Wanderings in crisis

Auteur: Ed (Pagina 1 van 29)

Mostly Blues van het Bloemterras

Leestijd: 5 minuten

Mostly Blues van het Bloemterras is een blog over de gezamenlijke playlist die ik sinds een paar maanden met een vriend uitwissel. Dat is nog leuker dan ik vooraf had bedacht, kan ik je zeggen, en ik maak je daarom graag deelgenoot van een paar ontdekkingen. Tien, om precies te zijn. Die zijn nogal, nou ja, mostly blues.

Toen ik in 1984 ging studeren in Utrecht was Gabor de mentor van ons introductiegroepje. We konden het samen direct al goed vinden en hadden enthousiaste gesprekken over muziek, zwarte gaten en Star Trek. Om maar een paar onderwerpen te noemen. Niet dat we ons zelf nerds vonden, overigens. En nog steeds vinden we dat niet. Ontkenning kan een leven lang duren.

Mostly Blues van het Bloemterras
Het Bloemterras in 1982

Het Bloemterras was toen geruime tijd onze vaste plek. Dat leek ons dan ook een prima naam voor onze gezamenlijke playlist. Omstebeurt zetten we een nummer op die lijst. We hadden slechts één regel: ieder mocht van elke artiest maar één liedje plaatsen en pas als de ander dezelfde artiest had opgevoerd was ie weer helemaal vrij. Buut-vrij. Maar die regel blijkt opmerkelijk eenvoudig te omzeilen. Dus nu hebben we geen regels meer. Want er komt toch mostly blues op.

Muzieksmaak

Want dat was wel één van de opmerkelijke ontdekkingen van het Bloemterras: in de afgelopen 38 jaar is onze muzieksmaak dichter naar elkaar gegroeid dan hij indertijd was. De zwaarste metalen zijn er afgeroest en vervangen door diverse jazzstijlen, soul, beetje funk, nog best wel wat rock, maar mostly blues.

Andere ontdekking: als je samen zo’n lijst gaat maken wordt ie volledig anders dan je had gedacht. Je wordt verrast door vondsten van de ander, maar ook van jezelf. Want je gaat toch een beetje verder zoeken dan normaal. Niet te veel op het platgetreden pad, het liefst. Associaties achterna die je nooit had gekregen als je een eigen lijst opstelt. Even googelen, soms. Want er moet ook een verhaaltje bij over de mail. Het is niet alleen maar een liedje plaatsen. Zo makkelijk kom je er niet vanaf bij Gabor en Ed.

Zo groeit de playlist ondertussen als een rizoom alle kanten op. Als ik dit schrijf staan we op 295 nummers. Mostly blues, maar niet alleen. Tien verrassingen wil ik met jullie delen.

Verrassingen, omdat bijvoorbeeld het nummer nieuw is, althans voor ons. Er zit namelijk ook best wat oude meuk bij. Het kan ook zijn dat we het lied gewoon vergeten zijn, gemist hebben door andere muziek of omdat het Spotify algoritme het pas nu onverwacht voorschotelt. Want ook dat algoritme past zich aan, weten wij inmiddels.

Maar ik wil het vooral delen omdat het zo leuk is om te doen. Ik gun iedereen een gezamenlijke playlist als het Bloemterras. Met mostly blues. Of wat anders. Als het maar verrast.

Tien verrassingen van het Bloemterras

Hieronder presenteer ik de tien verrassingen van het Bloemterras. Het zijn niet automatisch de beste nummers. Die hebben vaak al eerder aandacht gehad in andere blogs over muziek, zoals Sam Baker, Andrew Duhon of Alfa Mist. Of in de jaarlijsten van 2018, 2019, 2020 of 2021. Dan wel staan ze straks in de jaarlijst van 2022. Maar die komt pas begin december. Wie weet met mostly blues.

Daar gaat ie.

Bob Reynolds Guitar Band – Can’t wait for Perfect

Bob Reynolds toetert zich een slag in de rondte. De man participeert in allerlei projecten, zoals Snarky Puppy en bij John Mayer. En zo nu en dan komt ie met een eigen plaat, zoals Guitar Band in 2017. Voor het Bloemterras had ik nog nooit van Reynolds Guitar Band gehoord, maar dat album staat ondertussen bij mijn favorieten.

Admiral Freebee – Get out of Town

Admiral Freebee uit België. De DaDa is daar nooit ver weg, net als het absurdisme. En dat hoor je bij de Admiraal. Ik wist dat ie bestond, het album is immers al uit 2003. Maar dat het zo goed was, heb ik toen niet gehoord. Kennelijk te druk gehad met herrie, toen. Een herontdekking, dus, doch tijdloos.

Taj Mahal – Senor Blues

Taj Mahal kende ik van naam, maar niet zo goed van muziek. Senor Blues is een cover van Horace Silver en die jazzinvloeden liggen er niet zo’n klein beetje dik bovenop. En dat klinkt best lekker. Alleen van dat basloopje in het begin krijg je al zin. Het hele album is trouwens top. Maar wel mostly blues.

Josh Teskey & Ash Grunwald – Low Down Dog

Roots. Mississipi. Dat was de eerste associatie met het album van dit illustere gelegenheidsduo uit Australië. Normaliter doet Josh aan Memphis soul met z’n andere Teskey Brothers en grossiert Grunwald in fuzzy gitarenblues. Maar bij Low Down Dog waan ik me in een wastobbe naast de rivier, met kampvuur en een glaasje whisky.

Dan Patlansky – Big Things Going Down

Dan Patlansky is de incarnatie van Steve Ray Vaughn. Maar dan uit Zuid Afrika. Had ie in Amerika gewoond, hij was nu wereldberoemd. Nu moet ie het met Rizoomes doen, doch elke reis begint met één stap. Big things going down is in deze live uitvoering nog mooier dan het origineel. En die is al zo goed.

Dr. John – I don’t want to Know

De good Doctor, alias de Nighttripper, daarvan dacht ik dat ik toch wel zo’n beetje alles wist. Niet dus, blijkt. Zijn album Anutha Zone uit 1998 is volledig aan me voorbij gegaan en is misschien nog wel beter dan mijn tot nu favoriet Locked Down. Van Anutha Zone deze prachtige cover van John Martyn.

Merry Clayton – Southern Man

Merry Clayton, geboren op Eerste Kerstdag 1948 (precies daarom is het ook Merry) is iemand die ik mijn hele muzikale leven al ken zonder dat ik het wist. Zij deed de vocalen in Gimme Shelter. Ja, u kent haar dus ook. Daarnaast backte ze ook vocals in Sweet Home Alabama van Lynyrd Skynyrd. Luister eens goed naar dit nummer Southern Man en verbaas u met mij waarom ze niet net zo beroemd is geworden als pak ‘m beet Aretha Franklin.

Ronnie Earl – Why can’t we live Together

Ronnie Earl is één van de frequente bezoekers van het Bloemterras. Vier keer staat ie er op, waarvan twee keer met z’n Broadcasters. Zo makkelijk is het dus om de buutvrij te omzeilen. Earl heeft een gitaargeluid uit duizenden, en hoewel mostly blues, zit er veel soul en jazz verwerkt in zijn muziek. Why can’t we live together is ook bekend als cover van Sade, maar die versie valt in het niet bij die van Ronnie, met Diane Blue op vocals.

Bob Dylan – Black Rider

Black Rider van Bob Dylan is misschien wel één van mijn grootste verrassingen van het Bloemterras. Al helemaal toen ik er achter kwam dat het van één van zijn laatste albums kwam, Rough and Rowdy Ways. Verder weet ik helemaal niets van de beste man, behalve de dingen die iedereen van hem weet. Dus work to do there is, zei Yoda. Go and Listen!

Ibrahim Maalouf – Beirut

Ibrahim Maalouf kende ik al wat beter van mijn jazz zoektochtjes. Daar hield ik een wat dubbel gevoel aan over. Sommig werk vind ik prachtig, vooral het oudere. Zijn nieuwe muziek neigt nogal naar bombast en daar hou ik niet zo van. Onlangs bracht hij echter een nieuwe plaat uit omdat hij veertig werd, met daarop een nieuwe bewerking van Beirut. Die stad had al mijn warme belangstelling sinds dit blog over de detonatie en daardoor was ik extra benieuwd naar deze uitvoering met de Belgische gitarist Francois Delporte. It’s Maalouf, Captain, but not as we know it. In één woord prachtig.

Tien verrassingen van het Bloemterras. Ik hoop dat het je inspireert om ook zo’n gezamenlijke playlist op te zetten. Ook al is het niet met mostly blues. En anders kun je natuurlijk altijd onze lijst van het Bloemterras blijven volgen.

Grensverkenningen. Een boekrecensie

Leestijd: 3 minuten

Grensverkenningen van Kester Freriks en Martijn Storms is een lekker boekje voor op vakantie. Neem dan ook wel wat anders te lezen mee, iets met een plot of zo, want na elke twee hoofdstukken is de spanning er wel weer even van af. Ik vond het dan ook vooral een naslagwerkje, dat mooi past bij alle andere kaartenboeken in de kast.

Onlangs hield ik een weekje vakantie in Zuid Limburg, een paar dagen wandelen over het Krijtlandpad. Het Drielandenpunt in Vaals is één van mijn heimelijke genoegens uit die streek. De sensatie dat je met een paar stappen door drie landen kunt lopen is sinds mijn kindertijd niet kleiner geworden. Ik word daar nog steeds vrolijk van.

Ik kon mijn geluk dan ook niet op toen bleek dat Kester Freriks en Martijn Storms een boek hadden geschreven onder de titel Grensverkenningen. Hoe toepasselijk was dat. Vol verwachting sloeg ik het op in de zonnige kasteeltuin van ons hotel. Natuurlijk als eerste bij het hoofdstuk over Limburg. Wat zou er in staan over Vaals?

Nou, niets. De grensverkenningen in Limburg gaan namelijk over de bufferzone die in 1815 werd getrokken ten oosten van de Maas om Pruisen en Frankrijk uit elkaar te houden. Het was zowel de oprichting van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden als die van de provincie Limburg. Daarna volgt in het hoofdstuk een impressie van de streek rondom Sittard en dan met name over de Kollenberg en het van origine Duitse gebied Selfkant.

