Wanderings

Auteur: Ed (Pagina 1 van 19)

Het met-de-kennis-van-nu syndroom

Leestijd: 3 minuten

Het werd uiteindelijk een trouwboekje met een strafblad. “Hadden ze de bruiloft maar met zijn tweeën gevierd”, treurde Grapperhaus achteraf ter verdediging in de Tweede Kamer. Een typisch geval van het-met-de-kennis-van-nu syndroom, de ultieme smoes om iets goed te praten wat je vooraf had kunnen weten. En het zou zo maar kunnen dat Balkenende er de uitvinder van is.

Berichtje uit de Volkskrant van 7 september 2020.

Het is 20 maart 2003. The Coalition of the Willing valt Irak aan. Nederland doet officieel niet mee en verleent slechts politieke steun, zo heet het. Later blijkt dat echter niet helemaal waar te zijn. Er werden ook Nederlandse commando’s en F-16’s ingezet.

De Tweede Kamer volgt het allemaal met argusogen en drijft het kabinet steeds verder de hoek in. Uiteindelijk zwicht Balkenende voor de politieke druk en stelt de commissie Davids in, teneinde een parlementaire enquête te voorkomen. Davids concludeert in zijn rapport dat ‘een adequaat volkenrechtelijk mandaat’ voor de inval in Irak ontbrak. Dat is een niet gering verwijt aan het adres van de regering.

Op 13 januari 2010 is er in de Tweede Kamer een debat over het rapport, waarin Femke Halsema vraagt aan Balkende of hij nu weer dezelfde beslissing zou nemen. Zijn antwoord is inmiddels legendarisch: “Als je met de inzichten van nu terug zou kijken, denk ik dat je het anders zou hebben gedaan.”

Met-de-kennis-van-nu

‘Met-de-kennis-van-nu’ is sinds die tijd de reddingsboei van velen die forse kritiek kregen. Geen marinierskazerne naar Zeeland, discriminatie bij de Belastingdienst, burgerslachtoffers na bombardementen op Hawija? Met-de-kennis-van-nu hadden we het niet gedaan. Het is een general disclaimer, het met-de-kennis-van-nu syndroom.

Mensen maken fouten, dat klopt, en vaak doen ze dat niet expres. Maar mensen nemen ook bewust risico’s die ze achteraf toedekken met zogenaamd nieuwe kennis en inzichten. Of ze wisten het wel, maar hadden geen zin er iets aan te doen. Of namen aan dat het zo’n vaart niet zou lopen. Of hadden slechte afspraken gemaakt over wie er verantwoordelijk was. Of het kon ze misschien niet eens schelen. We zullen het elke keer weer nooit weten en we zullen er ook niks van leren, dankzij het met-de-kennis-van-nu syndroom. De ultieme smoes om iets goed te praten wat je vooraf had kunnen weten. Of al wist.

Papendal

Dat syndroom is niet slechts voorbehouden aan de politiek. 9 januari 2018 suist BMX’er Jelle van Gorkom van de startschans op Papendal, waar hij zich een fractie later met zestig km/u kapotrijdt op een ketting, die daar gespannen was om onbevoegd gebruik van de baan tegen te gaan. Van Gorkom ligt weken op de intensive care en zal nooit meer herstellen van zijn verwondingen. Tegenwoordig gaat hij gehandicapt door het leven.

De BMX baan op Papendal, screenshot via Google Maps

Toen ik hier voor het eerst van hoorde was ik kwaad. Wat voor bedrijf ben je als je onderaan zo’n schans, buiten het zicht, een ketting spant om illegaal gebruik tegen te gaan? Dan weet je toch dat je mensen in gevaar brengt?

Vanuit de kranten doemt over die vraag een mist op aan onduidelijke procedures en verantwoordelijkheden, de kroniek van een aangekondigd ongeval. Daar heb je geen kennis van nu voor nodig, dat zag je toen ook al, als je echt had gekeken. Maar-met-de-kennis-van-nu hadden ze die ketting niet aangelegd, vast niet.

Wat ik me nu al heel lang afvraag: zouden ze er op Papendal echt ook wat van geleerd hebben? Of hebben ze alleen die ketting weggehaald? Hebben ze die ketting eigenlijk wel weggehaald?

Dit blog is ook verschenen als column in NVVK Info 2020-3. Het is onderdeel van het hoofdstuk Veiligheid op Rizoomes.

Kleine taxonomie van de ongewenste gebeurtenis

Leestijd: 10 minuten

De ongewenste gebeurtenis is in zijn oervorm een brand of een natuurramp, zoals een overstroming, maar komt tegenwoordig in vele gedaanten voor. In zoveel gedaanten zelfs, dat een classificatie van de ongewenste gebeurtenis op zijn plaats is. Want ze kennen allemaal een eigen karakteristiek die voor elke basisvorm vraagt om een gerichte aanpak, met daarbij horende specifieke competenties. One size doesn’t fit all in dit geval en dat is precies het belang van deze kleine taxonomie.

Ik beschrijf in dit blog de vier basisvormen van de ongewenste gebeurtenis zoals ik die in de praktijk ben tegengekomen: de spoedeisende hulpverlening, de disruptie, de dreiging en de crisis. Wat ik de afgelopen jaren zag gebeuren is dat we alles crisis zijn gaan noemen. Ik heb daar trouwens vrolijk aan mee gedaan. Lange tijd was dat ook niet zo’n punt, maar vanaf 2014, eigenlijk met de aanslag op de MH17, merkte ik dat de oude, organisch gegroeide opvattingen en definities niet goed meer klopten.

Crisismanagement en incidentbestrijding waren geworden als de timmerman die de wereld beziet met hamer en spijkers. Steeds weer deden zich nieuwe incidenttypen voor, elk met een andere karakteristiek, waar wel elke keer hetzelfde instrumentarium tegenaan werd gezet. In een toenemend aantal gevallen bleek dat instrumentarium achteraf echter niet toereikend, omdat mensen niet over de juiste competenties, opleiding en mandaten beschikten. Voor het bestrijden van een brand zijn andere dingen nodig dan het managen van een bedrijfsverstoring of een crisis, zo blijkt in de praktijk.

Dat we met zijn allen de boel zo door elkaar zijn gaan gooien komt door gebrekkige definities enerzijds en door een veranderend incidentenlandschap met slordig taalgebruik anderzijds. Hoe dat laatste zo gelopen is, wordt beschreven in de volgende paragraaf over spoedeisende hulpverlening. Wat de definities betreft het volgende: ik gebruik incident en calamiteit als synoniem voor de ongewenste gebeurtenis; alles met narigheid en ellende, schade en levensgevaar op één hoop zonder verdere specificering. Dat is schrijf-technisch ook wel zo lekker, dan kan je een beetje variëren in het woordgebruik.

Voor de vier basisvormen van de ongewenste gebeurtenis hanteer ik definities die zijn afgeleid- en gebaseerd op de ISO 22301. Daardoor zijn ze bij uitstek geschikt voor gebruik in en over organisaties, zowel publiek als privaat. Of ze daarmee ook geschikt zijn om de overheidstaak op het gebied van rampenbestrijding en crisis te beschrijven weet ik niet 100% zeker. Misschien niet naar de letter, maar wel naar de geest. Wellicht iets voor een later blog.

De Bijlmerramp is in de kern een spoedeisende hulpverlening die uiteindelijk een crisis werd, uitmondend in een parlementaire enquete. Wie zou die verstopte gebeurtenis toen hebben gezien? In het begin werd trouwens nog gesproken over de ramp na de ramp. Foto ANP.

In dit blog ga ik nu verder in op de incidentontwikkeling van de afgelopen dertig jaar, te beginnen met de spoedeisende hulpverlening en dan via de ramp naar de crisis. Vervolgens komen we via de disruptie, crisismanagement en de kleine taxonomie uit op de verstopte gebeurtenis. Die heb ik bewaard tot het eind. Het is overigens best een longread geworden met nogal wat verwijzingen naar andere blogs. Dus als je zin hebt kun je er zo een regenachtige namiddag mee vooruit.

Spoedeisende hulpverlening

Toen ik zo’n dertig jaar geleden naar de brandweeracademie ging zag het incidentenlandschap er overzichtelijk uit. Er was natuurlijk brand, de oervorm van de ongewenste gebeurtenis. Het is niet voor niets dat de brandweer ook wel het oudste beroep ter wereld wordt genoemd. Ook oud, vanaf het moment dat er water was op deze planeet, is het waterongeval. Een Viriliootje eigenlijk, de uitvinder van het water was ook de uitvinder van het waterongeval. Dat dus.

Met de ontwikkeling van de techniek is er in de loop der tijd technische hulpverlening en ongevallenbestrijding gevaarlijke stoffen aan het scala incidenten toegevoegd. Als verzamelterm voor al die verschillende incidenttypen werd spoedeisende hulpverlening gebruikt. Nu nog steeds, trouwens. Daarmee is spoedeisende hulpverlening één van de vier basisvormen van de ongewenste gebeurtenis.

En dan had je nog de ramp. Dat is een heel grote en omvangrijke spoedeisende hulpverlening met als belangrijkste kenmerk dat er een acuut tekort is aan alle noodzakelijke materiaal en materieel om de situatie adequaat aan te kunnen pakken. Er is zelfs een eigen definitie in de wet rampen en zware ongevallen over opgenomen:

‘Een ramp is een gebeurtenis waarbij een ernstige verstoring van de openbare veiligheid is ontstaan, waarbij het leven en de gezondheid van vele personen, het milieu of grote materiële belangen in ernstige mate worden bedreigd of zijn geschaad, en waarbij een gecoördineerde inzet van diensten en organisaties van verschillende disciplines is vereist om de dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken.’

Ik weet nog goed dat een ramp begin jaren negentig vooral werd gezien als een heel groot ongeval gevaarlijke stoffen. Een wolk chloor die over de binnenstad trok bijvoorbeeld, of een kernexplosie, dat soort ongewenste gebeurtenissen. En dat oefenden we dan regelmatig, meestal met een tabletop en heel veel kaartmateriaal. Zoals ik ooit in dit blog over de kunst van het verliezen heb geschreven.

Ergens voelde het toen of de rampenbestrijding wel af was. Natuurlijk was er altijd nog een grotere ramp te bedenken, maar omdat je de kleinere ramp ook al niet echt aan kon en het in dergelijke gevallen wachten was tot de tijd haar werk had gedaan, bestond er breed de gedachte dat dit het wel was. Meer tijd en geduld, dat was het enige wat je nog nodig had.

Van ramp naar crisis?

