ICS, een gestructureerde aanpak van grootschalige incidenten (deel 3)

Maart 2015, Dimi Vercammen en Bert Brugghemans

In een eerste artikel werd de noodzaak van een werkbaar Incident Command System of ICS uitgeschreven in functie van de brandweerhervorming. Het is duidelijk dat de schaalvergroting van de brandweer vraagt om duidelijke afspraken en structuren om een kwaliteitsvolle hulpverlening aan de burger te kunnen garanderen. Hier houdt het niet op: éénduidige werkwijzen dragen rechtstreeks bij tot de veiligheid van het ingezette personeel, onze brandweermannen. Om een ICS compleet te maken moet het dynamisch en modulair kunnen gebruikt worden. Het is van groot belang dat de structuur kan aangepast worden aan de noden van een incident. We moeten hier zelfs een stap verder gaan en op voorhand nadenken over situaties die zouden kunnen mislopen. Een mooi voorbeeld hiervan is BIN (Brandweerman in Nood) waarin operationele brandweermannen worden opgeleid om correct te handelen als het fout gaat tijdens een incident. In een ICS moet een BIN procedure naadloos kunnen geintegreerd worden. Concreet zal men van tevoren kunnen bepalen welke middelen en acties er moeten uitgevoerd worden bij het versturen van een ‘mayday’ door een operationeel team en dit op de verschillende niveaus van de commandostructuur.

In een tweede artikel zijn verschillende buitenlandse commandosystemen toegelicht. Uit deze systemen zijn enkele belangrijke lessen weerhouden om een gefundeerd Belgisch Incident Commandosysteem uit te werken. De nadruk bij de verschillende commandosystemen ligt steeds bij het standaardiseren (incidenten indelen, eenheden definiëren,…) en ondersteuning van leidinggevenden in functie van de noden van het incident.

Uniform voor het hele land

Een ICS moet duidelijk zijn en structuur kunnen bieden voor iedereen die ermee zal werken. Het moet dus geïntegreerd worden op alle niveaus. Het merendeel van de routinetaken die de brandweer moet uitvoeren zijn vrij beperkt van omvang en bijgevolg overzichtelijk. Momenteel worden deze opdrachten (meestal) zonder versterkingen van andere korpsen uitgevoerd. Vandaag wordt de interventie afgehandeld met het eigen personeel die de op postniveau aangeleerde procedures kunnen uitvoeren.

Bij grootschalig optreden krijgt het operationeel brandweerpersoneel te maken met complexe en vaak onoverzichtelijke incidenten. Deze tussenkomsten kunnen niet meer aangepakt worden met eigen middelen. Bij deze incidenten zal opgeschaald worden en zullen de versterkingen van andere posten of zelfs van andere brandweerzones komen. Elk personeelslid krijgt te maken met een situatie die afwijkt van de aangeleerde routines.

In de brandweerzone zal men ook tijdens de routineopdrachten geconfronteerd worden met middelen en personeel van andere kazernes. Bij het samenstellen van een basisuitruk aan de hand van een netwerkmodel moet men rekening houden met de restdekking in een bepaald gebied. De wereld draait door en er moet aandacht besteed worden aan de continuïteit van de hulpverlening tijdens grootschalige incidenten. De posten zullen veel meer samenwerken dan in het vroegere systeem van de autonome brandweerkorpsen. Dit bevestigt de noodzaak aan een globaal en uniform commandosysteem.

Commandostructuur

De commandostructuur zal je steeds in verschillende niveaus moeten indelen. De niveaus kunnen naar analogie met het drielagig Angelsaksisch model (FRS UK) en de gebruikte commandostructuur bij de politie benoemd worden met de volgende benamingen: Gold (strategisch), Silver (tactisch) en Bronze (operationeel). Een verduidelijking van de niveaus vind je terug in ‘ICS, gestructureerde aanpak van incidenten – deel 1’.

©Dimi Vercammen

Commandostructuur

De commandostructuur kan ingevuld worden aan de hand van 2 bepalende factoren: de situatie en de competenties van beschikbaar personeel. Hier maken we een eerste verwijzing naar een gericht opleidingsprogramma op alle niveau’s met als doelstelling dat zowel leidinggevenden als uitvoerenden de commandostructuur moeten kennen, begrijpen maar vooral kunnen toepassen.

Incidenten structureren

Incidenten zijn steeds afwijkende situaties die gepaard gaan met chaos en onduidelijkheden. Bij aankomst op een incident moeten er beslissingen genomen worden en beschikken we niet steeds over een volledig en correct beeld van het incident. De wanorde waarmee de brandweer geconfronteerd wordt moet zo snel mogelijk opgehelderd worden. Het toepassen van gestandaardiseerde basisvertrekken en incidenttypes zorgt ervoor dat de brandweerorganisatie zijn LVO (leider van de operatie) optimaal kan ondersteunen vanaf de oproep. Door op voorhand na te denken en te bepalen welke middelen je tegenover een bepaald incidenttype plaatst, kan je ook snel een oordeel vormen over het aantal leidinggeven die je voor dit incident nodig hebt. Het opschalen in personeel en middelen moet rechtstreeks gekoppeld zijn aan opschaling van leidinggevenden.

