Rizoomes blog

aaa

De triomf voor de ondergeventileerde brand

Ed Oomes, 18 september 2016

Precies op de helft van september publiceerde het lectoraat Brandweerkunde de casuïstiek van de ondergeventileerde branden. Het is op meerdere gronden een belangrijke uitgave, reden genoeg om met enige trots te spreken van een triomf voor de ondergeventileerde brand. Met dit document opent de brandweeracademie namelijk het raam van de kwetsbaarheid. Alleen als je alles durft te tonen wat er is gebeurd, als je je kwetsbaar durft op te stellen, dan kan je leren van situaties en de dingen die gebeurd zijn. Jonathan Safran Foer, de Amerikaanse schrijver, zei het bij een interview op zijn manier: “Er is een vorm van leren die verlies nodig heeft. Dan leer je de dingen pas na de feiten”.

Dat er 34 casussen door korpsen zelf uit het land zijn aangereikt om officieel van te leren is dus een heugelijk feit te noemen. En ik zeg hier expres ‘om officieel van te leren’ want officieus studiemateriaal is er genoeg. Alleen weet je nooit hoe je dat moet interpreteren, wat het waarheidsgehalte is. Het blijft dan vaak bij meningsvorming waar geen wetenschappelijke beschouwing aan te pas komt. Die vorm van fact free learning kan gevaarlijk zijn als het idee in de praktijk niet klopt. En dat is nu net het geval bij de ondergeventileerde brand. Daarom is de wetenschappelijke benadering die de brandweeracademie nu gekozen heeft de tweede triomf van de ondergeventileerde brand.

triomf-ondergeventileerde-brand-5
Wetenschappelijke benadering

Die wetenschappelijke benadering zal voor sommige lezers wel even wennen zijn. Het lectoraat hoedt zich voor al te drieste uitspraken die niet hard te maken zijn en geeft op diverse plekken aan dat ‘het er van afhangt’. Dat is niet de lekkere duidelijkheid die vaak als daadkrachtig gezien wordt en waar men soms zo’n behoefte aan heeft. Tegelijkertijd, als het wel duidelijk is, komt die daadkracht vanzelf wel, denk ik dan maar. Juist voor die situaties die niet duidelijk zijn, waar de omstandigheden en de dingen nog alle kanten op kunnen, is voorzichtigheid en nuance geboden, en moet men zelf redeneren naar een oplossing. De nu gepresenteerde casuïstiek biedt voldoende handvaten om het leren redeneren onder de knie te krijgen, alhoewel ik me wel kan voorstellen dat dat proces begeleidt moet worden door instructeurs die al iets dieper in de materie zijn ingewijd. Alleen de baron von Munchhausen trekt zich aan de eigen haren uit het moeras, zoals ik eerder betoogde in dit blog over het OK Plateau, de rest heeft een helpend handje nodig. Met name de bewustwordingsstap van onbewust onbekwaam naar bewust onbekwaam is een grote, die men maar het beste onder deskundige begeleiding zet. Ik zal mij nader verklaren.model-bewust-bekwaam

Onbewust onbekwaam

Eind jaren zeventig van de vorige eeuw ontstond een leermodel rondom de twee variabelen bekwaamheid en bewustzijn. Als je die twee variabelen combineert, krijg je een assenkruis met vier situaties van deskundigheid. Beginnend bij onbewust onbekwaam, je blinde vlek, loopt het proces uiteindelijk door naar onbewuste bekwaamheid. De ‘casuïstiek van de ondergeventileerde brand’ is mijns inziens een belangrijke stap om de brandweer van onbewust onbekwaam naar bewust onbekwaam te brengen op het gebied van ventilatie bij branden. Maar zoals gezegd, dat gaat niet vanzelf. Dat proces moet je goed begeleiden, om juist de belangrijkste vraagstukken goed op het netvlies te krijgen. Ik noem er hier drie.

1. Een ondergeventileerde brand is een brand die voor de flashover ventilatie gecontroleerd raakt

Dit is een zeer belangrijk punt dat alles te maken heeft met de veiligheid van brandweermensen. Er zijn in het verleden binnenaanvallen verricht in situaties van onderventilatie, waarbij door (natuurlijke) luchtstromen er onverwachts een snelle branduitbreiding plaatsvond die slachtoffers onder eigen personeel heeft gemaakt. Dat was in de tijd dat er voor het eerst werd gedacht over ventileren als repressieve methodiek, alvorens de blussing zelf aan te vangen. Vanouds werd er namelijk aangeleerd om alle ramen en deuren potdicht te houden tijdens de verkenning. Iets waar we nu dan deels weer naar terug gaan. Er mocht absoluut geen zuurstof bij de brand komen, zo was het devies. Dat leidde wel tot een zeer ongerieflijke manier van brandbestrijding, zeker in grote panden: veel rook, slecht zicht en heet. Desoriëntatie stond ook bij veel risico-inventarisatie als gevaar bovenaan. Mede onder invloed van de overdrukventilator, die begin jaren 90 via brandweer Aken ook in Nederland werd geïntroduceerd, ontstond er discussie over een groter nut van ventilatie. Moesten we niet eerst ventileren, verkennen en dan pas blussen?

triomf-ondergeventileerde-brand-1

Daarbij was de aanname dat door een snelle ventilatie de rook en hitte het pand zou verlaten, of in ieder geval op zou trekken. De overlevingskans van de slachtoffers zou daardoor toenemen omdat die in de betrekkelijk koele zone zou komen te liggen en de eenheden zouden sneller kunnen verkennen. Dus de redding werd sneller. Dat we daar niet eerder aan gedacht hadden. De eerlijkheid gebied te zeggen dat ik toentertijd zelf ook die overtuiging was toegedaan. Maar we hadden het grotendeels fout, zie ook dit blog over repressieve ventilatie. Gebruik geen ventilatie bij grote compartimenten zo blijkt, want dat is gevaarlijk als je binnen bent. Het is daarom goed de aanbeveling van het lectoraat te volgen: ga er altijd van uit dat er sprake is van een ondergeventileerde brand, zeker in bedrijfspanden, en probeer eerst een offensieve buiteninzet.