Maar dat was buiten de waard gerekend. In de eerste jaren van de éénentwintigste eeuw verruimde het begrip ‘ramp’ opeens vrij snel naar crisis. In de wet veiligheidsregio’s werd crisis gedefinieerd als tegenhanger van ramp, maar dan op het gebied van de openbare orde. Voornamelijk omdat de politie deel zou gaan uitmaken van de veiligheidsregio’s en die ook iets te doen moesten hebben met een wettelijke basis. Vandaar dus die toevoeging van crisis aan de wet, wat uiteindelijk een enigszins blinde darm-achtig bestaan is gaan leiden toen de politie helemaal niet naar de veiligheidsregio’s kwam, maar genationaliseerd werd onder het ministerie van justitie en veiligheid.

Bij de ontruiming van de Lucky Luijk in 1982 werd o.a. deze tram in de brand gestoken. Een typisch hybride vorm van emergency response naar disruptie. Foto ANP / Cor Mulder

In het handboek nationale crisisbesluitvorming is de definitie van crisis overigens losgemaakt van openbare orde en wordt er gesproken over crisis als een ongewenste gebeurtenis die de nationale veiligheid bedreigt, “indien de vitale belangen van de Nederlandse Staat of de samenleving zodanig bedreigd worden dat er sprake is van (potentiële) maatschappelijke ontwrichting.”

Op Schiphol brachten we dat denken indertijd in de praktijk door samen met de veiligheidsregio en de KMar het rampbestrijdingsplan aan te vullen met scenario’s als kaping, gijzeling en infectieziekten. Het resultaat werd crisisbestrijdingsplan gedoopt en zo heet het nog steeds. Inmiddels is het fenomeen crisisbestrijdingsplan in alle regio’s gemeengoed geworden.

Vanaf dat moment veranderde er van alles in de veiligheidsregio’s; medewerkers rampenbestrijding werden crisismanagers; brandweer verwerd van eerzaam beroep tot stiefzus van de crisisbeheersing; en in het wettelijk taalgebruik verdween het woord ramp en sprak men alleen nog maar over crisis.

In mijn ogen is die ontwikkeling een devaluatie van het begrip crisis geweest die geen recht doet aan de karakteristiek van deze tweede basisvorm uit de kleine taxonomie. Net zomin vind ik dat het begrip crisis slechts beperkt moet blijven tot scenario’s op het gebied van openbare orde. Ik kom daar straks nog op terug. En overigens ben ik ook van mening dat de brandweer in de oude status hersteld dient te worden en recht heeft op een eigen academie.

Disrupties

Terwijl de veiligheidsregio’s zich gezamenlijk verdiepten in het definiëren van hun eigen taakstelling en organisatiestructuren ging de rest van de wereld gewoon door met zijn eigen dingetjes. Zo was Nederland ondertussen gegroeid van 14 naar 17 miljoen inwoners, werd de wereld veroverd door het internet, konden veel productieprocessen niet meer plaatsvinden zonder ICT-toepassingen, werd de handel nog verder geglobaliseerd en ontstonden er ingewikkelde, intercontinentale demand- en supplyketens.

Alles moest groter, sneller, efficiënter en just in time. Met een nieuw fenomeen op het gebied van de ongewenste gebeurtenis tot gevolg: disrupties. Processen die ernstig verstoord raakten door een single point of failure in een keten, uitval van een computersysteem, een elektriciteitsstoring, dat soort dingen. Soms veroorzaakt door een spoedeisende hulpverlening, maar meestal niet.

Disrupties blijken een eigen dynamiek te hebben die niet automatisch aansluit op de regionale opschaling. Sowieso wordt vaak niet eens de overheidsdrempel overschreden en als dat onverhoopt toch gebeurt, is de overheid niet de bronbestrijder maar de effectbeheerser. Aan de bron zitten namelijk problemen als stroomstoring en uitval ICT, met als mogelijk gevolg grote drukte, files en mensenmassa’s. Voor dat soort bronbestrijding bestaat geen nood aan een peloton of een compagnie, maar aan een storingsdienst met vakbekwame techneuten.

Wat mij de pak ‘m beet laatste zeven jaar steeds meer opviel was dat het karakter van ongewenste gebeurtenissen begon te veranderen. Spoedeisende hulpverlening nam in frequentie en complexiteit af, terwijl disrupties juist flink toenamen, met soms onverwacht grote effecten en dito verontwaardiging in de maatschappij tot gevolg. Het was mij bovendien niet ontgaan dat de benodigde vakbekwaamheid voor het oplossen van een disruptie een andere is dan die voor het uitvoeren van spoedeisende hulpverlening. Maar dat is lang niet altijd en overal zo ingeregeld. Disrupties gaan namelijk over business continuity management. En dat is echt wat anders dan spoedeisende hulpverlening.

Crisismanagement

Er is nog iets wat me de afgelopen jaren steeds duidelijker werd, en dat is dat crisismanagement niet hetzelfde is als spoedeisende hulpverlening. Crisis is veeleer de culminatie van een continue verandering die al jarenlang doorsuddert en zich dan opeens onverwachts en in alle hevigheid openbaart als een ongewenste gebeurtenis. Crisis is daarom het resultaat van een proces van schuring, scheuring en daarna verwijdering, een fundamental surprise, een paradigmashift dan wel een incubatieperiode. Het is een omwenteling, zoals Jared Diamond schrijft:

“We kunnen een crisis dus zien als een moment van de waarheid: een keerpunt, waarbij de omstandigheden voor en na dat ‘moment’ veel meer van elkaar verschillen dan voor en na de meeste andere ‘momenten.’

jared diamond

Crisis is dus nooit de ongewenste gebeurtenis zelf, maar wel het proces dat er onder zit. Voor de bestrijding ervan heb je andere vaardigheden voor nodig dan voor spoedeisende hulpverlening. Een crisismanager is iemand die goed kan luisteren, gevoel heeft voor verhoudingen en een meester is in de strategie van de toevallige kans.

Geduld is een kerncompetentie. En dat is heel wat anders dan wat veel trainers en adviesburo’s hun klanten tegenwoordig aanleren. De nadruk op directiviteit en actiebereidheid hoort bij emergency response thuis, bij de spoedeisende hulpverlening. Niet bij de politiek gevoelige omgeving van het crisismanagement.

De vierde basisvorm uit de kleine taxonomie is overigens de dreiging. Dreiging terreur, dreiging cyberattack, dreiging infectieziekten, dat soort dingen. Het kenmerk van een dreiging is dat je simultaan de deskundigheid van de emergency respons en de disruptie in paraatheid moet brengen zonder daadwerkelijk een inzet te plegen.

De Spaanse Griep in 1918 was crisis, dreiging, spoedeisende hulpverlening en crisis in één.
Image: courtesy of the National Museum of Health and Medicine, Armed Forces Institute of Pathology, Washington, D.C., United States.

Vaak is die actie al een (kleine) disruptie op zichzelf, omdat je bijvoorbeeld extra controleert en/of fouilleert. In een dreigingsscenario creëer je zodoende schade voordat de potentiële schade uit de dreiging zich voordoet. Dreiging heeft daardoor veel weg van het karakter van een crisis.

Naar een kleine taxonomie van de ongewenste gebeurtenis

Het zal inmiddels duidelijk zijn dat het overzichtelijk incidentenlandschap van dertig jaar geleden helemaal niet meer zo overzichtelijk is. Het is daarom belangrijk om de verschillende soorten ongewenste gebeurtenissen goed te definiëren. Als je namelijk weet wat de karakteristiek van een bepaald type ongewenste gebeurtenis is, kun je ook de (team)capabilty en de bijbehorende competenties beschrijven. Dat vergroot de kans dat je de juiste deskundigheid inzet om het probleem adequaat te managen.

Op dit moment onderken ik vier verschillende vormen van een ongewenste gebeurtenis. Die baseer ik mede op de systematiek uit de ISO 22301. Maar een definitie is soms heel klinisch, te klinisch. Daarom voeg ik er een wordcloud aan toe: een kleine verzameling woorden die het gevoel moet geven waar de betreffende ongewenste gebeurtenis voor staat.

Kleine taxonomie vd ongewenste gebeurtenis
Emergency, disruptie, dreiging en crisis zijn met elkaar verbonden. Elke ongewenste gebeurtenis scoort in meer of mindere mate op elk van de vier basisvormen, maar ontwikkelt zich soms ook van de ene naar de andere vorm. Dat is niet altijd direct zichtbaar, ik noem dat een verstopte gebeurtenis.

Ik kom dan op de volgende definities en wordclouds:

Emergency response of spoedeisende hulpverlening is de capability van een organisatie om onverwachte en acute gebeurtenissen met mogelijk gevaar voor levens en/of grote schade zo snel mogelijk te beheersen;

Woorden die er bij horen zijn: redding, spoed, blussen, ontruimen, evacueren, gevaar, mensenlevens, uitbreiding, opschaling, indammen, beheersen, neerslaan, gewonden

Continuïteitsmanagement is de capability van een organisatie om producten en diensten te blijven leveren tijdens en na verstorende incidenten (disrupties) volgens vooraf gedefinieerde, acceptabele niveaus;

Woorden die er bij horen zijn: stremming, opstopping, downtime, uitgevallen, schade, onbeschikbaar, kapot, storing, uitval, onbetrouwbaar, crowd, uitwijken, wachttijd

Dreigingsmanagement is de capability van een organisatie om ernstige dreigingen voor de veiligheid, gezondheid en continuïteit vroegtijdig waar te nemen en te verhinderen dat er een emergency, disruptie of crisis ontstaat;

Woorden die er bij horen zijn: onzekerheid, afzetten, onderzoek, onbekend, weak signals, alertering, status, kwetsbaarheid, bewaken, beschermen, onzeker

Crisismanagement is de capability van een organisatie om een abnormale en instabiele situatie te managen die de strategische doelstellingen, de reputatie of levensvatbaarheid van de organisatie bedreigt;

Woorden die er bij horen zijn: aansprakelijk, schuld, incompetentie, fout, onduurzaam, alweer, negeren, arrogant, graaiers, onverantwoord, verwijtbaar, reputatie, imago, beeldvorming, politiek

De verstopte gebeurtenis

Elke ongewenste gebeurtenis bevat vanaf de start elementen van alle vier de basisvormen. Maar daarna kan het alle kanten op. Een dreiging wordt een emergency respons en vervolgens een crisis. Een disruptie wordt een dreiging. Een emergency respons veroorzaakt een disruptie. In elke gebeurtenis zit een andere gebeurtenis verstopt.

