Antifragility in de praktijk

Ed Oomes, 11 mei 2014

Begin april 2014 schreef ik een blog over antifragility. Antifragility is een risicobeheersingsconcept, beschreven door Nicholas Taleb in zijn boek onder dezelfde titel. Taleb schrijft: “Some things benefit from shocks; they thrive and grow when exposed to volatility, randomness, disorder, and stressors and love adventure , risk, and uncertainty. Yet, in spite of the ubiquity of the phenomenon, there is no word for the exact opposite of fragile. Let us call it antifragile. Antifragility is beyond resilience or robustness. The resilient resists shocks and stays the same; the antifragile gets better. This property is behind everything that has changed with time: evolution, culture, ideas, revolutions, political systems, technological innovation, cultural and economic success, corporate survival, good recipes (say, chicken soup or steak tartare with a drop of cognac), the rise of cities, cultures, legal systems, equatorial forests, bacterial resistance … even our own existence as a species on this planet”.

antifragile1
Antifragile is de respons op een black swan, een onvoorspelbare en onverwacht groot incident

Dat klinkt logisch op papier, maar hoe ziet het concept er dan daadwerkelijk uit in de praktijk? Want Taleb kan het allemaal mooi vertellen, het is nog best lastig om zijn concepten te herkennen in de werkelijkheid van alledag. Daarom moet je goed letten op de metatags die de realiteit meegeeft, je antifragility bril opzetten en verdomd als het niet waar is, er komen vanzelf voorbeelden voorbij. “Je gaat het pas zien als je het doorhebt,” klopt als een bus. De afgelopen week zag ik drie voorbeelden van antifragility.

Mensheid gezonder na rondwaren Zwarte dood
Op Nu.nl verscheen op 8 mei 2014 het bericht dat de mensheid na de pestepidemie van 1347 tot 1351 gezonder werd en langer leefde dan voor de pest. Dat kwam door zowel genetische als sociale oorzaken. Mensen die toch al minder gezond waren, bleken eerder te sterven en daardoor minder kans te hebben om hun genen door te geven. In die zin was de pest dus een vorm van natuurlijke selectie, zoals Taleb ook in zijn definitie zet. Overigens vinden niet alle lezers op Plos One, waar het artikel verscheen, dit een fijne gedachte: het artikel werd door een lezer als fascistisch betiteld. De natuur is echter niet politiek of doelgericht, maar zorgt zo nu en dan, onvoorspelbaar, voor grote shocks die de overlevingskansen onder druk zetten.

Er is nog een reden die er voor zorgde dat mensen langer leefden: de sociale omstandigheden verbeterden. Door een gebrek aan arbeiders stegen de lonen en daardoor ook de welvaart van de bevolking. Daarnaast daalden de prijzen, hetgeen de welvaart nog verder deed stijgen. En het is bekend dat welvaart één van de belangrijkste factoren is voor een hoge leeftijdsverwachting. Interessant aan dit voorbeeld is wel dat naast biologische factoren, ook sociologische, economische en gedragsfactoren een rol spelen. Het is dus meer dan een proces dat mensen overkomt, er is ruimte en mogelijkheid om te sturen en te verbeteren.

Sommige vogels gedijen goed in radioactieve omgeving
Na de explosie van de kerncentrale bij Chernobyl op 26 april 1986 was een groot gebied rondom de kerncentrale niet bewoonbaar. De natuur werd ook zwaar geraakt, zeker in het begin, maar na enkele jaren begon er toch herstel op te treden. Volgens Sciencenews zijn er nu zelfs bewijzen dat sommige vogels gezonder zijn geworden door zich aan te passen aan de radioactieve straling. “When the researchers compared birds captured in higher radiation areas with those in lower radiation spots, they found something surprising: The birds from the higher radiation zones were generally in better condition, and they had higher levels of antioxidants. These molecules can help cells by stopping the reaction through which ionizing radiation damages DNA”.

De onderzoekers concluderen: “To our knowledge, this represents the first evidence of adaptation to ionizing radiation in wild populations of animals.” Maar, voegen ze er heel gauw aan toe, het is nog beter als er geen straling vrijkomt en er dus geen ongevallen met kerncentrales zouden plaatsvinden. En dat is natuurlijk ook zo. Het maakt wel duidelijk dat het antifragility concept nogal wat beroering kan oproepen zodra het te maken heeft met de survival of the fittest, zie ook het eerste voorbeeld.

Appelvink1
De appelvink is één van de onderzochte vogels die sterker is geworden door zich aan te passen aan straling.

Publieke organisaties gaan beter functioneren na kritiek in de media
Het derde voorbeeld is wat minder heftig en controversieel, en ligt ook dichter tegen de dagelijkse beleving van hulpverleningsdiensten aan. Dit voorbeeld komt uit het proefschrift Media en verantwoording over incidenten van Sandra Jacobs. Zij onderzocht een aantal cases van incidenten die in de pers op forse kritiek konden rekenen: De VWA en falend toezicht op diertransporten, Mitros en onveilige verbrandingstoestellen, RIVM en de HPV vaccinatie en Prorail tijdens de sneeuwval. Haar conclusie is dat de kritiek in alle gevallen er toe leidde dat de betrokken organisaties er sterker uitkwamen. Ze werden alerter op de buitenwereld, gingen handiger met de media om en verbeterden de interne organisatie.

Daarnaast bleken ze ook in staat te zijn om hulptroepen te mobiliseren en extra geld te verwerven. “De strategische kant van incidenten moet niet onderschat worden. Het is onaangenaam om negatieve berichtgeving te krijgen en dit tast de legitimiteit van de organisatie ook aan, maar zoals al eerder gesteld werd, biedt het ook mogelijkheden om het ministerie of politici om ‘hulp’ (vaak: meer financiële middelen) te vragen. Dit deed de VWA met dierenartsen en ProRail met het winterweerbeleid”.

Werden organisaties sterker door kritiek uit de media? “Het antwoord op de vraag is – voor wat betreft de hier onderzochte cases – ‘ja, mits met mate’: bij herhaalde incidenten wordt de legitimiteit van de organisatie fundamenteler ter discussie gesteld”.

Desondanks concludeer ik dan toch dat antifragility ook in dit voorbeeld duidelijk zichtbaar is, al is de shock misschien minder groot en is er geen sprake van biologische adaptatie. Er was echter in twee van de drie voorbeelden wel sprake van organisatorische- en gedragsaanpassing, die er voor zorgde dat men er sterker uitkwam. Dat maakt antifragility een interessant concept om verder uit te zoeken en te bekijken welke factoren bepalend zijn voor een succesvolle aanpassing.

Het antifragility concept gaat dan ook terug komen in de brandweercanon. Kunnen we bijvoorbeeld vaststellen dat brandweerkorpsen sterker uit ongevallen komen? Dat ze na een black swan leren en zich aanpassen? Leren ze dan vooral eerste orde, of ook tweede orde? En prepareren ze zich proactief op black swans door redundancy te organiseren, zoals ik in een vorig blog schreef? Het zijn vragen die we in de brandweercanon nog regelmatig terug gaan zien komen. Stay tuned!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.