2. Grote panden, grote branden

Ook dit punt, grote panden, grote branden, is belangrijk in verband met de eigen veiligheid van  brandweermensen tijdens repressie. Het rapport stelt: “Wees bij bedrijfsgebouwen extra op uw hoede. Doordat in een groot (> 500 m2) gebouw (ook als dat gebouw redelijk lekdicht is) meer zuurstof beschikbaar is, kan de brand initieel ook beter tot ontwikkeling komen voordat hij ventilatiegecontroleerd raakt. In het algemeen geldt: grote panden, grote branden”. Ik zou daar aan toe willen voegen: grote panden, grote risico’s. Als je de statistieken van gevallen brandweermensen erbij pakt, zie je dat het vooral de grote panden zijn waar collega’s zijn gesneuveld. Nooit in een woning, waarbij het kamerverhuurbedrijf Harderwijk een twijfelgeval annex uitzondering is.

triomf-ondergeventileerde-brand-3

Flashover komt dan ook als doodsoorzaak nummer één naar voren in de analyse waar de brandweerman valt’. Het is goed om je te realiseren dat brandweermensen waarschijnlijk gesneuveld zijn door een offensieve binneninzet bij ondergeventileerde branden. De grote panden instructie vanuit het rapport steun ik dan ook van harte:

  • Bij bedrijfsgebouwen alleen ventileren na het (effectief) bestrijden van de vuurhaard. Doe daar in het bijzonder een rondom-verkenning, om zo dicht mogelijk bij de brand in te zetten. Uit onderzoek naar de offensieve buiteninzet blijkt dat ook als u een offensieve buiteninzet wilt doen, deze het beste zo dicht mogelijk bij de brand kan worden ingezet.
  • Als wordt overgegaan tot een binneninzet, neem dan de kortste weg naar de brand. Als deze niet direct gevonden kan worden, wees dan bedacht op snelle uitbreiding en neem voorzorgsmaatregelen (zoals deurmanagement, rookgaskoeling en extra koelend vermogen / water meenemen).
3. Het model van de voorspelbare afloop

Het model van de voorspelbare afloop is eigenlijk nog een hypothese, maar kent een wetenschappelijke onderbouwing die in mijn ogen zou kunnen leiden tot een paradigmashift brandbestrijding grote panden: niet meer van binnen naar buiten denken, maar van buiten naar binnen. De tactieken zijn er, de bewustwording is onderweg en de technieken moeten nog komen. De lector heeft de paragraaf over de voorspelbare afloop zo mooi beschreven dat ik het hier integraal overneem. Beter dan dat kan ik het niet verwoorden.

triomf-ondergeventileerde-brand-4

“In het model van de voorspelbare wordt gesteld dat een brand het beste in eerste instantie van buitenaf kan worden benaderd. Als de brand namelijk van buitenaf – door een rondom-verkenning te doen met een warmtebeeldcamera – kan worden ontdekt, dan is het niet meer nodig binnendoor op zoek te gaan naar de brand (zoals op dit moment de standaard is). Uit onderzoek blijkt dat een inzet met voldoende koelend vermogen in de brandruimte, of zo dicht mogelijk daarbij, het meest effectief is. Dus als dat kan, moet dat gedaan worden. Zolang het gebouw gesloten blijft, dan is er tijd. Het adagium is dan ook: ‘alles dicht, brand op pauze; openingen maken is op het gaspedaal trappen’.

Volgens het model moeten er in eerste instantie de volgende drie vragen worden gesteld.

1. Is de plaats van de brand bekend?

2. Is de brand (van buiten) bereikbaar?

3. Heb ik voldoende koelend vermogen?

Als het antwoord op deze drie vragen ‘ja’ is, dan kan de brand (van buiten) worden geblust. Als op één van de drie vragen het antwoord ’nee’ is, dan is er een voorspelbare afloop: het gebouw brandt uit. Uiteraard is dat een simpele voorstelling, want er is nog een alternatief: alsnog naar binnengaan. Maar het gaat hier om het denkkader en een binneninzet zou dan in de tweede plaats moeten komen.”

Hoe die binneninzet dan moet plaatsvinden wordt er ook bij verteld, maar dat verklap ik hier niet. Een cliffhanger om zelf het rapport te gaan lezen.

triomf-ondergeventileerde-brand-2

Bewust bekwaam

De triomf van de ondergeventileerde brand is dat het een stap is van onbewust onbekwaam naar bewust onbekwaam. De experimenten in Zutphen uit 2015 en dan nu het document met de casuïstiek zijn haltes op die route van situational awareness. Maar daar stopt het natuurlijk niet. Het volgende station is die van de bewuste bekwaamheid, die van de option awareness. Wat zijn mijn opties? Er zal bijvoorbeeld meer kennis moeten komen over de offensieve buiteninzet. Hoe doe je dat? Welke technieken zijn er al, of zouden er moeten komen? Kunnen we iets verzinnen als een koudecanon, een ijsblokjeswerper, een overmaats vacuümpomp? Technieken out of the box.