Een moderne ongewenste gebeurtenis ontwikkelt zich dus, vaak in een onbekende, onvoorspelbare richting. VUCA noemen we dat: volatile, uncertain, complex en ambiguous. Je kan er hier meer over lezen. Situational awareness van zo’n VUCA-gebeurtenis is in die zin dus meerlagig: je moet zowel de meest emergente basisvorm zien (is het een emergency respons of een disruptie, of beide) als de mogelijke ontwikkelrichting begrijpen en voorspellen (kan het een crisis of een dreiging worden).

De verstopte gebeurtenis in de brand bij de Marbon heeft een langdurige crisis tussen korps en dienstleiding opgeleverd. Foto ANP

Kun je de verstopte gebeurtenis zien zitten? Dat is de belangrijkste competentie die elke crisismanager, incidentbestrijder, bevelvoerder en/of commandant heden ten dage moet bezitten. En de op één na belangrijkste competentie is dat je snapt dat voor die verstopte gebeurtenis mogelijk een andere deskundigheid nodig is dan die je zelf hebt en dat je bereid bent om op te schalen en over te dragen. Om dat op de juiste manier te zien, te begrijpen en voorspellen is de kleine taxonomie van ongewenste gebeurtenissen onontbeerlijk.

Samenvattend

Ja, het is nogal een verhaal geworden, dat vind ik zelf ook. Een kleine samenvatting is daarom op zijn plaats. Wat te onthouden uit dit blog:

  • Om diverse redenen zijn we in de loop van de tijd alles crisis gaan noemen, ook als het om spoedeisende hulpverlening en grote verstoringen gaat. Zolang incidenten eenvoudig zijn en qua karakteristiek veel op elkaar lijken kan dat niet zo veel kwaad. Je hebt het dan steeds over hetzelfde maar dan met een ander woord.
  • In de afgelopen jaren is echter langzamerhand een zeer gemêleerd landschap aan incidenten en ongewenste gebeurtenissen ontstaan. Die zijn niet allemaal op de juiste manier aangepakt, zo blijkt, omdat we grofweg gezegd alles met één hamer hebben aangepakt: die van de spoedeisende hulpverlening.
  • Om alle hybride incidentvormen op de juiste manier te herkennen en bestrijden is er allereerst nood aan duidelijke taal. Vandaar de vier definities bij de basisvormen spoedeisende hulpverlening, disruptie, dreiging en crisis.
  • Met die vier definities kun je aan de slag om de capabilities en competenties van je organisatie te beschrijven en te implementeren.
  • Daar hoort onder andere het vermogen bij om VUCA-situaties te herkennen, begrijpen en voorspellen. En dat is inderdaad situational awareness level 3.

En mocht je maar één ding willen onthouden, onthoud dan geen zin maar een vraag: Kun je de verstopte gebeurtenis zien zitten?

De verrassing van een foute situational awareness

Leestijd: 7 minuten

Situational awareness was opeens een buzzwoord in de wereld van incidentbestrijding en crisismanagement. Weten wat er om je heen gebeurt, zo laat het zich vertalen. Zeer geschikt om het er op abstract niveau met iedereen over eens te zijn dat de situational awareness ontbrak, hoger had moeten zijn of niet mogelijk was in het scenario van gesprek. Als je wat meer in detail gaat kijken, dan blijkt die consensus soms opeens verdwenen als sneeuw voor de zon.

Daarom leek het mij een goed idee om situational awareness eens wat nader te duiden met een heel concreet voorbeeld van een wandeling. Het laat zien hoe makkelijk een foute situational awareness ontstaat en voor welke verrassing je dan kan komen te staan. Want ja, dit was een heel onschuldige wandeling, maar in spannender omgevingen kan er wel degelijk (grote) schade ontstaan.

Waterliniepad

Stel, je gaat een stuk wandelen van het Waterliniepad, bijvoorbeeld de route tussen Bussum en Weesp. Het is zondag en mooi weer. Misschien heb je het boekje bij je, ik weet het niet, maar meestal kom je al een heel eind door het volgen van de rood-witte stickers. Lange afstandpaden lopen is niet veel gecompliceerder dan goed om je heen kijken en de bordjes, dan wel stickers, volgen. Je hebt er geen bijzondere kennis, ervaring of opleiding voor nodig.

Zo makkelijk is het eerste niveau uit het situational awareness model van Mica Endsley dus eigenlijk: het waarnemen van de relevante elementen, status en dynamiek uit de omgeving. Je komt er een heel eind mee.

Maar niet altijd ver genoeg. Op zeker moment arriveerden wij via de Verlengde Fortlaan op de T-splitsing met het Naardermeer. Daar werden onze relevante elementen uit de omgeving opeens diffuus. Naast de ongemarkeerde wit-rode stickers verschenen er namelijk ook exemplaren met het symbool van het Trekvogelpad. Verder waren er stickers met de tekst ‘alternatieve route’ en ‘gewijzigde route.’ Wat zou daar het verschil tussen zijn? Of is het misschien hetzelfde?

Om het nog ingewikkelder te maken bleek ook het Laarzenpad van Natuurmonumenten onderdeel uit te maken van de linker route. Het was echter onduidelijk of dat nu leidde tot een gewijzigde route, een alternatieve route of allebei. Hoewel dat laatste in dit geval niet kon, omdat het in tegengestelde richtingen wees.

Dit is Endsley’s situational awareness model. Proactief kun je sturen op de individuele factoren abilities, experience en training, en op de taakfactoren. Doelstellingen en aannames ontstaan in de praktijk tijdens het incident, en zijn een belangrijke input voor het noodzakelijke niveau van situational awareness. Die kan je maar ten dele vooraf beinvloeden, en dat vraagt dus om specifieke aandacht in je trainingen. In mijn ervaring is ook de long term memory store een grote factor van belang, in dit blog over de surprise sequentie aangeduid als mentale modellen. Mentale modellen kunnen heel veel informatie bevatten en ze geven veel zelfvertrouwen. Maar ze kunnen ook gewoon fout zijn of niet relevant voor de betreffende situatie, met een onprettige surprise tot gevolg.

Situational awareness level 2

Uiteindelijk gingen we naar links. Al was het maar omdat dat volgens het boekje de goede richting was. Na zo’n anderhalve kilometer kregen we het vermoeden dat het waarschijnlijk toch de verkeerde kant op was. Daarom liepen we weer terug naar de T-splitsing om opnieuw een afweging te maken. Dit was het moment waarop wij het tweede level van situational awareness moesten zien te bereiken: het begrijpen van de verhouding tussen alle waargenomen elementen uit niveau 1 in een complete ‘gestalt’, zoals Endsley het uitdrukt. Je zou het ook sensemaking kunnen noemen.

Dus wat moesten we bijvoorbeeld allemaal weten:

  • Dat er twee verschillende routes door elkaar lopen
  • Dat de gewijzigde route slaat op de werkzaamheden aan het Laarzenpad, en daarmee op het Waterliniepad
  • Dat de alternatieve route van kracht is in het broedseizoen voor het Trekvogelpad, maar dat was het nu niet
  • Dat je op het juiste kaartje in het boekje zit

Op al deze vragen hadden we nu een antwoord. Ons situational awareness level 2 was bereikt. Maar wisten we nu ook welke richting we moesten nemen? Grappig genoeg niet, daarvoor was het derde niveau van SA noodzakelijk: projectie, oftewel voorspellen hoe de situatie zich waarschijnlijk in de nabije toekomst verder zal ontwikkelen.

The task is not to see what has never been seen before, but to think what has never been thought before about what you see every day

Erwin Schrödinger (1887 – 1961)

In dit geval raadpleegden we Google Maps, om uit te zoomen en om richting te koppelen aan het doel van de wandeling, Weesp. Toen was het al gauw duidelijk. We moesten rechtsaf, over de noordzijde van het Naardermeer tot aan de Weespertrekvaart en dan weer zuidwaarts. Met dit niveau van situational awareness konden we verder weer gewoon de stickers volgen op z’n level één en bereikten we conform verwachting Weesp.

Situational awareness niveau nul

Het enige onverklaarbare was de afstand. We hadden ruim vier kilometer meer gelopen dan gepland. De oorzaak daarvan werd ons een week later duidelijk, toen we van Bussum naar Nederhorst den Berg liepen, een aansluitende route van het Waterliniepad. Opeens stonden we namelijk op precies dezelfde T-splitsing als de week ervoor. Dat is tamelijk curieus als je verschillende routes loopt.

Wat bleek: de week ervoor zijn we op enig moment de bordjes van het Trekvogelpad gaan volgen en daardoor bij de T-splitsing terecht gekomen die toevallig ook het Waterliniepad kruist. We stonden de vorige week dus op de verkeerde plek de goede informatie uit het boekje te interpreteren om richting te kiezen.

Waterliniepad
Dit is het kaartje van de route waar het fout ging. Omdat het Waterliniepad rondom Naarden / Bussum een flinke bocht maakt, kruis je op twee verschillende routes dezelfde Naardermeerweg. Wij stonden tussen de punten 40 en 41, en dat wisten we ook. Wat we toen niet door hadden was dat we op de rode lijn daarboven hadden moeten kruisen. We hadden niet gemerkt dat we eerst de stickers van het Trekvogelpad waren gaan volgen maar daarna wel weer op het Waterliniepad terecht gekomen. Allen op het verkeerde deel van de route. Maar dat ontdekten we dus pas een week later, toen we het tweede deel liepen en op precies dezelfde plek terecht kwamen.

We hadden op dat moment dus eigenlijk situational awareness niveau nul, waar we dachten op twee te zitten. Daarom hadden we ook de level drie acties nodig om uit het dilemma te komen. Mocht je je nu afvragen waarom we niet eerder zijn opgeschaald, dan zegt het model (en ik kan dat vanuit de wandelpraktijk beamen) dat de gepercipieerde complexiteit van de taak niet zodanig was dat een eerdere opschaling in situational awareness noodzakelijk leek.

Dat was natuurlijk anders geweest als we ergens midden in de jungle of boven op een berg hadden gewandeld. Dan was de voorbereiding beter geweest (you didn’t do your homework, daar is ie weer), hadden we beter materiaal bij ons gehad en hadden we ook niet echt een plan B gehad. Dat hadden we nu wel: hoe erg verdwaald kun je raken tussen Bussum en Weesp met tientallen fietsers en andere wandelaars om je heen?

Al met al een leerzame ervaring: hoe je met een eenvoudig wandelvoorbeeld iets uit kunt leggen over situational awareness. Want deze principes gelden net zo hard voor brandbestrijding, crisismanagement en noem maar op.

Wat zegt dit nu allemaal over situational awareness?

Ten eerste moet je goed beseffen dat situational awareness een psychologisch model is. Het is dus geen biologisch verschijnsel dat in de hersens is aan te wijzen. Je kunt het niet aanzetten en ook niet optillen of zo. Het is gebaseerd op het waarnemen en classificeren van gedrag, aangevuld met interviews en introspectie.

