Nog Gecondoleerd

20 juni 2018

Ze troffen elkaar bij toeval op straat, een feit waar de lange dunne een stuk gelukkiger mee leek dan de kleine dikke. Even daarvoor had de magere man mij met grote stappen gepasseerd, nu bleef hij bij het oversteken stil staan midden op het kruispunt. Het was niet druk. Zijn knokige hand schudde hartelijk die van de dikke man, onderwijl klopte hij hem met zijn andere arm op de schouder. “Gaat het goed,” wilde hij weten. Hij liet de hand niet gaan. De kleine dikke draaide zich ondertussen om en maakte aanstalten door te lopen, waarop de dunne zijn hand eindelijk loste. Hij keek de dikke man indringend aan. “Nog gecondoleerd, hè, zei hij met priemende ogen. De dikke bleef nu ook even staan en haalde zijn schouders in een machteloos gebaar op, waarbij hij zijn armen vanaf de ellebogen wijd spreidde. Hij wist niets anders te zeggen dan zijn wenkbrauwen op te trekken. “Ja, nee, het is al een tijd geleden,” zei de dunne begrijpend. Hij zocht even naar woorden, wees met de ene wijsvinger naar de dikke man en met de andere naar zijn Jacques Cousteau petje en voegde er aan toe: “maar toch, maar toch.” De kleine man zwaaide grimlachend terug en liep door, net als ik. Even later hoorde ik de lange dunne al weer luid zingend achter mij, het zou niet lang duren voor hij me had ingehaald.