Als de burger blussen gaat

Een Beeldverhaal
Eerste plaatsing 28 februari 2019
Laatste update 14 juli 2019

Je loopt over straat in je buurt, de buurt die je zo goed kent. Alles weet je ervan; heg en steg, huis en haard, paal en perk. Dan opeens is daar die enorme klap, die ontploffing, het vuur en de vlammen. Er is gegil, mensen gaan rennen, waarheen weet niemand. Muren storten in, vuur vliegt over, explosies houden aan. Bang, bang, boem.

Vanuit het niets gaat de brandweer voorbij, ze stoppen, iedereen vliegt de auto uit. Luiken gaan omhoog, ze pakken slangen en gaan rollen. Ze kijken, zoeken naar een brandkraan die het nog doet. En ze gooien rode bundels in het rond, leggen de slangen neer voor gebruik. Eén, twee, veel slangen zijn er nodig, nog meer, het zijn er niet genoeg voor dit kolossale vuur, dit inferno. Er is te veel brand en te weinig weer. Dat is het moment dat de burger blussen gaat.

Foto Richmond Fire Department

Ooit gebeurde dit in Richmond, Indiana, 1968. Het is vastgelegd op foto, deze foto. Zes mannen die elkaar helpen met blussen, afkomst en kleur doen er even niet meer toe. Twee dagen ervoor werd Martin Luther King nog vermoord, nu overbrugde de gezamenlijke vijand alle tegenstellingen.

Er kijkt één spuitgast recht in de camera. Zou hij zich bewust zijn van dit historisch moment? Dat wij een halve eeuw later naar hem zullen kijken? En ons dan afvragen wat er door hem heen gaat, op die dag in april dat er 22 gebouwen en vijf straten explodeerden door een lekke gasleiding en de burger blussen ging?

De foto zat jaren in een mapje, wachtend op zijn beurt om een beeldverhaal te worden. Wachtend op de woorden die zouden worden toegevoegd aan de meer dan duizend die de foto in stilte prevelend al had gezegd. Wachtend op iets dat nog komen zou, en dat iets dat kwam, uit het nieuws van 21 februari 2019, toen de burger blussen ging.

Foto AP / NRC

Blussen in Dhaka, Bangladesh, waar door illegale opslag van gevaarlijke stoffen de oude binnenstad was ontploft. Zeventig doden vielen er. Zeventig mensen die over straat door hun buurt liepen, de buurt die ze zo goed kenden, toen daar opeens die enorme klap was. Die ontploffing, die instortende muren, het gegil. Maar ook de brandweer was er, met hun overmaat aan slangen en tekort aan handen. Het tekort dat wordt gevuld door de burger die blussen gaat.

Brand bij C&A in Amsterdam, 15 / 16 februari 1963

En toen, een tijdje later, kijkend naar al die mensen op het Damrak die bij Body World naar binnen gingen, dacht ik aan die beroemde brand uit 1963. Bij het C&A, ijskoud was het met een harde oostenwind. Het jaar van de zwaarste elfstedentocht ooit.

De Jan van der Heijden kon door de bevroren binnenwateren maar met moeite ter plaatse komen. In die omstandigheden kon de brandweer de hulp van de burgers goed gebruiken. Speuren naar vliegvuur, vertelt het verhaal, want het waaide zo hard en alles was zo droog. Maar dat is niet het hele verhaal. Ook al veranderde de C&A langzaam in een ijspaleis door het bluswater, onder controle kwam de brand niet. De BB (Bescherming Bevolking) werd ingezet, maar nog meer handen waren nodig. Waardoor er nog maar één ding op zat: het is vijf uur in de ochtend als de burger blussen gaat.