Ook tactiek is belangrijk, en dan met name de verdere uitwerking van de doelgerichte commandovoering. Hoe stel je een realistisch doel voor een inzet? Wanneer weet ik of er nog iets van het pand behouden kan blijven? Hoe weeg ik die kosten en baten af? En ook niet onbelangrijk, hoe classificeer ik een brand in het licht van mogelijke milieuschade: hoe blust men zo milieuvriendelijk mogelijk? Er zijn, kortom, nog vragen genoeg en het zal nog lang duren voor de antwoorden er zijn. Als die er al gaan komen, want de route die nu is uitgezet levert onontkoombaar nog veel meer vragen op. De samenwerking die het lectoraat nu al geruime tijd weet te vinden met de korpsen uit het land geeft echter het vertrouwen dat het een mooie en leerzame reis kan worden. Dat is de triomf voor de ondergeventileerde brand.

Alle foto’s komen uit de besproken publicatie. Ik heb ze uitgekozen omdat ik deze mooiste vond. Er is geen directe relatie met het tekstgedeelte waarin ik ze heb geplaatst.


De strategie van de toevallige kans

Ed Oomes, 6 september 2016

Sinds een paar jaar gebruik ik notitieboekjes om gedachten, aantekeningen en ideeën in op te schrijven. Het begon met tamelijk grote dummy’s, want het leek me leuk om een dik eigen boek vol met aantekeningen te maken. Dat bleek echter minder handig dan ik dacht. Na verloop van tijd vond ik het mogelijk verlies van al die aantekeningen een te groot risico worden. Daardoor verdwenen er allerlei deels gevulde aantekenboeken in de kast en ging ik steeds weer met een nieuw dik boek op pad. Die dan ook weer grotendeels leeg bleef. Inmiddels gebruik ik daarom kleine boekjes. Ze zijn lekker snel vol, makkelijk mee te nemen en het is niet erg als er eens eentje kwijt raakt op reis. Dat is makkelijk weer aan te vullen.

Enfin, in één van die boekjes staat al geruime tijd het voornemen om een blog over de strategie van de toevallige kans te schrijven. De strategie van de toevallige kans was één van de centrale leerstellingen van Don Berghuis, zo vertrouwde hij mij eens op een avond al sigaren rokend toe. Berghuis was toentertijd de commandant van Brandweer Rotterdam. We zaten in de bar van de oude brandweeracademie en een rookverbod was nog in geen velden of wegen te bekennen. Ergens tegen 21.00 kwam Don opeens de bar binnen, noestig om zich heen kijkend en stevende direct op mij af. Sigaren vergeten, of hij uit mijn sigarendoos mocht meeroken. “In ruil voor sappige verhalen”, onderhandelde ik en hij schoof al op de barkruk met een eerste anekdote over het nut van zijn Gideonsbende en de strategie van de toevallige kans. Ik luisterde met grote aandacht, alsof ik werd ingewijd in de geheimen van het genootschap De Oude Vos. Had ik toen mijn aantekenboekjes al maar gehad, dan had ik u er nog gedetailleerder over kunnen vertellen. Nu moeten we het doen met mijn herinnering, aangevuld met Youp en Joep. Het wordt vanzelf duidelijk.

Voorbereiding en momentum

De strategie bestaat grofweg uit twee elementen, voorbereiding en momentum. Want voor toeval moet je hard werken, zo leerde ik van Berghuis, het is niet alleen maar wachten totdat er een kans voorbij komt. In de voorbereiding moet je bezig zijn met reuring en variatie creëren. Wat zijn je doelen, hoe zien je plannen er uit, welke acties ga je uitzetten, wie ga je ontmoeten, welke artikelen ga je schrijven, aan welke congressen ga je meedoen, met wie ga je samenwerken, kortom je gaat van alles in het werk zetten in de richting van je Weg. Naarmate je meer in beweging zet, neemt de kans toe dat één (of meer) van die bewegingen zich in jou richting gaat begeven. Dat is precies wat je wilt en daarmee de eerste fase van de strategie.

Movement Heartbeats

Belangrijker nog is dat alle elementen in die ingezette beweging gaan interacteren met elkaar en daarmee nieuwe elementen en gebeurtenissen gaan opleveren met een hoge mate van toevalligheid; fase twee van de strategie. Dan is het tijd om toe te slaan: momentum, het woord zegt het al. Momentum is goed kijken wat er gebeurt en op het juiste moment acteren. Niet alleen zien, maar ook begrijpen en voorspellen. Waar de energie zit, daar zitten de mogelijkheden, de toevallige kansen. En dus is toeval toch gewoon logisch, zoals Cruyff al zei. Want een kans maak je zelf. Door een goede voorbereiding, interactie te creëren en momentum te herkennen.

Het complot van Kan

Dat je met goede voorbereiding en momentum niet alleen toevallige kansen maar ook theaterprogramma’s maakt las ik deze zomer in het NRC. In één van de zomeravondgesprekken vertellen Youp van ’t Hek en Kamagurka over de noodzaak van het magische moment. “Je mag de beste grap geven aan bepaalde mensen, die gaan er nooit een lach mee krijgen. En dan heb je andere mensen die de flauwste grap vertellen en iedereen lacht.”

Youp noemt dat het complot van Kan. “Wim Kan zei daarover: je doet de deuren dicht, het licht gaat uit en je smeedt een complot met de zaal. Het is vaak heel moeilijk na te vertellen voor wie er niet bij was. Daarom is cabaret op TV ook veel ingewikkelder. En het lekkere van véél spelen is dat je je voorstelling helemaal kan bijschaven tot een geoliede machine.”

Hier zie je de twee elementen voorbereiding en momentum uit de strategie van de toevallige kans ook weer voorbij komen, aangevuld met ervaring van het vele spelen. De strategie vraagt dus ook gewoon om vakmanschap, naast momentum en voorbereiding. En om het gebruik van de magie van het moment. Lees dit stukje van Youp uit de krant maar eens, over de eenmalige magie.

