Kouar

23 december 2018

December in Utrecht, Kanaleneiland. we gaan straatinterviews oefenen. Ik loop naar buiten en daar tref ik Kouar, een meisje van negen. Ze draagt een lange blauwe jas met een capuchon van nepbont. Over haar schouder slingert een tas. Licht gebogen haast ze zich voorwaarts. Als ik vraag of ik een stukje mee mag lopen glimlacht ze.

“Dat is goed,” zegt ze. “Ik woon hier om de hoek.” Haar grote bruine ogen glinsteren.

“Zit je hier ergens op school?”, vraag ik.

“Ja, op de Parkschool.” Ze veegt een lok haar opzij.

“En wat wil je later worden?” Weer die glimlach. Glunderend vertelt ze dat ze dierenarts of stewardess wil worden. We zijn inmiddels de hoek om en lopen langs het eerste portiek van de flat. Haar pas vertraagt, net als ik. Als je meeloopt bepaalt de ander het tempo.

“Ik heb zelf ook een huisdier”, zegt ze. We lopen steeds langzamer, staan bijna stil. “Het is een parkiet, Koko.” Nu staan we helemaal stil en ze draait zich mijn richting op, ik vang haar blik. Onbevangen kijkt ze terug.

“Dank je wel voor dit interview.”

“Alsjeblieft”, zegt ze. “Daar verderop staan nog meer kindjes.” Ze wijst vooruit de straat in. “Die kun je ook wel vragen.” Dan draait ze zich om en huppelt terug, naar het portiek van de eerste flat. Haar staartje schudt heen en weer. Als ze de deur opendoet kijkt ze nog even om en zwaait. Dan is ze weg. De deur valt met een klein tikje dicht.