Als je wilt kun je het model bijvoorbeeld aanvullen met subcategorieën als situational awareness niveau nul. Heb ik zelf bedacht 😊. Dan zie je de elementen uit je omgeving helemaal niet eens, bijvoorbeeld door human bias als blindzicht en tunnelvisie. Of je ziet ze verkeerd, zonder dat je het weet. Waarmee ik maar wil zeggen dat het model van Endsley niet de waarheid is. Je kunt ook andere (sub)modellen gebruiken.

De drie levels van situational awareness in één oogopslag. Tekening van Wendy Kiel.

Het gaat er uiteindelijk om of een model bruikbaar is in de praktijk, vind ik. Zitten er voldoende elementen in die je kan manipuleren, sturen, veranderen. En leidt dat dan vervolgens tot min of meer voorspelbare effecten in het gedrag? Is het in te zetten om de vakbekwaamheid van mensen op een zinvolle manier te helpen vergroten? Levert het toegevoegde waarde aan de organisatie? Dat doet het model van Endsley, in ieder geval in mijn ervaring wel, en dus is het bruikbaar.

Scenario’s

Zo hebben wij op het werk scenario’s beschreven met een voorzienbaar schadebeeld (gebaseerd op de praktijk) die we gebruiken om de leden van crisis- en continuïteitsteams op te leiden naar niveau 2. Ze moeten begrijpen wat er gebeurt in primaire processen tijdens verstoringen, voor ze los mogen in de operatie. Niveau drie bereik je pas in het wild, en dan nog niet eens voor alles. Met sommige dingen doe je namelijk geen ervaring op, die zijn once in a lifetime.

Verder gebruik ik het bijvoorbeeld ook in het maken van hulpmiddelen als ‘de regels van het dode paard’, om nog maar eens wat te noemen. Voor mij zit de kracht van Endsley’s model dus met name in de anticipatie en preparatiefase. Tijdens response onder tijdsdruk ben ik er zeer terughoudend in. Dan is het nogal foutgevoelig zoals uit mijn wandelvoorbeeld blijkt. Je zit niet te wachten op een surprise door een foute situational awareness.

De capability om het juiste niveau van situational awareness te creëren tijdens een respons moet je al hebben voor die respons plaatsvindt.

Hou het in die spoedeisende praktijk dus gewoon bij de Dikke BOB of het model waarmee je opgeleid bent, zou ik zeggen. Vervolgens kan Endsley wel weer goede diensten bewijzen in de review en learnfase. Daarover wellicht meer in een volgend blog.

Dit is het vijfde deel van de surprise dagboeken. Eerdere afleveringen vind je hier. Het blog is ook gelinkt aan ‘Human Factors’. Daarover vind je hier meer blogs.

Het ontstaan van de surprise dagboeken

Leestijd: 3 minuten

Het derde deel van de surprise dagboeken gaat over het ontstaan van dat thema. Wat is er aan vooraf gegaan? Hoe is het naar boven gekomen? En wat kun je als lezer verwachten, de komende tijd?

Rizoomes is een proces

Volgens Jared Diamond zijn de meeste individuele en nationale crises de culminatie van geleidelijke veranderingen die vaak al jaren aan de gang zijn. Niet dat Rizoomes in een crisis heeft gezeten, dat niet. Maar het is wel zo dat er al geruime tijd allerlei ontwikkelingen speelden waardoor ik in de winter van 2019 – 2020 besloot om het roer van Rizoomes om te gooien; geen brandweerkunde meer als centraal thema. Maar wat dan wel?

Om daar achter te komen besloot ik om de website te gaan verbouwen. Oude blogs omzetten naar de nieuwe blokeditor van WordPress; minder goede blogs deleten; goede blogs opknappen en bijpunten; foto’s bijwerken en zo nog het één en ander. Een tijdrovend klusje waarbij je zo op het eerste gezicht kreeg wat je al had: een website over crisis en risico, wanderingen en muziek. Is dat niet zonde van de tijd?

Speelgoed Vliegtuigcrash
Dat ik deze foto terug vond bij het repareren van een Ome Ed blog was één van de kleine verrassingen tijdens de verbouwing

Het tweede gezicht

Maar waar een eerste gezicht is, is er ook altijd een tweede. En dat tweede gezicht ontdekte dat er tussen de blogs die ik tot dan toe geschreven had, vijf rode draden waren gespannen: herdenking en verlies, rizoom, essays en verhalen, human factors en surprise. Vooral dat surprise thema intrigeerde me. Ik had er al eens een uitgebreid verhaal over geschreven onder de titel fundamental surprise.

“Hoe goed je ook je best doet, er is altijd kans dat je overvallen wordt door een crisis of een ongewenste gebeurtenis. In de meeste gevallen is het toeval, pech of gewoon een verkeerde stand van gedrag, techniek of organisatie. Dat noem je een situational surprise. Maar soms ligt er een veel dieper probleem ten grondslag aan de crisis, namelijk jijzelf (of je organisatie) en de manier waarop je naar de wereld kijkt. Dan spreken we van een fundamental surprise.”

Toen ik dat nog eens goed op me in liet werken, besefte ik opeens dat heel veel verhalen al over één of andere vorm van surprise gingen: door gebrek aan situational awareness, het verlies van contact met de werkelijkheid, het aansturen van een reactieve organisatie die niet wil leren, of door zoiets als ‘the blinkering pursuit of the wrong goals’. En zo zijn er nog veel meer voorbeelden.

Daarna ben ik mijn huiswerk gaan doen (“You didn’t do your homework” wordt een centrale stelling, ik kom er nog op terug). Wat is er te vinden over surprise? Is het te koppelen aan crisis en risico, wanderingen en muziek? Welke onderwerpen kon ik zo al verzinnen? Eigenlijk maakte ik een klein businessplannetje op surprise, met de conclusie dat het volgens mij moet kunnen.

Surprise dagboeken

Wat kan er dan, volgens het plan? Vaker een kleiner blog, op deze plek onder de noemer van de Surprise Dagboeken. Elke dag zal niet lukken, maar wel vaak. Kom dus geregeld kijken als je bij wilt blijven. Ik ga verder schrijven over predicatable surprise, de surprise cyclus en of surprise een emotie is of niet. Ik ben van plan om met mensen kleine interviews te doen over surprises uit hun werk en / of leven. En ik ga rapporteren over verrassende wandelingen, muziek en bier. Over de laatste heb ik zelfs al een blogje gemaakt.

Moet je dan het woord surprise gebruiken, Ed, als er een Nederlands woord voor is? Die vraag heb ik mezelf diverse keren gesteld en in de praktijk zal ik het hoogstwaarschijnlijk afwisselen. Al was het maar omdat het schrijftechnisch wat meer ruimte biedt.

Gevoelsmatig drukt het Engelse woord surprise echter beter uit wat ik ga onderzoeken dan het Nederlandse verrassing. Omdat verrassing een te positieve lading heeft en te veel aan cadeautjes doet denken. Terwijl ik meer op de Websterlijn zit: to astonish als overtreffende trap van surprise. Dat is waar het op Rizoomes over gaat.

De vier stappen van de surprise sequentie

Leestijd: 6 minuten

De surprise sequentie is een beschrijving van de vier stappen die een gemiddeld mens doorloopt na confrontatie met een verrassende gebeurtenis: freeze, find, shift en share. Van die vier stappen zijn er twee enigszins beïnvloedbaar en geschikt voor (externe) interventie. Maar twee dus ook niet. Goed om te weten als de surprise opeens een crisis wordt.

Het kan niet anders dan dat de surprise zich in vele gedaanten openbaart, het is immers een verrassing. De situational- en fundamental surprise, de inevitable en de predictable, de organizational. Om er maar eens een paar te noemen, allemaal crises vermomd als surprise.

Toch denk ik dat er in de surprise dagboeken begonnen moet worden met de individuele surprise, de psychologie achter de verrassing. Want voordat je een hele organisatie in het ootje kan nemen, zal je toch eerst één mens moeten verrassen. Het is daarom goed om meer te weten over de surprise sequentie en op welke momenten je eventueel kan interveniëren. Vooral handig als er een crisis op de loer ligt.

Het uitgangspunt daarbij is dat het om een echte surprise gaat, waar je niet op voorbereid bent. Want zoals met veel zaken kun je ook leren om verrassingen te managen. Dat is echter niet de focus van dit blog.

De surprise sequentie

Tania Luna en Leeann Renninger publiceerden in 2015 hun boek ‘Surprise. Embrace the unpredictable and engineer the unexpected’. Daarin presenteren ze de surprise sequentie: een serie van vier stappen die een gemiddeld mens doorloopt bij elke vorm van verrassing.

Surprise definiëren ze als volgt: een gebeurtenis of observatie die onverwacht is (unexpected), dan wel die anders uitpakt dan verwacht (misexpected). Het maakt daarbij niet uit of het een leuke, een neutrale of vervelende verrassing is. Elke surprise spreekt het reptielenbrein aan en dat zorgt ervoor dat je volledig automatisch je aandacht richt op die betreffende gebeurtenis. Voor heel even is de wereld niet groter dan dat wat zich vlak voor je neus afspeelt.

En je voelt het misschien al aankomen door dat reptielenbrein: de eerste stap in de surprise sequentie heet freeze en dat is in de kern precies hetzelfde als de vechten/vluchten respons. Een reactie van je autonome zenuwstelsel op een mogelijke dreiging, die het noodzakelijk maakt om je volledige attentie te mobiliseren en de juiste actie te ondernemen.

De freeze fase is nauwelijks te beïnvloeden omdat hij wordt gestuurd door je autonome zenuwstelsel. Hooguit kun je ervoor zorgen dat je in een goede conditie bent: uitgerust, nuchter en niet gestresst. Dan kan je er beter tegen. Daarnaast is het mogelijk de ‘freeze-fase’ te trainen, maar dat valt buiten de scope van dit blog.

De freeze duurt maar heel kort, een fractie van een seconde. Zodra het alarm van je autonome zenuwstelsel is afgelopen, gaan je hersens vervolgens in een razend tempo aan de slag om te verklaren wat er zonet gebeurd is. Dat is de find fase.

Vaak begint die verklaring met een emotie. Angst, blijdschap of verdriet, bijvoorbeeld. Een verrassing versterkt die emoties, volgens Luna en Renninger, tot wel 400%. Je wordt daardoor blijer of verdrietiger, maar verrassing zelf is geen emotie. Psychologen hebben dat althans niet kunnen vaststellen.

