De preventieparadox en ongewenste branden: gedachten bij de toekomst

De preventieparadox en ongewenste branden: gedachten bij de toekomst.
Ed Oomes 23 februari 2014

Is het veilig in Nederland? Dat zijn van die ontwrichtende vragen waar je niet altijd direct een antwoord op hebt. Dan heb je iets van een maatstaf nodig en een norm en dat is altijd lastig. Vooral een norm is een ellende ding. Het is veel makkelijker om de vraag te beantwoorden of het veiliger wordt in Nederland. Dan heb je namelijk alleen maar een maatstaf nodig. Ik roep altijd dat de gemiddelde leeftijdsverwachting een mooie maat is voor de veiligheid in een land. Als je dan naar Nederland kijkt, dan zie je dat die leeftijdsverwachting bij mannen is gestegen van iets meer dan 70 jaar in 1950, naar iets meer dan 79 in 2012. Bij vrouwen steeg de leeftijdsverwachting in die tijd van 72,5 naar 82,82 jaar. Nederland wordt dus steeds veiliger is mijn stelling.

Kan je dat ook terug zien in het aantal branden? In 1985 waren er volgens het CBS 36.998 branden in totaal. En in 2012 waren het er 35.815, ruim 1000 minder dus. Toch zou je kunnen spreken van een grotere teruggang: in 2009 stond de teller namelijk op 47.071 branden. Tegelijkertijd bleef het aantal slachtoffers door brand min of meer gelijk: van 79 in 1985 naar 72 in 2012. Op zulke kleine aantallen zijn veranderingen niet heel significant en eigenlijk kun je stellen dat het aantal slachtoffers al jaren rond de 80 slingert. Niet heel spannend dus.

De brandweer van London heeft dan heel wat spectaculairdere cijfers. Het aantal branden werd meer dan gehalveerd in dertig jaar tijd. Van 49.314 in 1970 naar 12.896 in 2011. Ook het aantal slachtoffers halveerde: van 142 in 1970 naar 56 in 2011. Het wordt in London dus ook steeds veiliger, net als hier.

Systemische risico’s versus incidentele risico’s

De vraag is nu of we het nog veiliger moeten maken op het gebied van brand, of dat we de veiligheidsmunten beter aan iets anders kunnen uitgeven. Het verminderen van het aantal onnodige slachtoffers in ziekenhuizen bijvoorbeeld. En niet aan nog meer brandpreventie. Op dat laatste vlak is er namelijk een interessante tendens waarneembaar dat brandweermensen de wet- en regelgeving niet goed genoeg vinden. Zo zijn er regelmatig verontwaardigde commentaren te horen op panden die tot de grond toe afbranden, cq op de afbrandscenario’s waar sommige constructeurs geheel legaal voor kiezen. Is dat terecht?

Naar mijn idee niet. Op zeker moment moet een maatschappij kiezen voor maatregelen op het ene gebied die repercussies hebben op een ander vlak. Door het toenemend aantal inwoners, gestegen energieverbruik en eindige energievoorraden is het bijvoorbeeld logisch dat er gekozen wordt voor energiebesparende maatregelen zoals isolatie. Het is dan jammer dat dergelijke materialen soms brandbaar zijn en dus risico toevoegen. Maar een brand is een eerste orde risico, het is een incident. Terwijl energieschaarste een tweede orde risico is, het is systemisch. Systemische risico’s krijgen terecht voorrang op incidentele risico’s.

Tegelijkertijd is mede door preventieregelgeving het aantal branden wel degelijk afgenomen, zo blijkt uit de cijfers. Ik zou daar een stelling aan willen toevoegen: door al die regelgeving is de kans op brand in het algemeen afgenomen, maar is de kans op ‘gekke’ branden toegenomen. Denk maar eens aan het verschil tussen brand in een gebouw of gebouw in brand. Ik noem deze ontwikkeling de preventieparadox: de kans op branden in het algemeen is kleiner maar het effect van branden is juist groter geworden. Mede ook door toepassing van nieuwe materiaalsoorten.

Gedachten voor de toekomst

Dat stelt de brandweer voor nieuwe uitdagingen, schreef ik in een essay voor Grip 4. In de toekomst worden sommige branden grilliger en onvoorspelbaarder. Daar kunnen we nooit op basis van ervaringsleren voldoende vaardigheid in opdoen, noch is de huidige wijze van planvorming afdoende voorbereid op onvoorspelbaarheid en afwijkingen. De brandweer kan echter nooit zeggen dat ‘ze dat soort branden niet wilt hebben en liever andere branden krijgt’. Dat is terug naar dat branden er meer voor de brandweer zijn dan dat de brandweer er voor de maatschappij is. Het is de vanzelfsprekendheid van de voorbije dag.

 Nee, als facilitaire organisatie zou de brandweer zich juist moeten richten op de bestrijding van black swans en aanverwante onvoorspelbaarheid. Als de maatschappij kiest voor de beheersing van systemische risico’s boven incidentele risico’s, dan is het de taak van de brandweer om die incidentele risico’s adequaat te bestrijden. Naar mijn idee is daar geen strategische reis voor nodig. Wat er wel nodig is onderzoek en samenwerking. Onderzoek naar brandgedrag en nieuwe technologie (dus geen technieken) voor brandbestrijding. En samenwerking tussen preventie en repressie, waarbij de preventiekennis van groot belang is om de repressieve effectiviteit te vergroten. Het zijn wat gedachten bij een rooskleurige toekomst voor de veiligheid, met een mooie plaats daarin voor de brandweer en veel werk aan de winkel.

Een gedachte over “De preventieparadox en ongewenste branden: gedachten bij de toekomst”

  1. Met andere woorden;
    1. De wet en regelgeving zorgt voor een systematische brandveiligheid die door de maatschappij als voldoende zou moeten worden beschouwd. (Ook door ons al geaccepteerd op nieuwbouw niveau!).
    2. Preventiekennis is nodig om “gekke” incidenten te kunnen bestrijden, dit is op niveau oefenen en daadwerkelijk bestrijden (verschuiving van afdeling RB naar IB). Dus RB opheffen en alles IB laten zijn. Klinkt ook goed bij de bestuurders.

    Gr Fred

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.