Youp over het complot van Kan

Vindingrijk in lastige situaties

Toen was het de beurt aan de andere Youp. Joep Schrijvers is bekend geworden door zijn boek ‘Hoe wordt ik een rat?’. Zijn tweede boek, ‘Maak er wat van’ is minstens net zo goed maar heeft veel minder aandacht gekregen. Het is mij niet duidelijk waarom dat zo is, maar de inhoud past uitstekend bij de strategie van de toevallige kans. Ik bricoleer er voor dit blog de zaken uit die mij goed uit komen, waarschijnlijk onder instemmend geknik van Joep, maar leest u vooral het hele boek zelf. Er staat veel meer in dan hier nu even voorbij komt.

Wanneer worden situaties lastig?, zo vraagt Schrijvers zich af. Als je ze niet meer aankunt met de middelen die je hebt, is het antwoord. “Er is een mismatch tussen wat je kunt en wat de situatie vraagt”, schrijft hij. Je hebt het dus lastig als je te simpel bent voor de complexiteit van de situatie. Schrijvers onderbouwt deze stelling met de wet van Ashby, de grondlegger van de systeemleer.

“Een systeem kan alleen voortbestaan wanneer het dezelfde of meer variatie heeft als zijn omgeving”. William Ross Ashby

Wet van AshbyHet gaat er dus om dat je voldoende variatie hebt om oplossingen te verzinnen die de complexiteit van de situatie goed aan kunnen. Er is de laatste tijd veel geschreven over situational awareness. Dat is een belangrijke factor om de complexiteit van de situatie op de juiste manier in te schatten. Maar daarmee ben je er nog niet: je moet ook weten wat je er aan kan doen. Dat heet option awareness. Voor zover de geprepareerde oplossingen in de vorm van bijvoorbeeld plannen, kennis en materiaal je in de steek laten, geeft Schrijvers vier vuistregels om vindingrijk te zijn in lastige situaties. Vier regels die dus eigenlijk de option awareness vergroten. Dit zijn ze:

  1. Bricoleer: verzamel en herorden
  2. Bespeel het toeval
  3. Maak tijd tot je bondgenoot
  4. Herdefinieer je situatie.
Bricoleren: nieuwe functionaliteit maken met wat voor handen is

Bricoleren is een vorm van kennis ontwikkelen die voor een deel op toeval berust. Je verzamelt van alles wat je tegen komt onder het mom dat je het wellicht ooit nog eens kunt gebruiken. Daarmee vergroot je de variatie van je systeem: alles heeft mogelijkheden in zich, maar waar en wanneer je het kunt gebruiken blijft vooralsnog in het ongewisse. Mijn aantekenboekjes zijn een vorm van bricoleren: het zijn ideeën, reflecties, beschrijvingen, verhalen, schema’s en modellen. Geen idee wanneer ik er wat mee ga doen, maar zo nu en dan kan ik er wat mee. Zoals nu, in een blog over de strategie van de toevallige kans.

Schrijvers zegt dat je ook mensen moet verzamelen; zorg voor een goed netwerk. En hij raadt aan je verzamelingen regelmatig te herordenen, zodat  je nieuwe verbanden en connecties ontdekt. Je verzamelingen zijn dus eigenlijk een rizoom, waarbij jijzelf de verbindende connector met alles bent.

Seagul Rhizome

Ik zou daarnaast aanraden om ook regelmatig onbekende en onwaarschijnlijke crisissituaties te beoefenen en na te spelen. Al die scenario’s leveren een serie aan oplossingen en beheersmaatregelen op, die je wellicht ooit nog eens van dienst kunnen zijn bij een echte crisis of ramp. Moderne hulpmiddelen, zoals virtual reality kunnen de kwaliteit van die vorm van bricolage alleen nog maar verder vergroten. Bij besluitvorming onder tijdsdruk, dat met name werkt op basis van herkenning, is je verzameling oplossingen dan een uitkomst waar je nog veel plezier van kunt hebben. Bricoleren is onderdeel van de voorbereidingsfase in de strategie van de toevallige kans; je kunt er pas wat mee als je een verzameling hebt. Tijdens de crisis komt bricoleren te laat.

Kairos is het symbool van momentum

 Bespeel het toeval is de tweede vuistregel van Schrijvers. De belangrijkste les daarbij is alert en voorbereid te zijn. “Wanneer je je steeds afvraagt wat je met nieuwe ideeën, mensen en ontmoetingen kunt, ga je kansen zien”. En dan moet je ook nog op het juiste moment toeslaan: als er momentum is.

De Griekse God Kairos is de belichaming van momentum. Hij is vaak afgebeeld met vleugels aan zijn voeten, een weegschaal en een scheermes. En hij heeft een opvallende haardracht. Aan de voorkant hangt een lange staart, en aan de achterkant is hij kaal. Als Kairos op je af komt moet je hem aan zijn staart pakken voor hij weer weg is, want aan zijn kale achterhoofd grijp je mis, dat is het symbool. Het verhaal gaat dat de Griekse beeldhouwer Lysippos een gedicht in het beeld van Kairos zou hebben gekerfd in de vorm van een Q&A avant la lettre:

And who are you? Time who subdues all things.

Why do you stand on tip-toe? I am ever running.

And why you have a pair of wings on your feet? I fly with the wind.

And why do you hold a razor in your right hand? As a sign to men that I am sharper than any sharp edge.

And why does your hair hang over your face? For him who meets me to take me by the forelock.

And why, in Heaven’s name, is the back of your head bald? Because none whom I have once raced by on my winged feet will now, though he wishes it sore, take hold of me from behind.

Why did the artist fashion you? For your sake, stranger, and he set me up in the porch as a lesson.

