Rizoom

Toen ik voor de eerste keer hoorde van het rizomatisch denken van Gilles Deleuze voelde ik gelijk aan wat er mee bedoeld wordt. Maar voelen en vertellen blijkt in de praktijk toch echt anders en lastig onder woorden te brengen. Op deze pagina vind je gedachten en essays over rizomatisch denken en doen, geheel via nomadic thought tot stand komend. De blogs lopen op in de tijd: de oudste teksten vind je dus het eerste, de nieuwere teksten staan onderaan.

Daarnaast hebben we over het over het toepassen van de rizoombenadering bij de introductie van een nieuwe kat een blog bijgehouden onder de naam  Dora Deleuze.

Inleiding op Rizoom en Gilles Deleuze

Ed Oomes, 29 september 2013

Als je in één zin moet zeggen wat een rizoom is, dan zou ik zeggen dat het een netwerk is met heterogene componenten. Met heterogene componenten bedoel ik dat het om eigenlijk alles kan gaan: dingen, mensen, dieren, natuur, muziek, waarden, zingeving, brandweer, noem maar op. De essentie van een rizoom is dat het geen begin en geen einde kent. Het is een geheel van koppelingen en verbindingen in een soort van structuur, maar een rizoom laat zich niet centralistisch aansturen.

De NSOB publiceerde in 2010 een essay  over de netwerksamenleving en gebruikte daarin ook het rizoom. Zij formuleerden het aldus: “Een samenleving is een netwerk van netwerken die op de één of andere manier allemaal met elkaar verbonden zijn, maar waarin tegelijkertijd geen samenhang, maar juist fragmentatie en gelaagdheid te ontdekken valt. Verbondenheid zonder samenhang is een belangrijk kenmerk van het rizoom.”

Een rizoom kent geen coördinator of baas, heeft geen richting en ‘is’ eigenlijk alleen maar. Het bestaat. Als je op deze manier naar de werkelijkheid kijkt, ontstaan er opeens heel andere oplossingsrichtingen en interventies. Weer even naar de NSOB: “”Zeker in een rizomatische samenleving is de dynamiek en complexiteit zodanig, dat louter organisatiestructurele antwoorden steeds vaker zullen ‘wringen’: de samenleving is gefragmenteerd en gelaagd evenals de daarin voorkomende problemen, waardoor ‘standaardoplossingen’ niet volstaan.”

Essentieel in deze benadering is dat je contact maakt met het rizoom: je wordt één van de koppelingen. Connecting dots. Dat vraagt wel om een actieve houding, omdat je ook moet connecten met de andere componenten uit het rizoom. Zoek de gelaagdheid uit, ontdek de fragmenten en heb oog voor de heterogeniteit van die componenten. Dat betekent goed luisteren en kijken, zonder oordeel, met een ongekleurde bril. Je hoeft slechts vast te stellen, te ontdekken. Door met de koppelingen te spelen, nieuwe toe te voegen en uit te breiden, wordt het rizoom langzaam anders terwijl het toch hetzelfde blijft. Nieuwe normaliteit noem ik dat.

Gilles Deleuze wordt gezien als de grondlegger van de rizoombenadering. Samen met Felix Guattari schreef hij ‘Mille Plateaux’, door mij vaak de Dikke Deleuze genoemd vanwege de 688 pagina’s die het beslaat. In dat boek wordt het rizoom als metafoor gebruikt om naar de samenleving te kijken. Van origine is een rizoom een biologische term voor wortelstok, zoals de bamboe of de paardenbloem. Iedereen met een paardenbloem in zijn gras weet dat hij dat nooit meer kwijt raakt omdat ondergronds al die bloemen met dezelfde wortel zijn verbonden. Maakt niet uit wat je er uittrekt, het komt steeds weer terug.