Kleine historiën

Selfkant werd na de oorlog door Nederland geannexeerd als oorlogscompensatie. “In de verhalen van de mensen die hier wonen en leven was dat een nachtmerrie”, schrijft Freriks. Volgens hem ontlenen mensen hun identiteit aan een grens. Ze voelen zich ermee verbonden, al wordt de eenheid vaak bedreigd. In 1969 werd Selfkant weer teruggegeven aan Duitsland, al ligt het nog steeds als een kartel, ‘een wespentaille’ diep Nederland in.

Het verhaal over Selfkant is één van de vele kleine historiën uit Grensverkenningen. Achttien staan er in, allemaal opgehangen aan één van de vele kaarten uit de oude verzameling van Tiberius Bodel Nijenhuis. Bij zijn overlijden in 1872 schonk hij zijn collectie van kaarten en atlassen aan de universiteit van Leiden. Tot op de dag van vandaag zijn die daar nog steeds te vinden.

Buskruitramp Leiden
De kaart van Leiden is officieel uit 1675, maar door vader Nijenhuis in 1807 ingekleurd na de Buskruitramp. Foto uit het boek.

De verzameling van Nijenhuis bevat veel kaarten en prenten van de Buskruitramp uit 1807. Die had hij meegemaakt als jongen van elf, het ouderlijk huis stond op 500 meter afstand van de grens van het rampgebied. “Op zijn twaalfde verjaardag kreeg hij een kastje met kaarten cadeau van zijn vader. Zou de kaart van Leiden met het door vader Bodel Nijenhuis ingetekende rampgebied daarin hebben gezeten”? Freriks weet het niet zeker, maar tussen de regels door hoopt hij het van harte en ik hoop dat met hem mee.

The map is not the territory

Het is mooi om te zien waar je allemaal grenzen aan kunt trekken. Aan vaargeulen, verdedigingslinies, afwateringsgebieden, zandverstuivingsgebieden, van alles. Misschien is de mooiste grens nog wel die van de klokslag in Leeuwarden. Tot waar je de kerkklokken kon horen, gold het rechtsgebied van de betreffende stad. Keurig ingetekend op de klokslagkaart.

Grensverkenningen is niet een boek om in één keer uit te lezen, daarvoor zijn de verhalen te verschillend. Het springt daardoor logischerwijze van de hak op de tak. En ondanks dat Freriks zijn hoofdstukken dapper essays noemt, is het nu juist dat wat ik miste: de wat diepere gedachten over de betekenis van grenzen. Zelfs de meest beroemde uitspraak over kaarten, The map is not the territory, ben ik niet tegen gekomen.

Desondanks is het heerlijke vakantielectuur, af en toe een hoofdstukje tussen twee drankjes door is een geweldige tijdsbesteding. Eenmaal weer thuis kan Grensverkenningen prima in de kast als naslagwerkje, tussen alle andere kaartenboeken in. Een grenzeloze verzameling.

Geelwassen

Leestijd: 3 minuten

Geelwassen is de concrete handeling om rode risico’s te verzachten, geel te wassen dus. Daardoor drijft een systeem langzaam richting onveiligheid en wordt het fragiel, zonder dat het wordt opgemerkt. En creëer je je eigen fundamental surprise.

Kan je het je nog herinneren, de eerste keer dat iemand je uitlegde dat er een formule bestond voor risico? Risico is kans maal effect. Walter schreef het op het bord, het was in een klein zaaltje ergens in Utrecht. R = K x E stond er en opeens ging het licht aan. Dat was nog eens een handig instrument.

Toch riep het wel allemaal vragen bij mij op over validiteit. Hoe ken je een getal toe aan een kans of een effect? Is kans dan gebaseerd op frequentie of op waarschijnlijkheid? Frequentie kun je uitrekenen, maar waarschijnlijkheid, was dat niet gewoon een gok? Weliswaar gebaseerd op expert judgement, maar hoe weet ik wat een expert is? Hoe bepaal je de kans van datgene wat je niet weet?

Het ene risicogetal is dus nog zomaar het andere niet, zoveel werd mij wel duidelijk. Maar ach, met het relative ranking model kreeg je een rijtje waar in ieder geval het grootste risico bovenaan stond. Daar kon je al best mee uit de voeten. En een mogelijk validiteitsprobleem gold voor alle risico’s in het rijtje hetzelfde, dus echt heel veel kwaad kon het ook weer niet.

Aan de slag! Veilig maken die hap.

Geelwassen
Geelwassen. Tekening Wendy Kiel

Dit was allemaal eind jaren negentig. Soms denk ik er nog wel eens aan terug, hoe veel makkelijker het toen was om een risicoanalyse op te stellen en daarna gewoon aan de slag te gaan. Want inmiddels is er van alles aan die simpele formule toegevoegd. Er kwamen risicomatrices, waarop de risico’s gescoord moesten worden. Dat wekte de indruk dat risico’s opeens absoluut waren geworden, in plaats van relatief. Waardoor dat validiteitsprobleem naar mijn mening alleen nog maar groter was geworden.

Plus dat alles in die heppiedepeppie management newspeak kleurtjes werd gegoten. De complexe werkelijkheid teruggebracht tot drie categorieën.

Groen, geel en rood; OK, misschien OK en niet OK.

Afdrijvende veiligheid

Ik denk dat daar het geelwassen is begonnen. Want die categorie rood, daar was het management nogal allergisch voor. Kon dat niet anders? Door er een kleinere waarschijnlijkheid aan toe te kennen?  Van bijvoorbeeld 10-6  naar 10-8 of zo, dat was allebei heel klein en dan werd het rode risico geel, donkergeel.

Of de criteria voor de matrix, misschien moesten die maar eens geëvalueerd worden. Oh, heet dat ook geelwassen? Rode risico’s geel maken? Waar staat dan dat dat niet mag?

Op zichzelf is het misschien niet eens zo’n probleem om van een lichtrood risico een keer iets donkergeels te maken. Dat hangt natuurlijk ook sterk van het betreffende risico dan wel kwetsbaarheid af. Nee, het grote gevaar is dat je met geelwassen je systeem corrumpeert als je teveel rode risico’s geel wast. Dan lijkt je systeem als geheel met al die groene en gele KPI’s redelijk op orde, terwijl er in werkelijkheid veel meer rode risico’s in zitten. Die niemand ziet.

Zo creëer je je eigen fundamental surprise.

Of zoals Sidney Dekker het noemt, drifting into failure, de normalisatie van afwijkingen. En Patrick Hudson formuleerde in dat verband ooit de regel van drie, drie keer geel is rood.

Ik voeg hier nu geelwassen aan toe. Niet als nieuw construct, maar als een hele concrete handeling die velen misschien niet herkennen als afdrijvende veiligheid, maar het wel is.

En zo ging het licht langzaam weer uit.


Dit blog verscheen onder de titel yellow washing in de NVVK Info 2022-2. Eerdere blogs over veiligheid en risicomanagement vind je hier. Speciaal aanbevolen zijn deze twee: Hoe risicomanagement kan leiden tot een fundamental surprise en Sturen we op kans of op effect bij risicosturing?

Het licht aan het einde van de loop

Leestijd: 3 minuten

Het lezen van ‘Het licht aan het einde van de loop’ duurt ongeveer net zo lang als het nieuwe album van Wilco, Cruel Country. Die muziek past uitstekend bij dit boek van Martin Michael Driessen. Het gaat over een kogel die vertelt wat ie meemaakt, een tamelijk uniek gezichtspunt in de literatuur. Waarom niet veel meer mensen dat geprobeerd hebben is na lezing wel duidelijk. Hardleers als we zijn vroegen we het boek zelf ook naar zijn ervaringen.

Ik zag hem voor het eerst bij boekhandel Voorhoeve, in Hilversum. Een grijzende man met een baardje. Hij pakte me op van de stapel, keek naar me en zei toen, vooral tegen zichzelf: “Kijk nou wat geinig, er zit echt een gat in ‘Het licht aan het einde van de loop’. Driessen, was die niet ook van Rivieren?”

Daarna bladerde hij wat, las hier en daar een stukje, mompelde iets wat klonk als OK en perste me tussen twee andere boeken in. Als ik me goed herinner waren dat de verzamelde brieven van Rainer Maria Rilke en een vertaalde essaybundel van Fran Leibowitz. Hooghartig geteisem, als je het mij vraagt, er kon geen groet van af. Ken je dat, de hele weg terug in zo’n linnen tas en niemand die wat zegt? Terwijl ze allemaal tot hun nok toe vol met woorden zitten?

Het licht aan het einde van de loop

Bij hem thuis legde hij me bovenop Des Duivels Woordenboek, van Ambrose Bierce. Dat boek is echt knettergek. Deed niets anders dan de hele tijd ongevraagd woorden uitleggen. Riep ie opeens: “Hel. Zelfstandig naamwoord. De woonstee van wijlen dr. Noah Webster, woordenboekmaker.” Ja, zo gek was ie. Ik ging er gewoon slecht van slapen.

Achteraf heb ik er niet eens zo lang gelegen, een week of twee denk ik. Dus dat viel reuze mee. Sommige boeken stonden er al meer dan twintig jaar, zeiden ze, en waren nog nooit gelezen. Dat is de antibibliotheek, zei hij dan. “De boeken die je niet gelezen hebt zijn waardevoller dan die je wel hebt gelezen.” Mooi verhaal, maar ‘Dromen, sprookjes en Mythen’ van Erich Fromm staat nu al sinds 1995 te verstoffen en het arme ding wordt er helemaal depressief van. Die vorige eigenaar, A. Lemmens, had haar nooit weg moeten geven. Maar goed, soms is het niet anders. Als het buiten je invloed ligt, moet je het accepteren.

Ben jij wel eens voor de eerste keer gelezen? Toen het eenmaal zover was werd ik er toch nog zenuwachtig van. Dat bleek helemaal niet nodig. Hij sloeg mijn bladzijden keurig om en deed geen enge dingen, zoals ruggetjes breken om makkelijker te lezen. Ik zag zijn rode leesbril en daarachter die blauwgrijze ogen heen en weer gaan. Af en toe glimlachte hij, maar hij keek ook behoorlijk kritisch. Soms sloeg ie zelfs zuchtend een stukje over. Daar werd ik dan wel weer onzeker van.  

