Het OK plateau in de oefenpraktijk

Ed Oomes, 9 juni 2014

Al weer enige tijd geleden was het doel gesteld om deel te nemen aan een paar 10 KM lopen, zoals de City Pier City loop. Welgemoed startten we de training, om na enkele maanden te ontdekken dat er nauwelijks progressie zat in de prestaties. Het leek zelfs of de snelheid afnam, in plaats van toenam. Het was duidelijk dat er iets veranderd moest worden aan de training, de vraag was echter wat? Het antwoord gingen we halen door te gaan trainen bij een atletiekvereniging. En het wonderbaarlijke gebeurde: ondanks het feit dat we net zo vaak gingen lopen als voorheen, gingen de prestaties enorm vooruit. Onder andere door het invoeren van intervaltraining, het variëren van loopvormen en een trainer die onmiddellijk feedback gaf op inzet en prestatie.

Achteraf wist ik natuurlijk best dat je moet variëren met trainingsvormen om vooruitgang te blijven boeken. Alleen heb je daar niet altijd zo veel zin. Dan moet je uit je comfort zone, blerk, dus liever maar weer even het bekende rondje. Dat kost minder energie en je houdt er toch een nuttig en gezond gevoel aan over. Je gaat alleen niet meer vooruit. Je blijft hangen op het OK plateau.

Het OK plateau is een term die geïntroduceerd is door Joshua Foer in zijn boek ‘Moonwalking with Einstein. “The OK Plateau is that point when we reach the autonomous stage and consciously or unconsciously stay to ourselves, “I am OK at how good I have gotten at this task,” and stop paying attention to our improvement. We all reach OK Plateaus in almost everything we do”.

Het principe achter het OK plateau stamt al uit de jaren 60. De psychologen Posner en Fitts beschreven dat het aanleren van nieuwe vaardigheden via drie stadia verloopt:

OK Plateau

1. De cognitieve fase (cognitive practice). In deze fase is alles nieuw en moet je achter de basiselementen van het nieuwe vakgebied komen. Je slangen rollen alle kanten op behalve vooruit, en bij je eerste ademcrisis weet je even niet meer wat je overkomt. Maar je leert als een bezetene, je speert vooruit. Hier komt ook de uitdrukking van de steile leercurve vandaan.
2. De associatieve fase (associative practice). Je hebt je diploma’s binnen, je zit al een tijdje op je functie en je maakt nauwelijks fouten meer. Je kan goed meekomen met de rest van de groep, en op sommige gebieden ben je zelfs beter dan wat oudere collega’s. Eigenlijk ben je volleerd brandwacht / bevelvoerder / OVD, al zeg je het zelf.
3. De autonome fase (OK plateau). Je functioneert zelfstandig binnen de groep en het korps. Je weet wat je doet, en langzaam ga je op de automatische piloot. De meeste klussen gaan met twee vingers in je neus. Op de oefenavonden herken je de oefenkaarten die voorbij komen al bij aanvang en weet je eigenlijk al wat er gaat gebeuren. Je hebt het OK platform bereikt, veel beter dan je nu bent ga je niet worden.

Foer beschrijft vier uitgangspunten hoe je het OK plateau kunt doorbreken en een expert wordt (deliberative practice):
1. Experts tend to operate outside their comfort zone and study themselves failing.
2. Experts will try to walk in the shoes of someone who’s more competent than them.
3. Experts crave and thrive on immediate and constant feedback.
4. Experts treat what they do like a science. They collect data, they analyze data, they create theories, and they test them.

De vraag is of de gemiddelde mens dat zelf kan of dat hij daar hulp bij nodig heeft. Volgens Atul Gawande kunnen de meeste mensen dat niet zelf. In de New Yorker schreef hij: “Elite performers, researchers say, must engage in “deliberate practice” – sustained, mindful efforts to develop the full range of abilities that success requires. You have to work at what you’re not good at. In theory, people can do this themselves. But most people do not know where to start or how to proceed”. En zo is het.

fire sensei

Als je dit vertaalt naar de oefenpraktijk van de brandweer, dan komen de volgende zaken bij mij op:
• Uiteindelijk zal iedereen het OK plateau bereiken. Maar misschien is dat helemaal niet OK, en vraagt het verzorgingsgebied om meer expertise.
• Als je het OK plateau wil doorbreken, moet je rekening houden met de vier regels van Foer: Haal mensen uit hun comfort zone, zorg voor goede instructeurs met aanzien en deskundigheid, geef onmiddellijk goede feedback en probeer steeds nieuwe dingen uit. En ja, dat is ook met virtueel oefenen: zo krijg je ervaring met scenario’s die je in het echt nog nooit tegenkwam.
• Dat kan alleen als er voldoende, goed opgeleide instructeurs rondlopen in een korps. Er zijn best momenten dat een ploeg even zelf iets kan gaan oefenen, maar er moet voldoende oefentijd zijn met instructeurs. Die zorgen voor een onbekende training / oefening en geven feedback op de prestaties van het team en / of individu.
• Eén en ander vraagt wel om langdurig traject vanwege de cultuuraspecten die met de regels van Foer meekomen. Men moet zich namelijk kwetsbaar durven opstellen in moeilijke situaties en men moet leren feedback te geven zonder te kwetsen.

En de brandweer moet accepteren dat het er niet om gaat dat de oefening helemaal juist is of realistisch, het gaat er om dat je de juiste en realistische dingen doet met de situatie die je aan treft. De situatie moet zich niet aan jou aanpassen, jij moet je aanpassen aan de situatie. Alleen dan doorbreek je het OK plateau.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.