De Dikke Deleuze noemt een aantal karakteristieken van rizomen. Dat is eigenlijk best abstracte materie, dus heb ik geprobeerd met voorbeelden van de brandweer het iets concreter te maken. Ik weet niet of het wel helemaal klopt wat ik hier doe, maar daar kom ik later vast nog wel eens op terug. Sowieso is dit niet het laatste stukje tekst over rizomen, dat zal zich de komende tijd verder ontwikkelen.

  • Het principe van connectiviteit en heterogeniteit. “Any point of a rhizome can be connected to anything other, and must be. This is very different from the tree or root, which plots a point, fixes an order”. Je zou de brandweer als een rizoom kunnen beschouwen, van 1 brandweermens tot een ploeg tot een kazerne tot een veiligheidsregio, uiteindelijk brandweer Nederland. Maar de connecties kunnen verder door, tot internationale brandweerorganisaties, of andere hulpverleningsorganisaties, of met alles wat rood is. Zoek de overeenkomsten en als er dots connected kunnen worden, is het een rizoom.
  • Het principe van de veelheid (multiplicity). “A multiplicity has neither subject nor object, only determinations, magnitudes and dimensions that cannot increase in number without changing the multiplicity in nature”. Vandaag, 29 september twitterde ik over het ongevalsrapport dat verschenen is naar aanleiding van het sneuvelen van 19 bosbrandbestrijders in juni dit jaar in Amerika. Feitelijk was een beperkte situational awareness gecombineerd met verbroken portoverkeer de belangrijkste verklaring voor het ongeval. Daardoor werd de brand onderschat en kon er geen correctie plaatsvinden vanuit het commandocentrum. Maar als je identiteit van brandweermensen toevoegt aan de verklaring, ontstaat er opeens een heel ander rizoom. Dan bepaalt identiteit dat men in de frontale aanval gaat, en niet wacht tot de vuurhaard voorbij is en hem dan in de flank of de rug aan te pakken. Overigens was het rizoom ‘brandweer’ al veranderd door dit ongeval.
  • Het principe van de onsignificante (asignifying) scheuring. “A rhizome may be broken, shattered at a given spot, but it will start up again on one of its old lines or on new lines”. Ook hier kan je de analogie leggen met gesneuvelde collega’s. Weliswaar is het rizoom beschadigd, maar het verandert zich, past zich aan en ontwikkelt door. Ook bij grootschalig optreden kun je zien dat aflossing in zekere zin een scheuring is van het rizoom, maar dat de blussing gewoon doorgaat. Misschien is 9/11 nog wel het mooiste voorbeeld van deze karakteristiek. Brandweer New York verloor in één klap 343 brandweermensen, maar ze bestaat nog steeds en is misschien nog wel taaier dan ooit.
  • Het principe van de kartography en decalcomania. “The rhizome is altogether different, a map and a tracing. The map is open and connectable in all of its dimensions; it is detachable, reversible. Susceptible to constant modification (..) Perhaps one of the most important characteristics of the rhizome is that it always has multiple entryways, as opposed to the tracing which always comes back to the same”. Feitelijk hebben we met het procesteam brandweerdoctrine deze karakteristiek gekozen voor de implementatie van het kwadrantenmodel. Door het kwadrantenmodel beschikbaar te stellen via internet, Linked In groepen te starten en te twitteren, columns te schrijven en presentaties te geven ontstond er een groot rizoom waardoor het kwadrantenmodel overal in Nederland is opgepopt.

—————————————————————————————————————————-

Rizoom, hiërarchie en de kracht van verbinding
Ed Oomes, 26 mei 2014

Op de oever van een rivier zat een oude indiaan over het water te turen, toen zijn kleinzoon voorbij liep. Het jongetje keek een beetje bedrukt. “Kom eens hier jongen”, zei de oude indiaan. “Wat is er aan de hand, je kijkt of je je laatste buffel hebt geschoten”. “Opa, ik vind het allemaal best lastig. Elke keer weer zijn er zo veel keuzes te maken, beslissingen te nemen. Hoe kan je dat allemaal goed doen”? Hij gooide een steentje in de rivier en volgde de cirkels op het wateroppervlak. “In elk mens leven twee wolven die steeds met elkaar in gevecht zijn en die bepalen wat je doet”, zei de oude indiaan. “De ene staat voor hebzucht, overmoed, jaloezie, ego, woede en wrok. De andere wolf staat voor liefde, hoop, kalmte, vrijgevigheid en kalmte”. De kleinzoon keek zijn opa even peinzend aan en vroeg toen welke wolf ging winnen. “Degene die je voedt”, zei de oude indiaan glimlachend.