Interventiegebied

Het gestructureerd indelen van het interventieterrein biedt eveneens duidelijkheid aan elk personeelslid. Op het interventieterrein moeten enkele noodzakelijk ‘objecten’ voorzien worden. Een correcte bepaling ervan draagt bij tot het structureren van het inzetgebied.

Perimeters

Bepalen van uitsluitings-, isolatie- en ontradingsperimeter (resp. rode, oranje en gele zone) is noodzakelijk. Ondersteunend moet deze indeling weergegeven worden aan de hand van een duidelijke beeldvorming om de communicatie hierrond te verduidelijken. Op deze manier heeft elke betrokken brandweerman een duidelijk beeld van de opbouw van het interventiegebied en de bijhorende restricties per perimeter of zone.

Opvang versterkingen

Bij het organiseren van de beschikbare middelen moet men enkele de noodzakelijke middelen op het terrein inzetten. Om voertuigen correct te positioneren heb je slechts één kans. Het is moeilijk om de voertuigen binnen de interventiezones te verplaatsen eens ze zijn opgesteld. Het bepalen van een opvangpunt (Punt Eerste Bestemming – PEB) voor de versterkingen of ‘staging area’ (USA) op voldoende grote afstand van het incident zal dit probleem vermijden. Op deze plaats verzamelen alle middelen en personeel die als versterking opgeroepen zijn.

De versterkingen die effectief ingezet moeten worden, worden afgeroepen en door een verantwoordelijke op de opvangplaats toegewezen aan een flank- of sectorcommandant. De bevelvoerder van de eenheid neemt contact op met de verantwoordelijke flankcommandant, via de vooraf bepaalde gespreksgroep, om de inhoud van zijn opdracht te ontvangen.

Way in / way out

Om de problematiek van het vastrijden van brandweervoertuigen te vermijden is het noodzakelijk om een aanrijroute te bepalen en door te geven. Er zal een circulatieweg ontstaan voor voertuigen die zich begeven van het opvangpunt voor versterkingen naar de locatie van hun opdracht, deze toegang zal way-in genoemd worden. De voertuigen die de interventieplaats verlaten, doen die via de way-out.

Commandopost of CP-Ops

Het aanduiden en kenbaar maken van een commandopost is zeer belangrijk om structuur in je interventiegebied te krijgen. In de praktijk zien we de opstelling van een commandopost in de isolatieperimeter. Op deze manier kunnen de leidinggevenden zich op een vlotte manier verplaatsen tussen de ‘werkvergaderingen’ en het aansturen op het terrein. Vanuit de commandopost zal men de acties van ingezette eenheden coördineren om het incident aan te pakken. Hou er rekening mee dat een ICS vereist dat er tijdens een grootschalige interventie zowel een CP-OPS als een CP-BW zal nodig zijn. Deze laatste is dan de commandopost om het ICS aan te sturen, waar de CP-OPS de multidisciplinaire commandopost uitmaakt.

Indelen van personeel – eenheden

Enkel het terrein structureren is niet voldoende. De ingezette eenheden moeten ook ingedeeld worden om een plaats in de commandostructuur te krijgen. Men kan de eenheden indelen op basis van hun taak (basiseenheid brandbestrijding, eenheid Tankwagentransport, eenheid signalisatie,…), we spreken van een functionele indeling. Elke eenheid zal aangestuurd moeten worden door een verantwoordelijke bevelvoerder.

Sectorisatie

Als het incident zich over een uitgestrekt gebied verspreid heeft (vb. kettingbotsing over enkele honderden meters), kan het nuttig zijn om het terrein te verdelen in sectoren.

Voorbeeld:
Stel dat men de interventiezone van een kettingbotsing verdeeld in vier sectoren. Je kan dan een eenheid technische hulpverlening (Eenheid THV) in sector 3 hebben, maar ook een eenheid brandbestrijding (Eenheid Brand) in diezelfde sector. De leidinggevende op het niveau Silver van sector 3 zal beide eenheden aansturen. De leidinggevende van een eenheid is dan de bevelvoerder op het niveau bronze in de commandostructuur.

De sectorisatie of indeling van de ploegen en het aanduiden van de respectievelijke sector- of flankcommandanten kan best zo snel mogelijk gebeuren. Het incident kan stelselmatig en structureel opgebouwd worden. Voor bepaalde incidenten, zoals een woningbrand, is het mogelijk om te sectoriseren volgens een vast patroon. Door regelmatig te sectoriseren bij tussenkomsten, leert iedereen werken met deze manier vaneen interventie overzichtelijk te maken. Het werken en aansturen in sectoren heeft slechts een kans op slagen als per sector één bevelvoerder als aanspreekpunt aangeduid wordt. De bevelvoerder kan de functie van sectorcommandant opnemen en is verantwoordelijk voor de operationele aansturing in de aangeduide sector.