Kairos statueKairos uit het museum van Turijn

Kairos, the window of opportunity en momentum zijn andere woorden voor hetzelfde: in de strategie van de toevallige kans is ‘zien’ alleen niet genoeg, je moet het ook pakken. Op welk moment je echter iets pakt is nog een kunst op zichzelf. Dat raakt vuistregel 3: maak tijd tot je bondgenoot. Versnel of vertraag, verdeel taken en maak onderscheid tussen hoofd- en bijzaken. En kijk ook goed naast je, zegt Schrijvers, want de tijd werpt zijn schaduw niet alleen maar vooruit. “Wij staan in de schaduw van de mogelijkheden die ons omringen”. In die zin is Kairos ook een vorm van bricoleren, maar dan met de toevallige omstandigheden die een situatie ons biedt. Kijk dus goed om je heen, en wees je bewust van de bijzonderheden van de menselijke waarneming, zoals in dit blog beschreven.

Het belangrijkste woord is ja

Door een goede voorbereiding, het creëren van interactie en het herkennen van momentum krijg je de strategie van de toevallige kans op de rit. Vakmanschap en alertheid spelen daarbij een belangrijke rol. En de kers op de taart is het zeggen van ‘ja’. “Hiermee erken je wat je situatie is en waar je het mee moet doen (..) omdat je geen slachtoffer, maar actor wil zijn”.

Schrijvers geeft ook nog het voorbeeld van acteurs die moeten improviseren. Ze weten dat ze alleen goed kunnen spelen als ze de bijdrage van hun medespeler accepteren. Nee zeggen is het begin van een doodlopende weg, het is de kortste route naar mislukking. Er ontstaat competitie, tegenwerking en angst, waardoor de creativiteit verdwijnt en er uiteindelijk weinig gebeurt.

Bus instappen

“Zegt je medespeler: Ik zat in een gele bus, dan zeg je niet: Nee, het was een zeppelin. Als je voortbouwt op wat er is, dan kunnen de sterren van de hemel worden gespeeld. Je gaat dus mee in de bus en improviseert van daaruit verder”. Het is een mooi, haast poëtisch beeld om de strategie van de toevallige kans mee samen te vatten: Stap in de bus, ga op reis en improviseer van daaruit verder. En neem een klein notitieboekje mee.


 Kobayashi Maru en de kunst van het verliezen

Ed Oomes, 21 augustus 2016
De Kobayashi Maru test

Sinds een paar weken vraag ik me af of Gerard van Staalduinen toevallig de tweede Star Trek film heeft gezien, The Wrath of Khan uit 1982. “Uit 1982”, zo vraagt u zich misschien af, “en pas sinds een paar weken leeft die vraag? Hoe zit dat?” Welnu, dat zit zo. Het begon er mee dat er een nieuwe Star Trek film op uitkomen stond en dat in de aanloop daar naar toe diverse oudere films werden herhaald op TV. Waaronder de Star Trek Movie uit 2009. De Star Trek Movie is eigenlijk een prequel, met de originele bemanning zoals Captain Kirk en Spock, maar dan in hun jeugdjaren. In die film zien we Kirk de Kobayashi Maru test afleggen, en al appel etend ook nog winnen. Tot grote verbazing en irritatie van Spock, omdat de Kobayashi Maru test geldt als een onwinbaar scenario. Hier klopt dus iets niet.

Mijn interesse was gewekt: een onwinbaar scenario, dat bedoeld is om de kwaliteit van leidinggevenden te testen. “It was primarily used to assess a cadet’s discipline, character and command capabilities when facing an impossible situation, as there is no (legitimate) strategy that will result in a successful outcome.” Daar moest ik meer van weten. En zo kwam ik uit bij de Wrath of Khan uit 1982, waar de test voor het eerst in een film werd gepresenteerd. In die film wordt de mythe van de overwinning door Kirk flink aangezet, en het is dan extra grappig dat het verhaal daar achter in de Star Trek Movie verder wordt uitgelegd. Inclusief het eten van een appel.

Kobayashi Maru Cover

Wat is dan de link met Gerard van Staalduinen? Laat ik er mee beginnen dat Van Staalduinen een groot scala aan functies binnen de brandweer heeft vervuld, onder andere in Rotterdam, maar ik ken hem vooral in zijn hoedanigheid als docent bij de Master of Crisis- and Disastermanagement (MCDM). In 2000 volgde ik die opleiding. Onderdeel van het curriculum was een module over grootschalig optreden, en daar zat een praktijkoefening in voor een Operationeel Team (OT). Met een Operationeel Leider (OL) en u raad het al, die rol mocht ik vervullen.

De start van de oefening betrof een ongeval een met een spoorketelwagon op het station van Arnhem. De ketelwagon bleek chloor te lekken, en niet zo’n klein beetje ook. Al snel besloot ik na een analyse van de Regionaal Officier Gevaarlijke Stoffen (ROGS) dat bronbestrijding niet afdoende zou zijn om het incident te bestrijden en dat we moesten gaan evacueren. Vanaf dat moment ging het hard. Van alle kanten kwamen meldingen van slachtoffers. De evacuatie ging stroef, want de wegen liepen vast. Pro-actieve evacuatie van andere wijken werd belemmerd door draaiende windrichtingen. Eenheden liepen vast in de verkeerschaos. Redding van slachtoffers mislukte en er werden steeds meer doden gerapporteerd. Wat ik ook deed, het lukte niet en ik raakte steeds verder vast in het drijfzand van de wanhoop, geen idee meer hoe ik er uit moest komen. En toen werd ik pissed, pissed op de in mijn ogen oneerlijke oefening die je met geen mogelijkheid kon winnen.