Mentale modellen

De find fase verloopt niet altijd heel snel, het is een beetje afhankelijk van de complexiteit en de impact van de surprise. Sommige verrassingen ontwikkelen zich zelfs tot een crisis. Het worden dan grote raadsels die steeds meer vragen oproepen en interfereren met allerlei hypotheses en (pseudo)verklaringen die in de pers verschijnen.

“Pick up any newspaper to catch this phenomenon in action. Archival research shows that after a surprising event like a plane crash or natural disaster, newspapers print more and more explanations over time,”

Luna en renninger

Toch moet er op zeker moment wel een antwoord komen op de vragen achter de surprise. Mensen zijn namelijk heel slecht in het leven met raadsels en onzekerheid. Beter een fout antwoord, dan geen antwoord.

Mentale modellen spelen daarbij een belangrijke rol. Een mentaal model (of schema) is de verzameling van ideeën en aannames die je over een bepaald fenomeen hebt. Het is de manier waarop je naar de werkelijkheid kijkt.

Door de onverwachte gebeurtenis worden die mentale modellen echter gefalsifieerd. Ze kloppen niet meer (helemaal) en opeens zit er een gaatje in je waarheid. Dan moet je die dus repareren. Shiften, heet dat, en het is de derde stap van de surprise sequentie, ervan uitgaande dat fase twee tot een soort van antwoord heeft geleid.

Het neerhalen van de MH 17 met een BUK raket is daar een voorbeeld van. In mijn mentaal model zat (onbewust) geen scenario waarbij een vertrekkend burgervliegtuig van Schiphol zou worden aangevallen met oorlogstuig. Toch is het gebeurd. Met als gevolg dat ik mijn mentaal model over risico’s in de burgerluchtvaart heb moeten aanpassen. Geopolitieke ontwikkelingen maken sindsdien onderdeel uit van de risico-analyse.

Weerstand

Maar niet iedereen maakt makkelijk een shift. Soms ontstaat er tussen de find- en shift fase veel weerstand. Een voorbeeld daarvan is gissen en hypotheses veronderstellen, zoals ik hierboven al schreef. Net zo lang zoeken tot je wel een bevredigend antwoord hebt of een schuldige gevonden, zonder dat je je aannames hoeft aan te passen.

Een andere vorm van weerstand is ontkenning: zeggen dat je het gewoon niet gezien hebt of dat het niet waar is. ‘Corona is een hoax of hooguit een griepje dat vanzelf over gaat.’ Dat werk.

“When people change their minds it looks sudden, but it is usually the result of many surprises (many tiny shifts) accumulating over time—like grains of sand falling on a sand pile with no apparent effect until just one grain causes the entire pile to topple.”

De meest gezonde manier van omgaan met falsificatie door een surprise blijft je mentale model aanpassen. Shiften dus. Hoe vloeibaarder je mentale modellen zijn, hoe makkelijker de shift zal verlopen. Vastgeroeste modellen komen daarentegen maar lastig in beweging.

Ook de grootte van de wijziging speelt een rol. Naarmate de gevraagde aanpassing meer op een complete paradigmashift of een fundamental surprise begint te lijken, zal deze fase van de sequentie veel tijd en energie vragen.

De find en shift fase lopen in elkaar over en beïnvloeden elkaar. Het is een combinatie van situational awareness en sensemaking. Dit zijn de fases waarin je actief (extern) kunt interveniëren na een surprise. De meest cruciale factor is daarbij het mentale model van degene die verrast wordt.

- Zit zo’n model dik vastgeroest, dan is de kans groter dat de eigenaar zich zal verliezen in afweermechanismen als ontkenning, gissen, schuldigen zoeken en complotten bedenken

- Wees ervan bewust dat in de find fase emotie een grote rol speelt en cognitie en emotie makkelijk met elkaar verweven raken. Dat beperkt je interventiemogelijkheden

- Hele grote verrassingen kunnen aanleiding zijn tot een paradigmashift. Zo kan je door een grote stroomstoring opeens bewust worden van het verschil tussen emergency response en disruptie management

- Heel veel kleine surprises hebben soms al gezorgd voor een nieuwe ondergrond, waardoor een op het oog kleine verrassing toch opeens zorgt voor een grote verandering. 'like grains of salt'

Viral

De laatste stap van de surprise sequentie is share. Luna en Renninger betogen dat surprises een zware wissel trekken op de belastbaarheid van onze hersenen. Het put ze uit en de manier waarop mensen die druk verlichten is om er over te praten, te sharen. We houden slechts zo’n tien procent van alle ervaringen voor onszelf, de rest wordt ruim gedeeld. In verhalen, in telefoongesprekken, op Twitter en Facebook, het kan niet op. Hoe interessanter iemand zijn verhaal vindt, hoe vaker hij het zal herhalen.  (Wees dus nooit te vroeg op familiefeestjes. “Ik moest nog lachen, gisteren bla die bla…….”. Voor je het weet ken je die boring story uit je hoofd)

Surprises zijn tegelijkertijd ook een vorm van sociaal kapitaal. Door te sharen stijg je in de pikorde van je community en gaan verrassende filmpjes gauw viral.

Dat is ook de reden achter het filmen van ongevallen en rampen. Direct na de freeze wordt het voor de toeschouwer duidelijk wat er aan de hand is en knalt het van find onmiddellijk door naar shift en share. Freeze/flight/fight response is heden ten dage dan ook de freeze/flight/fight/film response. Daar kan geen verbod tegen op, maar wel een scherm rondom de plaats incident. Want ook de share fase is nauwelijks te beïnvloeden.

Dat is dus slecht nieuws voor alle hulpverleners die zich ergeren aan filmende mensen bij ongevallen. Voor hen zit er niets anders op dan hun mentale model te shiften. De gemiddelde mens is tijdens ongevallen geen beschaafd wezen dat afstand houdt en privacy respecteert, het is een verraste aap die de cognitieve last van de surprise niet kan dragen en onmiddellijk moet sharen. Wen er dus maar aan.

Dit blog is onderdeel van de Surprise Dagboeken. Eerdere blogs vind je hier.

De verrassende twintig van 2020

Leestijd: 7 minuten

Twintig twintig zit er voor de helft op. Tijd dus voor een halfjaarslijstje: wat zijn de pareltjes in die borrelende brij van nieuwe liedjes? Zie hier de twintig meest verrassende nummers van 2020 tot nu toe.

Ja, precies, verrassende nummers. Losse liedjes. Dus geen albums, die focus gaat met Spotify lichtelijk verloren, zoals ik eerder in dit blog schreef. Hoewel ik dat iets moet nuanceren: op mijn albumlijst verschenen dit jaar nog geen nieuwe platen uit twintig twintig, maar wel een paar oude. Zoals Gimme Fiction van Spoon en Blue World van John Coltrane.

Maar daar wilde ik het niet over hebben. Wel over verrassende muziek, want surprise is immers het overkoepelende thema van de website. Er staan daarom niet per se de beste nummers in de Verrassende Twintig, want dat is een ander criterium. Mogelijk had in dat geval Neil Young er namelijk wel in gestaan, met Kansas van het album Homegrown.

Of The Rolling Stones, met Living in a Ghost Town. Allebei prima liedjes, maar nauwelijks verrassend te noemen. Hooguit is het verrassend dat die oude lijken nog steeds nieuwe plaatjes uitbrengen. Maar dat is wellicht een onderwerp voor een volgend muziekblog.

Nee, verrassende muziek, dat is waar het om gaat. Twintig liedjes uit de eerste zes maanden van twintig twintig, die allemaal meedingen voor de eindlijst. Ze zijn voor deze gelegenheid verdeeld over drie categorieën, want dat kwam toevallig ontzettend goed uit: acht keer pop / rock, zes covers en zes keer jazz. Maar of de eindlijst ook nog zo verdeeld is blijft een verrassing. Engage.

Pop / Rock

Even leek het of daar de nieuwe single van Mark Lanegan klonk, toen Romulus en Remus’ hill donkerbruin uit de speakers schraapte. Maar nee, het was All Them Witches, het illustere darkblues kwartet uit Nashville dat van die heerlijk ouderwetse psychedelische rock maakt. Niks occults aan, ook al is de bandnaam gebaseerd op een fictief boek uit Rosemary’s Baby.
Van Khruangbin had ik nog nooit gehoord. Toch blijkt het instrumentale trio uit Texas al geruime tijd te bestaan en bracht het onlangs hun verdienstelijke vierde plaat ‘Mordechai’ uit. Die bij mij direct werd opgeslokt door de playlist ‘Easy Desert Surf Music’, waarin onder andere ook Clutchy Hopkins, Lord Newborn en Tommy Guerrero figureren. Heb je een beetje beeld op welke wind Thai Airways vliegt (Khruangbin is Thais voor vliegtuig). Texas Sun is echter geen instrumentaaltje en werd als een poor lonesome cowboy ingezongen door Leon Bridges, een R&B zanger die vergeleken wordt met Otis Redding. Da’s pas een verrassing.
Uit 2012 was ie al weer, mijn favoriete liedje ‘Au Cinema’ van Lianne La Havas. In 2015 kwamen daar nog ‘Unstoppable’ en ‘They Might Be Wrong’ bij, maar daarna werd het nogal stil rondom La Havas. Tot voor een paar weken, toen de EP ‘Weird Fishes’ met vier nieuwe liedjes verscheen. Het werk heeft de feel van Alicia Keys ten tijde van Empire State of Mind, maar dan zonder haar commerciële knieval. Zeker op Paper Thin, waar een subtiel jazzcombo met upright bass de sfeer van een nightclubje neerzet. Lekker hoor.
Van 1996 is ie, onze Marcus King. Vier en twintig dus pas. 24. En wel al vier albums uitgebracht. De eerste drie onder de noemer van The Marcus King Band, waarbij het laatste exemplaar, Carolina Confessions, een plaatsje wist te veroveren in de beste 18 van 2018. Dat ie nog steeds goed is kan dan ook nauwelijks een verrassing zijn, wel dat King daarvoor in zee wilde met Dan Auerbach van The Black Keys. Want die polijst tegenwoordig alles. Haalt de rauwe kantjes er al poetsend af. En dat is jammer, hoewel het bij No Pain toch nog net genoeg schuurt om te verrassen.
Mick Flannery staat al twee albums in mijn warme belangstelling. De Ierse singer songwriter doet er namelijk helemaal niets aan om de luisteraar te behagen. Vooral op het album ‘I Own You” uit 2016 jaagt hij je de stuipen op het lijf met haunted songs als I Own You, Cameo en Show Me The Door. Je ziet hem je al achterna komen met die buffelschedel van hem op zijn knar. Maar kennelijk is de woede gaan liggen en nu komt ie opeens met een prachtige ballad, tegen soul aan, inclusief toeters. Zou hij aan het warmlopen zijn om die oude Ierse bard op te volgen?
Ben Williams ken ik als jazz bassist, en dan vooral van zijn solo album ‘Coming of Age.’ Een geweldige plaat waarbij hij makkers als Marcus Strickland en Christian Scott Atundeh inschakelde. Het resultaat was crossover jazz met veel invloeden uit hiphop en R&B. Vijf jaar later is ie terug, met een nog grotere allegaar aan stijlen en misschien nog wel het meest verrassend, hij zingt. Come Home is een grimmig nummer over onrecht dat hij samen met Kendra Foster uitvoert. Sterk spul.
Joseph Arthur maakte ooit het prachtige, maar lijdzame ‘I Used to Know How To Walk On Water’, waarin een onzekere Jezus het opeens allemaal niet meer zo zeker weet. “I could give sight to blind men, And make a mute man sing in hell, But now I watch with awe and wonder, Doubt has now befallen me.” Dat dus. Toen ik de potten en pannenherrie van Victory Boulevard hoorde was ik dus ook lichtelijk verrast, tot ik er achter kwam dat een reissue van 20 jaar geleden betrof. Toen was ik hogelijk verrast.
Neal Francis is schatplichtig aan New Orleans, aan R&B, Soul en Dr. John. Aan Billy Preston, The Rolling Stones en The Meters. En aan Allen Toussaint en Leon Russel. Zegt ie zelf, onze Neal. Maar hij heeft gelijk. Don’t Call Me No More is heerlijke New Orleans muziek, die al weer opgevolgd is door ‘How Have I Lived’, een single die zo door Beck gemaakt had kunnen worden.