In veel culturen worden parabels en korte verhalen gebruikt om lessen te vertellen, zoals bovenstaande parabel over de twee wolven. In het zenboeddhisme bestaat er zelfs een hele serie raadselachtige verhaaltjes, koans genaamd, die je niet kan oplossen met alleen een rationeel antwoord. Vaak zit er een paradox achter, of een diepere betekenis. Een beetje zoals de intuïtiepompen die ik in dit blog beschreef. Een voorbeeld van een heel bekende koan is hoe het klappen van één hand klinkt. Op deze website staan er nog enkele tientallen beschreven.

One-Hand-Clapping

Ook rizomatisch denken kan eigenlijk niet zonder verhalen en beelden. Bij het lezen van de Dikke Deleuze dacht ik daarom ook op enig moment tegen een koan te zijn aangelopen. “Wasp and orchid, as heterogenous elements, form a rhizome”. Oké, dacht ik, dus de wesp en de orchidee vormen een rizoom. Maar waarom vormen de wesp en de orchidee een rizoom? Hoe kunnen twee van zulke verschillende dingen één zijn? Kijk, een zwerm wespen als een rizoom zien, of een bos bamboe, dat volgde ik nog wel. Maar een wesp en een orchidee? “The apparallel evolution of two heterogenous beings that have absolutely nothing to do with each other”. Precies, twee dingen die niets met elkaar te maken hebben, waarom is dat een rizoom?

Omdat er een verbinding wordt gelegd tussen de wesp en de orchidee zonder dat er iemand opdracht toe heeft gegeven! Opeens, na weken piekeren, was mijn kwartje gevallen. Een rizoom legt verbinding tussen de samenstellende elementen omdat het kan, omdat het wil, maar niet omdat het moet. Een rizoom is datgene wat overblijft van een organisatie als je de centrale hiërarchie en macht er vanaf haalt. Een rizoom is dus de verbindende factor tussen mensen, dingen, verhalen, elementen, enzovoorts zonder dat een externe kracht opdracht heeft gegeven of gezegd dat het moest. In arbeidsorganisaties is dat heel vaak de professie; De logica van het vakgebied, zogezegd, ook al is een vakgebied formeel gesproken lang niet altijd logisch voor buitenstaanders.

Professionele organisaties ontwikkel je dan ook bij voorkeur op de inhoud, niet via de structuur. Structuurvragen gaan namelijk altijd over harkjes, hiërarchie, verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Boomstructuren zijn causaal en serieel georganiseerd, statisch, rondom geëxpliciteerde kennis die zwart / wit is beschreven. Het is de structuur van de anticipatie, vooruitdenken, de risico-analyse en de rekensommen. Het is de manier van denken van de landbouwers, van bedrijven zoals McDonalds, die in de kern een metastabiel evenwicht vormen. Als je daar de centrale structuur weghaalt, stort het gebouw grotendeels in. Mocht er al sprake zijn van een rizoom, dan is dat niet georganiseerd rondom de professie. Alle handelingen zijn namelijk gestandaardiseerd, geëxpliciteerd en gemarkeerd: als de piep gaat, is de friet klaar. Let wel, dit is geen waardeoordeel. Boomstructuren zijn niet persé slecht, maar zeker ook niet overal voor geschikt.