Saavik and Spock Nobody is perfect

“Een mooi moment om de oefening stoppen,” zo sloot Gerard mijn lijdensweg af. “En wees gerust, deze oefening kon je ook niet winnen. Ik vind namelijk dat onze leidinggevenden ook moeten ervaren wat er met ze gebeurd als het een keer niet lukt”. En zo ervoer ik in 2000 mijn eigen Kobayashi Maru, zonder dat ik van het bestaan van die test wist. Dat is dus de link met Van Staalduinen: zou hij zelf nut en noodzaak van het onwinbare scenario hebben bedacht, of had hij zich laten inspireren door de Wrath of Khan uit 1982?

De kunst van het verliezen

Het verloop van de oefening in 2000 heeft mij langer achtervolgd dan ik zelf had verwacht. Het voelde toch als een soort van gezichtsverlies. Was ik wel zo’n goede crisismanager als ik zelf dacht? Waarom was ik nou zo diep het incident ingedoken en had ik geen afstand gehouden? Had ik niet verder vooruit moeten denken en de doelen van de inzet moeten bijstellen? Allemaal vragen waarop ik in eerste instantie geen antwoord had. De ervaringen uit de praktijk en de kennis uit de theorie die ik in de jaren er na opdeed, leerde mij dat ik eigenlijk precies had gedaan wat de meesten onder ons gedaan zouden hebben. Zo zitten mensen kennelijk in elkaar. Dat sterkte mij ook in de gedachte dat een no-win scenario een onmisbaar onderdeel van de opleiding tot crisismanager moet zijn. Als iedereen het zelfde reageert op een onwinbaar scenario, dan kan je daar maar het beste in je opleiding en training mee te maken krijgen voordat het je in het echt overkomt. Dat is ook precies de mening van Spock, getuige zijn argumentatie bij de Kobayashi Maru

“A captain cannot cheat death. The inevitable must be met with as much skill and resolution as possible. When “winning” is self-evidently not an attainable goal, the object must be to preserve and protect as much as one can. That is a captain’s task. That is the task of whoever is forced to take the Kobayashi Maru test. To achieve what can be achieved when survivability is no longer an option. To achieve – not to evade.”

Kobayashi Maru Vessel

Feitelijk zegt Spock hier dat je continu je doelen en middelen moet aanpassen aan wat haalbaar is. Soms kom je dan voor een onmogelijk en ethisch dilemma te staan, zoals het staken van een redding. De emoties die bij dergelijke beslissingen een rol spelen zijn echt en realistisch. Maar dat betekent niet automatisch dat ze ook leidend moeten zijn in de besluitvorming, zo vindt Spock. Kirk kijkt daar anders tegen aan. “I don’t like to lose”, zo is zijn mantra en hij redeneert als volgt:

“A crisis is by definition a surprise. And a surprise by definition has no parameters. It is whatever it is at the moment it announces itself. Consequently any action taken to counter it is self-evidently valid. Which justifies my actions. In a real-life crisis situation it’s often the actions taken outside accepted rules, regulations, and parameters that results in success. Following the rules – going by the book, if you’ll excuse the cliche – is frequently the quickest path to disaster. Surprise needs to be met with surprise – not with predictability. Not by a ship, not by it’s crew, and not by it’s captain. Evidently, we espouse different approaches to crisis management. “Crisis management” – taken at face value, there’s no rule book for that.”

De essentie van het betoog van Kirk is dat je de context en omstandigheden van de situatie moet veranderen als het er op gaat lijken dat je verliest. Als je verliest, zit je in het spel van iemand anders, of je zit vast in je eigen achterhaalde structuren en aannames. Op dat moment moet je de spelregels veranderen en naar jouw hand zetten. Als die herdefinitie slaagt, zal je niet verliezen, maar winnen. En dat is ook precies wat Kirk deed om de Kobayashi Maru te winnen: hij herprogrammeerde de simulatie, waardoor zijn inzet wel succes had.

Kobayashi Maru Game

Er gaan felle discussies op internet tussen Trekkies of Kirk al dan niet vals had gespeeld. Kirk laat zich er verder niet over uit, anders dan dat “I was awarded for creative thinking by the Starfleet Academy” en “I don’t believe in a no-win scenario”. Maar hij komt pas tot die conclusie als hij met de Kobayahi Maru geconfronteerd wordt. Het veranderen van de condities is zijn manier om met een no-win situatie om te gaan. Herdefiniëren en (re)framen zijn beproefde manieren van crisismanagement en indien juist uitgevoerd een bron van succes.

In de fysieke realiteit zijn de omstandigheden echter lang niet altijd te veranderen. Chloor blijft chloor en wegversperringen kan je anno 2016 niet ‘weg beamen’. Een mislukte of gestaakte redding voelt altijd als verliezen. Het crisismanagement stopt dan ook niet bij het verliezen, maar gaat daar verder in de nazorg van de betrokkenen. Een goede verwerking van grote rampen is essentieel om als gemeenschap en in sommige gevallen als samenleving door te kunnen, zoals ik beschreef in het blog over de MH17. We moeten leren omgaan met verlies. Wat de Kobayashi Maru ons laat zien is dat we dat ook moeten doen in de preparatie en opleiding van crisismanagers, zodat mensen de kunst van het verliezen onder de knie krijgen. Wie niet kan verliezen, kan immers ook niet winnen.


Interbolegerend

5 augustus 2016 Deel 1. 14 augustus Deel 2. Epiloog 20 augustus. 
Ed Oomes
Interbolegerend Deel 1

Over een paar weken werk ik al weer 15 jaar op Schiphol. En never a dull moment. De dynamiek van de luchthaven is groot en er is altijd wel iets te beleven. Dat begon eigenlijk al direct. Klaas Makker, mijn baas en de toenmalige commandant van Brandweer Schiphol, had het plan opgevat om ter introductie van het vakgebied vliegtuigbrandbestrijding samen naar een congres te gaan in Manchester. Dat was nog eens een mooi begin van een nieuwe baan. In de tweede week van september zou het werk dan echt beginnen. En dat deed het: op 11 september 2001 vlogen twee vliegtuigen in de Twin Towers New York. Alle toestellen die vanaf Schiphol onderweg waren naar Amerika keerden terug en zetten de normale bedrijfsvoering zwaar onder druk. Het leverde niet heel veel extra werk op voor de brandweer, maar het gaf mij al in mijn tweede werkweek een goed inzicht in het crisismanagement op de luchthaven.