Covers

Tracy Chapman, wie is er niet groot mee geworden? In 1988 was Fast Car een wereldhit en eerlijk gezegd denk ik dat de pracht van het nummer toen een weinig aan mij voorbij is gegaan. Gelukkig zijn daar nog altijd de Black Puma’s die de fast car weer even onder de aandacht brengen.
So remember we were driving, driving in your car
Speed so fast I felt like I was drunk
City lights lay out before us
And your arm felt nice wrapped ’round my shoulder
I had a feeling that I belonged
I had a feeling I could be someone, be someone, be someone
Ja, Peter Gunn, het is een genre op zichzelf. Dus daar kon de uitvoering van Joe nog prima bij. Puike DanceHall Jazz, lekker luchtig gehouden met hier en daar een stomend orgeltje. En weet je wat: het is misschien wel de beste versie die ik ken.
Jose James kent zijn klassiekers. Eerder coverde hij al het werk van Billie Holiday en Bill Withers, voor allebei trok hij er zelfs een hele CD voor uit. En nu is daar ‘Just the Way You Are.’ Van Billy Joel, die met geen enkel liedje zo urban jazz klonk als nu. Sterker nog, ik was zelfs verrast dat het ooit van Joel was geweest. Maar toch, het oude werk van Jose zelf is stukken beter. Luister eens naar Bird of Space, kippevel.
Gary Clark heeft het druk. Hij deed dit jaar al mee met John Legend en Sheryl Crow en nu covert hij er vrolijk ‘A Change is Gonna Come’ op los met Los Coast. Die kustmannen zeiden mij helemaal niets, dus dat moest ik even opzoeken. Ze schijnen punchy psychedelic pop soul te maken dus, allé, we proberen het even uit. Maar dat duurde niet heel lang. Geloof mij als ik zeg dat dit nummer door Gary Clark en door niets anders dan Gary Clark gedragen wordt.
Het enfant terrible van de Belgische popmuziek kreeg het weer eens voor mekaar: een nummer opnemen waarvan je niet weet of het nou om te janken zo mooi – dan wel lelijk is. Of is er nog een derde optie: om te janken zo leuk. We shall carry on en dan komen we er vanzelf achter.
Van sommige dingen kom je nooit meer af, hoe goed je je best ook doet. Luka, Marlene on the Wall en Tom’s Diner zitten voor eeuwig aan Suzanne Vega vastgeplakt. Maar hé, dat is allemaal al weer van voor 1990. Ze zal toch niet haar leven van die verantwoorde folk liedjes zijn blijven maken? Nou nee, sterker nog, op deze nieuwe uitvoering van Walk on the Wild Side klinkt ze zomaar een beetje als Marianne Faithfull en Tanita Tikaram. Wie had dat gedacht? (Het is maar een beetje, hoor)

Jazz

Van het Foehn Trio weet ik niks, behalve dat ze net een nieuw album uit hebben die ik nodig eens uit moet checken en in Frankrijk wonen. Daar komt Erik Truffaz ook vandaan en die ken ik toevallig wel heel goed, zijn muziek althans. En dit is weer zo’n prachtige dot eclectische jazz waar Truffaz een abonnementje op heeft.
In 2018 debuteerde Nubya Garcia met Nubya’s 5ive, een geweldige plaat uit het midden van de London jazz scene die tegelijkertijd met twee benen in de Amerikaanse jazz traditie geworteld staat. Nu is daar Pace en wat een bijzonder krachtig nummer is dit weer zeg, zowel qua compositie als qua spel. Ik hoor er overal de reïncarnatie van John Coltrane in. Wat een geluk. Ergens eind augustus moet de nieuwe plaat uitkomen, die waarschijnlijk ‘Source’ gaat heten. Ik kijk er reikhalzend naar uit.
Nog eentje uit de London jazz scene, van Nick Walters. Die propte zich met zes vrienden in een studio en jamde er in een dag een hele plaat uit. Gordian Knot part 2 vliegt van hot naar her, van toeter naar gitaar maar altijd is er die strakke ritme sectie van Nim Sadot en Max Hallett. Tien minuten laag vliegen dus niet raar kijken als er klachten over geluidsoverlast binnenkomen.
Rymden is opgetrokken uit de resten van E.S.T en Bugge Wesseltofts new conception’s of jazz. In potentie een supergroep, maar daar was op het eerste album nog niet zo veel van te merken vond ik. Tot mijn grote verrassing is er dan nu deze single, als voorbode van het nieuwe album Spacesailors dat in september verschijnt. Dit is wat ze er zelf van zeggen: “This is the sound of three jazztronauts, co-ordinates set, and ignition-ready. RYMDEN keep re-evaluating and reinventing their approaches to the piano trio format, and here we find them swinging in unexpected time signatures, firing a trail of dub sparks, evoking jazz trios of the past in a post-electronic universe, and always staying true to their own trajectory.” Precies, dat hoor je direct, jazztronauts.
Tom Misch en Yussef Dayes kropen eens lekker dicht bij elkaar en leverden een album af in het centrum van jazz, pop, R&B en hiphop. Zoet en strak, vrij en vast, altijd glad schurend en puur handwerk. Kyiv namen ze op met Rocco Palladino en dankzij dit filmpje zie je wat voor rasmuzikanten het zijn. Het is hopelijk weer snel ook echt live te zien.
Delvon Lamarr’s Inner City Blues. Die doe je in de car. Met de windows omlaag. Armpje er uit en starten maar, in de D van Drive. Vooruit met die goat, gassen op rechts en tappen on the left. Dat is in het short waarom ze in Amerika vrijwel alleen nog maar automaatjes hebben. Omdat Delvon Lamarr daar is, you know en je een vrije linker foot nodig hebt. That’s why.
En ter afsluiting: de Verrassende Twintig in een open Spotify Playlist

Verrassend bier na de drooglegging van 2020

Leestijd: 4 minuten

Eén van de grootste genoegens in dit leven is misschien wel een lekker bier op een terras na een lange wandeling. Het liefst eentje uit de streek zelf. Dat je ergens bent wezen lopen, de omgeving hebt verkend en bekeken, wie weet zelfs interessante gesprekken hebt gevoerd met mensen die je er tegenkwam. En dan als kers op de appelmoes een streekbier; de smaak van die buurt. Hoe veel mooier kan het zijn?

Sinds de intelligente lockdown weten we dat: niet. Mooier wordt het niet. Lopen, dat gaat nog wel. Rondjes om de kerk, klompenpaden, trage tochten, zolang het maar van A naar A gaat en met eigen auto, dan komt het goed. Maar die bieren, die werden node gemist. Dat dan de Stoa zegt dat de objectieve feiten niet het probleem zijn, maar wel je reactie er op maakt het niet veel beter: geen bier is geen bier, Seneca en Marcus Aurelius. Moet een mens dan alles maar accepteren?

Maar voor het echt nijpend werd was daar gelukkig de versoepeling. Na gedane wandeling is er weer open terras, met bier. Zoveel vreugd moet worden gevierd met zeven verrassende biertjes, de ervaring van afgelopen weken. Het is nog niet helemaal als de beste bieren van het Pieterpad, maar het herbegin is hier; verrassingen na onderweg.

Vlak bij ons huis, aan de Laarder Wasmeerroute, ligt Bluk. Theehuis op de hei, met genoeg empatisch vermogen er fijne bieren te schenken zonder te vragen of de betreffende wandelaar wel genoeg kilometers heeft gemaakt voor zijn beloning. Want die beloning is groot: een Gerardus Kloosterbier van de tap. Een Gulpener dubbelbier van 7%, beetje bitter, notig, cederhoutje. Maar niet zoet, helemaal niet zoet. En dus, als we niet braaf zijn maar dorstig, lopen we slechts de anderhalve kilometer van de route die nodig zijn om bij Bluk te komen. Ja, u leest het goed: met die anderhalve kilometer maatschappij gaan we het gewoon helemaal sjeffen.
Het allernieuwste klompenpad is het Ambts- en Rijkspad. Wij liepen er toevallig op de dag dat het officieel werd geopend en het is één van de leukste klompenpaden die er is. Gasterij De Arend ligt zowel aan het begin als aan het eind van de route. Hoe vriendelijk is dat: dat je vanaf de start weet waar je aan het eind een bier kunt kopen. Aldaar raden wij de Scotch Crowned Trees Stout aan. Een ale van 7,2%, al in 1921 gebrouwen door Wielemans uit het Brusselse Vorst en sinds kort weer terug in de AB Inbev stal. Zacht zoetig en mooi roodbruin van kleur. Eigenlijk is er maar één nadeel aan: de flesjes zijn slechts 25 centiliter. Zo zou Wielemans het vast niet gewild hebben.
When in Dokkum, do as the Dokkumers do: drink a Bonifatius bier. Wij deden het Wad Wit. Inderdaad, een wit bier, van 5,2 % maar dan met zeewier er in. Ja, zeewier. Lekker ziltig. En dan ook nog eens met water uit de bron die Bonifatius daar volgens de legende ergens tussen 675 en 754 ontdekte. Verder met koriander en sinasappelschil. Wel lekker, maar ook heftig. Twee achter elkaar bleek eentje te veel.
Ook in Dokkum gedronken: It Lulke Wiif van brouwerij de Freonskip. Een hoogblond bier van 7%, met een bijzondere smaak door toevoeging van de Wichter, een pruim die slechts in de Friese Wouden voorkomt. Het was een prettige kennismaking, althans de eerste paar slokken. Daarna werd het wiif kennelijk echt lulk en trok ze alle belletjes eruit. Wat overbleef was een kruidendrankje zonder prik.
Op het terras van Wad Oars in Anjum bestelden we een koude klets: Kald Kletske. Gewoon spesjaal bier van brouwerij Dockum. Een echte blond, hoog in het koolzuur en zoals wij dat bij tropische temperaturen graag hebben, goed doordrinkbaar. Doe er nog maar één.
Nuchtere Heit. Alcoholvrij. Omdat je soms ook nog moet rijden. Omdat je na een halve dag Spa Rood wel eens wat anders wil. Omdat het hitteprotocol zegt dat je veel moet drinken. Omdat het toevallig op de kaart stond. Omdat je om 15.00 geen zin meer hebt in koffie. Omdat thee voor vroeg is en voor laat, niet voor er tussenin. Daarom.
U wist dat natuurlijk, maar ik stond er nooit bij stil: ook het Lauwersmeer was ooit een zee. Met vissersplaatsjes erlangs, zoals Zoutkamp. En daar hebben vijf mannen Solt opgericht: “wij dromen van een erfenis voor onze kinderen- en kleinkinderen, waarin ook zij op een duurzame manier kunnen blijven oogsten uit een vruchtbare zee en smaakvolle levensmiddelen ontwikkelen vanuit één passie. Smaak!” Eén van die smaken is de Seeratt: een blond bier van 5,8% dat neigt naar Ipa, met een mooie dot gist in het glas dat het lekker troebel maakt. Wat ik ook niet wist: een seeratt komt nooit alleen.

