streuvels en de overeenkomsten tussen een oude oorlog en de nieuwe pandemie. Een ander blog dat je misschien leuk vindt gaat over de onderstroom bij crisis. En The Red Queen Effect staat ook in het Glossarium


« Oudere berichten

© 2022 Rizoomes

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