911-schiphol-vertrektijd

In dit blog wil ik het echter niet over crisismanagement hebben, maar over gewoon management. Of liever, ongewoon management. Want van een goede baas leer je gekke dingen, zo is mijn ervaring na 25 jaar. En wat dat betreft was Klaas een goede baas. In de eerste weken van mijn nieuwe baan nam hij me mee naar allerlei vergaderingen, om me snel mijn weg in de burelen te laten vinden. Niet alle vergaderingen waren even spannend en sommige zelfs oersaai. En in één van die vergaderingen hoorden ik hem opeens zeggen dat hij het een kwestie vond die bijzonder interbolegerend was. Enigszins verbaasd keek ik hem aan. Interbolegerend? Wat was dat nou weer? Maar kennelijk vond niemand het een rare opmerking. De inbreng van Klaas werd vanuit diverse zijden beaamd en met een grote glimlach liet hij de kwestie verder zo interbolegerend als hij was en ging men over naar het volgende agendapunt.

Toen we later op de weg terug waren naar de kazerne vroeg ik hem wat interbolegerend eigenlijk betekende. Hij keek me grijnzend aan en zei: “Ik heb geen idee. Je bent de eerste die het vraagt. Ik zal er eens over nadenken”. Toen ik hem wat ongelovig bleef aankijken vervolgde hij: “Ja je moet toch wat met zo’n stom agendapunt. Af en toe gewoon even een schop onder het orgel geven, dan speelt het vanzelf verder”. Klaas had meer van dergelijke onzin woorden, maar interbolegerend is het enige dat ik heb onthouden. Ook Google had er tot vandaag nog nooit van gehoord, zie mijn screenshot maar:

Interbolegerend Search Results

De grootmeester van de onzinwoorden is natuurlijk Toon Hermans. Al noemde hij het zelf kolderliedjes. Op papier zijn het inderdaad nonsens, maar als je ze uitspreekt zijn ze fonetisch toch opeens te herleiden tot normale woorden. Kijk maar eens naar Snupitu.

Snupitu

Snupitu ijssitu glaassitu
Snupitu flensitu speculaassitu
Snupitu kaasitu gebaccitu
Snupitu coffitu kejakkitu

Onzinwoorden zijn ook in gebruik als leestest voor kinderen. Het combineren van echte woorden met nonsens zou dan het taalgevoel moeten stimuleren. Ook al verschillen de meningen daar nogal over. Welke woorden staan bijvoorbeeld hier?

valaf
nertaicon
daalpemerem
lenbakprul
bakas

Interbolegerend zoals Klaas het bedoelde was echter niet zozeer een kolderliedje noch een leestest, maar eerder een vorm van Bullshit Bingo avant la lettre. Als iedereen zo nodig moeilijke woorden wilde gebruiken, dan kende hij er ook nog wel een paar.  Het geniale er van was natuurlijk dat hij glimlachend het gesprek voortzette als de rest net deed of ze wisten wat interbolegerend betekende. In die zin gebruikte hij onzinwoorden als een milde vorm van een practical joke, de kunstvorm die binnen de brandweer nog dagelijks op zeer creatieve wijze gepraktizeerd wordt.

Bullshit Bingo

Het belangrijkste doel wat ik met blog heb is, naast het vertellen van een leuk verhaaltje, dat het woord interbolegerend in de zoekresultaten van Google terecht gaat komen. Bij wijze van expieriatie, natuurlijk, maar altijd leuk om te proberen. Dus breng dit blog vooral bij heel veel mensen onder de aandacht en laat ze het via hun eigen browser lezen, om de zoekmachines de weg te wijzen. Ik ben benieuwd hoever we komen.

Interbolegerend Deel 2

Op 10 augustus 2016 kwamen de eerste resultaten van de expieriatie door op Google. Met name via Twimmer werden de ‘interbolegerend’ tweets in de zoekresultaten weergegeven. Uiteindelijk heb ik 5 tweets geplaatst, die inclusief retweets gezamenlijk zo’n 4500 views op Twitter kregen. Een mooi bereik, en groot genoeg om voldoende mensen naar de website te trekken die het blog gingen lezen. Want het doel werd op 14 augustus 2016 bereikt: interbolegerend was opgenomen in de zoekresultaten, meer specifiek stond www.rizoomes.nl bovenaan het rijtje. Top!

Screendump Interbolegerend 20160814

Via @huskyneus en @MEvers02 kwam ook het andere onzinwoord uit deel 1 boven tafel dat Klaas veel gebruikte, maar dat ik me niet meer kon herinneren: epibreren. Toen ik ging zoeken op epibreren, werd ik toch een klein beetje verrast. Want dat onzinwoord bleek dus wel te bestaan, ook al betekende het formeel niets. Het werd in 1954 voor het eerst door Simon Carmiggelt genoemd in één van zijn ‘Kronkels’.

Het betekent namelijk niets. Het is gewoon maar een woord. Ik heb het zelf verzonnen. Op een dag was er een lastige heer aan het loket, die ons haast wilde laten maken met een kwestie, die zijn tijd moest hebben. Ik zei: ‘Meneer, u hebt groot gelijk, maar geef ons nog een weekje om de zaak te epibreren. Het woord kwam vanzelf uit mijn volheid tevoorschijn. En het werkte uitnemend: de man ging getroost heen.’