Voorbeeld sectoriseren bij vrijstaande woning:
Bij een gebouw is het nuttig om een indeling toe te passen die gebaseerd is op de gevels. De voorste gevel duiden we aan met de letter A, de linkergevel zal de B-gevel worden. De achtergevel noemen we C-gevel om uiteindelijk te eindigen met de rechtergevel als D-gevel. De naamgeving start bij de voorste gevel en zal in wijzerzin opgebouwd worden. De LVO die als eerste ter plaatse komt, bepaalt de A-gevel.

Het routinematig benoemen van gevels bij incidenten in gebouwen draagt bij tot duidelijkheid bij alle brandweermannen.

Command Support

De bovenstaande maatregelen dragen bij tot een overzichtelijk en structureel opgebouwd interventieterrein. De ingezette eenheden kunnen op een zelfregulerende manier (deel)opdrachten uitvoeren in de toegewezen sectoren. Een belangrijk aandachtspunt tijdens grootschalige en complexe incidenten is het principe dat je bij operationele opschaling evenredig moet opschalen met leidinggevenden. Een principe dat bij ons nog niet gekend is, is command support. In de Angelsaksische landen wordt de commandostructuur, in functie van het incident en de ingezette operationele middelen, evenredig opgeschaald.

Een incident command system moet de mogelijkheid bieden om ook op te schalen met een eenheid command support. De functie van deze eenheid is er op gericht om de leidinggevenden te ondersteunen. Het spreekt voor zich dat de command support georganiseerd moet worden op verschillende deelgebieden. De werkgebieden van de eenheid command support zal afgestemd moeten worden in functie van het incident. De samenstelling op vlak van personeel zal gebeuren op vlak van competenties.

Informatiemanagement

Bij (grotere) incidenten komt er op korte tijd enorm veel informatie op de leidinggevende af. Het is onmogelijk om alle informatie te filteren, te interpreteren en vervolgens te implementeren in de bevelvoering door één persoon. De informatie(toe)stroom wordt uit verschillende kanalen gevoed. Je krijgt specifieke informatie van bedrijven, situatierapporten van het eigen personeel, gegevens en beeldmateriaal door de burgerjournalistiek via sociale media. Als de inkomende informatiestroom gereduceerd kan worden naar essentiële informatie, zal dit meegenomen worden in het beslissingsproces.

Operationele ondersteuning

Als leidinggevende of sectorverantwoordelijke is het niet altijd mogelijk om binnen een aanvaardbare span of control te werken. Sommige opdrachten moeten simultaan uitgevoerd worden, soms ben je even niet beschikbaar als leidinggevende wegens een overleg in de CP-Ops. Om continuïteit te garanderen en alle opdrachten tot een goed einde te brengen, is het nuttig om een liaison- of verbindingspersoon in te zetten. Deze persoon zal je communicatiekanalen uitluisteren als je in overleg bent en bij dringende berichten op de hoogte brengen. Op deze manier kan je ongestoord overleg voeren en toch beschikbaar blijven voor dringende meldingen, zonder dat je concentratievermogen hier onder te lijden heeft.

Logistieke ondersteuning

Grootschalige incidenten kenmerken zich door een lange interventietijd. Het ingezette personeel moet tijdig afgelost kunnen worden en moet tijdens de interventie kunnen rekenen op catering en een sanitaire voorziening. Bij langdurige interventies moet er ook nagedacht worden over aflossing van personeel. Deze aspecten zijn zeer belangrijke voor het operationele personeel. Als leidinggevende moet je deze bekommernis uitbesteden zodat je je op de inzet kan concentreren. De eenheid command support kan deze opdracht op zich nemen.

Omdat de eenheid command support actief kan zijn op verschillende deelgebieden van het brandweerwerk kan de leidinggevende vele opdrachten delegeren en uitbesteden aan deze eenheid. De leidinggevende kan zich gericht blijven bezighouden met de kerntaken die nodig zijn om het incident af te handelen.

Besluit

Met deze reeks van drie artikels over de gestructureerde aanpak van interventies is er een draagvlak geboden om een Belgisch Incident Command System uit te werken. Het aanbieden van structuur tijdens interventies draagt bij tot een veiligere werking van de brandweer. Door het systeem op een dynamische en modulaire manier op te vatten kan je de structuur aanvullen met de modules die je nodig hebt. De invulling van deze modules moet doordacht gebeuren zodat we voldoende slagkracht kunnen genereren. Een ICS moet als toolbox opgevat worden. De leidinggevende beschikt over verschillende modules die noodzakelijk zijn voor de aanpak van het incident. Afhankelijk hoe het incident evolueert, kunnen modules ingevoegd of afgebouwd worden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.