De ereboog van Veenhuizen

Leestijd: 3 minuten

Wat doet een mens zoal in de zomer? Paar daagjes weg. Boeken en kranten lezen. Over dingetjes nadenken. En er een stukkie over schrijven.

Zo ging ik in de zomer van 2012 geheel bij toeval een weekend naar Veenhuizen. Een prachtig dorp in een prachtige omgeving. Bij de eerste wandeling kwamen we al langs een gebouw dat zo maar een brandweerkazerne kon zijn. Echt heel duidelijk was het niet, maar soms voel je die dingen gewoon aan. De volgende dag, het was inmiddels 16 juni geworden, kwamen we er weer langs.

Post Veenhuizen

Nu stonden de deuren open en liep er een aantal mannen rond. Bezig met shaggies draaien, pleintje aanvegen en een vlag ophangen. In zo’n typisch brandweersfeertje die ik u niet uit hoef te leggen.

Dat vlag hijsen viel trouwens nog helemaal niet mee, zag ik uit een ooghoek. Er bleken ingenieuze trucs noodzakelijk om de vlag op z’n plek te krijgen. Welke precies heb ik niet gezien, ik was ondertussen namelijk quasi geïnteresseerd een naastgelegen cadeauwinkeltje ingelopen, waardoor één en ander aan het oog onttrokken werd. Wel kon ik zo nu en dan een blik door het winkelraampje werpen, kijken wat ze allemaal aan het doen waren.

De voorbereidingen worden gestart

Dat werd al snel duidelijk. Post Veenhuizen was bezig zich voor te bereiden op de ereboog ter gelegenheid van de onthulling van het Brandweermonument. Hier ontvouwde zich een nieuw toeval. Want eigenlijk had ik besloten om niet naar de formele onthulling in Arnhem te gaan. Liever zou ik op mijn eigen manier gedenken, had ik bedacht.

Maar nu stond ik hier toch opeens bij een brandweereenheid die ging meedoen aan die formele herdenking. Door net als heel veel andere kazernes en posten op dezelfde tijd een ereboog te spuiten.

Zo veel toeval kon geen toeval meer zijn. We besloten te blijven kijken en op die manier verbonden te zijn met heel brandweer Nederland, ter herinnering aan gevallen collega’s.

Precies om 14.30 klonk in Veenhuizen het bevel ‘Water’. Waarna de ereboog tot stand kwam. Het was indrukwekkend om op deze onverwachte eigen manier aan de nationale herdenking deel te nemen.

De ereboog

Mijn gedachten dwaalden ondertussen af naar een intrigerende zin uit het gedenkboek van De Punt. ‘Dat wat geleerd moet worden, herhaalt zich’.

Laat ons van de geschiedenis leren en voorkomen dat dodelijke ongevallen zich herhalen. Laat ons tegelijkertijd van de geschiedenis leren dat dat niet vanzelf gaat. Leren is hard werken, vraagt om offers: tijd, verandering en opgeven van individuele standpunten, individuele meningen. Offers die soms kunnen voelen als het opgeven van een deel van je zelf. Bedenk dan dat het opgeven van een deel van je zelf altijd beter is dan het geven van het ultieme offer, je hele zelf, je leven.

Over dit en nog een paar dingetjes dacht ik na deze zomer, terwijl ik naar de ereboog van Post Veenhuizen keek.

Dit blog is onderdeel van het thema ‘herdenking en verlies.’ Het is in 2012 geschreven als column in de reeks Ome Ed / Punt Edu en licht aangepast voor de website. De laatste update is van 20 juni 2020.

Veilig betekent ‘buiten nood’

Leestijd: 2 minuten

Veylig bediedt buyten noodt

Taal is zeg maar echt mijn ding. Dankzij taal kan ik communiceren. Kan ik vertellen wat ik van iets vind door er een stukje over te schrijven. Kan ik lezen wat anderen voor mooie gedachten hadden, waar ik van kan leren. En kan ik beschrijven wat ik zie en hoor, welke processen ik waarneem, zonder dat die in de fysieke werkelijkheid zichtbaar hoeven te zijn. Als alles in die taaluitwisseling goed gaat, weten we precies wat we bedoelen als we een systeem instabiel vinden, of reactief, of juist veilig.

Vervolgens kan je het daar op inhoudelijke gronden verschrikkelijk mee oneens zijn, en krijg je discussies over het nut van zero accidents, trapleuningen vasthouden, achteruit inparkeren en de validiteit van Heinrichs driehoek dan wel pyramide. Om zo’n gesprek te voeren gebruik je woorden, zoals zelfstandige naamwoorden en werkwoorden. En dat is waar ik het eigenlijk over wil hebben: werkwoorden en ander taalkundig gespuis.

Want van veilig bestaat geen werkwoord en dat vind ik raar. Veilig is meestal een bijvoeglijk naamwoord en daarmee beschrijft het een eigenschap van iets anders. Zoals een veilige omgeving, of veilig verkeer. In de vorm van veiligheid is het een zelfstandig naamwoord, ook al zo statisch. Kennelijk beweegt het dus niet, veiligheid, als je het aan de taal vraagt. Het is een status, iets wat is, of niet, of te weinig.

Screenshot van zoeken naar de herkomst van het woord ‘veilig’

Beveiligen is daarentegen wel een werkwoord. Je beveiligt een pand, een informatiesysteem. Het is actief, je doet het en als het lukt is het beveiligd. Ook een status, maar een dynamische status. Beveiligen beweegt namelijk mee met de boef, is die zelfs het liefst voor. That’s the spirit.

Op zijn best is veilig een bijwoord. Dan geeft het lading aan een werkwoord, een extra kwaliteit. Zoals veilig werken, veilig handelen, veilig rijden. Maar ja, het is wel een beetje nep. Want kennelijk kan je dan ook rijden, werken en handelen op een onveilige manier. Veilig heb je dus niet altijd nodig, volgens de taal. Zou dat vroeger misschien anders zijn geweest, toen de onveiligheid in de samenleving veel groter was?

Het korte antwoord daarop is nee. In de Taalgids 8 uit 1866 vind ik een prachtige polemiek over de herkomst van het woord veilig. Voor zover ik uit het gebakkelei kan afleiden is in 1636 voor de eerste keer ‘veyligh’ als Nederlands woord verklaard met ‘ende bediedt buyten noodt.’ Hoogstwaarschijnlijk is het via de Friezen geïmporteerd uit Scandinavische talen, waar ‘fehlig’ zoiets betekende als afgedekt, beschut.

“Voor eeuwen beduidde veilig reeds gedekt voor gevaar of ramp, en dát-alléén beduidt het nog”, concludeert mr. A Bogaers in zijn betoog dat veilig niet afkomstig is van het werkwoord veilen, dat ‘te koop’ betekent. Gedekt voor gevaar of ramp is inderdaad wel een mooie status, zo bedenk ik mij, die eigenlijk op gaat voor alles.

Meer heb je niet nodig. Laat dat werkwoord dan maar zitten.

Dit blog is ook verschenen als column in NVVK Info 2020-2. Het is onderdeel van het hoofdstuk Veiligheid op Rizoomes.

Plaatjes draaien in tijden van Spotify; van boom naar rizoom

Leestijd: 7 minuten

Minder dan een jaar zit ik nu op Spotify en het heeft mijn muziekbeleving volledig veranderd. Tegenwoordig stream ik, en ik play lists. Dat was vroeger wel anders. Toen moest je een LP opzetten en hem omdraaien, de plaat afstoffen en af en toe een naald vervangen. Een kleine muziekgeschiedenis, van boom naar rizoom.

Tientallen jaren lang was een plaatje opzetten het eerste wat ik in het weekend deed. Daarna koffiezetten en ontbijten, met de krant erbij. Eerlijk gezegd gaat dat nog steeds zo. Alleen zet ik niet meer letterlijk een plaatje op. Ik swipe door wat schermpjes en klik dan ergens op, waarna het huis zich vult met de muziek die ik net heb gekozen uit de schier oneindige database van Spotify. Het is een wonder.

LP

Toch noem ik het nog steeds plaatjes draaien, net zoals ik goede muziek nog steeds een ‘geweldige plaat’ of een ‘prachtig album’ noem. Dat is het mooie van taal: soms houden woorden de betekenis die ze hadden, terwijl de fysieke handeling die erachter ligt allang is verdwenen. We hebben geen paard meer nodig om de teugels te laten vieren, noch een stuur om het over te dragen of een plaat om muziek te luisteren. Over honderd jaar zal het een quizvraag op TV zijn. “Vingers bij de knoppen: waar komt de term plaatjes draaien vandaan?”