Toen ik dit las kon ik me niet helemaal aan de indruk onttrekken dat Klaas precies wist wat epibreren betekende en waar het vandaan kwam, en dat hij zijn eigen epibratie heeft gevolgd door interbolegerend te bedenken. Epibreren en interbolegeren zijn woorden die dus eigenlijk aan elkaar gerelateerd zijn, zowel qua ontstaansgeschiedenis als betekenis. Al zit er gevoelsmatig wel een verschil tussen.

Op 7 augustus kwam de volgende verrassing rondom onzinwoorden, en wel van de absurdistische scheurkalender van Ronald Snijders  tijdens een kleine hoempert.

7 augustus

De grap van bovenstaande nonsens is dat ze dus wel degelijk iets zeggen. Natuurlijk zijn ze verkeerd gespeld en daarmee taalkundig onzin, maar psychologisch gezien wordt er wel degelijk (onbewust) een betekenis toegekend aan dergelijke onzinwoorden. De menselijke psyche is namelijk dol op patronen, en herkent al gauw iets, ook al is het soms verkeerd. In dezelfde foutcategorie zat de omslag van het laatste boek van Joop van Riessen. Kijk maar eens goed, het is echt fout.

Moord op de de tramhalte

Via @vonklinkenhoven ervaarde ik ook weer een hernieuwde kennismaking met de mannen van Jiskefet. Meer in het bijzonder refereerde @vonklinkenhoven aan de hoempert, hij kwam al voorbij, afkomstig uit een geweldige sketch die Scheepskamelen heet. Prachtige onzinwoorden komen er in voor. De al eerder genoemde hoempert, maar ook bijvoorbeeld ‘roegen’, ‘kierder’, ‘kneukeren’ en ‘heugers’. Mooie woorden die niets betekenen, maar waarvan je denkt dat je weet wat het is door de uitleg van Wim van Nijssel, gespeeld door Michiel Romeijn. Aan het eind gaat Wim ook nog een stukje dichten:

Ik liep door een straat, ik zie haar lopen
Ik weet niet wat er binnen was gekropen
Een traan, Viel op het plaveizel
Hé, ben jij dat, Wim van Nijssel?

Wim van Nijssel, dat ben ik dan.

Dan zit ik vaak liever op een oud schip.

De meest interbolegerende sketch van Jiskefet is echter niet Scheepskamelen, maar English Sports. In een sublieme persiflage wordt de draak gestoken met Engelse sporten, waarbij de beelden van onnavolgbaar onzincommentaar worden voorzien. Het is allemaal nonsens, maar het lijkt verschrikkelijk echt. Zelfs de lengte van de video is een sneer; hij duurt net te lang, zoals Engelse sporten ook net te lang plachten te duren. Een goed moment om dit blog af te sluiten, want interbolegerender dan dit gaat het nooit worden.


Interbolegerende Epiloog: De Nootmuskaat Kolonel

Net toen ik het interbolegerende onderwerp van de kolderliedjes en nonsensteksten dacht afgesloten te hebben, viel mijn oog in de winkel op een nieuw boekje van Toon Hermans: De Nootmuskaat Kolonel. Toon zou dit jaar honderd zijn geworden en ter ere van dat feit worden er een paar speciale uitgaven op de markt gebracht. En het moet gezegd, de Nootmuskaat Kolonel is wel een hebbedingetje. Mooie tekeningetjes in een ruim vormgegeven hardcover, met prachtige gedichtjes en kolderteksten. Het begint al bij het voorwoord.Voorwoord nootmuskaat kolonelHet zijn niet de enige raadselachtige woorden in het boek. Zo adviseert hij in het gedicht ‘kaas’ dat je nooit met kroketten over introconcilisatie moet beginnen. En tekent hij de Laarsmodulant, die rimmelroosjes op verkeerd terrein schiet. Maar het is niet alleen maar onzin in het boek, er staan ook van die typische Toon gedichten in als ‘on’.

on

Als ik door de duinen fiets

denk ik vaak; er is geen niets

want ik zie in alles iets

als ik door de duinen fiets

zie de wind, de zee, de zon

zie de zin en zie de on

En zoals gezegd, er staan ook mooie tekeningen in het boekje, zoals het Rode Kolosaaltje:

Kolosaaltje (2)

Kortom, een hebbedingetje voor de Toon liefhebber. Ik sluit nu echt interbolegerend af met een gedicht uit de Nootmuskaat Kolonel. Treffender kan het niet.

mooj zo

Nee, ik kan het naar niet laten

altijd maar dat wauwelpraten

ik wil daar nu een eind aan maken en in plaats van spreken kwaken

blaten, bleren, kwekken, koeren

maar ik stop met ouwehoeren


 


 

 Meer blogs lezen? Kijk in het archief
Of kijk bij de thema’s van Rizoomes

 

6 gedachten over “Rizoomes blog

  1. Verfrissend om originele denkwijzes en omdenkingen te lezen, geschreven vanuit een praktijkgerichte visie. Een aanrader voor omdoordenkers !

  2. De cases Tuitjenhorn en Maat zijn stuitende voorbeelden hoe we afdrijven van de bedoeling en blijven steken in de systeemwereld. Weer heel mooi beschreven door Ed Oomes. Heb vertrouwen in onze professionals en toon lef om ze te beschermen.

  3. Top, ziet er erg goed uit en een aanwinst voor brandweer Nederland en een steuntje in de rug voor de OM-denkers. Ik ga de site actief (als verplichte kost) volgen. Daarnaast vind ik de naam erg leuk gevonden. Gefeliciteerd met nu al een geslaagde start en heel veel succes 🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *