Lachen om de baas met Lubach

11 mei 2018

Het Instituut voor Beeld en Geluid heeft al vanaf november 2017 een tentoonstelling lopen die ze ‘Nieuws of Nonsens: #demediamindfuck’ hebben gedoopt. In het kader daarvan waren er ook de nieuws of nonsens dagen, waarvoor Arjan Lubach zich liet interviewen over de rol van satire in het nieuws. Onder de titel ‘Serieus lachen met Lubach’ propten we ons met velen in theaterzaal 1, in afwachting van wat komen zou; pret in petto. We werden opgewarmd door twee stand up comedians die speciaal voor de gelegenheid een tekst hadden bedacht. Best aardig, maar we kwamen natuurlijk voor Lubach zelf. Wat zou hij allemaal te vertellen hebben?

De muur van theaterzaal 1 bij het Instituut voor Beeld en Geluid

Helaas niet zo heel veel, constateerde ik na 20 minuten. Ik zat al die tijd met mijn notitie-app in de aanslag, maar er stond nog geen letter op. “Mag ik alles vragen,” was Eppo van Nispen tot Sevenaer het interview nog hoopvol gestart, en dat mocht, maar al gauw bleek dat Lubach eigenlijk nooit echt antwoord gaf en overal met kwinkslagen tussendoor laveerde. Zo ontdekte hij bijvoorbeeld dat er enkele jonge kinderen in het publiek zaten, wat aanleiding voor hem was een serie grappen over cassettebandjes en andere oude apparaten te maken. Grappig, zeker zoals hij het brengt, maar geen relatie met de rol van satire in het nieuws.

Eppo probeerde nog de grens van activisme en satire te verkennen, maar ook daar bleef het interview steken in de constatering dat er inderdaad zo’n grens was en dat ‘Lachen met Lubach op Zondag’ niet gemaakt was als activistisch, maar dat het inderdaad soms zo uit kon pakken. Wat niet hielp was dat Eppo zijn vragen voorlas van kaartjes, hetgeen maar weer eens aantoonde dat interviewen echt wel een vak is dat verder gaat dan het voorlezen van voorbereide vragen. Ondanks dat hing er in de zaal een opgewekte sfeer en grinnikte iedereen dat het een lieve lust was. Ook best leuk en ik legde mij maar bij deze guitige avond neer. Dan alleen maar lachen met Lubach, het hoefde niet altijd serieus te zijn, toch?

Eppo en Arjan

Ik had mijn notitie-app alweer opgeruimd toen het toch nog even interessant werd. Lubach zei opeens dat vrije satire van essentieel belang is voor een gezonde maatschappij. Werd het dan toch nog serieus lachen? “Alle ideologieën moeten bestand zijn tegen belachelijk maken,” zei Lubach. Macht moet continu ter discussie worden gesteld en daar zijn drie ringen voor. De eerste ring is het parlement en de politiek. De tweede ring is de journalistiek en de derde is satire. Dat belang van satire werd in de Middeleeuwen al in gezien, zo vertelde hij door, want daar hadden ze immers de hofnar voor ingesteld. Om de macht in balans te houden.

Ik vroeg mij gelijk af of je die drie ringen ook terug kon vinden in organisaties. Als je kijkt naar high reliability organisaties, dan zie je dat het daar ook gaat over een open cultuur met een gezonde machtsbalans, waar alles gezegd moet kunnen worden in een veilige omgeving. Zie je dat dan ook terug in bijvoorbeeld een functie als organisatie-hofnar? Lachen om de baas met Lubach?

Er gingen niet gelijk lampjes branden bij deze vraag aan mijzelf. Na wat zoeken op internet kwam ik enkele beschouwende artikelen tegen, die ingingen op de hofnar als veranderingsagent. Als een organisatie vast zit in zijn eigen structuren en systemen, dan is humor en satire een manier om te relativeren en de boel op te schudden. Bijna altijd wordt Ackoff genoemd als de eerste die de organisatie-hofnar op de agenda heeft gezet, in een kort artikel uit 1993. Ackoff zag de volgende taken voor de hofnar voor zich:

  • Stimuleert en verstoort de status quo van de organisatie
  • Zorgt voor de vrolijke pauzes die noodzakelijk zijn om het veranderingsproces fris te houden
  • Inspireert creatieve verandering en zorgt dat het proces blijft lopen
  • Laat op humoristische wijze de vastgesleten routines en structuren zijn en stelt ze met een grap ter discussie
  • Stelt vragen die anderen niet durven te stellen
  • Zorgt voor onverwachte antwoorden op vraagstukken waardoor vastgeroeste balansen gaan schuiven
  • Zoekt macht voor beïnvloeding van mensen, niet voor macht over mensen
  • Kleedt zijn discussiepunten in met rake observaties, gebaseerd op solide theorie
  • Gaat bewust om met zijn rol als constructieve criticaster en luis in de pels van het management door kwinkslagen en humor.

Detail uit het Schilderij van Karel Appel ‘De Koning en de Hofnar’ uit de collectie van de Fundatie in Zwolle.

Het lijken mij geweldige competenties die eigenlijk in elke senior functietypering thuishoren. Want je hebt inhoudelijke autoriteit nodig om vastgeroeste situaties als hofnar ter discussie te kunnen stellen en met redelijke alternatieven te komen. Alleen afzeiken en de lachers op je hand halen is geen corporate satire, dat is zieken. De vraag is verder waarom je je zou beperken tot één hofnar per bedrijf, want satire kan door veel meer professionals als veranderingsproces gebruikt worden. Behalve door managers zelf misschien. Corporate satire moet natuurlijk wel ergens over macht gaan en daar heb je een baas voor nodig, of zoals Lubach het zei: “je trapt altijd naar boven, nooit naar beneden.” Even later op de fiets naar huis bleek die tip echter geen stand te houden. Om vooruit te komen moet je zowel naar boven als naar beneden trappen, in een cyclische beweging. Het regende echter te hard om daar nog een punt van te maken.