Mijn eerste plaat was ‘Arrival’ van ABBA, uit 1976. Ik was elf en had er hard voor gespaard. Eerder maanden dan weken. Toen ik het geld bij elkaar had, ben ik in mijn eentje op de fiets gestapt naar Siebrechts muziekwinkel, aan de andere kant van het dorp. Daar zag de uitbater eruit als een mollige versie van Simon van Collem. Vervolgens voorzichtig teruggefietst naar huis, met de LP in een plastic tas, fladderend langs het stuur.

Eenmaal thuis ging ik gelijk op zoek naar Pa, om mijn aanwinst te tonen. Hij zat bij buurman Paul. Trots liep ik daar naar binnen met mijn nieuwe schat, waar ik vrijwel direct enorme spijt van had. Buurman Paul reageerde als eerste en vroeg of hij de plaat mocht zien. Nog voor ik het door had griste hij de tas uit mijn vingers, was de plaat al uit zijn hoes en schudde hij hem tussen beide handen in, ritmisch omhoog en omlaag. Ondertussen zong hij ‘op een kangoeroe eiland’; als je het geluid hoort weet je precies welke beweging hij maakte en welke doodsangst voor mijn nieuwe plaat ik heb uitgestaan.

Het kangaroe eiland van het cocktail trio; je hoort de LP ploppen 🙂

Cassette en CD

Met de LP zelf liep het die dag overigens nog best goed af, maar niet voor heel lang. Al snel kwam ik erachter dat er ook muziek bestond als Deep Purple en Status Quo en daar paste Arrival echt niet tussen. Weg dus, met dat ding. Toen in 1978 ‘Van Halen I’ uitkwam was het helemaal gedaan met de doorsnee popmuziek. Op de radio bij Alfred Lagarde’s Betonuur en Hanneke Kappen’s Stampei, daar hoorde je het echte werk. Twee keer per week zat ik klaar met mijn cassetterecorder, vingers bij de knoppen. Zo nam ik hele tapejes op met muziek van verschillende artiesten.

Terugkijkend waren dat eigenlijk mijn eerste afspeellijsten, maar zo voelde het toen nog niet. Ik ben sowieso nooit zo dol geweest op cassettebandjes, hooguit voor in de auto. De krengen liepen altijd in de soep en gaven een steeds slechter geluid. Het is ook tekenend dat een ‘cassette opzetten’ of ‘een bandje draaien’ nooit dezelfde betekenis van muziek luisteren heeft gekregen als plaatjes draaien. In die zin was een cassette vooral een opgenomen LP. Behalve dan misschien in de Guardians of the Galaxy, maar da’s vooral nostalgie. Die trouwens ook gewoon op Spotify staat.

Toen de CD kwam, midden jaren ’80, veranderde er eigenlijk niet zo heel veel aan het plaatjes draaien. Ze waren handzamer, makkelijker op te bergen en namen minder ruimte in. Maar het bleef een rondje met een gat erin, waar je een apparaat voor nodig had om de muziek erop te beluisteren. En als ie klaar was, moest je een nieuwe opzetten. Of repeaten, dat kon natuurlijk ook.

De boom van de verzamelaar

De CD-verzamelaar ondertussen vertoonde hetzelfde gedrag als de boekenverzamelaar. In een speciale kast moet alles op de juiste volgorde worden gezet. Meestal alfabetisch binnen een genre. De verzameling ontwikkelt zich dan verder via het patroon van een boom. Onder de grond zitten de wortels, de basis van de muzieksmaak. Ook al draai je die nauwelijks tot niet, je kunt er toch niet zonder. In die zin zijn het echt de wortels: je hebt ze wel nodig, maar je hoeft ze niet te zien. Denk aan muziek van bijvoorbeeld Led Zeppelin, Pink Floyd en Deep Purple. Die zit in mijn wortels.

De boom van de muziekverzamelaar. Tekening van Wendy Kiel

Bovengronds staat de stam, waar de kern van de verzameling zich bevindt. In mijn geval waren dat toen bandjes als Kyuss en Tool. Uit de stam vertakken zich dan de specialisaties, met genres en sub-genres. Zo ontstonden er bijvoorbeeld speciaaltjes met metaalwaren (Fear Factory, Sepultura), grunge (Soundgarden, Melvins) en symfonisch (Iron Maiden, Dream Theater). Alternative, niet te vergeten (Primus, Faith no More).

Kenmerkend voor de echte boom-verzamelaar: de neiging om compleet te zijn. Alles willen hebben, van obscure persingen tot zuivere duitenkloppers; verzamelaars met allemaal bekende nummers en één nieuwe ‘from the vaults.’

Uiteindelijk fragmenteert elk subgenre in steeds vreemdere plaatjes die zich als eenlingen ontvouwen gelijk de blaadjes in het loof. Niet zelden zitten daar ook de miskopen tussen (Brujeria, om er maar eens eentje te noemen). Bij het snoeien gaan die er als eerste aan. Ruimte maken voor nieuw en vers. Op de top van mijn verzameling bestond de boom uit meer dan 1300 ceedeetjes, die door mijn toen studerende nichtje altijd met enig leedvermaak werd bezien als de gekke hobby van haar oom.

Naast deze rock-boom heb ik ook nog een jazz-boom. Grappig genoeg groeit die andersom. De nieuwe plaatjes zitten in de wortels (Eric Truffaz, Nils Petter Molvaer, ik draai het nooit meer). De stam bestaat uit de Brad Mehldau’s en E.S.T.’s van deze wereld, die luister ik nog wel regelmatig. Net als de Philadelphia Experiment. En in de kroon zit oud werk van Ahmad Jamal, John Coltrane en Miles Davis. Die zet ik tegenwoordig als eerste op. Maar ook al groeit ie andersom, het is wel een boom. En dat heb ik tot mijn 53e zo gedaan.

Het rizoom van Spotify

Want toen kwam het rizoom van Spotify. Dat ging trouwens niet van de één op de andere dag, er zat nog een interbellumpje tussen met MP3’tjes. Die gebruikte ik vooral in de auto, als ware het een handig cassettebandje. Ondertussen luisterde ik via mijn computer ook steeds meer losse nummers random uit een grote bak. Precies wat Spotify in de kern ook is. Een hele grote bak muziek met 30 miljoen liedjes. Waar je betekenis aan geeft door het te organiseren via playlists.

Mijn Americana without Borders playlist; Via Spotify kan je hem compleet vinden.

Toen ik net op Spotify zat heb ik avonden besteed om mijn oude bomen weer in te richten. Keurig alles weer onder het kopje ‘albums’ ondergebracht. Maar al gauw bleek dat zo niet te werken. Voor ik het door had zat ik liedjes te rijgen in nieuwe playlists. Van alles door elkaar; oud en nieuw, bandjes en solisten, rock en jazz. Gebaseerd op één connectie tussen jou en die liedjes. Geen boom, maar een rizoom. Het is wat Deleuze het principe van connectiviteit en heterogeniteit noemt: Any point of a rhizome can be connected to anything other, and must be.

De betekenis van een lijst evolueert vanzelf als het zich in de tijd verder ontwikkelt. Dat is een tweede kenmerk van rizomen: multipliciteit. “A multiplicity has neither subject nor object, only determinations, magnitudes and dimensions that cannot increase in number without changing the multiplicity in nature.” Zo was ik ooit met een playlist ‘Americana’ begonnen, die al snel werd aangevuld met tips van Spotify. Dus stond er opeens ‘Get thy bearings’ van Donovan tussen. En even later ‘Saturday Sun’ van Nick Drake. Waarop de playlist eerst tot ‘Mostly Americana’ werd omgedoopt en later ‘Americana without borders.’

Soms wordt een playlist zo groot, dat ie niet meer het gevoel oplevert wat je er ooit mee bedoeld had of dat je bepaalde liedjes opeens te weinig hoort. Dan kan je volgens het principe van de onsignificante scheuring je playlist gewoon uit elkaar trekken. “A rhizome may be broken, shattered at a given spot, but it will start up again on one of its old lines or on new lines”. Zo heb ik uit de Americana playlist een nieuwe lijst ‘Groot zand’ afgesplitst, met liedjes van onder andere Howe Gelb en Calexico.

The map is not the territory

Nog een kenmerk van een rizoom. “The rhizome is altogether different, a map and a tracing. The map is open and connectable in all of its dimensions; it is detachable, reversible. Susceptible to constant modification.” Elke maandag en vrijdag komt Spotify met nieuwe aanbevelingen, gebaseerd op hoe je rizomen er op dat moment bijstaan. Dat levert soms grote verrassingen op, soms ook zit het er volledig naast. Maar ergens ligt er dan toch een connectie volgens het algoritme, in een dimensie die je zelf (nog) niet ziet. Neveneffect: je kunt nooit compleet zijn, er past altijd wel iets bij. Alles willen hebben moet je gewoon loslaten.

Get thy Bearings van Donovan

Ook de family playlist kan bijzondere invullingen krijgen: zo bleek ik opeens allerlei liedjes van Alicia Keys bij te dragen aan de familielijst. Dat is het principe van de decalcomania: forming through continuous negotiation with its context, constantly adapting by experimentation, thus performing a non-symmetrical active resistance against rigid organization and restriction. Je rizoom verandert door de context waar hij in groeit, net zoals de context verandert door het rizoom. Dat u het maar weet, niks gebeurt in isolatie.

Een van de belangrijkste kenmerken van een rizoom is dat het meerdere ingangen kent. Er zijn alleen lagen, er is geen begin en geen einde. Ook dat zie je in Spotify terug, op verschillende manieren zelfs. Als een playlist afgelopen is, gaat ie vanzelf door met er aan gelieerde muziek: nummerradio dan wel artiestenradio. Zet een grote playlist op shuffle, en het ding speelt nooit dezelfde volgorde van liedjes. Daarnaast kun je van een album een playlist maken, en die kan je dan weer in een mapje stoppen. Een beetje op z’n booms, eigenlijk, maar dan via de wetten van het rizoom: the map is not the territory.

Inmiddels is me duidelijk geworden dat sommige albums zo goed zijn, dat het een playlist op zichzelf is. Zoals ‘Dream River’ van Bill Callahan, ‘Antiphon’ van Alfa Mist of ‘Desolation Blues’ van Chris Whitley. (Ja, de muzieksmaak is inderdaad nogal veranderd de afgelopen jaren). Die staan nog steeds onder het kopje ‘albums.’

Van de rest heb ik de beste nummers overgenomen in een playlist en het album zelf verwijderd. Uit mijn eigen mapjes, althans. Want in de territory, de bak van Spotify, daar staan ze gewoon nog in. Wie weet kom ik ze weer eens tegen, als ik een playlist ben begonnen waar ze inpassen. Want dat is plaatjes draaien in tijden van Spotify. Continu veranderende playlists, met af en toe een geweldig album; muziek luisteren in een rizoom.

« Oudere berichten

© 2020 Rizoomes

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