Boomstructuur

Via een boomstructuur vind je nooit een rizoom. Rizomen zijn namelijk flexibele netwerken zonder centrale kern, ingang of uitgang, intuïtief vormgegeven rondom impliciete kennis (tacit knowledge) in genuanceerde grijstinten. Het is de structuur van de resilience, de veerkracht. Van de jager – verzamelaars. Misschien zelfs wel van de antifragility. Na elke brand verandert het rizoom, wordt het sterker en toch blijft hij gelijk. Ik noem dat nieuwe normaliteit. Als je het rizoom wilt voeden met ervaringen uit andere rizomen (leren dus), dan moet je eerst verbinding zien te leggen, een koppeling maken. Daarna kan de ervaring worden overgedragen, via dezelfde vorm van tacit knowledge waaruit zowel bron als ontvanger zijn opgebouwd. Dit kenmerk van het rizoom verklaart waarom brandweerorganisaties moeilijk leren van anderen. Niet uit onwil, maar uit onmacht om de juiste verbindingen te leggen. Zowel binnen je eigen rizoom, als tussen rizomen. Het maakt dus veel uit of je in een rizoom zit, of dat je er buiten staat als je iets wilt ontwikkelen of veranderen.

Want iets willen veranderen of verbeteren is typisch iets van boomstructuren, van landbouwers. Je staat hier en wilt daar heen. Het is expliciet management. Rizomen daarentegen ontwikkelen zich gewoon, al naar gelang er nieuwe koppelingen worden gelegd met nieuwe mensen, nieuwe verhalen, zonder richting. Uiteindelijk heb je in een brandweerorganisatie beide vormen nodig om aansluiting te houden met maatschappelijke ontwikkelingen. Gelukkig is ook Deleuze daar optimistisch over. “The wisdom of the plants: even when they have roots, there is aways an outside where they form a rhizome with something else – with the wind, an animal, human beings”.

Tired of trees

Op de oever van de rivier zat een oude brandmeester steentjes in het water te gooien, toen een jonge officier naast hem kwam staan. “Ik begrijp er niks meer van”, zei de jonge man, hoe ik ook mijn best doe, ik krijg het niet voor elkaar. Het lijkt wel of er niemand wil luisteren”. Hij volgde de steentjes die een paar keer over het wateroppervlak stuiterden en daarna in de diepte verdwenen. “In elke organisatie leven twee vormen van denken en doen”, zei de oude brandmeester. “De ene, de boom, wil alles zeker weten en op schrift, wanneer het klaar is en hoeveel het kost. Want elke brand is toch hetzelfde. De andere, het rizoom, ziet wel wat op zich af komt en handelt naar bevind van zaken, omdat elke brand anders is”. De officier keek de brandmeester peinzend aan. “En welke overwint er”?, vroeg hij. De oude brandmeester glimlachte en zei: “degene die de ander aan zich weet te verbinden”.

———————————————————————————————————————————

 Elementen van Rizomatisch leiderschap

Ed Oomes, 25 januari 2015

Op enig moment kruiste deze documentaire ‘Children full of life’ mijn pad. En zoals dat dan soms gaat met onverwachte ontmoetingen raakte het mij diep en liet het me niet meer los. Zonder dat ik overigens wist wat ik er verder mee moest, op dat moment. Ik had er iets in herkend wat ik belangrijk vond en mee wilde nemen, maar kon in eerste instantie nog niet duiden wat dat dan was. Dus zo liepen film en ik geruime tijd op, totdat ik opeens besefte dat in deze documentaire elementen van rizomatisch leiderschap worden onthuld. En toen wilde ik dit blog er over schrijven.

De documentaire is in 2003 gemaakt in Kanazawa, een dorpje in de buurt van Tokyo. Meneer Kanamori is er leraar op een lagere school. “Mr. Kanamori, a teacher of a 4th grade class, teaches his students not only how to be students, but how to live. He gives them lessons on teamwork, community, the importance of openness, how to cope, and the harm caused by bullying”. De hele documentaire is op youtube terug te vinden in vijf delen van 10 minuten. Deel drie is wat mij betreft de essentie: daarin zie je de elementen van rizomatisch leiderschap aan je voorbij trekken. Het filmpje duurt iets korter dan tien minuten.