Een paar keer schreef ie wat in me, met een potlood. Ken je dat gevoel? Het kriebelt heel erg, best wel lekker eigenlijk. Dat soort zinnen vond ie leuke vondsten, voor een boek over kogels in oude Colt. Zoals deze vier.

Je moet gelukkig zien te worden met wie je krijgt.

Je eindigt liever in het hoofd van Hitler dan in een boomstam.

Ik begin hoop te koesteren dat er een wereld bestaat die mij niet meer nodig heeft.

Elk bestaan komt tot een einde, maar zolang het duurt schijnt het nooit voltooid te zijn.

Wat ie ook grappig vond was een stukje over de laatste verblijfplaats van de kogels en de Colt. Achter Moby Dick in de boekenkast, van Herman Melville. Zegt die kogel: “Ik overweeg mezelf een naam te geven, Ishmael misschien.” Nou goed, het was misschien geen geschater, maar grinniken deed ie wel. Dus echt slecht vond ie het niet.

Maar hij was ook niet laaiend enthousiast over het licht aan het einde van de loop. “Een gekunsteld onderwerp leidt tot een gekunsteld boek,” mompelde hij toen hij me sloot. “Maar wel leuk voor op het strand, of in de trein. En laat het daar dan liggen, voor iemand die het toevallig zal vinden, lezen en weer doorgeven. Net zoals de kogels steeds weer ergens terecht komen en niet weten hoe het eindigt.”

Blue Ocean Crisiscommunicatie

Leestijd: 5 minuten

Blue Ocean crisiscommunicatie gaat uit van crisis als proces, niet als eenmalig incident. Het betekent dat je proactief het antiverhaal vertelt: dat wat de mensen nog niet over je organisatie wisten. Zoek dus de blauwe oceaan op, waar de ruimte is en kom slechts in de rode oceaan als er over incidenten gecommuniceerd moet worden.

Ongewenste gebeurtenissen

Op 17 februari 2022 hield ik een lezing voor Zorgvisie over crisismanagement. Ik vertelde er onder andere over de kleine taxonomie van de ongewenste gebeurtenis. Naar mijn ervaring moet je namelijk onderscheid maken naar vier verschillende soorten incidenten. Ten eerste de emergency respons. Dat is het klassieke ongeval of verstoring en van alle vier is het de meest herkenbare.

Bijna altijd leidt een emergency tot een disruptie. Dat is een verlaging of vermindering van een functionaliteit waardoor je niet meer kunt leveren wat je normaal wel kan. Dit kan kort- of langdurend zijn, en in sommige gevallen zelfs structureel worden. Kijk bijvoorbeeld naar corona. Dat begon als een emergency, maar werd uiteindelijk een disruptie die zo lang duurde dat het de nieuwe werkelijkheid is geworden.

Dreigingen daarentegen dienen zich per definitie van tevoren aan, maar niet altijd met een datum erop zoals bijvoorbeeld bij een staking. Ook dreigingen kunnen lang duren of zelfs nooit meer voorbijgaan, denk aan cyberdreiging. Wel kan de intensiteit verschillen, waardoor het soms toch een incidenteel karakter kan hebben. In die zin lijkt dreiging nog het meest op crisis.

Crisis is een proces

Want naar mijn stelligste overtuiging is crisis geen incident. Het is een proces.

Ik hanteer een aangepaste definitie uit de NEN normen die een crisis omschrijft als een onstabiele situatie die de strategische doelen of zelfs de levensvatbaarheid van een organisatie bedreigt. Wat ik zie gebeuren in de praktijk is dat een incident, of het nu een emergency, disruptie of dreiging is, een crisis kan aanwakkeren maar dat maakt het incident zelf nog geen crisis.

Blue Ocean Crisiscommunicatie

Crisis is namelijk een sociaal construct. Het gaat over schurende opvattingen, het is een narratief over gepercipieerde incompetentie, die bewezen wordt geacht door de manier waarop er met ongewenste gebeurtenissen wordt omgegaan, of door de wijze waarop feitelijkheden uit de fysieke werkelijkheid worden geïnterpreteerd. Uiteindelijk wordt een crisis altijd op de persoon gespeeld. Daar kun je op wachten.

Crisiscommunicatie

Uit het publiek werd de vraag gesteld wat je hier aan kan doen. “Crisiscommunicatie”, antwoordde ik. “Wat voor crisiscommunicatie”, was de wedervraag. “Proactieve crisiscommunicatie”, zei ik, “want dan is er nog wat aan te doen. Bij reactieve crisiscommunicatie bepalen anderen de agenda en zit je dus in hun verhaal. Terwijl je in je eigen verhaal wilt zijn”. En toen was de tijd op.

Daarna kreeg ik de gedachte van de proactieve crisiscommunicatie niet meer uit mijn hoofd. Want hoe ziet dat er dan uit? Wat doe je dan?

Het belangrijkste is, zo bedacht ik mij, dat je moet aanhaken bij wat crisis is. Als crisis een proces is, dan is crisiscommunicatie dat dus ook. Wanneer je crisiscommunicatie versmalt tot incidentcommunicatie ben je te laat, want reactief. Dan wakkert het incident de crisis aan. Incidentcommunicatie moet dus altijd passen in je crisiscommunicatie strategie.

Daarin lopen korte- en lange termijn doelen door elkaar, is er altijd aandacht voor het vorige en volgende incident en ben je bewust van wat er in de omgeving van jouw organisatie nog meer gebeurt en wie wat verteld. Omdat altijd alles naar believen aan elkaar wordt geknoopt, verhalen gedragen zich in die zin rizomatisch.

Storytelling, collectief geheugen en crisismakelaars spelen daarbij een grote rol.

Karakteristieken

Storytelling is een vorm van journalistiek waarin het persoonlijke algemeen wordt gemaakt. Er wordt gezocht naar het meest schrijnende voorbeeld (wat ook vaak schrijnend is) en dat wordt exemplarisch voor hoe de boel in elkaar steekt. Storytelling raakt de emotie van mensen en is daardoor lastig te nuanceren. Het wakkert de crisis meestal verder aan.

Het collectief geheugen zorgt ervoor dat alles aan elkaar wordt verbonden. Incidenten worden met alle gemak van de wereld aan elkaar geknoopt, zowel die uit jouw organisatie als die van anderen, uit eigen land en uit het buitenland. Ongeacht de oorzaak en context, vaak gelardeerd met semi-wetenschappelijke concepten als ijsbergmodellen. Al dan niet verteld door (semi) wetenschappers die persoonlijk baat hebben bij de geboden zendtijd.

Er is een tendens dat ongewenste gebeurtenissen steeds meer naar disruptie en crisis neigen. Dit is een zichzelf versterkend proces dat vraagt om de meer proactieve benadering van de blauwe oceaan.

Dat raakt aan de derde karakteristiek, die van de crisismakelaars. Dat is voor het eerst geduid door Arjen Boin in een onderzoek naar institutionele crisis en als je het eenmaal hebt gezien kan je het niet meer niet zien. Er zijn altijd mensen die jouw crisis of incident kunnen gebruiken om hun agenda uit te voeren. De social media hebben dit fenomeen enorm versterkt, tot op het niveau van Extremistan. Oftewel, crisismakelaars kunnen een Black Swan veroorzaken. Wees dus geen kalkoen.

Blue Ocean Crisiscommunicatie

Wat de crisiscommunicado te doen staat is deze drie karakteristieken om te denken naar een eigen strategie. Die valt het meest makkelijk te typeren als Blue Ocean Crisiscommunicatie, geschoeid op de leest van de Blue Ocean Strategy. Chan Kim & Renée Mauborgne kwamen in 2005 met hun metafoor van de rode en blauwe oceaan. In rode oceanen concurreren organisaties elkaar dood in markten met minimale rendementen, terwijl in de blauwe oceaan nog alle kansen liggen op een goed product tegen normale kosten.

Met crisiscommunicatie is het net zo. In de rode oceaan cirkelen alle haaien met hun eigen narratief rondom hun prooi. In dat bloedige water moet je het gevecht aan met hun verhaal, in plaats van dat je je eigen verhaal kwijt kunt. Dus trek naar de blauwe oceaan en vertel daar over al die dingen die je ook bent, maar niet iedereen wil horen omdat het niet in hun kraam te pas komt. Vertel, kortom, het antiverhaal, het verhaal dat mensen nog niet weten over jouw organisatie.

Lange adem

Blue Ocean Crisiscommunicatie is een strategie voor de lange adem. Het begeleidt de proceskarakteristiek van crisis in jouw organisatie. In goede tijden bouw je krediet op, vult de kassa zich met wisselgeld als buffer voor tegenslag. Dat is het proactieve karakter ervan. Zo nu en dan zal deze strategie van de blauwe oceaan zich bij incidenten ook moeten verplaatsen naar rode oceanen. Je kunt immers niet altijd proactief zijn. Maar dan weet je wel waar je weer naar toe wil: de blauwe oceaan. That is the way.

Mocht ik op 17 februari dit allemaal paraat hebben gehad, ik had het zeker verteld. Mocht daar dan de vraag uit zijn gekomen om een voorbeeld te geven, dan zou ik ‘Ontmoeting met de werkelijkheid’ hebben gezegd. Dat is een film van de Veiligheidsregio Midden- en West- Brabant uit 2011, naar aanleiding van de brand bij Chemiepack.

De VRMWB was door een wat kwestieuze incidentcommunicatie tijdens en na de grote brand in het nauw geraakt. Geruime tijd was het stil, tot ze opeens met die film kwamen. Daarmee trokken ze het initiatief volledig naar zich toe, omdat ze het antiverhaal vertelden: dat wat de mensen nog niet wisten. In hun eigen blauwe oceaan.

De nutteloosheid van de Black Swan, behalve voor de crisismanager

Leestijd: 9 minuten

Wat moet je als crisismanager met De Black Swan? Met die vraag ging ik het beroemde boek van Nicholas Taleb voor de tweede keer te lijf. Een eerdere poging had ik namelijk jaren geleden al eens gestaakt wegens algehele taleberitus, een alsmaar groeiende moeheid bij elk nieuw hoofdstuk dat ik van hem opsloeg. Met een crisisbril op was het echter goed leesbaar en het leverde ook nog eens een mooi rijtje aandachtspunten op voor de crisismanager. Maar verder is het concept van de Black Swan vrijwel nutteloos en het boek een worstelpartij.

Want echt waar, de ondertoon die Taleb steeds weer in zijn boeken weet aan te slaan is een constante factor van irritatie. Daar moest ik mij toch regelmatig overheen zetten om te blijven doorlezen. Niet dat het alleen maar kommer en kwel is, dat niet. De inleiding over de antibibliotheek vind ik nog steeds geweldig. Daarom maakte ik er ook een apart blog over, net als over het antiboek, waarbij ik me later wel afvroeg hoe groot de antibibliotheek met ongelezen Black Swans zal zijn. Ik denk dat je er best nogal wat plankjes mee kunt vullen.

De nutteloosheid van de Black Swan, behalve voor de crisismanager
Ik kocht voor deze recensie de tweede editie, voor het postscript essay. Dat viel wat tegen, vooral omdat er weinig nieuws over redundantie werd gezegd.

Net als bij ‘Misleid door toeval’ voelt de Black Swan aan als één grote associatie. Doorheen het hele boek tovert Taleb aan de lopende band namen van mensen tevoorschijn. De meeste omdat hij ze verafschuwt, dom vindt of slechts belust op geld en macht. De rest, een minderheid, is in zijn ogen briljant tot geniaal zonder daar ooit erkenning voor te hebben gekregen. Daar gaat hij dan soms zo hard over te keer dat mijn psychoanalytische voelsprieten bijkans overbelast raakten.

Op bladzijde 106 lost Taleb het Freudiaans vermoeden van affectieve verwaarlozing in. Daar schrijft hij dat mensen die op Black Swans jagen vaak een gevoel van schaamte hebben omdat ze niets nuttigs bijdragen:

Het is mijn grote hoop dat de wetenschap en directeuren en bestuurders ooit herontdekken wat men in de Oudheid al wist, namelijk dat respect ons meest waardevolle betaalmiddel is.

nicholas taleb

Toen dat hoge woord er eenmaal uit was werd alles duidelijk en viel er tussen de therapeutische scheldpartijen door veel te leren over Black Swans. Mocht u zich afvragen waarom ik hier zo diep op in ga, dat kwam doordat iemand mij van de week vroeg of ik het boek zou aanraden. Daarop viel ik even stil, moet je dit boek lezen?

Ik zou daar nu, na herlezing, toch met ‘ja’ op willen antwoorden. Wel met de disclaimer erbij van Taleb’s dingetje over respect, zoals hierboven beschreven. Het is dus net zo’n worstelboek als ‘Misleid door toeval.’ Als je goed je best doet, valt er een hoop uit te halen. Hetwelk je dan direct op je eigen conto mag schrijven; respect, goed gedaan. Het lezen van een boek als karaktervorming.

Op naar de inhoud.

Het nut van de Black Swan

Volgens Taleb is een Black Swan een zeldzame gebeurtenis met een enorme impact die slechts achteraf verklaard kan worden.

Daar hangt hij de halve wereldgeschiedenis aan op. De Eerste Wereldoorlog was een Black Swan, de opkomst van Hitler, de instorting van het Oostblok, de effecten van internet, de beurskrach van 1987, eigenlijk alles wat belangrijk is in het leven is een Black Swan. Het maakt daarbij niet uit of het een flits is of een langzaam proces. Als het maar grote impact heeft.

“Rages, epidemieën, mode, ideeën, het ontstaan van kunststromingen en scholen. Al dit soort dingen verloopt volgens de dynamiek van de Zwarte Zwaan.”

Het riep bij mij de vraag op hoe zeldzaam een Black Swan nog is als alle belangrijke gebeurtenissen in de wereldgeschiedenis er één zijn.  

Naast de zeldzaamheid riep ook de onvoorspelbaarheid als criterium bij mij vragen op. Dat je ze niet kan voorspellen is omdat Black Swans veroorzaakt worden door wat we niet weten, schrijft Taleb. Het is bovendien grotendeels toeval wat er gebeurt, zo gaat hij verder, en dat wordt nog eens verhuld ook door het triplet van opaciteit. Dat bestaat uit:

  • De illusie van kennis. Je weet veel minder dan je denkt. Zie ook ‘Misleid door toeval.’
  • De retrospectieve vertekening. Zeg maar hindsight bias.
  • De overwaardering van feitelijke informatie en mening van deskundigen. Dat is wat Taleb platoniciteit noemt: dat we denken veel meer te weten en begrijpen dan we daadwerkelijk doen.

Toen ik dit zo allemaal zat op te schrijven kwam de onvermijdelijke vraag op wat je eigenlijk met de Black Swan moet. Je kunt ze niet voorspellen, je kunt ze alleen maar achteraf verklaren en eigenlijk zijn ze ondanks Taleb’s definitie niet eens zeldzaam.

Je hebt er dus helemaal niets aan, aan die Black Swan. In ieder geval niet op macro niveau.

Maar je kunt er wel wat mee als crisismanager. Want tussen alle zijstappen en associaties door vertelt Taleb genoeg leuke anekdotes om van te leren. Je moet ze alleen wel even zelf op een rijtje zetten, want aan structuur doet Taleb niet. Dus dat heb ik maar gedaan, met diverse linkjes ook naar eerdere blogs met vergelijkbare onderwerpen.

Voor de crisismanager

Laten we er in deze paragraaf van uitgaan dat je een serieus professional bent die zijn risico- en crisismanagement volgens (inter)nationale maatstaven op orde hebt.

Dan is een Black Swan de falsificatie van dat beleid.

Niet dat Taleb het zelf zo definieert, maar dat was hoe ik de Black Swan operationaliseerde voor een organisatie. Je hypothese dat je het goed voor elkaar had wordt ontkracht. Dat is de Black Swan voor de crisismanager.

Wat heb je aan die wijsheid? Het belangrijkste punt is dat je beter zelf je systeem falsifieert dan dat je het door een Black Swan laat doen. Niet dat het je systeem immuun maakt voor een Black Swan. Dat is sowieso de grootste denkfout die je kan maken. Maar je maakt het wel lastiger. Al helemaal als het je lukt naar een adaptief systeem te groeien dat zich continu ontwikkelt en aanpast.

Dat doe je onder andere door te testen, testen en testen. Met oefeningen, Red Teaming, Zombie Attack scenario’s, alles wat de boel op z’n kop zet. Installeer een cultuur van chronic unease: waar zitten de gaten? Wat zag je over het hoofd? Wat weet je niet, waar zit je antikennis in de woorden van Taleb.

Daarnaast: stel jezelf open voor je omgeving. Volg wat er gebeurt, zoek de onderstroom, wees beducht op crisisindicatoren. Waar gaat het schuren? Besef dat Black Swans altijd met mensen en technologie te maken hebben en zoek op dat kruispunt naar risico’s.

En bricoleer. Verzamel bizarriteiten, onmogelijke gebeurtenissen. Lees literatuur (je weet wel, boeken met een fictief verhaal). Bouw je eigen Museum of Accidents. Want accidents reveal the substance, zei Paul Virilio, ook die van de Black Swan. En lees alle blogs van Rizoomes 😊

Tips van Taleb

De kern voor de crisismanager zit in de vorige paragraaf, maar Taleb vertelt nog veel meer. Ik heb daar een rijtje tips van gemaakt, rijp en groen door elkaar. Conversation pieces.

  • Black Swans hebben te maken met verwachtingspatronen. Je wordt verrast omdat je ze niet verwacht. Dat vraagt om onderzoek naar jouw verwachtingspatronen en verrassingen. Wat dit punt ook betekent: een Black Swan is niet voor iedereen hetzelfde. What normal is for the spider, is chaos for the fly.
  • Of zoals Cruyff dat zo mooi zegt: ervaring is datgene wat je mist als je het voor de eerste keer nodig hebt.
  • De kern van Black Swans is dat ze gebeuren omdat je het niet aan zag komen. Je kende het risico niet, de samenloop van gebeurtenissen niet, niks. Black Swans gaan daarom over anti-kennis, dat wat je niet weet. Vandaar ook de gedachtenexperimenten over de antibibliotheek en het antiboek.
  • Het heeft dus in ieder geval te maken met kennis. Taleb adviseert dus om zwarte zwanen te verzamelen en er zo gevoel bij te krijgen. Dat is precies de gedachte achter het Museum of Accidents. En ook de gedachte achter bricolage.
  • Een essentiële factor is niet zozeer de fout in de voorspelling zelf, maar dat men er niet bewust van is. Sowieso is het lastig om een onverwachte gebeurtenis te voorspellen en op grond van het idee achter alternatieve geschiedenissen en steekproefpaden kun je het altijd wel toevallig goed hebben. Wees dus beducht op achterafvoorspellers.
  • Zorgwekkender is dat we er niet altijd bewust van zijn. Voor crisismanagement is het dus van belang te weten wat je gaat doen als er iets gebeurt wat je niet verwacht. Situation Awareness is daarbij essentieel.
  • Daarbij hoort ook inzicht in de menselijke denkfouten, zoals die van Kahneman’s systeem 1 en systeem 2. En de foutgevoeligheid van snelle expertise in niet valide omgevingen. Vertrouw bij voorspellingen niet op je ervaring bij dingen die bewegen, zegt Taleb. Oftewel, in niet valide omgevingen is het onmogelijk te voorspellen.
  • Wie kun je wel vertrouwen? Experts in valide omgevingen, oftewel stilstaande domeinen waarin een stimulus altijd dezelfde respons geeft. Dan hebben we het over vakmanschap.
  • Maak bij ervaring verschil tussen het voorspellen van black swans en het managen van black swans. Voorspellingservaring is waardeloos, manage-ervaring is waardevol. Hoe meer mensen ervaring hebben, hoe meer tegenslag ze overleefd hebben.
  • Waar het gaat om voorspellingservaring moet je wel onderscheid maken tussen de fast burning crisis, het plotselinge incident, en de creeping disaster. Zie de incubatieperiode van Barry Turner. Creeping crises awareness vraagt om goede situation awareness.
  • Platoniciteit is dat we meer denken te begrijpen dan we daadwerkelijk doen. Platoniciteit is dat we ook denken dat we meer kunnen dan dat we doen. De platonische breuklijn tussen de werkelijkheid en jouw verwachtingen is de wieg van de zwarte zwaan, schrijft Taleb. Dat is wat ik Fundamental Surprise noem.
  • Mensen zijn geneigd naar bevestiging te zoeken van hun hypotheses. Maar je moet het omgekeerde doen: zoeken naar waar het faalt. Dat is precies waar Chronic Unease over gaat: een gevoel aankweken dat je zoekt naar fouten, niet naar bevestiging.
Taleb gaat uitgebreid in op wat hij Mediocrestan noemt en Extremistan. In Mediocrestan komen nauwelijks Black Swans voor, in Extremistan heel veel. Mediocrestan is wat past bij de natuurlijk geëvolueerde mens, Extremistan is complexiteit en counter intuïtief.
  • Verder worden mensen bedot door verhalen. Narratieve misleiding noemt Taleb dat. Wij hebben de neiging om met verhalen de wereld begrijpelijk te maken. In de wereld waar wij uitkomen, door Taleb Mediocristan genaamd, is dat ook logisch. Daar komen ook geen Black Swans voor, in ieder geval nauwelijks. Misschien af en toe een vulkaanuitbarsting of zo. Onze biologische bedrading, gevormd door eeuwen van natuurlijke selectie, heeft ons zo ingericht dat we hebben leren te overleven in Mediocristan. Dat is wel een valkuil voor Extremistan.
  • Want in Extremistan komen wel Black Swans voor. En ook steeds meer. Volgens Taleb zal het aantal Zwarte Zwanen toenemen. Dit punt lijkt een paradox. Als je Zwarte Zwanen niet kunt voorspellen, hoe weet je dan het er meer worden? Eigenlijk omdat we steeds meer in Extremistan leven. Maar het aantal zegt verder niets over de verschijningsvorm. Die blijft onvoorspelbaar.
  • Onze aandacht is gericht op afwijkingen, voor afwijkingen wordt je biologisch beloond. Maar niet alle afwijkingen zijn relevant. Hoe meer afwijkingen zich voordoen, hoe minder relevant ze per stuk worden. Er ontstaat steeds meer ruis en minder informatie. Dit is wat social media met ons doet: al die posts zijn een afwijking, alles wordt opgevangen, alles strijdt om aandacht, jouw aandacht. Maar eigenlijk is het ruis. Daardoor verlies je het zicht op het geheel. Dat is wat Extremistan met je doet.
  • Die afwijking obsessie is gebaseerd op onze intuïtie van de lineariteit, zorgvuldig geboetseerd in Mediocristan. Maar niet-lineaire processen, zoals exponentiële ontwikkeling en kwadratenregels, passen niet bij ons buikgevoel. Daardoor maken mensen steeds fouten in het beoordelen van creeping disasters en disruptions. Wat begint als een kleine afwijking, slaat op zeker moment om naar een onbeheersbaar proces.
  • Taleb noemt ter illustratie vier zwarte zwanen van een groot casino in Las Vegas:
    • een schadevergoeding van 100 miljoen omdat bij de tijgershow van Siegfried & Roy iemand ernstig verminkt raakte
    • Een grote schade door een aanslag van een aannemer die het niet eens was met een schadevergoeding die hij had gerkegen
    • Een grote boete omdat een medewerker verplichte formulieren aan de toezichthouder jaren lang verstopte in een doos onder zijn bureau
    • Een eigenaar die geld verdonkeremaande om het losgeld van zijn ontvoerde dochter mee te betalen
Seneca

De meest essentiële vraag die je aan jezelf moet stellen is: waar heb ik het mis? Waar laat ik me door mijn zelfverzekerdheid om de tuin leiden? Als ik heb geleerd dat alles een normaalverdeling is, hoe laat ik die gedachte dan los? Als ik heb geleerd dat je altijd de deur moet dicht houden bij brand, wanneer weet ik dan dat het soms beter is om het niet te doen? Hoe weet ik dat dit een uitzondering is die de regel niet bevestigt?

Het zijn vragen die thuis horen bij prohairesis, de kunst van het je voorbereiden op jezelf. Ik voeg hem daarom toe als de twaalfde vraag aan het blog alle crises ben je zelf.

Deze link met de Stoa is denk ik geen toeval. Feitelijk is het hele boek De Black Swan een vorm van prohairesis. Je wordt tijdens het lezen continu met jezelf geconfronteerd. Ik sluit dan ook graag af met de woorden van Seneca, zoals door Taleb opgetekend. Want Seneca ondertekende al zijn brieven met ‘vale’. Vale wordt vaak vertaald met gegroet, of tot ziens. Maar dat is niet terecht, zegt Taleb. Volgens hem betekent het wees waardig, wees sterk. Ik zeg dan ook: vale!


Dit is de tweede bespreking over de Incertoreeks. Taleb’s Toeval was de eerste. Eerdere blogs over Taleb’s gedachtengoed zijn het Antiboek van Yevgeni Krasnova, de Antibibliotheek, De strategie van de Hydra en Vulkaanuitbarstingen.

Het antiboek van Yevgeni Krasnova

Leestijd: 4 minuten

Misschien bestaat het antiboek niet eens, dacht ik toen ik dit stukje had geschreven. Maar eigenlijk gaat dit blog ook over wat anders. Over denken. Want dat is het belangrijkste gereedschap van de crisismanager, denken. En daar dan de scheppende variant van, met creativiteit en doelgerichtheid.

De schrijfmachine mijmert gekkepraat. Lees maar, er staat niet wat er staat.

martinus nijhoff

Zie jezelf eens als kok. Je belangrijkste doel is om een maaltijd op dat bord te krijgen binnen een redelijke tijdspanne. De ervaren kok doet het misschien uit zijn hoofd, anderen pakken er een recept bij. Maar altijd is er sprake van de twee hoofdbestanddelen uit de strategie van de toevallige kans, bricolage en momentum.

Met bricolage verzamel je de ingrediënten, spulletjes en de mensen die je nodig hebt om het gerecht te realiseren. En momentum is het op het juiste moment bij elkaar (laten) gooien van al die dingen. Dat is wat koken is, bricolage en momentum. Net als crisismanagement dus.

Het antiboek van Yevgeni Krasnova
Het antiboek van Yevgeni Krasnova

Helaas zijn er altijd mensen die koken verwarren met eten en het juiste bestek. Niet dat bestek onbelangrijk is, dat niet, maar het is geen koken. Wee de kok die complimenten krijgt voor zijn messen en lepels, niet voor de maaltijd. Nog nooit ging ik naar een restaurant terug voor de mooie bordjes.

Precies zo moet de crisismanager zich vooral bezig houden met het oplossen van het probleem en zich daarna pas afvragen of ie volgens de wet wel bindende aanwijzingen had mogen geven aan andere diensten als leider COPI. Leuk, beschouwingen over wet- en regelgeving, maar het zijn verhalen over bestek. Eerst maar eens leren koken.

Zelf ben ik een oude kok die kookboeken spaart en daar receptjes uit haalt om een stukje over te schrijven of te vertellen. Zo af en toe kook ik zelf ook nog wel eens wat, maar in de loop der jaren is mijn interesse daarin vooral gegroeid richting de uitzonderlijke verrassingsgerechten met veel impact. Zwart gevogelte, alhoewel je altijd pas achteraf weet of het dat was of niet.

Yevgeni Krasnova

Ik heb nog lang niet al mijn kookboeken gelezen, ze puilen ongelezen de planken van mijn boekenkast uit. Dankzij Taleb zie ik de antibibliotheek tegenwoordig als een onderzoeksinstrument. Daardoor weet je wat je niet weet, het is je known unknown. Hij schrijft er over in het eerste deel van The Black Swan en ik vond het voor crisismanagers zo’n interbolegerend concept dat ik er dit blog over maakte. Want dat is wat crisismanagers moeten doen, interbolegerende concepten bricoleren. Je weet maar nooit wanneer je er wat aan hebt.

In hoofdstuk 2 van The Black Swan begint Taleb vervolgens over de schrijfster Yevgeni Nikolayevna Krasnova (YNK). Zij zou een Frans Russische neurologe zijn die een bestseller had geschreven die door alle gerenommeerde uitgevers over het hoofd was gezien. Hier fronste ik mijn wenkbrauwen. Mijn known unknown is redelijk op orde, maar van Yevgeni Krasnova had ik nog nooit gehoord. Even googelen dus.

Al gauw ontdekte ik dat Yevgeni Krasnova inderdaad niet bestaat. Het is een fictief personage, verzonnen door Taleb die nogal geheimzinnig doet over zijn inspiratiebron. Grappig genoeg bleek haar boek, A Story of Recursion, wel te koop bij Amazon. Alleen is het geen echt boek, maar een zogeheten dummy; 153 pagina’s leeg papier, gelinieerd. Het is een antiboek, het antiboek van Yevgeni Krasnova.

Antiboek

Acht lezers hadden een beoordeling van het antiboek gegeven. Vier met vijf sterren, en vier met één. Daarmee werd het gemiddelde een drie, volgens Amazon, een getal waar Taleb zelf ook wel wat van zal vinden. De bijbehorende commentaren zijn heel grappig, vooral die van een zekere Sophie uit Duitsland. Al weten we niet of Sophie echt bestaat natuurlijk. You Never Know (YNK)

This is a scam. It’s a notebook and not the actual book.

Sophie

Goed.

Taleb zelf gebruikt de term antiboek trouwens niet. Mijn redenering was dat als een kast met ongelezen boeken een antibibliotheek is, een niet geschreven boek een antiboek is. Toch twijfelde ik daar na enige tijd weer over. Is een niet geschreven boek wel hetzelfde als een niet gelezen boek? Is niet-zijn hetzelfde als niet-weten? Is de absence of evidence de evidence of absence?

Bij die vraag aangekomen herinnerde ik me een oud artikel uit de liminale fase tussen de typemachine en de tekstverwerker in, ik geloof dat het van Hofstadter was. Het ging over leegte. Zeker weten doe ik dit trouwens niet. In mijn geheugen worden namelijk steeds meer letters vervangen door spaties.

Volgens Hofstadter is een leeg vel, een A4, niet meer leeg als je het in de tekstverwerker vol hebt getypt met spaties en daarna uitgeprint. Waar bij een typemachine de spatie namelijk echte leegte is, een fysieke verschuiving van de wagen zonder aanslag, is het bij een tekstverwerker een symbool voor leegte; een iets dat de uitdrukking is van niets.

Printscreen van de customer reviews. Mooie minimax verdeling.

Terug naar mijn antiboek van Yevgenia Krasnova. Ik bladerde er door heen, door al die lege pagina’s, en bedacht me dat een volledig ongeschreven boek een unknown unknown is. Je weet niet wat er niet geschreven is. Dit exemplaar daarentegen was wel bekend, het was The Story of Recursion, dat echter niet geschreven was. Dat maakte het een unknown known.

De kok in mij vond het inmiddels welletjes. Er zijn slechts twee soorten maaltijden, zo zei hij, de gegeten en de ongegeten. Zo zijn er ook maar twee soorten boeken, de gelezen en de ongelezen. Er zijn dingen die je weet en dingen die je niet weet. Dat wat je weet kun je gebruiken, wat je niet weet kun je niet gebruiken. De rest is geleuter.

Het antiboek van Yevgeni Krasnova paste overigens prima in mijn antibibliotheek, er waren nog genoeg lege planken over.

Taleb’s toeval. Een boekrecensie

Leestijd: 8 minuten

Taleb’s toeval is een bespreking van het eerste deel uit zijn Incerto reeks, ‘Misleid door toeval’. Ik las het 15 jaar geleden ook al eens en was benieuwd wat er was blijven hangen. Het antwoord daarop is paradoxaal: zowel heel veel als heel weinig. Veel, omdat het meeste wat ik las inmiddels wel gemeengoed is in het vakgebied. Weinig, omdat ik bij sommige stukken dacht het echt voor de eerste keer te lezen, zo onbekend kwam het mij voor. Zoals de waarschuwing van Solon. Een uitstekende metafoor voor Taleb’s toeval.

Wat me echter in het boek het meest van alles trof was de toon van de Stoa die tussen alle regels door naar buiten kiert. De kern van het Stoïcijns gedachtengoed is immers dat je beperkt invloed hebt op de dingen die gebeuren en dat je de rest maar moet accepteren. Zo kijkt Taleb ook naar toeval. De meeste dingen gebeuren gewoon; als het goed uitpakt heb je geluk, als het slecht uitpakt heb je pech.

Dat is geen boodschap om dan maar niets te doen en af te wachten wat er verder gebeurt. Dat er veel afhankelijk is van toeval betekent namelijk niet dat je een slachtofferrol moet aannemen en je alles maar moet laten overkomen. Dan eindig je zeker onderaan het rijtje.

Taleb's toeval

De boodschap van Taleb’s toeval is wel dat je niet veel anders kan doen dan je best, met de goede intenties als een solide basis. Mocht dat succes opleveren, denk dan niet dat het dankzij je geweldige strategie is gelukt. Er had net zo makkelijk een alternatieve geschiedenis kunnen plaatsvinden met een hele andere afloop. Ook dat was dan niet dankzij jou. Je kunt dus zowel pech als geluk aan niemand verwijten; het gebeurt gewoon. Zwarte eenden en grote ego’s daargelaten natuurlijk, maar daarin zitten niet de beste intenties. Dus die tellen niet bij Taleb’s toeval.

Solon’s waarschuwing

Maar laten we eerst nog eens kijken naar Solon’s waarschuwing, want daarin ligt de kern van Taleb’s toeval. In wat nu West Turkije is en vroeger Lydïe heette woonde een steenrijke koning, Croesus. En daar was ie maar wat trots op. Van iedereen wilde hij bevestiging dat zijn rijkdom hem tot de gelukkigste man op aarde maakte. Alleen van Solon kreeg hij die erkenning niet, tot zijn grote irritatie. Volgens Solon kon een mens namelijk op elk moment getroffen worden door tegenslagen, ook al was hij nu welvarend en gezien. Heb dus geen bewondering voor iemands geluk, dat in de toekomst nog kan veranderen. “Want de toekomst is onzeker en onberekenbaar, zodat alleen hij gelukkig mag worden genoemd aan wie de godheid tot aan zijn levenseinde voorspoed heeft geschonken.”

Daarmee was het verhaal nog niet afgelopen. Want later werd Croesus verslagen door Cyrus, de koning van Perzië. En terwijl de brandstapel in gereedheid werd gebracht riep Croesus luid: “Solon, je had gelijk.” Waarop Cyrus wilde weten wat dat te betekenen had en naar verluidt was Cyrus van dat verhaal zo onder de indruk dat hij Croesus in leven liet, in het besef hoe ongewis het lot van een mens is.

Ik denk dan ook dat Taleb’s toeval vooral het besef is dat je maar een klein radertje bent in een groot geheel, wiens leven meer door pech en geluk wordt bepaald dan je eigen superioriteit.

Of zoals Yogi Berra het zei: it ain’t over untill it’s over.

Dat zie je dan weer terug in de laatste paar minuten van een wedstrijd als het er om spant. Iedereen volle bak erin, druk opbouwen, het wordt een flipperkast, alles schiet alle kanten op, doelpunt! Toeval kun je afdwingen in de snelkookpan omdat je extra gebeurtenissen creëert door te versnellen en momentum pakt om te scoren. In dit blog over de strategie van de toevallige kans lees je er meer over.

Ongevallen

Terug naar Taleb’s toeval. Wie onderzoek heeft gedaan naar dodelijke ongevallen zal ongetwijfeld zijn aangelopen tegen alle toevallige omstandigheden die zich afgespeeld hebben vlak voor en tijdens het fatale incident. Mensen misten op het laatste moment het vliegtuig, ruilden hun plek met iemand voor een andere vlucht, liepen de dienst voor een collega; je kan het zo gek niet bedenken of er is altijd wel een persoon die toevallig wel of niet op de plaats des onheils was.

Een voorbereide geest heeft het geluk aan zijn zijde, zei Makaya McCraven op het North Sea Jazz. Een mooie interpretatie van één van Seneca’s regels: Luck is what happens when preparation meets opportunity.

Dat toeval ervaren de meeste mensen ook bij hun eigen near misses, bijvoorbeeld bij auto-ongevallen. ‘Als ik nou iets eerder of later was vertrokken, wat zou er dan gebeurd zijn?’ Taleb noemt dat alternatieve geschiedenissen: er hadden heel veel dingen kunnen gebeuren, ook dat wat niet is gebeurd. Sterker nog, er is meer niet gebeurd dan wel had kunnen gebeuren.

Het is soms aanleiding voor een filosofische bespiegeling over al die keren dat het net wel of net niet raak was en wat een geluk of pech je soms hebt. Daarna is het al weer gauw business as usual en pakt iedereen de controle over zijn leventje weer terug. Dat toeval was toeval.

Remember that all we have is “on loan” from Fortune, which can reclaim it without our permission—indeed, without even advance notice.

seneca

Er is wel een kleine nuancering nodig bij dat toeval. Als je besluit om naar de supermarkt te gaan en boodschappen te doen, dan zal in de meeste gevallen het succes niet heel erg van toeval afhankelijk zijn. Maar als je kijkt naar een geheel leven, in hoeverre ben je dan verantwoordelijk voor je succes? Is succes jouw eigen verdienste, of is het afhankelijk van toeval? Van wie je tegen kwam, wie je hielp, je een kans gaf? Van wat er toevallig voorbij kwam terwijl jij er net aanwezig was? Dat de economie net aantrok toen jij CEO was?  

Wat had er allemaal ook nog kunnen gebeuren? Welke levenslooppaden waren net zo goed mogelijk geweest? Taleb noemt dat steekproefpaden. Onzichtbare geschiedenissen die je kunt opvatten als scenario’s in de tijd, met wisselende uitkomsten, waarvan degene die is gerealiseerd de enige zichtbare is en daarom vaak als meest waarschijnlijke wordt gezien.

Alternatieve geschiedenissen en steekproefpaden zijn bij Taleb’s toeval eigenlijk hetzelfde. De eerste gaat over wat er had kunnen gebeuren, de tweede over wat er zou kunnen gebeuren. De eerste is te zien als een analyse, een reflectie op wat is gebeurd, een ongevalsonderzoek. En de tweede is een hypothese over wat er in een bepaalde situatie allemaal mogelijk is. Scenariodenken.

Popper

Wat nu de cruciale denkfout bij dit soort analyses is volgens Taleb, is wat hij de survivor bias noemt. Mensen zien slechts het scenario wat overblijft of zich daadwerkelijk heeft afgespeeld. Wat er niet is gebeurd, zien ze niet. Wat je niet weet, betrek je niet in je scenario-analyse. Dat is de kern van de gedachte achter de Black Swan: dat wat je niet weet, bepaalt net zo goed wat er kan gebeuren.

Daarom is Taleb ook zo gecharmeerd van de antibibliotheek: die maakt zichtbaar wat je niet weet door de hoeveelheid ongelezen boeken die je hebt. Daarmee wordt de unknown unknown een known unknown en verklein je de kans op een verrassing.

Rizoomes Antibibliotheek
Mijn eigen antibibliotheek

De basis van dit gedachtegoed is gelegd door de wetenschapsfilosoof Karl Popper. Hij benoemde inductie als centraal probleem van de wetenschap. Je kunt niet op de waarneming van duizenden witte zwanen vaststellen dat er geen andere kleur zwaan is. Met één zwarte zwaan is de theorie van de witte zwaan dus gefalsifieerd.

Volgens Popper geldt dit uiteindelijk voor alles. Je kunt nooit met 100% vaststellen dat iets waar is, omdat je niet weet wat je niet weet. Er blijft dus altijd onzekerheid, incerto op z’n Latijns, en met die onzekerheid zullen we moeten leren leven. Maar door het leggen van een miljoen steekproefpaden maak je de onzekerheid wel kleiner.

Ergodiciteit

Dat laatste is ook de reden dat Taleb zweert bij gebruiken en gerechten die door de tijden heen overeind zijn gebleven. Van alle mogelijke dranken zijn koffie, thee, wijn en bier gebleven, om maar een paar voorbeelden te noemen. Als een geschiedenis maar lang genoeg duurt selecteert het vanzelf de scenario’s die overleven. Ergodiciteit, noemt Taleb dat.

“Mensen die ondanks hun kwaliteiten pech hebben in het leven zouden uiteindelijk boven komen drijven. (..) Elk van deze personen zou dus weer uitkomen bij zijn langetermijneigenschappen.”

Dit is waarom ervaring zo belangrijk is. Die mensen hebben al veel toevallige omstandigheden overleefd en weten hoe je daarmee om moet gaan. Nieuwe dingen moeten zich eerst nog maar zien te bewijzen; negen van de tien startups gaat failliet. De tien die het wel redden zijn dus niet de norm, maar omdat ze zichtbaar succesvol zijn denken mensen dat wel.

Vervolgens verschijnen er allerlei boekjes van ‘deskundigen’ met de tien beste tips voor start-ups, de zeven beste eigenschappen van succesvolle leiders en ga zo nog maar even door, die met hindsight bias zijn geschreven. Achteraf gereconstrueerd dus, op basis van een hele kleine kans. Een black swan. Over hen spreekt Taleb in weinig vleiende woorden, oplichting is nog een positieve kwalificatie.

Wat te vinden van Taleb’s toeval

Geen mens stapt twee keer in dezelfde rivier, zei Heraclitus, en dat is precies mijn ervaring bij herlezing van Misleid door toeval. Ik vond het eerlijk gezegd best een kluif om tot dit blog te komen. Steeds weer vroeg ik me af of ik het goed had begrepen, of Taleb het wel goed had begrepen en of we het samen eens dan wel oneens waren. Voor zover dat overigens relevant is.

Wat je nu op je beeldscherm hebt staan is wat ik er op dit moment van vind. Maar indachtig Popper, niet voor 100% omdat ik niet weet wat ik niet weet. In die zin heb ik beter begrip van de black swan gekregen en hopelijk heb ik dat ook in dit blog duidelijk kunnen maken. Hierna ga ik de Black Swan herlezen, dus daar kom ik zeker nog wel op terug.

Het lezen zelf vond ik geen onverdeeld genoegen. Taleb heeft een moeizame schrijfstijl met een belerend toontje, waar je je soms echt even overheen moet zetten. Daarbij knalt hij van de hak op de tak, zonder ook maar ergens iets samen te vatten of op een rijtje te zetten. Dat vraagt om zelfredzaamheid van de lezer en een actieve leeshouding. Dit boek lees je dus niet voor je lol op het strand. In ieder geval niet voor de tweede keer.

Maar, the obstacle is the way en in die zin is het toch een geweldig boek. Want Misleid door toeval vraagt ook iets van jou tijdens het lezen en dat alles bij elkaar is wat leren is. Je wordt uitgedaagd na te denken of je het begrijpt, maar ook om het te vertalen naar je eigen praktijk. Dat leidt dan soms tot leuke toepassingen. Bij onderzoek en evaluatie naar ongewenste gebeurtenissen vraag ik bijvoorbeeld expliciet naar waar we geluk en pech hadden: waar zat het toeval?

Als je dus zin hebt in een goede leerervaring dan is dit boek zeker een aanrader. Mocht je echter denken om dit voor de lol even door te lezen dan is het waarschijnlijk een tegenvaller, vooral het eerste en grootste deel. De delen twee en drie zijn makkelijker te lezen maar eigenlijk zit je dan een beetje de samenvatting te lezen van Kahneman’s ‘Onfeilbare Denken’.

Wat mij heel prettig verraste, ik schreef het al, was de Stoïcijnse inslag van het boek. Het heeft mijn begrip van de Stoa verdiept en dat was een onverwachte bijvangst. Ik eindig daarom met een uitspraak van Seneca. Die wist dit boek samen te vatten in één zin nog voor het geschreven was.

In short, the wise man looks to the purpose of all actions, not their consequences; beginnings are in our power but Fortune judges the outcome, and I do not grant her verdict upon me.


Dit is de eerste bespreking over de Incertoreeks. Recensies over The Black Swan en Antifragility gaan nog volgen. Eerdere blogs over Taleb’s gedachtengoed gaan over de Antibibliotheek, De strategie van de Hydra en Vulkaanuitbarstingen.

Brieven aan Camondo. Een boekrecensie

Leestijd: 5 minuten

Brieven aan Camondo is een prachtig boek van Edmund de Waal over de Joodse bankiersfamilie Camondo, die zich rond 1870 in Parijs vestigde. Moïse Camondo liet er zijn stadspaleis bouwen, dat na zijn overlijden in 1935 in vrijwel originele staat behouden is gebleven. Het is nu een museum. Edmund dwaalde wekenlang door dat huis en componeerde brieven aan Camondo, over wat hij er zag en dacht. Bij wijze van boekrecensie schreef ik een brief aan Edmund.

Beste Edmund,

Ik geloof niet dat wij elkaar kennen. Althans, jij kent mij niet, in ieder geval niet bewust. Misschien dat we elkaar ooit toevallig ergens troffen. We schelen slechts een jaar in leeftijd, zag ik, en allebei hebben we banden met Amsterdam. Dus je weet maar nooit. Nadat ik brieven aan Camondo las meen ik jou nu een beetje te kennen. Dat is het mooie van brieven. Die zeggen misschien wel meer over de schrijver dan over de geadresseerde. Het bracht mij op de gedachte om deze brief aan jou te schrijven. Dan leer je mij ook een beetje kennen.

Brieven aan Camondo

Allereerst wil ik je complimenteren met Brieven aan Camondo. Het is een prachtig boek dat in een mooie, elegante stijl tamelijk zware onderwerpen aansnijdt. Dat moet je ook maar kunnen en durven, dacht ik toen ik het uit had, de geschiedenis van een uitgestorven familie beschrijven in 58 persoonlijke brieven.

Die overigens prettig zijn vertaald door Reintje Ghoos en Jan Pieter van der Sterre. Kun je trouwens zelf ook Nederlands lezen? Je grootvader was immers een Amsterdammer, misschien dat je er nog iets van meegekregen heb.

Ik vraag dat ook omdat veel van je brieven over stof gaan. Het viel me eerst niet eens zo heel erg op, tot ik me op enig moment afvroeg of ik iets over het hoofd zag. Gelijk rinkelde het kwartje: as / ashes en stof / dust. Denk je dat ik eerder getriggerd zou zijn geweest door ashes to ashes, dust to dust in een Engelstalige versie van je boek?

Ik las er in het Nederlands in brief VIII volledig overheen. Daar citeer je W.G. Sebald, één van mijn favoriete schrijvers. Kennelijk ook van jou dus.

As, het allerlaatste product van verbranding, dat geen weerstand meer heeft, de grens tussen zijn en niets. As is een bevrijde substantie, net als stof.

W.G. Sebald

Stof zijt gij, en tot stof zult gij wederkeren. Is het dat waarom je Sebald citeert? Maak ik het dan te zwaar? Of zie je stof echt alleen als indicatie van tijd, dat er iets gebeurd is in de wereld?

“Zonder stof, Monsieur, is het moeilijker sporen terug te vinden”, schrijf je. Je noemt het zelfs een staatsiemantel, dat als vilt over de meubels ligt. Alleen niet in het huis van Moïse Camondo. Daar is alles brandschoon.

Je komt er later weer op terug in brief 51, na de lege brief 50. Leeg, omdat er geen woorden zijn voor wat je daarvoor in brief 49 beschrijft over het lot van Beatrice, de dochter van Camondo. Zij werd vermoord in Auschwitz.

Wat er behalve het stof overblijft is leegte, zeg je, als in de geheime laden die je noemt in brief XIX. “U deed het open en trof leegte aan”.

Stof en leegte, zou dat alles zijn wat er overblijft?

Nissim

In dit citaat uit brief LI heb je het ook over Nissim, de zoon van Camondo. Daar hebben we het nog niet over gehad. Je schrijft er met veel liefde over, is dat omdat je zelf een zoon hebt? De foto op pagina 89 van Moïse en Nissim was mij ook opgevallen, al heb ik hem niet in mijn atelier opgeprikt. Hij komt uit de tijd van de Eerste Wereldoorlog, Nissim in uniform omdat hij als piloot in het leger diende.

“U zit beiden op dezelfde manier,” schrijf je aan Camondo. “Ik vind deze foto van een vader en een zoon roerend. Uw voeten raken elkaar bijna. U moet zesenvijftig zijn en bent wat gezetter geworden.”

Foto van Nissim en Moïse uit het boek Brieven aan Camondo

Mij deed de foto denken aan Giuseppi Tomaso de Lampedusa, de schrijver van De Tijgerkat. Dat was ook al zo’n mooi boek. Ken je zijn werk? De overeenkomst tussen jouw foto van Nissim en Moïse en die van Giuseppi met zijn neef Lucio Piccolo vind ik treffend. Verbeeld ik het me of lijken Giuseppi en Moïse zelfs op elkaar? Ik moet er nog maar eens een keer goed naar kijken.

Weet je trouwens dat ik ook 56 ben? Mijn zoon is bijna 21, iets jonger dan Nissim op de foto is. Misschien daarom raakte het tafereel me, mijn sentiment groeit met de jaren. Ik denk wel eens dat mannen in hun jeugd gevoelig zijn, in de volwassenheid ongevoelig en op latere leeftijd overgevoelig. Al zal dat wel per persoon verschillen.

Camondo bewaarde alle 268 brieven en ansichtkaarten die Nissim hem stuurde, vertel je in brief XXVI. Je classificeert ze als grappig, hartelijk en vertederend.

“Hij schreef om te zeggen dat hij geen nieuws had.”

Dat herken ik in het appverkeer met mijn zoon, hij studeert kunstmatige intelligentie in Utrecht. Laatst stuurde ik hem een artikeltje over iemand die zijn magnetron een persoonlijkheid had gegeven met een AI-algoritme en dat het apparaat zijn maker vervolgens wilde vermoorden. Daarop reageerde mijn zoon koeltjes: “Dat is waar Terminator ons voor waarschuwde.”

Helaas loopt het met Nissim niet goed af. Tijdens de Eerste Wereldoorlog sneuvelt hij, op 5 september 1917 werd zijn vliegtuig door de Duitsers neergeschoten tijdens één van zijn vele verkenningsvluchten. Camondo is er kapot van, zo blijkt uit je brieven. Het gekke is dat een echt persoon die sterft in een boek me harder raakt dan een fictieve. Kennelijk maken onze hersens daar toch onderscheid in, ook al zijn het in beide gevallen allemaal dezelfde letters op papier.

Deze ramp heeft me gebroken en al mijn plannen doorkruist.

Ik denk dat de schok voor Camondo zo groot was, dat hij de rest van zijn leven volledig onder controle wilde houden. Daarin paste het decimeren van zijn verzamelingen, het zorgvuldig plaatsen van objecten en voorwerpen, alle kleuren op elkaar laten afstemmen en het bijhouden van een correcte boekhouding. Het komt allemaal in je brieven voorbij.

Daarin paste ook het volledig willen verwijderen van stof, alle stof. De fysieke ontkenning van wat er in zijn wereld was gebeurd, als daad van verzet. Voor Moïse was er helemaal niets bevrijd; daarom geen stof en geen leegte.

Daarom ook zijn museum. Ik moet er echt eens een keer heen.

Het is een indrukwekkend verhaal dat je ons vertelt in de Brieven aan Camondo, Edmund. Dank je wel.

Groet van Ed

Over verraad en vergiftiging

Leestijd: 6 minuten

Ik las diverse artikelen over het verraad van Anne Frank en een salmonella vergiftiging door kinderchocolade. Hoewel de cases enorm van elkaar verschillen was er ook een duidelijke overeenkomst: het vulnerable system syndrome van James Reason. En dat is de eerste stap richting een fundamental surprise.

James Reason is de uitvinder van het Swiss Cheese model, dat in Nederland ook wel het gatenkaasmodel wordt genoemd. Vrijwel elk basisboek over veiligheid en ongevallen heeft het in zijn tekst opgenomen. Minder bekend is dat Reason ook het Vulnerable System Syndrome (VSS) heeft bedacht. Ik besteedde er eerder al eens een blog aan, onder de titel ‘Kenmerken van een kwetsbare organisatiecultuur’.

Het Swiss Cheese Model van Reason.

Ik ga nu niet verder in op de theorie van de VSS zelf, maar wel op twee cases uit het nieuws om het VSS te illustreren: de verrader van Anne Frank en de vergiftiging van zo’n 130 kinderen na het eten van een verrassingsei met Salmonella. Zo op het eerste gezicht lijken die twee niets met elkaar van doen te hebben, maar toch zit er één gezamenlijk element in: the blinkered pursuit of the wrong goals.

Oogkleppen

Blinkered betekent in deze context kortzichtig, met oogkleppen op. Kortzichtig najagen van de verkeerde doelen dus. Dat laat zich vaak vertalen in één cruciale vraag: ben jij er voor je klant, of is de klant er voor jou? Feitelijk is die omkering de kern van een kwetsbaar systeem syndroom, die je op elke gebeurtenis los kan laten. Doet de actor dit voor zichzelf of voor zijn klant, zijn doelgroep?

In situaties waar de klant er is voor de actor, worden fouten ontkend en krijgen anderen of omstandigheden de schuld. Dat is de kortste uitleg van het VSS. En in die situaties is er vaak veel meer mis. Giftig, is het modewoord dat je er aan zou kunnen geven.

Vroeger in de Stoa zou er gevraagd worden of je het doet voor het goede, voor de samenleving. Als je het doet voor jezelf, moet je het niet doen.

Om eerlijk te zijn, dit is wel iets breder geformuleerd dan Reason deed. Die beperkte zich met name tot de interne organisatiecultuur en veiligheid. Ik zie echter steeds vaker dat een hele organisatie in een collectieve verstandsverbijstering terecht komt, eentje die steevast begint bij de jacht met oogkleppen op de verkeerde doelen.

Dat veroorzaakt weerstand en kritiek bij de omgeving, die eerst wordt ontkend. Daarna volgt een verongelijkte beschuldiging van anderen of aan de omstandigheden. Op zijn best een met-de-kennis-van-nu excuus.

De verrader van Anne Frank

Het waait echter zelden vanzelf over, zoals het eerste voorbeeld van het VSS in dit artikel laat zien. Op 17 januari pakte onder andere De Volkskrant groot uit met een artikel over de vermoedelijke verrader van Anne Frank. Een internationaal cold case team had jaren onderzoek gedaan en kwam nu met een nieuwe verdachte. Applaus steeg overal op, men is er graag snel bij om andermans succes op zichzelf te laten schijnen. Dankzij een uitgekiende publicatiestrategie werd het wereldnieuws.

Maar al gauw kwam er fundamentele kritiek op het boek dat over het onderzoek geschreven was, met name over de validiteit en betrouwbaarheid van het onderzoeksproces. Een kritiek die snel opzwol en eind maart culmineerde in een tegenonderzoek van zes historici. In tegenstelling tot het cold case team hadden zij wel hun bevindingen laten peer reviewen.

Anne Frank met ouders en zus in 1940. Foto van ANP

“Het coldcaseonderzoek dat wordt beschreven in het boek Het verraad van Anne Frank is volgens de historici gebaseerd op een opeenstapeling van foutieve aannames en onzorgvuldig bronnengebruik. Ze noemen het een ‘wankel kaartenhuis’ en roepen op de beschuldiging aan het adres van de notaris in te trekken.”

Ontkenning

Het coldcaseteam ontkent de weerlegging, nogal voorspelbaar volgens de VSS, met kracht. In de Volkskrant wordt de onderzoeksleider geciteerd. “Volgens de teamleider van het Amerikaanse onderzoek naar de verrader van Anne Frank hebben media eenzijdig bericht over zijn onderzoek en hebben critici geen argumenten aangedragen.” Sterker nog, zo vindt de teamleider verongelijkt, andere onderzoeken kregen nooit zo’n “giftige aanval” uit de pers te verduren.

Het is het vulnerable system syndrome pur sang. Een onderzoek publiceren met als doel zelf in de belangstelling te komen (de omkering met oogkleppen), daarna kritiek ontkennen en vervolgens de schuld bij de pers leggen en anderen eenzijdige communicatie verwijten.

De uitgever handelde overigens wel sterk. Het begon ermee dat ze de tweede druk tegenhielden in afwachting van het historici rapport. En direct na dat rapport trokken ze het boek terug en vroegen boekenwinkels het uit de handel te halen en de exemplaren te retourneren. Ze waren er wellicht verkeerd ingestapt, maar wel ten halve juist gekeerd.

Vergiftiging met een kindersurprise

De tweede casus van de VSS in het wild komt bij Ferrero Rocher vandaan. Die ontdekten op 15 december 2021 een salmonella besmetting in hun productielijn in Aarlen. Het probleem werd snel opgelost en intern geregistreerd, maar daar bleef het ook bij. Er kwam geen terugroepactie en de uitlevering ging gewoon door.

In de week voor Pasen ging het dan toch nog mis, schrijft het NRC.

Etalage met chocolade surprises in Parijs, 1965. Foto ANP

“Want vorige week, uitgerekend in de dagen voor Pasen, werden in Groot-Brittannië meer dan zestig kinderen ziek na het eten van chocolade uit de fabriek in Aarlen. In hun ontlasting werd een salmonellastreng aangetroffen die Britse voedselautoriteiten via het genoemde dossier konden linken aan Ferrero België. Ook in Frankrijk, Ierland, Zweden, Nederland en België raakten kinderen besmet na het eten van eieren uit Aarlen, in totaal meer dan 130 gevallen.”

Ferrrero hulde zich intussen in stilzwijgen, een woordeloze vorm van ontkennen. Zowel verontruste ouders als journalisten kregen niemand te pakken van de organisatie. Uiteindelijk besloot de Belgische Keuringsdienst van Waren de productielijn dan maar te sluiten. Er was geen vertrouwen meer in een serieuze aanpak van de voedselveiligheid door Ferrero.

“De toezichthouder sloot de fabriek in Aarlen voor onbepaalde tijd, omdat Ferrero „niet in staat is om volledige informatie aan te leveren voor het onderzoek”. Ook zijn alle producten van de Kinder-lijn die tot drie maanden geleden werden geproduceerd teruggeroepen, tot in de VS en Australië aan toe. De fabriek, waar op piekmomenten meer dan duizend arbeiders werken, gaat pas weer open als de voedselveiligheid gegarandeerd is.”

Vertrouwen

Inmiddels is er door de chocoladefabriek wel gereageerd. Het NRC schrijft: Intussen erkent Ferrero dat „intern vertragingen zijn ontstaan bij het tijdig opvragen en delen van informatie”, aldus een persbericht. De bedrijfsleiding belooft „de nodige stappen te ondernemen om het volledig vertrouwen van onze consument te behouden.”

Het is de tekst van een partij die nog steeds ontkent en op zoek gaat naar de schuldige die moet hangen; daarna zal het vertrouwen wel weer hersteld zijn. Denk ik dat ze denken.

Het is bijzonder dat een leverancier van levensmiddelen de gezondheid van de klant niet belangrijker vindt dan zijn eigen omzet. Waarom zou je anders het risico nemen om geen terugroepactie op poten te zetten? De klant is er dus vooral voor Ferrero, concludeer ik dan, de fabriek is er niet voor zijn klant. Het is ze kennelijk alleen maar om groei te doen. Het NRC bevestigt dat impliciet:

“Ferrero maakte begin dit jaar een nettowinst bekend van 988 miljoen euro over het voorbije gebroken boekjaar: een stijging van bijna 70 procent. Topman Giovanni Ferrero, kleinzoon van oprichter Pietro, is met een geschat vermogen van 33 miljard de rijkste Italiaan. Hij groeide op in Brussel en leidt het bedrijf na de dood van zijn broer en zijn vader sinds 2015 alleen. De voorbije jaren kocht hij tal van concurrenten op om de strijd aan te gaan met grote snoepmerken.”

De kortzichtige jacht op de verkeerde doelen, ontkennen en de schuld geven aan anderen of de omstandigheden, dat is het vulnerable system syndrome. Een grote stap richting een fundamental surprise.

Update 18 mei 2022

Deze week maakten de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) en het Europees Centrum voor Ziektepreventie en -bestrijding (ECDC) bekend dat het aantal salmonella besmettingen inmiddels is opgelopen tot 324. Zo’n 86% van de slachtoffers was jonger dan tien. Van hen werd 40% in het ziekenhuis opgenomen.

Niet uitgesloten wordt dat er nog meer meldingen bijkomen, aangezien salmonella lang kan overleven in chocola en waarschijnlijk niet alle besmette kinder surprises zijn weggegooid. Ferrero heeft een verzoek tot heropening ingediend bij het Belgische agentschap voor veiligheid in de voedselketen.


« Oudere berichten

© 2022 Rizoomes

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