Children full of life

Rizomatisch leiderschap is groepsleiderschap. Er is geen sprake van één alwetend en alkunnend leider, maar de verschillende noodzakelijke rollen worden vervuld door meerdere mensen in het rizoom. Tegelijkertijd is rizomatisch leiderschap ook geen natuurlijke hiërarchie: het gaat niet om degene met de grootste mond die het voor het zeggen heeft en zijn eigen bontkraag met vazallen opbouwt. Het gaat er om dat de diverse koppelpunten in het rizoom onbaatzuchtig hun functie vervullen ten behoeve van het geheel. Om samen verder te komen. Uit het filmpje haal ik de volgende vijf elementen van rizomatisch leiderschap.

  • Richting geven. Er is één iemand die richting geeft. Deze leider wordt geacht op basis van ervaring, kennis en inzicht zoveel gezag te hebben dat de andere deelnemers uiteindelijk volgen. De gekozen richting is de beste richting voor het rizoom. In de documentaire is de leraar degene die richting geeft. Hij maakt de lessen, het programma en geeft de kinderen opdrachten.
  • Rechtvaardigheid. Ik schreef al dat een rizoom geen natuurlijke hiërarchie is. Dat betekent dat er diverse regels zijn die moeten worden opgevolgd om het rizoom functioneel en leefbaar te houden. Die regels zijn er voor het algemeen belang en niet om machthebbers in het zadel te houden. Rechtvaardigheid is daarbij een groot goed: sancties op het overtreden of niet naleven van regels moeten in verhouding staan met die overtreding. In de documentaire zie je dat de klas de opgelegde straf niet als rechtvaardig ziet. Daarmee is de straf vanuit rizomatisch oogpunt dus onhoudbaar en wordt uiteindelijk ook verworpen.
  • Onbaatzuchtigheid. Dit is een belangrijk element, want het betekent dat je inzet niet bedoeld is voor persoonlijk gewin maar ten dienste staat van het geheel, de groep, het rizoom. Onbaatzuchtigheid wordt altijd herkend en is daardoor heel krachtig. Uiteindelijk komt onbaatzuchtigheid ook ten gunste van jezelf, maar het is een indirecte winst. Als je directe winst wilt behalen door te doen alsof je onbaatzuchtig bent, val je door de mand en keert het zich tegen je. Het jongetje dat zich als eerste roert tegen de straf van de leraar is het voorbeeld van onbaatzuchtigheid: “we need him in the team”.
  • Solidariteit. Zodra de eerste weerstand tegen het onrechtvaardige besluit zich openbaart, moet de rest wel volgen. Anders is het een individuele mening, die hoe onbaatzuchtig ook, nooit een groepsmening wordt. Solidariteit is zodoende noodzakelijk om de rechtvaardigheid van besluiten te ondersteunen en te borgen in het rizoom. Solidariteit, maar ook onbaatzuchtigheid en rechtvaardigheid, vraagt om actie door het hele rizoom: dat maakt rizomatisch leiderschap tot groepsleiderschap.
  • Reflectie. Op het eind van de documentaire blikt de leraar terug op wat er gebeurde. Hij ziet in dat zijn initiële richting niet klopte en is trots op de weerstand vanuit de klas en de manier waarop ze het voor hun klasgenoot hebben opgenomen. Reflectie is belangrijk om van te leren en om te onthouden. Daarmee komt het rizoom verder en wordt het sterker.

Dit zijn vijf elementen van rizomatisch leiderschap die mij zijn bij gebleven uit de film en die ik zo kan projecteren op andere situaties uit mijn werk en leven. Dat wil niet zeggen dat deze elementen gelijk voor iedereen gelden, noch is het lijstje compleet. Maar ik hoop wel dat deze documentaire je een beeld heeft gegeven van wat groepsleiderschap kan betekenen en welke kracht rizomatisch leiderschap kan hebben. Ook buiten de schoolklas.